Naar de inhoud

Dit is een bètaversie van Builddocs. Je kunt alles bekijken, maar aanmelden en een abonnement afsluiten kan nog niet.

Bouwkundige termen in gewone taal. Wat het is staat er altijd — de uitleg erachter hoort bij een abonnement.

in Begrippen
Sorteren:Titel Z–A

Wis alle filters (3)

11 van 2.115 begrippen

N

  • NylonplugPremium · ook: Nylonplug, universele plug, spreidplug, kunststofplug

    Een nylonplug is een kunststof huls die door het indraaien van een schroef uitzet en zich in het boorgat klemt. Hij werkt in massieve materialen zoals beton, baksteen en kalkzandsteen, en niet in holle of zachte materialen.

  • NylonPremium · ook: Nylon, polyamide, PA

    Nylon of polyamide is een kunststof met een hoge sterkte, een goede slijtvastheid en een zekere elasticiteit. In de bouw kom je het tegen in pluggen, in glijlagers, in kunststof onderdelen van beslag en in vloerbedekking. Het neemt vocht op en dat verandert de afmetingen licht; dat is bij precisieonderdelen een aandachtspunt.

  • NormsteenPremium · ook: Normsteen, normaalformaat, NF

    Een normsteen is een baksteen in het genormeerde formaat, in Duitsland en omliggende landen 240 bij 115 bij 71 millimeter. De term wordt in Nederland gebruikt bij import en bij aansluiting op Duitse of Belgische bouw. In de Nederlandse praktijk is waalformaat de norm, ook al heet het niet zo.

  • NoestPremium · ook: Noest, kwast, knoest, knoop

    Een noest is de plek waar een tak in de stam vastzat en die na het zagen als een ronde of ovale vlek in het hout zichtbaar blijft. De vezels lopen daar niet meer recht maar om de tak heen. Dat maakt de plek harder, onrustiger van kleur en zwakker in de lengterichting.

  • NEN 3569Premium · ook: NEN 3569, NEN3569, de veiligheidsglasnorm, de norm voor letselveiligheid van glas, de norm voor doorvalveilig glas

    NEN 3569 is de Nederlandse norm die bepaalt op welke plekken in een gebouw glas letselveilig moet zijn en welk soort veiligheidsglas daar dan hoort. De norm beschermt tegen snijwonden door brekend glas en tegen vallen door een glasvlak, bijvoorbeeld bij een lage borstwering of een deur.

  • NatuursteentegelPremium · ook: Natuursteentegel, natuursteen vloertegel, steenstrip van natuursteen

    Een natuursteentegel is uit een gesteenteblok gezaagd en daarna geschuurd, gezoet of gepolijst. Elke tegel is anders van kleur en tekening, en de poreusheid van de steensoort bepaalt of impregneren nodig is.

  • NatuursteenPremium · ook: Natuursteen, hardsteen als verzamelnaam voor de donkere kalksteensoorten

    Natuursteen is uit de aardkorst gewonnen gesteente dat in de bouw wordt toegepast: als vloer, wandbekleding, dorpel, werkblad of bestrating. De eigenschappen verschillen sterk per soort. Graniet is hard en zuurbestendig, marmer is zacht en gevoelig voor zuur, en dat verschil bepaalt waar je wat toepast.

  • Natuurlijke isolatiePremium · ook: Natuurlijke isolatie, biobased isolatie, biobased isolatiemateriaal

    Natuurlijke isolatie is de verzamelnaam voor isolatiematerialen uit hernieuwbare plantaardige of dierlijke grondstoffen, zoals houtvezel, hennep, vlas, cellulose, schapenwol en kurk. Zij isoleren vergelijkbaar met glaswol en onderscheiden zich in zomercomfort, vochtgedrag en milieuscore.

  • NatuurleiPremium · ook: Natuurlei, lei, leisteen als dakbedekking, schaliedak

    Een natuurlei is een dunne plaat gespleten leisteen die als dakbedekking op een dak of een gevel wordt bevestigd. Zij gaat honderd jaar of langer mee en zij is de duurste dakbedekking in aanschaf en in arbeid.

  • NabehandelenPremium · ook: Nabehandelen en nabehandeling worden door elkaar gebruikt

    Nabehandelen is het beschermen van vers beton of mortel tegen te snel uitdrogen, tegen wind, zon en vorst, zolang het materiaal nog sterkte opbouwt. Zonder nabehandeling verdampt het water dat de cement nodig heeft. Het oppervlak wordt zwak en stoffig en er trekken scheuren doorheen.

  • NaaldhoutPremium · ook: Naaldhout, zachthout, vurenhout, grenenhout, conifeerhout

    Naaldhout is het hout van naaldbomen — vuren, grenen, douglas, lariks, ceder — en het is het meest gebruikte constructie- en timmerhout in Nederland. De reden is eenvoudig: het groeit snel, het is licht in verhouding tot zijn sterkte, en het is goed te bewerken. De keuze binnen de groep gaat over duurzaamheidsklasse — hoe goed de soort zich zonder behandeling houdt in vochtige omstandigheden — en dat is de eigenschap waar de meeste fouten in worden gemaakt.

Wat staat hier?

Wat staat er in een begrip?
Wat het is, waar je het tegenkomt en hoe je het herkent — altijd vrij te lezen. De hoofdstukken daarachter, over kosten, regelgeving, onderhoud en veelgemaakte fouten, horen bij een abonnement.
Wat betekent het label Premium?
Dat er achter de korte omschrijving meer staat. De term zelf en wat hij betekent zijn nooit afgeschermd; een woordenboek dat je de betekenis onthoudt is geen woordenboek.
Waarom staan er synoniemen bij?
Omdat het vak twee of drie woorden voor hetzelfde heeft en een offerte zelden het woord gebruikt dat jij kent. De zoekbalk hierboven zoekt ook in die synoniemen.

Verder kijken