In het kort
Er staat meer over euroklasse
Hoe het werkt, welke soorten er zijn, waar je het tegenkomt, wat het kost, en wat er in de praktijk misgaat. Dat deel hoort bij een abonnement.
Abonnement bekijkenInloggen
Uitgebreid
Tot de invoering van de Europese systematiek had Nederland zijn eigen klassen. Een materiaal kreeg een brandklasse 1 tot 4 op grond van een Nederlandse proef voor brandvoortplanting, en een rookdichtheid uit een tweede Nederlandse norm. Voor vloeren bestond een eigen reeks met de klassen T1 tot T3. Die drie normen staan nog in de bouwregels voor bestaande bouw, en NEN heeft ze op haar eigen productpagina's als vervangen aangemerkt: zij zijn opgevolgd door de proefmethoden in de Europese classificatienorm.
Het Europese stelsel werkt anders dan het Nederlandse. Het geeft niet één getal maar een samengestelde aanduiding, waarin drie dingen los van elkaar worden beoordeeld. De hoofdletter zegt hoeveel het materiaal bijdraagt aan de ontwikkeling van een brand: A1 draagt vrijwel niets bij, F is het niet-geclassificeerde einde van de reeks. De s-aanduiding zegt hoeveel rook het maakt, van s1 tot s3. De d-aanduiding zegt of er brandende druppels of deeltjes afvallen, van d0 tot d2.
Die opsplitsing is de belangrijkste verbetering ten opzichte van het oude stelsel, want zij maakt zichtbaar dat de drie eigenschappen niet samenlopen. Een materiaal kan weinig bijdragen aan de brand en toch veel rook geven. Een ander kan weinig rook geven en wel brandende druppels afwerpen, en juist druppels verspreiden een brand naar beneden en veroorzaken letsel bij wie eronder staat.
Een volledige aanduiding ziet er daarom uit als B-s2,d0. Dat is een materiaal dat beperkt bijdraagt aan de brand, een beperkte rookproductie heeft en geen brandende druppels geeft. Wie alleen «brandklasse B» opschrijft, heeft twee derde van de classificatie weggelaten.
Naast de hoofdreeks bestaan er aparte reeksen voor toepassingen met eigen fysica, en die zijn herkenbaar aan een achtervoegsel. fl staat voor vloerafwerking, L voor isolatie om leidingen en ca voor elektrische kabels. Die klassen komen uit andere proeven en zijn niet met de hoofdreeks te vergelijken: s1 en s1 fl zijn verschillende eisen, en wie ze verwisselt specificeert iets anders dan hij bedoelt.
En er is één ding dat vaak voor verwarring zorgt: de euroklasse gaat over hoe een materiaal zich bij een brand gedraagt, niet over hoe lang een constructie een brand tegenhoudt. Dat tweede is brandwerendheid, met een eigen stelsel en eigen letters. Een gipsplaat met euroklasse A2 in een wand die zestig minuten brandwerend is: dat zijn twee onafhankelijke eigenschappen van twee verschillende dingen.
We slaan alleen je antwoord op, en je toelichting als je die geeft. Geen naam, geen e-mailadres.