Naar de inhoud

Dit is een bètaversie van Builddocs. Je kunt alles bekijken, maar aanmelden en een abonnement afsluiten kan nog niet.

Bouwkundige termen in gewone taal. Wat het is staat er altijd — de uitleg erachter hoort bij een abonnement.

in Begrippen
Sorteren:Standaard

Wis alle filters (2)

32 van 2.115 begrippen

L

  • LaagdiktePremium · ook: Laagdikte, filmdikte, verflaagdikte, coatingdikte

    Laagdikte is de dikte van een aangebrachte laag verf, lak, coating of pleister, gemeten in micrometers of millimeters. Bij verf is het verschil tussen de natte laag direct na het aanbrengen en de droge laag na uitharding het belangrijkste onderscheid. De laagdikte bepaalt hoe lang de laag zijn werk doet.

  • LakPremium · ook: Lak, lakverf, aflak, glansverf, emaille

    Lak is dekkende verf met een gladde, gesloten film, bedoeld als afwerklaag op hout, metaal en kunststof. De aflak bepaalt het uiterlijk en niet de levensduur; die zit in de grondlaag en in de voorbereiding.

  • Lambda-waardePremium · ook: Lambda-waarde, warmtegeleidingscoëfficiënt, lambdawaarde, λ-waarde

    De lambda-waarde geeft aan hoe goed een materiaal warmte geleidt, uitgedrukt in watt per meter per kelvin; hoe lager, hoe beter het isoleert. Het is een eigenschap van het materiaal en niet van de laag: pas gedeeld door de dikte wordt het een isolatiewaarde waarmee je offertes kunt vergelijken.

  • LambdawaardePremium · ook: Lambdawaarde, warmtegeleidingscoefficient, lambda, lambda-D

    De lambdawaarde geeft aan hoe goed een materiaal warmte geleidt, uitgedrukt in watt per meter per kelvin. Hoe lager het getal, hoe beter het materiaal isoleert. Het is de enige eigenschap waarmee isolatiematerialen onderling eerlijk te vergelijken zijn: alle andere getallen op een verpakking — de Rd-waarde, het energielabel, de dikte — volgen eruit of hangen ervan af.

  • LambriseringPremium · ook: Lambrisering, wandbetimmering, beschot, paneelwand, wandpanelen

    Lambrisering is een betimmering tegen de onderste helft of het geheel van een wand, doorgaans van hout of van plaatmateriaal. Het is ooit ontstaan als bescherming: het onderste deel van een muur krijgt de klappen, de schoppen en het vocht, en een houten schil vangt dat op. In een oud pand doet het dat nog steeds. In een nieuw pand is het vrijwel altijd een esthetische keuze — en daar zit de valkuil, want een betimmering tegen een vochtige muur maakt het probleem erger in plaats van beter.

  • LariksPremium · ook: Lariks, larix, larikshout, lorkenhout

    Lariks is een naaldhoutsoort die als enige Europese naaldboom zijn naalden verliest, met een harsrijk en relatief zwaar kernhout. Het is in Nederland de gangbare keuze voor gevelbekleding die onbehandeld mag vergrijzen.

  • LatexverfPremium · ook: Latexverf, latex, muurverf, dispersieverf, acrylverf voor wanden

    Latexverf is watergedragen muurverf waarin kunststofdeeltjes zijn gedispergeerd, die na verdamping van het water samenvloeien tot een aaneengesloten laag. De hele bruikbaarheid zit in dat samenvloeien. Het water verdampt eerst, en pas daarna trekken de deeltjes elkaar samen tot een film. Dat proces vraagt tijd en temperatuur, en het is de reden dat latex die op een koude wand of in tocht is aangebracht nooit de hardheid en de reinigbaarheid haalt die op het blik staat.

  • LeemPremium · ook: Leem, leemstuc, leempleister, leemsteen

    Leem is een mengsel van klei, silt en zand dat als bouwmateriaal wordt gebruikt voor pleisterwerk, voor vullingen in vakwerk en voor massieve wanden. Het is een van de oudste bouwmaterialen en het is de laatste jaren terug in de aandacht vanwege twee eigenschappen: het reguleert de luchtvochtigheid in een ruimte en het heeft een zeer lage milieubelasting.

  • LeibedekkingPremium · ook: Leibedekking, leidak, leiendak, leiendekking, natuurleien

    Leibedekking is een dakbedekking van dunne stenen platen, die overlappend op een houten ondergrond worden bevestigd. De prijs van een leiendak wordt afgeschreven op de lei, en de lei is niet wat het eerst opgeeft. Een natuurlei gaat honderd jaar mee, de spijker waarmee hij hangt de helft daarvan. Het dak wordt niet vervangen omdat de leien op zijn maar omdat de bevestiging het begeeft en het beschot eronder is aangetast — en bij het vernieuwen is een groot deel van de oude leien gewoon herbruikbaar. Wie een offerte krijgt waarin alle leien nieuw zijn, mag daar naar vragen.

  • LeidekkerPremium · ook: Leidekker, leiendekker, schaliedekker, leislager

    Een leidekker legt en herstelt daken en gevels met natuurleien of vezelcementleien. Het vak kent een gegeven dat het onderhoud volledig stuurt en dat weinig eigenaren kennen. Een natuurlei gaat langer mee dan de spijkers en haken waarmee hij vastzit. Een leiendak dat na zestig of tachtig jaar leien begint te verliezen, is daarom zelden versleten: de bevestiging is op, en de leien zelf zijn vaak nog goed. Dat opent een route die bij een pannendak niet bestaat — het dak opnieuw laten leggen met de bestaande leien, tegen een fractie van de kosten van nieuw materiaal.

  • LeihaakPremium · ook: Leihaak, leienhaak, storm haak voor leien, crochet

    Een leihaak is een gebogen metalen haak waarmee een natuursteen- of vezelcementlei op het dak wordt vastgezet. Hij grijpt om de onderrand van de lei en houdt hem tegen opwaartse wind. De haak is klein, hij is goedkoop, en hij bepaalt de levensduur van het hele leiendak: als het materiaal van de haak eerder opgeeft dan de lei, gaat een dak dat honderd jaar had kunnen meegaan er na dertig af.

  • LeisteenPremium · ook: Leisteen, lei

    Leisteen is een metamorf gesteente dat zich in dunne platen laat splijten. Die splijtbaarheid maakt het uitermate geschikt als dakbedekking en als vloertegel. Het is dicht, vorstbestendig en vrijwel onderhoudsvrij, en natuurleien op een dak gaan tot honderdvijftig jaar mee.

  • LekdorpelPremium · ook: Lekdorpel, druipdorpel

    Een lekdorpel is een profiel dat onder een kozijn of onder een gevelopening wordt aangebracht om water af te voeren, met een naar buiten stekende rand die het water laat afdruipen. Het onderscheid met de waterslag is dat een lekdorpel doorgaans dunner is en op of tegen een bestaand element wordt gemonteerd, vaak bij renovatie.

  • Lepelboor · ook: Lepelboor, lepelboortje, lepelvormige boor

    Een lepelboor is een houtboor met een halfronde, lepelvormige punt zonder centreerpunt en zonder spiraal. Hij snijdt met de rand van de holle bak. Omdat hij zichzelf niet centreert, kun je hem tijdens het boren bijsturen en zo een gat maken dat niet loodrecht op het oppervlak staat.

  • LessenaarsdakPremium · ook: Lessenaardak, eenzijdig hellend dak, pultdak

    Een lessenaarsdak is een dak met een enkel hellend vlak, dat aan de ene zijde hoog is en aan de andere laag. Er is geen nok in de gebruikelijke zin. Het is de dakvorm die bij moderne woningbouw en bij aanbouwen veel wordt toegepast, en die zich bij uitstek leent voor zonnepanelen wanneer het vlak op het zuiden ligt.

  • LevenscyclusanalysePremium · ook: LCA, levenscyclusanalyse, milieueffectanalyse

    Een levenscyclusanalyse berekent de milieueffecten van een product of gebouw over de hele levensduur: winning, productie, transport, bouw, gebruik, onderhoud, sloop en verwerking. Het is de methode waarmee onderbouwd kan worden welk materiaal werkelijk beter is, in plaats van af te gaan op intuïtie of op marketing.

  • LichttoetredingsfactorPremium · ook: Lichttoetredingsfactor, lichtdoorlatingsfactor, lichtdoorlatendheid, lichttransmissie.

    De lichttoetredingsfactor is het deel van het zichtbare daglicht dat door een ruit heen komt. Je schrijft hem als getal tussen 0 en 1, of als percentage. Een LTA van 0,78 betekent dat achtenzeventig procent van het licht binnenkomt en de rest wordt teruggekaatst of in het glas opgenomen.

  • Lijm · ook: Lijm, kleefstof, adhesief

    Lijm is een stof die twee oppervlakken aan elkaar hecht en na verharding kracht overbrengt. Anders dan kit is lijm bedoeld om te dragen en niet om een bewegende naad te dichten. Welke lijm je nodig hebt, hangt af van de materialen, de belasting en de vochtigheid ter plaatse.

  • LijmkamPremium · ook: Lijmkam, kamspaan, tandspaan, getande spaan, tandtroffel

    Een lijmkam is een spaan met tanden waarmee tegellijm in gelijkmatige ribbels wordt verdeeld. Het is een van de goedkoopste gereedschappen in de bouw en het bepaalt iets duurs: de maat van de vertanding bepaalt hoeveel lijm er onder de tegel komt. Te weinig lijm geeft holle plekken en losse tegels; te veel lijm geeft een tegel die te hoog komt en lijm die door de voeg omhoog perst. De juiste maat staat op de zak lijm en op de doos tegels, en vrijwel niemand kijkt.

  • LijmklemPremium · ook: Lijmklem, lijmtang, klem, schroefklem, spanklem

    Een lijmklem houdt twee delen tegen elkaar terwijl de lijm uithardt. De reflex is zo vast mogelijk aandraaien en dat verzwakt de verbinding. Een lijmnaad heeft lijm nodig; te vast klemmen perst hem eruit en dan hecht droog hout op droog hout. Wat je zoekt is voldoende druk om de delen sluitend tegen elkaar te brengen en een dun, gelijkmatig lijmlaagje te houden — herkenbaar aan een kleine, gelijkmatige rups lijm die overal langs de naad naar buiten komt. Komt er niets uit, dan was er te weinig lijm of te veel druk; komt er veel uit, dan was er te veel lijm.

  • LijmmortelPremium · ook: Lijmmortel, dunbedmortel, lijm voor blokken, blokkenlijm

    Lijmmortel is een fijne mortel die in een laag van twee tot vier millimeter wordt aangebracht, in plaats van de tien tot vijftien millimeter van een metselmortel. Zij wordt gebruikt voor maatvaste blokken zoals cellenbeton en kalkzandsteen, en zij vergeeft niets aan de ondergrond.

  • LijnoliePremium · ook: Lijnolie, lijnzaadolie, standolie, gekookte lijnolie, lijnolieverf

    Lijnolie is een plantaardige olie uit lijnzaad die het hout intrekt en daar door opname van zuurstof uithardt. Het is de oudste houtbescherming die we hebben, en het is ook het materiaal met het meest onderschatte gevaar in de doe-het-zelfhoek: een prop met lijnolie doordrenkte doeken kan spontaan ontbranden. Dat is geen verhaal maar een chemisch proces, en het is een terugkerende oorzaak van werkplaats- en woningbranden.

  • LinoleumPremium · ook: Linoleum, lino, marmoleum, natuurlinoleum

    Linoleum is een vloerbedekking van geoxideerde lijnolie met houtmeel, kurkmeel, harsen en kalksteen, op een juterug. Het is een van de weinige echt biobased vloeren, het gaat twintig tot veertig jaar mee, en het heeft één eigenschap die iedereen die er voor het eerst mee werkt verrast: een nieuwe linoleumvloer is geel en wordt vanzelf lichter. Dat heet de droogkamergeling en hij trekt binnen enkele weken bij daglicht weg — het is geen fabricagefout en er is geen reden om te klagen.

  • LintvoegPremium · ook: Lintvoeg, liggende voeg, horizontale voeg, legvoeg

    Een lintvoeg is de horizontale voeg tussen twee lagen metselwerk. Hij is dun, doorgaans tien tot twaalf millimeter, en hij doet meer dan hij lijkt: hij verdeelt de druk gelijkmatig over de stenen, hij houdt regen tegen, en hij is de laag waarin het metselwerk zijn kleine bewegingen opvangt. Bij vrijwel elke gevelklacht, vocht, scheuren, uitbloei, roestende ankers, loopt het spoor via de lintvoeg.

  • LintzaagPremium · ook: Lintzaag, bandzaag, zaagband, lintzaagmachine

    Een lintzaag is een machine met een doorlopende, verticaal lopende zaagband over twee of drie wielen. Er is één getal dat bepaalt wat je met de machine kunt zagen, en dat staat niet op de machine maar op de band. De breedte van de zaagband bepaalt de kleinste bocht die je kunt zagen. Een smalle band van zes millimeter volgt een krappe ronding; een brede band van vijfentwintig of meer loopt kaarsrecht maar wil niet de bocht om. Wie met een brede band een kromme lijn probeert te volgen, klemt de band vast, verdraait hem en breekt hem — en dat is bij deze machine de meest voorkomende schade.

  • LiplasPremium · ook: Liplas, lipverbinding, lasverbinding

    Een liplas is een verbinding waarbij twee stukken hout in de lengte aan elkaar worden gezet, met een overlap waarin van elk deel een stuk van de dikte is weggenomen. Bij herstelwerk is het de methode waarmee je alleen het aangetaste eind van een balk, stijl of dorpel vervangt en de rest van het hout laat zitten.

  • LoodPremium · ook: Lood, bladlood, loodslabbe, loketten

    Lood is een zacht, zwaar en zeer goed vervormbaar metaal, in de bouw gebruikt voor waterdichte aansluitingen bij daken, schoorstenen en gevels. Het gaat honderd jaar mee en het is vrijwel niet te evenaren in vormbaarheid. Tegelijk is lood giftig: loden waterleidingen en loodhoudende verf zijn een gezondheidsrisico dat in oudere woningen nog steeds voorkomt.

  • LoodhamerPremium · ook: Loodhamer, zachte hamer, zachtslaghamer, bosseerhamer, loodklopper

    Een loodhamer is een zachte hamer voor werk waarbij het werkstuk niet beschadigd mag raken, of voor het vormen van bladlood. Bij de klassieke uitvoering met een loden kop is er iets bijgekomen dat zwaarder weegt dan het gemak. Lood is giftig en de kop van een loden hamer slijt af — de deeltjes die vrijkomen, komen op je handen en in de werkplaats terecht. Dat is de reden dat loden hamers in professionele werkplaatsen zijn vervangen door koper, nylon of terugslagvrije uitvoeringen, en dat je bij een oude loodhamer in een geërfde kist beter kunt kiezen voor een alternatief.

  • LoodslabbePremium · ook: Loodslabbe, slab, loodstrook, flashing

    Een loodslabbe is een strook lood die de aansluiting afdicht tussen een dakvlak en opgaand werk, zoals een schoorsteen, een dakkapel of een muur. Het is een klein onderdeel met een grote betekenis: de overgrote meerderheid van de lekkages in hellende daken zit niet in de pannen maar in deze aansluitingen.

  • LoodwerkPremium · ook: Loodwerk, lood, bladlood, loodaansluiting, loodstrook

    Loodwerk is al het bladlood dat op een dak of aan een gevel water keert op de plekken waar twee bouwdelen elkaar raken: bij de schoorsteen, langs een dakkapel, bij een dakdoorvoer, boven een kozijn en waar een plat dak tegen een muur komt. Het lood buigt zich naar de vorm en houdt de naad droog.

  • LoofhoutPremium · ook: Loofhout, hardhout

    Loofhout is hout van loofbomen, bomen die hun blad verliezen. Het staat tegenover naaldhout van coniferen. De meeste loofhoutsoorten zijn dichter, harder en duurzamer dan naaldhout, en daarom worden ze gebruikt waar sterkte, slijtvastheid of buitenduurzaamheid nodig is.

  • LosmaakbaarheidPremium · ook: Losmaakbaarheid, demontabiliteit, omkeerbaarheid

    Losmaakbaarheid is de mate waarin bouwdelen en materialen aan het einde van hun gebruiksduur zonder schade uit elkaar te halen zijn. Het is de voorwaarde voor werkelijk hergebruik: wat je niet los krijgt, kun je niet opnieuw gebruiken, hoe goed het materiaal ook is.

Wat staat hier?

Wat staat er in een begrip?
Wat het is, waar je het tegenkomt en hoe je het herkent — altijd vrij te lezen. De hoofdstukken daarachter, over kosten, regelgeving, onderhoud en veelgemaakte fouten, horen bij een abonnement.
Wat betekent het label Premium?
Dat er achter de korte omschrijving meer staat. De term zelf en wat hij betekent zijn nooit afgeschermd; een woordenboek dat je de betekenis onthoudt is geen woordenboek.
Waarom staan er synoniemen bij?
Omdat het vak twee of drie woorden voor hetzelfde heeft en een offerte zelden het woord gebruikt dat jij kent. De zoekbalk hierboven zoekt ook in die synoniemen.

Verder kijken