Begrippen
Wat staat hier?Bouwkundige termen in gewone taal. Wat het is staat er altijd — de uitleg erachter hoort bij een abonnement.
Sorteren:Titel Z–A
in zeven groepen — wat de kleuren betekenen
379 van 2.115 begrippen
Z
- ZwaluwstaartPremium · ook: Zwaluwstaart, zwaluwstaartverbinding, zwaluwstaartlas
Een zwaluwstaart is een houtverbinding met taps toelopende pennen die in bijpassende gaten grijpen, zodat de delen niet uit elkaar kunnen worden getrokken in één richting. Het is de sterkste traditionele hoekverbinding in hout en zij is mechanisch zelfsluitend: hoe harder je trekt, hoe steviger zij vastzit. Het principe komt ook terug in staalplaatvloeren.
- ZettingPremium · ook: Zakking, verzakking, bodemdaling
Zetting is het zakken van een bouwwerk doordat de grond eronder wordt samengedrukt. Elk gebouw zet. Dat is normaal. Wat schade geeft is niet de zetting maar het verschil in zetting binnen één constructie — als het ene deel zakt en het andere niet.
- ZeskantboutPremium · ook: Zeskantbout, zeskantschroef, machinebout
Een zeskantbout is een bevestigingsmiddel met een zeskantige kop en metrisch schroefdraad, dat met een moer of in een tapgat wordt aangedraaid. De sterkte staat op de kop gestempeld als een sterkteklasse, bijvoorbeeld 8.8 of 10.9. Die twee cijfers bepalen wat de bout aankan, en ze zijn belangrijker dan de dikte: een dunne bout van hoge klasse draagt meer dan een dikke van lage.
- Zelfverdichtend betonPremium · ook: Zelfverdichtend beton, ZVB, zelfverdichtende betonmortel
Zelfverdichtend beton vloeit onder zijn eigen gewicht volledig uit en ontlucht daarbij vanzelf, zonder dat er wordt getrild. Het wordt toegepast in dicht gewapende constructies en in zichtbeton, en het legt een aanzienlijk hogere druk op de bekisting.
- ZeegPremium · ook: Zeeg, toog, overhoogte, tegenkromming, contrafleche
Zeeg is de bewuste opwaartse kromming die aan een ligger of vloerelement wordt meegegeven, zodat die onder belasting vlak komt te liggen in plaats van door te hangen. Bij prefab betonvloeren is diezelfde zeeg ook een uitvoeringsprobleem, omdat naast elkaar liggende platen ongelijk kunnen opbollen.
- ZakbetonPremium · ook: Zakbeton, kant-en-klaar beton, betonmix, droogbeton
Zakbeton is een kant-en-klare droge mengeling van zand, grind en cement in een zak, waaraan alleen water hoeft te worden toegevoegd. Het is bedoeld voor kleine hoeveelheden; boven ruwweg een kubieke meter is geleverde betonmortel goedkoper en beter.
- ZadeldakPremium · ook: Puntdak, dak met twee schilden.
Een zadeldak bestaat uit twee hellende vlakken die boven elkaar samenkomen in een nok. Het is de meest voorkomende dakvorm in Nederland. De zijkanten worden afgesloten door topgevels.
- ZaagtandbalkonPremium · ook: Zaagtandbalkon, zaagtandbalkons, verspringend balkon, geschrankt balkon
Een balkon dat schuin ten opzichte van de gevel staat in plaats van er haaks op, waarbij de balkons naast elkaar een zaagtandvorm maken. Elk balkon draait daardoor van zijn buurman weg, wat privacy geeft en de zonorientatie verbetert.
W
- Woningscheidende muurPremium · ook: Woningscheidende muur, woningscheidende wand, scheidingsmuur, bouwmuur
Een woningscheidende muur is de muur tussen twee zelfstandige woningen, dus tussen jouw huis en dat van de buren. Hij houdt geluid en brand tegen en draagt meestal ook de vloeren. Wat je met die muur mag doen, is daarom beperkt: hij is zelden alleen van jou.
- WolfeindPremium · ook: Wolfeind, wolfseind, wolfsend
Een wolfeind is het schuine dakvlakje dat de bovenkant van een topgevel afsnijdt, boven aan de kopse kant van een zadeldak. Het dak eindigt daar niet in een punt maar in een klein driehoekig schild. Je ziet het veel bij boerderijen, landhuizen en woningen uit de jaren twintig en dertig.
- WinkelhaakPremium · ook: Winkelhaak, haakse hoek, timmermanshaak, aanslagwinkelhaak, blokhaak
Een winkelhaak is een meetgereedschap met twee benen die een vaste hoek van negentig graden insluiten, waarmee je haaksheid controleert en haaks aftekent. Het is een controlegereedschap eerder dan een meetgereedschap. Een winkelhaak vertelt je niet hoe groot iets is maar of het klopt, en dat is bij zaag-, timmer- en tegelwerk de vraag die het resultaat bepaalt.
- WindbelastingPremium · ook: Windbelasting, windlast
Windbelasting is de kracht die de wind op een gebouw uitoefent: druk aan de kant waar de wind op staat en zuiging aan de andere kanten en op het dak. De constructeur rekent ermee bij het ontwerp van de draagconstructie, de gevel en het dak, en de dakdekker en installateur bij het bevestigen van dakbedekking, pannen en zonnepanelen.
- WerkvloerPremium · ook: Werkvloer, schoonwerkvloer, schone werkvloer
Een werkvloer is een dunne laag schraal beton die op de uitgegraven bodem wordt gestort voordat de echte fundering wordt gemaakt. Hij draagt niets. Hij zorgt voor een schoon, vlak en stevig vlak waarop de wapening en de bekisting kunnen staan, en houdt de grond uit het constructiebeton.
- WerktekeningPremium · ook: Werktekening, uitvoeringstekening, bestektekening, detailtekening, productietekening
Een werktekening is de tekening waarmee daadwerkelijk wordt gebouwd: met maten, materialen en details. De belangrijkste zin voor een particuliere opdrachtgever: op een vergunningstekening kun je niet bouwen. Die is gemaakt om te laten zien dat het plan aan de regels voldoet; hij zegt niets over hoe de dakrand wordt afgewerkt, waar de leidingen lopen of hoe de aansluiting tussen gevel en kozijn eruitziet. Bouwen op een vergunningstekening betekent dat de aannemer die keuzes zelf maakt — en dat je die pas ziet als het klaar is.
- WenteltrapPremium · ook: Wenteltrap, spiltrap, draaitrap, spiraaltrap
Een wenteltrap is een trap waarvan de treden rondgaand om een spil of een open kern naar boven lopen. Hij lost één probleem uitstekend op — hij vraagt de minste vloeroppervlakte van alle traptypen — en levert daarvoor drie dingen in die je pas merkt als hij er staat: de treden zijn aan de binnenzijde smal, er kan nooit meer een bank of een matras naar boven, en hij is met een dienblad, een wasmand of een kind op de arm onhandig. Wie hem kiest, hoort dat vooraf te weten.
- WederopbouwPremium · ook: Wederopbouw, wederopbouwperiode, naoorlogse bouw, jaren-vijftig- en zestigbouw
Wederopbouw is de woningbouw uit de periode 1940 tot ongeveer 1965, gebouwd om de woningnood na de oorlog snel op te lossen. Het is verreweg de grootste voorraad van Nederland en daarmee de grootste verduurzamingsopgave. Voor wie er woont of er een koopt, komen drie dingen samen: asbest is in deze periode volop toegepast, de woningen hebben doorgaans een spouwmuur zonder isolatie die eenvoudig te vullen is, en de plattegronden zijn krap maar logisch — de bouwtechniek is beter dan de reputatie.
- WaterkeringPremium · ook: Waterkering, waterkerende laag, vochtkering, kering
Een waterkering is een strook lood, folie of kunststof in een muur of dakaansluiting die water dat in de constructie is gedrongen, opvangt en naar buiten leidt. Zij zit boven ramen en deuren in een spouwmuur, onderin de gevel tegen optrekkend vocht en bij de aansluiting van een dak op een muur. Ontbreekt zij, dan komt het water binnen.
- Waterdichte kelderPremium · ook: Waterdichte kelder, kelderafdichting, waterdichte bak
Een waterdichte kelder is een kelder die bestand is tegen grondwaterdruk en die droog blijft, ook wanneer de grondwaterstand boven de keldervloer staat. In grote delen van Nederland staat het grondwater hoog, en dat maakt de kelder tot het bouwdeel waar de eisen aan waterdichtheid het hoogst zijn.
- WapeningsgaasPremium · ook: Wapeningsgaas, betonnet, bouwstaalmat, wapeningsnet
Wapeningsgaas is een net van stalen staven dat in beton wordt gelegd om trekkrachten op te nemen, omdat beton wel druk kan hebben maar nauwelijks trek. Er bestaat een tweede betekenis: een glasvezelweefsel dat in stucwerk of in een isolatiesysteem wordt ingebed om scheurvorming te spreiden. Beide heten in de praktijk wapeningsgaas en beide doen hetzelfde principe — spanning verdelen in plaats van laten samenkomen in één scheur.
- WapeningscorrosiePremium · ook: Wapeningscorrosie, roestende wapening, staalcorrosie in beton
Wapeningscorrosie is het roesten van het staal in gewapend beton, wat gebeurt zodra de beschermende werking van het beton eromheen verdwijnt. Roest neemt meer ruimte in dan staal, en die volumetoename drukt de betondekking eraf; dat afspatten is wat mensen betonrot noemen.
- WapeningsbandPremium · ook: Wapeningsband, voegband, naadband, papieren band, glasvezelband, scrim
Een wapeningsband is een strook papier of glasvezelweefsel die een naad tussen twee platen overbrugt en de afwerking daarover scheurvrij houdt. De naadscheur die na het eerste stookseizoen terugkomt, heeft vrijwel altijd dezelfde oorzaak, en die zit in de volgorde. De band hoort ín de plamuur, niet erop. Eerst een laag voegmiddel in de naad, dan de band erin drukken en met de plamuurmes doorhalen zodat er alleen een dun laagje onder blijft, en pas daarna afwerken. Wie de band droog opplakt en er vervolgens overheen plamuurt, heeft geen verbinding tussen band en plaat: de plamuur zit op de band en de band ligt los op de naad. Bij de eerste beweging scheurt het precies daar open.
- WapeningPremium · ook: Wapening, betonstaal, bewapening
Wapening is het staal in gewapend beton. Beton is sterk op druk en zwak op trek; het staal neemt de trekkrachten op. Waar de trek in een constructie zit, moet de wapening zitten. Dat is de kern: wapening op de verkeerde plaats werkt niet, hoeveel het er ook is.
- WangPremium · ook: Wang, trapwang, trapboom, limoen
De wang is de schuine zijplank van een trap waarin of waarop de treden zijn bevestigd. Zij draagt de hele trap. Bij een houten trap zijn de treden in de wang gesponningd en met spieën vastgezet; als die spieën loskomen, gaat de trap kraken en uiteindelijk bewegen.
- WandPremium · ook: Binnenwand, scheidingswand
Een wand scheidt ruimtes binnen een woning. De belangrijkste vraag bij elke wand die je wilt weghalen of doorbreken is of hij draagt. Het antwoord bepaalt of het een klus van een dag is of een constructieve ingreep.
V
- VurenhoutPremium · ook: Vuren, vurenhout, spar
Vurenhout is het hout van de fijnspar, een naaldhoutsoort die in Noord- en Midden-Europa veel wordt geteeld. Het is licht, goed te bewerken en goedkoop. Het is het meest gebruikte constructiehout in de Nederlandse bouw, en tegelijk een houtsoort met een lage natuurlijke duurzaamheid die daarom binnen hoort of verduurzaamd moet worden.
- VorstbestandheidPremium · ook: Vorstbestandheid, vorstbestendigheid, vorstvastheid
Vorstbestandheid is de mate waarin een materiaal bevriezend water in zijn poriën kan verdragen zonder te beschadigen. De term suggereert een eigenschap van het materiaal, en dat is hij maar half. Vorstbestandheid is een eigenschap van een steen in een bepaalde toepassing, niet van de steen op zich. Dezelfde gevelsteen die dertig jaar rechtop in een gevel staat zonder een schilfer, vriest binnen twee winters kapot zodra hij horizontaal wordt verwerkt: in een rollaag, een muurafdekking of een tuinmuur zonder afdekker. Verticaal loopt het water eraf; horizontaal blijft het staan en verzadigt de steen. En een verzadigde steen die bevriest, heeft geen ruimte meer om de uitzetting op te vangen. Dat verklaart waarom in vrijwel elke tuin de rollaag kapot is en de gevel niet.
- VoorspanstaalPremium · ook: Voorspanstaal, spanstaal, voorspanstreng, spankabel, strengen.
Voorspanstaal is hoogwaardig staal met een zeer hoge treksterkte, gebruikt om beton onder permanente druk te zetten. Het is aanzienlijk sterker dan gewoon wapeningsstaal en het staat onder hoge spanning. Dat maakt het gevoelig voor corrosie en voor beschadiging: een aangetaste of doorgesneden streng heeft directe gevolgen voor de draagkracht.
- VochtbrugPremium · ook: Vochtdoorslag via brugvorming, koudebrug in combinatie met vocht.
Een vochtbrug is een verbinding in een constructie waarlangs water van buiten naar binnen kan lopen. In een spouwmuur ontstaat die bijvoorbeeld door mortelresten op een spouwanker, waardoor vocht van het buitenblad het binnenblad bereikt.
- VlieringPremium · ook: Vliering, vlieringzolder, bergzolder, dakruimte
Een vliering is de lage, onbenutte ruimte onder het dak, gebruikt als bergruimte. Het is de ruimte waar bij vrijwel elke woning drie dingen tegelijk spelen die niemand controleert: de vloer is niet berekend op wat erop staat, de isolatie zit er vaak verkeerd of half, en er hangt een rookmelder die er niet hangt. Van die drie is de vloerbelasting de meest onderschatte: een vlieringvloer is in veel woningen alleen bedoeld als plafond van de verdieping eronder.
- VidePremium · ook: Vide, vide-opening, luchtruim, dubbele hoogte, atrium
Een vide is een opening in een verdiepingsvloer die twee verdiepingen tot één ruimte maakt. Het levert ruimtelijkheid en daglicht op — en het brengt drie dingen mee die bij het ontwerp vaak worden vergeten: warme lucht stijgt en blijft boven hangen, geluid gaat overal heen, en rook doet precies hetzelfde als warme lucht. Dat laatste maakt een vide bouwkundig een verbinding tussen brandcompartimenten, en dat is bij gestapelde bouw en bij grotere woningen een reëel punt.
- VezelbetonPremium · ook: Vezelbeton, vezelversterkt beton, staalvezelbeton, kunststofvezelbeton
Vezelbeton is beton waaraan staal- of kunststofvezels zijn toegevoegd die door de hele massa zijn verdeeld. De vezels vangen krimpscheuren op en kunnen bij hogere doseringen een deel van de wapening vervangen.
- VerzinkenPremium · ook: Verzinken, thermisch verzinken, vuurverzinken, dompelverzinken, galvaniseren
Verzinken is het aanbrengen van een laag zink op staal om het tegen roest te beschermen. Bij thermisch verzinken gaat het staal in een bad met vloeibaar zink. De laag beschermt niet alleen als afdekking maar ook actief: waar een kras zit, offert het zink zich op in plaats van het staal.
- VertandingPremium · ook: Vertanding, tanding, invertanding, invoegen, aanhechting
Vertanding is het uitsparen of laten uitsteken van stenen zodat een aansluitende muur er later in kan worden gemetseld. Het is de voorziening die bepaalt of een aanbouw één geheel wordt met het bestaande werk of ernaast blijft staan. Een nieuwe muur die zonder vertanding of ankers tegen een bestaande wordt gezet, krijgt een scheur op de naad — niet misschien, maar zodra de twee delen ongelijk zetten. En dat gebeurt vrijwel altijd, omdat nieuw werk anders zakt dan bestaand werk.
- VerschilzettingPremium · ook: Verschilzetting, differentiële zetting, ongelijke zakking, zettingsverschil
Verschilzetting is het verschil in zakking tussen delen van een gebouw of tussen naburige panden. Niet de zakking zelf veroorzaakt schade, maar het verschil: een gebouw dat gelijkmatig tien centimeter zakt, blijft heel; een gebouw waarvan de ene hoek twee centimeter meer zakt dan de andere, scheurt.
- VerdiepingshoogtePremium · ook: Verdiepingshoogte, bouwlaaghoogte, laaghoogte.
De verdiepingshoogte is de maat van de bovenkant van de ene vloer tot de bovenkant van de vloer daarboven. Daar zit alles in: de ruimte waarin je staat, het plafond, de vloerconstructie en de afwerklaag. Wat je binnen de kamer overhoudt, is altijd minder.
- VerdichtenPremium · ook: Verdichten, verdichting, aantrillen, aanstampen, afrijden, walsen
Verdichten is het samenpersen van losse grond, zand of puin zodat de korrels dichter op elkaar komen te liggen en er minder lucht en water tussen zit. Een verdichte laag zakt later niet meer na en kan de belasting van bestrating, een vloer of een fundering dragen.
- VerankeringPremium · ook: Verankering, ankering, bevestiging, vastzetten
Verankering is het constructief verbinden van een onderdeel aan een dragende ondergrond, zodat de krachten die erop werken veilig worden overgebracht. Het gaat om een keten van drie schakels: het bevestigde onderdeel, het anker en de ondergrond. De keten is zo sterk als de zwakste schakel, en dat is bijna nooit het anker. Het is de ondergrond — de halfsteens muur, de aangetaste steen, de spouwisolatie waar de plug in draait, het stucwerk dat voor beton werd aangezien.
- VentilatiespouwPremium · ook: Ventilatiespouw, geventileerde spouw, luchtspouw, ventilerende luchtlaag, achterventilatie
Een ventilatiespouw is een doorlopende luchtlaag achter de buitenste laag van een gevel of dak, met openingen onder en boven, waardoor buitenlucht kan stromen. Die luchtstroom voert regenwater en vocht af dat door de buitenlaag heen komt of van binnenuit in de constructie belandt.
- VentilatiePremium · ook: Luchtverversing, beluchting
Ventilatie is het continu vervangen van binnenlucht door buitenlucht. Zij voert vocht, koolstofdioxide, geuren en stoffen uit materialen af, en zij is daarmee de belangrijkste voorziening voor een gezond binnenklimaat.
- VakwerkspantPremium · ook: Vakwerkspant, spant, spijkerplaatspant, dakspant, kapspant, ligger
Een vakwerkspant is een geprefabriceerd dakspant van houten staven in een driehoekig raamwerk, verbonden met spijkerplaten. Wie er iets uit zaagt, sloopt de constructie. In een vakwerkspant is elke staaf berekend en draagt elke diagonaal een deel van de belasting; er zit geen enkel onderdeel in dat gemist kan worden. Dat is precies wat er misgaat wanneer iemand op zolder ruimte wil maken en die "lastige schuine balkjes" wegzaagt. Het dak zakt daar niet meteen van in — het gaat mis bij de eerste zware sneeuwval of de eerste najaarsstorm.
- VakwerkbouwPremium · ook: Vakwerkbouw, vakwerkhuis, houtskeletbouw in historische zin
Vakwerkbouw is een bouwwijze waarbij een houten skelet de constructie draagt en de vakken ertussen worden gevuld met vlechtwerk en leem, met baksteen of met een ander materiaal. In Nederland komt het vooral voor in Zuid-Limburg en in delen van de Achterhoek. De panden zijn vrijwel altijd monument of beeldbepalend, en het onderhoud vraagt materialen die passen bij de bouwwijze.
- VakwerkPremium · ook: Vakwerk, vakwerkligger, spant, truss
Vakwerk is een constructie die is opgebouwd uit driehoeken van staven, waarbij elke staaf alleen op trek of op druk wordt belast en niet op buiging. Daardoor is een vakwerk bij gelijk gewicht veel sterker dan een massieve ligger. Het principe zit in dakspanten, in bruggen, in kranen en in vrijwel elke grote overspanning.
U
- UitkragingPremium · ook: Uitkraging, uitkragend deel, overstek, kraagconstructie, cantilever
Een uitkraging is een bouwdeel dat aan één zijde is ingeklemd en aan de andere zijde vrij uitsteekt. Het is de constructievorm met de scherpste kanttekening: alle kracht komt op de inklemming. Bij een gewone ligger op twee steunpunten is de zwakste plek het midden; bij een uitkraging is die de plek waar hij vastzit — en dat is precies waar je niet kunt kijken. Een uitkragend balkon dat het begeeft, doet dat in één keer, en dat is de reden dat er voor bestaande balkons en galerijen onderzoeksplichten bestaan.
T
- Twee-onder-een-kapwoningPremium · ook: Twee-onder-een-kapwoning, twee-onder-een-kap, halfvrijstaande woning, dubbel woonhuis
Een twee-onder-een-kapwoning is een woning die met een woningscheidende muur aan een tweede woning vastzit, waarbij beide helften onder een doorlopend dak liggen. Elke helft heeft een eigen voordeur, een eigen tuin en drie vrije gevels.
- TunnelgietbouwPremium · ook: Tunnelgietbouw, gietbouw, tunnelbekisting, tunnelbouw
Tunnelgietbouw is een bouwwijze waarbij wanden en vloeren in één keer worden gestort in een verrijdbare tunnelvormige bekisting. Voor wie in zo'n woning woont, zit hier het antwoord op de vraag die bij elke verbouwing terugkomt. Bij tunnelgietbouw dragen de dwarswanden en draagt de gevel niet. De tunnels staan haaks op de gevel, dus de wanden tussen de woningen en de wanden die de beuk verdelen, zijn constructief; de voor- en achtergevel zijn invulling. Praktisch betekent dat: de gevel openmaken voor een grotere pui is meestal mogelijk, en de wand naar de buren doorbreken nooit. Precies andersom dan mensen bij een stenen woning gewend zijn.
- TuinmuurPremium · ook: Tuinmuur, vrijstaande muur, erfscheidingsmuur, ommuring, tuinmuurtje
Een tuinmuur is een vrijstaande gemetselde muur op een erf of in een tuin. Een tuinmuur lijkt op een stuk gevel en gedraagt zich totaal anders. Hij staat vrij, hij vangt wind van twee kanten en er staat geen vloer of dak op om hem te stabiliseren — en van boven is hij open. Daaruit volgen drie dingen die bij een gevel niet nodig zijn: een eigen fundering die tot onder de vorstgrens gaat, een afdekking die het metselwerk van bovenaf droog houdt, en dilatatievoegen of penanten die de lengte opdelen. Waar tuinmuren scheuren en omvallen, ontbreekt er doorgaans één van die drie.
- TriplexPremium · ook: Triplex, multiplex, meerlagenplaat, fineerplaat, gelaagd hout
Triplex is plaatmateriaal van dunne houtlagen (fineer) die kruislings op elkaar zijn gelijmd, waardoor de plaat in beide richtingen sterk en stabiel is. Die kruislaagse opbouw is de hele uitvinding. Massief hout is sterk in de nerfrichting en zwak dwars erop, en het werkt met vocht. Door de lagen om en om te draaien, worden de zwakke en de sterke richting over elkaar heen gelegd, en dat levert een plaat op die niet splijt, nauwelijks krimpt en in verhouding tot zijn gewicht uitzonderlijk sterk is.
- TrillingenPremium · ook: Trillingen, trilling, trillingshinder, trillingsoverlast, trillingsschade, vibraties
Trillingen zijn snelle, herhaalde bewegingen van een constructie of van de bodem, veroorzaakt door verkeer, bouwwerkzaamheden, installaties of machines. In een woning voel je ze als een vloer die meeveert of een kast die rammelt. Ze kunnen hinder geven, en bij voldoende sterkte schade aan metselwerk, stucwerk en constructie.
- TrekstangPremium · ook: Trekstang, trekanker, muuranker met stang, tirant, spanstang
Een trekstang is een stalen staaf die twee constructiedelen aan elkaar trekt en zo uit elkaar wijken tegengaat. Bij een gevel die naar buiten staat, is de verleiding om hem terug te trekken, en dat is precies wat je niet doet. Een trekstang stabiliseert een scheefstaande gevel, hij trekt hem niet recht. Metselwerk dat over jaren is gaan wijken heeft zich in die stand gezet; het opnieuw onder spanning naar binnen halen scheurt de voegen open en drukt stenen uit het verband. Het doel is dat het niet verder gaat — en dat je kunt aantonen dat het niet verder gaat, met een meting die je herhaalt.
- TrekbalkPremium · ook: Trekbalk, trekstang, dekbalk, bintbalk, entrait
Een trekbalk is het horizontale element onderaan een spant, dat de twee spantbenen bijeenhoudt en daarmee de spatkracht van het dak opneemt. Het is dezelfde functie als die van een hanenbalk, maar dan onderaan in plaats van halverwege. Daar is hij het effectiefst: hoe lager de trekverbinding zit, hoe minder kracht hij hoeft op te nemen om hetzelfde te bereiken. Dat is de reden dat een spant met een trekbalk een aanzienlijk grotere overspanning aankan dan een sporenkap met alleen hanenbalken.
- TrapleuningPremium · ook: Trapleuning, handlijst, leuning
Een trapleuning is de doorlopende handgreep langs een trap waaraan je je vasthoudt en waarmee je een val kunt opvangen. De eisen gaan over drie dingen: de hoogte boven de trede, de grijpbaarheid van het profiel, en de kracht die de bevestiging moet opnemen. Aan de eerste voldoet bijna elke leuning; aan de derde vaak niet.
- TrapgatPremium · ook: Trapgat, trapopening, vloeropening, trémie, raveling
Een trapgat is de opening in een vloer waardoor de trap naar de volgende verdieping loopt. Bij zoldertrappen en verbouwingen wordt hier de fout gemaakt die achteraf het duurst is. De lengte van het trapgat bepaalt de vrije hoogte boven de trap — hoe korter het gat, hoe eerder je je hoofd stoot. Mensen houden het trapgat klein om vloeroppervlak te sparen, en krijgen daarmee een trap waar je gebukt overheen moet. Het gat later vergroten betekent de balklaag openbreken en een raveelconstructie maken: een verbouwing in plaats van een aanpassing.
- TrapboomPremium · ook: Wang, trapwang
De trapbomen zijn de twee schuine delen aan weerszijden van een trap waarin de treden en stootborden zijn vastgezet. Zij dragen de hele trap; de treden zelf dragen alleen het gewicht dat erop staat.
- TrapPremium · ook: Trapconstructie
Een trap verbindt twee verdiepingen met een reeks treden. De verhouding tussen optrede en aantrede bepaalt of een trap prettig loopt. In Nederlandse woningen zijn trappen steiler dan in veel andere landen, wat bij renovatie beperkingen geeft.
- Traditionele bouwPremium · ook: Traditionele bouw, traditionele bouwwijze, traditioneel bouwen
Traditionele bouw betekent dat de woning op de bouwplaats wordt opgebouwd uit losse onderdelen: stenen, blokken, mortel, beton en hout, laag voor laag. Het tegenovergestelde is prefab, waarbij hele wanden en vloeren in een fabriek worden gemaakt en op de bouwplaats alleen nog worden gemonteerd.
- TorxPremium · ook: Torx, ster, sterprofiel, zeskantster, TX
Torx is een schroefprofiel met zes afgeronde lobben in stervorm. Het bestaat om precies één probleem op te lossen dat kruiskop en inbus wel hebben: de bit loopt er niet uit en er is nauwelijks aandrukkracht nodig. De kracht wordt vrijwel loodrecht op de flanken overgebracht, waardoor er geen kracht ontstaat die de bit omhoog duwt. Dat maakt torx bij hoge koppels en bij lange constructieschroeven het aangewezen profiel — en het is de reden dat het in de bouw steeds meer de standaard wordt.
- TorendakPremium · ook: Torendak, torenspits, spits, naaldspits, tentdak op een toren.
Een torendak is de bekroning van een toren: een steile, vaak puntige dakvorm die van alle zijden naar één punt loopt. Je komt het tegen bij kerken, bij stadspoorten en bij villa's met een torenmotief. Bij woningbouw is het zeldzaam maar niet afwezig; jarendertigwoningen en herenhuizen hebben soms een erker met een torendakje.
- ToogPremium · ook: Toog, strek, strekse boog, rechte boog, vlakke boog
Een toog is een zeer vlakke boog boven een raam- of deuropening, waarbij de stenen verticaal of licht waaiervormig zijn geplaatst. Van onderen oogt hij vrijwel recht, maar hij werkt als een boog: de last wordt via druk naar de zijkanten afgevoerd. Bij vooroorlogse woningen zit boven vrijwel elk raam een toog.
- Toestemming voor een bouwkundige wijzigingPremium · ook: Verbouwingstoestemming, toestemming van de VvE
Toestemming voor een bouwkundige wijziging is de goedkeuring die een appartementseigenaar nodig heeft voordat hij iets verandert dat een gemeenschappelijk deel van het gebouw raakt: een dragende wand, de gevel, het dak, een leidingdoorvoer. Wie die toestemming geeft, het bestuur of de vergadering, staat in het splitsingsreglement. Zonder toestemming kan de VvE herstel in de oude staat vorderen.
- Thermische uitzettingPremium · ook: Thermische uitzetting, uitzetting, warmte-uitzetting, thermische dilatatie, lengteverandering door temperatuur, werken van materiaal
Thermische uitzetting is het langer en groter worden van een materiaal als het warmer wordt, en het krimpen als het afkoelt. Elk bouwmateriaal doet dat, het ene veel meer dan het andere. Waar twee materialen aan elkaar vastzitten of een lang onderdeel niet kan bewegen, ontstaan spanningen, scheuren en losgeraakte verbindingen.
- Thermische massaPremium · ook: Thermische massa, warmteopslagcapaciteit, warmteaccumulerend vermogen, opslagmassa.
Thermische massa is het vermogen van een constructie om warmte op te nemen, vast te houden en later weer af te geven. Zware materialen zoals beton, baksteen en leem hebben veel massa, hout en gipsplaat weinig. Massa dempt de schommelingen in de binnentemperatuur.
- TentdakPremium · ook: Piramidedak, puntdak
Een tentdak is een dak met vier gelijke hellende vlakken die in een punt samenkomen. Er is geen nok, alleen een toppunt. Het komt voor bij vrijstaande woningen met een vierkante plattegrond, bij torens, bij bijgebouwen en bij tuinhuizen.
- TaludPremium · ook: Talud, glooiing, berm, helling, beloop
Een talud is een hellend grondvlak waarmee een hoogteverschil in het terrein wordt overbrugd. Het is de goedkoopste grondkering die er bestaat, en wel omdat het er geen is. Een hoogteverschil dat flauw genoeg wordt afgeschuind, houdt zichzelf vast en vraagt geen constructie. De vraag is dus niet of je een keerwand nodig hebt, maar of je de ruimte hebt om het zonder te doen — en die ruimte is meer dan mensen inschatten. Bij een hoogteverschil van een meter en een gangbare helling van 1 op 2 is er twee meter horizontaal nodig; bij klei of veen vaak meer. Waar die ruimte er is, bespaart een talud de kosten, de fundering en het onderhoud van een keerwand. Waar zij er niet is, is een keerwand geen luxe maar de enige mogelijkheid.
- TaatsdeurPremium · ook: Taatsdeur, pivotdeur, tuimeldeur, deur op taatspunten
Een taatsdeur draait om een verticale as met een lagerpunt in de vloer en een in het bovenkozijn, in plaats van om scharnieren aan de zijkant. Daardoor zijn zeer grote en zware deurbladen mogelijk, en de aansluiting is lucht- en geluidtechnisch zwak.
S
- SysteemvloerPremium · ook: Systeemvloer, prefab vloer, kanaalplaatvloer, breedplaatvloer, ribbenvloer
Een systeemvloer is een vloer die is opgebouwd uit geprefabriceerde elementen die op de bouwplaats worden gelegd en aan elkaar verbonden. Zij vervangt de traditionele in het werk gestorte vloer en de houten balklaag, en zij is sinds de jaren zestig de standaard in de Nederlandse woningbouw.
- SysteembouwPremium · ook: Systeembouw, industriële bouw, montagebouw, prefabbouw
Systeembouw is bouwen met geïndustrialiseerde, gestandaardiseerde elementen die in een fabriek worden gemaakt en op de bouwplaats worden gemonteerd. In Nederland kende de periode 1950 tot 1975 tientallen bouwsystemen, elk met eigen kenmerken en eigen gebreken. Bij een woning uit die periode is het bouwsysteem vaak de sleutel tot begrip van de problemen.
- SulfaataantastingPremium · ook: Sulfaataantasting, sulfaatagressie, sulfaatschade
Sulfaataantasting is de chemische afbraak van beton, mortel of pleisterwerk door sulfaten uit grond, grondwater of gips. Het sulfaat reageert met het cement en vormt kristallen die meer ruimte innemen dan het materiaal waar zij uit ontstaan. Het beton zwelt, scheurt en wordt zacht. Het gaat langzaam en het gaat door zolang er vocht en sulfaat aanwezig zijn.
- StutwerkPremium · ook: Stutwerk, schoren, stempelen, onderstempeling
Stutwerk is de tijdelijke ondersteuning van een constructie tijdens een ingreep, zodat de belasting wordt overgenomen terwijl er wordt gewerkt aan het dragende deel. Bij een doorbraak, een funderingsherstel of een noodsituatie is het stutwerk de veiligheidsvoorziening waar alles op rust, letterlijk.
- StrengperssteenPremium · ook: Strengperssteen, strengpers, geperste steen, machinale steen
Een strengperssteen wordt gemaakt door klei door een mond te persen en met een draad op maat te snijden. Het resultaat is een strakke, maatvaste steen met een glad oppervlak, aanzienlijk goedkoper dan handvorm.
- StrekkenverbandPremium · ook: Strekverband, lopend verband
Strekkenverband is een verband waarin uitsluitend strekken zichtbaar zijn: elke steen ligt met de lange zijde naar buiten. De lagen verspringen ten opzichte van elkaar, doorgaans een halve steen maar soms een derde of een kwart. Het is het meest voorkomende verband in Nederland en het beeld dat vrijwel elke naoorlogse gevel bepaalt.
- StrekkenlaagPremium · ook: Strekkenlaag, strekkenrij, strekse laag, loperlaag
Een strekkenlaag is een laag metselwerk waarin de bakstenen met hun lange zijde in het zicht liggen. Het is de meest gemetselde laag in Nederland, en dat komt door één ontwikkeling: sinds de spouwmuur bestaat, wordt vrijwel elk buitenblad uitsluitend in strekken gemetseld. Een gevel van uitsluitend strekken vertelt daarmee iets over het bouwjaar en over de constructie erachter — en dat is precies de informatie die je nodig hebt voordat je over isolatie nadenkt.
- StrekPremium · ook: Strekse laag, strek
Een strek is een baksteen die met de lange zijde in het gevelvlak ligt. Het is de tegenhanger van de kop, die met de korte zijde naar buiten ligt. Daarnaast betekent strek ook: de gemetselde afwerking boven een raam- of deuropening, meestal uitgevoerd als een laag staande stenen die de opening lijkt te overspannen.
- Stijl- en regelwerkPremium · ook: Stijl- en regelwerk, stijlwerk, regelwerk, raamwerk, houten skelet, wandframe.
Stijl- en regelwerk is het frame van verticale stijlen en horizontale regels waarop een wand, een plafond of een dakkapel wordt beplaat. Het draagt de beplating, houdt de isolatie op zijn plaats en biedt bevestigingspunten. Het is het skelet dat je na de afwerking niet meer ziet maar altijd voelt.
- SterkteklassePremium · ook: Sterkteklasse, vastheidsklasse, kwaliteitsklasse
Een sterkteklasse is de genormeerde aanduiding van de rekenwaarde waarmee een constructiemateriaal mag worden berekend. Bij beton staat er iets als C20/25, en die twee getallen worden vrijwel altijd verkeerd gelezen. Het is geen bandbreedte van 20 tot 25 maar één sterkte, gemeten op twee proefstukvormen: 20 newton per vierkante millimeter op een cilinder, 25 op een kubus van hetzelfde beton. Dezelfde sterkte, twee meetmethoden. Wie het als bereik leest, denkt marge te hebben die er niet is. En het tweede misverstand: een hogere klasse is geen betere kwaliteit. C24-hout is niet mooier of duurzamer dan C18 — het is doorgerekend op een hogere karakteristieke buigsterkte. Duurzaamheid, uiterlijk en vochtgevoeligheid staan er los van.
- StelkozijnPremium · ook: Stelkozijn, blindkozijn, voorzetkozijn
Een stelkozijn is een hulpkozijn dat tijdens de ruwbouw wordt geplaatst en waarin het definitieve kozijn later wordt gemonteerd. Het houdt de opening op maat en beschermt het afwerkkozijn tegen bouwvocht en beschadiging. Bij binnendeuren is het stelkozijn de constructie waarin het deurkozijn wordt gesteld en waarmee de aansluiting op de wand wordt gemaakt.
- SteensmuurPremium · ook: Steensmuur, steens muur en muur in steensverband komen alle drie voor
Een steensmuur is een gemetselde muur met een dikte van een hele steenlengte, ongeveer eenentwintig centimeter zonder afwerking. De muur is massief en heeft dus geen spouw. Je vindt hem vooral in gevels van woningen van voor ongeveer 1930.
- SteenslagPremium · ook: Steenslag, split, grind, granulaat, funderingsmateriaal
Steenslag is gebroken steen die als funderings- of drainagelaag onder verharding en constructies wordt aangebracht. De belangrijkste eigenschap zit niet in de steen maar in de vorm ervan. Gebroken steenslag haakt in elkaar: de scherpe kanten kantelen tegen elkaar aan en vormen na verdichten een laag die zich als één geheel gedraagt — rond grind rolt en blijft rollen. Wie een oprit op grind aanlegt, legt hem op kogellagers. En zelfs het juiste materiaal doet niets wanneer het in één dikke laag wordt gestort: verdichten gebeurt in lagen, want een trilplaat bereikt de onderkant van een dikke laag simpelweg niet.
- SteenboorPremium · ook: Steenboor, betonboor, muurboor, hamerboor
Een steenboor is een boor met een hardmetalen plaatje of kop aan de punt, die het materiaal verbrijzelt in plaats van het weg te snijden. Dat is het hele principe: staal is niet hard genoeg voor steen, dus zit er een stukje hardmetaal op dat door de slag van de machine het materiaal versplintert. De spiraal voert het gruis af. Zonder slag gebeurt er vrijwel niets — en dat is waarom een steenboor in een gewone boormachine zonder klopstand alleen warm wordt.
- SteektrapPremium · ook: Steektrap, rechte trap, rechte steektrap, enkelvoudige trap
Een steektrap is een trap die in één rechte lijn van de ene verdieping naar de andere loopt, zonder bocht of bordes. Het is de eenvoudigste, goedkoopste en prettigst lopende trapvorm — en de meest ruimtevragende. In een Nederlandse rijtjeswoning is de steektrap daarom vrijwel altijd steil: de beschikbare lengte in de plattegrond is de beperking, en de trap wordt aan die lengte aangepast in plaats van andersom.
- StapelbouwPremium · ook: Stapelbouw, traditionele bouw, metselbouw, massiefbouw
Stapelbouw is bouwen door op de bouwplaats steen voor steen te metselen of blok voor blok te stapelen. Het is de manier waarop vrijwel de hele Nederlandse woningvoorraad tot ver in de twintigste eeuw is gebouwd, en het is nog altijd de gangbaarste bouwwijze voor grondgebonden woningen. Het onderscheidende voordeel is vormvrijheid en herstelbaarheid: elk detail kan op de bouwplaats worden opgelost en elke steen kan later worden vervangen. Het onderscheidende nadeel is bouwvocht en doorlooptijd: een gemetselde woning brengt duizenden liters water in het gebouw die er de eerste jaren weer uit moeten.
- Stalen liggerPremium · ook: Stalen ligger, stalen balk, staalprofiel, staalbalk, ligger
Een stalen ligger is een horizontale draagbalk van staal die de belasting van een vloer, dak of muur boven een opening overneemt en naar de steunpunten aan weerszijden brengt. Je vindt hem boven een doorbraak in een dragende muur, boven grote raamopeningen en in de constructie van uitbouwen en dakopbouwen.
- StabiliteitswandPremium · ook: Stabiliteitswand, windverband, schijfwerking
Een stabiliteitswand is een wand die het gebouw stabiliseert tegen horizontale krachten, vooral wind. Zij neemt die krachten op in haar vlak en voert ze naar de fundering. Verticale belasting draagt vrijwel elke dragende wand; horizontale belasting draagt alleen een wand die daarvoor is bedoeld en juist die wanden zijn bij verbouwingen het risico.
- Staand verbandPremium · ook: Blokverband
Staand verband is een metselverband waarin lagen met alleen strekken en lagen met alleen koppen elkaar afwisselen, waarbij de koppen recht boven elkaar staan in plaats van te verspringen. Daardoor ontstaan verticale lijnen van koppen door de gevel. Het is het verband dat het dichtst bij kruisverband ligt en er in de praktijk het vaakst mee wordt verward.
- StaalskeletPremium · ook: Staalskelet, staalconstructie, staalbouw, staalskeletbouw, staalframebouw
Een staalskelet is een draagconstructie van stalen kolommen en liggers. Bij staal draait alles om twee dingen die het materiaal zelf niet heeft. Onbeschermd staal verliest bij brand binnen minuten zijn sterkte, en onbeschermd staal roest. Een staalconstructie is daarom nooit alleen staal: er hoort een brandwerende bekleding of coating bij en een conserveringssysteem, en die twee bepalen samen een groot deel van de kosten en vrijwel het hele onderhoud.
- StaalplaatbetonvloerPremium · ook: Staalplaatbetonvloer, staalplaat-betonvloer, composietvloer, verbundvloer
Een staalplaatbetonvloer is een vloer waarbij beton wordt gestort op een geprofileerde staalplaat die daarna deel blijft uitmaken van de constructie. De plaat oogt als een bekisting die is blijven zitten, en dat is precies de misvatting die schade veroorzaakt. De staalplaat is bekisting, en de wapening aan de onderzijde — hij zit in de trekzone en draagt mee. Wie er een gat in boort voor een ophangbeugel of een leidingdoorvoer, snijdt de trekwapening door op de plek waar die het hardst werkt: in het midden van de overspanning, aan de onderkant. Bij één klein gaatje gebeurt er niets dramatisch; bij een rij bevestigingen of een doorvoer wel. Boren in zo'n vloer is daarom geen kwestie van de juiste plug, maar van eerst vragen of het mag.
- StaalPremium · ook: Staal, constructiestaal, bouwstaal, wapeningsstaal, RVS voor roestvast staal.
Staal is een legering van ijzer en koolstof, in de bouw gebruikt voor draagconstructies, voor wapening in beton en voor bevestigingsmiddelen. Het is sterk op trek en op druk en het is daarmee complementair aan beton, dat alleen op druk sterk is. De zwakte van staal is corrosie: onbeschermd staal roest, en roest zet uit en drukt het materiaal eromheen kapot.
- SpouwankerPremium · ook: Spouwhaak, muuranker, gevelanker, spouwbinder
Een spouwanker is een korte staaf of draad die het buitenblad van een spouwmuur verbindt met het binnenblad. Het buitenblad draagt zichzelf maar staat niet stabiel; de ankers houden het rechtop tegen windbelasting.
- SporenkapPremium · ook: Sporenkap, sporendak, sparrendak, kepersporenkap
Een sporenkap is een dakconstructie waarbij schuine sporen van de nok naar de muurplaat lopen en samen een driehoek vormen die door hanenbalken bijeen wordt gehouden. Het is de oudste en eenvoudigste kapvorm en hij ligt op vrijwel elke Nederlandse woning van vóór de oorlog. De hele constructie is één samenwerkend geheel: elk spoor is licht en draagt weinig, maar samen met de tegenoverliggende sporen, de hanenbalken en het dakbeschot vormen ze een stijve schijf. Dat maakt hem sterk en dat maakt hem gevoelig voor ingrepen.
- SpinthoutPremium · ook: Spinthout, spint, het spint, spintlaag
Spinthout is het jonge, buitenste hout van een boomstam, tussen de schors en het kernhout. Het is meestal lichter van kleur, zachter en minder duurzaam dan het kernhout en gevoeliger voor houtworm, schimmel en rot. Voor buitenwerk en kozijnen wordt daarom vaak spintvrij hout geëist.
- SpijkerPremium · ook: Spijker, nagel, draadnagel, pen
Een spijker is een puntige metalen pen met een kop, die je in hout drijft om twee delen te verbinden. Waar een schroef zijn houvast uit schroefdraad haalt, haalt een spijker het uit wrijving en uit de vezels die zich om de schacht sluiten. Dat maakt hem sneller aan te brengen, beter bestand tegen schokbelasting, en aanzienlijk slechter bestand tegen uittrekken. Die drie eigenschappen bepalen waar hij hoort en waar niet. Hij verliest terrein aan de schroef, en voor het merendeel van het werk is dat terecht: een schroef is sterker op uittrekken en demontabel. Op een punt is een spijker beter, en dat is precies waar constructeurs hem voorschrijven: hij is taaier. Hij buigt waar een schroef breekt, en bij een constructie die moet kunnen vervormen is dat het gewenste gedrag.
- SpatkrachtPremium · ook: Spatkracht, spatkrachten, horizontale spatkracht
Spatkracht is de zijwaartse duwkracht die een schuine of gebogen constructie op haar steunpunten uitoefent. Een dakvlak, een boog of een gewelf draagt zijn gewicht niet recht naar beneden af, maar deels naar opzij. Die zijwaartse kracht moet ergens tegen worden opgevangen, anders wijken de steunpunten uit elkaar.
- SparingPremium · ook: Sparing, uitsparing, sparingen (meervoud)
Een sparing is een opening die bewust wordt opengelaten of gemaakt in een wand, vloer, dak of balk, zodat daar later een leiding, kanaal, kozijn, trap of ander onderdeel doorheen of in kan. Het woord komt van uitsparen: je laat op die plek het materiaal weg.
- SpantpootPremium · ook: Spantbeen, spantpoot, kapspantbeen
De spantpoot is het schuine, dragende deel van een spant dat van de voet naar de nok loopt. Twee spantpoten vormen samen de driehoek van het spant. Zij draagt de gordingen of het dakvlak en brengt de last naar de voet van het spant, waar de trekbalk of de muurplaat hem opneemt.
- SpantbeenPremium · ook: Spantbeen, spantpoot, blad, arbalétrier, principaal
Een spantbeen is het schuine, op druk belaste element van een dakspant, dat van de voet naar de nok loopt. Het is de tegenhanger van de trekbalk: waar die op trek staat, staat het spantbeen op druk. En drukstaven falen anders dan trekstaven — niet doordat het materiaal bezwijkt, maar doordat ze knikken. Dat is de reden dat een spantbeen zijdelings wordt gesteund en dat die steun net zo belangrijk is als de doorsnede.
- SpantPremium · ook: Dakspant, gebint, kapspant
Een spant is een draagconstructie in dwarsrichting van het dak, die de last van gordingen of dakvlakken opneemt en naar de muren of kolommen afvoert. Het spant is het onderdeel dat de vorm van het dak bepaalt en dat bij elke verbouwing op zolder de grens aangeeft van wat mogelijk is.
- SpanbetonvloerPremium · ook: Spanbetonvloer, voorgespannen vloer, kanaalplaatvloer, breedplaatvloer met voorspanning.
Een spanbetonvloer is een vloer van voorgespannen betonelementen, doorgaans kanaalplaten, die grote overspanningen aankan zonder tussensteunpunten. Het is sinds de jaren zeventig de standaardvloer in de Nederlandse woningbouw. De vloer draagt in één richting; dat bepaalt waar de dragende wanden staan.
- SpanbetonPremium · ook: Spanbeton, voorgespannen beton, voorspanbeton
Spanbeton is beton waarin stalen strengen onder hoge trekspanning zijn aangebracht, zodat het beton permanent onder druk staat. Beton is sterk op druk en zwak op trek; door het vooraf onder druk te zetten kan het grotere overspanningen aan met minder materiaal. Kanaalplaatvloeren in vrijwel elke nieuwbouwwoning zijn voorgespannen.
- SpaanplaatschroefPremium · ook: Spaanplaatschroef, snelbouwschroef, universele schroef, bouwschroef
Een spaanplaatschroef is een dunne houtschroef met een scherpe punt, een grove draad en een verzonken kop, ontworpen om zonder voorboren in plaatmateriaal te gaan. Hij is de werkpaardschroef van de bouw: goedkoop, universeel en in vrijwel alles bruikbaar. Precies daardoor wordt hij ook gebruikt waar hij niet hoort — in dragende verbindingen en buiten — en dat zijn de twee plekken waar hij het laat afweten.
- SonderingPremium · ook: Sondering, sondeerproef, conusweerstandmeting; internationaal CPT, cone penetration test
Een sondering is een meting waarbij een conus de grond in wordt gedrukt om de weerstand per diepte vast te leggen. Er is één eigenschap die de uitkomst begrenst en die bij het lezen van een rapport vaak wordt overzien. Een sondering geldt voor het punt waar hij is gezet, en voor niets daarbuiten. De bodem in Nederland is geen laagkoek maar een landschap: de draagkrachtige zandlaag kan binnen tien meter een meter dieper of ondieper liggen, en op sommige plekken zit er een oude geul of een veenpakket tussen. Daarom worden er meerdere sonderingen gezet en niet één, en daarom kunnen paallengtes binnen één bouwput uiteenlopen. Wie op één sondering bouwt, bouwt op één aanname.
- SnelbouwsteenPremium · ook: Snelbouwsteen, snelbouwblok, lijmblok, grootformaat blok
Een snelbouwsteen is een grootformaat blok van kalkzandsteen, beton of cellenbeton, bedoeld om binnenwanden snel op te bouwen. Het formaat vervangt tien tot twintig gewone stenen, en het gewicht bepaalt of er met de hand of met een hulpmiddel wordt gewerkt.
- SnelbetonPremium · ook: Snelbeton, sneldrogend beton, stelbeton, paalbeton, snelcement
Snelbeton is zakbeton met een versneller, waardoor het binnen vijftien tot zestig minuten aanbindt in plaats van in enkele uren. Het wordt gebruikt waar een paal of een kozijn niet lang kan worden gestut, en die korte verwerkingstijd is ook de valkuil.
- SluitsteenPremium · ook: Sluitsteen, sleutelsteen, kroonsteen, boogsteen, gewelfsteen
De sluitsteen is de middelste steen bovenin een boog, die de boog sluit en de druklijn doorgeeft. De naam suggereert dat hij de boog draagt, en het is precies andersom. Een boog draagt zichzelf door druk, en die druk gaat niet naar beneden maar schuin naar buiten. Aan de voet van de boog ontstaat daardoor een horizontale kracht — de spatkracht — en dáár moet metselwerk of een trekstang tegenwicht bieden. Scheuren bij een boog zitten dan ook zelden bovenin bij de sluitsteen, maar links en rechts onderin, waar de boog naar buiten duwt.
- SluitringPremium · ook: Sluitring, onderlegring, ring, carrosseriering
Een sluitring is een platte ring die tussen de kop of de moer en het materiaal wordt gelegd. Hij kost bijna niets en hij doet drie dingen tegelijk: hij verdeelt de kracht over een groter oppervlak, hij beschermt het materiaal tegen de draaiende kop, en hij overbrugt een gat dat ruimer is dan de bout. Wie hem weglaat, ziet dat terug als een kop die zich in het materiaal trekt.
- SleutelstukPremium · ook: Sleutelstuk, sleutelhout en in oude bestekken sleutel
Een sleutelstuk is een kort stuk hout onder het uiteinde van een zware vloerbalk. Het draagt de balk op een breder vlak, verkort de overspanning en houdt de verbinding met de muur of de stijl bij elkaar. Je vindt ze vooral in oude woonhuizen en boerderijen.
- SlangenboorPremium · ook: Slangenboor, schroefboor, augerboor, lange houtboor
Een slangenboor is een lange houtboor met een ruime spiraal en een schroefdraadpunt die zichzelf het hout in trekt. Hij is gemaakt voor één ding: diepe gaten door dik hout, tot enkele honderden millimeters. De schroefpunt trekt hem naar binnen en de ruime spiraal voert de spanen af, zodat hij niet vastloopt. Dat zelftrekkende gedrag is meteen het gevaar: hij stopt niet uit zichzelf, en wat er achter het hout zit, boort hij ook door.
- SlagmoersleutelPremium · ook: Slagmoersleutel, slagschroevendraaier, impactschroevendraaier, slagmachine
Een slagmoersleutel is een machine waarbij een intern hamermechanisme korte, harde draaislagen op de aandrijving geeft. Daardoor levert hij een veelvoud aan koppel van een schroefboormachine zonder dat de reactie in je pols terechtkomt: de slagen worden binnenin opgevangen. Dat is de reden dat je hem gebruikt, en tegelijk de reden dat je er schroeven mee kunt afbreken zonder het te merken.
- SkeletbouwPremium · ook: Skeletbouw, frameconstructie, draagskelet
Skeletbouw is een bouwwijze waarbij een raamwerk van kolommen en liggers de constructie draagt, en waarbij de gevels en wanden alleen afsluiten en isoleren. Het onderscheid met massiefbouw is fundamenteel: bij skeletbouw is de gevel een jas en niet een drager. Dat maakt de plattegrond vrij en het maakt latere wijziging eenvoudiger.
- SchuimglasPremium · ook: Schuimglas, cellulair glas, foamglas
Schuimglas is een isolatiemateriaal uit gerecycled glas met gesloten cellen, dat volledig waterdicht, dampdicht, drukvast en onbrandbaar is. Het wordt toegepast waar isolatie belast of nat wordt: onder funderingen, onder belaste vloeren en op platte daken.
- SchroefPremium · ook: Schroef, houtschroef, spaanplaatschroef, bout
Een schroef is een bevestigingsmiddel met een draad die zich in het materiaal vastgrijpt. Er is één principe dat bepaalt of twee delen tegen elkaar trekken, en het staat op geen enkele verpakking. De draad hoort alleen in het onderste deel te grijpen; het bovenste deel moet vrij over de schroef kunnen bewegen. Grijpt de draad in beide delen, dan houdt hij ze op de afstand waarin ze stonden en trekt hij ze niet samen — er blijft een kier die niet meer weggaat. De oplossing is een doorlopende voorboring: het bovenste gat op schachtdikte, het onderste op kerndikte. Dat is de reden dat een schroef met een gladde schacht onder de kop bestaat.
- SchilddakPremium · ook: Schilddak, walmdak, tentdak, piramidedak
Een schilddak is een dak dat aan alle vier de zijden schuin afloopt, zonder topgevels. Het is het dak van de vrijstaande woning, de villa en veel jaren-dertigbouw, en het heeft twee eigenschappen die tegen elkaar in werken: het is windtechnisch het gunstigste daktype dat er is — er is geen hoge topgevel waar de wind op staat — en het levert de minst bruikbare zolder op, doordat de schuine vlakken aan alle kanten de vrije hoogte wegnemen.
- SchijnvoegPremium · ook: Schijnvoeg, krimpvoeg, contractievoeg, zaagsnede in beton, dummy joint
Een schijnvoeg is een ingezaagde of ingelegde verzwakking in een betonvloer, die de krimpscheur op een gekozen plaats laat ontstaan. Het uitgangspunt is oncomfortabel en simpel. Beton scheurt, en de vraag is niet óf maar waar. Verhardend beton krimpt, die krimp wordt door de ondergrond en de wapening tegengehouden, en de spanning die daaruit volgt gaat er ergens uit. Een schijnvoeg maakt de doorsnede plaatselijk zwakker, zodat de scheur zich dáár vormt — in een rechte, geplande lijn onder in de zaagsnede — in plaats van diagonaal door het midden van je vloer.
- SchietloodPremium · ook: Schietlood, paslood, loodlijn, plombeerlood, dieplood
Een schietlood is een puntig gewicht aan een koord, dat door de zwaartekracht een volmaakt verticale lijn aangeeft. Het is het eenvoudigste meetgereedschap dat er bestaat en tegelijk het enige dat niet kan ontregelen. Een waterpas kan uit afstelling raken, een laser kan verlopen, maar een gewicht aan een draad wijst altijd naar het middelpunt van de aarde. Daarom is het schietlood nog steeds het referentiegereedschap waartegen de rest wordt gecontroleerd.
- ScheurvormingPremium · ook: Scheur, barst, haarscheur
Scheurvorming is het optreden van barsten in metselwerk, beton, stucwerk of afwerking. De meeste scheuren zijn onschuldig; het gaat erom de enkele scheur te herkennen die dat niet is.
- ScheluwPremium · ook: Scheluw, scheluwte, gewonden, getordeerd
Scheluw betekent dat een vlak in zichzelf is gedraaid: de vier hoeken liggen niet in één vlak. Bij een plank herken je het doordat hij op een vlakke ondergrond wiebelt op twee diagonaal tegenover elkaar liggende hoeken. Bij een kozijn of een deur betekent het dat hij niet meer sluit. Het is een van de lastigste vormfouten om te herstellen.
R
- RuwbouwPremium · ook: Ruwbouw, casco, structuur, gros oeuvre
De ruwbouw is het constructieve deel van een bouwwerk: fundering, dragende wanden, vloeren, dak en gevels. Het is het deel dat je later niet of nauwelijks kunt wijzigen. Wat in de ruwbouw wordt vastgelegd — de plattegrond, de plaats van sparingen, de hoogtes — bepaalt de rest van de levensduur van het gebouw.
- RondhoutPremium · ook: Rondhout, ronde palen, stamhout, paalhout, rondpaal
Rondhout is hout dat in zijn ronde vorm wordt gebruikt in plaats van tot balken en planken te worden gezaagd. De vorm is het voordeel: de vezels lopen onafgebroken door, waardoor rondhout bij gelijke diameter sterker is dan een gezaagde balk uit dezelfde stam. En de vorm is het nadeel: de duurzaamheid hangt af van waar de spint-kerngrens ligt, en die zit bij gefreesd rondhout op een andere plek dan bij geschild rondhout.
- Romaanse panPremium · ook: Romaanse pan, romaan, romaanse dakpan
De romaanse pan is een dakpan met een vlak middendeel en één golf aan de zijkant, waardoor het dakvlak rustiger oogt dan bij een hollandse pan. Zij is in de twintigste eeuw veel toegepast en zij is nog steeds een van de meest gebruikte pannen in de Nederlandse woningbouw. De vorm heeft een sluiting die haar geschikt maakt voor flauwere dakhellingen.
- RingbalkPremium · ook: Ringbalk, ringanker, randbalk
Een ringbalk is een doorlopende balk van beton of staal die rondom een gebouw of een bouwlaag loopt en die de wanden aan elkaar koppelt. Zij zorgt dat het gebouw als geheel werkt in plaats van als losse muren, en zij is de reden dat een metselwerkconstructie horizontale krachten uit wind en uit ongelijkmatige zetting kan opnemen.
- RevolutiebouwPremium · ook: Revolutiebouw, revolutiebouwwoning, speculatiebouw, krotwoning
Revolutiebouw is de haastige, speculatieve woningbouw uit ruwweg 1870 tot 1901, gebouwd om snel te verkopen en met minimale materialen. Het is de bouw die in 1901 de Woningwet heeft afgedwongen — de eerste Nederlandse wet die eisen stelde aan woningen. Die panden staan er nog: hele straten in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. Voor wie er een koopt, is de vuistregel: verwacht dat de fundering, de balklagen en de scheidingswanden de zwakke punten zijn, en laat dat vóór aankoop onderzoeken.
- Rd-waardePremium · ook: Warmteweerstand, R-waarde, isolatiewaarde
De Rd-waarde is de warmteweerstand van één isolatielaag: hoe goed die laag warmte tegenhoudt. Zij volgt uit twee getallen: de dikte gedeeld door de lambda van het materiaal. Hoe hoger de uitkomst, hoe beter, en de eenheid is m²·K/W. Het is het enige getal waarmee je isolatieofferten kunt vergelijken, en het is precies het getal dat in offertes het vaakst ontbreekt.
- Rc-waardePremium · ook: Warmteweerstand, R-waarde
De Rc-waarde geeft aan hoe goed een bouwdeel warmte tegenhoudt, uitgedrukt in vierkante meter kelvin per watt. Hoe hoger, hoe beter. Zij geldt voor de hele opbouw — dak, gevel of vloer — en niet voor het isolatiemateriaal alleen.
- RavelingPremium · ook: Raveling, ravelen, uitwisseling, uitwisselen van balken
Een raveling is de constructie waarmee je een opening maakt in een balklaag of in een dakvlak zonder de draagkracht te verliezen. De balken die je moet doorzagen worden opgevangen door een dwarsbalk, en die dwarsbalk hangt tussen de twee balken die wel doorlopen. Zo verplaatst de last om het gat heen.
- RaveelbalkPremium · ook: Raveling, raveelbalk, wisselbalk
Een raveelbalk is een balk die haaks op de gewone balklaag of op de sporen wordt aangebracht om de onderbroken balken op te vangen bij een sparing, bijvoorbeeld voor een trapgat, een schoorsteen, een dakraam of een dakkapel. Het is de standaardoplossing om een gat in een vloer of een dak te maken zonder de constructie te verzwakken.
P
- PuntlastPremium · ook: Puntlast, geconcentreerde belasting, puntbelasting, plaatselijke belasting
Een puntlast is een belasting die op een klein oppervlak wordt overgebracht. Het gevaar zit niet in het gewicht maar in de concentratie, en dat verklaart schade die mensen niet zien aankomen. Niet de vloer bezwijkt, maar de plek eronder wordt ingedrukt. Een stempel, een stelpoot, een balkuiteinde of een zware kast op vier pootjes brengt honderden kilo's over via een paar vierkante centimeters. Het metselwerk, de dekvloer of de balk daaronder is daar niet op berekend, en de oplossing is bijna altijd hetzelfde en bijna altijd goedkoop: de last spreiden.
- PuimsteenPremium · ook: Puimsteen, bims, bimssteen, bimsbeton, puimsteenblok, gasbeton
Puimsteen is licht, poreus vulkanisch gesteente, dat als toeslagmateriaal wordt gebruikt in lichte bouwblokken. De poriën die het zo licht maken, maken het ook zo lastig. Puimsteen zuigt water op als een spons en het draagt vrijwel geen puntlast. Dat is de reden dat een puimsteenblok binnen prima een scheidingswand vormt, en dat diezelfde wand een keukenkast of een wandtoilet niet houdt zonder maatregelen — en dat je hem buiten of onder de vochtkerende laag helemaal niet moet toepassen.
- PrefabricagePremium · ook: Prefabricage, prefab, prefabbouw, montagebouw, industrieel bouwen, fabrieksmatige bouw
Prefabricage is het in een fabriek maken van bouwonderdelen die op de bouwplaats alleen nog worden gemonteerd. Het verschuift het werk van de bouwplaats naar de fabriek, en daarmee verschuift ook het moment waarop beslissingen vastliggen: bij prefab moet het ontwerp af zijn voordat de productie begint. Een wijziging die op een traditionele bouwplaats een middag kost, is bij prefab een nieuwe productieserie. Dat is tegelijk de kracht — voorspelbare kwaliteit, weinig bouwvocht, korte bouwtijd — en de beperking.
- PrefabPremium · ook: Prefabricage, geprefabriceerd bouwen, industrieel bouwen, fabrieksmatige bouw
Prefab is het in een fabriek maken van bouwdelen die op de bouwplaats alleen nog worden gemonteerd. Dat verkort de bouwtijd, verhoogt de maatvastheid en verplaatst het werk van een steiger in de regen naar een verwarmde hal.
- PolyurethaankitPremium · ook: Polyurethaankit, PU-kit, pu-kit, constructiekit
Polyurethaankit is een kit met een hoge sterkte en een goede elasticiteit, die zowel afdicht als constructief verlijmt. Zij bevat isocyanaten, is niet uv-bestendig en hoort buiten te worden overgeschilderd of afgedekt.
- PoerenfunderingPremium · ook: Poerenfundering, fundering op poeren, poerfundering
Een poerenfundering is een fundering waarbij de last op losse blokken wordt afgedragen in plaats van op een doorgaande strook. Op die blokken liggen balken die de muren en de vloeren dragen. Je vindt het onder oudere woningen, onder aanbouwen en onder vrijwel elk houten bijgebouw.
- PoerPremium · ook: Poer, funderingsblok, paalkop, voetplaat, sokkel
Een poer is een blok beton dat de last van een kolom of een muur opvangt en overbrengt op een of meer palen. Het is het overgangsstuk tussen wat er bovengronds staat en wat er ondergronds draagt — en juist dáár, in die overgang, ontstaan de meeste funderingsproblemen. Een poer die scheurt, kantelt of van de paal schuift, is een constructief signaal, en bij oude funderingen is de aansluiting tussen paal, poer en metselwerk vaak het zwakste punt van de hele keten.
- PlavuisPremium · ook: Plavuis, plavuizen, estrik, terracottategel, cotto, tomette
Een plavuis is een dikke, doorgaans ongeglazuurde vloertegel van gebakken klei. De eigenschap die alles bepaalt is poreusheid. Een plavuis zuigt vocht op — dat geeft hem zijn warme, levende uitstraling en het is tegelijk zijn kwetsbaarheid. Zonder impregnering trekt elke vetvlek erin en gaat er niet meer uit, en bij een vochtige ondergrond trekt vocht van onderaf omhoog en slaat er zout uit.
- PijlerfunderingPremium · ook: Pijlerfundering, fundering op pijlers, pijlerfundatie
Een pijlerfundering is een fundering waarbij het huis niet op doorgaande muren staat maar op losse gemetselde of betonnen kolommen. Daarop liggen balken die de vloeren en de muren dragen. Je vindt het vooral onder oudere woningen, aanbouwen en bijgebouwen.
- PenantPremium · ook: Penant, muurdam, muurstijl, tussendam, pijler
Een penant is het stuk metselwerk tussen twee openingen in een gevel. Het is het onderdeel waarvan de belasting bij een verbouwing het snelst uit de hand loopt, en dat komt door een eenvoudige rekensom. De hele last van de gevel boven de openingen wordt om die openingen heen geleid en komt in de penanten terecht — hoe smaller de penant, hoe zwaarder hij is belast. Ramen vergroten voelt daarom als iets weghalen dat er toch al niet was, terwijl je in werkelijkheid de drager smaller maakt waar alles op rust.
- Pen-en-gatverbindingPremium · ook: Pen-en-gatverbinding, pen-gatverbinding, tapverbinding
Een pen-en-gatverbinding is een houtverbinding waarbij een uitstekende pen in een uitgestoken gat valt. Het is de oudste sterke houtverbinding die er is, en de reden dat hij het houdt, staat haaks op wat mensen aannemen. De sterkte zit in de passing, niet in de lijm. Een pen die met de hamer erin moet, wringt het gat open en splijt op termijn het hout; een pen die er los in valt, wordt alleen door lijm op zijn plaats gehouden, en een lijmvoeg met een grote spleet is zwak. Wat je zoekt is handpassing: met stevige handdruk erin, en er niet vanzelf weer uit. Bij die passing sluiten de wangen van het gat over vrijwel het hele oppervlak op de pen aan, en dat is waar de kracht doorheen gaat.
- PanlatPremium · ook: Panlat, daklat, latte, tegellat, liteau
Een panlat is een horizontale lat op het dakvlak waar de pannen met hun neus achter haken. Twee dingen bepalen of een pannendak werkt, en beide zitten in de panlat: de afstand tussen de latten — die moet kloppen bij het paninformatieblad, want daarmee staat of valt de overlap en dus de waterdichtheid — en de bevestiging, want de latten houden bij storm het hele dakvlak tegen.
- PaalvoetPremium · ook: Paalvoet, paalpunt, paaltip, voetplaat
De paalvoet is de onderkant van een paal: het vlak dat de last op de draagkrachtige laag afzet. Hij is het kleinste onderdeel van een fundering en tegelijk het onderdeel waar het meest van afhangt. Zit de voet in het zand, dan draagt de paal. Zit hij er net boven, in klei of leem, dan draagt hij vooral op wrijving — en dan zakt hij door, langzaam, jarenlang, zonder dat iemand het ziet gebeuren.
- PaalrotPremium · ook: Paalaantasting, funderingsrot
Paalrot is de aantasting van houten funderingspalen. Het hout verliest zijn sterkte, de palen zakken en de woning zakt mee. Het speelt vooral in het westen van Nederland bij woningen van voor ongeveer 1970, en het is een van de duurste gebreken die een huis kan hebben.
- PaalfunderingPremium · ook: Paalfundering, paalfundatie, fundering op palen, diepe fundering
Een paalfundering draagt het gewicht van een gebouw via palen naar een draagkrachtige laag dieper in de bodem. Hij bestaat omdat de bovengrond in grote delen van Nederland niets kan dragen: veen en klei zetten samen onder belasting, jaar na jaar. De palen slaan die laag over en zetten de last af op het zand daaronder, meestal op acht tot twintig meter diepte. Waar dat gebeurt, staat het huis stil; waar het niet gebeurt, zakt het.
O
- OverspanningPremium · ook: Overspanning, spanwijdte, vrije overspanning, dagmaat
De overspanning is de afstand die een balk, een vloer of een dakelement zonder tussensteunpunt overbrugt. Het is de maat die het zwaarst doorwerkt in een constructie. Verdubbel je de overspanning, dan wordt het buigend moment vier keer zo groot en de doorbuiging zestien keer zo groot. Dat is de reden dat een open plattegrond duurder is dan een woning met veel binnenmuren, en dat het weghalen van een enkele muur zo vaak op een zware stalen ligger uitloopt.
- OSBPremium · ook: OSB, oriented strand board, grofspaanplaat
OSB bestaat uit grote houtsnippers die in lagen gericht zijn gelegd en samengeperst met lijm. De buitenste lagen liggen in de lengterichting, de binnenste dwars. Het is goedkoper dan multiplex en bij de juiste klasse geschikt voor constructieve toepassing, en het is daarmee het standaard plaatmateriaal in houtskeletbouw geworden.
- OpvijzelenPremium · ook: Opvijzelen, vijzelen, optillen, hydraulisch heffen, liften van een pand
Opvijzelen is het met hydraulische persen omhoog brengen van een gebouw of een gebouwdeel. Het klinkt exotisch en het is regulier funderingswerk. Een gebouw kan omhoog, en de kunst zit er niet in om het op te tillen maar om het overal even snel op te tillen. Een pand is niet oneindig stijf: gaat het ene deel eerder omhoog dan het andere, dan scheurt het metselwerk. Daarom gebeurt het in stappen van millimeters, met tientallen vijzels die tegelijk worden gestuurd en met meetpunten die de beweging doorlopend volgen.
- OptredePremium · ook: Optrede, tredehoogte, stijghoogte
De optrede is de verticale maat per trede: het hoogteverschil tussen twee opeenvolgende treden. Het is de maat die de steilheid van een trap bepaalt, en het is de maat die bij een verbouwing vastligt: de verdiepingshoogte is gegeven, dus de optrede volgt uit het aantal treden. Alles wat je aan een trap kunt sturen, loopt via dat aantal.
- OpleggingPremium · ook: Oplegging, opleglengte, auflager
De oplegging is de plek waar een ligger, balk of vloerelement rust op zijn steunpunt, en de manier waarop de belasting daar wordt overgedragen. Het is het detail waar bij verbouwingen en bij constructieve schade het vaakst iets misgaat: de ligger zelf is berekend, maar de oplegging is te kort, te smal of ligt op een ondergrond die de druk niet aankan.
- Open trapPremium · ook: Open trap, trap zonder stootborden, zwevende trap
Een open trap is een trap zonder stootborden, waarbij je tussen de treden door kunt kijken. Zij oogt licht en ruimtelijk en zij is populair in moderne interieurs. De keerzijde is veiligheid: voor jonge kinderen, voor ouderen en voor mensen met hoogtevrees is een open trap aanzienlijk minder prettig.
- OntlastingsboogPremium · ook: Ontlastingsboog, ontlastingsstrek, strekse boog, rollaag, segmentboog, korfboog
Een ontlastingsboog is een gemetselde boog boven een opening die de last van de gevel eromheen leidt. Bij oudere woningen leidt dit tot een hardnekkig misverstand met echte gevolgen. Het houten balkje dat je boven je raam ziet zitten, draagt de gevel niet — dat doet de ontlastingsboog erboven. Dat balkje is doorgaans niet meer dan de afwerking van het metselwerk boven het kozijn. Wie het wegneemt in de veronderstelling dat hij de latei vervangt, of wie de boog erboven aantast, haalt de constructie weg die het werk doet.
- OntkoppelingPremium · ook: Ontkoppeling, akoestische scheiding, desolidarisatie, losgekoppeld bouwen
Ontkoppeling is het bouwkundig scheiden van twee delen zodat trilling, geluid of warmte niet van het ene naar het andere kan overgaan. Het werkt volgens één regel die geen uitzonderingen kent: één starre verbinding is genoeg om het effect grotendeels ongedaan te maken.
- OnderwaterbetonPremium · ook: Onderwaterbeton, owb, onderwaterbetonvloer
Onderwaterbeton is beton dat onder water wordt gestort via een buis die tot in het beton reikt, zodat het beton niet door het water valt. Het wordt gebruikt om de bodem van een bouwkuip af te sluiten, zodat die daarna kan worden leeggepompt.
- OnderslagPremium · ook: Onderslag, onderslagbalk, moerbalk, hoofdbalk, draagbalk
Een onderslag is een zware balk die andere balken of een vloer draagt en de last naar de muren of kolommen brengt. Het is het onderdeel dat de vrije overspanning in een woning mogelijk maakt: waar geen muur staat, staat een onderslag. En daarom is het ook het onderdeel dat bij verbouwingen het vaakst wordt onderschat. Een onderslag die doorbuigt, kraakt of scheurt, draagt een deel van je huis — en het weghalen of verzwakken ervan is een van de weinige ingrepen met een acuut instortingsrisico.
- OndergrondPremium · ook: Ondergrond, bodem, draagkrachtige laag
De ondergrond is de bodem waarop een bouwwerk rust. In Nederland is die zeer verschillend: van zand in het oosten en zuiden tot dikke pakketten klei en veen in het westen. De ondergrond bepaalt het funderingstype, de zettingsgevoeligheid en daarmee een groot deel van de bouwkosten en van de latere problemen.
- OnderbouwPremium · ook: Onderbouw, onderbouwconstructie
De onderbouw is het onderste deel van een gebouw: de fundering en alles wat daarop staat tot aan de begane grondvloer. Dat is het deel dat de last van het huis naar de grond brengt en dat het contact met grond en grondwater moet doorstaan. Wat erboven zit, heet de bovenbouw.
N
- NulmetingPremium · ook: Nulmeting, nul-meting, nulopname, vooropname, bouwkundige vooropname, opname van de bestaande toestand, staat van onderhoud vooraf
Een nulmeting is het vastleggen van de toestand van een gebouw op een vast moment, met foto's, beschrijvingen en waar nodig metingen, zodat je later kunt aantonen wat er veranderd is. Je laat hem maken voordat er in de buurt wordt gebouwd, geheid of bemalen, of aan het begin van een onderhoudstraject.
- NokgordingPremium · ook: Nokgording, nokbalk, vorstbalk, firstbalk, nokpen
Een nokgording is de horizontale balk in de nok waarop de sporen of kepers van beide dakvlakken rusten. Hij is de ruggengraat van het dak: alles wat er langs de nok gebeurt, hangt aan die ene balk. Doorbuigt hij, dan hangt de noklijn door en dat is vanaf de straat te zien. En omdat hij vaak op de kopgevels of op middenstijlen rust, verplaatst zijn probleem zich naar die gevels of naar de vloer eronder.
- NokPremium · ook: Vorst, nokrand
De nok is de bovenste lijn van een schuin dak, waar twee dakvlakken samenkomen. Het is het hoogste en meest windbelaste punt van een woning, en tegelijk de plek waar de dakconstructie moet kunnen ventileren.
- Niet-dragende muurPremium · ook: Niet-dragende muur, niet-dragende wand, scheidingswand
Een niet-dragende muur is een binnenwand die alleen zichzelf draagt en de ruimte verdeelt. Er rusten geen vloeren, balken of daken op. Weghalen kan meestal, maar alleen als vaststaat dat de wand ook geen rol speelt in de stabiliteit van de woning.
- NEN 2580Premium · ook: De meetnorm, de meetinstructie, NEN 2580-meting
NEN 2580 is de Nederlandse norm die vastlegt hoe oppervlakten en inhouden van gebouwen worden gemeten. Zij bepaalt wat er wel en niet meetelt, zodat woonoppervlakten van verschillende woningen onderling vergelijkbaar zijn.
- Negatieve kleefPremium · ook: Negatieve kleef, negatieve mantelwrijving, neerwaartse kleef
Negatieve kleef is de neerwaartse kracht die zakkende grond op een paal uitoefent. Het is de meest tegenintuïtieve kracht in de funderingsleer, en daardoor de meest onderschatte. Grond rond een paal hoort de paal te helpen dragen; bij negatieve kleef doet hij het omgekeerde en hangt hij eraan. Wanneer een samendrukbare laag — veen of slappe klei — na een ophoging langzaam inklinkt, zakt die laag langs de paal omlaag. De wrijving werkt dan naar beneden in plaats van naar boven, en de paal draagt het gebouw, en een deel van de grond eromheen. Bij een woning kan dat oplopen tot een aanzienlijk deel van de totale paalbelasting, en het is de reden dat een paallengte niet alleen volgt uit waar de zandlaag ligt.
- NabehandelenPremium · ook: Nabehandelen en nabehandeling worden door elkaar gebruikt
Nabehandelen is het beschermen van vers beton of mortel tegen te snel uitdrogen, tegen wind, zon en vorst, zolang het materiaal nog sterkte opbouwt. Zonder nabehandeling verdampt het water dat de cement nodig heeft. Het oppervlak wordt zwak en stoffig en er trekken scheuren doorheen.
- NaaldhoutPremium · ook: Naaldhout, zachthout, vurenhout, grenenhout, conifeerhout
Naaldhout is het hout van naaldbomen — vuren, grenen, douglas, lariks, ceder — en het is het meest gebruikte constructie- en timmerhout in Nederland. De reden is eenvoudig: het groeit snel, het is licht in verhouding tot zijn sterkte, en het is goed te bewerken. De keuze binnen de groep gaat over duurzaamheidsklasse — hoe goed de soort zich zonder behandeling houdt in vochtige omstandigheden — en dat is de eigenschap waar de meeste fouten in worden gemaakt.
M
- MuurschoenPremium · ook: Muurschoen, balkkopschoen, balkschoen in metselwerk, kopschoen
Een muurschoen is een metalen of kunststof schoen die de kop van een houten balk in het metselwerk draagt en hem tegelijk vrij houdt van dat metselwerk. Daarmee wordt het probleem opgelost dat balkkoppen in een vochtige gevel wegrotten: het hout raakt de natte steen niet meer aan en er kan lucht bij.
- MuurplaatPremium · ook: Muurplaat, muurlat, dakvoetbalk, plaat, sablière
Een muurplaat is de horizontale balk bovenop de gevel of de dragende wand, waarop de sporen, kepers of spanten van het dak rusten. Hij verdeelt de puntlasten van het dak over het metselwerk en hij verankert het dak aan de gevel. En hij ligt op de natste plek van de hele constructie: onder de goot, in het metselwerk, achter de betimmering — waar niemand kijkt en waar het vocht samenkomt.
- MultiplexPremium · ook: Multiplex, triplex bij drie lagen, underlayment als dunne vloerplaat
Multiplex bestaat uit oneven aantallen fineerlagen die kruislings op elkaar zijn verlijmd. Door die kruislaagse opbouw is de plaat in beide richtingen sterk en maatvast. Het is het sterkste en meest maatvaste plaatmateriaal in de bouw, en het enige dat in de juiste uitvoering geschikt is voor buitentoepassing en voor natte ruimten.
- MonolietbetonPremium · ook: Monolietbeton, monolietbouw, gietbouw, ter plaatse gestort beton, in het werk gestort beton.
Monolietbeton is beton dat op de bouwplaats in bekisting wordt gestort, zodat wanden en vloeren één samenhangend geheel vormen. Het casco is daardoor stijf en zwaar. Dragende dwarswanden en vloeren horen bij elkaar en zijn niet los te denken.
- MomentsleutelPremium · ook: Momentsleutel, koppelsleutel, draaimomentsleutel
Een momentsleutel is een sleutel die aangeeft of hij vastklikt wanneer een vooraf ingesteld aandraaimoment is bereikt, zodat een bout niet te los en niet te vast wordt aangedraaid. Te los is onveilig en te vast ook: een overbelaste bout rekt uit en breekt later, vaak zonder waarschuwing. Bij verbindingen die dragen of die dicht moeten blijven, is gevoel geen maat.
- MokerPremium · ook: Moker, voorhamer, sloophamer, vuisthamer, mokerhamer
Een moker is een zware hamer met een massieve kop van twee tot tien kilo, waarmee je door massa en zwaai kracht overbrengt op steen, beton, metaal of een breekijzer. De kracht komt uit de massa maal de snelheid, en niet uit de spierkracht van de gebruiker. Dat is de reden dat een goede mokerslag rustig oogt en dat harder willen slaan met een te lichte moker meer vermoeit en minder oplevert.
- MoersleutelPremium · ook: Moersleutel, sleutel, steeksleutel, ringsleutel, dopsleutel, bahco (merknaamgeworden voor de verstelbare sleutel)
Een moersleutel is een gereedschap dat om de vlakken van een moer of een boutkop grijpt om die aan of los te draaien. Het onderscheid dat telt is hoeveel vlakken hij pakt. Een steeksleutel pakt er twee, een ringsleutel of dopsleutel pakt er zes of twaalf. Bij een vastzittende bout is dat het hele verschil: twee vlakken belasten geeft afglijden en ronddraaien, zes vlakken verdelen de kracht.
- MoerPremium · ook: Moer, borgmoer, zeskantmoer, vleugelmoer
Een moer is een blokje met een inwendige schroefdraad dat op een bout of draadeind wordt gedraaid en de verbinding sluit. Hij lijkt het simpelste onderdeel in de hele bouw, en hij is het onderdeel waar verbindingen het vaakst op falen — niet doordat de moer breekt, maar doordat hij losloopt. Alles wat trilt, uitzet of beweegt, draait een gewone moer op termijn los. Daarvoor bestaan borgingen, en die worden meestal weggelaten.
- MetselwerkPremium · ook: Muurwerk, gemetselde constructie
Metselwerk is het deel van een gebouw dat is opgebouwd uit stenen die met mortel aan elkaar zijn verbonden. Het is in Nederland het meest voorkomende gevelmateriaal, en de staat ervan bepaalt voor een groot deel de onderhoudslast van een woning.
- MetselverbandPremium · ook: Verband, steenverband, metselwerkverband
Het metselverband is het patroon waarin bakstenen ten opzichte van elkaar worden gemetseld. Doel is dat de stootvoegen van de ene laag niet boven die van de laag eronder komen, zodat de belasting zich over het metselwerk verdeelt. Het verband bepaalt zowel de sterkte als het aanzien van een gevel. Bij restauratie is het herstellen in hetzelfde verband geen esthetische voorkeur maar een voorwaarde.
- MetselmortelPremium · ook: Metselmortel, metselspecie, specie
Metselmortel is het bindmiddel tussen stenen: een mengsel van zand, een bindmiddel en water, dat de stenen op afstand houdt, de belasting verdeelt en het metselwerk als geheel laat werken. De regel die alles bepaalt: de mortel hoort zwakker te zijn dan de steen. Een te harde mortel laat spanning niet los en dan scheurt de steen in plaats van de voeg — en een steen vervangen is tienmaal zoveel werk als een voeg.
- MetseldraadPremium · ook: Metseldraad, metselkoord, metsellijn, rijgdraad, uitzetdraad
Metseldraad is het strak gespannen koord waarlangs een metselaar een laag recht en waterpas houdt. Er bestaat een vakregel voor die één woord lang is en die het verschil maakt tussen een rechte en een bollende muur. Je metselt óp de draad, niet tegen de draad aan. Een steen die het koord aanraakt, duwt het een fractie opzij — en omdat elke volgende steen dat opnieuw doet, loopt die fractie over de lengte van de muur op tot een zichtbare bocht. Er hoort een haarbreedte lucht tussen de steen en het koord te blijven. Het is het goedkoopste stuk gereedschap op de bouwplaats en het bepaalt of een muur recht staat. Een oog ziet een afwijking van enkele millimeters over een meter niet; over tien meter is diezelfde afwijking centimeters.
- Massief houtPremium · ook: Massief hout, massiefhout, volhout, kruislaaghout, CLT, massiefhoutbouw
Massief hout is hout uit één stuk, tegenover fineer, plaatmateriaal of hout met een toplaag. Het onderscheid dat het meest kost, ligt niet tussen massief en niet-massief maar tussen massief en stabiel. Massief hout werkt: het krimpt en zet uit in de breedte met het vocht in de lucht, elk seizoen opnieuw, en dat gaat door zolang het bestaat. Een massief blad dat strak is vastgeschroefd, scheurt daardoor; hetzelfde blad met bewegingsruimte gaat generaties mee. Plaatmateriaal werkt vrijwel niet — dat is de reden dat het bestaat, en niet een teken van mindere kwaliteit.
- MachineschroefPremium · ook: Machineschroef, metrische schroef, metaalschroef, bout
Een machineschroef heeft een gelijkmatige metrische schroefdraad over de hele schacht en snijdt geen eigen draad — hij past in een moer of in een voorgesneden draadgat. Dat is het onderscheid met elke houtschroef: die maakt zijn eigen draad in zacht materiaal. Een machineschroef vereist dat de draad er al is. Daaruit volgt dat maat en spoed exact moeten kloppen, en dat een schroef die net iets anders is, de draad kapot draait in plaats van te passen.
L
- LuifelPremium · ook: Luifel, afdak boven een deur, entreeluifel, baldakijn, markies
Een luifel is een vast afdak boven een deur, een raam of een gevelopening. Hij oogt decoratief en hij doet iets heel praktisch. Een luifel houdt de deur en het stuk gevel eronder droog, en dat is precies de plek waar houtrot begint en waar water bij de aansluiting naar binnen komt. Een voordeur zonder overstek krijgt alle slagregen; het hout onderaan de deur en de onderdorpel van het kozijn zijn dan de eerste onderdelen die het begeven. Wat het lastig maakt, zit aan de andere kant: hij kraagt uit, hij vangt wind en sneeuw, en die belasting komt op een paar bevestigingen in de gevel terecht.
- LosmaakbaarheidPremium · ook: Losmaakbaarheid, demontabiliteit, omkeerbaarheid
Losmaakbaarheid is de mate waarin bouwdelen en materialen aan het einde van hun gebruiksduur zonder schade uit elkaar te halen zijn. Het is de voorwaarde voor werkelijk hergebruik: wat je niet los krijgt, kun je niet opnieuw gebruiken, hoe goed het materiaal ook is.
- LiplasPremium · ook: Liplas, lipverbinding, lasverbinding
Een liplas is een verbinding waarbij twee stukken hout in de lengte aan elkaar worden gezet, met een overlap waarin van elk deel een stuk van de dikte is weggenomen. Bij herstelwerk is het de methode waarmee je alleen het aangetaste eind van een balk, stijl of dorpel vervangt en de rest van het hout laat zitten.
- LijmmortelPremium · ook: Lijmmortel, dunbedmortel, lijm voor blokken, blokkenlijm
Lijmmortel is een fijne mortel die in een laag van twee tot vier millimeter wordt aangebracht, in plaats van de tien tot vijftien millimeter van een metselmortel. Zij wordt gebruikt voor maatvaste blokken zoals cellenbeton en kalkzandsteen, en zij vergeeft niets aan de ondergrond.
- LiggerPremium · ook: Ligger, balk, draagbalk
Een ligger is een horizontaal dragend element dat belasting overspant tussen twee of meer steunpunten. Zij werkt op buiging. Bij verbouwingen is de ligger het element dat de belasting opvangt van een weggehaalde muur, en de dimensionering ervan bepaalt of het werk slaagt.
- LateiPremium
Een latei is de balk boven een raam- of deuropening die het metselwerk erboven draagt en de last naar de muurdelen ernaast overbrengt. Zonder latei zakt het metselwerk boven een opening in.
- LaagbouwPremium · ook: Laagbouw, lage bouw, laagbouwwoning, laagbouwwijk
Laagbouw is bebouwing met een beperkt aantal bouwlagen, in de praktijk tot en met vier en zonder lift. Denk aan rijtjeshuizen, twee-onder-een-kapwoningen, vrijstaande huizen en lage portiekflats. Het woord zegt iets over de hoogte, en daarmee ook over de constructie, de ontsluiting en de manier waarop je de woning onderhoudt.
K
- KruisverbandPremium
Kruisverband is een metselverband waarin lagen met alleen strekken en lagen met alleen koppen elkaar afwisselen, waarbij de koppen van elke koppenlaag een halve steen verspringen ten opzichte van de vorige koppenlaag. Dat verspringen levert het kruismotief op waaraan het verband zijn naam dankt. Het is het klassieke Nederlandse gevelverband en het beeld dat de meeste vooroorlogse gevels bepaalt.
- KruipPremium · ook: Kruip, kruipvervorming, tijdsafhankelijke vervorming
Kruip is de vervorming die een constructie in de loop van jaren blijft ondergaan onder een belasting die niet verandert. Een balk die bij oplevering vlak lag, kan door kruip twee tot drie keer zoveel doorbuigen als op de eerste dag, zonder dat er iets is bijgekomen.
- KrimpwapeningPremium · ook: Krimpwapening, krimpnet, verdeelwapening
Krimpwapening is wapening die niet is bedoeld om belasting te dragen maar om scheurvorming door krimp te verdelen. Beton en cementgebonden dekvloeren krimpen bij het uitharden en bij het drogen. Zonder wapening ontstaat er een enkele brede scheur; met krimpwapening ontstaan er meerdere fijne scheurtjes die niet storen.
- KrimpscheurPremium · ook: Krimpscheur, droogscheur, haarscheur, craquelé bij een netvormig patroon
Een krimpscheur is een scheur die ontstaat doordat een materiaal bij het uitharden of drogen kleiner wordt. De vraag die achter elke gemelde scheur zit, is niet hoe je hem wegwerkt maar wat hij betekent — en dat is aan de scheur zelf af te lezen. Een krimpscheur is fijn, staat er vrijwel meteen, en groeit niet meer; een zettingsscheur loopt diagonaal, is aan één kant breder dan aan de andere, en wordt in de loop van maanden groter. Die tweede is een signaal over de fundering of de constructie en vraagt onderzoek. De eerste is een afwerkkwestie. Wie het verschil niet maakt, stuukt óf een onschuldige scheur eindeloos over, óf werkt een constructief signaal weg.
- KrimpPremium · ook: Krimp, krimpvervorming, uitdrogingskrimp, autogene krimp
Krimp is de maatverandering die een bouwmateriaal ondergaat wanneer het uitdroogt of uithardt, en die zich in de eerste jaren na uitvoering grotendeels voltrekt. Wordt die beweging verhinderd, dan scheurt het materiaal; dat is de reden dat dilatatievoegen bestaan.
- KoudebrugPremium · ook: Warmtebrug, koudelek.
Een koudebrug is een plek in de constructie waar warmte veel sneller naar buiten gaat dan eromheen. Het oppervlak is daar aan de binnenzijde kouder, waardoor vocht uit de lucht erop neerslaat. Dat is de reden dat schimmel juist in hoeken en bij aansluitingen ontstaat.
- KorbeelPremium · ook: Korbeel, schoor, windschoor, kopband, karbeel
Een korbeel is een korte schuine stut die de hoek tussen een staander en een ligger verstijft. Het is het antwoord op één meetkundig gegeven dat de hele stabiliteit van een raamwerk bepaalt. Een rechthoek van vier staven met scharnierende hoeken kan vervormen tot een parallellogram; een driehoek kan dat niet. Een korbeel maakt van de hoek een driehoek, en daarmee wordt een raamwerk dat scheef zou zakken een constructie die staat. Dat is meteen de reden dat je er niets uit mag zagen — de balk die in de weg zit, is precies degene die de boel rechthoudt.
- KopshoutPremium · ook: Kopshout, kops hout, kopse kant, kopeind, hirnhout
Kopshout is het vlak dat ontstaat wanneer hout dwars op de vezelrichting wordt doorgezaagd. Het gedraagt zich volstrekt anders dan de rest van het hout, en dat verklaart een reeks praktijkregels die anders willekeurig lijken. Kopshout zuigt water op als een bundel rietjes, het houdt een schroef of een spijker slecht vast, het scheurt uit bij het zagen en schaven, en het neemt verf en beits ongelijkmatig op. Vier eigenschappen die samen de meeste houtschade in en om een woning verklaren.
- KoppenverbandPremium · ook: Kopsverband
Koppenverband is een metselverband waarin uitsluitend koppen zichtbaar zijn: elke steen ligt met de korte zijde naar buiten. Elke laag verspringt een halve kop ten opzichte van de vorige. Het is het sterkste verband in de dikterichting en het enige verband dat zich goed laat metselen in een kromming.
- KoppenlaagPremium · ook: Koppenlaag, koppenrij, kopse laag, binderlaag
Een koppenlaag is een laag metselwerk waarin de bakstenen met hun korte zijde in het zicht liggen, zodat ze dwars door de muur steken. Dat dwars doorsteken is geen esthetische keuze maar een constructieve: een steen die met zijn kop in het zicht ligt, verbindt de voor- en de achterzijde van een massieve muur. De aanwezigheid van koppenlagen in een gevel vertelt daarom of je naar een massieve muur kijkt of naar een spouwmuur — en dat is de vraag die bepaalt of je die gevel kunt isoleren.
- KolomPremium · ook: Kolom, stijl, stut, pijler
Een kolom is een verticaal dragend element dat belasting van bovengelegen constructiedelen naar de fundering brengt. Zij werkt op druk. In woningen komt de kolom voor bij open plattegronden, bij aanbouwen, bij carports en in parkeergarages, en overal waar een muur is vervangen door een puntsteunpunt.
- KlinkPremium · ook: Klink, inklinking, maaivelddaling
Klink is het inzakken van veen- en kleigrond doordat het grondwater daalt: het veen verliest water, komt boven water te liggen en oxideert, en verdwijnt daarmee letterlijk. Anders dan zetting komt klink niet door de belasting van een gebouw maar door de ontwatering, en daarom gaat hij ook door onder onbebouwde grond.
- KlampPremium · ook: Klamp, klampje, klamplat
Een klamp is een lat of strip die dwars over meerdere delen wordt bevestigd om die bij elkaar te houden en om werking tegen te gaan. Je ziet het bij klampdeuren, bij luiken en bij houten vloeren. In het metselwerk is een klamplaag een dunne laag stenen die tegen een bestaande wand wordt gezet.
- KespPremium · ook: Kesp, kespbalk, kespen, dwarshout, kopbalk
Een kesp is de houten dwarsbalk die over twee heipalen ligt en de last van het metselwerk op die palen overbrengt. Het is een onderdeel dat je nooit ziet en dat bij honderdduizenden oude Nederlandse woningen de hele muur draagt. En het deelt de kwetsbaarheid van de palen eronder: hout dat permanent onder water ligt houdt het eeuwen, hout dat droogvalt rot weg. Omdat de kesp hoger ligt dan de paalkoppen, is hij bij een dalende grondwaterstand vaak het eerste onderdeel dat wordt aangetast.
- KelderzwamPremium · ook: Kelderzwam, huiszwam, tranende huiszwam, merulius
De kelderzwam is een bruinrotschimmel die zich onderscheidt doordat hij water kan transporteren door strengen. Daardoor kan hij zich vanuit een vochtige plek verspreiden over droog metselwerk naar hout dat op zichzelf droog is. Het is de meest destructieve houtaantaster in gebouwen en de enige die sanering vraagt in plaats van reparatie.
- KeilboutPremium · ook: Keilbout, doorsteekanker, spreidanker, ankerbout, slagplug met bout
Een keilbout is een mechanisch anker dat zich door spreiding vastzet in een geboord gat in beton of massieve steen. De kracht komt uit wrijving tegen de gatwand, en die wrijving ontstaat pas bij het aandraaien. Daaruit volgt alles wat er misgaat: een gat dat te ruim is, boorstof dat de wrijving vermindert, en te weinig afstand tot de rand — want het spreiden drukt het materiaal opzij en dat splijt beton dat te dicht bij een kant zit.
- KeermuurPremium · ook: Keermuur, kerende muur, steunmuur, grondkerende wand, damwand
Een keermuur is een muur die een hoogteverschil in het terrein opvangt en de grond erachter tegenhoudt. Het is het onderdeel in een tuin dat er het eenvoudigst uitziet en het meest wordt onderschat. Wat een keermuur omduwt is zelden de grond zelf maar het water erachter: verzadigde grond oefent een veelvoud uit van droge grond. Een keermuur zonder drainage en zonder doorvoeren gaat op enig moment bollen, kantelen of bezwijken — en dat gebeurt tijdens of vlak na een periode van hevige regen.
- KavelpaspoortPremium · ook: Kavelpaspoort, bouwenvelop, kavelinformatie, beeldkwaliteitseisen per kavel
Een kavelpaspoort is het document waarin de gemeente of de ontwikkelaar per bouwkavel vastlegt wat er op die kavel gebouwd mag worden en aan welke eisen dat moet voldoen. Het is het eerste document dat een zelfbouwer leest en het bepaalt vrijwel de hele ontwerpruimte. Wat erin staat aan bouwvlak, hoogte, kapvorm, materiaal en rooilijn is niet een advies maar een kader, en een ontwerp dat er buiten valt, wordt niet vergund.
- KapconstructiePremium · ook: Kapconstructie, kap, dakconstructie, dakstoel, houten kap
De kapconstructie is het dragende geraamte van een hellend dak. Het bestaat uit spanten, gordingen, sporen of dakelementen die het gewicht van de dakbedekking, de sneeuw en de wind opvangen en naar de muren afvoeren. De dakpannen zie je; de kap eronder houdt alles op zijn plek.
- KanthoutPremium · ook: Kanthout, gekantrecht hout, constructiehout, balkhout, regelwerk, vurenhout
Kanthout is rechthoekig gezaagd constructiehout, gebruikt voor balken, regels, gordingen en spanten. Bij de aanschaf gaat het bijna altijd over de maat, en dat is precies de verkeerde vraag. Twee balken van dezelfde afmeting kunnen sterk verschillen in wat ze dragen; wat telt is de sterkteklasse, en die staat op het hout gestempeld. Een stempel als C18 of C24 zegt meer over de overspanning dan de dikte, en daarnaast bepaalt het vochtgehalte of het hout na inbouw krom trekt of blijft liggen.
- KanaalplaatvloerPremium · ook: Kanaalplaatvloer, kanaalplaat, holle kanaalplaat
Een kanaalplaatvloer bestaat uit voorgespannen betonnen platen met langsgaten, die in de fabriek worden gemaakt en op de bouwplaats naast elkaar worden gelegd. De kanalen maken de plaat lichter zonder dat hij veel draagkracht verliest, waardoor grote overspanningen mogelijk zijn zonder tussenbalken. Dat is de reden dat deze vloer zoveel wordt toegepast in woningbouw en utiliteit.
- KalkzandsteenPremium · ook: Kalkzandsteen, kalkzandsteenblok, kzs, lijmblok, vellingblok
Kalkzandsteen is een steenachtig bouwmateriaal van zand en kalk, onder stoom en druk gehard, dat in Nederland de meest toegepaste steen is voor binnenwanden en woningscheidende wanden. Het is zwaar, drukvast en goed geluidwerend, en juist dat gewicht is de reden dat het wordt gebruikt: massa is de goedkoopste manier om geluid tussen woningen tegen te houden.
I
- InbusPremium · ook: Inbus, inbussleutel, zeskantsleutel, allensleutel, imbus
Inbus is een zeskantig gat in een schroef- of boutkop, bediend met een haakse zeskantsleutel of een bit. Het is het profiel van meubelmontage, fietsen, machines en constructiebouten, en het heeft twee eigenschappen die het onderscheiden: de haakse sleutel geeft een lange hefboom waarmee je zonder machine een hoog koppel haalt, en het profiel is verkrijgbaar in metrisch en in inch — een verwarring die meer verpeste boutkoppen oplevert dan enig ander aspect van dit onderwerp.
H
- HulpstofPremium · ook: Hulpstof, betonhulpstof, mortelhulpstof, toevoegmiddel, additief
Een hulpstof is een middel dat in kleine hoeveelheid aan beton, mortel of specie wordt toegevoegd om er een eigenschap van te veranderen. Denk aan langer verwerkbaar houden, sneller laten verharden, minder water nodig hebben of bestand maken tegen vorst. De dosering luistert nauw en te veel werkt averechts.
- HuiszwamPremium · ook: Huiszwam, echte huiszwam, tranende huiszwam
Huiszwam is de gevaarlijkste houtaantastende schimmel in gebouwen, omdat hij zelf vocht kan transporteren en daardoor ook hout aantast dat op zichzelf droog is. Zijn strengen groeien door metselwerk en achter afwerking door, waardoor de aantasting zich verspreidt op plekken waar niemand kijkt.
- HoutverbindingPremium · ook: Houtverbinding, houtaansluiting, verbinding, assemblage
Een houtverbinding is de manier waarop twee stukken hout aan elkaar worden gekoppeld, met de vorm van het hout zelf, met een bevestiger, of met beide. De verbinding is vrijwel altijd het zwakste punt van een houtconstructie. Een balk kan tonnen dragen; wat hem laat bezwijken is de plek waar hij ergens aan vastzit. Daarom draait dit onderwerp niet om het hout maar om de aansluiting, en daarom is de vraag bij elk ontwerp: hoeveel hout blijft er over op de plek waar je erin snijdt.
- HoutskeletbouwPremium · ook: Afgekort HSB
Houtskeletbouw is een bouwwijze waarbij de draagconstructie bestaat uit een raamwerk van houten stijlen en regels, met daartussen de isolatie en aan weerszijden een beplating. De gevel eromheen is een schil en geen constructie.
- HoutschroefPremium · ook: Houtschroef, schroef, constructieschroef
Een houtschroef is een schroef met een grove, scherpe draad die zichzelf een weg in het hout snijdt. Het onderdeel dat het meest wordt onderschat, is de gladde schacht onder de kop. Die zorgt dat de bovenste plank wordt aangetrokken naar de onderste in plaats van erop te blijven hangen. Zonder die schacht — of met een schroef die te kort is — blijft er een kier tussen twee delen die je met aandraaien niet meer wegkrijgt.
- HoutrotPremium · ook: Rot hout, houtaantasting, schimmelaantasting
Houtrot is de afbraak van hout door schimmels. Die hebben drie dingen nodig: hout, zuurstof en vocht. Van die drie is er maar één waar je iets aan kunt doen. Boven ongeveer twintig procent houtvochtgehalte begint het; daaronder gebeurt er niets. Droog hout rot niet, en dat is de hele preventie.
- Houten I-liggerPremium · ook: Houten I-ligger, I-balk, I-joist, I-profielligger
Een houten I-ligger bestaat uit twee flenzen met daartussen een dun lijf, samengevoegd tot een I-vormige doorsnede. Die vorm geeft een grote overspanning bij een laag gewicht, en het dunne lijf vraagt bij brand altijd een beplating.
- HoutdraadboutPremium · ook: Houtdraadbout, kraagschroef, zeskantschroef, tirefond, coach screw
Een houtdraadbout is een zware schroef met een grove houtdraad en een zeskante of vierkante kop, die met een steek- of dopsleutel wordt aangedraaid. Hij is bedoeld voor zware verbindingen in hout waar een gewone schroef tekortschiet en een doorgaande bout niet kan omdat je maar aan één zijde bij de constructie kunt. Dat maakt hem het bevestigingsmiddel voor pergola's, carports, balkbeugels, zware beslag en het bevestigen van hout aan metselwerk.
- HoutbouwPremium · ook: Houtbouw, houtconstructie, biobased bouwen, massiefhoutbouw, houtskeletbouw
Houtbouw is bouwen met hout als dragende constructie. De aandacht gaat naar de milieuwinst, en het praktische verschil zit ergens anders. Houtbouw is prefab bouwen: de constructie wordt in een fabriek op de millimeter gemaakt en op de bouwplaats in dagen gemonteerd. Dat verkort de bouwtijd aanzienlijk en het verplaatst het werk naar voren — alles moet vóór productie zijn beslist, tot en met de plaats van elk stopcontact. Wie gewend is om onderweg te wijzigen, loopt daar tegenaan.
- HoekkeperPremium · ook: Hoekkeper, keper, graat, hoekkeperspant, hoekspant
Een hoekkeper is de opgaande hoeklijn waar twee dakvlakken elkaar in een bolle hoek raken. Voor de dakdekker is het de duurste lijn van het dak, en de reden daarvoor is meetkundig. Langs een hoekkeper eindigt elke panrij schuin, dus elke pan aan die lijn moet op maat worden gesneden — pan voor pan, over de hele lengte. Daar komt bij dat de afwerking van de keper dezelfde kwetsbaarheid heeft als de nok: ligt hij in specie, dan scheurt die en laat hij los. Een schilddak is daarmee mooier dan een zadeldak, en merkbaar arbeidsintensiever.
- HijsbalkPremium · ook: Hijsbalk, hijsbalkje, takelbalk, hijsblok
Een hijsbalk is de uitstekende balk in de top van een gevel waaraan een takel wordt gehangen om goederen naar boven te hijsen. Hij ziet eruit als een voorziening die klaarstaat voor gebruik, en dat is precies de aanname die je niet moet maken. Een hijsbalk in een oud pand is meestal nooit doorgerekend en zijn verankering is na eeuwen onbekend. Het hout kan van binnenuit zijn aangetast, de inklemming in het metselwerk kan zijn verzwakt door voegwerkherstel of door een vervangen balklaag, en er is zelden een geregistreerde belastbaarheid. Voor een bank van tachtig kilo aan een touw is dat een reëel risico, en het is de reden dat verhuizers in de praktijk vrijwel altijd een verhuislift gebruiken en de balk laten hangen.
- Hellend dakPremium · ook: Hellend dak, schuin dak, kap, pannendak, zadeldak, schilddak
Een hellend dak is een dak met een zodanige helling dat het water er door de zwaartekracht afloopt. Bij renovatie draait vrijwel alles om één ding dat je na afloop niet meer kunt zien. Een hellend dak in Nederland is een geventileerde constructie: er hoort een doorlopende luchtspouw boven de isolatie te lopen, van de dakvoet tot de nok. Wordt die spouw ergens dichtgezet — door isolatie tot tegen het beschot, door een dichtgesmeerde nok of door een vogelschroot dat is dichtgekit — dan condenseert het vocht in de constructie. Dat gaat jaren goed en komt dan als houtrot naar buiten.
- HeipaalPremium · ook: Heipaal, paal, funderingspaal, prefab betonpaal, houten paal, schroefpaal
Een heipaal is een paal die in de grond wordt gebracht om de last van een gebouw over te brengen naar een draagkrachtige laag. In grote delen van Nederland ligt onder de woningen een laag veen en klei die niets draagt; het gebouw staat op palen die tot in het zand reiken. Bij oude panden zijn dat houten palen, en die hebben een eigenschap die alles bepaalt: hout onder water blijft eeuwen goed, hout boven water rot weg. Een dalende grondwaterstand is daarmee de belangrijkste bedreiging voor honderdduizenden Nederlandse woningen — en het is een probleem dat je binnen niet ziet aankomen.
- HeienPremium · ook: Heien, heiwerk, palen slaan, funderen op palen, rammen
Heien is het de grond in slaan van palen tot een draagkrachtige laag. De schade van heien ontstaat zelden bij de paal. Trillingen planten zich door de grond voort en veroorzaken zetting en scheuren bij omliggende panden — vaak op tientallen meters afstand. Dat is de reden dat er vóór aanvang een vooropname hoort te zijn: een vastlegging van de bestaande scheuren bij de buren, zodat later valt vast te stellen wat er nieuw bij is gekomen. Wie die opname mist, staat achteraf met lege handen.
- Hart-op-hartafstandPremium · ook: Hart-op-hartafstand, hart-op-hart-afstand, hartafstand, tussenafstand, steek
De hart-op-hartafstand is de afstand tussen het midden van het ene element en het midden van het volgende, gemeten haaks op de richting waarin die elementen lopen. Je gebruikt hem bij balken, spanten, regels, panlatten en wapeningsstaven. Hij bepaalt hoeveel belasting elk afzonderlijk element te dragen krijgt.
- HanenbalkPremium · ook: Hanenbalk, haanhout, kehlbalk, collar, koppelbalk, dwarsbalk
Een hanenbalk is de horizontale balk die twee tegenover elkaar staande dakvlakken op enige hoogte met elkaar verbindt. Hij zit vrijwel altijd precies daar waar je hem niet wilt hebben: op ooghoogte op de zolder, midden in de ruimte die je wilt gebruiken. En hij is er om één reden — hij houdt de twee dakvlakken tegen elkaar — die je niet ziet en die pas blijkt als hij weg is.
- HanebalkPremium · ook: Hanenbalk, hanebalk
De hanebalk is de horizontale balk die twee spantpoten met elkaar verbindt, hoger dan de voet van het spant. Hij houdt de spantpoten bij elkaar en voorkomt dat het dak de muren naar buiten drukt. Voor bewoners is hij vooral bekend als de balk die op zolder op hoofdhoogte hangt en die het gebruik van de ruimte bepaalt.
- HandvormsteenPremium · ook: Handvormsteen, handvorm, handvormbaksteen, vormbaksteen
Een handvormsteen wordt gemaakt door klei in een met zand bestrooide vorm te werpen, waardoor een onregelmatig oppervlak en een levendige kleur ontstaan. Hij is duurder en onregelmatiger dan een strengperssteen, en dat is precies waarvoor hij wordt gekozen.
- HalfsteensverbandPremium · ook: Strekkenverband met halve verspringing, halfsteensverband
Halfsteensverband is het verband waarin elke laag uitsluitend uit strekken bestaat en elke volgende laag een halve steen verspringt. Het is het eenvoudigste en meest gebruikte verband in de moderne Nederlandse woningbouw. Het wordt vrijwel altijd toegepast in het buitenblad van een spouwmuur, waar het metselwerk niet draagt maar wel het beeld bepaalt.
- HalfsteensmuurPremium · ook: Halfsteensmuur, halfsteensverband bij het verband, buitenblad bij een spouwmuur.
Een halfsteensmuur is een muur van één steen dik, gemeten over de breedte van de steen. Bij waalformaat is dat ongeveer honderd millimeter. Het is de standaarddikte van het buitenblad van een spouwmuur en van veel binnenwanden. De muur is niet dragend tenzij hij daarvoor is berekend, en dat is een misverstand met gevolgen.
- HalfhoutsPremium · ook: Halfhouts, halfhoutse verbinding, overblatting, halfhoutsverbinding, halve lip
Halfhouts is een houtverbinding waarbij uit beide delen de helft van de dikte wordt weggenomen. De verbinding is populair omdat hij eenvoudig te maken is, en juist die eenvoud verhult wat hij kost. Beide delen zijn op de verbinding nog maar half zo dik, en dus is de verbinding het zwakste punt van de hele constructie. De sterkte komt daar niet uit het hout maar uit wat je erbij zet: lijm, schroeven of bouten. Wie een halfhoutse verbinding op sterkte gebruikt zonder die toevoeging, bouwt zijn zwakke plek precies op de plaats waar de krachten samenkomen.
- HakbeitelPremium · ook: Hakbeitel, koudbeitel, steenbeitel, breekbeitel, burijn
Een hakbeitel is een massieve stalen beitel met een geharde, korte snede, bedoeld om met een zware hamer steen, beton, metselwerk of metaal te bewerken. Waar een houtbeitel snijdt, splijt een hakbeitel. Hij werkt door een schokgolf in het materiaal te zetten, en dat betekent dat de slagrichting en het aanzetpunt het resultaat bepalen — niet de kracht van de slag.
G
- GrondkeringPremium · ook: Grondkering, keerwand, keermuur, kerende constructie
Een grondkering is een constructie die een hoogteverschil in het terrein vasthoudt en voorkomt dat de grond eraf zakt. Het is een van de weinige tuinconstructies waarbij een verkeerde inschatting tot bezwijken leidt. Grond weegt ongeveer achttienhonderd kilo per kubieke meter en duwt zijdelings met een kracht die met de hoogte kwadratisch toeneemt. Een keermuurtje van veertig centimeter is een stapelklus; dezelfde muur van anderhalve meter is een constructie die berekend moet worden.
- GordingenkapPremium · ook: Gordingenkap, gordingendak, pfettendak, kepersporenkap
Een gordingenkap is een dakconstructie waarbij horizontale gordingen de dakbelasting opvangen en afdragen naar spanten of naar de kopgevels, met daarop schuine kepers die het dakvlak vormen. Het verschil met een sporenkap zit in wie het werk doet. Bij een sporenkap doen de sporen het samen met de hanenbalken en het beschot; bij een gordingenkap doen de gordingen het en overbruggen de kepers alleen de afstand daartussen. Dat maakt de gordingenkap minder gevoelig voor plaatselijke ingrepen en het maakt de zolder vrij van hanenbalken — de reden dat hij bij naoorlogse woningbouw de standaard werd.
- GordingPremium · ook: Gording, dakgording
Een gording is een balk die evenwijdig aan de nok loopt en die de kepers of de dakplaten draagt. Zij rust op de spanten of op de bouwmuren. Bij een gordingenkap zijn de gordingen het onderdeel dat de overspanning verzorgt, en doorbuiging ervan is de meest zichtbare vorm van veroudering in een dak.
- GootklosPremium · ook: Gootklos, klos, gootdrager, kraagsteen, modillon
Een gootklos is een kort houten of stenen blok dat uit de gevel of van de muurplaat uitkraagt en waarop de goot rust. Het is een klein onderdeel met een grote taak: hij draagt het volle gewicht van de goot inclusief het water erin, hij bepaalt de hoogte en de helling van de goot, en hij zit op de natste plek van de hele gevel. Als de gootklossen het opgeven, zakt de goot — en dan begint alles wat daarna misgaat.
- GlasvezelPremium · ook: Glasvezel, glasfilament, glasdraad
Glasvezel is glas dat tot dunne draden is getrokken. In die vorm is het buigzaam, sterk op trek en ongevoelig voor rot en roest. In de bouw zit het in isolatie, in wapeningsweefsel onder stucwerk, in behang en in producten van glasvezelversterkte kunststof.
- GietbouwPremium · ook: Gietbouw, gegoten bouw, in het werk gestort beton, ter plaatse gestort beton.
Gietbouw is een bouwmethode waarbij de dragende wanden en vloeren op de bouwplaats zelf in bekisting worden gestort. Het resultaat is een gebouw uit een stuk beton, waarin vrijwel elke binnenwand meedraagt. Dat maakt de woning stevig en stil, en het maakt doorbreken en verbouwen ingewikkelder dan in een woning met gemetselde binnenwanden.
- GewelfPremium · ook: Gewelf, welfsel, gemetselde overkapping
Een gewelf is een gebogen constructie van metselwerk of beton die een ruimte overkapt en de belasting via druk naar de steunpunten brengt. Het bijzondere is dat metselwerk vrijwel geen trek kan opnemen maar uitstekend druk. Een gewelf buigt die belasting zodanig om dat er alleen nog druk overblijft. Daardoor kon men eeuwenlang grote ruimten overspannen met een materiaal dat op zichzelf niets kan dragen zodra je het buigt — en daardoor is een gewelf ook onmiddellijk kwetsbaar zodra de steunpunten wijken.
- GevolgklassePremium · ook: Afgekort GK1, GK2 en GK3 in de Wkb, en CC1 tot CC3 in de Eurocode
De gevolgklasse deelt bouwwerken in naar de gevolgen wanneer er iets misgaat. Zij bepaalt onder de Wet kwaliteitsborging wie de bouwtechnische toets doet, en in de Eurocode hoe zwaar de constructie moet worden gerekend.
- GeopolymeerbetonPremium · ook: Geopolymeerbeton, alkalisch geactiveerd beton, cementloos beton, AAM-beton
Geopolymeerbeton is beton waarin het portlandcement is vervangen door reststoffen als vliegas of hoogovenslak, die met een alkalische oplossing worden geactiveerd. De milieuwinst is aanzienlijk, en de beperking zit niet in de techniek maar in de normering: er is geen productnorm die het dekt, dus toepassing loopt via gelijkwaardigheid.
- GeluidsbrugPremium · ook: Geluidsbrug, geluidbrug, akoestische brug
Een geluidsbrug is een harde verbinding die twee constructiedelen aan elkaar koppelt die juist los van elkaar hadden moeten blijven. Geluid loopt via die verbinding om de isolatie heen. Eén schroef, één klodder lijm of één stukje dekvloer tegen de muur is genoeg om een dure geluidsisolatie voor een groot deel teniet te doen.
- Gelamineerd houtPremium · ook: Gelamineerd hout, gelijmd gelamineerd hout, lamellenhout, glulam, brettschichtholz
Gelamineerd hout bestaat uit op elkaar gelijmde houtlamellen die alle in de lengterichting lopen, samengevoegd tot een balk of ligger. Het maakt overspanningen en afmetingen mogelijk die met massief hout niet leverbaar zijn, en het is aanzienlijk maatvaster.
- GalvaniserenPremium · ook: Galvaniseren, verzinken, gegalvaniseerd, verzinkt
Galvaniseren is het aanbrengen van een zinklaag op staal om roest tegen te gaan. Het zink beschermt op twee manieren: het sluit het staal af van lucht en water, en het lost bij een beschadiging zelf op in plaats van het staal. Dat laatste maakt de behandeling zo betrouwbaar.
- GalerijvloerPremium · ook: Galerijvloer, galerijplaat, galerijplaten, galerijdek, de galerij
Een galerijvloer is de betonnen vloer van de open buitengang waarlangs de woningen van een galerijflat bereikbaar zijn. Zij draagt de bewoners, de regen en de dooizout, en is bij veel flats uit de jaren vijftig tot zeventig een uitkragende plaat die aan één kant in de constructie is ingeklemd.
F
- FunderingsplaatPremium · ook: Funderingsplaat, plaatfundering, fundatieplaat, vloerplaat
Een funderingsplaat is een doorlopende, gewapende betonplaat onder een heel bouwwerk. Zij verdeelt het gewicht over het volledige grondvlak in plaats van over stroken of palen. De plaat is vaak tegelijk de begane grondvloer. Er zit dan geen kruipruimte onder.
- FunderingsherstelPremium · ook: Funderingsvernieuwing, onderschoeiing
Funderingsherstel is het vervangen of versterken van de fundering onder een bestaande woning. Het gebeurt vanuit de kruipruimte of de begane grond, terwijl het huis blijft staan. Het is ingrijpend, duur en vrijwel altijd noodzakelijk zodra het is vastgesteld.
- FunderingsbalkPremium · ook: Funderingsstrook, poerbalk, sloof, kespen
Een funderingsbalk is de balk die de belasting van de muren opneemt en overbrengt op de palen of op de grond. Hij ligt onderaan de constructie, doorgaans in of net onder de kruipruimte, en hij verdeelt de puntbelasting van palen naar een doorlopende lijn.
- Fundering op staalPremium · ook: Fundering op staal, ondiepe fundering, strookfundering, fundering op vaste grond
Een fundering op staal draagt de last van een gebouw rechtstreeks over op de grond eronder, zonder palen. Zij werkt zolang de draagkrachtige laag dicht onder het maaiveld ligt en de omstandigheden gelijk blijven; verandert de grondwaterstand of droogt de klei uit, dan zakt het gebouw mee.
- FunderingPremium · ook: Fundament, onderbouw
De fundering is het onderste deel van een gebouw dat de belasting van de constructie overbrengt op de bodem. Zij bepaalt of een gebouw recht blijft staan, en zij is het enige bouwdeel dat je na oplevering praktisch niet meer kunt zien.
- Functionele eenheidPremium · ook: Vergelijkingsbasis, prestatie-eenheid, referentie-eenheid.
De functionele eenheid is de afspraak waarover je vergelijkt: welke prestatie twee producten allebei moeten leveren voordat je hun milieubelasting of hun prijs naast elkaar mag leggen. Zonder die afspraak vergelijk je twee dingen die niet hetzelfde doen.
- FrezenPremium · ook: Frezen, uitfrezen, sleuven frezen
Frezen is het wegnemen van materiaal met een roterend snijgereedschap, om een profiel, een sponning of een sleuf te maken. Bij hout gaat het om een bovenfrees; bij metselwerk en beton om een sleuvenfrees voor leidingen. Beide vragen stofbeheersing en beide veroorzaken bij verkeerd gebruik schade die niet te herstellen is.
- FlexwoningPremium · ook: Verplaatsbare woning, tijdelijke woning, modulaire woning, spoedzoekerswoning
Een flexwoning is een geprefabriceerde woning die snel kan worden geplaatst en later weer kan worden verplaatst. Zij wordt ingezet om op korte termijn woonruimte te maken, vaak op een locatie die tijdelijk beschikbaar is.
- FineerbalkPremium · ook: Fineerbalk, gelamineerd fineerhout, LVL
Een fineerbalk bestaat uit dunne fineerlagen die op elkaar zijn gelijmd, waarbij vrijwel alle lagen in de lengterichting lopen. Dat geeft een hoge sterkte bij een slanke doorsnede en een maatvastheid die massief hout niet haalt.
- FaseverschuivingPremium · ook: Thermische faseverschuiving, warmtevertraging, thermische traagheid
Faseverschuiving is de tijd die warmte erover doet om door een constructie heen te dringen. Bij een dak met veel faseverschuiving komt de middagwarmte pas 's avonds laat binnen, wanneer je kunt ventileren. Het is de belangrijkste eigenschap voor zomercomfort.
E
- EurocodePremium · ook: Eurocode, Eurocodes, de EN 199x-reeks
De Eurocodes zijn de Europese normenreeks voor het constructief ontwerp van bouwwerken, met een deel per materiaal en per onderwerp. Ze gelden pas volledig in samenhang met de Nationale Bijlage, waarin elk land zijn eigen waarden invult; die bijlage is bij een grensoverschrijdend ontwerp het punt waar het misgaat.
- EpoxyPremium · ook: Epoxy, epoxyhars, tweecomponentenhars, 2K-epoxy
Epoxy is een tweecomponentenhars die uithardt door een chemische reactie tussen hars en verharder, in een exact voorgeschreven mengverhouding. De sterkte en de chemische bestendigheid zijn hoog; de verwerkingstijd na mengen is kort en de mengverhouding luistert nauw.
- EntresolPremium · ook: Entresol, tussenverdieping, mezzanine, vide-vloer, insteekverdieping.
Een entresol is een tussenverdieping die niet over de volle oppervlakte doorloopt, waardoor er een deel met dubbele hoogte overblijft. In woningen komt het voor bij lofts, bij verbouwde bedrijfspanden en bij woningen met een hoge zolder. Het is een aantrekkelijke manier om ruimte te winnen, maar de eisen aan hoogte, trap en brandveiligheid zijn bepalend voor de haalbaarheid.
- Embodied carbonPremium · ook: Embodied carbon, materiaalgebonden uitstoot, grijze energie
Embodied carbon is de broeikasgasuitstoot die vrijkomt bij het winnen, produceren, transporteren, bouwen, onderhouden en slopen van een gebouw. Het is alles behalve het energieverbruik tijdens het gebruik. Naarmate woningen energiezuiniger worden, neemt het aandeel van deze uitstoot toe: bij een nieuwe, goed geïsoleerde woning is het inmiddels vaak groter dan de uitstoot van het gebruik over de hele levensduur.
Toon 128 begrippen meer251 van 379 getoond
Wat staat hier?
- Wat staat er in een begrip?
- Wat het is, waar je het tegenkomt en hoe je het herkent — altijd vrij te lezen. De hoofdstukken daarachter, over kosten, regelgeving, onderhoud en veelgemaakte fouten, horen bij een abonnement.
- Wat betekent het label Premium?
- Dat er achter de korte omschrijving meer staat. De term zelf en wat hij betekent zijn nooit afgeschermd; een woordenboek dat je de betekenis onthoudt is geen woordenboek.
- Waarom staan er synoniemen bij?
- Omdat het vak twee of drie woorden voor hetzelfde heeft en een offerte zelden het woord gebruikt dat jij kent. De zoekbalk hierboven zoekt ook in die synoniemen.
Verder kijken
Kennisbank
Naslag met hoofdstukken, om in te zoeken
477 artikelen
Gebreken
Zoek op wat je ziet
226 gebreken
Vraag en antwoord
Vragen zoals ze gesteld worden
456 vragen