Portlandcement
Ook: Portland-cement · portlandcement (kleine letter · maar dat is de hele familie en niet deze soort.
In het kort
Er staat meer over portlandcement
Hoe het werkt, welke soorten er zijn, waar je het tegenkomt, wat het kost, en wat er in de praktijk misgaat. Dat deel hoort bij een abonnement.
Abonnement bekijkenInloggen
Uitgebreid
Cement is geen enkel product maar een familie, en portlandcement is daarvan het uitgangspunt. Hij bestaat voor minstens vijfennegentig procent uit portlandklinker: kalksteen en klei die bij ongeveer veertienhonderd graden zijn samengesmolten tot harde korrels, daarna fijngemalen. De laatste procenten zijn gips, dat het binden afremt zodat je ermee kunt werken, en wat vulstof.
Dat hoge klinkeraandeel is het hele verhaal. Elke andere cementsoort vervangt een deel van die klinker door iets anders: hoogovenslak, vliegas, kalksteenmeel of puzzolanen. Die vervangers maken de cement langzamer, koeler en meestal duurzamer, want klinker bakken kost veel energie en stoot veel CO2 uit. Portlandcement doet dat juist niet, en daar komen zijn eigenschappen uit: hij bindt snel, hij wordt flink warm tijdens het verharden, en hij haalt op korte termijn de hoogste sterkte.
Voor wie thuis klust betekent dat iets heel praktisch. Snel binden klinkt aantrekkelijk, maar het geeft je minder tijd om een vloer vlak te krijgen of een voeg na te werken. Veel warmte is bij een klein werkje geen probleem, maar in een dikke fundering kan het scheuren geven doordat de buitenkant al afkoelt terwijl de kern nog warm is. En de hoge beginsterkte heb je alleen nodig als er snel weer last op moet. Voor het meeste werk in en om een woning is een mengcement met slak of vliegas rustiger in het gebruik en goedkoper.
Waar portlandcement wél op zijn plaats is: werk dat snel verder moet, werk bij lage temperatuur, en werk waar je een lichte kleur wil houden. Hij is namelijk grijs tot lichtgrijs en vergrijst een mortel minder dan slakcement. Bij restauratiewerk aan oud metselwerk wordt hij juist vermeden: hij is harder en dichter dan de oude kalkmortel eromheen, en dan gaat de steen barsten in plaats van de voeg.
De sterkteklasse staat altijd achter de soort: 32,5, 42,5 of 52,5. Dat getal is de druksterkte in newton per vierkante millimeter die de cement na achtentwintig dagen minstens moet halen, gemeten op genormeerde proefstukjes. Achter dat getal staat nog een N of een R: N voor een normale beginsterkte, R voor een snelle. Een zak met CEM I 52,5 R is dus zuiver portlandcement, hoge eindsterkte, snel op gang — en dat is ongeveer het tegendeel van wat je wil voor een rustige klus op zaterdag.
We slaan alleen je antwoord op, en je toelichting als je die geeft. Geen naam, geen e-mailadres.