Naar de inhoud

Dit is een bètaversie van Builddocs. Je kunt alles bekijken, maar aanmelden en een abonnement afsluiten kan nog niet.

Bouwkundige termen in gewone taal. Wat het is staat er altijd — de uitleg erachter hoort bij een abonnement.

in Begrippen
Sorteren:Standaard

Wis alle filters (2)

53 van 2.115 begrippen

S

  • ScheluwPremium · ook: Scheluw, scheluwte, gewonden, getordeerd

    Scheluw betekent dat een vlak in zichzelf is gedraaid: de vier hoeken liggen niet in één vlak. Bij een plank herken je het doordat hij op een vlakke ondergrond wiebelt op twee diagonaal tegenover elkaar liggende hoeken. Bij een kozijn of een deur betekent het dat hij niet meer sluit. Het is een van de lastigste vormfouten om te herstellen.

  • Scheurmeter · ook: Scheurmeter, scheurmonitor, scheurbreedtemeter

    Een scheurmeter is een eenvoudig hulpmiddel waarmee je de breedte van een scheur afleest of waarmee je volgt of een scheur nog beweegt. Je plakt of schroeft hem over de scheur en noteert de stand op vaste momenten. Zo zie je in de loop van maanden of de scheur groeit of stilstaat.

  • ScheurvormingPremium · ook: Scheur, barst, haarscheur

    Scheurvorming is het optreden van barsten in metselwerk, beton, stucwerk of afwerking. De meeste scheuren zijn onschuldig; het gaat erom de enkele scheur te herkennen die dat niet is.

  • Schiethamer · ook: Schiethamer

    Een schiethamer drijft een geharde nagel in één slag in beton of staal, met de kracht van een kruitpatroon of een gasontsteking. Je hoeft niet voor te boren en je gebruikt geen plug. Dat maakt het gereedschap snel, en daarom gebeuren er ongelukken mee wanneer de ondergrond niet is wat de gebruiker denkt.

  • SchietloodPremium · ook: Schietlood, paslood, loodlijn, plombeerlood, dieplood

    Een schietlood is een puntig gewicht aan een koord, dat door de zwaartekracht een volmaakt verticale lijn aangeeft. Het is het eenvoudigste meetgereedschap dat er bestaat en tegelijk het enige dat niet kan ontregelen. Een waterpas kan uit afstelling raken, een laser kan verlopen, maar een gewicht aan een draad wijst altijd naar het middelpunt van de aarde. Daarom is het schietlood nog steeds het referentiegereedschap waartegen de rest wordt gecontroleerd.

  • SchijnvoegPremium · ook: Schijnvoeg, krimpvoeg, contractievoeg, zaagsnede in beton, dummy joint

    Een schijnvoeg is een ingezaagde of ingelegde verzwakking in een betonvloer, die de krimpscheur op een gekozen plaats laat ontstaan. Het uitgangspunt is oncomfortabel en simpel. Beton scheurt, en de vraag is niet óf maar waar. Verhardend beton krimpt, die krimp wordt door de ondergrond en de wapening tegengehouden, en de spanning die daaruit volgt gaat er ergens uit. Een schijnvoeg maakt de doorsnede plaatselijk zwakker, zodat de scheur zich dáár vormt — in een rechte, geplande lijn onder in de zaagsnede — in plaats van diagonaal door het midden van je vloer.

  • SchilddakPremium · ook: Schilddak, walmdak, tentdak, piramidedak

    Een schilddak is een dak dat aan alle vier de zijden schuin afloopt, zonder topgevels. Het is het dak van de vrijstaande woning, de villa en veel jaren-dertigbouw, en het heeft twee eigenschappen die tegen elkaar in werken: het is windtechnisch het gunstigste daktype dat er is — er is geen hoge topgevel waar de wind op staat — en het levert de minst bruikbare zolder op, doordat de schuine vlakken aan alle kanten de vrije hoogte wegnemen.

  • SchroefPremium · ook: Schroef, houtschroef, spaanplaatschroef, bout

    Een schroef is een bevestigingsmiddel met een draad die zich in het materiaal vastgrijpt. Er is één principe dat bepaalt of twee delen tegen elkaar trekken, en het staat op geen enkele verpakking. De draad hoort alleen in het onderste deel te grijpen; het bovenste deel moet vrij over de schroef kunnen bewegen. Grijpt de draad in beide delen, dan houdt hij ze op de afstand waarin ze stonden en trekt hij ze niet samen — er blijft een kier die niet meer weggaat. De oplossing is een doorlopende voorboring: het bovenste gat op schachtdikte, het onderste op kerndikte. Dat is de reden dat een schroef met een gladde schacht onder de kop bestaat.

  • Schuimbeton · ook: Schuimbeton, ook geschreven als schuim-beton

    Schuimbeton is een lichte betonsoort waarin met een schuimmiddel miljoenen kleine luchtbellen zijn ingebracht. Daardoor weegt het een fractie van gewoon beton, isoleert het beter en vloeit het vanzelf vlak uit. Het is niet bedoeld om te dragen zoals constructiebeton.

  • SchuimglasPremium · ook: Schuimglas, cellulair glas, foamglas

    Schuimglas is een isolatiemateriaal uit gerecycled glas met gesloten cellen, dat volledig waterdicht, dampdicht, drukvast en onbrandbaar is. Het wordt toegepast waar isolatie belast of nat wordt: onder funderingen, onder belaste vloeren en op platte daken.

  • SkeletbouwPremium · ook: Skeletbouw, frameconstructie, draagskelet

    Skeletbouw is een bouwwijze waarbij een raamwerk van kolommen en liggers de constructie draagt, en waarbij de gevels en wanden alleen afsluiten en isoleren. Het onderscheid met massiefbouw is fundamenteel: bij skeletbouw is de gevel een jas en niet een drager. Dat maakt de plattegrond vrij en het maakt latere wijziging eenvoudiger.

  • SlagmoersleutelPremium · ook: Slagmoersleutel, slagschroevendraaier, impactschroevendraaier, slagmachine

    Een slagmoersleutel is een machine waarbij een intern hamermechanisme korte, harde draaislagen op de aandrijving geeft. Daardoor levert hij een veelvoud aan koppel van een schroefboormachine zonder dat de reactie in je pols terechtkomt: de slagen worden binnenin opgevangen. Dat is de reden dat je hem gebruikt, en tegelijk de reden dat je er schroeven mee kunt afbreken zonder het te merken.

  • SlangenboorPremium · ook: Slangenboor, schroefboor, augerboor, lange houtboor

    Een slangenboor is een lange houtboor met een ruime spiraal en een schroefdraadpunt die zichzelf het hout in trekt. Hij is gemaakt voor één ding: diepe gaten door dik hout, tot enkele honderden millimeters. De schroefpunt trekt hem naar binnen en de ruime spiraal voert de spanen af, zodat hij niet vastloopt. Dat zelftrekkende gedrag is meteen het gevaar: hij stopt niet uit zichzelf, en wat er achter het hout zit, boort hij ook door.

  • SleutelstukPremium · ook: Sleutelstuk, sleutelhout en in oude bestekken sleutel

    Een sleutelstuk is een kort stuk hout onder het uiteinde van een zware vloerbalk. Het draagt de balk op een breder vlak, verkort de overspanning en houdt de verbinding met de muur of de stijl bij elkaar. Je vindt ze vooral in oude woonhuizen en boerderijen.

  • SluitringPremium · ook: Sluitring, onderlegring, ring, carrosseriering

    Een sluitring is een platte ring die tussen de kop of de moer en het materiaal wordt gelegd. Hij kost bijna niets en hij doet drie dingen tegelijk: hij verdeelt de kracht over een groter oppervlak, hij beschermt het materiaal tegen de draaiende kop, en hij overbrugt een gat dat ruimer is dan de bout. Wie hem weglaat, ziet dat terug als een kop die zich in het materiaal trekt.

  • SluitsteenPremium · ook: Sluitsteen, sleutelsteen, kroonsteen, boogsteen, gewelfsteen

    De sluitsteen is de middelste steen bovenin een boog, die de boog sluit en de druklijn doorgeeft. De naam suggereert dat hij de boog draagt, en het is precies andersom. Een boog draagt zichzelf door druk, en die druk gaat niet naar beneden maar schuin naar buiten. Aan de voet van de boog ontstaat daardoor een horizontale kracht — de spatkracht — en dáár moet metselwerk of een trekstang tegenwicht bieden. Scheuren bij een boog zitten dan ook zelden bovenin bij de sluitsteen, maar links en rechts onderin, waar de boog naar buiten duwt.

  • SnelbetonPremium · ook: Snelbeton, sneldrogend beton, stelbeton, paalbeton, snelcement

    Snelbeton is zakbeton met een versneller, waardoor het binnen vijftien tot zestig minuten aanbindt in plaats van in enkele uren. Het wordt gebruikt waar een paal of een kozijn niet lang kan worden gestut, en die korte verwerkingstijd is ook de valkuil.

  • SnelbouwsteenPremium · ook: Snelbouwsteen, snelbouwblok, lijmblok, grootformaat blok

    Een snelbouwsteen is een grootformaat blok van kalkzandsteen, beton of cellenbeton, bedoeld om binnenwanden snel op te bouwen. Het formaat vervangt tien tot twintig gewone stenen, en het gewicht bepaalt of er met de hand of met een hulpmiddel wordt gewerkt.

  • SonderingPremium · ook: Sondering, sondeerproef, conusweerstandmeting; internationaal CPT, cone penetration test

    Een sondering is een meting waarbij een conus de grond in wordt gedrukt om de weerstand per diepte vast te leggen. Er is één eigenschap die de uitkomst begrenst en die bij het lezen van een rapport vaak wordt overzien. Een sondering geldt voor het punt waar hij is gezet, en voor niets daarbuiten. De bodem in Nederland is geen laagkoek maar een landschap: de draagkrachtige zandlaag kan binnen tien meter een meter dieper of ondieper liggen, en op sommige plekken zit er een oude geul of een veenpakket tussen. Daarom worden er meerdere sonderingen gezet en niet één, en daarom kunnen paallengtes binnen één bouwput uiteenlopen. Wie op één sondering bouwt, bouwt op één aanname.

  • SpaanplaatschroefPremium · ook: Spaanplaatschroef, snelbouwschroef, universele schroef, bouwschroef

    Een spaanplaatschroef is een dunne houtschroef met een scherpe punt, een grove draad en een verzonken kop, ontworpen om zonder voorboren in plaatmateriaal te gaan. Hij is de werkpaardschroef van de bouw: goedkoop, universeel en in vrijwel alles bruikbaar. Precies daardoor wordt hij ook gebruikt waar hij niet hoort — in dragende verbindingen en buiten — en dat zijn de twee plekken waar hij het laat afweten.

  • SpanbetonPremium · ook: Spanbeton, voorgespannen beton, voorspanbeton

    Spanbeton is beton waarin stalen strengen onder hoge trekspanning zijn aangebracht, zodat het beton permanent onder druk staat. Beton is sterk op druk en zwak op trek; door het vooraf onder druk te zetten kan het grotere overspanningen aan met minder materiaal. Kanaalplaatvloeren in vrijwel elke nieuwbouwwoning zijn voorgespannen.

  • SpanbetonvloerPremium · ook: Spanbetonvloer, voorgespannen vloer, kanaalplaatvloer, breedplaatvloer met voorspanning.

    Een spanbetonvloer is een vloer van voorgespannen betonelementen, doorgaans kanaalplaten, die grote overspanningen aankan zonder tussensteunpunten. Het is sinds de jaren zeventig de standaardvloer in de Nederlandse woningbouw. De vloer draagt in één richting; dat bepaalt waar de dragende wanden staan.

  • SpantPremium · ook: Dakspant, gebint, kapspant

    Een spant is een draagconstructie in dwarsrichting van het dak, die de last van gordingen of dakvlakken opneemt en naar de muren of kolommen afvoert. Het spant is het onderdeel dat de vorm van het dak bepaalt en dat bij elke verbouwing op zolder de grens aangeeft van wat mogelijk is.

  • SpantbeenPremium · ook: Spantbeen, spantpoot, blad, arbalétrier, principaal

    Een spantbeen is het schuine, op druk belaste element van een dakspant, dat van de voet naar de nok loopt. Het is de tegenhanger van de trekbalk: waar die op trek staat, staat het spantbeen op druk. En drukstaven falen anders dan trekstaven — niet doordat het materiaal bezwijkt, maar doordat ze knikken. Dat is de reden dat een spantbeen zijdelings wordt gesteund en dat die steun net zo belangrijk is als de doorsnede.

  • SpantpootPremium · ook: Spantbeen, spantpoot, kapspantbeen

    De spantpoot is het schuine, dragende deel van een spant dat van de voet naar de nok loopt. Twee spantpoten vormen samen de driehoek van het spant. Zij draagt de gordingen of het dakvlak en brengt de last naar de voet van het spant, waar de trekbalk of de muurplaat hem opneemt.

  • SparingPremium · ook: Sparing, uitsparing, sparingen (meervoud)

    Een sparing is een opening die bewust wordt opengelaten of gemaakt in een wand, vloer, dak of balk, zodat daar later een leiding, kanaal, kozijn, trap of ander onderdeel doorheen of in kan. Het woord komt van uitsparen: je laat op die plek het materiaal weg.

  • SpatkrachtPremium · ook: Spatkracht, spatkrachten, horizontale spatkracht

    Spatkracht is de zijwaartse duwkracht die een schuine of gebogen constructie op haar steunpunten uitoefent. Een dakvlak, een boog of een gewelf draagt zijn gewicht niet recht naar beneden af, maar deels naar opzij. Die zijwaartse kracht moet ergens tegen worden opgevangen, anders wijken de steunpunten uit elkaar.

  • SpijkerPremium · ook: Spijker, nagel, draadnagel, pen

    Een spijker is een puntige metalen pen met een kop, die je in hout drijft om twee delen te verbinden. Waar een schroef zijn houvast uit schroefdraad haalt, haalt een spijker het uit wrijving en uit de vezels die zich om de schacht sluiten. Dat maakt hem sneller aan te brengen, beter bestand tegen schokbelasting, en aanzienlijk slechter bestand tegen uittrekken. Die drie eigenschappen bepalen waar hij hoort en waar niet. Hij verliest terrein aan de schroef, en voor het merendeel van het werk is dat terecht: een schroef is sterker op uittrekken en demontabel. Op een punt is een spijker beter, en dat is precies waar constructeurs hem voorschrijven: hij is taaier. Hij buigt waar een schroef breekt, en bij een constructie die moet kunnen vervormen is dat het gewenste gedrag.

  • SpinthoutPremium · ook: Spinthout, spint, het spint, spintlaag

    Spinthout is het jonge, buitenste hout van een boomstam, tussen de schors en het kernhout. Het is meestal lichter van kleur, zachter en minder duurzaam dan het kernhout en gevoeliger voor houtworm, schimmel en rot. Voor buitenwerk en kozijnen wordt daarom vaak spintvrij hout geëist.

  • SporenkapPremium · ook: Sporenkap, sporendak, sparrendak, kepersporenkap

    Een sporenkap is een dakconstructie waarbij schuine sporen van de nok naar de muurplaat lopen en samen een driehoek vormen die door hanenbalken bijeen wordt gehouden. Het is de oudste en eenvoudigste kapvorm en hij ligt op vrijwel elke Nederlandse woning van vóór de oorlog. De hele constructie is één samenwerkend geheel: elk spoor is licht en draagt weinig, maar samen met de tegenoverliggende sporen, de hanenbalken en het dakbeschot vormen ze een stijve schijf. Dat maakt hem sterk en dat maakt hem gevoelig voor ingrepen.

  • SpouwankerPremium · ook: Spouwhaak, muuranker, gevelanker, spouwbinder

    Een spouwanker is een korte staaf of draad die het buitenblad van een spouwmuur verbindt met het binnenblad. Het buitenblad draagt zichzelf maar staat niet stabiel; de ankers houden het rechtop tegen windbelasting.

  • StaalPremium · ook: Staal, constructiestaal, bouwstaal, wapeningsstaal, RVS voor roestvast staal.

    Staal is een legering van ijzer en koolstof, in de bouw gebruikt voor draagconstructies, voor wapening in beton en voor bevestigingsmiddelen. Het is sterk op trek en op druk en het is daarmee complementair aan beton, dat alleen op druk sterk is. De zwakte van staal is corrosie: onbeschermd staal roest, en roest zet uit en drukt het materiaal eromheen kapot.

  • StaalplaatbetonvloerPremium · ook: Staalplaatbetonvloer, staalplaat-betonvloer, composietvloer, verbundvloer

    Een staalplaatbetonvloer is een vloer waarbij beton wordt gestort op een geprofileerde staalplaat die daarna deel blijft uitmaken van de constructie. De plaat oogt als een bekisting die is blijven zitten, en dat is precies de misvatting die schade veroorzaakt. De staalplaat is bekisting, en de wapening aan de onderzijde — hij zit in de trekzone en draagt mee. Wie er een gat in boort voor een ophangbeugel of een leidingdoorvoer, snijdt de trekwapening door op de plek waar die het hardst werkt: in het midden van de overspanning, aan de onderkant. Bij één klein gaatje gebeurt er niets dramatisch; bij een rij bevestigingen of een doorvoer wel. Boren in zo'n vloer is daarom geen kwestie van de juiste plug, maar van eerst vragen of het mag.

  • StaalskeletPremium · ook: Staalskelet, staalconstructie, staalbouw, staalskeletbouw, staalframebouw

    Een staalskelet is een draagconstructie van stalen kolommen en liggers. Bij staal draait alles om twee dingen die het materiaal zelf niet heeft. Onbeschermd staal verliest bij brand binnen minuten zijn sterkte, en onbeschermd staal roest. Een staalconstructie is daarom nooit alleen staal: er hoort een brandwerende bekleding of coating bij en een conserveringssysteem, en die twee bepalen samen een groot deel van de kosten en vrijwel het hele onderhoud.

  • Staand verbandPremium · ook: Blokverband

    Staand verband is een metselverband waarin lagen met alleen strekken en lagen met alleen koppen elkaar afwisselen, waarbij de koppen recht boven elkaar staan in plaats van te verspringen. Daardoor ontstaan verticale lijnen van koppen door de gevel. Het is het verband dat het dichtst bij kruisverband ligt en er in de praktijk het vaakst mee wordt verward.

  • StabiliteitswandPremium · ook: Stabiliteitswand, windverband, schijfwerking

    Een stabiliteitswand is een wand die het gebouw stabiliseert tegen horizontale krachten, vooral wind. Zij neemt die krachten op in haar vlak en voert ze naar de fundering. Verticale belasting draagt vrijwel elke dragende wand; horizontale belasting draagt alleen een wand die daarvoor is bedoeld en juist die wanden zijn bij verbouwingen het risico.

  • Stalen liggerPremium · ook: Stalen ligger, stalen balk, staalprofiel, staalbalk, ligger

    Een stalen ligger is een horizontale draagbalk van staal die de belasting van een vloer, dak of muur boven een opening overneemt en naar de steunpunten aan weerszijden brengt. Je vindt hem boven een doorbraak in een dragende muur, boven grote raamopeningen en in de constructie van uitbouwen en dakopbouwen.

  • StapelbouwPremium · ook: Stapelbouw, traditionele bouw, metselbouw, massiefbouw

    Stapelbouw is bouwen door op de bouwplaats steen voor steen te metselen of blok voor blok te stapelen. Het is de manier waarop vrijwel de hele Nederlandse woningvoorraad tot ver in de twintigste eeuw is gebouwd, en het is nog altijd de gangbaarste bouwwijze voor grondgebonden woningen. Het onderscheidende voordeel is vormvrijheid en herstelbaarheid: elk detail kan op de bouwplaats worden opgelost en elke steen kan later worden vervangen. Het onderscheidende nadeel is bouwvocht en doorlooptijd: een gemetselde woning brengt duizenden liters water in het gebouw die er de eerste jaren weer uit moeten.

  • SteektrapPremium · ook: Steektrap, rechte trap, rechte steektrap, enkelvoudige trap

    Een steektrap is een trap die in één rechte lijn van de ene verdieping naar de andere loopt, zonder bocht of bordes. Het is de eenvoudigste, goedkoopste en prettigst lopende trapvorm — en de meest ruimtevragende. In een Nederlandse rijtjeswoning is de steektrap daarom vrijwel altijd steil: de beschikbare lengte in de plattegrond is de beperking, en de trap wordt aan die lengte aangepast in plaats van andersom.

  • SteenboorPremium · ook: Steenboor, betonboor, muurboor, hamerboor

    Een steenboor is een boor met een hardmetalen plaatje of kop aan de punt, die het materiaal verbrijzelt in plaats van het weg te snijden. Dat is het hele principe: staal is niet hard genoeg voor steen, dus zit er een stukje hardmetaal op dat door de slag van de machine het materiaal versplintert. De spiraal voert het gruis af. Zonder slag gebeurt er vrijwel niets — en dat is waarom een steenboor in een gewone boormachine zonder klopstand alleen warm wordt.

  • SteenslagPremium · ook: Steenslag, split, grind, granulaat, funderingsmateriaal

    Steenslag is gebroken steen die als funderings- of drainagelaag onder verharding en constructies wordt aangebracht. De belangrijkste eigenschap zit niet in de steen maar in de vorm ervan. Gebroken steenslag haakt in elkaar: de scherpe kanten kantelen tegen elkaar aan en vormen na verdichten een laag die zich als één geheel gedraagt — rond grind rolt en blijft rollen. Wie een oprit op grind aanlegt, legt hem op kogellagers. En zelfs het juiste materiaal doet niets wanneer het in één dikke laag wordt gestort: verdichten gebeurt in lagen, want een trilplaat bereikt de onderkant van een dikke laag simpelweg niet.

  • SteensmuurPremium · ook: Steensmuur, steens muur en muur in steensverband komen alle drie voor

    Een steensmuur is een gemetselde muur met een dikte van een hele steenlengte, ongeveer eenentwintig centimeter zonder afwerking. De muur is massief en heeft dus geen spouw. Je vindt hem vooral in gevels van woningen van voor ongeveer 1930.

  • StelkozijnPremium · ook: Stelkozijn, blindkozijn, voorzetkozijn

    Een stelkozijn is een hulpkozijn dat tijdens de ruwbouw wordt geplaatst en waarin het definitieve kozijn later wordt gemonteerd. Het houdt de opening op maat en beschermt het afwerkkozijn tegen bouwvocht en beschadiging. Bij binnendeuren is het stelkozijn de constructie waarin het deurkozijn wordt gesteld en waarmee de aansluiting op de wand wordt gemaakt.

  • SterkteklassePremium · ook: Sterkteklasse, vastheidsklasse, kwaliteitsklasse

    Een sterkteklasse is de genormeerde aanduiding van de rekenwaarde waarmee een constructiemateriaal mag worden berekend. Bij beton staat er iets als C20/25, en die twee getallen worden vrijwel altijd verkeerd gelezen. Het is geen bandbreedte van 20 tot 25 maar één sterkte, gemeten op twee proefstukvormen: 20 newton per vierkante millimeter op een cilinder, 25 op een kubus van hetzelfde beton. Dezelfde sterkte, twee meetmethoden. Wie het als bereik leest, denkt marge te hebben die er niet is. En het tweede misverstand: een hogere klasse is geen betere kwaliteit. C24-hout is niet mooier of duurzamer dan C18 — het is doorgerekend op een hogere karakteristieke buigsterkte. Duurzaamheid, uiterlijk en vochtgevoeligheid staan er los van.

  • Stijl- en regelwerkPremium · ook: Stijl- en regelwerk, stijlwerk, regelwerk, raamwerk, houten skelet, wandframe.

    Stijl- en regelwerk is het frame van verticale stijlen en horizontale regels waarop een wand, een plafond of een dakkapel wordt beplaat. Het draagt de beplating, houdt de isolatie op zijn plaats en biedt bevestigingspunten. Het is het skelet dat je na de afwerking niet meer ziet maar altijd voelt.

  • StrekPremium · ook: Strekse laag, strek

    Een strek is een baksteen die met de lange zijde in het gevelvlak ligt. Het is de tegenhanger van de kop, die met de korte zijde naar buiten ligt. Daarnaast betekent strek ook: de gemetselde afwerking boven een raam- of deuropening, meestal uitgevoerd als een laag staande stenen die de opening lijkt te overspannen.

  • StrekkenlaagPremium · ook: Strekkenlaag, strekkenrij, strekse laag, loperlaag

    Een strekkenlaag is een laag metselwerk waarin de bakstenen met hun lange zijde in het zicht liggen. Het is de meest gemetselde laag in Nederland, en dat komt door één ontwikkeling: sinds de spouwmuur bestaat, wordt vrijwel elk buitenblad uitsluitend in strekken gemetseld. Een gevel van uitsluitend strekken vertelt daarmee iets over het bouwjaar en over de constructie erachter — en dat is precies de informatie die je nodig hebt voordat je over isolatie nadenkt.

  • StrekkenverbandPremium · ook: Strekverband, lopend verband

    Strekkenverband is een verband waarin uitsluitend strekken zichtbaar zijn: elke steen ligt met de lange zijde naar buiten. De lagen verspringen ten opzichte van elkaar, doorgaans een halve steen maar soms een derde of een kwart. Het is het meest voorkomende verband in Nederland en het beeld dat vrijwel elke naoorlogse gevel bepaalt.

  • StrengperssteenPremium · ook: Strengperssteen, strengpers, geperste steen, machinale steen

    Een strengperssteen wordt gemaakt door klei door een mond te persen en met een draad op maat te snijden. Het resultaat is een strakke, maatvaste steen met een glad oppervlak, aanzienlijk goedkoper dan handvorm.

  • StutwerkPremium · ook: Stutwerk, schoren, stempelen, onderstempeling

    Stutwerk is de tijdelijke ondersteuning van een constructie tijdens een ingreep, zodat de belasting wordt overgenomen terwijl er wordt gewerkt aan het dragende deel. Bij een doorbraak, een funderingsherstel of een noodsituatie is het stutwerk de veiligheidsvoorziening waar alles op rust, letterlijk.

  • SulfaataantastingPremium · ook: Sulfaataantasting, sulfaatagressie, sulfaatschade

    Sulfaataantasting is de chemische afbraak van beton, mortel of pleisterwerk door sulfaten uit grond, grondwater of gips. Het sulfaat reageert met het cement en vormt kristallen die meer ruimte innemen dan het materiaal waar zij uit ontstaan. Het beton zwelt, scheurt en wordt zacht. Het gaat langzaam en het gaat door zolang er vocht en sulfaat aanwezig zijn.

  • SysteembouwPremium · ook: Systeembouw, industriële bouw, montagebouw, prefabbouw

    Systeembouw is bouwen met geïndustrialiseerde, gestandaardiseerde elementen die in een fabriek worden gemaakt en op de bouwplaats worden gemonteerd. In Nederland kende de periode 1950 tot 1975 tientallen bouwsystemen, elk met eigen kenmerken en eigen gebreken. Bij een woning uit die periode is het bouwsysteem vaak de sleutel tot begrip van de problemen.

  • SysteemvloerPremium · ook: Systeemvloer, prefab vloer, kanaalplaatvloer, breedplaatvloer, ribbenvloer

    Een systeemvloer is een vloer die is opgebouwd uit geprefabriceerde elementen die op de bouwplaats worden gelegd en aan elkaar verbonden. Zij vervangt de traditionele in het werk gestorte vloer en de houten balklaag, en zij is sinds de jaren zestig de standaard in de Nederlandse woningbouw.

Wat staat hier?

Wat staat er in een begrip?
Wat het is, waar je het tegenkomt en hoe je het herkent — altijd vrij te lezen. De hoofdstukken daarachter, over kosten, regelgeving, onderhoud en veelgemaakte fouten, horen bij een abonnement.
Wat betekent het label Premium?
Dat er achter de korte omschrijving meer staat. De term zelf en wat hij betekent zijn nooit afgeschermd; een woordenboek dat je de betekenis onthoudt is geen woordenboek.
Waarom staan er synoniemen bij?
Omdat het vak twee of drie woorden voor hetzelfde heeft en een offerte zelden het woord gebruikt dat jij kent. De zoekbalk hierboven zoekt ook in die synoniemen.

Verder kijken