Naar de inhoud

Dit is een bètaversie van Builddocs. Je kunt alles bekijken, maar aanmelden en een abonnement afsluiten kan nog niet.

Bouwkundige termen in gewone taal. Wat het is staat er altijd — de uitleg erachter hoort bij een abonnement.

in Begrippen
Sorteren:Standaard

Wis alle filters (2)

53 van 2.115 begrippen

S

  • SanitairkitPremium · ook: Sanitairkit, sanitairsilicone, siliconenkit, schimmelwerende kit

    Sanitairkit is een blijvend elastische afdichting voor de aansluitvoegen in natte ruimten. Er is één regel die bepaalt of de voeg jaren goed blijft, en hij druist in tegen het gevoel. Een kitvoeg mag maar aan twee zijden hechten en niet aan de bodem. Hecht hij ook aan de achterkant, dan kan hij de beweging tussen bad en tegelwand niet volgen: de kit wordt in het midden uitgerekt terwijl hij aan drie kanten vastzit, en scheurt los. Daarom hoort er in een diepe voeg een rugvulling of een strook tape achterin. Dat is de reden dat professionele voegen jaren meegaan en een dikke worst kit in een diepe naad na één winter loslaat. En de tweede regel: schimmel in een kitvoeg zit in de kit, niet erop. Schoonmaken haalt de aanslag van het oppervlak en niet de schimmel uit de massa. Een zwarte voeg vervang je.

  • SausenPremium · ook: Sausen, witten, muren schilderen, latexen

    Sausen is het schilderen van wanden en plafonds met muurverf. Het woord komt uit de tijd van sauskleuren en witkalk, dunne verven op basis van lijm of kalk. Het is blijven hangen als algemene aanduiding, ook nu er latex wordt gebruikt.

  • SchaafPremium · ook: Schaaf, handschaaf, blokschaaf, rijschaaf

    Een schaaf is een gereedschap dat met een vlak ingesteld mes een dunne krul van een houten oppervlak haalt, om het vlak, glad of op maat te maken. De kwaliteit zit niet in het merk maar in twee dingen: een vlakke zool en een scherp mes. Een botte schaaf scheurt het hout uit in plaats van het te snijden, en dat is de oorzaak van vrijwel elke slechte ervaring met dit gereedschap.

  • ScharnierPremium · ook: Scharnier, hengsel, paumelle, duimheng, kogelscharnier, potscharnier

    Een scharnier is de draaiende verbinding waarmee een deur, raam of luik aan het kozijn of de kast hangt. Het is de meest onderschatte component van een deur: hij draagt het volle gewicht, hij bepaalt of de deur na jaren nog goed sluit, en bij een naar buiten draaiende deur is hij de zwakke plek voor inbraak — want de scharnierpennen zitten dan aan de buitenzijde.

  • ScheluwPremium · ook: Scheluw, scheluwte, gewonden, getordeerd

    Scheluw betekent dat een vlak in zichzelf is gedraaid: de vier hoeken liggen niet in één vlak. Bij een plank herken je het doordat hij op een vlakke ondergrond wiebelt op twee diagonaal tegenover elkaar liggende hoeken. Bij een kozijn of een deur betekent het dat hij niet meer sluit. Het is een van de lastigste vormfouten om te herstellen.

  • Schiethamer · ook: Schiethamer

    Een schiethamer drijft een geharde nagel in één slag in beton of staal, met de kracht van een kruitpatroon of een gasontsteking. Je hoeft niet voor te boren en je gebruikt geen plug. Dat maakt het gereedschap snel, en daarom gebeuren er ongelukken mee wanneer de ondergrond niet is wat de gebruiker denkt.

  • SchietloodPremium · ook: Schietlood, paslood, loodlijn, plombeerlood, dieplood

    Een schietlood is een puntig gewicht aan een koord, dat door de zwaartekracht een volmaakt verticale lijn aangeeft. Het is het eenvoudigste meetgereedschap dat er bestaat en tegelijk het enige dat niet kan ontregelen. Een waterpas kan uit afstelling raken, een laser kan verlopen, maar een gewicht aan een draad wijst altijd naar het middelpunt van de aarde. Daarom is het schietlood nog steeds het referentiegereedschap waartegen de rest wordt gecontroleerd.

  • SchijnvoegPremium · ook: Schijnvoeg, krimpvoeg, contractievoeg, zaagsnede in beton, dummy joint

    Een schijnvoeg is een ingezaagde of ingelegde verzwakking in een betonvloer, die de krimpscheur op een gekozen plaats laat ontstaan. Het uitgangspunt is oncomfortabel en simpel. Beton scheurt, en de vraag is niet óf maar waar. Verhardend beton krimpt, die krimp wordt door de ondergrond en de wapening tegengehouden, en de spanning die daaruit volgt gaat er ergens uit. Een schijnvoeg maakt de doorsnede plaatselijk zwakker, zodat de scheur zich dáár vormt — in een rechte, geplande lijn onder in de zaagsnede — in plaats van diagonaal door het midden van je vloer.

  • SchilderwerkPremium · ook: Schilderwerk, schilderklus, verfwerk, afwerking

    Schilderwerk is het aanbrengen van verflagen ter bescherming en afwerking van een oppervlak. De verf krijgt de aandacht en bepaalt het minst. Schilderwerk is voor het grootste deel voorbereiding: de levensduur hangt aan de hechting, en de hechting wordt bepaald voordat er verf aan te pas komt. Ontvetten, schuren, kanten breken, kopse kanten behandelen en het vochtgehalte van het hout controleren — dat is waar een schilderbeurt van vijf jaar of van tien jaar wordt beslist. Wie de voorbereiding overslaat en een dure lak koopt, heeft dure verf die loslaat.

  • SchrobzaagPremium · ook: Schrobzaag, gatenzaag, sleutelgatzaag, spitszaag, gipsplaatzaag

    Een schrobzaag is een smalle handzaag met een spits toelopend blad waarmee je midden in een vlak kunt beginnen. Dat spitse einde is de hele reden dat het gereedschap bestaat, en tegelijk de bron van de klassieke fout. Het blad is smal en wordt aan één kant niet ondersteund, dus het knikt zodra je duwt. Wie kracht zet om sneller te gaan, krijgt een gebogen blad, een schuine snede en vaak een geknakt blad. De zaag werkt op rustige, lange halen met weinig druk — en dan zaagt hij precies waar je hem hebben wilt. Het is een van de oudere gereedschapswoorden in het Nederlands, en de decoupeerzaag en de gipszaag hebben de functie grotendeels overgenomen. In restauratie en bij smal werk is het principe nog steeds nuttig.

  • SchroefPremium · ook: Schroef, houtschroef, spaanplaatschroef, bout

    Een schroef is een bevestigingsmiddel met een draad die zich in het materiaal vastgrijpt. Er is één principe dat bepaalt of twee delen tegen elkaar trekken, en het staat op geen enkele verpakking. De draad hoort alleen in het onderste deel te grijpen; het bovenste deel moet vrij over de schroef kunnen bewegen. Grijpt de draad in beide delen, dan houdt hij ze op de afstand waarin ze stonden en trekt hij ze niet samen — er blijft een kier die niet meer weggaat. De oplossing is een doorlopende voorboring: het bovenste gat op schachtdikte, het onderste op kerndikte. Dat is de reden dat een schroef met een gladde schacht onder de kop bestaat.

  • SchroefbitPremium · ook: Schroefbit, bit, schroefinzet, inzetstuk

    Een schroefbit is een korte, verwisselbare punt met een zeskantschacht, die in een boormachine of een bithouder wordt geklemd. Het is het goedkoopste onderdeel in de hele keten en het bepaalt of de schroef er over tien jaar nog uitkomt. Een versleten bit van vijftig cent slijpt schroefkoppen rond in beslag van tweehonderd euro — dat is de hele afweging bij dit onderwerp.

  • SchroefboormachinePremium · ook: Schroefboormachine, boorschroefmachine, accuschroevendraaier, combiboormachine

    Een schroefboormachine is een handmachine met een instelbare koppeling die zowel boort als schroeft. Dat koppelingsringetje is het hele punt. Het laat de machine doorslippen zodra een ingestelde weerstand wordt bereikt, zodat de schroefkop niet doldraait en de schroef niet door het materiaal heen trekt. Wie dat ringetje nooit verzet, gebruikt een half apparaat.

  • SchroefkopPremium · ook: Schroefkop, kop

    De schroefkop is het bovenste deel van een schroef: de vorm die op het materiaal rust en het profiel waarmee je hem draait. Die twee keuzes samen bepalen meer dan de meeste mensen denken. De vorm bepaalt hoe de kracht op het materiaal wordt overgebracht en of de schroef zichtbaar blijft. Het profiel bepaalt hoeveel koppel je kunt overbrengen en of de kop over tien jaar nog is los te draaien.

  • SchroevendraaierPremium · ook: Schroevendraaier, schroevedraaier (verouderde spelling), draaier

    Een schroevendraaier is een handgereedschap met een gevormde punt die in de kop van een schroef past. De hele kunst zit in twee dingen: het juiste profiel en de juiste maat. Een punt die net niet past, draagt de kracht op de randen van de kop in plaats van op de flanken, en dan slijpt die kop rond. Een rondgeslepen schroef is er niet meer uit te halen, en dat is bij demontage van een keuken of een kozijn het verschil tussen een uur en een dag.

  • SchrootjeswandPremium · ook: Schrootjeswand, schroten, lambrisering, profielhout, messing-en-groefdelen.

    Een schrootjeswand is een wandafwerking van smalle houten of kunststof delen met een messing-en-groefverbinding, aangebracht op een regelwerk. Het was in de jaren zeventig en tachtig alomtegenwoordig en het is de laatste jaren terug in een strakkere vorm. Bouwfysisch is het aandachtspunt de spouw erachter: die kan vocht vasthouden.

  • SchurenPremium · ook: Schuren, opschuren, tussenschuren, afschuren, matteren

    Schuren is het met slijpkorrels wegnemen van materiaal om een oppervlak vlak, glad of hechtend te maken. De fout die het resultaat verpest, is niet te weinig schuren maar te snel opklimmen. Elke korrel moet de krassen van de vorige wegnemen, en dat lukt alleen bij kleine stappen. Wie van P80 direct naar P240 springt, poetst de grove krassen glad zonder ze weg te halen — het voelt zijdezacht, en zodra de lak erop staat, komt het krassenpatroon terug, want de lak vult niet maar volgt. De regel is dus: klim op in stappen, en controleer telkens of de sporen van de vorige korrel weg zijn voordat je verder gaat. Bij hout doe je dat met strijklicht van opzij.

  • SchuurpapierPremium · ook: Schuurpapier, schuurlinnen, schuurgaas, schuurvel

    Schuurpapier is een drager van papier, linnen of gaas met daarop een laag slijpkorrels, waarmee je materiaal wegneemt, een oppervlak vlak maakt of het ruwt voor hechting. De korrelgrootte bepaalt alles: te grof laat krassen achter die door de verf heen zichtbaar blijven, te fijn neemt niets weg en verstopt binnen een minuut. Werken met de juiste opeenvolging van korrels is het hele vak.

  • SierlijstPremium · ook: Sierlijst, lijstwerk, profiellijst, ornamentlijst, moulure

    Een sierlijst is een geprofileerde lijst die een overgang tussen twee vlakken afdekt en versiert. Er zit een montageregel achter die bepaalt of het werk mooi blijft. Een sierlijst dekt een naad af die gaat bewegen, en daarom hoort hij aan één vlak vast te zitten en niet aan beide. Lijm je een plafondlijst zowel aan het plafond als aan de wand, dan trekt de eerste krimpbeweging hem los of scheurt de lijst zelf — precies op de plek waar hij de scheur moest verbergen. Eén vlak vast, het andere vrij: dan schuift de beweging weg achter het profiel.

  • SlagmoersleutelPremium · ook: Slagmoersleutel, slagschroevendraaier, impactschroevendraaier, slagmachine

    Een slagmoersleutel is een machine waarbij een intern hamermechanisme korte, harde draaislagen op de aandrijving geeft. Daardoor levert hij een veelvoud aan koppel van een schroefboormachine zonder dat de reactie in je pols terechtkomt: de slagen worden binnenin opgevangen. Dat is de reden dat je hem gebruikt, en tegelijk de reden dat je er schroeven mee kunt afbreken zonder het te merken.

  • SlangenboorPremium · ook: Slangenboor, schroefboor, augerboor, lange houtboor

    Een slangenboor is een lange houtboor met een ruime spiraal en een schroefdraadpunt die zichzelf het hout in trekt. Hij is gemaakt voor één ding: diepe gaten door dik hout, tot enkele honderden millimeters. De schroefpunt trekt hem naar binnen en de ruime spiraal voert de spanen af, zodat hij niet vastloopt. Dat zelftrekkende gedrag is meteen het gevaar: hij stopt niet uit zichzelf, en wat er achter het hout zit, boort hij ook door.

  • SlangklemPremium · ook: Slangklem, slangenklem, klemband, jubileeklem (naar de merknaam Jubilee), wormklem

    Een slangklem is een metalen band die om een slang wordt geklemd om die op een nippel of een pijp vast te zetten. Hij is klein, hij kost een paar euro, en hij is de reden dat een wasmachineslang loslaat of blijft zitten. Bij een aansluiting die onder druk staat, is dat het verschil tussen een normale dag en een ondergelopen keuken.

  • SlotPremium · ook: Deurslot, insteekslot

    Het slot vergrendelt een deur. Bij moderne deuren zit het mechaniek in de deur en is alleen de cilinder van buitenaf te vervangen. Dat maakt het eenvoudig om de beveiliging te verbeteren zonder de deur te vervangen.

  • SlotkastPremium · ook: Slotkast, insteekslot, slotlichaam, kastslot, slotbody

    Een slotkast is het in de deur ingelaten slotlichaam waarin de schoten en het cilindergat zitten. Bij inbraakwerendheid gaat de aandacht naar de cilinder, en dat is precies één stap te ver. Bij de meest voorkomende inbraakmethode wordt de cilinder er in zijn geheel uitgetrokken, en wat dat tegenhoudt is niet de cilinder maar het beslag en de slotkast eromheen. Een cilinder met de hoogste classificatie achter een dun, onbeschermd schild is daarmee weggegooid geld. En het geheel is nooit sterker dan het kozijn en de sluitplaat waarin de schoot valt.

  • Sluitplaat · ook: Sluitplaat, sluitkom, slotplaat, sluitblik

    De sluitplaat is het metalen plaatje in het kozijn waar de schoot van het slot in valt. De plaat vangt de kracht op waarmee de deur dichtvalt en waarmee iemand hem probeert open te wrikken. Hij bepaalt dus mede hoe goed een deur sluit en hoe sterk hij is.

  • SluitringPremium · ook: Sluitring, onderlegring, ring, carrosseriering

    Een sluitring is een platte ring die tussen de kop of de moer en het materiaal wordt gelegd. Hij kost bijna niets en hij doet drie dingen tegelijk: hij verdeelt de kracht over een groter oppervlak, hij beschermt het materiaal tegen de draaiende kop, en hij overbrugt een gat dat ruimer is dan de bout. Wie hem weglaat, ziet dat terug als een kop die zich in het materiaal trekt.

  • SnijverliesPremium · ook: Snijverlies, snijafval, zaagverlies, verlies bij het op maat maken, uitval, restpercentage, reservepercentage

    Snijverlies is het deel van een materiaal dat je niet gebruikt omdat het bij het op maat maken overblijft. Bij tegels, laminaat, gipsplaten of gevelbekleding koop je daarom meer dan het oppervlak dat je bekleedt. Hoeveel meer hangt af van het formaat, het legpatroon en de vorm van de ruimte.

  • SoldeerboutPremium · ook: Soldeerbout, soldeerijzer, soldeerstation, soldeerpistool

    Een soldeerbout is een elektrisch verwarmd stuk gereedschap waarmee je twee metalen delen verbindt door er een smeltend toevoegmetaal — soldeer — tussen te laten vloeien. De verbinding komt niet tot stand doordat de soldeer erbovenop wordt gesmolten maar doordat het werkstuk warm genoeg is om de soldeer aan te trekken. Dat onderscheid verklaart het merendeel van de mislukte soldeerverbindingen: er is soldeer op koud metaal gedruppeld en dat hecht niet.

  • SoldeerringPremium · ook: Soldeerring, soldeerfitting met soldeerdepot, integraalfitting, ringfitting

    Een soldeerring is een koppelstuk voor koperen buis waarin het soldeer al is ingebouwd. De ingebouwde ring maakt het werk sneller en het maakt de controle lastiger. Bij een gewone capillaire fitting zie je een glanzende ring soldeer aan de rand verschijnen zodra de verbinding vol is; bij een soldeerring zit het soldeer binnenin en zie je dat niet. Je moet dan afgaan op de kleurverandering van het vloeimiddel en op het verschijnen van een klein randje soldeer aan de naad. Wie te vroeg stopt met verwarmen, houdt een verbinding over die er af is en die pas onder druk gaat lekken — vaak achter een afgewerkte wand.

  • SolderenPremium · ook: Solderen

    Solderen is het verbinden van twee metalen delen met een derde metaal dat bij een lagere temperatuur smelt. Het basismateriaal blijft heel. In huis kom je het vooral tegen bij koperen water- en cv-leidingen, waar het soldeer door de spleet tussen buis en fitting wordt gezogen.

  • SpaanplaatPremium · ook: Spaanplaat, meubelplaat, persplaat

    Spaanplaat bestaat uit houtspanen die met lijm zijn samengeperst. De spanen liggen willekeurig, waardoor de plaat in beide richtingen ongeveer gelijke eigenschappen heeft maar minder sterk is dan multiplex of OSB. Het is het goedkoopste plaatmateriaal en het wordt vooral gebruikt in meubels, kasten en als ondervloer in droge situaties.

  • SpaanplaatschroefPremium · ook: Spaanplaatschroef, snelbouwschroef, universele schroef, bouwschroef

    Een spaanplaatschroef is een dunne houtschroef met een scherpe punt, een grove draad en een verzonken kop, ontworpen om zonder voorboren in plaatmateriaal te gaan. Hij is de werkpaardschroef van de bouw: goedkoop, universeel en in vrijwel alles bruikbaar. Precies daardoor wordt hij ook gebruikt waar hij niet hoort — in dragende verbindingen en buiten — en dat zijn de twee plekken waar hij het laat afweten.

  • SpaarbordPremium · ook: Spaarbord, spanen, plakspaan, stukadoorsbord, hawk

    Een spaarbord is een vlak bord met een handvat aan de onderzijde, waarop een stukadoor of tegelzetter een hoeveelheid mortel meedraagt terwijl hij werkt. Het lijkt een detail, maar het bepaalt het werktempo: met een spaarbord hoef je niet telkens naar de kuip terug en houd je beide handen effectief in het werk.

  • SpanjoletPremium · ook: Spanjolet, espagnolet en espagnolette komen alle drie voor

    Een spanjolet is een raam- of deursluiting met een verticale stang langs de stijl. Draai je aan de knop of hendel in het midden, dan schuiven de uiteinden van de stang tegelijk naar boven en naar beneden en grijpen ze in het kozijn.

  • SpatelPremium · ook: Spatel, plamuurmes, stopmes, plakspaan

    Een spatel is een plat, veerkrachtig blad met een handvat, waarmee je plamuur, vulmiddel of lijm aanbrengt, uitstrijkt en afsteekt. De breedte en de veerkracht van het blad bepalen het resultaat. Een te stijf blad laat randen achter; een te slap blad volgt de bult die je juist wilde wegwerken.

  • SpeedboorPremium · ook: Speedboor, vlakboor, platte boor, spadeboor

    Een speedboor is een plat stalen blad met een centreerpunt en twee snijranden, dat een groot gat in hout maakt met een kleine machine. Zijn kracht is dat hij weinig vermogen vraagt: het blad schraapt het hout weg in plaats van het uit te snijden. Zijn zwakte volgt daar direct uit — hij scheurt uit bij de doorbraak en hij laat een ruwe wand achter. Voor een gat dat wegvalt achter een plaat of in een balklaag is dat prima; voor zichtwerk niet.

  • SpijkerPremium · ook: Spijker, nagel, draadnagel, pen

    Een spijker is een puntige metalen pen met een kop, die je in hout drijft om twee delen te verbinden. Waar een schroef zijn houvast uit schroefdraad haalt, haalt een spijker het uit wrijving en uit de vezels die zich om de schacht sluiten. Dat maakt hem sneller aan te brengen, beter bestand tegen schokbelasting, en aanzienlijk slechter bestand tegen uittrekken. Die drie eigenschappen bepalen waar hij hoort en waar niet. Hij verliest terrein aan de schroef, en voor het merendeel van het werk is dat terecht: een schroef is sterker op uittrekken en demontabel. Op een punt is een spijker beter, en dat is precies waar constructeurs hem voorschrijven: hij is taaier. Hij buigt waar een schroef breekt, en bij een constructie die moet kunnen vervormen is dat het gewenste gedrag.

  • Spuitpistool · ook: Spuitpistool, ook verfspuit, verfpistool of spuitapparaat

    Een spuitpistool brengt verf, beits of lak in een fijne nevel op een oppervlak aan, in plaats van met een kwast of een roller. Het geeft een gelijkmatige laag zonder strepen en werkt op grote vlakken snel. De tijdwinst verdwijnt wanneer je het afplakken en het reinigen erbij optelt, en dat is de kern van de afweging.

  • StanleymesPremium · ook: Stanleymes, afbreekmes, cuttermes, hobbymes, breekmes

    Een stanleymes is een mes met een verwisselbaar of afbreekbaar mesje, gebruikt voor het snijden van vloerbedekking, isolatie, karton, folie en kit. Het is het gereedschap dat de meeste snijwonden veroorzaakt op de bouw. De oorzaak is bijna altijd dezelfde: een bot mesje waarmee harder wordt geduwd, en snijden naar het lichaam toe.

  • SteekbeitelPremium · ook: Steekbeitel, houtbeitel, beitel, formeel

    Een steekbeitel is een houtbewerkingsbeitel met een vlak, aan één zijde afgeschuind lemmet, bedoeld om met de hand of met lichte hamerslagen hout weg te steken. Het gereedschap doet zijn werk met scherpte, niet met kracht. Een steekbeitel die scherp is, snijdt hout met handdruk; een botte beitel vraagt slagen, scheurt de vezel en glijdt weg. Het overgrote deel van de ongelukken en van het lelijke werk met een beitel komt voort uit botheid.

  • SteenboorPremium · ook: Steenboor, betonboor, muurboor, hamerboor

    Een steenboor is een boor met een hardmetalen plaatje of kop aan de punt, die het materiaal verbrijzelt in plaats van het weg te snijden. Dat is het hele principe: staal is niet hard genoeg voor steen, dus zit er een stukje hardmetaal op dat door de slag van de machine het materiaal versplintert. De spiraal voert het gruis af. Zonder slag gebeurt er vrijwel niets — en dat is waarom een steenboor in een gewone boormachine zonder klopstand alleen warm wordt.

  • SteengaasPremium · ook: Steengaas, stucgaas, rabitzgaas, wapeningsgaas, pleisterdrager.

    Steengaas is een gaas van metaal of van glasvezel dat als drager of als wapening in stucwerk wordt aangebracht. Het heeft twee functies die door elkaar worden gehaald: als drager maakt het stucwerk mogelijk op een ondergrond die zelf niet hecht, en als wapening voorkomt het scheuren op plekken waar spanning ontstaat.

  • SteenzetterPremium · ook: Steenzetter, straatmaker, bestrater, natuursteenzetter

    Een steenzetter zet steen zonder mortel, zodat de stenen elkaar klemmen. Het vak draait om een principe dat haaks staat op wat metselen doet. De stabiliteit komt niet uit een bindmiddel maar uit de klemming tussen de stenen en uit de laag eronder. Elke steen wordt zo gezet dat hij zijn buren tegenhoudt; het geheel gedraagt zich als één vlak dat kan meebewegen zonder te scheuren. Dat is de reden dat een goed gezette dijkbekleding een storm overleeft en een goed gestraatte oprit een verhuiswagen — en dat beide bezwijken zodra de onderlaag het laat afweten.

  • StelkozijnPremium · ook: Stelkozijn, blindkozijn, voorzetkozijn

    Een stelkozijn is een hulpkozijn dat tijdens de ruwbouw wordt geplaatst en waarin het definitieve kozijn later wordt gemonteerd. Het houdt de opening op maat en beschermt het afwerkkozijn tegen bouwvocht en beschadiging. Bij binnendeuren is het stelkozijn de constructie waarin het deurkozijn wordt gesteld en waarmee de aansluiting op de wand wordt gemaakt.

  • StelpootPremium · ook: Stelpoot, stelvoet, kastpoot, verstelbare poot, levelling foot

    Een stelpoot is een in hoogte verstelbare poot onder een kast, een apparaat of een constructie. De volgorde van het werk is hier de hele kunst. De poten worden gesteld voordat het werkblad erop komt, want daarna kun je er niet meer bij zonder alles los te maken. Een vloer is nooit vlak — in bestaande woningen zeker niet — en het zijn de poten die dat opvangen, niet het blad. Wie de kasten neerzet, het blad monteert en dan pas gaat waterpassen, staat met een blad dat op een hoek doorbuigt of met een naad die niet meer sluit.

  • Stijl- en regelwerkPremium · ook: Stijl- en regelwerk, stijlwerk, regelwerk, raamwerk, houten skelet, wandframe.

    Stijl- en regelwerk is het frame van verticale stijlen en horizontale regels waarop een wand, een plafond of een dakkapel wordt beplaat. Het draagt de beplating, houdt de isolatie op zijn plaats en biedt bevestigingspunten. Het is het skelet dat je na de afwerking niet meer ziet maar altijd voelt.

  • StootbordPremium · ook: Stootbord, stootplank, tegentrede, contretrede

    Het stootbord is het verticale vlak tussen twee treden van een trap. Het is meer dan afwerking: het maakt de trap stijver, het voorkomt dat een voet erdoorheen schiet en het is bij kleine kinderen een veiligheidsvoorziening. Een open trap oogt ruimtelijker maar is voor sommige gebruikers minder veilig.

  • Stopmes · ook: Stopmes, ook stopmesje

    Een stopmes is een handgereedschap met een plat, meestal stalen blad waarmee je gaten, naden en oneffenheden vult voordat je gaat schilderen. Het is een van de goedkoopste stukken gereedschap in de verfhoek en het bepaalt in hoge mate hoe het schilderwerk eruit gaat zien.

  • StortbakPremium · ook: Stortbak, spoelbak, reservoir, waterbak.

    Een stortbak is de waterbak boven of achter een toilet waarin een vaste hoeveelheid water klaarstaat om in een keer de pot door te spoelen. Hij vult zichzelf via een vlotterkraan en laat het water los via een klep die je met een knop of een hendel bedient. Storingen zijn bijna altijd de vlotter of die klep.

  • StrekkenverbandPremium · ook: Strekverband, lopend verband

    Strekkenverband is een verband waarin uitsluitend strekken zichtbaar zijn: elke steen ligt met de lange zijde naar buiten. De lagen verspringen ten opzichte van elkaar, doorgaans een halve steen maar soms een derde of een kwart. Het is het meest voorkomende verband in Nederland en het beeld dat vrijwel elke naoorlogse gevel bepaalt.

  • StrijklichtPremium · ook: Strijklicht, scherend licht, schampend licht, licht onder een scherpe hoek, zijlicht langs een wand

    Strijklicht is licht dat onder een scherpe hoek langs een oppervlak valt, bijna evenwijdig eraan. Elke kleine oneffenheid werpt dan een lange schaduw, waardoor bobbels, deuken, spaanslagen en plamuurplekken zichtbaar worden die je bij gewoon licht niet ziet. Het is de scherpste toets voor stucwerk, schilderwerk en vloeren.

  • StructuurbehangPremium · ook: Structuurbehang, reliëfbehang, overschilderbaar behang, wit behang

    Structuurbehang is overschilderbaar behang met een reliëf, dat een minder vlakke wand acceptabel maakt. Het wordt gekozen als goedkope tussenoplossing en het is er geen. Een wand met structuurbehang komt niet meer terug naar glad stucwerk zonder dat het meer kost dan uitvlakken vooraf had gekost. Het reliëf hecht in de oneffenheden waar het voor bedoeld is, en bij het verwijderen komt het stucwerk mee — vooral wanneer er drie of vier lagen verf overheen zijn gegaan. Wie het aanbrengt, kiest dus voor jaren, niet voor een seizoen.

  • StuccoPremium · ook: Stucco, stucco veneziano, Venetiaans stucwerk, marmorino, kalkstuc, tadelakt

    Stucco is een dunne, gepolijste kalkafwerking op een wand, in meerdere flinterdunne lagen aangebracht. Er is één eigenschap waar de hele planning van een stuccoklus op draait. Stucco laat zich niet onzichtbaar bijwerken. Elke reparatie of onderbreking tekent zich af in het lichtspel van het gepolijste vlak, en daarom wordt een wand van hoek tot hoek in één keer afgemaakt, nat in nat. Wie halverwege stopt voor een pauze of een dag later verdergaat, ziet die grens de rest van de tijd terug.

Wat staat hier?

Wat staat er in een begrip?
Wat het is, waar je het tegenkomt en hoe je het herkent — altijd vrij te lezen. De hoofdstukken daarachter, over kosten, regelgeving, onderhoud en veelgemaakte fouten, horen bij een abonnement.
Wat betekent het label Premium?
Dat er achter de korte omschrijving meer staat. De term zelf en wat hij betekent zijn nooit afgeschermd; een woordenboek dat je de betekenis onthoudt is geen woordenboek.
Waarom staan er synoniemen bij?
Omdat het vak twee of drie woorden voor hetzelfde heeft en een offerte zelden het woord gebruikt dat jij kent. De zoekbalk hierboven zoekt ook in die synoniemen.

Verder kijken