Naar de inhoud

Dit is een bètaversie van Builddocs. Je kunt alles bekijken, maar aanmelden en een abonnement afsluiten kan nog niet.

Bouwkundige termen in gewone taal. Wat het is staat er altijd — de uitleg erachter hoort bij een abonnement.

in Begrippen
Sorteren:Standaard

Wis alle filters (2)

714 van 2.115 begrippen

A

  • AcclimatiserenPremium · ook: Acclimatiseren, laten acclimatiseren, laten wennen, conditioneren, op klimaat brengen

    Acclimatiseren is het laten wennen van bouwmateriaal aan de temperatuur en luchtvochtigheid van de ruimte waarin het wordt verwerkt. Hout, laminaat, parket en pvc nemen vocht op of geven het af tot ze in evenwicht zijn met hun omgeving. Wie dat vooraf laat gebeuren, voorkomt dat de vloer na het leggen krimpt, zwelt of kromtrekt.

  • AccoyaPremium · ook: Accoya is een merknaam die als soortnaam wordt gebruikt

    Geacetyleerd hout is naaldhout dat chemisch is behandeld zodat het nauwelijks nog vocht opneemt. Daardoor werkt het weinig en rot het niet, zonder dat er biociden in zitten. Het haalt duurzaamheidsklasse 1 — de hoogste — met snelgroeiend hout.

  • AcetonPremium · ook: Aceton, propanon, dimethylketon, nagellakremover

    Aceton is een snel verdampend, sterk oplosmiddel dat wordt gebruikt om verf, lijm, hars en vet te verwijderen. Het risico zit niet in de vloeistof maar in de damp, en dat is contra-intuïtief. Acetondamp is zwaarder dan lucht: hij zakt naar de vloer en kruipt over de vloer verder, tot bij een waakvlam, een stopcontact of een verwarmingstoestel. Werken met een open bakje aceton in een gesloten bijkeuken met een cv-ketel is daarmee een reëel brandrisico, ook als de ketel meters verderop staat.

  • AcrylaatkitPremium · ook: Acrylaatkit, acrylkit, schilderskit, overschilderbare kit, decorkit

    Acrylaatkit is een watergedragen kit die uithardt door verdamping van water en die na uitharding kan worden overgeschilderd. Hij is de kit van de schilder en de aftimmeraar: naden tussen plint en wand, tussen kozijn en stucwerk, tussen wand en plafond. En hij is matig elastisch — dat is zijn grens en tegelijk de bron van vrijwel elke klacht over kitwerk dat scheurt.

  • AcrylkitPremium · ook: Acrylkit, schilderskit, overschilderbare kit, acrylaatkit

    Acrylkit is een watergedragen kit die na droging overschilderbaar is en die weinig beweging kan opnemen. Zij is bedoeld voor naden binnen die nauwelijks werken, en zij is niet geschikt voor natte ruimten of voor buitennaden die bewegen.

  • AcrylverfPremium · ook: Acrylverf, acrylaatverf, watergedragen lak, waterverdunbare verf

    Acrylverf is verf op basis van een acrylaatdispersie in water, die na verdamping van het water een elastische, niet-vergelende film vormt. Zij is inmiddels de standaard voor binnen- en buitenschilderwerk en zij vraagt een andere werkwijze dan alkydverf.

  • AdereindhulsPremium · ook: Adereindhuls, aderhuls, eindhuls, ferrule

    Een adereindhuls is een metalen kokertje dat om het uiteinde van een soepele ader wordt geperst. Het lijkt een afwerkdetail en het is een veiligheidsvoorziening. Een soepele ader bestaat uit tientallen dunne draadjes, en die kruipen onder een schroefklem weg. Het koper vloeit langzaam weg onder de klemdruk, de verbinding wordt los, en een losse verbinding wordt warm — dat is de meest voorkomende oorzaak van een verkleurde klem en, verder doorgaand, van brand in een schakelkast. Een adereindhuls houdt de draadjes bij elkaar in een vaste vorm, zodat de klemkracht behouden blijft. Bij starre draad speelt dat niet; daar is een huls niet nodig.

  • AfbijtmiddelPremium · ook: Afbijtmiddel, afbijt, verfafbijt, decapeermiddel, stripper

    Afbijtmiddel is een pasta of gel die een uitgeharde verf- of laklaag laat opzwellen en van de ondergrond laat loslaten, zodat je hem eraf kunt schrapen. Het is het alternatief voor afbranden en schuren, en het is de aangewezen methode bij profielwerk en bij loodhoudende verf — bij het eerste omdat het de vorm volgt, bij het tweede omdat er geen verhitting en dus geen looddamp bij komt kijken.

  • AfbraakPremium · ook: Afbraak, sloop, amoveren

    Afbraak is het slopen van een bouwwerk of van een deel daarvan. Het woord heeft twee betekenissen die elkaar raken: het slopen zelf, en het materiaal dat daarbij vrijkomt. Dat tweede is de laatste jaren veel belangrijker geworden: hergebruik van afbraakmateriaal is een van de concrete manieren om circulair te bouwen.

  • AfdekfoliePremium · ook: Afdekfolie, afdekzeil, stucloper, schildersfolie, dekkleed, plakfolie

    Afdekfolie is dun kunststof- of papieren materiaal waarmee je vloeren, meubels en bouwdelen afdekt tegen verf, stof en vocht tijdens klus- en bouwwerk. Het is het goedkoopste materiaal op een klus en het bepaalt het grootste deel van de opruimtijd erna. De vraag is nooit of je afdekt maar waarmee: folie is waterdicht en glad, papier absorbeert en is stroef, en dat verschil is bij een gladde vloer letterlijk een valrisico.

  • AfplaktapePremium · ook: Afplaktape, schilderstape, schilderskrep, maskeertape, crêpetape, masking tape

    Afplaktape is een tape van crêpepapier met een verwijderbare lijmlaag, waarmee je een deel van het oppervlak afdekt zodat de verf er niet op komt. De hele kunst zit niet in het plakken maar in de kleeflaag en de verwijdertermijn. Tape die te sterk plakt of te lang blijft zitten, trekt bij het verwijderen de onderlaag mee — en dat is precies het schilderwerk dat je wilde beschermen.

  • Afstandhouder · ook: Afstandhouder, afstandshouder, dekkingshouder

    Een afstandhouder is een hulpstuk dat de wapening op de juiste afstand van de bekisting of de ondergrond houdt. Daarmee bepaalt hij de laag beton rondom het staal, de betondekking. Die laag beschermt het staal tegen roest en bepaalt hoe lang de constructie meegaat. Weinig geld, groot gevolg.

  • AftimmeringPremium · ook: Aftimmering, aftimmerwerk, afwerktimmerwerk

    Aftimmering is al het timmerwerk dat de ruwbouw afwerkt en wegwerkt: kokers, kasten, aanslagen, dagkanten, plinten en betimmerde vlakken. Het draagt niets, maar het bepaalt wel hoe strak een ruimte oogt. In offertes staat het als aparte post, en wat die post precies bevat, verschilt sterk per aannemer.

  • Alkali-silicareactiePremium · ook: Alkali-silicareactie, in rapporten vrijwel altijd afgekort tot ASR

    Een alkali-silicareactie is een trage chemische reactie in beton, tussen de alkalien uit het cement en bepaalde soorten grind of steenslag. Er ontstaat een gel die water opneemt en uitzet. Daardoor zwelt het beton en scheurt het van binnenuit. Het verloopt over tientallen jaren.

  • AlkydverfPremium · ook: Alkydverf, alkydharsverf, terpentinegedragen verf, oplosmiddelhoudende verf, synthetische lak

    Alkydverf is verf met een alkydhars als bindmiddel, verdund met terpentine of white spirit. Er zit een eigenschap in die niemand op de bus vermeldt en die achteraf niet te herstellen is. Witte alkydverf vergeelt, en hij vergeelt het hardst waar geen daglicht komt. Achter een deur, in een kast, achter een gordijn of op een noordkamer wordt het wit binnen enkele jaren merkbaar geler dan hetzelfde wit dat in de zon zit. Daglicht draait dat deels terug, maar niet volledig — en dat is de reden dat wit binnenwerk tegenwoordig zelden nog in alkyd wordt uitgevoerd.

  • AluminiumPremium

    Aluminium is een licht, corrosiebestendig metaal dat in de bouw vooral in profielvorm wordt toegepast: kozijnen, puien, dakranden, gootbekleding en ladders. Het roest niet, het is sterk in verhouding tot zijn gewicht, en het geleidt warmte uitzonderlijk goed — dat laatste is bij kozijnen het aandachtspunt.

  • Aluminium kozijnPremium · ook: Aluminium kozijn, alu kozijn, aluminium gevelelement

    Een aluminium kozijn bestaat uit geëxtrudeerde profielen met een kunststof onderbreking tussen de binnen- en buitenschaal. Het profiel is slank en zeer maatvast, en zonder die thermische onderbreking is het een koudebrug.

  • AnkernagelPremium · ook: Ankernagel, ringnagel, gegroefde nagel, geribbelde nagel, schroefnagel

    Een ankernagel is een nagel met ringvormige groeven in de schacht, waardoor hij aanzienlijk meer uittrekweerstand heeft dan een gladde nagel. Die houdkracht is de reden om hem te gebruiken en meteen de reden om na te denken vóór je hem gebruikt. Een ankernagel is er praktisch niet meer uit te krijgen zonder het hout te beschadigen. Het houtvezel grijpt in de ringen, en trek je hem toch, dan komt er een stuk hout mee. Voor dakbeschot, ondervloeren en plaatmateriaal is dat precies wat je wilt; voor alles wat ooit gedemonteerd moet worden, is het de verkeerde keuze.

  • AsfaltPremium · ook: Asfalt, asfaltbeton, bitumineuze verharding

    Asfalt is een verharding van steenslag, zand en vulstof, gebonden met bitumen. Bij woningen kom je het tegen op opritten, op erven en op paden. Het legt sneller dan bestrating en het is goedkoper per vierkante meter, maar het is volledig waterdicht en dat is bij klimaatadaptatie precies het bezwaar.

  • AsfaltbetonPremium · ook: Asfaltbeton, AC, dicht asfaltbeton

    Asfaltbeton is het meest gebruikte asfaltmengsel: een dichte, gesloten samenstelling van steenslag, zand, vulstof en bitumen. Het is sterk, waterdicht en het draagt zware belasting. Bij woningen is het de gangbare keuze voor opritten en erven; bij wegen wordt het als onderlaag en als deklaag toegepast.

  • AsfaltbitumenPremium · ook: Asfaltbitumen, bitumen, dakleer, roofing, bitumineuze dakbedekking, mastiek

    Asfaltbitumen is een bitumineus materiaal dat als dakbedekking op platte en licht hellende daken wordt toegepast. Het is de meest toegepaste platdakbedekking in Nederland, en het onderscheidende technische punt is de modificatie: modern bitumen is verbeterd met kunststoffen — SBS of APP — waardoor het flexibel blijft bij kou of juist warmtebestendig wordt. En het onderscheidende veiligheidspunt is de verwerking: branden met een gasbrander op een houten dakconstructie is een van de belangrijkste oorzaken van brand bij dakwerkzaamheden, met een nabrandcontrole als noodzakelijke maatregel.

  • AzobéPremium · ook: Azobé, bongossi, ekki, ijzerhout

    Azobé is een zeer zwaar tropisch hardhout met duurzaamheidsklasse één, dat zonder behandeling decennia in water en in grondcontact meegaat. Het is het klassieke hout van de Nederlandse waterbouw en het is zwaar, splinterig en lastig te bewerken.

B

  • BaddingPremium · ook: Batting, bezaagd constructiehout

    Een badding is een balkje bezaagd constructiehout in een standaardmaat, gebruikt voor regelwerk, spanten, onderslagen en tijdelijke constructies. Het is het werkpaard onder het bouwhout: goedkoop, overal verkrijgbaar en sterk genoeg voor het meeste.

  • BaksteenPremium · ook: Metselsteen, gevelsteen, klinker (bij zeer hard gebakken steen).

    Een baksteen is een steen van gebakken klei, gebruikt voor metselwerk. Stenen verschillen in hardheid, kleur, maat en wateropname. Die verschillen bepalen of een steen geschikt is voor buitenwerk, voor gevelwerk of alleen voor binnen.

  • BaksteenformatenPremium · ook: Steenformaat, steenmaat

    Baksteenformaten zijn de gestandaardiseerde maten waarin metselstenen worden geleverd. In Nederland gelden eigen formaten met eigen namen, en het formaat bepaalt het beeld van de gevel en of nieuw werk aansluit op bestaand.

  • BalkdragerPremium · ook: Balkdrager, balkschoen, balkbeugel, joist hanger

    Een balkdrager is een verzinkte stalen beugel waarmee een balk aan een hoofdbalk of een muurplaat wordt opgehangen, zonder inkassing. Alle nagelgaten moeten worden gevuld met de voorgeschreven nagels; schroeven en gedeeltelijk vullen halveren de draagkracht.

  • BalkschoenPremium · ook: Balkschoen, balkdrager, balkhanger, joist hanger

    Een balkschoen is een stalen beugel waarin het uiteinde van een houten balk wordt geplaatst en waarmee die balk aan een andere balk, een muurplaat of een wand wordt opgehangen. Het is een klein en goedkoop onderdeel dat een constructieve verbinding maakt, en dat is precies waarom het zo vaak misgaat. Een balkschoen zonder de voorgeschreven nagels is geen constructieve verbinding maar een stalen sierrand: het aantal en het type bevestigers bepaalt de draagkracht volledig.

  • BamboePremium · ook: Bamboo

    Bamboe is een snelgroeiend grasachtig gewas dat industrieel wordt verwerkt tot plaatmateriaal, vloerdelen, gevelbekleding en terrasdelen. Het is hard, maatvast en het groeit aanzienlijk sneller aan dan hout.

  • BangkiraiPremium · ook: Bangkirai, yellow balau, balau

    Bangkirai is een zwaar tropisch hardhout uit Zuidoost-Azië met een goede natuurlijke duurzaamheid, veel toegepast voor vlonders en terrassen. Het is sterk uitlogend in het eerste jaar en het splintert bij veroudering.

  • BasaltPremium · ook: Basalt, basaltlava

    Basalt is een donker stollingsgesteente dat ontstaat bij snelle afkoeling van lava. Het is hard, dicht en vorstbestendig, en het heeft in Nederland een lange geschiedenis in de waterbouw. De zwarte tot donkergrijze kleur en de matte uitstraling maken het daarnaast populair als bestrating en als vloertegel.

  • BastaardmortelPremium · ook: Kalkcementmortel, gemengde mortel

    Bastaardmortel is metsel- of voegmortel met zowel kalk als cement als bindmiddel. De kalk maakt hem soepel en vergevingsgezind, het cement geeft hem sterkte. Het is de gebruikelijke mortel voor gevelmetselwerk en voor voegwerk in bestaande bouw.

  • BehanglijmPremium · ook: Behanglijm, behangplaksel, plaksel, kleister

    Behanglijm is het plaksel waarmee behang aan de wand wordt bevestigd, in soorten die per behangtype verschillen. De soort volgt uit het behang en de ondergrond. Papierbehang vraagt een lijm die het papier laat weken, vliesbehang een lijm die op de wand gaat, en zwaar vinyl of glasvezel een lijm met veel bindmiddel. De verkeerde lijm laat naden openstaan of blaasjes ontstaan.

  • BeitelPremium · ook: Steekbeitel voor hout, koudbeitel voor metaal, bikbeitel voor steen

    Een beitel is een gereedschap met een geslepen snede waarmee je materiaal wegsteekt of weghakt. Er zijn aparte uitvoeringen voor hout, metselwerk en beton, en die zijn niet uitwisselbaar.

  • BeitsPremium · ook: Beits, houtbeits, lasuur, lazuur

    Beits is een dunne, in het hout dringende houtbescherming die de nerf zichtbaar laat en het oppervlak niet met een gesloten film afsluit. Zij vraagt vaker onderhoud dan lak en zij bladdert niet; verweerde beits verweert weg in plaats van los te laten.

  • BerapenPremium · ook: Raapwerk, raaplaag, aanbrandlaag

    Berapen is het aanbrengen van een ruwe mortellaag op metselwerk of beton, als vlakke en hechtende ondergrond voor stucwerk, tegelwerk of verf. Het is de tussenlaag die de oneffenheden van de ondergrond wegneemt.

  • BerkenPremium · ook: Berken, berkenhout, berk

    Berken is een lichte, egale loofhoutsoort met een fijne structuur en een hoge sterkte in verhouding tot het gewicht. In de bouw wordt het vooral verwerkt tot multiplex, dat om zijn dunne, gelijkmatige fineerlagen en zijn strakke kant wordt gewaardeerd.

  • BeschermlaagPremium · ook: Beschermlaag, coating, deklaag, toplaag, conserveringslaag.

    Een beschermlaag is een laag die een materiaal afschermt tegen water, UV, chemicaliën, slijtage of corrosie. Elke beschermlaag heeft een levensduur en die is korter dan die van het materiaal eronder. Onderhoud van de beschermlaag is daarmee een terugkerende taak, en het uitstellen ervan is de meest voorkomende oorzaak van schade aan het onderliggende materiaal.

  • Bestratingsmateriaal · ook: Bestratingsmateriaal, ook geschreven als bestratings-materiaal

    Bestratingsmateriaal is alles wat je los legt om een tuinpad, terras, oprit of stoep te verharden: klinkers, tegels, keien en de zand- en fundatielaag eronder. De stenen dragen niets uit zichzelf; de ondergrond doet het werk.

  • BetonPremium · ook: Betonspecie is het verse, nog vloeibare mengsel; beton is het verharde resultaat

    Beton is een mengsel van cement, zand, grind en water dat na verharding steenhard wordt. Het is sterk op druk en zwak op trek; daarom zit er staal in. Beton is het meest gebruikte bouwmateriaal ter wereld en het draagt vrijwel elk Nederlands gebouw.

  • BetonblokPremium · ook: Betonblok, betonsteen, betonmetselblok, holle betonsteen

    Een betonblok is een geperst blok van zand, grind en cement, met een hoge druksterkte en een hoog gewicht. Het wordt gebruikt waar draagkracht telt en het uiterlijk niet, zoals in funderingen, kelderwanden en dragende binnenwanden.

  • BetongaasPremium · ook: Wapeningsnet, bouwstaalmat, betonnet

    Betongaas is een fabrieksmatig gelast net van betonstaal, gebruikt als wapening in vloeren, dekvloeren en druklagen. Het verdeelt krimpspanning en belasting over het vlak en beperkt daarmee scheurvorming.

  • BetonklinkerPremium · ook: Betonstraatsteen, klinker

    Een betonklinker is een geperste betonnen straatsteen voor bestrating van opritten, terrassen, paden en wegen. Hij is goedkoper en maatvaster dan gebakken klinkers en verkrijgbaar in veel maten en kleuren. De sterkte van bestrating komt niet uit de steen maar uit het verband en de voegen: stenen die elkaar klemmen, verdelen een belasting over meerdere stenen. Een losse steen draagt niets; twintig klemmende stenen dragen een auto.

  • BetonkrimpPremium · ook: Krimp, uitdrogingskrimp

    Betonkrimp is het kleiner worden van beton tijdens en na het uitharden, doordat water verdampt en doordat cement chemisch reageert. Het is onvermijdelijk; het gaat erom waar de krimp terechtkomt.

  • BetonkwaliteitPremium · ook: Sterkteklasse, betonspecificatie

    Betonkwaliteit is het geheel van eigenschappen waarop beton wordt besteld en beoordeeld: sterkte, duurzaamheid in de betreffende omgeving, verwerkbaarheid en samenstelling. Sterkte alleen zegt weinig over hoe lang het meegaat.

  • BetonmolenPremium · ook: Betonmixer, cementmolen, mengmolen.

    Een betonmolen mengt kleine hoeveelheden beton of metselspecie in een draaiende trommel. Voor alles boven een halve kubieke meter is bestellen bij een betoncentrale meestal goedkoper, sneller en constanter van kwaliteit.

  • BetonmortelPremium · ook: Stortbeton, transportbeton, kant-en-klaar beton.

    Betonmortel is beton dat in een fabriek is aangemaakt en met een mixer naar de bouwplaats komt. Je stort het en het hardt uit tot beton. Doordat de samenstelling in de fabriek wordt bewaakt, is de kwaliteit constanter dan bij zelf mengen.

  • BetonpanPremium · ook: Betonpan, betondakpan, sneldekker, betonnen dakpan

    Een betonpan is een geperste dakpan van zand, cement en pigment, met een deklaag die de kleur en het gesloten oppervlak levert. Zij is aanzienlijk goedkoper en zwaarder dan een keramische pan, en de deklaag verweert eerder dan de pan zelf.

  • BetonreparatiemortelPremium · ook: Betonreparatiemortel, reparatiemortel, betonherstelmortel

    Betonreparatiemortel is een mortel waarmee aangetast beton wordt hersteld nadat het losse materiaal is weggehakt en de wapening is behandeld. De mortel is de laatste stap, niet de eerste. Wie alleen de afgesprongen schol dichtsmeert zonder het roestende staal aan te pakken, verbergt het probleem; de corrosie gaat eronder gewoon door en na een paar jaar springt de reparatie er in één stuk af.

  • BetonschroefPremium · ook: Betonschroef, schroefanker, betonanker, snelbouwanker

    Een betonschroef is een geharde schroef met een grove, hoge draad die zichzelf een schroefdraad in beton of steen snijdt — zonder plug. Dat is het hele voordeel: één gat boren, schroef erin, klaar. Geen plug die verkeerd om zit, geen chemisch anker dat moet uitharden. Het nadeel volgt er direct uit: hij is volledig afhankelijk van de boordiameter, want de draad moet grip vinden in een gat dat exact klopt.

  • BetonstaalPremium · ook: Wapening, wapeningsstaal, betonijzer

    Betonstaal is het geribde staal dat in beton wordt verwerkt om de trekkrachten op te nemen. Beton is sterk op druk en zwak op trek; het staal vult precies dat tekort aan. Samen vormen ze gewapend beton.

  • BetonsteenPremium · ook: Betonsteen, betonblok, betonstraatsteen

    Een betonsteen is een steen van beton, geperst of gegoten, toegepast als metselblok, als gevelsteen of als bestratingsmateriaal. Beton is sterker en goedkoper dan baksteen maar het is minder vochtregulerend en het verkleurt anders. Waar baksteen na vijftig jaar mooier wordt, verkleurt beton vaak onregelmatig.

  • BetontegelPremium · ook: Betontegel, stoeptegel, terrastegel van beton, betonplaat

    Een betontegel is een geperste tegel van zand, grind en cement, in vaste maten en diktes, gelegd in een zandbed of op tegeldragers. Het is de goedkoopste bestrating en de meest voorkomende in Nederlandse tuinen en op stoepen.

  • BetonvlechterPremium · ook: Betonvlechter, betonstaalvlechter, ijzervlechter, wapeningsvlechter.

    Een betonvlechter brengt de wapening aan in beton: hij plaatst en bindt de staven en netten volgens de constructietekening voordat er wordt gestort. Het is werk dat na het storten voorgoed onzichtbaar is, en dat is precies waarom het zo nauw luistert. De dekking, de plaats en de overlappingen bepalen of de constructie doet wat de berekening zegt.

  • BeukenPremium · ook: Beuken, beukenhout, beuk

    Beuken is een zware, harde loofhoutsoort met een egale, fijne structuur en vrijwel geen kleurverschil tussen kern en spint. Het is uitstekend te bewerken en te buigen, en het is buiten volstrekt ongeschikt.

  • Bevestigen in verschillende ondergrondenPremium · ook: Bevestigen in verschillende ondergronden, boren en pluggen, iets ophangen aan de muur, de juiste plug kiezen

    Bevestigen in verschillende ondergronden is het kiezen van het juiste bevestigingsmiddel op basis van waar je in boort en wat eraan komt te hangen. De volgorde is bepalend en wordt vrijwel altijd omgedraaid. Mensen kiezen een plug op basis van het gewicht van wat ze ophangen. Dat is de verkeerde vraag. De ondergrond bepaalt welke soort bevestiging werkt; het gewicht bepaalt daarna alleen nog de maat en het aantal.

  • BevestigingsmiddelPremium · ook: Bevestigingsmiddel, bevestiger, verbindingsmiddel

    Een bevestigingsmiddel is een schroef, spijker, plug, bout of anker waarmee iets aan een ondergrond wordt vastgemaakt. De keuze wordt gemaakt op wat je ophangt, en dat is de verkeerde kant. De ondergrond bepaalt het bevestigingsmiddel, niet het voorwerp. Een boekenkast van vijftig kilo aan een massieve muur vraagt een gewone plug; dezelfde kast aan een gipsplaatwand vraagt een hollewandplug of, beter, een schroef in de achterliggende regel. En de ondergrond in een woning is zelden wat hij lijkt: achter het stucwerk zit gipsplaat, cellenbeton, holle baksteen of een kanaalplaat, en elk van die vier vraagt iets anders. Boor een proefgat in een onopvallende hoek en kijk naar het boorsel — de kleur en de structuur vertellen direct waar je mee te maken hebt.

  • BinnenwandPremium · ook: Binnenwand, scheidingswand, tussenwand, wand

    Een binnenwand is een wand tussen ruimten binnen een gebouw. Bij het kiezen van een wand gaat het over draagvermogen en over hoe snel hij staat, en de klachten gaan later ergens anders over. Verreweg de meeste ontevredenheid over binnenwanden gaat over geluid — en geluid wordt bepaald door massa, ontkoppeling en luchtdichtheid, in die volgorde. Daaruit volgt het detail dat de meeste wanden verpest: één stopcontact recht tegenover een stopcontact aan de andere kant maakt een gat in beide beplatingen op dezelfde plek, en dan lekt het geluid door een opening van een paar centimeter alsof de wand er niet staat.

  • Biobased bouwenPremium · ook: Ook geschreven als bio-based

    Biobased bouwen is bouwen met materialen die van hernieuwbare, plantaardige of dierlijke oorsprong zijn: hout, hennep, vlas, stro, cellulose, kurk, schapenwol. Ze leggen tijdens hun groei CO2 vast en houden die tijdens de gebruiksfase in het gebouw.

  • Bioreceptief betonPremium · ook: Bioreceptief beton, biologisch ontvankelijk beton, mosbeton, begroeibaar beton

    Beton dat opzettelijk zo is samengesteld dat mossen, korstmossen en algen zich erop kunnen vestigen. Waar gewoon beton begroeiing tegengaat, nodigt bioreceptief beton die juist uit.

  • BitumenPremium · ook: Asfaltbitumen, dakleer, roofing

    Bitumen is een taai, waterdicht restproduct uit de aardolieraffinage. Op daken wordt het toegepast als dakbaan: rollen met een drager van polyester of glasvlies waarin het bitumen is verwerkt. Het is nog altijd de meest gebruikte bedekking voor platte daken in Nederland.

  • BladloodPremium · ook: Loodslabbe voor het toegepaste stuk, loodwerk voor het geheel

    Bladlood is dun uitgewalst lood dat wordt gebruikt om aansluitingen waterdicht te maken: bij een schoorsteen, een dakkapel, een dakraam of onderin een spouwmuur. Het is buigzaam, het volgt elke vorm en het gaat bij goede verwerking vele decennia mee.

  • BlokschaafPremium · ook: Blokschaaf, blokschaafje, handschaaf, kopschaaf

    Een blokschaaf is een korte handschaaf met een laag geplaatst, omgekeerd gemonteerd beitelblad, bedoeld voor het bijwerken van kanten en kopse einden. De lage bladhoek is de reden dat hij bestaat. Bij een gewone schaaf staat het blad rond de 45 graden en scheurt kops hout uit; bij een blokschaaf ligt de effectieve snijhoek rond de 37 graden of lager, en dan snijdt hij de dwarsvezel door in plaats van hem af te breken.

  • BlokverbandPremium · ook: Blokverband, blokkenverband

    Blokverband is een metselverband waarbij lagen met alleen strekken en lagen met alleen koppen elkaar afwisselen, en waarbij de koppen recht boven elkaar staan. Het is herkenbaar aan het regelmatige blokpatroon en het komt vooral voor bij dikkere muren uit de negentiende eeuw en de vroege twintigste eeuw.

  • BodemafsluiterPremium · ook: Bodemafsluiter is het materiaal, bodemafsluiting is de laag die je ermee maakt

    Een bodemafsluiter is het materiaal waarmee je de bodem van een kruipruimte afdekt, zodat vocht uit de grond niet meer in de ruimte onder je vloer verdampt. Dat kan folie zijn, een laag schelpen, isolatiechips of een gegoten laag schuimbeton.

  • BoeiboordPremium · ook: Boeiboord, boeideel, boeiplank, dakrandplank, windveer aan de langsgevel

    Een boeiboord is de verticale plank langs de dakrand die de kopse kanten van de dakconstructie afdekt en waaraan de goot is bevestigd. Het is het onderdeel van de dakrand dat het snelst rot, doordat het aan drie zijden vocht vangt.

  • BoktorPremium · ook: Huisboktor, boktor, grote houtworm

    De huisboktor is een kever waarvan de larve zich jarenlang door naaldhout vreet. Hij tast vooral het spinthout van vurenhout en grenenhout aan, en hij komt in Nederland vooral voor in kapconstructies. De schade is aanzienlijk omdat de larve grote gangen maakt en jarenlang doorvreet zonder dat er iets van buiten zichtbaar is.

  • BoogPremium · ook: Boog, gemetselde boog, boogconstructie

    Een boog is een gekromde constructie die een opening overspant en die de last via druk naar de zijkanten afvoert. Metselwerk is sterk op druk en zwak op trek; de boog is de vorm die metselwerk in staat stelt te overspannen. De zijwaartse kracht die daarbij ontstaat moet worden opgevangen, en dat is het punt waar het bij verbouwingen misgaat.

  • BoorschaafPremium · ook: Boorschaaf, raspschaaf, kaasschaaf, surform

    Een boorschaaf is een schaaf met een geperforeerd blad met kleine snijkanten, waarmee hout en zachte materialen snel worden weggenomen zonder dat het gereedschap verstopt. Het is het gereedschap tussen een rasp en een schaaf in: sneller dan schuren, grover dan schaven. Het is bij uitstek geschikt voor het passend maken van een deur of het afronden van een vorm.

  • BoutPremium · ook: Schroefbout, tapbout

    Een bout is een metalen staaf met schroefdraad die samen met een moer twee delen tegen elkaar klemt. De maat wordt aangeduid met een M gevolgd door de diameter in millimeters, bijvoorbeeld M8.

  • BouwafvalPremium · ook: Bouwafval, bouw- en sloopafval, bsa

    Bouwafval is alles wat er bij bouwen, verbouwen of slopen aan materiaal overblijft: puin, hout, gips, isolatie, verpakkingen en resten van installaties. Wat je ermee mag doen, hangt af van de soort. Gescheiden aanleveren is bijna altijd goedkoper dan gemengd.

  • Bouwhistorisch onderzoekPremium · ook: Bouwhistorisch onderzoek, bouwhistorische verkenning, bouwhistorische opname, bouwhistorische ontleding

    Bouwhistorisch onderzoek is het onderzoeken van een gebouw zelf als bron, om vast te stellen uit welke bouwfasen het bestaat en welke onderdelen historisch waardevol zijn. Het gebouw is daarbij het archief. Een dichtgezette deuropening, een balk met oude pengaten, een verfkleur onder vier latere lagen, een kapconstructie met telmerken: dat zijn de gegevens. Het onderzoek vertaalt die naar een waardestelling, en die waardestelling bepaalt wat er bij een verbouwing behouden moet blijven en waar de ruimte zit.

  • BouwproductPremium · ook: Bouwproduct, bouwmateriaal, bouwstof

    Een bouwproduct is een product dat is gemaakt om blijvend in een bouwwerk te worden verwerkt: een isolatieplaat, een dakpan, een kozijnprofiel, een zak mortel. Zodra het erin zit, bepaalt het mede hoe het bouwwerk presteert. Daarom verklaart de fabrikant wat het kan.

  • BovenpanPremium · ook: Bovenpan, nokpan, vorstpan, firstpan, bovenste rij

    De bovenpan is de pan van de bovenste rij van een dakvlak, direct onder de nok. Hier ligt het punt dat bij oudere daken het vaakst mis is: de nokafwerking. Tot in de jaren tachtig werden vorsten in specie gelegd, en specie scheurt, krimpt en laat los. Vrijwel elk dak van vóór die tijd waarop de vorsten nog in specie liggen, is een dak met een lekkage in wording — en de moderne oplossing, een droge nokafwerking met een geventileerd nokvorstprofiel, is dichter, en noodzakelijk voor de ventilatie van het dakvlak.

  • BrandklassePremium · ook: Materiaalklasse, klasse voor het brandgedrag

    De brandklasse geeft aan hoeveel een materiaal zelf bijdraagt aan een brand: hoe snel het vlam vat, hoeveel warmte het afgeeft en hoeveel rook en brandende druppels het produceert. Zij is iets anders dan brandwerendheid, die zegt hoe lang een constructie standhoudt.

  • Brandwerende deurPremium · ook: Brandwerende deur, branddeur, zelfsluitende deur, deurgeheel met brandwerendheid

    Een brandwerende deur houdt vuur en rook een vastgestelde tijd tegen, doorgaans dertig of zestig minuten. De prestatie geldt voor het complete deurgeheel van deur, kozijn, beslag, dranger en naaddichting; losse onderdelen zijn niet uitwisselbaar.

  • Brandwerende gipsplaatPremium · ook: Brandwerende gipsplaat, roze plaat, brandvertragende gipsplaat, vuurvaste gipsplaat

    Een brandwerende gipsplaat heeft glasvezel in de gipskern, waardoor de plaat bij brand langer op zijn plaats blijft in plaats van uiteen te vallen. De brandwerendheid geldt voor de complete wand- of plafondopbouw en niet voor de plaat op zichzelf.

  • BreuksteenPremium · ook: Breuksteen, breukstenen, veldsteen, ruwe bouwsteen, moellon

    Breuksteen is natuursteen die in onregelmatige brokken is gewonnen of gebroken en zonder te worden gezaagd wordt verwerkt. Je komt het in Nederland tegen in tuinmuren, keermuren, oeverbescherming en historisch metselwerk — en bij dat laatste met een belangrijke voorwaarde: breuksteenmetselwerk in een oud gebouw is vrijwel altijd met kalkmortel gemetseld, en herstel met cementmortel richt daar aantoonbare schade aan.

  • BruinrotPremium · ook: Bruinrot, kubieke rot, destructierot

    Bruinrot is aantasting van hout door schimmels die de cellulose afbreken en de lignine grotendeels laten zitten. Het hout wordt donkerbruin, krimpt en breekt in blokjes. Het is de meest voorkomende en de meest destructieve vorm van houtrot in bouwhout; de sterkte kan al sterk zijn afgenomen voordat de schade opvalt.

  • BuisspaandeurPremium · ook: Buisspaandeur, buisspaanvulling, deur met buisspaankern

    Een buisspaandeur heeft een kern van geperste spaanplaat met doorlopende holle buizen, tussen twee plaatlagen. Zij weegt merkbaar meer dan een honingraatdeur, isoleert beter tegen geluid en houdt schroeven vast.

  • BuitenkozijnPremium · ook: Buitenkozijn, gevelelement, gevelkozijn, raamkozijn

    Een buitenkozijn is het raamwerk in de gevel waarin ramen, deuren en glas zijn opgenomen. Het bepaalt samen met het glas de isolatie, de luchtdichtheid en de inbraakwerendheid van de gevelopening.

  • BuitenschilderwerkPremium · ook: Buitenschilderwerk, buitenverfwerk, schilderwerk buiten

    Buitenschilderwerk is het verfsysteem op alles wat aan de buitenkant van je woning van hout, staal of pleisterwerk is: kozijnen, ramen, deuren, boeiboorden en soms de gevel. Het is geen kleurlaag maar een beschermlaag. De verf houdt water uit het hout en uv-licht van het oppervlak af.

  • BuitenstucwerkPremium · ook: Buitenstucwerk, gevelpleister, buitenpleisterwerk, stucwerk buiten

    Buitenstucwerk is een pleisterlaag op een gevel, aangebracht in één of meer lagen op metselwerk, beton of een isolatiesysteem. Het bindmiddel bepaalt of de gevel kan blijven ademen, en dat is bij een oude muur de belangrijkste keuze.

  • BuitentrapPremium · ook: Buitentrap, stoeptrap, keldertrap, souterraintrap, bordestrap buiten

    Een buitentrap is een trap in de buitenlucht, naar een entree, een kelder, een tuin of een terras. Buiten verandert er één ding fundamenteel aan een trap, en daar hangt de rest van af. De trede is nat, en periodiek bevroren. Dat maakt afwatering, antislip en vorstbestandheid tot de bepalende ontwerpkeuzes — niet de maatvoering. Een buitentrap met vlakke treden zonder afschot houdt water vast, wordt glad, en splijt bij vorst van binnenuit doordat het opgenomen water uitzet.

  • ButyleenkitPremium · ook: Butyleenkit, butylkit, butylrubberkit, blijvend plastische kit, butylband

    Butyleenkit is een blijvend plastische kit op basis van butylrubber, die niet uithardt. Precies dat is de reden dat hij bestaat en de reden waarom hij op de verkeerde plek niets waard is. Butyl blijft kneedbaar en beweegt mee zolang de verbinding leeft — maar hij veert niet terug, hij is niet overschilderbaar en hij zakt onder blijvende belasting. Waar delen langzaam bewegen en de kit niet in het zicht komt, is dat ideaal; waar een strakke, verfbare naad moet komen of waar de kit gewicht moet dragen, is het de verkeerde keuze.

C

  • CE-markeringPremium · ook: CE-markering, CE-keurmerk, CE-teken, CE-label

    De CE-markering is het teken waarmee een fabrikant verklaart dat zijn product voldoet aan de Europese regels die ervoor gelden. Bij bouwproducten betekent het dat de prestaties op een vastgestelde manier zijn gemeten en verklaard. Het is geen kwaliteitskeurmerk.

  • CW-klassePremium · ook: CW-klasse, CW-waarde, CW-aanduiding

    De CW-klasse zegt hoeveel wind en regen een kozijn of gevelelement aankan voordat het gaat lekken of doorbuigen. Het getal is de druk waarbij het element bij de beproeving nog voldeed. Hoe hoger het getal, hoe zwaarder de belasting die het element verdraagt. Een woning in de duinen of hoog in een flat vraagt een hogere klasse.

  • CellenbetonPremium · ook: Gasbeton, porenbeton

    Cellenbeton is een lichte, poreuze steensoort van zand, cement, kalk en een blaasmiddel dat er miljoenen luchtbelletjes in maakt. Het is licht, goed zaagbaar en het isoleert aanzienlijk beter dan gewone steen.

  • CellenbetonplugPremium · ook: Cellenbetonplug, gasbetonplug, ytongplug, spiraalplug voor cellenbeton

    Een cellenbetonplug is een lange plug met een grof, spiraalvormig profiel dat zich over een groot oppervlak in het zachte, poreuze materiaal vastzet. Cellenbeton is bros: boren gebeurt uitsluitend draaiend en nooit met de klopstand.

  • CementPremium · ook: Portlandcement is de meest gebruikte soort

    Cement is een bindmiddel: een fijn grijs poeder van gebrande en gemalen kalksteen en klei. Het is geen mengsel van kalk en zand, en het is op zichzelf geen bouwmateriaal. Pas gemengd met water, zand en eventueel grind ontstaat mortel of beton.

  • Cementgebonden plaatPremium · ook: Cementgebonden plaat, cementplaat, cementgebonden bouwplaat, tegeldrager

    Een cementgebonden plaat bestaat uit cement met vezels of houtdeeltjes als versterking, en is bestand tegen water zonder in te zwellen. Zij wordt gebruikt als drager onder tegelwerk in natte ruimten, in ruimten met een zware belasting en op plaatsen waar gips het niet houdt.

  • CenterboorPremium · ook: Centerboor, centrumboor, appelboor, vlakboor, speedboor

    Een centerboor is een houtboor met een centreerpunt in het midden, omgeven door een voorsnijder en een snijmes. De volgorde waarin die drie het hout raken, is de hele reden dat het gereedschap bestaat. De punt centreert, de voorsnijder kerft de cirkel in, en pas daarna schaaft het snijmes het hout weg. Daardoor krijg je een gat met een schone rand en een vlakke bodem, terwijl een gewone spiraalboor de vezels aan de rand uittrekt. De keerzijde: dat werkt alleen bij laag toerental en veel koppel — in een snel draaiende accuboormachine slaat een centerboor vast of brandt hij in.

  • CertificeringPremium · ook: Certificering, certificatie, certificeren, gecertificeerd zijn

    Certificering is de schriftelijke verklaring van een onafhankelijke instelling dat een product, een bedrijf of een persoon aan vastgelegde eisen voldoet en dat daar regelmatig op wordt gecontroleerd. In de bouw kom je het tegen als certificaat op materialen, als procescertificaat bij bedrijven en als persoonscertificaat bij vakmensen.

  • ChaletstijlPremium · ook: Zwitserse stijl, Zwitsers landhuisstijl

    Chaletstijl is een negentiende-eeuwse bouwstijl met houten gevels, brede dakoverstekken en decoratief zaagwerk aan windveren en balkons. In Nederland vooral toegepast bij villa's, stationsgebouwen en paviljoens.

  • ChamottePremium · ook: Chamotte, schamotte, vuurvaste klei, vuurvaste steen, chamottesteen

    Chamotte is gebakken vuurvaste klei, gebruikt als steen of als mortel in de vuurhaard van kachels, open haarden en schoorstenen. Het onderscheidende is niet dat het hitte verdraagt — dat doen meer materialen — maar dat het hitte verdraagt zonder te scheuren of uit te zetten. Gewone baksteen, cementmortel en beton doen dat niet: die scheuren, spatten of vallen uiteen bij de temperaturen in een haard. Een vuurhaard herstellen met gewone mortel gaat één stookseizoen goed en is daarna gevaarlijker dan ervoor.

  • ChapePremium · ook: Chape, dekvloer, zandcementvloer, egalisatievloer, estrik

    Een chape of dekvloer is de laag zand en cement of anhydriet die over de constructievloer wordt aangebracht om een vlakke ondergrond te maken. Er is één eigenschap die alle problemen verklaart: een dekvloer moet drogen, en dat duurt langer dan iedereen denkt. Een zandcementdekvloer van vijf centimeter heeft grofweg een week per centimeter nodig — en dat is bij ideale omstandigheden. Wie er te vroeg een vloerafwerking op legt, sluit het vocht op, en dan komt het bij het parket, de lijm of het linoleum terecht.

  • Circulair bouwenPremium · ook: Kringloopbouw, circulaire bouweconomie

    Circulair bouwen is bouwen op een manier waarbij materialen aan het einde van hun gebruiksduur opnieuw bruikbaar zijn in plaats van afval worden. Dat vraagt keuzes in het ontwerp, niet pas bij de sloop.

  • Circulaire economiePremium · ook: Kringloopeconomie

    De circulaire economie is een model waarin grondstoffen in kringloop blijven in plaats van dat ze na gebruik afval worden. In de bouw betekent dat: minder nieuw materiaal, langer gebruiken wat er staat, en bouwen op een manier waarop het later weer uit elkaar kan.

  • CirculariteitsindexPremium · ook: Circulariteitsindex, circulariteitsscore, material circularity indicator

    Een circulariteitsindex is een getal dat aangeeft in welke mate een gebouw of product circulair is: hoeveel hergebruikt materiaal erin zit, hoe losmaakbaar het is, en wat er aan het einde mee kan gebeuren. Anders dan de MPG is er geen wettelijk voorgeschreven methode. Dat betekent dat scores van verschillende methoden niet vergelijkbaar zijn.

  • CoatingPremium

    Een coating is een dunne laag die je op een ondergrond aanbrengt om die te beschermen of om er een eigenschap aan toe te voegen, bijvoorbeeld waterdichtheid, slijtvastheid of stroefheid. De laag hardt uit tot een aaneengesloten film die aan de ondergrond hecht.

  • CoatinginspectiePremium · ook: Coatinginspectie, conserveringsinspectie, verfinspectie, laagdikte-inspectie

    Een coatinginspectie is de systematische beoordeling van een aangebrachte beschermlaag: is hij goed aangebracht, is hij dik genoeg, hecht hij, en hoe lang gaat hij nog mee. De inspectie meet wat je niet ziet. Een coating die er goed uitziet, kan te dun zijn aangebracht of slecht hechten, en dan begeeft hij het jaren eerder dan berekend. Bij staal en beton betekent dat niet alleen een nieuwe verflaag maar aantasting van de constructie eronder, en dat is een orde van grootte duurder.

  • ComposietPremium

    Composiet is een materiaal dat is opgebouwd uit een bindmiddel met versterkende vezels of vulstoffen. In de bouw wordt het gebruikt voor gevelbeplating, kozijnen, vlonders, keukenbladen en dakelementen.

  • CompressorPremium · ook: Compressor, luchtcompressor, persluchtcompressor, luchtketel

    Een compressor perst lucht samen in een ketel, zodat je er gereedschap mee kunt aandrijven. Bij de aanschaf wordt naar de druk gekeken en dat is zelden waar het misgaat. De maat die telt is de luchtafgifte in liters per minuut, niet de bar. Vrijwel elke compressor haalt de druk die een tacker of een verfspuit vraagt; wat hij niet haalt, is de hoeveelheid lucht die een slijptol, een schuurmachine of een spuitpistool per minuut verbruikt. Dan werkt het gereedschap een halve minuut, valt de druk weg en sta je te wachten tot de ketel weer vol is. Kijk dus eerst wat je zwaarste gereedschap vraagt en zoek daar een compressor bij.

  • ConstructiehoutPremium · ook: Constructiehout, draaghout, timmerhout, gezaagd hout

    Constructiehout is gezaagd hout dat is gesorteerd op sterkte en dat daardoor mag worden gebruikt in een dragende constructie: een balklaag, een dakspant, een gording of een houtskeletwand. Wat het onderscheidt van gewoon timmerhout is de sortering. Op elk stuk staat een sterkteklasse gestempeld, en die klasse is wat de constructeur in zijn berekening gebruikt. Hout zonder stempel mag niet dragen.

  • Constructiestaal · ook: Constructiestaal, bouwstaal, profielstaal

    Constructiestaal is staal dat draagt. Het wordt in profielen gewalst en verwerkt tot liggers, kolommen en kokers die belasting overbrengen naar de fundering. In een woning kom je het tegen als stalen ligger boven een doorbraak, als kolom en als draagconstructie onder een dakopbouw.

  • ContactlijmPremium · ook: Contactlijm, contactkleefstof, neopreenlijm, tweezijdige lijm

    Contactlijm is een lijm die op beide te verbinden vlakken wordt aangebracht, moet aandrogen, en die bij het samenbrengen onmiddellijk hecht. Er zit één regel in die alles bepaalt en die tegen de intuïtie in gaat: je wacht tot de lijm droog aanvoelt voordat je de delen op elkaar legt. Wie ze nat samenbrengt, krijgt een verbinding die nooit sterk wordt — het oplosmiddel kan er dan niet meer uit.

  • CortenstaalPremium · ook: Weervast staal, verweerstaal

    Cortenstaal is staal met legeringselementen die ervoor zorgen dat de roestlaag zichzelf afsluit. Die dichte roestlaag beschermt het staal eronder, waardoor het buiten zonder coating decennia meegaat en zijn karakteristieke oranjebruine kleur krijgt.

D

  • DakconstructiePremium · ook: Kapconstructie, dakgebint, draagconstructie van het dak

    De dakconstructie is het dragende deel van het dak: het geheel van spanten, gordingen, balken of vloerelementen dat de dakbedekking, de sneeuw en de wind opneemt en de belasting afvoert naar de muren en de fundering.

  • DakgebintPremium · ook: Dakgebint, gebint, gebinte

    Een dakgebint is het houten dwarsframe dat de kap van een oud gebouw draagt: twee staande stijlen met een liggende balk erover, schuin verstevigd met korbelen. Op de gebinten liggen de gordingen, daarop de sporen en het dakbeschot. Je vindt ze vooral in boerderijen, schuren, pakhuizen en monumenten.

  • DakleiPremium · ook: Lei, natuurlei, schaliedak

    Een daklei is een dunne, platte plaat natuursteen — meestal leisteen — of vezelcement, die in overlappende rijen op een dak wordt bevestigd. Leien zijn licht, zeer duurzaam en kenmerkend voor kerken, landhuizen en monumentale panden. Natuurleien gaan bij goede kwaliteit een eeuw mee en zijn daarmee de langst meegaande dakbedekking die er is. De bevestiging en het onderliggende houtwerk gaan doorgaans eerder stuk dan de leien zelf, en dat is bij een leiendak de kern van het onderhoud.

  • DakpanPremium · ook: Pan, dakbedekkingselement.

    Een dakpan is een element van gebakken klei of beton waarmee een hellend dak wordt bedekt. Pannen liggen los op de panlatten en overlappen elkaar, zodat regenwater naar beneden wordt afgevoerd zonder dat het dak waterdicht hoeft te zijn.

  • DakpanplaatPremium · ook: Pannenplaat, dakpanprofielplaat, damwandpanplaat

    Een dakpanplaat is een grote metalen of kunststof plaat die in het profiel van dakpannen is geperst. Eén plaat vervangt tien tot twintig losse pannen en wordt met schroeven op de panlatten of gordingen bevestigd.

  • DakshinglePremium · ook: Dakshingle, shingle, bitumenshingle, asfaltshingle, dakleipan van bitumen

    Een dakshingle is een flexibele strook van met bitumen doordrenkte glasvezel, aan de bovenzijde bestrooid met minerale korrels, die dakpansgewijs op een gesloten dakbeschot wordt gespijkerd. Zij is licht en goedkoop, en zij is de gangbare dakbedekking voor tuinhuizen, dakkapellen en lichte dakvlakken.

  • DaktrimPremium · ook: Daktrim, dakrandprofiel, randprofiel, trim, dakrandafwerking

    Een daktrim is het metalen profiel dat de rand van een plat dak afwerkt, de dakbedekking vasthoudt en het water van de gevel af leidt. Het lijkt afwerking en het is de plek waar een plat dak het vaakst lekt. Aan de rand komen drie dingen samen die elk hun eigen beweging hebben: de dakbedekking, het metalen profiel en de onderliggende constructie. Waar drie materialen met verschillende uitzettingscoëfficiënten elkaar raken, ontstaat spanning — en spanning zoekt een uitweg.

  • DampopenPremium · ook: Dampopen, dampdoorlatend, damptoegankelijk, diffusieopen

    Dampopen betekent dat een materiaal of constructie waterdamp doorlaat. Het woord wordt gebruikt alsof het altijd goed is en dat is het niet. Het gaat niet om dampopen of dampdicht, maar om de volgorde: dampremmend aan de warme binnenzijde en dampopen aan de koude buitenzijde. Een constructie moet vocht kunnen afvoeren naar de kant waar het weg kan. Draai je die volgorde om — dampdicht aan de buitenkant, open aan de binnenkant — dan loopt vocht de constructie in en komt het er niet meer uit. Dat is de fout achter een groot deel van de vochtschade na na-isolatie.

  • Dampremmende foliePremium · ook: Dampremmende folie, dampremmer, dampscherm, dampdichte folie

    Dampremmende folie is een kunststoffolie die aan de warme zijde van een isolatielaag wordt aangebracht om te voorkomen dat vochtige binnenlucht de constructie in trekt en daar condenseert. De folie werkt alleen als hij luchtdicht is. Een scheur, een niet-afgeplakte naad of een doorvoering zonder manchet laat meer vocht door dan de hele rest van het vlak tegenhoudt, en dat is de reden dat vrijwel elke vochtschade in een geisoleerd dak op een detail is terug te voeren.

  • Dekverf · ook: Dekverf, dekkende verf, dekkende lak

    Dekverf is verf die de ondergrond volledig aan het oog onttrekt. De kleur komt van pigment dat het licht tegenhoudt, waardoor je de nerf en de kleur van het hout eronder niet meer ziet. Het tegenovergestelde is transparante beits, die de nerf laat doorschijnen.

  • Demontabel bouwenPremium · ook: Demontabel bouwen, remontabel bouwen, adaptief bouwen

    Demontabel bouwen is het ontwerpen en uitvoeren van een gebouw zodat het aan het einde van zijn gebruiksduur uit elkaar kan worden gehaald en de onderdelen opnieuw kunnen worden ingezet. Het is de praktische toepassing van circulair denken op gebouwniveau, en het verschuift de vraag van hoe bouw ik dit naar hoe haal ik dit later weer uit elkaar.

  • DendrochronologiePremium · ook: Jaarringenonderzoek, jaarringdatering, boomringdatering

    Dendrochronologie is het dateren van hout aan de hand van het patroon van jaarringen. Door dat patroon te vergelijken met referentiereeksen kan het jaar waarin de boom is gekapt vaak tot op een jaar nauwkeurig worden bepaald.

  • DeurkozijnPremium · ook: Deurkozijn, kozijn, deurstijl, zarge

    Een deurkozijn is het omlijstende raamwerk waarin een deur hangt, bestaande uit twee stijlen en een bovendorpel. Het kozijntype bepaalt welk deurtype past, en het is bij een verbouwing vaker de bepalende post dan de deur zelf.

  • Deuvel · ook: Deuvel, houten deuvel, deuvelpen, plug van hout

    Een deuvel is een ronde pen, meestal van hout, die in geboorde gaten in twee delen valt en die delen positioneert en tegen verschuiven vastzet. In houtwerk gaat de deuvel bijna altijd samen met lijm: de lijm houdt vast, de deuvel houdt op zijn plaats en neemt de afschuiving op.

  • DievenklauwPremium · ook: Dievenklauw, scharnierbeveiliging, anti-opdrukbeveiliging, dievenpen, inbraakwerende pen

    Een dievenklauw is een pen aan de scharnierzijde die bij het sluiten in het kozijn grijpt. Hij lost een probleem op waar bijna niemand aan denkt. Iedereen beveiligt de slotzijde, en dus werkt een inbreker aan de scharnierzijde. Worden de scharnierpennen eruit geslagen of wordt de deur daar opgewrikt, dan kan het blad uit de sponning worden getild — het slot doet dan niets, want dat zit aan de andere kant. Een dievenklauw houdt het blad daar mechanisch vast, en hij kost enkele euro's per stuk.

  • DoorstrijkenPremium · ook: Doorgestreken voeg, doorstrijkmortel, doorstrijken van het voegwerk

    Doorstrijken is een metselwijze waarbij de voeg direct tijdens het metselen wordt afgewerkt met dezelfde mortel. Er wordt dus niet later apart gevoegd. Het is sneller en goedkoper, en het stelt hogere eisen aan de mortel en aan het vakmanschap.

  • Dosse gezaagdPremium · ook: Vlakgezaagd, tangentiaal gezaagd, doorgaand gezaagd

    Dosse gezaagd hout is uit de stam gezaagd langs de raaklijn aan de jaarringen. Het herkenbare gevolg is de vlamtekening op het oppervlak. Het is de goedkoopste zaagwijze en tegelijk de zaagwijze die het meeste werkt bij wisselend vocht.

  • DouglasPremium · ook: Douglas, douglashout, douglasspar, Oregon pine

    Douglas is een naaldhoutsoort met een roodbruin kernhout, een natuurlijke duurzaamheid die beter is dan die van vuren en grenen, en met een opvallend grote leverbare maat. Het is in Nederland het gangbare hout voor overkappingen, carports en zichtbare buitenconstructies zonder impregnering.

  • DraadeindPremium · ook: Draadeind, draadstang, tapeind, stangdraad

    Een draadeind is een stalen stang met metrische schroefdraad over de hele lengte, die je op maat afkort en met moeren vastzet. Het is bevestigingsmateriaal op rol: je maakt er precies de lengte van die je nodig hebt. Daardoor is het de standaardoplossing voor ophangingen aan een plafond — leidingen, kanalen, verlaagde plafonds — en voor doorgaande verbindingen door dik materiaal.

  • DraadglasPremium · ook: Gewapend glas, spiegeldraadglas wanneer het is geslepen en gepolijst, ruitjesglas in het spraakgebruik

    Draadglas is glas waarin tijdens het gieten een metalen draadnet is opgenomen. Bij breuk houdt dat net de scherven op hun plaats, waardoor de opening dicht blijft. Het is brandvertragend maar het is geen veiligheidsglas voor personen.

  • DraadnagelPremium · ook: Draadnagel, draadnagelstift, nagel, spijker

    Een draadnagel is de moderne, uit staaldraad getrokken spijker: een rechte schacht met een gestuikte kop en een geslagen punt. Het is het meest gebruikte bevestigingsmiddel in de houtbouw en tegelijk het onopvallendste. De keuze zit niet in het product zelf maar in vier eigenschappen: dikte, lengte, kopvorm en beschermlaag. Die vier bepalen of een verbinding houdt, of hij loskomt, en of het hout eromheen na een paar jaar zwart wordt.

  • DraaikiepraamPremium · ook: Draai-kiepraam, kantelraam, oscillo-battant

    Een draaikiepraam is een raam dat op twee manieren opengaat: helemaal open draaiend om een verticale as, of aan de bovenzijde naar binnen kantelend voor ventilatie. Eén handgreep bedient beide standen.

  • DrakenstijlPremium · ook: Noorse drakenstijl, dragestil

    De drakenstijl is een Scandinavische houtbouwstijl uit het einde van de negentiende eeuw, met steile daken, rijk houtsnijwerk en drakenkoppen op de nokken. In Nederland komt zij zeldzaam voor, vooral bij villa's en badplaatsarchitectuur uit die periode.

  • DrevelPremium · ook: Drevel, nagelverzinker, spijkerdrevel, doorslag, drijver

    Een drevel is een korte stalen pen met een geharde, licht holle punt, waarmee je een spijkerkop onder het houtoppervlak drijft zonder het hout eromheen te beschadigen. Het is een klein gereedschap met één taak, en die taak is nauwelijks te vervangen: het laatste stukje van een spijker slaan met de hamer betekent een deuk in het hout. De drevel zet die laatste twee millimeter zonder het oppervlak te raken.

  • DrilboorPremium · ook: Drilboor, boogboor, fiedelboor, drukboor, spiraaldrukboor

    Een drilboor is een handaangedreven boor die gaat draaien door een boog met een snaar of door een schuivende spiraalbeweging. Het is nadrukkelijk geen zwaar gereedschap, en dat is het punt. Een drilboor levert weinig kracht en veel beheersing. Hij kan niet uitschieten, hij loopt niet warm en hij geeft geen vonken — precies wat je wilt in broos, oud of dun materiaal, in fijne verbindingen en op plekken waar een machine te grof of te riskant is. Voor gaten van enige diameter is hij ongeschikt, en dat is geen tekortkoming maar de afbakening.

  • DroogtijdPremium · ook: Droogtijd, drogingstijd, uithardingstijd, verhardingstijd, wachttijd

    Droogtijd is de tijd die een bouwproduct nodig heeft om van nat of vers naar de toestand te komen waarin je er verder mee kunt: aanraken, overschilderen, belopen, belasten of afwerken. Verf, lijm, kit, stucwerk, dekvloeren en beton hebben elk een eigen droogtijd, en die hangt af van temperatuur, vocht, laagdikte en ondergrond.

  • DruklaagPremium · ook: Druklaag, constructieve druklaag, opstortlaag, opstort, meewerkende druklaag.

    Een druklaag is een gewapende betonlaag die op de bouwplaats over prefab vloerelementen wordt gestort. Hij hoort constructief bij de vloer: hij neemt de druk op, koppelt de losse platen tot één vlak en zorgt dat de vloer de wind naar de wanden kan afvoeren. Zonder druklaag zijn het losse platen.

  • Drukvaste isolatiePremium · ook: Belastbare isolatie, drukvast isolatiemateriaal, hardschuimisolatie

    Drukvaste isolatie is isolatiemateriaal dat belasting kan dragen zonder blijvend in te drukken. Het wordt toegepast onder vloeren, onder funderingen, op omgekeerde daken en onder terrassen — overal waar er gewicht op de isolatie komt te staan.

  • DuimstokPremium · ook: Duimstok, meterstok, vouwmeter, timmermansmeter, gliedermaat

    Een duimstok is een uit tien of twintig scharnierende delen bestaande meetstok van hout, kunststof of aluminium, doorgaans twee meter lang uitgevouwen. Waar een rolmaat doorbuigt, blijft een duimstok recht. Dat maakt hem nauwkeuriger over korte afstanden, geschikt om een maat over te brengen zonder tweede persoon, en bruikbaar als lineaal, als aanslag en als diepte- of hoekmaat.

  • Duurzaam bouwenPremium · ook: Dubo, duurzame bouw, groen bouwen

    Duurzaam bouwen is bouwen waarbij de milieubelasting over de hele levensduur wordt beperkt: van de winning van grondstoffen, via het bouwen en het gebruik, tot de sloop en het hergebruik. Het gaat dus over meer dan energiezuinigheid alleen.

  • DuurzaamheidsklassePremium · ook: Duurzaamheidsklasse hout, natuurlijke duurzaamheid, DK 1 tot en met DK 5

    De duurzaamheidsklasse geeft aan hoe goed het kernhout van een houtsoort van nature bestand is tegen aantasting door schimmels. De schaal loopt van klasse 1, zeer duurzaam, tot klasse 5, niet duurzaam.

E

  • EPDMPremium · ook: Rubberdak, rubberfolie, EPDM-folie

    EPDM is een synthetische rubberfolie die als dakbedekking op platte daken wordt toegepast. Het grootste kenmerk is dat een dak van gemiddelde afmeting in één stuk kan worden gelegd, zonder naden — en naden zijn de plek waar een plat dak lekt.

  • EPSPremium · ook: Piepschuim, tempex, geëxpandeerd polystyreen

    EPS is een hard isolatieschuim van polystyreenkorrels die met stoom zijn opgeschuimd en aan elkaar gesinterd. Het is licht, goedkoop, drukvast en vochtongevoelig, en het is daarmee het meest toegepaste isolatiemateriaal in de Nederlandse bouw.

  • EgaliserenPremium · ook: Egaliseren, uitvlakken, nivelleren, ragréeren

    Egaliseren is het vlak maken van een vloer met een dunne, vloeibare mortellaag voordat de afwerking erop komt. Het wordt behandeld als vulwerk en het is een vloeistof met een recept. Egalisatiemortel legt zichzelf waterpas, maar alleen bij precies de voorgeschreven hoeveelheid water. Een scheut extra maakt het uitgieten makkelijker en levert een laag op die poedert, krimpt en onder de afwerking loslaat — de sterkte zit in de verhouding, niet in het gemak. En de tweede voorwaarde staat even zuinig op de zak: de ondergrond moet voorbehandeld zijn. Zonder primer zuigt een poreuze vloer het aanmaakwater weg voordat de mortel is uitgehard, en op een dichte vloer hecht hij niet. Beide fouten zie je pas als de vloer eroverheen ligt.

  • EikenPremium · ook: Eiken, eikenhout, eik

    Eiken is een loofhoutsoort met een hoge dichtheid, een kenmerkende nerftekening en een goede natuurlijke duurzaamheid van het kernhout. Het is in Nederland eeuwenlang het constructiehout bij uitstek geweest en het is nog steeds de standaard voor vloeren, trappen en meubels.

  • Elastische kitPremium · ook: Elastische kit, elastisch afdichtingsmiddel, voegkit, sealant

    Elastische kit is een afdichtingsmiddel dat na uitharding rekbaar blijft en daarmee de beweging in een voeg kan volgen zonder te scheuren. Wat een kitvoeg lang laat meegaan is niet de kitsoort maar de maatvoering van de voeg en de rugvulling erachter.

  • ElementenbouwPremium · ook: Prefab bouw, systeembouw, industrieel bouwen

    Bij elementenbouw worden grote onderdelen van een gebouw in een fabriek gemaakt en op de bouwplaats samengevoegd. Wanden, vloeren, dakelementen en soms complete badkamers komen kant-en-klaar aan; de bouwplaats wordt een montageplaats.

  • EloxerenPremium · ook: Anodiseren, geanodiseerd aluminium, geëloxeerd aluminium

    Eloxeren is een elektrochemische behandeling waarbij de natuurlijke oxidehuid van aluminium onder stroom wordt verdikt tot een harde, poreuze laag die daarna wordt gesloten. Het resultaat is een oppervlak dat niet kan afbladderen, want het is geen laklaag maar het metaal zelf.

  • ElzenhoutPremium · ook: Elzenhout, els, zwarte els

    Elzenhout is een lichte, zachte loofhoutsoort die boven water snel wegrot en permanent onder water eeuwen meegaat. Het wordt gebruikt voor multiplex, meubels en historische paalfunderingen, en het kleurt bij het zagen oranjerood op.

  • Embodied carbonPremium · ook: Embodied carbon, materiaalgebonden uitstoot, grijze energie

    Embodied carbon is de broeikasgasuitstoot die vrijkomt bij het winnen, produceren, transporteren, bouwen, onderhouden en slopen van een gebouw. Het is alles behalve het energieverbruik tijdens het gebruik. Naarmate woningen energiezuiniger worden, neemt het aandeel van deze uitstoot toe: bij een nieuwe, goed geïsoleerde woning is het inmiddels vaak groter dan de uitstoot van het gebruik over de hele levensduur.

  • EngobePremium · ook: Kleislib, sliblaag

    Engobe is een dunne laag fijne klei die vóór het bakken op een dakpan of een keramische tegel wordt aangebracht. Bij het bakken versmelt zij met de scherf. Zij bepaalt de kleur en maakt het oppervlak dichter, maar zij is geen glazuur en geeft dus geen glans.

  • EpoxyPremium · ook: Epoxy, epoxyhars, tweecomponentenhars, 2K-epoxy

    Epoxy is een tweecomponentenhars die uithardt door een chemische reactie tussen hars en verharder, in een exact voorgeschreven mengverhouding. De sterkte en de chemische bestendigheid zijn hoog; de verwerkingstijd na mengen is kort en de mengverhouding luistert nauw.

  • EsdoornPremium · ook: Esdoorn, esdoornhout, ahorn

    Esdoorn is een lichte, egale loofhoutsoort met een uitzonderlijk fijne structuur en een bijna witte kleur. Het is het klassieke hout van sportvloeren en werkbladen, en het is buiten volstrekt ongeschikt.

  • EssenPremium · ook: Essen, essenhout, es

    Essen is een taaie, elastische loofhoutsoort met een uitgesproken nerftekening en een hoge slagvastheid. Het is de klassieke keuze voor gereedschapsstelen en sportmateriaal, en het is buiten ongeschikt.

  • EvenwichtsvochtgehaltePremium · ook: Evenwichtsvochtgehalte, evenwichtsvochtigheid, EMC

    Het evenwichtsvochtgehalte is het vochtgehalte dat een hygroscopisch materiaal — hout, gips, leem, een dekvloer — aanneemt wanneer het lang genoeg in dezelfde omgeving ligt. Het volgt uit de temperatuur en de relatieve luchtvochtigheid van die omgeving en het bepaalt of hout gaat werken.

  • EzelsrugPremium · ook: Ezelsrug, ezelsrugafdekking, muurafdekking met twee hellingen

    Een ezelsrug is de afdekking van een muur met twee naar weerszijden aflopende vlakken, zodat het water naar beide kanten afloopt. Het is de klassieke manier om de bovenzijde van een vrijstaande muur te beschermen. De bovenkant van een muur is namelijk de plek waar water binnendringt en waar de meeste schade begint.

F

  • FSCPremium · ook: Fsc-keurmerk, fsc-gecertificeerd hout

    FSC is een keurmerk voor hout en houtproducten uit verantwoord beheerd bos. Het certificaat volgt het hout van het bos tot het eindproduct, zodat een koper kan nagaan waar het vandaan komt en onder welke voorwaarden het is gekapt.

  • FelsnaadPremium · ook: Felsnaad, fels, staande naad, roevennaad, soldeernaadloze verbinding

    Een felsnaad is een waterdichte verbinding tussen twee metalen banen, gemaakt door de randen om elkaar heen te vouwen en dicht te drukken. Het is een verbinding zonder soldeer, zonder lijm en zonder kit — de dichtheid komt uit de vorm. Dat maakt hem uitzonderlijk duurzaam en het maakt hem het antwoord op het probleem dat metaal uitzet: een felsnaad laat beweging toe waar een soldeernaad scheurt.

  • FiguurglasPremium · ook: Ornamentglas, gefigureerd glas, structuurglas, matglas in het spraakgebruik

    Figuurglas is glas met een reliëfpatroon aan één of beide zijden, aangebracht tijdens de productie door het glas tussen gegraveerde walsen te leiden. Het laat licht door maar geen scherp doorzicht, en het wordt toegepast waar privacy en daglicht allebei nodig zijn.

  • FineerPremium · ook: Fineerblad, houtfineer, fineerlaag

    Fineer is een dun blad echt hout, doorgaans 0,5 tot 3 millimeter dik, dat op een ondergrond van plaatmateriaal wordt verlijmd. Zo krijgt een meubel of een deur het uiterlijk van massief hout tegen een fractie van het materiaalgebruik.

  • FineerbalkPremium · ook: Fineerbalk, gelamineerd fineerhout, LVL

    Een fineerbalk bestaat uit dunne fineerlagen die op elkaar zijn gelijmd, waarbij vrijwel alle lagen in de lengterichting lopen. Dat geeft een hoge sterkte bij een slanke doorsnede en een maatvastheid die massief hout niet haalt.

  • Fitting · ook: Fitting, lampfitting, lamphouder

    De fitting is het deel van een armatuur waarin de lamp wordt gedraaid of gestoken. Hij houdt de lamp vast en brengt tegelijk de stroom over. De aanduiding op de fitting zegt welke lamp erin past. Past die aanduiding niet, dan past de lamp niet.

  • FlensPremium · ook: Flens, flensverbinding, flensplaat, koppelflens, closetflens

    Een flens is een ronde plaat aan het uiteinde van een leiding of toestel, waarmee twee delen met bouten en een pakking op elkaar worden bevestigd. Het is de demonteerbare verbinding in een leidingsysteem: waar gelast of gelijmd niet uitkomt omdat er ooit iets uit moet, komt een flens. Het is daarmee ook het punt dat lekt — en de oorzaak is bijna altijd dezelfde: de bouten zijn niet kruislings en niet gelijkmatig aangehaald, waardoor de pakking scheef wordt belast.

  • FloatglasPremium · ook: Floatglas, blank glas, vlakglas, basisglas, enkel glas

    Floatglas is het basisvlakglas dat wordt gemaakt door gesmolten glas over een bad van vloeibaar tin te laten drijven. Vrijwel alle andere glassoorten worden ervan gemaakt; op zichzelf is het niet veilig en niet isolerend.

  • FoamglasPremium · ook: Cellenglas, schuimglas, cellulair glas

    Foamglas is isolatiemateriaal van opgeschuimd glas: miljoenen gesloten glascellen gevuld met lucht. Het is volledig waterdicht, dampdicht, drukvast en onbrandbaar. Daarmee is het het enige isolatiemateriaal dat in permanent natte en zwaar belaste situaties zonder meer kan.

  • FormaldehydePremium · ook: Formaldehyde, methanal, formaline

    Formaldehyde is een vluchtige stof die vrijkomt uit lijmen in plaatmateriaal zoals spaanplaat, MDF en multiplex, en uit sommige isolatiematerialen, verven en meubels. Het prikt aan ogen en luchtwegen en het is geclassificeerd als kankerverwekkend bij langdurige blootstelling. In een goed geventileerde woning met moderne materialen is het risico klein; in een luchtdichte woning met veel nieuw plaatmateriaal is het dat minder.

  • FreesPremium · ook: Bovenfrees, freesmachine, router

    Een frees is een machine met een snel roterend snijgereedschap waarmee je materiaal wegneemt in een bepaalde vorm: een groef, een sponning, een profiel of een uitsparing. De bovenfrees is het gereedschap waarmee een klusser zelf profielen en verbindingen kan maken.

  • FretboorPremium · ook: Fretboor, handboortje, priemboor, modelboortje, stiftenboor

    Een fretboor is een klein spiraalboortje met een handvat, dat met de hand wordt rondgedraaid. Dat het langzaam gaat, is bij fijn werk geen nadeel maar de bestaansreden. Met de hand voel je de weerstand, en daardoor kun je niet doorschieten. In dun hout, in een fineerlaag, vlak bij een kant of in een oud, broos werkstuk is dat precies wat je nodig hebt: een machine boort erdoorheen voordat je merkt dat het splijt. Voor voorboren van kleine schroeven blijft het een van de weinige plekken waar handkracht wint van een accumachine.

  • Functionele eenheidPremium · ook: Vergelijkingsbasis, prestatie-eenheid, referentie-eenheid.

    De functionele eenheid is de afspraak waarover je vergelijkt: welke prestatie twee producten allebei moeten leveren voordat je hun milieubelasting of hun prijs naast elkaar mag leggen. Zonder die afspraak vergelijk je twee dingen die niet hetzelfde doen.

G

  • G-waardePremium · ook: Zontoetredingsfactor, ZTA-waarde, solar factor

    De g-waarde geeft aan welk deel van de zonne-energie dat op een ruit valt, binnenkomt als warmte. Een g-waarde van 0,6 betekent dat zestig procent van de zonnewarmte de ruimte in gaat.

  • Galvanische corrosiePremium · ook: Contactcorrosie

    Galvanische corrosie is het versneld wegteren van een metaal doordat het in contact staat met een ander, edeler metaal terwijl er water tussen zit. Het minst edele metaal offert zich op. In woningen zie je het vooral bij koper op zink, bij stalen schroeven in aluminium of zink en bij verschillende metalen in een leidingnet.

  • GalvaniserenPremium · ook: Galvaniseren, verzinken, gegalvaniseerd, verzinkt

    Galvaniseren is het aanbrengen van een zinklaag op staal om roest tegen te gaan. Het zink beschermt op twee manieren: het sluit het staal af van lucht en water, en het lost bij een beschadiging zelf op in plaats van het staal. Dat laatste maakt de behandeling zo betrouwbaar.

  • Gebakken klinkerPremium · ook: Gebakken klinker, straatbaksteen, klinker, waalformaat klinker, dikformaat

    Een gebakken klinker is een uit klei gevormde en gebakken straatsteen, met de kleur door en door in het materiaal. Hij is kleurvast, verweert nauwelijks en gaat vijftig jaar of langer mee; hij is duurder dan een betonklinker.

  • GebruiksklassePremium · ook: Bij vloeren: gebruiksklasse, belastingsklasse, klasse 23, 31, 32 of 33, en bij laminaat ook de slijtklasse AC3, AC4 of AC5, wat een andere schaal is voor grotendeels hetzelfde

    Een gebruiksklasse geeft aan voor welke omstandigheden een materiaal geschikt is. Bij vloerbedekking zegt de klasse hoe zwaar het loopverkeer mag zijn, van een slaapkamer tot een winkel. Bij hout zegt de klasse hoe nat het hout wordt, van droog binnen tot in de grond. De klasse helpt je het juiste materiaal op de juiste plek te kiezen.

  • Gefurfuryleerd houtPremium · ook: Gefurfuryleerd hout, furfurylering

    Gefurfuryleerd hout is naaldhout dat is doordrenkt met furfurylalcohol uit landbouwrestanten en daarna is uitgehard. De behandeling maakt het hout hard, maatvast en duurzaam in klasse één, en zij kleurt het door en door donkerbruin.

  • Gehard glasPremium · ook: Gehard glas, veiligheidsglas, thermisch voorgespannen glas, ESG

    Gehard glas is glas dat door snelle afkoeling onder inwendige spanning is gebracht, waardoor het vier tot vijf keer sterker is dan gewoon glas. Het breekt in stompe korrels in plaats van scherven, en het is na het harden niet meer te bewerken.

  • Gelamineerd houtPremium · ook: Gelamineerd hout, gelijmd gelamineerd hout, lamellenhout, glulam, brettschichtholz

    Gelamineerd hout bestaat uit op elkaar gelijmde houtlamellen die alle in de lengterichting lopen, samengevoegd tot een balk of ligger. Het maakt overspanningen en afmetingen mogelijk die met massief hout niet leverbaar zijn, en het is aanzienlijk maatvaster.

  • GeleiderailPremium · ook: Geleiderail, zaagrail, geleidingsrail, rail

    Een geleiderail is een aluminium profiel dat je op het werkstuk legt en waarlangs een zaag of frees loopt. Hij doet twee dingen tegelijk: hij houdt de machine kaarsrecht over de volle lengte, en hij drukt met een rubberlip het materiaal langs de zaaglijn aan zodat de bovenkant niet uitscheurt. Zonder rail is een invalzaag niet meer dan een dure cirkelzaag.

  • GeluidsabsorptiePremium · ook: Geluidsabsorptie, akoestische absorptie, geluidsdemping in de ruimte, absorptiewaarde

    Geluidsabsorptie is de mate waarin een materiaal geluid opneemt in plaats van terugkaatst, uitgedrukt in een getal tussen nul en een. Nul is volledige weerkaatsing, een is volledige opname. Een gladde tegelvloer zit rond nul komma nul twee; een dikke akoestische plaat rond nul komma negen. Dat getal is per frequentie anders, en juist die frequentieafhankelijkheid bepaalt of een maatregel doet wat je ervan verwacht.

  • Geluidwerende gipsplaatPremium · ook: Geluidwerende gipsplaat, akoestische gipsplaat, zware gipsplaat, blauwe plaat

    Een geluidwerende gipsplaat heeft een verzwaarde gipskern, waardoor zij meer geluid tegenhoudt dan een standaardplaat van dezelfde dikte. De geluidsisolatie van een wand wordt bepaald door de complete opbouw; de plaat is daarvan één onderdeel.

  • GeopolymeerbetonPremium · ook: Geopolymeerbeton, alkalisch geactiveerd beton, cementloos beton, AAM-beton

    Geopolymeerbeton is beton waarin het portlandcement is vervangen door reststoffen als vliegas of hoogovenslak, die met een alkalische oplossing worden geactiveerd. De milieuwinst is aanzienlijk, en de beperking zit niet in de techniek maar in de normering: er is geen productnorm die het dekt, dus toepassing loopt via gelijkwaardigheid.

  • GeotextielPremium · ook: Geotextiel, worteldoek, antiworteldoek, gronddoek, scheidingsdoek

    Geotextiel is een doorlatend kunststofdoek dat in de grond wordt aangebracht om twee lagen te scheiden zonder het water tegen te houden. De hoofdfunctie is scheiden: voorkomen dat zand in het grind zakt of dat grond zich met puin vermengt. Onkruid tegenhouden is een bijvangst en niet waarvoor het doek is gemaakt.

  • GepotdekseldPremium · ook: Gepotdekseld, potdekselwerk, potdekselen, overnaads beschot

    Gepotdekseld is een gevelbekleding van horizontale planken die elkaar overlappen, zoals dakpannen op een dak. Het is een systeem dat al eeuwen werkt, en de manier om het kapot te maken is één handeling. Elke plank krijgt maar één bevestiging in de hoogte, zodat hij kan werken. Schroef je door de overlap heen zodat één schroef twee planken vastzet, dan zitten ze aan elkaar geklonken — en hout werkt: het krimpt en zwelt met de vochtigheid, dwars op de nerf, over de volle plankbreedte. Vastgezet aan twee kanten kan die beweging nergens heen, en dan scheurt de plank precies bij de schroef. Dat is de meest voorkomende schade aan potdekselwerk en hij is niet te repareren zonder de plank te vervangen.

  • GereedschapPremium · ook: Gereedschap, werktuig, apparatuur, uitrusting

    Gereedschap is het geheel aan werktuigen waarmee bouw- en klusarbeid wordt uitgevoerd. Wie gereedschap koopt, kiest een machine, en de uitkomst hangt aan iets anders. Het snijdende deel, de geleiding en de opspanning bepalen het resultaat, niet het merk op de behuizing. Een goedkope cirkelzaag met een scherp blad en een geleiderail zaagt rechter dan een dure met een bot blad uit de hand. Een boormachine is zo goed als de boor erin. Een schuurmachine is zo goed als het papier en de afzuiging. Dat is de reden dat vakmensen zuinig zijn op bladen, beitels en boren en betrekkelijk onverschillig over de machine eromheen.

  • Getordeerd glasPremium · ook: Vervormd glas, optische vervorming, spiegelvervorming, torderen van isolatieglas.

    Getordeerd glas is isolatieglas waarvan de bladen niet meer vlak staan, waardoor het spiegelbeeld vervormt. Het is meestal geen fout maar natuurkunde: de gasvulling tussen de bladen zet uit en krimpt met de temperatuur en de luchtdruk, en dat buigt de ruit bol of hol.

  • Gevaarlijke stoffenPremium · ook: Gevaarlijke stoffen, schadelijke stoffen, gevaarlijke producten

    Gevaarlijke stoffen zijn stoffen die bij gebruik of vrijkomen schade aan mens of milieu kunnen veroorzaken. De categorie roept beelden op van vaten en waarschuwingsborden, en in een woning ligt het anders. De stoffen die in de bouw en bij het klussen de meeste schade veroorzaken, komen niet uit een fles maar ontstaan tijdens het werk: kwartsstof bij zagen, looddamp bij afbranden, asbestvezels bij slopen, koolmonoxide bij verbranden. Ze hebben geen etiket en geen pictogram, want ze zaten niet in een verpakking. Dat verklaart waarom de aandacht bijna altijd naar het blik met het doodskopje gaat en zelden naar de klus die het gevaar zelf produceert.

  • GevelbekledingPremium · ook: Gevelbeplating, gevelpanelen, bekleding, bardage

    Gevelbekleding is een afwerkingslaag die vóór de eigenlijke gevel wordt aangebracht: hout, vezelcement, metaal, kunststof, keramiek of steenstrips. Zij bepaalt het beeld en beschermt de constructie erachter tegen regen en zon.

  • GevelpanPremium · ook: Gevelpan, eindpan, randpan, ortgangpan, zijpan

    De gevelpan is de pan met een omgezette rand die het dakvlak aan de zijkant afsluit, langs de gevel of de topgevel. Bij storm bepaalt deze rij mede of het dak blijft liggen. De gevelrand is de plek waar de wind onder het dakvlak grijpt: langs een dakrand ontstaat onderdruk die pannen optilt, en de kracht daar is een veelvoud van die midden op het dakvlak. Een gevelpan die alleen op zijn gewicht ligt, is bij een najaarsstorm de eerste die vertrekt — en het is meteen de gevaarlijkste, want hij valt naar beneden langs de gevel.

  • GevelplaatPremium · ook: Gevelplaat, gevelpaneel, HPL-plaat, keramische gevelplaat, composietplaat

    Een gevelplaat is een grootformaat plaat van hogedruklaminaat, keramiek of composiet die in een geventileerd gevelsysteem voor de constructie wordt gehangen. De bevestiging en de spouw bepalen het resultaat; de plaat zelf is doorgaans onderhoudsvrij.

  • GevelreinigingPremium · ook: Gevelreiniging, gevelreinigen, gevel schoonmaken

    Gevelreiniging is het verwijderen van vervuiling van een gevel. De klachten die na een reiniging binnenkomen, gaan zelden over een gevel die niet schoon werd. De schade komt vrijwel altijd van de druk en niet van het vuil. Een gebakken steen heeft een bakhuid: een harde, dichte buitenlaag die tijdens het bakken ontstaat en die de steen tegen water beschermt. Hogedruk of stralen slaat die huid eraf. Wat je overhoudt, is een schone gevel die vanaf dat moment water opneemt als een spons, en die bij de eerste strenge winter aan het uitvriezen slaat. Dat is niet te herstellen: een bakhuid komt niet terug.

  • GevelsteenPremium

    Een gevelsteen is óf een gebeeldhouwde of beschilderde steen met een voorstelling in een gevel, óf de baksteen waarmee het zichtbare buitenblad van een gevel is gemetseld. De eerste is cultuurhistorie: hij vertelt wie er woonde, wat er werd verhandeld of wanneer er is gebouwd. De tweede is techniek: kleur, formaat, hardheid en vorstbestendigheid bepalen hoe een gevel eruitziet en hoe lang hij meegaat. In beide gevallen is het detail dat bij herstel het snelst verloren gaat.

  • GewelfPremium · ook: Gewelf, welfsel, gemetselde overkapping

    Een gewelf is een gebogen constructie van metselwerk of beton die een ruimte overkapt en de belasting via druk naar de steunpunten brengt. Het bijzondere is dat metselwerk vrijwel geen trek kan opnemen maar uitstekend druk. Een gewelf buigt die belasting zodanig om dat er alleen nog druk overblijft. Daardoor kon men eeuwenlang grote ruimten overspannen met een materiaal dat op zichzelf niets kan dragen zodra je het buigt — en daardoor is een gewelf ook onmiddellijk kwetsbaar zodra de steunpunten wijken.

  • GietijzerPremium · ook: Gietijzer, gegoten ijzer, grijs gietijzer, nodulair gietijzer, smeedijzer

    Gietijzer is ijzer met een hoog koolstofgehalte dat in een mal wordt gegoten in plaats van vervormd. Twee eigenschappen bepalen wat je ermee kunt en waar het misgaat. Gietijzer is sterk onder druk en bros onder trek en stoot — het buigt niet, het breekt. En bij afvoerleidingen roest het van binnenuit: de standleiding in de schacht ziet er van buiten jarenlang goed uit terwijl de wand aan de onderzijde en in de bochten wegteert. Dat is de reden dat een lekkende gietijzeren standleiding meestal als een verrassing komt.

  • GietvloerPremium · ook: Gietvloer, naadloze vloer, coating

    Een gietvloer is een vloeibaar aangebrachte afwerklaag die naadloos uithardt tot een gesloten vlak. Er zijn kunststofgietvloeren op basis van polyurethaan of epoxy, en cementgebonden gietvloeren. Naadloosheid is de aantrekkingskracht en tegelijk de kwetsbaarheid: een gietvloer volgt de ondergrond en elke beweging daarin komt in de vloer terug.

  • Gips · ook: Gips, gebrand gips, stucgips, gipspleister

    Gips is een bindmiddel van gebrand calciumsulfaat. Meng je het met water, dan neemt het dat water weer op en verhardt het in korte tijd tot een steenachtige massa. Gips zit in stucwerk, in gipsplaat, in gipsblokken en in gietvloeren. Het is een binnenmateriaal en verdraagt langdurige natheid niet.

  • GipsblokPremium · ook: Gipsblok, gipsbouwblok, gipswandplaat

    Een gipsblok is een massief blok van gips met tand-en-groefranden, dat met gipslijm tot een niet-dragende binnenwand wordt gestapeld. Het is de snelste manier om een kamer te delen: een wand staat in een dag, is direct stucklaar en vraagt geen frame. Maar hij draagt niets, is gevoelig voor vocht, en de geluidwering valt tegen als je die van massa verwacht.

  • GipskartonplaatPremium · ook: Gipskartonplaat, gipsplaat, gipskarton, wandplaat

    Een gipskartonplaat bestaat uit een gipskern tussen twee lagen karton, en is de standaardplaat voor binnenwanden, voorzetwanden en plafonds. De standaarduitvoering is niet vochtwerend, niet brandwerend en niet stootvast; daarvoor bestaan aparte platen.

  • GipsplaatPremium · ook: Gipskartonplaat, gipsvezelplaat voor de zwaardere variant zonder karton

    Een gipsplaat is een plaat met een gipskern tussen twee lagen karton, gebruikt voor wanden, plafonds en voorzetwanden. Er zijn uitvoeringen voor normale ruimtes, voor vochtige ruimtes en voor brandwerende toepassingen.

  • GipsplaatplugPremium · ook: Gipsplaatplug, zelfborende gipsplaatplug, spiraalplug, gipsplaatanker

    Een gipsplaatplug is een zelftappend anker dat in een gipsplaat wordt gedraaid en zich met een grof schroefdraad in het gips vastzet. Het draagvermogen ligt op enkele kilogrammen tot ruwweg twintig; voor zwaardere zaken is een hollewandplug of een achterconstructie nodig.

  • GipsplaatschroefPremium · ook: Gipsplaatschroef, snelbouwschroef, gipskartonschroef, drywallschroef

    Een gipsplaatschroef is een dunne schroef met een trompetkop en een scherpe punt, gemaakt om gipsplaat op een onderconstructie te bevestigen. Alles aan hem is afgestemd op één ding: de kop moet net in het karton zakken zonder het door te scheuren. Zakt hij te diep, dan houdt de schroef niets meer — het karton is de draagkracht, niet het gips. Dat is de reden dat een dieptestop bij dit werk geen luxe is.

  • GipsvezelplaatPremium · ook: Gipsvezelplaat, vezelgipsplaat, gipsvezel

    Een gipsvezelplaat bestaat uit gips dat met papiervezels is versterkt en tot een homogene plaat is geperst, zonder kartonlagen. Zij is zwaarder, sterker en stootvaster dan gipskarton, en zij is in één product vocht- en brandwerend.

  • Glas in loodPremium · ook: Ook geschreven als glas-in-lood

    Glas in lood is een paneel van gekleurde of geëtste glasstukken die door H-vormige loodprofielen bij elkaar worden gehouden. Kenmerkend voor panden uit het interbellum en voor kerken en monumenten.

  • GlasdeurPremium · ook: Glasdeur, glazen deur, volglazen deur

    Een glasdeur is een binnendeur die volledig uit gehard veiligheidsglas bestaat, doorgaans acht tot tien millimeter dik. Alle boringen en uitsparingen worden vóór het harden gemaakt; achteraf is er niets meer aan te bewerken.

  • GlaslatPremium · ook: Glaslat, glaslijst, beglazingslat, parclose, ruitlat

    Een glaslat is de smalle lat die een ruit in de sponning van een kozijn of een raam vasthoudt. Hij lijkt een afwerking en hij is een onderdeel van de waterkering. Bij vrijwel elk houtrot in een kozijn loopt het spoor via de glaslat: daar komt water in de sponning, daar blijft het staan, en van daaruit trekt het de onderdorpel in.

  • Glassnijder · ook: Glassnijder, glasmes, glassnijmes

    Een glassnijder is een handgereedschap waarmee je een dunne groef in het oppervlak van glas trekt. Langs die groef breek je het glas daarna in twee stukken. Het gereedschap snijdt dus niets door. Het maakt een verzwakking waarlangs het glas zelf breekt.

  • GlasvezelPremium · ook: Glasvezel, glasfilament, glasdraad

    Glasvezel is glas dat tot dunne draden is getrokken. In die vorm is het buigzaam, sterk op trek en ongevoelig voor rot en roest. In de bouw zit het in isolatie, in wapeningsweefsel onder stucwerk, in behang en in producten van glasvezelversterkte kunststof.

  • GlasvezelbehangPremium · ook: Glasvezelbehang, glasweefsel, glasvliesbehang, glasvezelweefsel

    Glasvezelbehang is een geweven of geperst wandbekledingsmateriaal van glasvezels, dat op de wand wordt gelijmd en daarna wordt overgeschilderd. Het is sterk, scheuroverbruggend en onbrandbaar, en dat is waarom het wordt toegepast: op een wand die scheurt, in een ruimte met veel gebruik, of waar brandveiligheid meetelt. Het nadeel is dat het er vrijwel niet meer af gaat.

  • GlaswolPremium · ook: Glaswol, minerale wol

    Glaswol bestaat uit fijne glasvezels van gesmolten zand en gerecycled glas, gebonden met een hars tot een vilt of een plaat. Het is licht, goedkoop, onbrandbaar en het isoleert goed. Het is samen met steenwol het meest toegepaste isolatiemateriaal in Nederland.

  • GlaszetterPremium · ook: Glaszetter, glazenmaker, glazenzetter, glasspecialist

    Een glaszetter plaatst glas in kozijnen en zorgt dat het waterdicht en spanningsvrij blijft zitten. Het vak zit in iets wat je na afloop niet ziet. Glas hoort nooit rechtstreeks op het kozijn te rusten: het staat op beglazingsblokjes, met ruimte rondom, zodat het kozijn kan werken zonder het glas te belasten. Hout zet uit en krimpt, een raam vervormt licht bij het openen, en glas verdraagt geen puntbelasting. Staat het glas met een hoek op de sponningbodem, dan komt er vroeg of laat een spanningsbarst — een scheur die vanuit de rand ontstaat zonder dat er iemand tegenaan is gekomen.

  • Glazen bouwsteen · ook: Glazen bouwsteen, glasbouwsteen, glasblok, glasbaksteen

    Een glazen bouwsteen is een hol blok van twee aan elkaar gesmolten glashelften. Het laat licht door maar geen zicht. Je stapelt de stenen als metselwerk tot een niet-dragend vlak in een binnenwand of een gevelopening. Er zit geen kozijn en geen ruit in; het vlak is zelf de afsluiting.

  • GlazurenPremium · ook: Glazuren, emailleren, verglazen bij baksteen

    Glazuren is het aanbrengen van een glasachtige laag op een keramisch product, die bij hoge temperatuur versmelt tot een dichte, harde en waterdichte laag. Bij tegels, sanitair en dakpannen bepaalt het glazuur de kleur, de reinigbaarheid en de waterdichtheid. Bij baksteen spreekt men van verglazen of sinteren; dat gebeurt bij zeer hoge temperatuur zonder een aparte glazuurlaag.

  • GolfplaatPremium · ook: Golfplaat, damwandplaat bij de vlakke variant met knikken, sandwichpaneel bij de geisoleerde uitvoering

    Een golfplaat is een dunne, in golven geprofileerde plaat die als dakbedekking of gevelbekleding wordt gebruikt op schuren, garages, stallen en carports. De golf is er niet voor het uiterlijk: hij maakt een dunne plaat stijf genoeg om over een aantal gordingen te overspannen zonder door te zakken. Het onderwerp dat bij golfplaat hoort is asbest. Golfplaten van vezelcement die zijn geproduceerd tot 1994 bevatten vrijwel altijd asbestvezels, en dat maakt een verweerde plaat op een schuurdak een van de meest voorkomende asbesttoepassingen rond een woning.

  • GootbeugelPremium · ook: Gootbeugel, gootijzer, gootdrager, gootsteun, gootklang

    Een gootbeugel is de metalen beugel waarin een dakgoot wordt gedragen. Het onderdeel kost een paar euro en het bepaalt of de goot doet waarvoor hij hangt. De beugels bepalen het afschot, en zonder afschot is een goot een bak die overloopt op het laagste punt dat toevallig ontstaat. Elke beugel wordt daarom een fractie lager gezet dan de vorige, met een gespannen lijn van hoog naar laag als leidraad. En de tweede regel is even saai: beugels op te grote afstand laten de goot doorzakken tussen de steunpunten, en dan is het afschot ter plaatse omgekeerd.

  • GootsteenPremium · ook: Gootsteen, spoelbak, aanrechtbak, wasbak in de keuken

    Een gootsteen is de spoelbak in een keuken, met een afvoer en een sifon eronder. Vrijwel elke keukenverstopping heeft dezelfde oorzaak, en die gaat er vloeibaar in. Vet stroomt warm de afvoer in, koelt een stuk verderop af en zet zich af tegen de leidingwand; daar hecht zich vervolgens alles aan. Naspoelen met heet water lost dat niet op maar verplaatst het probleem naar een plek die moeilijker bereikbaar is. De maatregel is even simpel als saai: vet opvangen en bij het restafval, niet in de gootsteen.

  • GranietPremium · ook: Graniet

    Graniet is een stollingsgesteente met een korrelige structuur van kwarts, veldspaat en mica. Het is hard, dicht, zuurbestendig en vrijwel niet poreus. Daardoor is het de meest praktische natuursteen voor keukenwerkbladen en voor zwaar belaste vloeren, en het is de soort die het minste onderhoud vraagt.

  • GrenenPremium · ook: Grenen, grenenhout, grenehout, vurenhout wordt er vaak mee verward

    Grenen is een naaldhoutsoort met een duidelijk onderscheid tussen een lichter spinthout en een roodbruin kernhout, en met een harsgehalte dat hoger ligt dan bij vuren. Het is in Nederland het standaardhout voor verduurzaming, omdat juist het spinthout het impregneermiddel goed opneemt.

  • Gres · ook: Gres, steengoed, gresaardewerk

    Gres is een keramisch materiaal van klei die bij hoge temperatuur is gebakken tot de korrels aan elkaar zijn gesmolten. Daardoor is gres dicht en hard en neemt het vrijwel geen water op. Je komt het tegen als vloertegel en als rioolbuis in oudere woonwijken.

  • GresbuisPremium · ook: Gresbuis, gresbuizen, gresrioolbuis

    Een gresbuis is een rioolbuis van hoog gebakken klei, hard en glad, die in Nederlandse woningen tot ongeveer 1970 standaard was. Het materiaal zelf gaat bijzonder lang mee. De zwakke plek zit in de verbindingen tussen de korte buisdelen, en in de broosheid: zakt de grond, dan breekt de buis in plaats van mee te buigen.

  • GrindPremium · ook: Grind, siergrind, split, steenslag, halfverharding

    Grind is losgestort steenmateriaal in een korrelmaat van ruwweg acht tot tweeëndertig millimeter, gebruikt als halfverharding in tuinen en op paden. Het laat water door en het blijft alleen liggen wanneer er een opsluiting en een stabiele onderlaag onder zitten.

  • Grindbeton · ook: Grindbeton, grintbeton, betonspecie met grindtoeslag

    Grindbeton is beton waarin grind of gebroken steen de grove toeslag vormt. Cement en water binden het geheel, zand vult de ruimte tussen de korrels. Het is het meest gebruikte beton in en om de woning. Aan het korrelige oppervlak van een terrastegel of een gebroken vloerrand zie je de korrels zitten.

  • GriptangPremium · ook: Griptang, klemtang, zelfklemtang, bankschroeftang

    Een griptang is een tang die je op maat instelt en die daarna met een kniehefboom vastklikt, zodat hij het werkstuk vasthoudt zonder dat je de greep hoeft dicht te knijpen. Daarmee is het geen tang maar een verplaatsbare bankschroef. Je hebt je handen vrij, de klemkracht blijft constant, en dat is precies wat je nodig hebt bij lassen, lijmen, boren en het losdraaien van een moer waarvan de hoeken weg zijn.

  • GrondenPremium · ook: Gronden, grondverven, in de grondverf zetten, primeren

    Gronden is het aanbrengen van de eerste verflaag op een kale of herstelde ondergrond. Die laag regelt hoeveel de ondergrond opzuigt en zorgt dat de volgende lagen zich eraan hechten. Zonder grondlaag zakt de verf ongelijk weg, hecht ze slecht en laat ze binnen een paar jaar los.

  • GrondverfPremium · ook: Grondverf, grondlak, primer, voorlak

    Grondverf is de eerste verflaag op een kale of ontvette ondergrond, bedoeld om hechting te geven, de zuiging te sluiten en de aflak een gelijkmatige basis te bieden. Op kaal hout en op metaal is hij niet optioneel. Een aflak rechtstreeks op kaal hout hecht slecht, trekt ongelijkmatig in en laat binnen enkele jaren los, en dat is de meest voorkomende oorzaak van schilderwerk dat te vroeg aan vervanging toe is.

  • GutsPremium · ook: Guts, holbeitel, gutsbeitel, holle beitel

    Een guts is een beitel met een holle in plaats van een vlakke snede, waarmee je hout uitholt, ronde vormen steekt en op de draaibank materiaal wegneemt. De holte is niet alleen een vorm maar een functie: een holle snede snijdt in het midden dieper dan aan de randen en loopt daardoor niet vast in het hout zoals een vlakke beitel dat doet.

H

  • HPLPremium · ook: HPL, high pressure laminate, hogedruklaminaat

    HPL bestaat uit papierlagen die met kunsthars zijn geïmpregneerd en onder hoge druk en temperatuur zijn samengeperst. Het resultaat is een harde, dichte plaat die slijtvast is en die niet vochtgevoelig is. Dun HPL wordt op een drager gelijmd, bijvoorbeeld voor werkbladen; compact HPL is zelfdragend en wordt gebruikt voor gevelbekleding en voor toiletwanden.

  • HalfhoutsPremium · ook: Halfhouts, halfhoutse verbinding, overblatting, halfhoutsverbinding, halve lip

    Halfhouts is een houtverbinding waarbij uit beide delen de helft van de dikte wordt weggenomen. De verbinding is populair omdat hij eenvoudig te maken is, en juist die eenvoud verhult wat hij kost. Beide delen zijn op de verbinding nog maar half zo dik, en dus is de verbinding het zwakste punt van de hele constructie. De sterkte komt daar niet uit het hout maar uit wat je erbij zet: lijm, schroeven of bouten. Wie een halfhoutse verbinding op sterkte gebruikt zonder die toevoeging, bouwt zijn zwakke plek precies op de plaats waar de krachten samenkomen.

  • HalfsteensmuurPremium · ook: Halfsteensmuur, halfsteensverband bij het verband, buitenblad bij een spouwmuur.

    Een halfsteensmuur is een muur van één steen dik, gemeten over de breedte van de steen. Bij waalformaat is dat ongeveer honderd millimeter. Het is de standaarddikte van het buitenblad van een spouwmuur en van veel binnenwanden. De muur is niet dragend tenzij hij daarvoor is berekend, en dat is een misverstand met gevolgen.

  • HalfsteensverbandPremium · ook: Strekkenverband met halve verspringing, halfsteensverband

    Halfsteensverband is het verband waarin elke laag uitsluitend uit strekken bestaat en elke volgende laag een halve steen verspringt. Het is het eenvoudigste en meest gebruikte verband in de moderne Nederlandse woningbouw. Het wordt vrijwel altijd toegepast in het buitenblad van een spouwmuur, waar het metselwerk niet draagt maar wel het beeld bepaalt.

  • HandgereedschapPremium · ook: Handgereedschap, handwerktuig, niet-aangedreven gereedschap

    Handgereedschap is gereedschap zonder motor, dat op spierkracht wordt bediend. Het is de enige categorie waarin oud gereedschap de betere keuze kan zijn. Een goede beitel, schaaf of zaag van vijftig jaar geleden werkt na een scherpbeurt beter dan de meeste nieuwe, en hij gaat nog een generatie mee — terwijl elektrisch gereedschap veroudert en op enig moment onreparabel is. Dat verklaart waarom vakmensen hun handgereedschap onderhouden en doorgeven. En het verklaart de belangrijkste vaardigheid in deze categorie: scherp houden. Een botte beitel vraagt kracht, en kracht is precies waar het gereedschap uitschiet.

  • HandschuurmachinePremium · ook: Handschuurmachine, vlakschuurmachine, excentrische schuurmachine, rotexschuurmachine, deltaschuurmachine, bandschuurmachine

    Een handschuurmachine is een elektrische machine die met schuurpapier een oppervlak vlak en glad maakt. Wat mensen bij het schuren fout doen, gaat vrijwel nooit over de machine. Schuren is een reeks korrels en je mag geen stap overslaan. Ga je van P80 direct naar P180, dan haal je de krassen van P80 er niet uit — je maakt ze alleen glad. Ze blijven onzichtbaar tot je beitst of lakt, en dán komen ze als een streperig patroon tevoorschijn, wanneer terugdraaien betekent dat alles er weer af moet.

  • HandvormsteenPremium · ook: Handvormsteen, handvorm, handvormbaksteen, vormbaksteen

    Een handvormsteen wordt gemaakt door klei in een met zand bestrooide vorm te werpen, waardoor een onregelmatig oppervlak en een levendige kleur ontstaan. Hij is duurder en onregelmatiger dan een strengperssteen, en dat is precies waarvoor hij wordt gekozen.

  • HandzaagPremium · ook: Handzaag, zaag, schulpzaag, afkortzaag, Japanse zaag

    Een handzaag is een zaag die met de hand wordt bediend, met tanden die het materiaal wegsnijden. Ondanks alle machines blijft de handzaag onmisbaar voor precisiewerk, voor kleine sneden en voor plekken waar een machine niet bij kan. De tandvorm en de tandafstand bepalen waarvoor hij geschikt is.

  • HardboardPremium · ook: Hardboard, board, hardboardplaat, masonite, HDF-plaat

    Hardboard is een dunne, harde vezelplaat, geperst uit houtvezels onder hoge druk en temperatuur, met een glad oppervlak en een dikte van doorgaans 3 tot 6 millimeter. Het is het goedkoopste vlakke plaatmateriaal dat er is. Het draagt niets en het houdt geen schroef, maar het maakt van een oneffen ondergrond een glad vlak — en dat is precies waarvoor het al bijna een eeuw wordt gebruikt.

  • Hardhout · ook: Hardhout, loofhout, tropisch hardhout

    Hardhout is hout van loofbomen. In de bouw wordt het woord vooral gebruikt voor zware, dichte soorten die van nature lang meegaan buiten, zoals meranti, eiken en azobe. Je vindt het in kozijnen, gevelbekleding, vlonders, trappen en waterbouw. De naam zegt meer over de boomgroep dan over de hardheid.

  • Hardsoldeer · ook: Hardsoldeer, hardsoldeerstaaf

    Hardsoldeer is soldeermateriaal dat pas boven ongeveer 450 graden smelt. Je brengt het met een brander in een verhitte verbinding, waar het door capillaire werking tussen de delen trekt. De verbinding wordt daardoor sterker en hittebestendiger dan met zachtsoldeer. Voor gasleidingen en voor leidingen met een hoge temperatuur is het de aangewezen methode.

  • HardsteenPremium · ook: Hardsteen, Belgisch hardsteen, blauwe hardsteen, arduin, petit granit, pierre bleue

    Hardsteen is een dichte, blauwgrijze kalksteen met zichtbare fossielresten, veel gebruikt voor dorpels, plinten, treden, vensterbanken en gevelbekleding. Het is de natuursteen van de Nederlandse en Belgische bouwtraditie: hard genoeg om te belopen, dicht genoeg om water te weerstaan, en zacht genoeg om te bewerken. Dat evenwicht verklaart waarom hij al eeuwen op precies die plekken zit waar steen wordt getest — de onderdorpel, de stoep, de traptrede.

  • HardwasoliePremium · ook: Hardwasolie, hardwax olie, olie-wasafwerking

    Hardwasolie is een afwerking voor houten vloeren en meubels die in het hout trekt en daar uithardt, met een waslaag aan het oppervlak. De keuze tussen olie en lak wordt gemaakt op uiterlijk, en het verschil dat er werkelijk toe doet is een ander. Lak beschermt op het hout, hardwasolie beschermt in het hout — en dat bepaalt hoe je een beschadiging herstelt. Een kras door een laklaag betekent de hele vloer of het hele vlak opnieuw schuren en lakken, omdat een plaatselijke reparatie altijd zichtbaar blijft. Een kras in een geoliede vloer schuur je plaatselijk bij en olie je na; de overgang verdwijnt. Wie kinderen, honden of een verhuizing in het vooruitzicht heeft, weegt dat zwaarder dan de glansgraad.

  • Hart-op-hartafstandPremium · ook: Hart-op-hartafstand, hart-op-hart-afstand, hartafstand, tussenafstand, steek

    De hart-op-hartafstand is de afstand tussen het midden van het ene element en het midden van het volgende, gemeten haaks op de richting waarin die elementen lopen. Je gebruikt hem bij balken, spanten, regels, panlatten en wapeningsstaven. Hij bepaalt hoeveel belasting elk afzonderlijk element te dragen krijgt.

  • HechtgebondenPremium · ook: Hechtgebonden, vastgebonden, gebonden

    Hechtgebonden betekent dat de asbestvezels stevig vastzitten in een dragend materiaal, meestal cement. Zolang je het materiaal niet breekt, boort of schuurt, komen er nauwelijks vezels vrij. Het tegenovergestelde is niet-hechtgebonden materiaal, waarin de vezels los zitten en bij de minste beweging vrijkomen.

  • HechtingPremium · ook: Hechting, aanhechting, hechtsterkte, hechtkracht, kleefkracht

    Hechting is het vermogen van een laag om vast te blijven zitten op de ondergrond waarop hij is aangebracht: verf op hout, tegellijm op een dekvloer, pleister op metselwerk, kit op een kozijn. Goede hechting ontstaat door een schone, draagkrachtige en passende ondergrond en door het juiste product op het juiste moment.

  • HechtlaagPremium · ook: Hechtlaag, hechtbrug, aanbrandlaag, contactlaag

    Een hechtlaag is een dunne tussenlaag die twee materialen laat hechten die dat uit zichzelf onvoldoende doen. Het wordt gezien als een extra laagje dat je kunt overslaan als je haast hebt, en dat is precies de verkeerde plek om te versnellen. Een hechtlaag heeft een tijdvenster waarbinnen de volgende laag erop moet. Te snel is hij nog nat en hecht de nieuwe laag aan een vloeistof; te laat is hij volledig uitgehard en dan hecht hij aan niets — de laag zit dan aan de ondergrond en de nieuwe laag ligt erop. Dat venster staat op de verpakking, het loopt van minuten tot uren afhankelijk van het product, en het verschil tussen wel en niet werken zit erin. De laag die er goed uitziet, zegt daarover niets.

  • Hechtpleister · ook: Hechtpleister, hechtmortel, hechtlaag, contactlaag

    Hechtpleister is een dunne mortellaag die je eerst op een gladde of sterk zuigende muur aanbrengt, zodat het stuc- of pleisterwerk zich daarna kan vastzetten. Hij maakt het oppervlak ruw en gelijkmatig.

  • HekwerkPremium · ook: Hekwerk, hek, omheining, afrastering, spijlenhek, gaashekwerk

    Een hekwerk is een open afscheiding van staanders met spijlen, gaas of panelen ertussen. Twee vragen bepalen of een hek staat waar je wilt en of het mag blijven staan, en ze worden allebei achteraf gesteld. Wat is de hoogte, en waar ligt de erfgrens? De hoogte bepaalt of het vergunningvrij is, en dat verschilt vóór en achter de voorgevelrooilijn. De erfgrens bepaalt van wie het hek is: precies op de grens kan het mandelig worden — gemeenschappelijk eigendom van beide buren, met gedeelde kosten en onderhoudsplicht. Een halve meter binnen je eigen grens plaatsen is een keuze met een heel ander gevolg.

  • HennepisolatiePremium · ook: Hennepisolatie, hennepwol, hennepdeken

    Hennepisolatie bestaat uit vezels van vezelhennep, tot dekens of platen verwerkt met een klein aandeel bindvezel en een brandvertragende toevoeging. Het isoleert vergelijkbaar met minerale wol, is dampopen en legt tijdens de teelt koolstof vast.

  • HennepkalkPremium · ook: Hennepkalk, hennepbeton, hempcrete

    Hennepkalk is een mengsel van hennepscheven, de houtachtige kern van de hennepstengel, met een kalkgebonden bindmiddel. Het wordt gestort, gestampt of gespoten in een houten of ander draagwerk. Het isoleert, buffert vocht en warmte, en het legt tijdens de groei en de verharding koolstof vast. Het draagt niet; de constructie zit altijd in een apart draagwerk.

  • HergebruikPremium · ook: Hergebruik, herbestemming van materiaal, reuse

    Hergebruik is het opnieuw toepassen van een bouwdeel of materiaal in zijn oorspronkelijke vorm en functie, zonder het te vermalen of om te smelten. Dat onderscheid met recycling is wezenlijk: bij hergebruik blijft de waarde die in de vorm zit behouden, bij recycling gaat die verloren en blijft alleen het materiaal over.

  • Hoekijzer · ook: Hoekijzer, hoeklijn, hoekstaal, L-profiel

    Een hoekijzer is een staven profiel met een doorsnede in de vorm van een L. Je gebruikt het om een hoek te versterken, om een rand te beschermen of om er iets op te leggen of aan vast te zetten.

  • HoekkeperPremium · ook: Hoekkeper, keper, graat, hoekkeperspant, hoekspant

    Een hoekkeper is de opgaande hoeklijn waar twee dakvlakken elkaar in een bolle hoek raken. Voor de dakdekker is het de duurste lijn van het dak, en de reden daarvoor is meetkundig. Langs een hoekkeper eindigt elke panrij schuin, dus elke pan aan die lijn moet op maat worden gesneden — pan voor pan, over de hele lengte. Daar komt bij dat de afwerking van de keper dezelfde kwetsbaarheid heeft als de nok: ligt hij in specie, dan scheurt die en laat hij los. Een schilddak is daarmee mooier dan een zadeldak, en merkbaar arbeidsintensiever.

  • Hollandse panPremium · ook: Hollandse pan, holle pan, golfpan, S-pan

    De hollandse pan is de klassieke Nederlandse dakpan met een S-vormige doorsnede, waarbij de ene zijde over de buurpan valt. Zij is eeuwenlang de standaard geweest en zij bepaalt het beeld van de historische Nederlandse stad en het platteland. Modern zijn andere pannen gangbaarder, maar bij restauratie en bij beeldbepalende panden blijft de hollandse pan de keuze.

  • HollewandplugPremium · ook: Hollewandplug, gipsplaatplug, hollewandbevestiging, tuimelplug, molly, paraplugplug

    Een hollewandplug is een bevestiging die zich achter een dunne plaat verankert in plaats van erin. Dat is het hele principe: gipsplaat, hout- of kunststofpaneel is te dun en te zacht om een schroef te dragen. Een hollewandplug grijpt achter de plaat en verdeelt de kracht over een groter oppervlak. Zijn draagkracht hangt daardoor niet af van de plug maar van de plaat en van hoe je hem belast — en dat verschil wordt vrijwel altijd over het hoofd gezien.

  • Hongaarse puntPremium · ook: Hongaarse punt, Hongaars punt, chevron, puntmotief

    Een Hongaarse punt is een legpatroon waarbij op verstek gezaagde planken samenkomen in een doorlopende punt. Bij het bestellen gaat het hier structureel mis, en dat is duurder dan het klinkt. Voor een Hongaarse punt heb je linkse en rechtse planken nodig, in gelijke aantallen, met de verstekhoek al in de fabriek gezaagd — visgraatplanken zijn recht afgezaagd en kunnen dit patroon niet vormen. Wie visgraat bestelt en een Hongaarse punt wil leggen, staat met een onbruikbare levering. Het is dezelfde houtsoort en hetzelfde uiterlijk in de folder, en het is een ander product.

  • HoningraatdeurPremium · ook: Honingraatdeur, honingraatvulling, hollekerndeur, kartonnen kern

    Een honingraatdeur bestaat uit twee dunne plaatlagen met daartussen een kartonnen honingraatstructuur en een houten rand. Het is de goedkoopste en lichtste binnendeur, met een slechte geluidsisolatie en zonder houvast voor bevestigingen.

  • HoutPremium · ook: Timmerhout, constructiehout, bouwhout

    Hout is het meest gebruikte bouwmateriaal ter wereld en het enige dat je zelf laat aangroeien. Het werkt: het zet uit en krimpt met de luchtvochtigheid mee. Bijna alle problemen met hout in een woning zijn terug te voeren op dat werken of op vocht.

  • Hout-aluminium kozijnPremium · ook: Hout-aluminium kozijn, houtaluminium, hybride kozijn, kozijn met aluminium buitenschaal

    Een hout-aluminium kozijn heeft een dragend houten kozijn met aan de buitenzijde een geclipste aluminium schaal. Het combineert een houten binnenzijde met een buitenzijde die geen schilderwerk vraagt, en het is het duurste kozijnmateriaal.

  • HoutaantastingPremium · ook: Houtaantasting, houtrot, houtschade

    Houtaantasting is de afbraak van hout door schimmels, insecten of bacteriën. Vocht is bij vrijwel alle vormen de bepalende voorwaarde: onder een houtvochtgehalte van ongeveer twintig procent tast geen enkele schimmel aan. Dat maakt de aanpak eenvoudig te formuleren en moeilijk uit te voeren: neem het vocht weg en de aantasting stopt.

  • HoutbeitsPremium · ook: Houtbeits, beits, lasuur, transparante beits

    Houtbeits is een dunne, doordringende afwerking die in het hout trekt in plaats van er als een filmlaag op te liggen, en die de houtstructuur zichtbaar laat. Dat is het verschil met lak. Beits bladdert niet af maar slijt weg, en dat maakt onderhoud eenvoudiger: bijwerken kan zonder afbijten of kaal schuren. Daar staat tegenover dat het vaker moet.

  • HoutbeschermingPremium · ook: Houtbescherming, houtbehoud, bescherming van hout tegen aantasting

    Houtbescherming is het geheel aan maatregelen waarmee hout tegen aantasting wordt beschermd, van bouwkundige detaillering tot chemische behandeling. De volgorde is de kern. Er zijn vier routes, en ze zijn niet gelijkwaardig: hout droog houden, de juiste houtsoort kiezen, een afwerklaag aanbrengen, en pas als laatste chemisch behandelen. Wie bij de vierde begint, betaalt het meest en krijgt het minst.

  • HoutboorPremium · ook: Houtboor, houtspiraalboor, centerboor

    Een houtboor is een boor met een centreerpunt in het midden en twee voorsnijders die de vezels doorsnijden voordat de spiraal het hout wegneemt. Dat centreerpuntje is het verschil met een metaalboor: het trekt de boor naar de afgetekende plek en houdt hem daar. Zonder dat puntje wandelt een boor over het hout weg voordat hij grip krijgt — en dat is precies wat er misgaat als je een metaalboor in hout gebruikt.

  • HoutbouwPremium · ook: Houtbouw, houtconstructie, biobased bouwen, massiefhoutbouw, houtskeletbouw

    Houtbouw is bouwen met hout als dragende constructie. De aandacht gaat naar de milieuwinst, en het praktische verschil zit ergens anders. Houtbouw is prefab bouwen: de constructie wordt in een fabriek op de millimeter gemaakt en op de bouwplaats in dagen gemonteerd. Dat verkort de bouwtijd aanzienlijk en het verplaatst het werk naar voren — alles moet vóór productie zijn beslist, tot en met de plaats van elk stopcontact. Wie gewend is om onderweg te wijzigen, loopt daar tegenaan.

  • HoutdraadboutPremium · ook: Houtdraadbout, kraagschroef, zeskantschroef, tirefond, coach screw

    Een houtdraadbout is een zware schroef met een grove houtdraad en een zeskante of vierkante kop, die met een steek- of dopsleutel wordt aangedraaid. Hij is bedoeld voor zware verbindingen in hout waar een gewone schroef tekortschiet en een doorgaande bout niet kan omdat je maar aan één zijde bij de constructie kunt. Dat maakt hem het bevestigingsmiddel voor pergola's, carports, balkbeugels, zware beslag en het bevestigen van hout aan metselwerk.

  • Houten I-liggerPremium · ook: Houten I-ligger, I-balk, I-joist, I-profielligger

    Een houten I-ligger bestaat uit twee flenzen met daartussen een dun lijf, samengevoegd tot een I-vormige doorsnede. Die vorm geeft een grote overspanning bij een laag gewicht, en het dunne lijf vraagt bij brand altijd een beplating.

  • Houten gevelbekledingPremium · ook: Houten gevelbekleding, houten gevel, rabat, potdeksel, houten beschot

    Houten gevelbekleding bestaat uit delen die op een regelwerk voor de gevel worden bevestigd, met een geventileerde spouw ertussen. Die spouw bepaalt de levensduur meer dan de houtsoort en meer dan de afwerking.

  • Houten kozijnPremium · ook: Houten kozijn, houten buitenkozijn, houten raamkozijn, timmerwerk

    Een houten kozijn is een buitenkozijn van hardhout, gemodificeerd hout of verduurzaamd naaldhout, met een geschilderd verfsysteem als bescherming. Het gaat veertig tot zestig jaar mee mits de schildercyclus wordt bijgehouden, en het is als enige kozijnmateriaal plaatselijk te repareren.

  • Houten vloerPremium · ook: Houten vloer, houten vloerdelen, plankenvloer, parket

    Een houten vloer bestaat uit massieve of meerlaagse houten delen die worden gelegd op een ondervloer of op een balklaag. Het hout werkt met de luchtvochtigheid, en het beheersen van dat binnenklimaat bepaalt of de vloer naadvrij blijft.

  • HoutlijmPremium · ook: Houtlijm, witte lijm, pvac-lijm, constructielijm

    Houtlijm is een lijm waarmee houten delen worden verbonden en die, mits goed toegepast, een verbinding oplevert die sterker is dan het hout zelf. De sterkte komt niet uit de lijm maar uit de klemdruk. Een dunne lijmvoeg onder druk is sterk; een dikke lijmvoeg zonder klem is dat niet, hoe duur de lijm ook was.

  • HoutschroefPremium · ook: Houtschroef, schroef, constructieschroef

    Een houtschroef is een schroef met een grove, scherpe draad die zichzelf een weg in het hout snijdt. Het onderdeel dat het meest wordt onderschat, is de gladde schacht onder de kop. Die zorgt dat de bovenste plank wordt aangetrokken naar de onderste in plaats van erop te blijven hangen. Zonder die schacht — of met een schroef die te kort is — blijft er een kier tussen twee delen die je met aandraaien niet meer wegkrijgt.

  • HoutverbindingPremium · ook: Houtverbinding, houtaansluiting, verbinding, assemblage

    Een houtverbinding is de manier waarop twee stukken hout aan elkaar worden gekoppeld, met de vorm van het hout zelf, met een bevestiger, of met beide. De verbinding is vrijwel altijd het zwakste punt van een houtconstructie. Een balk kan tonnen dragen; wat hem laat bezwijken is de plek waar hij ergens aan vastzit. Daarom draait dit onderwerp niet om het hout maar om de aansluiting, en daarom is de vraag bij elk ontwerp: hoeveel hout blijft er over op de plek waar je erin snijdt.

  • HoutverduurzamingPremium · ook: Houtverduurzaming, houtbescherming, impregneren, houtmodificatie

    Houtverduurzaming is het geheel aan behandelingen waarmee hout bestand wordt gemaakt tegen schimmels, insecten en weersinvloeden. Het gaat om twee wezenlijk verschillende routes. Bij de klassieke route wordt een biocide in het hout gebracht, meestal onder druk. Bij modificatie wordt het hout zelf chemisch of thermisch veranderd, zodat het voor schimmels niet meer als voedsel herkenbaar is. De eerste route is goedkoper, de tweede is duurzamer en levert geen chemisch afval op.

  • HoutvezelisolatiePremium · ook: Houtvezelisolatie, houtvezelplaat als isolatie, houtwolisolatie

    Houtvezelisolatie bestaat uit vezels van resthout, samengeperst tot dekens of platen, met een isolerende werking vergelijkbaar met minerale wol. Het onderscheidt zich door een hoge warmtecapaciteit, waardoor het in de zomer merkbaar meer doet dan de Rc-waarde suggereert.

  • HoutvezelplaatPremium · ook: Houtvezelplaat, houtvezelisolatieplaat, zachtboard, vezelplaat, weekboard

    Een houtvezelplaat voor isolatie is een plaat van houtvezels, zonder of met minimale toevoegingen samengeperst, met een isolerende werking en een groot vochtbufferend vermogen. Wat hem onderscheidt van minerale wol en van kunststofschuim is de combinatie van isoleren en vocht kunnen opnemen en weer afgeven. Dat maakt hem geschikt voor plaatsen waar een dampdichte oplossing risico geeft: na-isolatie van een dak aan de binnenzijde, isolatie van een monumentale gevel aan de binnenzijde, en isolatie in constructies waar het bouwvocht ergens heen moet.

  • HoutvochtgehaltePremium · ook: Houtvochtgehalte, houtvochtigheid, vochtpercentage

    Het houtvochtgehalte is de hoeveelheid water in hout, uitgedrukt als percentage van het gewicht van het volledig droge hout. Het bepaalt vrijwel alles: of hout werkt, of het kan worden verlijmd of geschilderd, en of het wordt aangetast. Boven ongeveer twintig procent begint schimmelgroei; daaronder gebeurt er niets.

  • HoutvulmiddelPremium · ook: Houtvulmiddel, houtvuller, houtplamuur, houtreparatiepasta, houtreparatiemortel

    Houtvulmiddel is een pasta waarmee je gaatjes, scheurtjes en oneffenheden in hout opvult voordat je schuurt en afwerkt. De regel die alles bepaalt: vullen is afwerking en geen herstel. Een gaatje van een verzonken spijker vullen is precies waar het voor is; een weggerotte hoek van een onderdorpel vullen is uitstel — het rot gaat onder de vulling gewoon door en komt er binnen een paar seizoenen omheen weer uit.

  • HoutwerkingPremium · ook: Houtwerking, werken van hout, krimp en uitzetting

    Houtwerking is het krimpen en uitzetten van hout onder invloed van de luchtvochtigheid. Hout neemt vocht op uit de lucht en staat het weer af, en verandert daarbij van afmeting. Het beweegt vrijwel niet in de lengte, maar wel merkbaar in de breedte en de dikte. Vrijwel elk probleem met houten vloeren, kozijnen, deuren en meubels komt daar rechtstreeks uit voort.

  • HoutwolcementplaatPremium · ook: Houtwolcementplaat, houtwolplaat, HWC-plaat, houtwolcementgebonden plaat, en in Nederland vaak bij de merknaam genoemd

    Een houtwolcementplaat is een plaat van lange houtvezels die met cement of magnesiet aan elkaar zijn gebonden, met een open, wollige structuur. Die open structuur is het hele punt. Hij maakt de plaat geluidsabsorberend, geeft hem een hechtvlak voor stucwerk, en zorgt dat hij vocht kan opnemen en weer afgeven zonder te vervormen. Isoleren doet hij matig — daarvoor bestaan samengestelde varianten met een isolatiekern.

  • HoutwormPremium · ook: Gewone houtwormkever

    Houtworm is de larve van een kever die gangen vreet in hout. De kleine ronde gaatjes die je ziet zijn uitvlieggaten, gemaakt door kevers die het hout juist verlaten hebben. Ze zeggen dus niets over of de aantasting nog actief is.

  • HulpstofPremium · ook: Hulpstof, betonhulpstof, mortelhulpstof, toevoegmiddel, additief

    Een hulpstof is een middel dat in kleine hoeveelheid aan beton, mortel of specie wordt toegevoegd om er een eigenschap van te veranderen. Denk aan langer verwerkbaar houden, sneller laten verharden, minder water nodig hebben of bestand maken tegen vorst. De dosering luistert nauw en te veel werkt averechts.

  • Hybride kitPremium · ook: Hybride kit, MS-polymeerkit, SMP-kit, silaan-gemodificeerde polymeerkit

    Hybride kit is een kit op basis van silaan-gemodificeerde polymeren, die de elasticiteit van siliconen combineert met de overschilderbaarheid van acryl. Zij hecht op vrijwel elke ondergrond, ook een licht vochtige, en zij is duurder dan de kitten die zij vervangt.

I

  • InboetenPremium · ook: Inboeten, uitkappen en inboeten, stenen vervangen, plaatselijk herstel van metselwerk

    Inboeten is het uitkappen en vervangen van afzonderlijke beschadigde stenen in bestaand metselwerk. De klus wordt gezocht in het uitkappen en de uitkomst wordt bepaald in de zoektocht ernaartoe. De steen die past, ligt vrijwel nooit bij de leverancier maar ergens in het gebouw zelf — in een achtergevel, in een binnenmuur, boven een uitbouw, achter een dichtgezette deuropening. Die steen heeft dezelfde vijftig of honderd jaar weer en wind gehad en valt niet op. Een nieuwe steen, hoe zorgvuldig ook uitgezocht, blijft jarenlang als een lichte vlek in de gevel staan, want verwering is niet na te maken.

  • Inbraakwerend glasPremium · ook: Inbraakwerend glas, inbraakvertragend glas, anti-inbraakglas

    Inbraakwerend glas is gelaagd glas dat een inbreker tegenhoudt of zoveel vertraging oplevert dat hij afhaakt. Tussen de glasbladen zit taaie folie die het glas bij elkaar houdt als het breekt, zodat er geen opening ontstaat.

  • InbusPremium · ook: Inbus, inbussleutel, zeskantsleutel, allensleutel, imbus

    Inbus is een zeskantig gat in een schroef- of boutkop, bediend met een haakse zeskantsleutel of een bit. Het is het profiel van meubelmontage, fietsen, machines en constructiebouten, en het heeft twee eigenschappen die het onderscheiden: de haakse sleutel geeft een lange hefboom waarmee je zonder machine een hoog koppel haalt, en het profiel is verkrijgbaar in metrisch en in inch — een verwarring die meer verpeste boutkoppen oplevert dan enig ander aspect van dit onderwerp.

  • InjectiemiddelPremium · ook: Injectiemiddel, injectiecrème, injectievloeistof, muurinjectie

    Een injectiemiddel is een vloeistof, crème of gel die in geboorde gaten in een muur wordt aangebracht en die daar een waterafstotende zone vormt, zodat vocht niet verder omhoog kan trekken. Het vervangt de waterkerende laag die in oude woningen ontbreekt of is aangetast. Het werkt niet altijd en niet overal, en de belangrijkste voorwaarde is dat er werkelijk sprake is van optrekkend vocht — niet van condensatie, doorslag of een lekkende leiding.

  • Inspectieluik · ook: Inspectieluik, revisieluik, toegangsluik, controleluik, servicepaneel

    Een inspectieluik is een afsluitbare opening in een wand, plafond of vloer waardoor je bij iets kunt dat erachter zit. Denk aan een afsluiter, een verdeler, een koppeling of een inbouwreservoir. Het luik gaat open zonder dat er iets gesloopt hoeft te worden, en het valt in dichte toestand nauwelijks op.

  • InstallatiedraadPremium · ook: Installatiedraad, VD-draad, montagedraad, aderdraad

    Installatiedraad is een enkele geïsoleerde koperen ader waarmee de vaste elektrische installatie in een woning wordt aangelegd, doorgaans getrokken door een buis. Het Nederlandse systeem werkt met losse aders in een buis in plaats van met kabel in de wand, en dat is een bewuste keuze: een buis kan opnieuw worden getrokken. Een woning waar de buizen zijn doorgetrokken naar de meterkast, is decennia later nog aan te passen zonder hakwerk. Een woning waar kabel in het stucwerk is gedrukt, niet.

  • InvalzaagPremium · ook: Invalzaag, inzaagmachine, plunge saw, railzaag

    Een invalzaag is een cirkelzaag waarbij het blad volledig in de kap zit en pas naar buiten komt als je hem in het materiaal laat zakken. Daardoor kun je midden in een plaat beginnen zonder vanaf de rand te zagen, en daardoor is hij veiliger dan een gewone cirkelzaag: er steekt nooit een draaiend blad uit. In combinatie met een geleiderail geeft hij het schoonste zaagbeeld dat er in plaatmateriaal te halen is.

  • InwassenPremium · ook: Inwassen, inslemmen, inspoelen, inwassen van voegen

    Inwassen is het vullen van voegen met een dun, vloeibaar of los materiaal dat er vanzelf in zakt, in plaats van het er stuk voor stuk in te drukken. Je borstelt of giet het over het oppervlak en werkt het de voegen in. Het komt voor bij bestrating, bij metselwerk en bij tegelwerk.

  • IpéPremium · ook: Ipé, ipê, lapacho, Braziliaans walnoot

    Ipé is een Zuid-Amerikaans hardhout dat tot de zwaarste en dichtste handelssoorten behoort, met duurzaamheidsklasse één. Het wordt gebruikt voor vlonders en terrassen met een zeer lange levensduur, en het is uitzonderlijk lastig te bewerken.

  • IrokoPremium · ook: Iroko, kambala, mvule, Afrikaans teak

    Iroko is een Afrikaans hardhout met een goede natuurlijke duurzaamheid en een opvallende maatvastheid, dat bij blootstelling van geel naar donkerbruin verkleurt. Het is een gangbare keuze voor buitenkozijnen, tuinmeubilair en werkbladen, en het bevat kalkinsluitsels die gereedschap beschadigen.

  • IsolatiemateriaalPremium · ook: Isolatiemateriaal, isolatie, dämmstof, isolatieproduct

    Isolatiemateriaal is materiaal dat warmtetransport door een constructie tegenhoudt. Bij het vergelijken wordt naar de lambda-waarde gekeken en dat getal zegt iets anders dan mensen denken. De lambda-waarde bepaalt hoe dik het moet worden, niet hoe goed het is: elke isolatie haalt elke Rc-waarde, als je hem maar dik genoeg maakt. Waar de keuze werkelijk op valt, is de plek: kan het nat worden, moet het gewicht dragen, hoe gedraagt het zich bij brand, past het in de beschikbare dikte, en is het inblaasbaar of moet het op maat. Dat is de reden dat er in een woning drie of vier verschillende materialen zitten en niet één.

  • IsolatieplaatPremium · ook: Isolatieplaat, isolatiepaneel, hardschuimplaat, pir-plaat, pur-plaat, eps-plaat, steenwolplaat

    Een isolatieplaat is een stijve plaat isolatiemateriaal die op of tegen een constructie wordt aangebracht om warmteverlies te beperken. De keuze wordt bepaald door drie eigenschappen die tegen elkaar in werken: de isolatiewaarde per centimeter, het brandgedrag en de dampopenheid. Hardschuim isoleert het best per centimeter en brandt; steenwol brandt niet en isoleert minder per centimeter. En de meeste isolatieschade komt niet van een verkeerde plaat maar van een ontbrekende dampremmende laag.

J

  • Janka-hardheidPremium · ook: Janka-waarde, houthardheid, hardheidsschaal voor hout

    De janka-hardheid geeft aan hoe goed een houtsoort weerstand biedt aan indrukken en deuken. Zij wordt gemeten door een stalen kogel in het hout te drukken en de benodigde kracht te meten. Hoe hoger de waarde, hoe slijtvaster het hout.

K

  • KOMOPremium · ook: KOMO, KOMO-keur, KOMO-certificaat, KOMO-keurmerk

    KOMO is een Nederlands keurmerk voor bouwproducten en bouwprocessen. Een onafhankelijke instelling controleert of een product of een werkwijze doet wat de fabrikant belooft en blijft dat steekproefsgewijs controleren. Het keurmerk zegt iets over de aangetoonde prestatie, niet over de vraag of het product bij jouw situatie past.

  • KVT-kozijnPremium · ook: KVT-kozijn, KVT-gevelelement, kozijn volgens de KVT

    Een KVT-kozijn is een houten gevelelement dat is gemaakt volgens de Nederlandse kwaliteitsstandaard voor timmerwerk. Die standaard legt vast welk hout mag, hoe droog het moet zijn, hoe de verbindingen en de afwatering eruitzien en hoe het wordt afgewerkt. Het gaat om afspraken die je aan een gemonteerd kozijn niet ziet, maar die de levensduur bepalen.

  • Kalk · ook: Kalk, bouwkalk, metselkalk

    Kalk is een bindmiddel voor mortel, pleisterwerk en verf, gemaakt door kalksteen te branden en daarna te blussen. Het bindt zachter en langzamer dan cement, en het laat vocht en damp veel gemakkelijker door.

  • KalkpleisterPremium · ook: Kalkpleister, kalkstuc, kalkmortel voor pleisterwerk

    Kalkpleister is stucwerk op basis van kalk in plaats van gips of cement, dat dampopen blijft en daardoor vocht uit de muur laat ontsnappen. Op oud, massief metselwerk is dat de bepalende eigenschap. Gipsstuc op zo'n muur sluit het vocht op en komt binnen enkele jaren los; kalkpleister laat de muur ademen en gaat een mensenleven mee.

  • KalksteenPremium · ook: Kalksteen, kalkzandsteen, travertin, Franse kalksteen, Belgische hardsteen

    Kalksteen is een natuursteen die grotendeels uit calciumcarbonaat bestaat, gevormd uit afzettingen van schelp- en skeletmateriaal. Uit die samenstelling volgt de belangrijkste praktische regel, en het is er een waar veel schade uit voortkomt. Calciumcarbonaat lost op in zuur. Vrijwel elk gevelreinigingsmiddel voor metselwerk is zuur, en één beurt daarvan op een kalkstenen dorpel, plint of vloer vreet de steenhuid weg. Wat daarna overblijft is ruwer, poreuzer en zuigt sneller water op — de steen is niet alleen dof, hij is ook kwetsbaarder geworden.

  • KalkuitbloeiPremium · ook: Kalkuitbloei, kalksluier, calciumcarbonaatuitbloei

    Kalkuitbloei is een witte, harde aanslag van calciumcarbonaat op metselwerk, beton of voegwerk. Zij ontstaat wanneer kalk uit de mortel oplost, naar het oppervlak wordt gevoerd en daar met kooldioxide uit de lucht reageert. Anders dan zoutuitbloei is zij hard en hecht zij sterk; wegborstelen helpt niet en er is een zure reiniging voor nodig.

  • KalkverfPremium · ook: Kalkverf, kalkwitsel, kaleien, limewash

    Kalkverf is een verf op basis van gebluste kalk die niet als een filmlaag op de ondergrond ligt maar er chemisch mee vergroeit, en die daardoor volledig dampopen blijft. Dat maakt hem de aangewezen afwerking op oud, vochtig of ademend metselwerk en op kalkpleister. Op een moderne, gesloten ondergrond werkt hij juist slecht: daar hecht hij niet en poedert hij af.

  • KalkzandsteenPremium · ook: Kalkzandsteen, kalkzandsteenblok, kzs, lijmblok, vellingblok

    Kalkzandsteen is een steenachtig bouwmateriaal van zand en kalk, onder stoom en druk gehard, dat in Nederland de meest toegepaste steen is voor binnenwanden en woningscheidende wanden. Het is zwaar, drukvast en goed geluidwerend, en juist dat gewicht is de reden dat het wordt gebruikt: massa is de goedkoopste manier om geluid tussen woningen tegen te houden.

  • KanaalplaatvloerPremium · ook: Kanaalplaatvloer, kanaalplaat, holle kanaalplaat

    Een kanaalplaatvloer bestaat uit voorgespannen betonnen platen met langsgaten, die in de fabriek worden gemaakt en op de bouwplaats naast elkaar worden gelegd. De kanalen maken de plaat lichter zonder dat hij veel draagkracht verliest, waardoor grote overspanningen mogelijk zijn zonder tussenbalken. Dat is de reden dat deze vloer zoveel wordt toegepast in woningbouw en utiliteit.

  • KanthoutPremium · ook: Kanthout, gekantrecht hout, constructiehout, balkhout, regelwerk, vurenhout

    Kanthout is rechthoekig gezaagd constructiehout, gebruikt voor balken, regels, gordingen en spanten. Bij de aanschaf gaat het bijna altijd over de maat, en dat is precies de verkeerde vraag. Twee balken van dezelfde afmeting kunnen sterk verschillen in wat ze dragen; wat telt is de sterkteklasse, en die staat op het hout gestempeld. Een stempel als C18 of C24 zegt meer over de overspanning dan de dikte, en daarnaast bepaalt het vochtgehalte of het hout na inbouw krom trekt of blijft liggen.

  • KantrechtenPremium · ook: Kantrechten, kanten, vlakschaven, africhten

    Kantrechten is het recht en haaks maken van de zijkant van een plank of een plaat, zodat hij zuiver aansluit op een ander deel. Het is de eerste stap in vrijwel elk stuk houtbewerking: zonder een rechte, haakse referentiekant klopt er verderop niets meer. Bij een lijmverbinding tussen twee planken bepaalt de kantrechting of de naad dicht is.

  • KaphamerPremium · ook: Kaphamer, metselhamer, steenhamer, bikhamer, kapbeitelhamer

    Een kaphamer is een metselaarshamer met aan de ene zijde een slagvlak en aan de andere een scherpe of beitelvormige kant om steen te kappen. De kunst zit niet in de kracht maar in de volgorde, en dat is precies wat beginners verkeerd doen. Je slaat een steen niet doormidden — je kerft hem rondom in en breekt hem daarna met één gerichte tik. Wie meteen hard slaat, krijgt een schuine, verbrijzelde breuk die in het metselwerk niet bruikbaar is en die bovendien scherven wegslingert.

  • KeilboutPremium · ook: Keilbout, doorsteekanker, spreidanker, ankerbout, slagplug met bout

    Een keilbout is een mechanisch anker dat zich door spreiding vastzet in een geboord gat in beton of massieve steen. De kracht komt uit wrijving tegen de gatwand, en die wrijving ontstaat pas bij het aandraaien. Daaruit volgt alles wat er misgaat: een gat dat te ruim is, boorstof dat de wrijving vermindert, en te weinig afstand tot de rand — want het spreiden drukt het materiaal opzij en dat splijt beton dat te dicht bij een kant zit.

  • KeperverbandPremium · ook: Keperverband, visgraatverband, halfsteens keperverband, chevron

    Keperverband is een legpatroon waarbij elementen onder een hoek van negentig graden ten opzichte van elkaar worden gelegd, zodat een zigzagfiguur ontstaat. Het is een van de weinige patronen dat tegelijk mooi en constructief sterk is. Doordat elk element zijn buren van twee kanten klemt, verdeelt het de belasting in twee richtingen — en dat is de reden dat het al eeuwen in bestrating wordt gebruikt op plaatsen waar wordt gereden.

  • KeramiekPremium · ook: Keramiek, keramische tegel, porselein

    Keramiek is gebakken klei. In de bouw gaat het vooral om keramische tegels, waarvan de eigenschappen sterk verschillen naar de baktemperatuur en de samenstelling. Het onderscheid tussen wandtegels en vloertegels, en tussen geglazuurd en volkeramisch, bepaalt waar een tegel geschikt voor is.

  • Keramische buitentegelPremium · ook: Keramische buitentegel, keramiek buiten, porselein buitentegel, keramische terrastegel

    Een keramische buitentegel is een geperste en gebakken tegel van twintig millimeter dik, met een zeer lage wateropname en een hoge slijtvastheid. Zij is kleurvast, vlekongevoelig en vorstbestendig, en de fundering eronder bepaalt of zij vlak blijft liggen.

  • Keramische dakpanPremium · ook: Keramische dakpan, gebakken pan, kleipan, dakpan van klei

    Een keramische dakpan is een uit klei gevormde en gebakken dakpan, met een levensduur van vijftig tot honderd jaar. Zij is duurder dan een betonpan, lichter, kleurvast en de standaard bij monumenten en bij beeldbepalende panden.

  • Keramische tegelPremium · ook: Keramische tegel, keramiek, gres, porselein, gres porcellanato

    Een keramische tegel is een geperste en gebakken tegel van klei met kwarts en veldspaat, met een wateropname die het toepassingsgebied bepaalt. De wateropname en de slijtvastheidsklasse zijn de twee getallen waarop je kiest; de rest is smaak.

  • Kimband · ook: Kimband, afdichtband, afdichtingsband, waterdichtingsband, dichtband, hoekband.

    Kimband is een flexibele strook die je in de waterdichte laag verwerkt op de plaatsen waar twee vlakken samenkomen. Denk aan de aansluiting van een douchevloer en de wand, of aan een binnenhoek. Op die naden werkt een vloeibaar afdichtingsmiddel alleen niet, omdat de naad beweegt.

  • KitPremium · ook: Kit, kitmassa, afdichtingskit, voegkit, sealant

    Kit is een pasteuze massa die je in een voeg spuit en die daarna uithardt tot een blijvend elastische afdichting. Het woord elastisch is de hele reden dat kit bestaat. Twee bouwdelen bewegen ten opzichte van elkaar — door temperatuur, door vocht, door zetting — en een starre vulling scheurt daar. Kit is geen vulmiddel maar een beweegbare afdichting, en vrijwel elke mislukte kitvoeg komt voort uit het negeren van dat verschil.

  • KitnaadPremium · ook: Kitnaad, kitvoeg, kitrand, afdichtingsvoeg of elastische voeg

    Een kitnaad is een voeg tussen twee bouwdelen die is gevuld met een elastische kit. Hij dicht de naad af tegen water, lucht en vuil en kan meebewegen als de delen werken, bijvoorbeeld tussen bad en tegels, tussen aanrecht en wand of tussen glas en kozijn.

  • KlampPremium · ook: Klamp, klampje, klamplat

    Een klamp is een lat of strip die dwars over meerdere delen wordt bevestigd om die bij elkaar te houden en om werking tegen te gaan. Je ziet het bij klampdeuren, bij luiken en bij houten vloeren. In het metselwerk is een klamplaag een dunne laag stenen die tegen een bestaande wand wordt gezet.

  • KlamplaagPremium · ook: Klamplaag, klampmuur, voorzetlaag

    Een klamplaag is een dunne laag metselwerk die tegen een bestaande wand wordt aangebracht, bestaande uit stenen op hun smalle kant of uit dunne strips. Het doel is een baksteenbeeld te geven aan een wand die niet van baksteen is, of een bestaande gevel te herstellen zonder de constructie te vervangen.

  • KleefbandPremium · ook: Kleefband, plakband, tape, ducttape, schilderstape, luchtdichtingstape

    Kleefband is een drager met een kleeflaag, gebruikt om te bevestigen, af te plakken of af te dichten. Bij bouwtoepassingen wordt tape behandeld als iets wat altijd werkt, en dat is precies waar het misgaat. Een tape is niet sterker dan de ondergrond waarop hij plakt, en de lijm heeft een temperatuurbereik en een houdbaarheid. Stof, vocht, kou en uv-licht zijn de vier oorzaken van vrijwel elke losgelaten tape — en bij een luchtdichtingstape in een dakconstructie merk je dat pas jaren later, aan de condens.

  • Klemmend raamPremium · ook: Klemmend raam, klemmende vleugel, raam dat aanloopt, raam dat schuurt

    Een klemmend raam is een raam dat bij het openen of sluiten langs het kozijn schuurt of vastloopt. De reflex is de schaaf, en dat is precies de verkeerde volgorde. Klemt het raam alleen in natte of koude perioden, dan is het houtwerking en geen defect — schaaf je het in die stand af, dan heb je in de zomer een raam met speling en tocht. De vraag is dus niet waar het klemt maar wanneer. Klemt het het hele jaar door, dan is er iets anders aan de hand: verzakte scharnieren, een vervormd kozijn, verf die is dichtgeslibd of een kozijn dat met de constructie is meegezakt.

  • KleurcodePremium · ook: Kleurcode, adercodering, draadkleuren, kleurcodering

    De kleurcode is de afspraak over welke kleur ader welke functie heeft in een elektrische installatie. Hij is bedoeld om zekerheid te geven, en juist dat maakt hem gevaarlijk. De kleur is een aanwijzing en nooit een bewijs. In installaties van vóór 1970 werd een andere codering gebruikt en werden kleuren door elkaar toegepast; en in elke installatie is in de loop van decennia bijgewerkt, verlengd en geïmproviseerd. De enige zekerheid komt van meten met een tweepolige spanningstester die vóór en na op een bekende spanning is beproefd.

  • KlezoorPremium · ook: Kwart steen

    Een klezoor is een in de lengte doorgezaagde baksteen ter breedte van een kwart steen. Hij wordt gebruikt om een metselverband aan het begin van een laag te laten uitkomen zonder dat de stootvoegen boven elkaar komen. Het is een van de weinige bouwtermen die vrijwel uitsluitend bij metselwerk voorkomen en die je in geen enkele andere context tegenkomt.

  • KlinkerPremium · ook: Klinker, gebakken klinker, straatbaksteen, waalformaat straatsteen, dikformaat

    Een klinker is een sterk doorgebakken baksteen voor bestrating of metselwerk. Bij de keuze tussen klinker en betonklinker gaat het meestal over de aanschafprijs, en daar zit de vergissing. De kleur van een gebakken klinker zit in de klei zelf en komt uit de oven, terwijl een gekleurde betonklinker zijn kleur aan pigment ontleent — en pigment verbleekt. Een terras van gebakken klinkers ziet er na twintig jaar uit als een oud terras; een terras van gekleurde betonklinkers ziet er na tien jaar uit als een verschoten terras. Wat je daar tegenover krijgt: de gebakken steen is duurder en minder maatvast.

  • KlinknagelPremium · ook: Klinknagel, popnagel, blindklinknagel, blindniet, klinkbout

    Een klinknagel is een bevestiging die door een gat wordt gestoken en aan de achterzijde wordt vervormd tot een kop. De werking berust op één ding dat bij het boren wordt bepaald. De klinknagel vult het gat — dat is de verbinding. Is het gat te groot, dan blijft er speling over en gaat de verbinding werken en uiteindelijk uitslijten; is het te klein, dan past hij niet of vervormt hij scheef. De maat van het boortje is daarmee belangrijker dan het merk van de tang.

  • Kloostermop · ook: Kloostermop, kloostersteen, mop, moppensteen

    Een kloostermop is een grote, zware handgevormde baksteen uit de middeleeuwen. De steen is fors dikker en langer dan de latere baksteenformaten, en je herkent hem aan zijn ruwe vorm en zijn rode tot paarsbruine kleur.

  • KloostersponningPremium · ook: Kloostersponning, groef, gleuf, sleuf

    Een kloostersponning is een groef in het vlak van een houten of stenen deel, omsloten aan drie zijden. Het onderscheid met een gewone sponning klinkt als een woordenkwestie en het bepaalt hoe je hem maakt. Een sponning ligt langs de rand en is aan twee zijden open; een kloostersponning ligt in het vlak en is aan drie zijden omsloten. Dat verschil betekent dat je een sponning met een schaaf of een frees langs de kant kunt aflopen, en een kloostersponning niet: die moet in het vlak worden uitgestoken of gefreesd, met een aanzet en een uitloop die je niet kunt wegwerken. Bij historisch werk is precies die uitloop het detail waaraan je de hand van de maker herkent.

  • KniebeschermerPremium · ook: Kniebeschermer, kniebeschermers, kniestuk, kniekussen, knielmat

    Een kniebeschermer is een kussen of schaal die de knie beschermt bij knielend werk. Het is een beschermingsmiddel dat consequent te laat wordt aangeschaft. Knieklachten door knielend werk zijn cumulatief en grotendeels onomkeerbaar: tegelzetters, vloerenleggers, loodgieters en dakdekkers lopen aandoeningen op die hen op middelbare leeftijd uit het vak halen. Wie een dag komt tegelen doet dat zonder gevolgen; wie het jaren doet, niet.

  • KolomboormachinePremium · ook: Kolomboormachine, standboormachine, boorbank, tafelboormachine

    Een kolomboormachine is een vaste machine waarbij de boor loodrecht boven een tafel hangt en met een hendel omlaag wordt gebracht. Hij lost één probleem op dat met een handmachine niet op te lossen is: een gat dat werkelijk haaks staat, keer op keer, op dezelfde diepte. Bij een deurslot, een potscharnier of een reeks identieke delen is dat het verschil tussen passen en niet passen.

  • KoperPremium · ook: Koper, roodkoper

    Koper is een metaal met een zeer lange levensduur in bouwtoepassingen. Het vormt een patina die eerst bruin en na tientallen jaren groen wordt, en die het onderliggende materiaal beschermt. Het wordt gebruikt voor dakbedekking, goten, gevelbekleding en voor waterleidingen, en het is een van de weinige bouwmaterialen die meer dan een eeuw meegaan.

  • KoperdraadPremium · ook: Koperdraad, koperader, geleider

    Koperdraad is de standaardgeleider in elektrische installaties, omdat koper elektriciteit uitstekend geleidt en goed te verwerken is. De doorsnede van de draad bepaalt hoeveel stroom hij mag voeren. Een te dunne draad wordt warm, en dat is een van de belangrijkste oorzaken van brand door de elektrische installatie.

  • Koperen dakPremium · ook: Koperen dak, koperen dakbedekking, koperdak

    Een koperen dak bestaat uit koperen banen die met een staande naad of met roeven zijn verbonden, net als bij zink. Het gaat honderd jaar of langer mee, en het afstromende water vernielt elk zink en aluminium eronder.

  • Koploze spijkerPremium · ook: Koploze spijker, kopspijker, verloren spijker, stiftnagel, brad

    Een koploze spijker is een dunne nagel met een nauwelijks zichtbare kop, voor aftimmerwerk. Het onderscheid met een gewone spijker zit niet in de spijker maar in wat je erna doet. Een koploze spijker wordt niet vlak geslagen maar met een drevel onder het houtoppervlak gezet, waarna het gaatje wordt gevuld en weggeschuurd. Daardoor zie je de bevestiging niet meer — en dat is precies waarvoor hij bestaat. Wie hem tot aan de kop inslaat en daar laat zitten, gebruikt een dure spijker die er slechter uitziet dan een gewone en die minder houdt.

  • KoppenlaagPremium · ook: Koppenlaag, koppenrij, kopse laag, binderlaag

    Een koppenlaag is een laag metselwerk waarin de bakstenen met hun korte zijde in het zicht liggen, zodat ze dwars door de muur steken. Dat dwars doorsteken is geen esthetische keuze maar een constructieve: een steen die met zijn kop in het zicht ligt, verbindt de voor- en de achterzijde van een massieve muur. De aanwezigheid van koppenlagen in een gevel vertelt daarom of je naar een massieve muur kijkt of naar een spouwmuur — en dat is de vraag die bepaalt of je die gevel kunt isoleren.

  • KoppenverbandPremium · ook: Kopsverband

    Koppenverband is een metselverband waarin uitsluitend koppen zichtbaar zijn: elke steen ligt met de korte zijde naar buiten. Elke laag verspringt een halve kop ten opzichte van de vorige. Het is het sterkste verband in de dikterichting en het enige verband dat zich goed laat metselen in een kromming.

  • Kopse kantPremium · ook: Kopse kant, kopshout, kopse kop, eindhout

    De kopse kant is het uiteinde van een stuk hout, waar de vezels dwars zijn doorgesneden en de houtcellen als open buisjes aan de oppervlakte liggen. Daar neemt hout vocht tot tien à twintig keer sneller op dan langs de zijkant, en daarom begint houtrot vrijwel altijd op een kopse kant.

  • KopshoutPremium · ook: Kopshout, kops hout, kopse kant, kopeind, hirnhout

    Kopshout is het vlak dat ontstaat wanneer hout dwars op de vezelrichting wordt doorgezaagd. Het gedraagt zich volstrekt anders dan de rest van het hout, en dat verklaart een reeks praktijkregels die anders willekeurig lijken. Kopshout zuigt water op als een bundel rietjes, het houdt een schroef of een spijker slecht vast, het scheurt uit bij het zagen en schaven, en het neemt verf en beits ongelijkmatig op. Vier eigenschappen die samen de meeste houtschade in en om een woning verklaren.

  • KorbeelPremium · ook: Korbeel, schoor, windschoor, kopband, karbeel

    Een korbeel is een korte schuine stut die de hoek tussen een staander en een ligger verstijft. Het is het antwoord op één meetkundig gegeven dat de hele stabiliteit van een raamwerk bepaalt. Een rechthoek van vier staven met scharnierende hoeken kan vervormen tot een parallellogram; een driehoek kan dat niet. Een korbeel maakt van de hoek een driehoek, en daarmee wordt een raamwerk dat scheef zou zakken een constructie die staat. Dat is meteen de reden dat je er niets uit mag zagen — de balk die in de weg zit, is precies degene die de boel rechthoudt.

  • KozijnankerPremium · ook: Kozijnanker, muuranker, kozijnhaak, ankerplaat, kozijnschroef, kozijnplug

    Een kozijnanker is de metalen verbinding waarmee een kozijn aan het metselwerk of de constructie wordt bevestigd. Er is één misverstand dat structureel tot problemen leidt bij zelf geplaatste kozijnen. Purschuim is een isolatie- en afdichtingsmiddel, geen bevestiging. Een kozijn wordt gedragen door stelblokjes en vastgehouden door ankers of kozijnschroeven; het schuim vult daarna de naad. Een kozijn dat alleen in het schuim staat, zakt, verdraait en klemt — en dat gebeurt niet meteen maar na een seizoen of twee.

  • Kraanleertje · ook: Kraanleertje, leertje, kraanleer

    Een kraanleertje is het kleine ronde schijfje rubber onder in de kraankop dat op de zitting drukt en zo het water afsluit. Is het versleten, dan blijft de kraan druppelen, hoe hard je hem ook dichtdraait.

  • KramPremium · ook: Kram, niet, nietje, tackerkram, krammetje

    Een kram is een U-vormig bevestigingsmiddel met twee punten en een rug, dat je met een tacker of met een hamer in hout drijft. De rug is wat hem onderscheidt van een spijker: hij klemt iets vast over de volle breedte in plaats van er doorheen te gaan. Dat maakt hem geschikt voor dun en flexibel materiaal — folie, doek, gaas, kabel — en volstrekt ongeschikt voor alles wat kracht moet dragen.

  • KrimpPremium · ook: Krimp, krimpvervorming, uitdrogingskrimp, autogene krimp

    Krimp is de maatverandering die een bouwmateriaal ondergaat wanneer het uitdroogt of uithardt, en die zich in de eerste jaren na uitvoering grotendeels voltrekt. Wordt die beweging verhinderd, dan scheurt het materiaal; dat is de reden dat dilatatievoegen bestaan.

  • KrimpkousPremium · ook: Krimpkous, krimpslang, warmtekrimpkous, shrink

    Een krimpkous is een kunststof huls die bij verwarming strak om een verbinding krimpt en die daarmee isoleert. Twee misverstanden houden zich hardnekkig staande. Het eerste is een praktische: de kous moet vóór het verbinden over de draad worden geschoven, en dat vergeet vrijwel iedereen minstens één keer, daarna moet de verbinding weer los. Het tweede is belangrijker: een krimpkous is een isolatie, geen behuizing. Een verbinding hoort in een bereikbare lasdoos, ook wanneer hij netjes gekrompen is. Een verbinding die weggewerkt in een wand of boven een plafond verdwijnt, is bij een storing niet te vinden en niet te herstellen, en dat is precies de reden dat de regels een bereikbare doos vragen.

  • KrimpscheurPremium · ook: Krimpscheur, droogscheur, haarscheur, craquelé bij een netvormig patroon

    Een krimpscheur is een scheur die ontstaat doordat een materiaal bij het uitharden of drogen kleiner wordt. De vraag die achter elke gemelde scheur zit, is niet hoe je hem wegwerkt maar wat hij betekent — en dat is aan de scheur zelf af te lezen. Een krimpscheur is fijn, staat er vrijwel meteen, en groeit niet meer; een zettingsscheur loopt diagonaal, is aan één kant breder dan aan de andere, en wordt in de loop van maanden groter. Die tweede is een signaal over de fundering of de constructie en vraagt onderzoek. De eerste is een afwerkkwestie. Wie het verschil niet maakt, stuukt óf een onschuldige scheur eindeloos over, óf werkt een constructief signaal weg.

  • KrimpwapeningPremium · ook: Krimpwapening, krimpnet, verdeelwapening

    Krimpwapening is wapening die niet is bedoeld om belasting te dragen maar om scheurvorming door krimp te verdelen. Beton en cementgebonden dekvloeren krimpen bij het uitharden en bij het drogen. Zonder wapening ontstaat er een enkele brede scheur; met krimpwapening ontstaan er meerdere fijne scheurtjes die niet storen.

  • KroonsteenPremium · ook: Kroonsteen, kroonsteentje, lusterklem, aansluitklem, verbindingsklem

    Een kroonsteen is een rij aansluitklemmen waarin draden met schroeven worden vastgezet. Het is de bekendste verbinding en tegelijk de meest verkeerd toegepaste. Een elektrische verbinding hoort in een lasdoos te zitten, bereikbaar en afgeschermd — niet los in een wand, boven een verlaagd plafond of achter een plint. Een kroonsteen die wegwerkt achter afwerking is niet meer te controleren, en een schroefverbinding op soepele draad komt na verloop van tijd los door kruip in het koper. Dat is de oorzaak van warme verbindingen en van een aanzienlijk deel van de installatiebranden.

  • KruiskopPremium · ook: Kruiskop, kruiskopschroef, philips, phillips, PH

    Een kruiskop is een schroefkop met een kruisvormige uitsparing, bediend met een bit of schroevendraaier van hetzelfde profiel. Het is bedacht met een eigenschap die tegenwoordig een nadeel is: de kruiskop is ontworpen om uit de schroef te lopen zodra het koppel te hoog wordt. Dat heet cam-out, en het was in de jaren dertig een veiligheidsmechanisme voor lopendebandwerk zonder koppelbegrenzing. Met een moderne accuschroevendraaier is het vooral de reden dat de kop rondloopt.

  • KruisverbandPremium

    Kruisverband is een metselverband waarin lagen met alleen strekken en lagen met alleen koppen elkaar afwisselen, waarbij de koppen van elke koppenlaag een halve steen verspringen ten opzichte van de vorige koppenlaag. Dat verspringen levert het kruismotief op waaraan het verband zijn naam dankt. Het is het klassieke Nederlandse gevelverband en het beeld dat de meeste vooroorlogse gevels bepaalt.

  • KruiwagenPremium · ook: Kruiwagen, kruikar, steekwagen met bak, bouwkruiwagen

    Een kruiwagen is een eenwielig transportmiddel met een bak, twee handvatten en twee poten. Het is het eenvoudigste hefboommechanisme op een bouwplaats en het wordt structureel verkeerd gebruikt. Het gewicht hoort zo dicht mogelijk bij het wiel te liggen, want dan draagt het wiel het en jij nauwelijks. Wordt de bak achterin geladen, dan til jij het grootste deel — en met een kruiwagen die vol zand honderd kilo weegt, is dat het verschil tussen rijden en je rug verrekken.

  • Kubel · ook: Kubel is het woord op de bouw

    Een kubel is de stalen bak waarin beton met een kraan naar de stortplek wordt gebracht. Hij wordt van boven gevuld uit de betonwagen en van onderen geleegd via een klep die je met een hendel of een handwiel opent.

  • KunststeenPremium · ook: Kunststeen, composietsteen, kwartscomposiet

    Kunststeen bestaat uit steenkorrels, doorgaans kwarts, gebonden met kunsthars. Het combineert de hardheid van natuursteen met een gelijkmatige kleur en een lage porositeit. Het is de gangbaarste keuze voor keukenwerkbladen geworden, omdat het niet vlekt, niet zuurgevoelig is en in elke gewenste kleur leverbaar is.

  • KunststofPremium · ook: Kunststof, plastic, polymeer

    Kunststof is de verzamelnaam voor synthetische polymeren die in de bouw op grote schaal worden toegepast: in kozijnen, in leidingen, in dakbedekking, in isolatie en in bevestigingsmiddelen. Elk polymeer heeft eigen eigenschappen. Het verschil tussen pvc, pe en pp is niet academisch: het bepaalt of een leiding warm water aankan, of een kozijn vergeelt en of een dakbaan tegen UV kan.

  • Kunststof dakbaanPremium · ook: Kunststof dakbaan, eenlaagse dakbedekking, single-ply, dakfolie

    Een kunststof dakbaan is een dunne, in één laag aangebrachte dakbedekking van PVC of TPO, waarvan de naden met hete lucht worden gelast. Zij is licht, snel aan te brengen en gaat vijfentwintig tot veertig jaar mee; PVC mag niet in contact komen met bitumen.

  • Kunststof gevelbekledingPremium · ook: Kunststof gevelbekleding, pvc-gevelbekleding, siding, kunststof rabat

    Kunststof gevelbekleding bestaat uit geëxtrudeerde pvc- of composietprofielen die op een regelwerk voor de gevel worden gehangen. Zij vraagt vrijwel geen onderhoud, zet sterk uit en moet daarom met speling worden gemonteerd.

  • Kunststof gootPremium · ook: Kunststof goot, pvc-goot, plastic dakgoot

    Een kunststof goot bestaat uit pvc-delen die met rubberdichtingen in elkaar klikken, zonder solderen of lassen. De rubberdichtingen vangen de uitzetting op, en de goot mag daarom niet klemvast worden gemonteerd.

  • Kunststof kozijnPremium · ook: Kunststof kozijn, pvc-kozijn, plastic kozijn, kunststof gevelelement

    Een kunststof kozijn bestaat uit geëxtrudeerde pvc-profielen met meerdere luchtkamers en een stalen versterking in de kern. Het vraagt geen schilderwerk en het is niet te repareren; bij schade wordt het complete element vervangen.

  • KurkPremium · ook: Kurk, kurkparket, kurktegels, geëxpandeerd kurk, ICB voor insulation cork board.

    Kurk is de schors van de kurkeik, geoogst zonder de boom te kappen. In de bouw wordt het gebruikt als vloerafwerking, als ondervloer en als isolatiemateriaal. Het is warm onder de voet, het dempt contactgeluid en het is een van de weinige isolatiematerialen die volledig natuurlijk en hernieuwbaar zijn. De kurkeik wordt elke negen jaar geoogst en leeft daarna gewoon door.

  • KwaliteitsnormPremium · ook: Kwaliteitsnorm, norm, normblad, standaard

    Een kwaliteitsnorm is een afgesproken standaard voor een product, een werkwijze of een prestatie. Het misverstand dat hier het meeste kost, gaat over de status. Een norm is geen wet. Hij wordt pas verplicht wanneer de wet ernaar verwijst of wanneer je hem in een contract afspreekt. NEN-normen zijn documenten van een private organisatie, ze kosten geld en ze zijn niet openbaar. Verwijst het Besluit bouwwerken leefomgeving naar een norm, dan is die norm op dat punt bindend; verwijst het er niet naar, dan is hij goed vakmanschap en geen verplichting. Dat verschil bepaalt of "het voldoet niet aan de NEN" een argument is of een mening.

  • KwartsPremium · ook: Kwarts, siliciumdioxide

    Kwarts is het meest voorkomende mineraal in de aardkorst en een hoofdbestanddeel van zand, graniet, beton en baksteen. Het is hard, chemisch stabiel en slijtvast. Voor de bouw is kwarts vooral van belang om twee redenen: het maakt materialen hard en slijtvast, en het stof dat bij het bewerken vrijkomt is een van de ernstigste arbeidsrisico's in de sector.

  • KwartscomposietPremium · ook: Kwartscomposiet, composietsteen, kunststeen, samengesteld kwarts

    Kwartscomposiet is kunststeen van fijngemalen kwarts, gebonden met kunsthars en pigment. De samenstelling verklaart zowel de aantrekkingskracht als de zwakke plek. Het is voor ruwweg negentig procent kwarts en voor tien procent hars — en die tien procent bepaalt alles wat er misgaat. Hars verdraagt geen hitte: een pan van het vuur laat een blijvende vlek of een haarscheur achter, en dat is geen slijtage maar directe schade. Hars verkleurt bovendien onder uv, waardoor het materiaal buiten niet thuishoort. Wat je ervoor terugkrijgt is een blad dat niet poreus is, niet hoeft te worden geïmpregneerd en in kleur volstrekt voorspelbaar is.

  • KwartsietPremium · ook: Kwartsiet, quartziet, kwartsietsteen

    Kwartsiet is een hard, van nature gevormd gesteente dat vrijwel geheel uit kwarts bestaat. Twee producten met bijna dezelfde naam zijn tegengesteld op precies het punt dat in een keuken telt. Kwartsiet is natuursteen en kan hitte hebben; kwartscomposiet is kunststeen met hars erin en kan dat niet. Een hete pan op kwartsiet is doorgaans geen probleem, dezelfde pan op kwartscomposiet geeft een blijvende vlek of scheur. De namen liggen in de folder naast elkaar, ze schelen honderden euro's, en verkopers gebruiken ze door elkaar. Vraag altijd expliciet of het natuursteen of kunststeen is.

  • KwartsstofPremium · ook: Kwartsstof, respirabel kristallijn silica, RCS, silicastof, steenstof

    Kwartsstof is het fijne stof dat vrijkomt bij het bewerken van steenachtig materiaal. Er zit een eigenschap in die het verraderlijker maakt dan zichtbaar stof. Het deel dat schade doet is te klein om te zien: het blijft uren in de lucht hangen nadat het zichtbare stof allang is neergedaald, en het komt tot diep in de longen waar het nooit meer weggaat. Dat je klaar bent met zagen betekent dus niet dat de ruimte schoon is. En je merkt er niets van — silicose ontwikkelt zich over jaren en is onomkeerbaar. Er is één maatregel die het probleem bij de bron wegneemt en die kost bijna niets: nat werken of afzuigen.

L

  • LaagdiktePremium · ook: Laagdikte, filmdikte, verflaagdikte, coatingdikte

    Laagdikte is de dikte van een aangebrachte laag verf, lak, coating of pleister, gemeten in micrometers of millimeters. Bij verf is het verschil tussen de natte laag direct na het aanbrengen en de droge laag na uitharding het belangrijkste onderscheid. De laagdikte bepaalt hoe lang de laag zijn werk doet.

  • LakPremium · ook: Lak, lakverf, aflak, glansverf, emaille

    Lak is dekkende verf met een gladde, gesloten film, bedoeld als afwerklaag op hout, metaal en kunststof. De aflak bepaalt het uiterlijk en niet de levensduur; die zit in de grondlaag en in de voorbereiding.

  • Lambda-waardePremium · ook: Lambda-waarde, warmtegeleidingscoëfficiënt, lambdawaarde, λ-waarde

    De lambda-waarde geeft aan hoe goed een materiaal warmte geleidt, uitgedrukt in watt per meter per kelvin; hoe lager, hoe beter het isoleert. Het is een eigenschap van het materiaal en niet van de laag: pas gedeeld door de dikte wordt het een isolatiewaarde waarmee je offertes kunt vergelijken.

  • LambdawaardePremium · ook: Lambdawaarde, warmtegeleidingscoefficient, lambda, lambda-D

    De lambdawaarde geeft aan hoe goed een materiaal warmte geleidt, uitgedrukt in watt per meter per kelvin. Hoe lager het getal, hoe beter het materiaal isoleert. Het is de enige eigenschap waarmee isolatiematerialen onderling eerlijk te vergelijken zijn: alle andere getallen op een verpakking — de Rd-waarde, het energielabel, de dikte — volgen eruit of hangen ervan af.

  • LambriseringPremium · ook: Lambrisering, wandbetimmering, beschot, paneelwand, wandpanelen

    Lambrisering is een betimmering tegen de onderste helft of het geheel van een wand, doorgaans van hout of van plaatmateriaal. Het is ooit ontstaan als bescherming: het onderste deel van een muur krijgt de klappen, de schoppen en het vocht, en een houten schil vangt dat op. In een oud pand doet het dat nog steeds. In een nieuw pand is het vrijwel altijd een esthetische keuze — en daar zit de valkuil, want een betimmering tegen een vochtige muur maakt het probleem erger in plaats van beter.

  • LariksPremium · ook: Lariks, larix, larikshout, lorkenhout

    Lariks is een naaldhoutsoort die als enige Europese naaldboom zijn naalden verliest, met een harsrijk en relatief zwaar kernhout. Het is in Nederland de gangbare keuze voor gevelbekleding die onbehandeld mag vergrijzen.

  • LatexverfPremium · ook: Latexverf, latex, muurverf, dispersieverf, acrylverf voor wanden

    Latexverf is watergedragen muurverf waarin kunststofdeeltjes zijn gedispergeerd, die na verdamping van het water samenvloeien tot een aaneengesloten laag. De hele bruikbaarheid zit in dat samenvloeien. Het water verdampt eerst, en pas daarna trekken de deeltjes elkaar samen tot een film. Dat proces vraagt tijd en temperatuur, en het is de reden dat latex die op een koude wand of in tocht is aangebracht nooit de hardheid en de reinigbaarheid haalt die op het blik staat.

  • LeemPremium · ook: Leem, leemstuc, leempleister, leemsteen

    Leem is een mengsel van klei, silt en zand dat als bouwmateriaal wordt gebruikt voor pleisterwerk, voor vullingen in vakwerk en voor massieve wanden. Het is een van de oudste bouwmaterialen en het is de laatste jaren terug in de aandacht vanwege twee eigenschappen: het reguleert de luchtvochtigheid in een ruimte en het heeft een zeer lage milieubelasting.

  • LeibedekkingPremium · ook: Leibedekking, leidak, leiendak, leiendekking, natuurleien

    Leibedekking is een dakbedekking van dunne stenen platen, die overlappend op een houten ondergrond worden bevestigd. De prijs van een leiendak wordt afgeschreven op de lei, en de lei is niet wat het eerst opgeeft. Een natuurlei gaat honderd jaar mee, de spijker waarmee hij hangt de helft daarvan. Het dak wordt niet vervangen omdat de leien op zijn maar omdat de bevestiging het begeeft en het beschot eronder is aangetast — en bij het vernieuwen is een groot deel van de oude leien gewoon herbruikbaar. Wie een offerte krijgt waarin alle leien nieuw zijn, mag daar naar vragen.

  • LeidekkerPremium · ook: Leidekker, leiendekker, schaliedekker, leislager

    Een leidekker legt en herstelt daken en gevels met natuurleien of vezelcementleien. Het vak kent een gegeven dat het onderhoud volledig stuurt en dat weinig eigenaren kennen. Een natuurlei gaat langer mee dan de spijkers en haken waarmee hij vastzit. Een leiendak dat na zestig of tachtig jaar leien begint te verliezen, is daarom zelden versleten: de bevestiging is op, en de leien zelf zijn vaak nog goed. Dat opent een route die bij een pannendak niet bestaat — het dak opnieuw laten leggen met de bestaande leien, tegen een fractie van de kosten van nieuw materiaal.

  • LeihaakPremium · ook: Leihaak, leienhaak, storm haak voor leien, crochet

    Een leihaak is een gebogen metalen haak waarmee een natuursteen- of vezelcementlei op het dak wordt vastgezet. Hij grijpt om de onderrand van de lei en houdt hem tegen opwaartse wind. De haak is klein, hij is goedkoop, en hij bepaalt de levensduur van het hele leiendak: als het materiaal van de haak eerder opgeeft dan de lei, gaat een dak dat honderd jaar had kunnen meegaan er na dertig af.

  • LeisteenPremium · ook: Leisteen, lei

    Leisteen is een metamorf gesteente dat zich in dunne platen laat splijten. Die splijtbaarheid maakt het uitermate geschikt als dakbedekking en als vloertegel. Het is dicht, vorstbestendig en vrijwel onderhoudsvrij, en natuurleien op een dak gaan tot honderdvijftig jaar mee.

  • LekdorpelPremium · ook: Lekdorpel, druipdorpel

    Een lekdorpel is een profiel dat onder een kozijn of onder een gevelopening wordt aangebracht om water af te voeren, met een naar buiten stekende rand die het water laat afdruipen. Het onderscheid met de waterslag is dat een lekdorpel doorgaans dunner is en op of tegen een bestaand element wordt gemonteerd, vaak bij renovatie.

  • Lepelboor · ook: Lepelboor, lepelboortje, lepelvormige boor

    Een lepelboor is een houtboor met een halfronde, lepelvormige punt zonder centreerpunt en zonder spiraal. Hij snijdt met de rand van de holle bak. Omdat hij zichzelf niet centreert, kun je hem tijdens het boren bijsturen en zo een gat maken dat niet loodrecht op het oppervlak staat.

  • LessenaarsdakPremium · ook: Lessenaardak, eenzijdig hellend dak, pultdak

    Een lessenaarsdak is een dak met een enkel hellend vlak, dat aan de ene zijde hoog is en aan de andere laag. Er is geen nok in de gebruikelijke zin. Het is de dakvorm die bij moderne woningbouw en bij aanbouwen veel wordt toegepast, en die zich bij uitstek leent voor zonnepanelen wanneer het vlak op het zuiden ligt.

  • LevenscyclusanalysePremium · ook: LCA, levenscyclusanalyse, milieueffectanalyse

    Een levenscyclusanalyse berekent de milieueffecten van een product of gebouw over de hele levensduur: winning, productie, transport, bouw, gebruik, onderhoud, sloop en verwerking. Het is de methode waarmee onderbouwd kan worden welk materiaal werkelijk beter is, in plaats van af te gaan op intuïtie of op marketing.

  • LichttoetredingsfactorPremium · ook: Lichttoetredingsfactor, lichtdoorlatingsfactor, lichtdoorlatendheid, lichttransmissie.

    De lichttoetredingsfactor is het deel van het zichtbare daglicht dat door een ruit heen komt. Je schrijft hem als getal tussen 0 en 1, of als percentage. Een LTA van 0,78 betekent dat achtenzeventig procent van het licht binnenkomt en de rest wordt teruggekaatst of in het glas opgenomen.

  • Lijm · ook: Lijm, kleefstof, adhesief

    Lijm is een stof die twee oppervlakken aan elkaar hecht en na verharding kracht overbrengt. Anders dan kit is lijm bedoeld om te dragen en niet om een bewegende naad te dichten. Welke lijm je nodig hebt, hangt af van de materialen, de belasting en de vochtigheid ter plaatse.

  • LijmkamPremium · ook: Lijmkam, kamspaan, tandspaan, getande spaan, tandtroffel

    Een lijmkam is een spaan met tanden waarmee tegellijm in gelijkmatige ribbels wordt verdeeld. Het is een van de goedkoopste gereedschappen in de bouw en het bepaalt iets duurs: de maat van de vertanding bepaalt hoeveel lijm er onder de tegel komt. Te weinig lijm geeft holle plekken en losse tegels; te veel lijm geeft een tegel die te hoog komt en lijm die door de voeg omhoog perst. De juiste maat staat op de zak lijm en op de doos tegels, en vrijwel niemand kijkt.

  • LijmklemPremium · ook: Lijmklem, lijmtang, klem, schroefklem, spanklem

    Een lijmklem houdt twee delen tegen elkaar terwijl de lijm uithardt. De reflex is zo vast mogelijk aandraaien en dat verzwakt de verbinding. Een lijmnaad heeft lijm nodig; te vast klemmen perst hem eruit en dan hecht droog hout op droog hout. Wat je zoekt is voldoende druk om de delen sluitend tegen elkaar te brengen en een dun, gelijkmatig lijmlaagje te houden — herkenbaar aan een kleine, gelijkmatige rups lijm die overal langs de naad naar buiten komt. Komt er niets uit, dan was er te weinig lijm of te veel druk; komt er veel uit, dan was er te veel lijm.

  • LijmmortelPremium · ook: Lijmmortel, dunbedmortel, lijm voor blokken, blokkenlijm

    Lijmmortel is een fijne mortel die in een laag van twee tot vier millimeter wordt aangebracht, in plaats van de tien tot vijftien millimeter van een metselmortel. Zij wordt gebruikt voor maatvaste blokken zoals cellenbeton en kalkzandsteen, en zij vergeeft niets aan de ondergrond.

  • LijnoliePremium · ook: Lijnolie, lijnzaadolie, standolie, gekookte lijnolie, lijnolieverf

    Lijnolie is een plantaardige olie uit lijnzaad die het hout intrekt en daar door opname van zuurstof uithardt. Het is de oudste houtbescherming die we hebben, en het is ook het materiaal met het meest onderschatte gevaar in de doe-het-zelfhoek: een prop met lijnolie doordrenkte doeken kan spontaan ontbranden. Dat is geen verhaal maar een chemisch proces, en het is een terugkerende oorzaak van werkplaats- en woningbranden.

  • LinoleumPremium · ook: Linoleum, lino, marmoleum, natuurlinoleum

    Linoleum is een vloerbedekking van geoxideerde lijnolie met houtmeel, kurkmeel, harsen en kalksteen, op een juterug. Het is een van de weinige echt biobased vloeren, het gaat twintig tot veertig jaar mee, en het heeft één eigenschap die iedereen die er voor het eerst mee werkt verrast: een nieuwe linoleumvloer is geel en wordt vanzelf lichter. Dat heet de droogkamergeling en hij trekt binnen enkele weken bij daglicht weg — het is geen fabricagefout en er is geen reden om te klagen.

  • LintvoegPremium · ook: Lintvoeg, liggende voeg, horizontale voeg, legvoeg

    Een lintvoeg is de horizontale voeg tussen twee lagen metselwerk. Hij is dun, doorgaans tien tot twaalf millimeter, en hij doet meer dan hij lijkt: hij verdeelt de druk gelijkmatig over de stenen, hij houdt regen tegen, en hij is de laag waarin het metselwerk zijn kleine bewegingen opvangt. Bij vrijwel elke gevelklacht, vocht, scheuren, uitbloei, roestende ankers, loopt het spoor via de lintvoeg.

  • LintzaagPremium · ook: Lintzaag, bandzaag, zaagband, lintzaagmachine

    Een lintzaag is een machine met een doorlopende, verticaal lopende zaagband over twee of drie wielen. Er is één getal dat bepaalt wat je met de machine kunt zagen, en dat staat niet op de machine maar op de band. De breedte van de zaagband bepaalt de kleinste bocht die je kunt zagen. Een smalle band van zes millimeter volgt een krappe ronding; een brede band van vijfentwintig of meer loopt kaarsrecht maar wil niet de bocht om. Wie met een brede band een kromme lijn probeert te volgen, klemt de band vast, verdraait hem en breekt hem — en dat is bij deze machine de meest voorkomende schade.

  • LiplasPremium · ook: Liplas, lipverbinding, lasverbinding

    Een liplas is een verbinding waarbij twee stukken hout in de lengte aan elkaar worden gezet, met een overlap waarin van elk deel een stuk van de dikte is weggenomen. Bij herstelwerk is het de methode waarmee je alleen het aangetaste eind van een balk, stijl of dorpel vervangt en de rest van het hout laat zitten.

  • LoodPremium · ook: Lood, bladlood, loodslabbe, loketten

    Lood is een zacht, zwaar en zeer goed vervormbaar metaal, in de bouw gebruikt voor waterdichte aansluitingen bij daken, schoorstenen en gevels. Het gaat honderd jaar mee en het is vrijwel niet te evenaren in vormbaarheid. Tegelijk is lood giftig: loden waterleidingen en loodhoudende verf zijn een gezondheidsrisico dat in oudere woningen nog steeds voorkomt.

  • LoodhamerPremium · ook: Loodhamer, zachte hamer, zachtslaghamer, bosseerhamer, loodklopper

    Een loodhamer is een zachte hamer voor werk waarbij het werkstuk niet beschadigd mag raken, of voor het vormen van bladlood. Bij de klassieke uitvoering met een loden kop is er iets bijgekomen dat zwaarder weegt dan het gemak. Lood is giftig en de kop van een loden hamer slijt af — de deeltjes die vrijkomen, komen op je handen en in de werkplaats terecht. Dat is de reden dat loden hamers in professionele werkplaatsen zijn vervangen door koper, nylon of terugslagvrije uitvoeringen, en dat je bij een oude loodhamer in een geërfde kist beter kunt kiezen voor een alternatief.

  • LoodslabbePremium · ook: Loodslabbe, slab, loodstrook, flashing

    Een loodslabbe is een strook lood die de aansluiting afdicht tussen een dakvlak en opgaand werk, zoals een schoorsteen, een dakkapel of een muur. Het is een klein onderdeel met een grote betekenis: de overgrote meerderheid van de lekkages in hellende daken zit niet in de pannen maar in deze aansluitingen.

  • LoodwerkPremium · ook: Loodwerk, lood, bladlood, loodaansluiting, loodstrook

    Loodwerk is al het bladlood dat op een dak of aan een gevel water keert op de plekken waar twee bouwdelen elkaar raken: bij de schoorsteen, langs een dakkapel, bij een dakdoorvoer, boven een kozijn en waar een plat dak tegen een muur komt. Het lood buigt zich naar de vorm en houdt de naad droog.

  • LoofhoutPremium · ook: Loofhout, hardhout

    Loofhout is hout van loofbomen, bomen die hun blad verliezen. Het staat tegenover naaldhout van coniferen. De meeste loofhoutsoorten zijn dichter, harder en duurzamer dan naaldhout, en daarom worden ze gebruikt waar sterkte, slijtvastheid of buitenduurzaamheid nodig is.

  • LosmaakbaarheidPremium · ook: Losmaakbaarheid, demontabiliteit, omkeerbaarheid

    Losmaakbaarheid is de mate waarin bouwdelen en materialen aan het einde van hun gebruiksduur zonder schade uit elkaar te halen zijn. Het is de voorwaarde voor werkelijk hergebruik: wat je niet los krijgt, kun je niet opnieuw gebruiken, hoe goed het materiaal ook is.

M

  • MDFPremium · ook: MDF, medium density fibreboard, vezelplaat

    MDF bestaat uit houtvezels die met lijm onder druk en warmte tot een plaat zijn geperst. Het is homogeen van structuur, zonder nerf en zonder kwasten, en daardoor uitstekend te frezen en glad af te werken. Het is het standaard plaatmateriaal voor binnenbetimmering, deuren, kasten en geschilderd timmerwerk, en het is ongeschikt voor vochtige omgevingen tenzij in een vochtwerende uitvoering.

  • MPGPremium · ook: Voluit MilieuPrestatie Gebouwen

    De MPG is de wettelijke maat voor de milieubelasting van de materialen in een gebouw, uitgedrukt in euro schaduwkosten per vierkante meter per jaar. Hoe lager, hoe beter. Sinds 1 januari 2025 geldt bij nieuwbouw een grenswaarde van 0,8.

  • MachineschroefPremium · ook: Machineschroef, metrische schroef, metaalschroef, bout

    Een machineschroef heeft een gelijkmatige metrische schroefdraad over de hele schacht en snijdt geen eigen draad — hij past in een moer of in een voorgesneden draadgat. Dat is het onderscheid met elke houtschroef: die maakt zijn eigen draad in zacht materiaal. Een machineschroef vereist dat de draad er al is. Daaruit volgt dat maat en spoed exact moeten kloppen, en dat een schroef die net iets anders is, de draad kapot draait in plaats van te passen.

  • MarmerPremium · ook: Marmer

    Marmer is kalksteen die door druk en temperatuur is omgevormd tot een kristallijn gesteente. Het is fraai, goed te polijsten en tegelijk zacht en zuurgevoelig. Die zuurgevoeligheid is de bepalende eigenschap: citroen, azijn, wijn en zure schoonmaakmiddelen laten doffe plekken achter die niet weg te poetsen zijn.

  • MarmoleumPremium · ook: Marmoleum, linoleum, natuurlinoleum

    Marmoleum is een vloerbedekking van lijnzaadolie, houtmeel, kalksteen en natuurhars op een juten drager, in banen of tegels geleverd. Het is een natuurproduct met een lange levensduur, en het is gevoelig voor alkalisch vocht van onderaf.

  • Massief houtPremium · ook: Massief hout, massiefhout, volhout, kruislaaghout, CLT, massiefhoutbouw

    Massief hout is hout uit één stuk, tegenover fineer, plaatmateriaal of hout met een toplaag. Het onderscheid dat het meest kost, ligt niet tussen massief en niet-massief maar tussen massief en stabiel. Massief hout werkt: het krimpt en zet uit in de breedte met het vocht in de lucht, elk seizoen opnieuw, en dat gaat door zolang het bestaat. Een massief blad dat strak is vastgeschroefd, scheurt daardoor; hetzelfde blad met bewegingsruimte gaat generaties mee. Plaatmateriaal werkt vrijwel niet — dat is de reden dat het bestaat, en niet een teken van mindere kwaliteit.

  • Massieve deurPremium · ook: Massieve deur, volle deur, volspaandeur, deur met massieve kern

    Een massieve deur heeft een volle kern van hout of geperst plaatmateriaal, zonder holle ruimten. Zij isoleert het best tegen geluid van de gangbare binnendeuren, is zwaar en vraagt daarop afgestemde scharnieren en een stevig kozijn.

  • MastiekPremium · ook: Mastiek, gietasfalt, asfaltmastiek, mastiekdak, gegoten asfalt

    Mastiek is een mengsel van bitumen met vulstof en zand dat heet wordt gegoten en dat na afkoelen een naadloze, waterdichte laag vormt. Het is de oudste vorm van bitumineuze dakbedekking en tegelijk het meest verwarde begrip in dit deel van de bouw: vrijwel elk plat dak wordt "mastiek" genoemd, terwijl er tegenwoordig meestal gebrande of zelfklevende dakbanen liggen. Voor het onderhoud maakt dat verschil, want de systemen ouderen anders en ze worden anders hersteld.

  • MatglasPremium · ook: Matglas, mat glas, gezandstraald glas, geëtst glas, satijnglas

    Matglas is glas waarvan het oppervlak is geruwd door zandstralen of geëtst met een zuurbehandeling, waardoor het licht doorlaat maar geen scherp beeld. Zandgestraald glas is vuilgevoelig; geëtst en gecoat glas is dat aanzienlijk minder.

  • MeetgereedschapPremium · ook: Meetgereedschap, meetinstrumenten, aftekengereedschap

    Meetgereedschap is gereedschap waarmee maten, hoeken en niveaus worden bepaald en afgetekend. De fout ontstaat zelden bij het meten. Meten is nauwkeurig; overbrengen is dat niet — en de fout zit vrijwel altijd in het opstapelen van maten. Wie deel na deel afmeet vanaf het vorige deel, telt bij elke overgang een kleine afwijking op, en die is aan het eind zichtbaar. De regel die dat oplost, is oud: meet alles vanaf één referentie, een uitgezette lijn of een vast punt, in plaats van van stuk tot stuk. Dat kost niets en het is het verschil tussen werk dat sluit en werk dat scheef uitkomt.

  • MenggranulaatPremium · ook: Menggranulaat, puingranulaat, recyclinggranulaat, gebroken puin

    Menggranulaat is gebroken puin van beton en metselwerk dat wordt hergebruikt als funderingsmateriaal onder wegen, opritten en terrassen. Het is de meest toegepaste circulaire bouwstof in Nederland: vrijwel al het sloopbeton komt hier terecht. Het verdicht goed, is drukvast en is aanzienlijk goedkoper dan nieuw grind of zand.

  • MerantiPremium · ook: Meranti, seraya, lauan

    Meranti is een verzamelnaam voor tropisch loofhout uit Zuidoost-Azië. Het is decennialang de standaard geweest voor Nederlandse buitenkozijnen, vanwege de goede bewerkbaarheid en de redelijke duurzaamheid. De naam dekt een brede lading: donker rood meranti is duurzamer dan licht rood of wit meranti, en dat verschil is bij aanschaf bepalend.

  • MerbauPremium · ook: Merbau, kwila, ipil

    Merbau is een zwaar tropisch hardhout uit Zuidoost-Azië met een goede duurzaamheid en een uitzonderlijke maatvastheid. Het staat bekend om zijn sterke uitloging, waarbij een roodbruine kleurstof alles beneden of naast het hout tekent.

  • MessingPremium · ook: Messing, geelkoper, brons, ontzinkingsbestendig messing, DZR-messing

    Messing is een legering van koper en zink, veel gebruikt voor kranen, fittingen, beslag en sierwerk. Er bestaat een faalvorm die je niet ziet aankomen en die verklaart waarom er voor drinkwater een aparte kwaliteit bestaat. Bij bepaalde waterkwaliteiten lost het zink uit de legering en blijft er poreus, roze koper achter — ontzinking. Het onderdeel houdt zijn vorm en verliest zijn sterkte, en op een dag scheurt een koppeling of een kraanhuis dat er nog gewoon uitzag. Voor drinkwaterinstallaties hoort daarom ontzinkingsbestendig messing te worden gebruikt.

  • MetaalboorPremium · ook: Metaalboor, spiraalboor, HSS-boor

    Een metaalboor is een spiraalboor van snelstaal met twee snijkanten en een tophoek van doorgaans 118 graden. Anders dan een steenboor of een houtboor heeft hij geen centreerpunt. Hij snijdt, en om te kunnen snijden moet hij op zijn plaats worden gehouden — met een centerpons, met een geleiding of met een voorgeboord gaatje. Wie dat overslaat, ziet de boor over het metaal wandelen en krast het oppervlak. De spaangroef is de kern van het ontwerp. Boren is materiaal wegnemen, en afvoeren; een boor die zijn spaan niet kwijt kan, loopt vast, wordt heet en verliest zijn hardheid. Vrijwel elke mislukte boring - een boor die blauw aanloopt, een gat dat te ruim wordt, een boor die afbreekt - komt daarop terug.

  • Metalen gevelbekledingPremium · ook: Metalen gevelbekleding, metaalgevel, gevelcassettes, sandwichpanelen

    Metalen gevelbekleding bestaat uit platen, cassettes of panelen van aluminium, zink, staal of koper, op een regelwerk voor de gevel bevestigd. Uitzetting en contactcorrosie tussen verschillende metalen zijn de twee punten die het ontwerp bepalen.

  • MetselaarPremium · ook: Metselaar, opperman voor de helper, voeger voor het voegwerk

    Een metselaar bouwt met stenen en mortel: gevels, binnenwanden, schoorstenen en tuinmuren. Het is een vak waarin het resultaat honderd jaar zichtbaar blijft. Het verschil tussen goed en middelmatig metselwerk zit in de laagmaat, in de doorlopende voegen en in de zuiverheid van de aansluitingen — en dat is bij oplevering direct te zien.

  • MetseldraadPremium · ook: Metseldraad, metselkoord, metsellijn, rijgdraad, uitzetdraad

    Metseldraad is het strak gespannen koord waarlangs een metselaar een laag recht en waterpas houdt. Er bestaat een vakregel voor die één woord lang is en die het verschil maakt tussen een rechte en een bollende muur. Je metselt óp de draad, niet tegen de draad aan. Een steen die het koord aanraakt, duwt het een fractie opzij — en omdat elke volgende steen dat opnieuw doet, loopt die fractie over de lengte van de muur op tot een zichtbare bocht. Er hoort een haarbreedte lucht tussen de steen en het koord te blijven. Het is het goedkoopste stuk gereedschap op de bouwplaats en het bepaalt of een muur recht staat. Een oog ziet een afwijking van enkele millimeters over een meter niet; over tien meter is diezelfde afwijking centimeters.

  • MetselmortelPremium · ook: Metselmortel, metselspecie, specie

    Metselmortel is het bindmiddel tussen stenen: een mengsel van zand, een bindmiddel en water, dat de stenen op afstand houdt, de belasting verdeelt en het metselwerk als geheel laat werken. De regel die alles bepaalt: de mortel hoort zwakker te zijn dan de steen. Een te harde mortel laat spanning niet los en dan scheurt de steen in plaats van de voeg — en een steen vervangen is tienmaal zoveel werk als een voeg.

  • MetselverbandPremium · ook: Verband, steenverband, metselwerkverband

    Het metselverband is het patroon waarin bakstenen ten opzichte van elkaar worden gemetseld. Doel is dat de stootvoegen van de ene laag niet boven die van de laag eronder komen, zodat de belasting zich over het metselwerk verdeelt. Het verband bepaalt zowel de sterkte als het aanzien van een gevel. Bij restauratie is het herstellen in hetzelfde verband geen esthetische voorkeur maar een voorwaarde.

  • MeubelplaatPremium · ook: Meubelplaat, timmerpaneel, lattenplaat, blokplaat, tischlerplaat

    Een meubelplaat is een plaat met een kern van naast elkaar gelijmde massieve latten, afgedekt met fineer aan beide zijden. Het combineert de stijfheid van massief hout met de stabiliteit van een plaat. Doordat de kern uit smalle latten bestaat die om en om zijn gedraaid, heffen de spanningen elkaar op, en doordat het echt hout is, houdt hij een schroef aanzienlijk beter vast dan spaanplaat of MDF.

  • MilieuclassificatiePremium · ook: Milieuklasse, milieuscore, duurzaamheidsklasse.

    Een milieuclassificatie deelt bouwproducten binnen één toepassing in klassen in, van de minst belastende keuze tot de meest belastende. De indeling is afgeleid van de schaduwprijs en is bedoeld om binnen een toepassing te kiezen, niet om toepassingen te vergelijken.

  • Minerale wolPremium · ook: Minerale wol, steenwol, glaswol, rotswol

    Minerale wol is de verzamelnaam voor isolatiemateriaal van gesmolten steen of glas, dat tot vezels wordt gesponnen en tot dekens of platen wordt geperst. Het is verreweg het meest toegepaste isolatiemateriaal in Nederland, en dat komt door de combinatie van eigenschappen: het isoleert goed, dempt geluid, is onbrandbaar en is betaalbaar. Waar het niet tegen kan is druk en water. De isolatiewaarde komt uit de stilstaande lucht tussen de vezels, en daarmee is de belangrijkste regel gegeven: wol die wordt samengedrukt of nat wordt, isoleert niet meer. Een deken die met kracht in een te kleine ruimte is geduwd, verliest een groot deel van zijn werking.

  • MoerPremium · ook: Moer, borgmoer, zeskantmoer, vleugelmoer

    Een moer is een blokje met een inwendige schroefdraad dat op een bout of draadeind wordt gedraaid en de verbinding sluit. Hij lijkt het simpelste onderdeel in de hele bouw, en hij is het onderdeel waar verbindingen het vaakst op falen — niet doordat de moer breekt, maar doordat hij losloopt. Alles wat trilt, uitzet of beweegt, draait een gewone moer op termijn los. Daarvoor bestaan borgingen, en die worden meestal weggelaten.

  • MoersleutelPremium · ook: Moersleutel, sleutel, steeksleutel, ringsleutel, dopsleutel, bahco (merknaamgeworden voor de verstelbare sleutel)

    Een moersleutel is een gereedschap dat om de vlakken van een moer of een boutkop grijpt om die aan of los te draaien. Het onderscheid dat telt is hoeveel vlakken hij pakt. Een steeksleutel pakt er twee, een ringsleutel of dopsleutel pakt er zes of twaalf. Bij een vastzittende bout is dat het hele verschil: twee vlakken belasten geeft afglijden en ronddraaien, zes vlakken verdelen de kracht.

  • MonolietbetonPremium · ook: Monolietbeton, monolietbouw, gietbouw, ter plaatse gestort beton, in het werk gestort beton.

    Monolietbeton is beton dat op de bouwplaats in bekisting wordt gestort, zodat wanden en vloeren één samenhangend geheel vormen. Het casco is daardoor stijf en zwaar. Dragende dwarswanden en vloeren horen bij elkaar en zijn niet los te denken.

  • MontagekitPremium · ook: Montagekit, montagelijm, constructielijm, vloeibare spijker, no-more-nails-lijm

    Montagekit is een pasteuze lijm in een koker waarmee je bouwdelen aan elkaar bevestigt zonder te schroeven of te spijkeren. Hij dankt zijn bruikbaarheid aan één eigenschap: hij overbrugt oneffenheden. Waar een dunne lijm een vlakke, passende ondergrond vereist, vult montagekit een naad van enkele millimeters op en trekt hij de delen alsnog tegen elkaar. Dat maakt hem bruikbaar op een ruwe wand, op een oud plafond en op een ondergrond die niet vlak is.

  • MontagelijmPremium · ook: Montagelijm, constructielijm, bouwlijm, kit-lijm

    Montagelijm is een lijm in kokerverpakking waarmee bouwdelen zonder mechanische bevestiging worden vastgezet, met een hoge aanvangshechting. Het bindmiddel bepaalt of zij binnen of buiten kan en of de verbinding elastisch of stijf wordt.

  • MonumentenglasPremium · ook: Monumentenglas, monumentenbeglazing, dun dubbelglas, vacuümglas, restauratieglas, historisch glas

    Monumentenglas is beglazing die in een monument of beeldbepalend pand kan worden toegepast zonder het historische beeld aan te tasten. Het lost een tegenstelling op die anders onoplosbaar is: een monument mag zijn aanzicht niet verliezen, en de eigenaar wil warmte binnenhouden. Gewoon dubbel glas is te dik voor een historische roede en heeft een te vlakke, te heldere uitstraling. Dun dubbelglas en vacuümglas passen wél — en ze zijn aanzienlijk duurder.

  • Mortel · ook: Mortel, specie, metselspecie, voegspecie

    Mortel is een mengsel van een bindmiddel, zand en water dat als pasta wordt verwerkt en daarna verhardt. Het bindt stenen aan elkaar, vult voegen en vlakt ondergronden uit. Het verschil met beton zit in het toeslagmateriaal: mortel bevat alleen zand, beton ook grind of steenslag.

  • MozaïekPremium · ook: Mozaïek, mozaïektegels, mozaïekmatten

    Mozaïek bestaat uit kleine tegeltjes die op een net of op papier zijn voorgemonteerd tot matten van ongeveer dertig bij dertig centimeter. De vele voegen maken het stroef en daarmee geschikt voor douchevloeren, en zij maken het tegelijk onderhoudsgevoelig.

  • MuizentandPremium · ook: Muizentand, muizentandlijst, muizentandje.

    Een muizentand is een sierlijst in metselwerk waarin de stenen schuin zijn geplaatst, zodat de hoeken om en om uitsteken. Het zaagtandprofiel dat zo ontstaat, zit meestal onder de goot, boven een raam of als afsluitende band in een gevel of schoorsteen.

  • MuldenpanPremium · ook: Muldenpan, mulde, muldepan, dakpan met mulde

    Een muldenpan is een dakpan met een brede, vlakke goot in het midden en sluitranden aan de zijkanten. De brede goot geeft dit paneltype zijn voordeel en zijn beperking. De mulde voert veel water af en dat maakt de pan geschikt voor flauwere dakhellingen dan de meeste andere modellen — maar de fabrikant geeft daarvoor een minimale dakhelling op, en die is bindend. Onder die helling loopt water bij regen met wind niet snel genoeg weg, kruipt het onder de sluitrand door, en dan lekt een technisch correct gelegd dak.

  • MultiplexPremium · ook: Multiplex, triplex bij drie lagen, underlayment als dunne vloerplaat

    Multiplex bestaat uit oneven aantallen fineerlagen die kruislings op elkaar zijn verlijmd. Door die kruislaagse opbouw is de plaat in beide richtingen sterk en maatvast. Het is het sterkste en meest maatvaste plaatmateriaal in de bouw, en het enige dat in de juiste uitvoering geschikt is voor buitentoepassing en voor natte ruimten.

  • MuurafdekkerPremium · ook: Muurafdekker, afdekker, ezelsrug, muurkap, deksteen

    Een muurafdekker is de afdekking op de bovenkant van een vrijstaande muur, die voorkomt dat regen in het metselwerk zakt. De bovenkant van een muur is de kwetsbaarste plek die er is: daar staat water stil, en water dat in het metselwerk zakt en bevriest, drukt de stenen en voegen uit elkaar. Een muur zonder afdekking gaat een fractie van de tijd mee.

  • MuurverfPremium · ook: Muurverf, latex, wandverf, sausverf

    Muurverf is watergedragen verf voor wanden en plafonds binnen, met een bindmiddel dat na verdamping van het water een aaneengesloten film vormt. De glansgraad bepaalt hoe reinigbaar en hoe vergevingsgezind de laag is; matte verf verbergt oneffenheden en is slecht schoon te maken.

N

  • NEN 3569Premium · ook: NEN 3569, NEN3569, de veiligheidsglasnorm, de norm voor letselveiligheid van glas, de norm voor doorvalveilig glas

    NEN 3569 is de Nederlandse norm die bepaalt op welke plekken in een gebouw glas letselveilig moet zijn en welk soort veiligheidsglas daar dan hoort. De norm beschermt tegen snijwonden door brekend glas en tegen vallen door een glasvlak, bijvoorbeeld bij een lage borstwering of een deur.

  • NaaldhoutPremium · ook: Naaldhout, zachthout, vurenhout, grenenhout, conifeerhout

    Naaldhout is het hout van naaldbomen — vuren, grenen, douglas, lariks, ceder — en het is het meest gebruikte constructie- en timmerhout in Nederland. De reden is eenvoudig: het groeit snel, het is licht in verhouding tot zijn sterkte, en het is goed te bewerken. De keuze binnen de groep gaat over duurzaamheidsklasse — hoe goed de soort zich zonder behandeling houdt in vochtige omstandigheden — en dat is de eigenschap waar de meeste fouten in worden gemaakt.

  • NabehandelenPremium · ook: Nabehandelen en nabehandeling worden door elkaar gebruikt

    Nabehandelen is het beschermen van vers beton of mortel tegen te snel uitdrogen, tegen wind, zon en vorst, zolang het materiaal nog sterkte opbouwt. Zonder nabehandeling verdampt het water dat de cement nodig heeft. Het oppervlak wordt zwak en stoffig en er trekken scheuren doorheen.

  • NatuurleiPremium · ook: Natuurlei, lei, leisteen als dakbedekking, schaliedak

    Een natuurlei is een dunne plaat gespleten leisteen die als dakbedekking op een dak of een gevel wordt bevestigd. Zij gaat honderd jaar of langer mee en zij is de duurste dakbedekking in aanschaf en in arbeid.

  • Natuurlijke isolatiePremium · ook: Natuurlijke isolatie, biobased isolatie, biobased isolatiemateriaal

    Natuurlijke isolatie is de verzamelnaam voor isolatiematerialen uit hernieuwbare plantaardige of dierlijke grondstoffen, zoals houtvezel, hennep, vlas, cellulose, schapenwol en kurk. Zij isoleren vergelijkbaar met glaswol en onderscheiden zich in zomercomfort, vochtgedrag en milieuscore.

  • NatuursteenPremium · ook: Natuursteen, hardsteen als verzamelnaam voor de donkere kalksteensoorten

    Natuursteen is uit de aardkorst gewonnen gesteente dat in de bouw wordt toegepast: als vloer, wandbekleding, dorpel, werkblad of bestrating. De eigenschappen verschillen sterk per soort. Graniet is hard en zuurbestendig, marmer is zacht en gevoelig voor zuur, en dat verschil bepaalt waar je wat toepast.

  • NatuursteentegelPremium · ook: Natuursteentegel, natuursteen vloertegel, steenstrip van natuursteen

    Een natuursteentegel is uit een gesteenteblok gezaagd en daarna geschuurd, gezoet of gepolijst. Elke tegel is anders van kleur en tekening, en de poreusheid van de steensoort bepaalt of impregneren nodig is.

  • NoestPremium · ook: Noest, kwast, knoest, knoop

    Een noest is de plek waar een tak in de stam vastzat en die na het zagen als een ronde of ovale vlek in het hout zichtbaar blijft. De vezels lopen daar niet meer recht maar om de tak heen. Dat maakt de plek harder, onrustiger van kleur en zwakker in de lengterichting.

  • NormsteenPremium · ook: Normsteen, normaalformaat, NF

    Een normsteen is een baksteen in het genormeerde formaat, in Duitsland en omliggende landen 240 bij 115 bij 71 millimeter. De term wordt in Nederland gebruikt bij import en bij aansluiting op Duitse of Belgische bouw. In de Nederlandse praktijk is waalformaat de norm, ook al heet het niet zo.

  • NylonPremium · ook: Nylon, polyamide, PA

    Nylon of polyamide is een kunststof met een hoge sterkte, een goede slijtvastheid en een zekere elasticiteit. In de bouw kom je het tegen in pluggen, in glijlagers, in kunststof onderdelen van beslag en in vloerbedekking. Het neemt vocht op en dat verandert de afmetingen licht; dat is bij precisieonderdelen een aandachtspunt.

  • NylonplugPremium · ook: Nylonplug, universele plug, spreidplug, kunststofplug

    Een nylonplug is een kunststof huls die door het indraaien van een schroef uitzet en zich in het boorgat klemt. Hij werkt in massieve materialen zoals beton, baksteen en kalkzandsteen, en niet in holle of zachte materialen.

O

  • OSBPremium · ook: OSB, oriented strand board, grofspaanplaat

    OSB bestaat uit grote houtsnippers die in lagen gericht zijn gelegd en samengeperst met lijm. De buitenste lagen liggen in de lengterichting, de binnenste dwars. Het is goedkoper dan multiplex en bij de juiste klasse geschikt voor constructieve toepassing, en het is daarmee het standaard plaatmateriaal in houtskeletbouw geworden.

  • OkouméPremium · ook: Okoumé, okoume, gaboen

    Okoumé is een licht Afrikaans hardhout dat vrijwel uitsluitend als multiplex wordt verhandeld. Het is licht, goed te bewerken en niet duurzaam; de lijmklasse bepaalt of een plaat buiten mag.

  • OnderdorpelPremium · ook: Dorpel, onderdorpel, raamdorpel

    De onderdorpel is het onderste horizontale deel van een kozijn, waarop het raam of de deur sluit en waarlangs het regenwater naar buiten wordt afgevoerd. Het is het zwaarst belaste onderdeel van elk houten kozijn: daar komt het water samen, daar staat het stil, en daar begint houtrot.

  • OnderpanPremium · ook: Onderpan, ondereindpan, voetpan, traufpan, eerste rij pannen

    De onderpan is de pan van de onderste rij van een dakvlak, vlak boven de goot. Het is de meest belaste pan van het hele dak. Al het water dat over het dakvlak naar beneden loopt, passeert deze rij — en juist daar is de pan het kortst ondersteund en zit hij het dichtst bij de wind die onder het dakvlak trekt. Losse, gescheurde of niet-vastgezette onderpannen zijn de meest voorkomende oorzaak van stormschade aan een pannendak, en het is de rij waar bij inspectie als eerste naar gekeken hoort te worden.

  • OndervloerPremium · ook: Ondervloer, ondervloerplaat, onderlaag

    Een ondervloer is de tussenlaag die je onder laminaat, parket of een tegelvloer aanbrengt om oneffenheden op te vangen, contactgeluid te dempen en vocht uit de dekvloer tegen te houden. Het is de goedkoopste laag in een vloeropbouw en tegelijk de laag die het vaakst bepaalt of de vloer bevalt. Een verkeerde ondervloer laat zich niet corrigeren zonder de hele afwerkvloer eruit te halen.

  • OnderwaterbetonPremium · ook: Onderwaterbeton, owb, onderwaterbetonvloer

    Onderwaterbeton is beton dat onder water wordt gestort via een buis die tot in het beton reikt, zodat het beton niet door het water valt. Het wordt gebruikt om de bodem van een bouwkuip af te sluiten, zodat die daarna kan worden leeggepompt.

  • Ontkoppelingsmat · ook: Ontkoppelingsmat, ontkoppelingsmembraan, ontkoppelmat, scheidingsmat, noppenmat.

    Een ontkoppelingsmat is een dunne laag tussen een ondervloer en het tegelwerk erop. De mat neemt de beweging van de ondervloer op, zodat scheuren en spanningen niet doorlopen in de tegels. Zo blijft een tegelvloer heel op een ondergrond die werkt.

  • OntlastingsboogPremium · ook: Ontlastingsboog, ontlastingsstrek, strekse boog, rollaag, segmentboog, korfboog

    Een ontlastingsboog is een gemetselde boog boven een opening die de last van de gevel eromheen leidt. Bij oudere woningen leidt dit tot een hardnekkig misverstand met echte gevolgen. Het houten balkje dat je boven je raam ziet zitten, draagt de gevel niet — dat doet de ontlastingsboog erboven. Dat balkje is doorgaans niet meer dan de afwerking van het metselwerk boven het kozijn. Wie het wegneemt in de veronderstelling dat hij de latei vervangt, of wie de boog erboven aantast, haalt de constructie weg die het werk doet.

  • OpdekdeurPremium · ook: Opdekdeur, deur met opdek, sponningdeur

    Een opdekdeur heeft een verdikte rand die over het kozijn heen valt, waardoor de naad tussen deur en kozijn wordt afgedekt. Het is de standaard in de Nederlandse woningbouw en de maatvoering is daardoor sterk gestandaardiseerd.

  • OpritPremium · ook: Oprit, inrit, uitrit, opritverharding, parkeerplaats op eigen terrein

    Een oprit is de verharding op eigen terrein waarover je met een voertuig naar de weg rijdt. De aanleg valt in twee stukken die niets met elkaar te maken lijken te hebben. Op eigen terrein mag je vrijwel altijd verharden zonder vergunning; de aansluiting op de openbare weg is een uitritvergunning van de gemeente. Dat tweede vergeten mensen structureel, en het is geen formaliteit: de gemeente beoordeelt verkeersveiligheid, de plaats van bomen, lantaarnpalen en parkeerplaatsen, en zij voert de verlaging van de trottoirband doorgaans zelf uit — op jouw kosten. Vraag hem aan vóór de bestrating, niet erna.

  • OrnamentPremium · ook: Ornament, sierelement, stucornament, rozet, lijstwerk

    Een ornament is een decoratief element aan of in een gebouw: een stucrozet op het plafond, een sierlijst, een gevelsteen of een houten profiel. Bij vooroorlogse woningen zijn ornamenten vaak beeldbepalend en bij monumenten zijn ze beschermd. Ze zijn herstelbaar, ook als ze onder tien lagen verf zijn verdwenen.

P

  • PIRPremium · ook: PIR, polyisocyanuraat

    PIR is een hard isolatieschuim met een zeer lage lambdawaarde, waardoor het bij gelijke dikte beter isoleert dan minerale wol of EPS. Dat maakt het aantrekkelijk waar de ruimte beperkt is: bij dakisolatie van binnenuit, bij vloerisolatie onder een dekvloer, en bij renovatie waar elke centimeter telt.

  • PURPremium · ook: PUR, purschuim, polyurethaanschuim, gespoten PUR

    PUR is een kunststofschuim dat ter plaatse wordt gespoten of als plaat wordt geleverd, met een lage lambda-waarde en een goede aansluiting op de ondergrond. Gespoten PUR is naadloos en luchtdicht, en het is achteraf vrijwel niet meer te scheiden van de constructie.

  • PadoekPremium · ook: Padoek, padauk, corail

    Padoek is een Afrikaans hardhout met een goede duurzaamheid, een hoge maatvastheid en een opvallende oranjerode kleur bij het zagen. Die kleur verandert binnen enkele maanden in een donker roodbruin, wat bij zichtwerk vooraf moet worden verteld.

  • PanlatPremium · ook: Panlat, daklat, latte, tegellat, liteau

    Een panlat is een horizontale lat op het dakvlak waar de pannen met hun neus achter haken. Twee dingen bepalen of een pannendak werkt, en beide zitten in de panlat: de afstand tussen de latten — die moet kloppen bij het paninformatieblad, want daarmee staat of valt de overlap en dus de waterdichtheid — en de bevestiging, want de latten houden bij storm het hele dakvlak tegen.

  • ParketvloerPremium · ook: Parketvloer, parket, houten vloer, massief parket, meerlaags parket, lamelparket

    Een parketvloer is een vloerafwerking van massief of meerlaags hout. Alles bij een houten vloer draait om één ding: hout werkt met de luchtvochtigheid. Het krimpt in de winter als de verwarming aan staat en zet uit in de zomer. Wie daar geen ruimte voor laat — een dilatatievoeg langs alle wanden — krijgt een vloer die bol gaat staan of die openscheurt. En bij vloerverwarming komt daar een tweede eis bij: acclimatiseren, een stookprotocol en een maximale vloertemperatuur.

  • PasserPremium · ook: Passer, steekpasser, kruispasser, cirkelpasser, aftekenpasser, schroefpasser

    Een passer is een aftekengereedschap met twee benen, voor het slaan van cirkels en het overnemen van maten. Het klinkt als schoolgereedschap en het lost in de bouw een probleem op waar geen ander gereedschap voor bestaat: het overbrengen van een onregelmatige lijn op een recht werkstuk. Een muur is nooit recht, een vloer nooit vlak, een oud kozijn nooit haaks — en met een passer teken je die kromming exact over op een plint, een paneel of een vloerdeel. Dat heet aftekenen op maat, en het is de reden dat vakwerk aansluit waar doe-het-zelfwerk kiert.

  • Paumelle · ook: Paumelle, paumellescharnier, paumelscharnier

    Een paumelle is een scharnier dat uit twee losse helften bestaat: een deel met een pen aan het kozijn en een deel met een huls aan de deur. Je hangt de deur er van bovenaf op en je licht hem er net zo makkelijk weer af, zonder één schroef los te draaien.

  • Pen-en-gatverbindingPremium · ook: Pen-en-gatverbinding, pen-gatverbinding, tapverbinding

    Een pen-en-gatverbinding is een houtverbinding waarbij een uitstekende pen in een uitgestoken gat valt. Het is de oudste sterke houtverbinding die er is, en de reden dat hij het houdt, staat haaks op wat mensen aannemen. De sterkte zit in de passing, niet in de lijm. Een pen die met de hamer erin moet, wringt het gat open en splijt op termijn het hout; een pen die er los in valt, wordt alleen door lijm op zijn plaats gehouden, en een lijmvoeg met een grote spleet is zwak. Wat je zoekt is handpassing: met stevige handdruk erin, en er niet vanzelf weer uit. Bij die passing sluiten de wangen van het gat over vrijwel het hele oppervlak op de pen aan, en dat is waar de kracht doorheen gaat.

  • PerkoenpaalPremium · ook: Perkoenpaal, perkoen, ronde houten paal, oeverpaal

    Een perkoenpaal is een ronde, aangepunte houten paal, doorgaans van naaldhout, die in de grond wordt geslagen. Hij wordt gebruikt voor beschoeiingen langs slootkanten en vijvers, voor grondkering in tuinen en voor lichte funderingen van schuttingen en steigers. In de waterrijke delen van Nederland is het een vertrouwd element.

  • Plaatmateriaal · ook: Plaatmateriaal, plaatmaterialen, panelen, platen

    Plaatmateriaal is de verzamelnaam voor grote, vlakke bouwplaten die je op maat zaagt en op een onderconstructie bevestigt. Ze bestaan uit houtvezels, houtsnippers, houtlagen, gips of cement met een bindmiddel. Je gebruikt ze voor vloeren, wanden, plafonds, daken en meubels.

  • Plamuur · ook: Plamuur, plamuursel, vulmiddel, stopmiddel

    Plamuur is een smeerbare pasta waarmee je oneffenheden in een ondergrond dichtsmeert voordat je gaat schilderen of behangen. Je brengt het dun aan met een mes, laat het drogen en schuurt het glad. Zo krijg je een vlakke ondergrond waarop verf gelijkmatig hecht en dekt.

  • Plamuurmes · ook: Plamuurmes, plamuurspatel, spatel, vulmes, spackmes

    Een plamuurmes is een handgereedschap met een dun, verend blad aan een korte steel. Je brengt er plamuur of vulmiddel mee aan en strijkt het glad. Het blad buigt onder druk mee, zodat de pasta in de oneffenheid wordt gedrukt en de rest er strak wordt afgehaald.

  • Platvol voegenPremium · ook: Platvol voegen, platvolle voeg, vlakke voeg

    Platvol voegen is een voegvorm waarbij de voeg gelijk ligt met het steenoppervlak, zonder verdieping en zonder holte. Het is de meest voorkomende voeg bij moderne gevels omdat er geen water op blijft staan en omdat hij het minst gevoelig is voor vorstschade. Bij oud metselwerk is de voegvorm vaak beeldbepalend en dan is platvol niet automatisch de juiste keuze.

  • PlavuisPremium · ook: Plavuis, plavuizen, estrik, terracottategel, cotto, tomette

    Een plavuis is een dikke, doorgaans ongeglazuurde vloertegel van gebakken klei. De eigenschap die alles bepaalt is poreusheid. Een plavuis zuigt vocht op — dat geeft hem zijn warme, levende uitstraling en het is tegelijk zijn kwetsbaarheid. Zonder impregnering trekt elke vetvlek erin en gaat er niet meer uit, en bij een vochtige ondergrond trekt vocht van onderaf omhoog en slaat er zout uit.

  • Plexiglas · ook: Plexiglas, acrylglas, acrylaat, acrylaatplaat, PMMA

    Plexiglas is de gangbare naam voor plaatmateriaal van acrylaat, een heldere kunststof die op glas lijkt maar half zo zwaar is en niet in scherven breekt. Je zaagt en boort het met gewoon gereedschap. Het krast makkelijker dan glas en het zet bij warmte merkbaar uit.

  • PlugPremium · ook: Plug, muurplug, deuvel, anker

    Een plug is het hulpstuk dat in een geboord gat wordt gestoken en dat door het indraaien van een schroef uitzet, klemt of achter de wand openvouwt. Welke plug werkt, hangt volledig af van de ondergrond. In massief steen klemt hij, in gipsplaat vouwt hij open, en in cellenbeton doet hij geen van beide. De verkeerde plug kiezen is de meest voorkomende oorzaak van bevestigingen die loskomen.

  • PoedercoatenPremium · ook: Poedercoaten, poedercoating, poederlakken, moffelen

    Poedercoaten is het aanbrengen van een gekleurde poederlaag op metaal, die elektrostatisch blijft hangen en daarna in een oven wordt uitgehard tot een gesloten laag. Het is de standaardafwerking geworden voor alles wat van aluminium of staal is en buiten hangt: kozijnen, hekwerken, balkonhekken, carports, zonwering, tuinmeubilair. Wat het onderscheidt van verf is de dikte en de hechting — en de beperking dat het niet ter plaatse kan.

  • PoerPremium · ook: Poer, funderingsblok, paalkop, voetplaat, sokkel

    Een poer is een blok beton dat de last van een kolom of een muur opvangt en overbrengt op een of meer palen. Het is het overgangsstuk tussen wat er bovengronds staat en wat er ondergronds draagt — en juist dáár, in die overgang, ontstaan de meeste funderingsproblemen. Een poer die scheurt, kantelt of van de paal schuift, is een constructief signaal, en bij oude funderingen is de aansluiting tussen paal, poer en metselwerk vaak het zwakste punt van de hele keten.

  • PolystyreenschuimPremium · ook: Polystyreenschuim, geschuimd polystyreen, piepschuim

    Polystyreenschuim is een licht, stijf isolatiemateriaal van opgeschuimde kunststof, in de bouw gebruikt als plaat of als losse parels. Het isoleert goed, neemt weinig water op en is goedkoop. Het brandt wel, het verweekt bij hitte en het verdraagt geen oplosmiddelen, en die drie eigenschappen bepalen waar je het wel en niet toepast.

  • PolyurethaankitPremium · ook: Polyurethaankit, PU-kit, pu-kit, constructiekit

    Polyurethaankit is een kit met een hoge sterkte en een goede elasticiteit, die zowel afdicht als constructief verlijmt. Zij bevat isocyanaten, is niet uv-bestendig en hoort buiten te worden overgeschilderd of afgedekt.

  • PolyurethaanlakPremium · ook: Polyurethaanlak, pu-lak, PU-lak, tweecomponentenlak, 2K-lak, parketlak

    Polyurethaanlak is een sterke, slijtvaste lak die een gesloten laag over hout, metaal of een vloer vormt. Hij wordt gekozen waar niets anders het houdt: parketvloeren, trappen, werkbladen en zwaar belaste deuren. De keerzijde is een gezondheidsrisico dat onvoldoende bekend is: de verharder van tweecomponenten polyurethaan bevat isocyanaten, en die zijn een van de belangrijkste oorzaken van beroepsastma. Sinds 24 augustus 2023 mag je er in Europa beroepsmatig alleen mee werken na een verplichte opleiding.

  • PopulierPremium · ook: Populier, populierenhout, peppel

    Populier is de lichtste van de gangbare Europese loofhoutsoorten, met een zachte, egale structuur en een lage dichtheid. Het wordt vooral gebruikt waar gewicht telt en belasting niet: in multiplex, verpakkingen en lichte binnentoepassingen.

  • PozidrivPremium · ook: Pozidriv, pozidrive, PZ, kruiskop PZ

    Pozidriv is een kruisvormig schroefprofiel met rechte flanken en vier extra ribbels tussen de kruisarmen. Het is het standaardprofiel op Nederlandse bouwschroeven en het bestaat om één reden: de kruiskop van Phillips liep bij een oplopend koppel uit de schroef, en Pozidriv doet dat niet. Herken je het aan de vier kleine ribbels tussen de armen — en als je die ziet, hoort er een PZ-bit in en geen PH.

  • PrefabricagePremium · ook: Prefabricage, prefab, prefabbouw, montagebouw, industrieel bouwen, fabrieksmatige bouw

    Prefabricage is het in een fabriek maken van bouwonderdelen die op de bouwplaats alleen nog worden gemonteerd. Het verschuift het werk van de bouwplaats naar de fabriek, en daarmee verschuift ook het moment waarop beslissingen vastliggen: bij prefab moet het ontwerp af zijn voordat de productie begint. Een wijziging die op een traditionele bouwplaats een middag kost, is bij prefab een nieuwe productieserie. Dat is tegelijk de kracht — voorspelbare kwaliteit, weinig bouwvocht, korte bouwtijd — en de beperking.

  • Priem · ook: Priem, els, voorsteker, prikpen, steekpriem

    Een priem is een puntig stalen pennetje in een handvat waarmee je met de hand een gaatje in hout, leer, gipsplaat of karton steekt. Het gaatje geleidt een schroef of spijker, zodat die niet wegloopt en het materiaal niet splijt.

  • PrimerPremium · ook: Primer, hechtprimer, voorstrijk, voorstrijkmiddel, grondlaag

    Een primer is een voorbehandelingslaag die de hechting van de volgende laag regelt en de zuigkracht van de ondergrond gelijkmaakt. Welke primer je nodig hebt, volgt uit de ondergrond; de verkeerde primer is erger dan geen.

  • PuimsteenPremium · ook: Puimsteen, bims, bimssteen, bimsbeton, puimsteenblok, gasbeton

    Puimsteen is licht, poreus vulkanisch gesteente, dat als toeslagmateriaal wordt gebruikt in lichte bouwblokken. De poriën die het zo licht maken, maken het ook zo lastig. Puimsteen zuigt water op als een spons en het draagt vrijwel geen puntlast. Dat is de reden dat een puimsteenblok binnen prima een scheidingswand vormt, en dat diezelfde wand een keukenkast of een wandtoilet niet houdt zonder maatregelen — en dat je hem buiten of onder de vochtkerende laag helemaal niet moet toepassen.

  • PurschuimPremium · ook: Purschuim, bouwschuim, montageschuim, pistoolschuim

    Purschuim is een uitzettend polyurethaanschuim uit een bus, gebruikt voor het vullen van naden en het stellen van kozijnen. Het zet na aanbrengen aanzienlijk uit, het is niet constructief en het is niet uv-bestendig.

  • PvcPremium · ook: Pvc, polyvinylchloride, vinyl

    Pvc is een kunststof die in de bouw wordt gebruikt voor buizen, kozijnprofielen, dakbanen en vloerafwerking. Er is één eigenschap die bijna alle praktijkklachten verklaart en die zelden wordt meegerekend. Pvc zet met temperatuur aanzienlijk meer uit dan metaal of hout, over een lengte van enkele meters loopt dat op tot centimeters. Vandaar dat een pvc-rioolbuis van een paar meter een schuifmof nodig heeft, dat een pvc-vloer in een serre bol trekt wanneer hij strak tegen de wanden ligt, en dat een pvc-dakgoot aan één zijde vrij moet kunnen bewegen. Wie het materiaal vastzet alsof het hout is, krijgt bolling, kromtrekking of een gescheurde verbinding, niet door slechte kwaliteit maar door verhinderde uitzetting.

R

  • RVSPremium · ook: RVS, roestvast staal, roestvrij staal, inox

    Roestvast staal is staal met minimaal ongeveer elf procent chroom, dat een dunne passieve oxidelaag vormt en daardoor bestand is tegen corrosie. De kwaliteit wordt aangeduid met een AISI-nummer of een EN-nummer, en dat nummer bepaalt of het materiaal geschikt is voor de omgeving.

  • RaamboompjePremium · ook: Raamboompje, raamuitzetter, uitzetijzer, raamvastzetter, raamstang

    Een raamboompje is het beslagonderdeel dat een openstaand raam in een bepaalde stand vasthoudt. Het wordt gezien als gemak en het is iets anders. Een raam dat door de wind dichtslaat, breekt glas — en bij een naar buiten draaiend raam op hoogte is dat een risico voor wie eronder loopt. De uitzetter houdt het raam op zijn plaats, ook bij een windvlaag, en dat is de functie waarvoor hij bestaat. Bij kinderen komt daar een tweede reden bij: een uitzetter met begrenzing, of een kierstandhouder, maakt het verschil tussen een raam dat op een kier staat en een raam dat helemaal open kan.

  • RaamdorpelsteenPremium · ook: Raamdorpelsteen, raamdorpel, onderdorpel, waterdorpel, vensterbank buiten, lekdorpel

    De raamdorpelsteen is de schuine steen onder een raam die het regenwater van de gevel weg voert. Aan de onderzijde ervan zit het detail waar de hele werking op rust en dat bij schade vrijwel altijd de oorzaak is: de waterhol, een groef in de onderkant. Water dat over de dorpel loopt en aan de onderrand hangt, kruipt zonder die groef langs de onderzijde terug de gevel in. Een dichtgesmeerde, weggesleten of ontbrekende waterhol is de meest voorkomende verborgen oorzaak van vochtplekken onder een raam.

  • RaamstijlPremium · ook: Raamstijl, stijl, kozijnstijl, zijstijl, post

    De raamstijl is het verticale deel van een kozijn of van een draaiend raam. Bij houtrot wordt naar de onderdorpel gekeken, en het begint een stukje verderop. Rot in een houten kozijn begint vrijwel altijd bij het kopse hout in de verbinding tussen stijl en onderdorpel, niet midden in het vlak. Kopshout is de doorgezaagde kant van de vezel; daar zuigt hout water op als een rietje, vele malen sneller dan door de zijkant. De verbinding onderaan de stijl staat precies in het water dat over de dorpel loopt, en daar begint het — onder de verf, onzichtbaar, tot het hout zacht is.

  • RaaplaagPremium · ook: Raaplaag, raapwerk, uitvlaklaag

    De raaplaag is de laag stucwerk die de wand vlak maakt. Zij wordt aangebracht op de hechtlaag en zij vormt de ondergrond voor de afwerklaag. Zij is doorgaans tien tot twintig millimeter dik en zij bepaalt of de wand recht is. De afwerklaag maakt hem glad; de raaplaag maakt hem vlak. Dat verschil wordt vaak verward.

  • RabatPremium · ook: Rabat, rabatdelen, rabatplanken, potdekseldelen, gevelbekleding, zweeds rabat

    Rabat is horizontale houten gevelbekleding waarvan de delen elkaar overlappen of met een sponning in elkaar vallen. Het werkt op één principe: elk deel hangt over het deel eronder heen, zodat water naar buiten wordt geleid. En daar zit ook de fout die het vaakst wordt gemaakt: de delen moeten op een geventileerde regellat hangen, niet strak tegen de wand. Zonder die luchtspouw kan het hout aan de achterzijde niet drogen, en dan rot het van binnenuit — onzichtbaar, tot een deel het begeeft.

  • RabatdeelPremium · ook: Rabatdeel, rabatdelen, rabatplank, zweeds rabat, channelsiding

    Een rabatdeel is een gevelplank met een sponning aan boven- en onderzijde, waardoor de delen in elkaar vallen. Het verschil met potdekselwerk lijkt cosmetisch en is dat niet. Rabatdelen vallen in elkaar, en juist daardoor moeten ze ruimte houden om te werken. Hout krimpt en zwelt dwars op de nerf, en bij een strak tegen elkaar gelegde gevel kan die beweging nergens heen: de delen drukken tegen elkaar, de wand trekt bol en de sponning splijt. De leverancier geeft daarom een speling op tussen de delen — enkele millimeters — en die ruimte is geen slordigheid maar constructie. Bij potdekselwerk lost de overlap dat vanzelf op; bij rabat moet je het bewust doen.

  • Rachel · ook: Rachel, in het meervoud rachels

    Een rachel is een smalle, meestal ruwe of ondergeschaafde vurenhouten lat waarmee je op de bouw aftimmert, opvult, uitvult en bevestigt. Hij vormt het regelwerk waarop plaatmateriaal, gevelbekleding of een plafond wordt vastgezet.

  • RaspPremium · ook: Rasp, houtrasp, raspvijl, schrobzaag-rasp

    Een rasp is een houtbewerkingsgereedschap met losse, uitgestoken tanden, waarmee je snel en grof materiaal wegneemt van hout en van andere zachte materialen. Het verschil met een vijl zit in de tandvorm. Een vijl heeft doorlopende gekapte groeven die op metaal werken; een rasp heeft losstaande punten die het hout wegscheuren. Dat gaat snel en het laat een ruw oppervlak achter — de rasp is een vormgereedschap, geen afwerkgereedschap.

  • RecyclenPremium · ook: Recyclen, recycling, hergebruiken van grondstoffen, materiaalhergebruik

    Recyclen is het terugbrengen van afgedankt materiaal tot grondstof voor nieuwe producten. De bouw scoort op papier hoog en de werkelijkheid is genuanceerder. Verreweg het meeste bouw- en sloopafval in Nederland wordt verwerkt, en het overgrote deel daarvan eindigt als granulaat onder wegen — dat is downcycling en geen kringloop. Een betonnen balk wordt puin, puin wordt fundering, en fundering wordt niets meer. Het verschil met hergebruik, waarbij die balk opnieuw een balk wordt, is precies waar circulair bouwen over gaat: de waarde van het materiaal behouden in plaats van alleen de massa.

  • Reflecterende foliePremium · ook: Reflecterende folie, dunne isolatie, multireflecterende folie, isolerende folie

    Reflecterende folie is een dunne, meerlaagse folie met een aluminiumlaag die warmtestraling terugkaatst, bedoeld als aanvulling in een constructie met een luchtspouw. Zij werkt alleen mét die spouw en zij vervangt een volwaardige isolatielaag niet.

  • Reinigingsmiddel voor gevelsPremium · ook: Gevelreiniger, gevelreinigingsmiddel, groene-aanslagverwijderaar, cementsluierverwijderaar

    Een gevelreiniger is een chemisch middel waarmee vervuiling van een gevel wordt verwijderd: groene aanslag, cementsluier, roetaanslag of uitbloei. De keuze volgt uit de vervuiling én uit de steen. Een zuur middel dat cementsluier oplost, tast kalkhoudende natuursteen aan; een alkalisch middel dat vet aanpakt, laat vlekken achter op baksteen. Het verkeerde middel doet blijvende schade die niet is terug te draaien.

  • ResolPremium · ook: Resol, resolhardschuim, fenolschuim

    Resol is een isolatieschuim op basis van fenolhars met de laagste lambdawaarde van de gangbare isolatiematerialen. Bij gelijke dikte isoleert het beter dan PIR, EPS of minerale wol. Het wordt daarom gekozen waar de beschikbare dikte het knelpunt is: binnenisolatie in een bestaande woning, dakisolatie bij beperkte hoogte, en renovatie waar de maatvoering vastligt.

  • ResolschuimPremium · ook: Resolschuim, fenolschuim, resolhardschuim

    Resolschuim is een kunststof isolatieplaat met de laagste lambda-waarde van de gangbare materialen, waardoor de benodigde dikte het kleinst is. Het is duur, bros en gevoelig voor vocht, en het wordt gekozen waar ruimte belangrijker is dan prijs.

  • RestauratiePremium · ook: Te onderscheiden van renovatie, vernieuwen naar hedendaagse maatstaven, en van reconstructie, opnieuw maken wat verdwenen is

    Restauratie is het herstellen van een historisch bouwwerk met behoud van zoveel mogelijk oorspronkelijk materiaal en met respect voor de gelaagdheid van het gebouw. Het uitgangspunt is behouden en herstellen, niet vervangen.

  • RietdekkerPremium · ook: Rietdekker, rietdekkersbedrijf, dakdekker riet

    Een rietdekker legt en onderhoudt rieten daken. De levensduur van een rieten dak wordt zelden bepaald door de kwaliteit van het riet. De dakhelling en de mogelijkheid om te drogen bepalen hoe lang het meegaat — een steil dak dat na regen snel opdroogt, gaat twee keer zo lang mee als een flauw dak in de schaduw. Een rieten dak op het noorden, onder bomen of met een te flauwe helling vraagt daarom binnen twintig jaar aandacht, terwijl hetzelfde riet op een steil, vrijstaand zuidvlak veertig jaar of meer haalt.

  • Rieten dakPremium · ook: Rieten dak, rietdak, rietgedekt dak

    Een rieten dak bestaat uit bossen dekriet die in lagen op latten worden gebonden of geschroefd, met de halmen naar beneden gericht. Het gaat dertig tot vijftig jaar mee, het isoleert van zichzelf en het is gebonden aan brandveiligheidseisen.

  • RobiniaPremium · ook: Robinia, valse acacia, acacia

    Robinia is de enige in Europa geteelde houtsoort die duurzaamheidsklasse één tot twee haalt, vergelijkbaar met tropisch hardhout. Het is hard, taai en sterk, en de gedraaide groei beperkt de beschikbare maten en lengtes.

  • RoestPremium · ook: Roest, roestvorming, roestaanslag

    Roest is de bruine, schilferende laag die op ijzer en staal ontstaat zodra het metaal met zuurstof en water in aanraking komt. Het is geen vlek maar materiaalverlies: wat je ziet, is metaal dat er niet meer is. Roest neemt meer ruimte in dan het staal, en drukt alles weg wat eromheen zit.

  • Roestvrij staal · ook: Roestvrij staal, roestvast staal, rvs, inox, edelstaal

    Roestvrij staal is staal waaraan minstens ongeveer een tiende deel chroom is toegevoegd. Dat chroom vormt aan het oppervlak een dun, onzichtbaar laagje dat het staal afsluit en zich na een krasje vanzelf herstelt, zolang er zuurstof bij kan. Daardoor roest het onder normale omstandigheden niet.

  • RollaagPremium · ook: Rollaag, rolllaag met drie l is een veelgemaakte schrijffout

    Een rollaag is een laag baksteen waarbij de stenen op hun kant of rechtop zijn gemetseld in plaats van plat. Zij dient als afdekking van een muur, als afwerking boven een raam- of deuropening en als waterslag onder een kozijn. Bij een muurafdekking is de rollaag het meest waterbelaste metselwerk van het hele bouwwerk, en daarmee de plek waar schade begint.

  • Romaanse panPremium · ook: Romaanse pan, romaan, romaanse dakpan

    De romaanse pan is een dakpan met een vlak middendeel en één golf aan de zijkant, waardoor het dakvlak rustiger oogt dan bij een hollandse pan. Zij is in de twintigste eeuw veel toegepast en zij is nog steeds een van de meest gebruikte pannen in de Nederlandse woningbouw. De vorm heeft een sluiting die haar geschikt maakt voor flauwere dakhellingen.

  • RondbektangPremium · ook: Rondbektang, rondbek, ronde bektang, oogjestang, buigtang

    Een rondbektang is een tang met twee ronde, taps toelopende bekken, bedoeld om draad in bochten en oogjes te buigen. Juist die ronde vorm maakt hem ongeschikt voor waar hij het vaakst voor wordt gebruikt. Twee ronde bekken raken een vlak voorwerp maar op twee lijnen — er is vrijwel geen grijpvlak. Wie er een moer, een pen of een draaddeel mee vastpakt, glijdt af, beschadigt het werkstuk en drukt kerven in de bekken. En zodra die bekken gekerfd zijn, buigen ze geen gladde bocht meer.

  • RondhoutPremium · ook: Rondhout, ronde palen, stamhout, paalhout, rondpaal

    Rondhout is hout dat in zijn ronde vorm wordt gebruikt in plaats van tot balken en planken te worden gezaagd. De vorm is het voordeel: de vezels lopen onafgebroken door, waardoor rondhout bij gelijke diameter sterker is dan een gezaagde balk uit dezelfde stam. En de vorm is het nadeel: de duurzaamheid hangt af van waar de spint-kerngrens ligt, en die zit bij gefreesd rondhout op een andere plek dan bij geschild rondhout.

  • RubberhamerPremium · ook: Rubberhamer, rubberen hamer, gummihamer, kunststofhamer, terugslagvrije hamer, deadblow

    Een rubberhamer is een hamer met een kop van rubber, bedoeld om te slaan zonder het werkstuk te beschadigen. Er zit een misverstand in het gebruik dat veel klussen minder nauwkeurig maakt. Rubber slaat niet zachter — het slaat over een langere tijd en een groter vlak, en het veert terug. Die terugveer neemt een deel van de klap mee terug en maakt de plaats van de klap onvoorspelbaar. Wie een tegel of een straatsteen precies op hoogte wil krijgen, is beter af met een terugslagvrije hamer of een houten hamer, en gebruikt rubber daar waar het oppervlak vooral niet mag beschadigen.

  • RugvullingPremium · ook: Rugvulling, achtervulling, schuimkoord, rondkoord, fond de joint

    Rugvulling is het ronde schuimkoord dat achter in een voeg wordt gedrukt voordat de kit wordt aangebracht. Het doet twee dingen tegelijk: het bepaalt de diepte van de kitvoeg en het zorgt dat de kit niet aan de bodem hecht, zodat hij vrij kan rekken.

S

  • Sandwichpaneel · ook: Sandwichpaneel, sandwichplaat, isolatiepaneel, geisoleerd paneel

    Een sandwichpaneel bestaat uit drie lagen: twee dunne, stijve buitenplaten met daartussen een isolerende kern. De lagen zijn verlijmd of de kern is ertussen geschuimd, waardoor het geheel veel stijver is dan de losse delen. Een paneel vormt tegelijk de afwerking, de draagkracht en de isolatie.

  • SaneerpleisterPremium · ook: Saneerpleister, saneringspleister, vochtregulerende pleister, zoutbestendige pleister

    Saneerpleister is een grofporeuze pleister die op vochtig, zouthoudend metselwerk wordt aangebracht en die de zouten in zijn eigen poriën opvangt in plaats van ze naar het oppervlak te laten komen. Het is geen oplossing voor vocht. Het is een manier om een muur er jarenlang goed uit te laten zien terwijl het vocht er nog is, en dat onderscheid moet iedereen kennen die dit product overweegt.

  • SanitairkitPremium · ook: Sanitairkit, sanitairsilicone, siliconenkit, schimmelwerende kit

    Sanitairkit is een blijvend elastische afdichting voor de aansluitvoegen in natte ruimten. Er is één regel die bepaalt of de voeg jaren goed blijft, en hij druist in tegen het gevoel. Een kitvoeg mag maar aan twee zijden hechten en niet aan de bodem. Hecht hij ook aan de achterkant, dan kan hij de beweging tussen bad en tegelwand niet volgen: de kit wordt in het midden uitgerekt terwijl hij aan drie kanten vastzit, en scheurt los. Daarom hoort er in een diepe voeg een rugvulling of een strook tape achterin. Dat is de reden dat professionele voegen jaren meegaan en een dikke worst kit in een diepe naad na één winter loslaat. En de tweede regel: schimmel in een kitvoeg zit in de kit, niet erop. Schoonmaken haalt de aanslag van het oppervlak en niet de schimmel uit de massa. Een zwarte voeg vervang je.

  • SapeliPremium · ook: Sapeli, sapelli, sapele, sipo mahonie

    Sapeli is een Afrikaans hardhout uit de mahoniefamilie met een roodbruine kleur en een gestreepte tekening bij kwartiers zagen. Het is een gangbare keuze voor kozijnen, deuren en fineer, en het is minder duurzaam dan de andere tropische hardhoutsoorten in de handel.

Toon 213 begrippen meer501 van 714 getoond

Wat staat hier?

Wat staat er in een begrip?
Wat het is, waar je het tegenkomt en hoe je het herkent — altijd vrij te lezen. De hoofdstukken daarachter, over kosten, regelgeving, onderhoud en veelgemaakte fouten, horen bij een abonnement.
Wat betekent het label Premium?
Dat er achter de korte omschrijving meer staat. De term zelf en wat hij betekent zijn nooit afgeschermd; een woordenboek dat je de betekenis onthoudt is geen woordenboek.
Waarom staan er synoniemen bij?
Omdat het vak twee of drie woorden voor hetzelfde heeft en een offerte zelden het woord gebruikt dat jij kent. De zoekbalk hierboven zoekt ook in die synoniemen.

Verder kijken