Naar de inhoud

Dit is een bètaversie van Builddocs. Je kunt alles bekijken, maar aanmelden en een abonnement afsluiten kan nog niet.

Begrip

Water-cementfactor

Onderwerp Werk

In het kort

De water-cementfactor is het gewicht water gedeeld door het gewicht cement in een betonmengsel. Het is het belangrijkste getal in de betontechnologie: het bepaalt vrijwel in zijn geheel hoe sterk, hoe dicht en hoe duurzaam het beton wordt. Elke scheut water erbij verlaagt alle drie.

Er staat meer over water-cementfactor

Hoe het werkt, welke soorten er zijn, waar je het tegenkomt, wat het kost, en wat er in de praktijk misgaat. Dat deel hoort bij een abonnement.

Abonnement bekijkenInloggen

Uitgebreid

Cement bindt door een reactie met water, en voor die reactie is een bepaalde hoeveelheid water nodig — grofweg een kwart van het cementgewicht. Alles daarboven is water dat niet reageert. Het zit in het mengsel om het te kunnen verwerken, en het verdwijnt daarna: het verdampt of het wordt weggedrukt. Op de plek waar het zat, blijft een porie achter.

Dat is het hele verhaal in één beeld. Hoe meer water je gebruikt om de specie te kunnen verwerken, hoe meer poriën het verharde beton houdt, en hoe poreuzer het beton is, hoe zwakker en hoe doorlaatbaarder. Poreus beton laat vocht, chloride en koolstofdioxide toe tot bij de wapening, en daar begint de corrosie die als betonrot naar buiten komt. De water-cementfactor is dus niet alleen een sterkteknop maar vooral een duurzaamheidsknop.

De verhouding wordt op gewicht gerekend, niet op volume. Honderdtachtig liter water op driehonderd kilo cement is een factor van 0,60. Lage waarden — ergens rond 0,40 en lager — geven dicht en sterk beton dat moeilijk te verwerken is. Hoge waarden — tegen 0,60 en daarboven — geven makkelijk verwerkbaar en merkbaar slechter beton. Het verband is steil: een verhoging van een paar honderdsten kost een meetbaar deel van de sterkte.

Hier zit de reden dat water toevoegen op de bouwplaats zo'n hardnekkig probleem is. Een emmer water in een m³ specie is een paar procent van het volume en nauwelijks te zien, maar hij verschuift de factor direct en onherstelbaar. En hij lost het probleem dat hij moest lossen beter op dan het alternatief — de specie wordt meteen beter verwerkbaar — zodat de verkeerde handeling onmiddellijk beloond wordt en de schade pas jaren later zichtbaar is.

Het alternatief bestaat en is goedkoop: een plastificeerder maakt de specie vloeibaarder bij dezelfde of minder water, door de cementkorrels elkaar te laten afstoten. Dezelfde verwerkbaarheid, dezelfde of betere factor. Dat middel wordt in de centrale gedoseerd, en dat is precies de reden dat bijregelen op de bouwplaats niet nodig hoeft te zijn.

Nog één verschuiving die telt. Zodra er vulstof in het mengsel zit die meereageert — vliegas, hoogovenslakmeel — is cement niet meer de hele maat. De norm laat zo'n vulstof met een factor meetellen als bindmiddel, en dan rekent men met de water-bindmiddelfactor. Twee specificaties met dezelfde water-cementfactor kunnen dus heel verschillend beton zijn. Wie twee aanbiedingen vergelijkt, hoort te weten welke factor is gebruikt.

Hielp dit?

We slaan alleen je antwoord op, en je toelichting als je die geeft. Geen naam, geen e-mailadres.