KennisWoningtypen
Wat staat hier?Wat er speelt bij dít soort huis. Hoe het gebouwd is, welke gebreken erbij horen, en wat er meestal als eerste aan de beurt is.
Sorteren:Nieuwste eerst
in zeven groepen — wat de kleuren betekenen
Uitgelicht
- wonen
De arbeiderswoning van voor 1920
Ongeveer 1880 tot 1920. De Woningwet van 1901 en de gemeentelijke bouwverordeningen die erop volgden vormen binnen die periode een duidelijke scheidslijn: daarvoor werd er gebouwd zonder toezicht op maten, lichttoetreding en riolering, daarna met een minimum aan eisen. Woningen van na 1901 zijn gemiddeld ruimer, hoger en beter geventileerd dan de blokken van twintig jaar eerder. Nederland heeft nog enkele honderdduizenden woningen uit deze periode. Ze staan geconcentreerd in de negentiende-eeuwse schil van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Groningen, Leiden, Dordrecht en Arnhem, in de fabrieksbuurten van Twente, Tilburg en Zuid-Limburg, en in de oude dorpskernen langs vaarten en spoorlijnen. In de westelijke steden staat een groot deel op houten palen, in het oosten en zuiden vrijwel altijd op staal.
1× bekeken
8 van 26 woningtypen
- wonen
De jaren-dertig woning
1920 tot 1940, met de meeste woningen tussen 1925 en 1939. Nederland heeft er ruwweg 800.000 van, ongeveer een op de tien woningen in de voorraad, en het is daarmee het meest gewilde en meest besproken woningtype van het land. Je vindt ze in de uitbreidingswijken die tussen de vooroorlogse stad en de naoorlogse wijken in liggen: de zuidelijke en oostelijke schil van de grote steden, de tuindorpen van de woningbouwverenigingen, en de complete straatwanden in plaatsen als Hilversum, Amersfoort, Zwolle, Eindhoven, Breda en Apeldoorn. Een aanzienlijk deel is nog in bezit van corporaties, vooral in de vroege tuindorpen.
1× bekeken
- isolatie
De wederopbouwwoning, 1945 tot 1960
1945 tot 1960, met het zwaartepunt tussen 1948 en 1960. Nederland had aan het eind van de oorlog een groot woningtekort, en de eerste jaren daarna werd er gebouwd onder rijkstoezicht met vastgestelde normen voor oppervlakte, materiaalgebruik en kosten. Dat verklaart waarom de woningen uit deze periode overal in het land zo op elkaar lijken. Er staan er ongeveer zeshonderdduizend, in de eerste naoorlogse uitbreidingen van vrijwel elke gemeente en in de wederopbouwgebieden van Zeeland, Gelderland en Limburg en de gebombardeerde binnensteden van Rotterdam, Nijmegen, Arnhem en Den Helder. Je herkent ze aan de stedenbouw: lange rechte stroken met ruimte ertussen, veel openbaar groen, en een straatprofiel dat op de fiets is ontworpen.
1× bekeken
- fundering
Grachtenpand en historisch stadspand
Voor 1900, met een zwaartepunt in de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw. Veel panden zijn in de negentiende eeuw ingrijpend verbouwd achter een oudere gevel, waardoor het bouwjaar van de gevel en dat van de constructie tientallen jaren uiteen kunnen liggen.
1× bekeken
- geluid
Herbestemd pand als woning
Het pand zelf dateert doorgaans van voor 1970; de woonfunctie is er tussen 1990 en nu in aangebracht. Denk aan een schoolgebouw, een kerk, een pakhuis, een fabriek, een watertoren, een kantoor of een boerderijschuur.
1× bekeken
- materiaal
Houtskeletbouwwoning
1975 tot heden. De eerste golf viel tussen 1975 en 1990, met een terugval daarna en een sterke groei vanaf 2015 door de aandacht voor materiaalgebonden uitstoot en snelle bouwtijd.
2× bekeken
- regelgeving
Recreatiewoning en chalet
1960 tot heden, met een grote golf tussen 1970 en 1990 en een tweede vanaf 2010. De bouwwijze verschilt sterk per periode en per park, meer dan bij welk ander woningtype dan ook.
1× bekeken
- isolatie
Tuindorpwoning uit 1915 tot 1935
1915 tot 1935, met de meeste bouw tussen 1918 en 1930. Gebouwd in samenhangende buurten door woningbouwverenigingen, in de geest van de Woningwet van 1901.
1× bekeken
Wat staat hier?
- Hoe weet ik welk type ik heb?
- Aan de bouwperiode en de vorm: rij of vrijstaand, wel of geen kruipruimte, spouw of massief. De bouwperiode staat bij elk type erbij.
- Waarom is dat nuttig?
- Omdat de gebreken per bouwperiode voorspelbaar zijn. Een huis uit 1930 heeft andere problemen dan een huis uit 1975, en dat scheelt in wat je eerst laat kijken.
- Mijn huis is verbouwd — geldt het dan nog?
- Voor de schil vaak wel en voor de installatie vaak niet. Bij elk type staat wat er doorgaans is vervangen en waaraan je dat ziet.
Verder kijken
Stijlgidsen
Waaraan je een bouwstijl herkent
17 stijlgidsen
Gebreken
Zoek op wat je ziet
226 gebreken
Verbeterchecks
Vragen langs, en dan de maatregelen
22 verbeterchecks