KennisGebreken
Wat staat hier?Zoek op wat je ziet, niet op wat het is. Per verschijnsel: waar het vandaan kan komen, hoe ernstig het is, en wat de eerstvolgende stap is.
Sorteren:Oudste eerst
in zeven groepen — wat de kleuren betekenen
Uitgelicht
- sanitair
Kalkaanslag en hard water
Witte korst op de douchekop, op de kraanuitloop en op de glazen douchewand. Een waterkoker die van binnen wit is. Doffe plekken op tegels en op roestvrij staal die je er niet af krijgt. Wasgoed dat stug aanvoelt. Wat je niet ziet, is de kalk in de leidingen, in de boiler en op de warmtewisselaar van de ketel — en dat is waar het geld zit.
- Bouwdeel
- Water en riolering
- Ruimte
- Badkamer
1× bekeken
81 van 226 gebreken
- gevel
Houtrot in kozijnen
De verf bladdert of barst open, meestal onderaan het kozijn of in een hoek. Daaronder zit hout dat donker verkleurd is en dat zacht aanvoelt. Duw je er met een schroevendraaier in, dan zakt hij weg zonder weerstand. Het begint vrijwel altijd op dezelfde plekken: de onderdorpel, de onderste hoekverbindingen, en het punt waar het kozijn in het metselwerk staat. Dat zijn de plaatsen waar water blijft staan.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
2× bekeken
- dak
Houtrot in de dakkapel
Afbladderende verf op de zijwangen van de dakkapel, meestal het eerst onderaan waar de wang op het dakvlak staat. Zachte plekken in het houtwerk van de boeiboord of de onderdorpel van het raam. Zwarte verkleuring rond de aansluiting met de dakbedekking. Een kozijn dat is gaan werken en waarvan het raam klemt. Aan de binnenkant: een vochtplek in de hoek van het schuine plafond, of schimmel achter een kast op zolder. De plek waar het begint is bijna altijd dezelfde: de onderste tien centimeter van de wangen en de aansluiting op het dak. Daar staat water, daar spat regen op, en daar wordt bij het schilderen het minst goed bijgekomen.
- Bouwdeel
- Dak
- Ruimte
- Zolder
2× bekeken
- veiligheid
Houtrook van een haard of kachel
Je ruikt rook in huis terwijl je zelf niet stookt. Meestal aan het begin van de avond, in het stookseizoen, en het sterkst bij windstil en mistig weer. De lucht komt binnen via een ventilatierooster, via een kier bij het kozijn, of via de mechanische toevoer; soms hangt hij in het beddengoed en in gordijnen zonder dat je hem in de tuin ruikt. Er is een tweede vorm die anders is en die veel ernstiger kan zijn: rook of verbrandingslucht uit je eigen toestel. Een haard die terugslaat, een kachel die bij het openen rook de kamer in laat, of een geur die met de wind wisselt. Bij een eigen toestel gaat het niet alleen over hinder maar over verbrandingsgassen in de woning. Het onderscheidende kenmerk: de geur is die van verbrand hout of van roet, en hij komt op vaste tijden terug. Dat patroon is bijna altijd naar één schoorsteen te herleiden, en dat is wat de aanpak bepaalt.
- Bouwdeel
- Schoorsteen
- Ruimte
- Woonkamer
1× bekeken
- gevel
Groene aanslag en mos op gevel en dak
Een groene of zwarte waas op de gevel, meestal op de noord- of oostzijde. Mos tussen de dakpannen of op het platte dak. Groene aanslag op de bestrating en op houtwerk, glad bij regen. Kijk waar het niet zit. Het patroon — wél op de ene zijde, niet op de andere — vertel je waar het huis lang nat blijft, en dat is de eigenlijke informatie.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- vocht
Doorslaand vocht door de gevel
Een vochtplek op de binnenmuur die verschijnt na een periode met regen en wind uit dezelfde hoek, en die daarna weer wegtrekt. De plek zit vaak hoger op de muur dan bij optrekkend vocht en hij zit aan de kant waar de regen op staat — in Nederland meestal het zuidwesten. Buiten zie je een gevel die na regen lang donker blijft, soms met groene aanslag op de natte vlakken. Het onderscheidende kenmerk: de plek komt en gaat met het weer. Dat is het bewijs dat de bron buiten zit en niet in de grond of in de lucht binnen.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- constructie
Doorgezakt dakoverstek en doorbuigend dakterras
Aan het overstek: een boeiboord dat aan de buitenrand lager ligt dan bij de gevel, een golvende onderkant, een goot die naar het midden of naar één kant afloopt en overloopt bij regen, open naden tussen het overstek en de gevel, scheuren in het plafond van het overstek, en bij een houten overstek verkleurd, gescheurd of zacht hout aan de onderzijde. Aan het dakterras: een vloer die in het midden lager ligt, plassen die na regen blijven staan, tegels die wippen of bol staan, vlonderdelen die niet meer vlak liggen, een hekwerk dat uit het lood staat, en een aansluiting op de gevel of de deur die open staat of lekt. Onder het dakterras: een plafond dat doorhangt, scheuren op de naden van dakplaten of langs de wanden, vochtplekken, en een deur of raam eronder die klemt. In de tijd: een overstek dat na een dakrenovatie met isolatie of een nieuwe goot is gaan zakken; een terras dat na het leggen van tegels, plantenbakken of een jacuzzi doorhangt. Aan de belasting: een dakterras met zware tegels op tegeldragers, grote plantenbakken, een buitenkeuken of een hottub op een dak van een aanbouw uit de jaren zeventig.
- Bouwdeel
- Dak
- Ruimte
- Dakterras
1× bekeken
- installaties
Cv-installatie verliest druk
De waterdruk op het display of de manometer van de cv-ketel zakt. Bij een koude installatie hoort die tussen ongeveer 1,5 en 2 bar te staan; zakt hij onder de 1 bar, dan slaat de ketel af of gaat hij in storing. Je vult bij, en na een week of een maand staat hij er weer. Vaak in combinatie met radiatoren die aan de bovenkant koud blijven en een borrelend geluid in de leidingen. Het onderscheid dat de zoektocht stuurt: verliest hij druk alleen tijdens het stoken, of ook als de installatie uitstaat? Zakken bij stilstand wijst op een lek. Alleen zakken tijdens stoken wijst op het expansievat.
- Bouwdeel
- Installaties
2× bekeken
- dak
Craquelé, krimp en plooien in bitumen dakbedekking
Craquelé: een fijn netwerk van scheurtjes in de toplaag, als gebarsten klei, vooral op plekken waar de zon het hardst op staat en waar geen ballast of leislag meer ligt. De bedekking voelt hard en bros aan en kruimelt bij buigen. Krimp: de banen zijn korter en smaller geworden; de overlap tussen twee banen staat open of is in spanning, de bedekking trekt van de opstand of de dakrand weg en er ontstaat een spleet bij de kim, de hoek tussen dak en opstand. Bij de dakrand ziet u dat de bedekking omhoog wordt getrokken. Plooien: regelmatige, evenwijdige ribbels in de baanrichting of dwars erop, soms alleen zichtbaar in de ochtend als het dak koud is, soms blijvend. Plooien op de naden van de onderliggende isolatieplaten tekenen de plaatverdeling af; plooien in een baan wijzen op een bedekking die is verschoven of niet gehecht.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- gevel
Craquelé en afschilfering van geglazuurde baksteen en tegels
Craquelé: een fijn netwerk van haarscheurtjes in het glazuur, als gebarsten ijs, over de hele steen of tegel of in zones; vaak met vuil in de scheurtjes waardoor het netwerk donker aftekent. Afschilfering: glazuur dat in schubben of vlokken loslaat, met een dofrode, gele of witte kern eronder die water opneemt en verkleurt; randen van stenen en tegels die het eerst kaal worden. Uitzetting: stenen of tegels die bol staan, voegen die zijn kapotgedrukt of open staan, een rij die uit het vlak komt; witte uitbloei in de voegen en op de kale kern. Vlekken en verkleuring: doffe plekken, kleurverschil tussen stenen, bruine of groene aanslag in het craquelé, en roestpuntjes uit de kern. Plaats: het meest bij plinten, onder dorpels en raambanken, bij de goot, in een portiek waar het water blijft staan en op de noord- en westzijde; binnen bij tegels achter een gootsteen of in een badkamer waar water achter de tegel komt.
- Bouwdeel
- Gevel
2× bekeken
- schade
Coatingschade op aluminium kozijnen en gevelplaten
Haarfijne, kronkelende lijntjes onder de laklaag van een aluminium kozijn, gevelpaneel, dakrand of balkonhek. Ze lopen als draadjes weg van een kras, een boorgat of een snijkant, en ze zijn ongeveer een halve millimeter breed. Langs die draden staat de coating bol of komt hij in schilfertjes los; eronder zit wit poederig materiaal. Daarnaast komen andere beelden voor: doffe, krijtende lak, putjes in het oppervlak, of aantasting precies op de plek waar aluminium een ander metaal raakt. Let op de onderdorpels en de zuid- en westzijde. Daar is het oppervlak het vaakst nat en daar begint het.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- dak
Bruine en witte uitslag op bitumen dakbedekking en onder lood
Op de bitumen: bruine, gele of roestkleurige vlekken en strepen die vanaf de overlappen naar de afvoer lopen of in vlakken liggen waar het water blijft staan; een bedekking die op die plekken dof en ruw is geworden of gebleekt; bij een dak met leislag een verkleuring van het grind. Onder lood en zink: een witte, poederige of kristallijne laag op het lood zelf, witte strepen die vanaf de loodslabbe over de opstand, de gevel of de bedekking lopen, en witte vlekken op het metselwerk onder een loodstrook of een zinken afdekking; bij nieuw lood het duidelijkst in het eerste jaar. Op de gevel: witte strepen onder loodslabben boven ramen en bij de aansluiting van een aanbouw, en een witte waas op het metselwerk onder een zinken muurafdekking. Aan de afvoer: bruin of wit gekleurd water in de vergaarbak en op de bestrating onder de afvoer. Wat je niet ziet: geen blazen, geen scheuren, geen open naden en geen lekkage binnen; zit dat er wel, dan is de uitslag niet het onderwerp.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- algemene ruimten
Breuk in een glazen vloerafdekking of glazen vloerdeel
Een ster of een spinnenwebpatroon in het glasoppervlak, vaak met een klein indrukpunt in het midden. Een enkele rechte barst die van rand tot rand loopt. Dat wijst eerder op een spanningsbreuk dan op een klap. Melkwitte of grijzige verkleuring tussen de glaslagen, meestal beginnend bij een hoek of langs de rand. Dat is de tussenlaag die vocht heeft opgenomen. Een paneel dat veert onder uw voet of dat klappert als iemand er overheen loopt. Dat hoort u vaak eerder dan u het ziet. Een antislipopdruk die op de looplijn is weggesleten, zodat er een glad spoor midden over het paneel loopt.
- Bouwdeel
- Vloer
- Ruimte
- Balkon
1× bekeken
- dak
Blazen en bobbels in de dakbedekking
Bobbels in het dakvlak van een plat dak: ronde blazen van een handpalm groot, of langgerekte plooien langs een naad. Bij warm weer staan ze bol en veerkrachtig; in de winter zakken ze in. Soms zitten er scheurtjes bovenop een blaas, en dan is er een weg naar binnen. Onderscheid blazen van plooien. Een blaas is rond en zit midden op het vlak: daar zit lucht of vocht onder de bedekking. Een plooi is langgerekt en volgt een naad of een rand: daar heeft de bedekking gewerkt of is hij verschoven.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- dak
Barsten, roestvlekken en schade aan een leien dak
Aan de leien: barsten in de lengte of dwars, hoeken die zijn afgebroken, leien die uit het vlak steken of zijn afgeschoven en de lei erboven ontbloten, roestbruine vlekken, druppels en strepen die van een lei naar beneden lopen, een oppervlak dat schilfert of poederig aanvoelt, en bij kunstleien een vervaagd, ruw en soms groen oppervlak met afgebrokkelde randen. Aan de bevestiging: roestige nagels of haken die zichtbaar zijn bij afgeschoven leien, haken die zijn gebroken, en leien die klepperen bij wind. In de goot en op de grond: stukken lei, roestige haken en leigruis na een storm. Binnen: vochtplekken op de zolder of in de dakkapel onder de kapotte leien, en bij een dak zonder folie druppels bij stuifsneeuw. Aan het dak als geheel: golvingen waar de panlatten of het beschot zijn gaan werken, en een dak dat ouder is dan vijftig jaar met de oorspronkelijke bevestiging.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- veiligheid
Asbestverdacht materiaal in de woning
Golfplaten op een schuurdak of een garage, grijs en verweerd, vaak met mos. Vlakke, harde platen achter de cv-ketel, in een meterkast, als schuurwand of als plafondplaat. Een oude vinylvloer met een zwarte, viltachtige laag eronder. Een oud rioolstuk of ventilatiekanaal van hard grijs materiaal. Bloembakken en gevelbeplating van dezelfde grijze plaat. Er is geen kenmerk waarmee je asbest met het blote oog vaststelt. De vuistregel is de bouwperiode: materiaal dat vóór 1994 is aangebracht, kan asbest bevatten; daarna niet. Alles daarbinnen heet asbestverdacht, en verdacht betekent: behandelen alsof het zo is, totdat een laboratorium iets anders zegt.
- Bouwdeel
- Installaties
1× bekeken
- dak
Afschilferende of kapotgevroren dakpannen
Aan de pannen: een oppervlak dat in dunne schubben loslaat en een ruwe, lichtere kern toont; afgesprongen glazuur in vlekken; afgebroken hoeken, randen en neuzen; pannen die in de lengte gebarsten zijn en pannen die dof, poederig of groen zijn. Op de grond en in de goot: scherven en schubben, zand van de pannen en een goot die sneller vol zit. Aan het dak: schilfering vooral aan de noordzijde, onder bomen, bij de goot en op flauwe dakdelen waar het water langzaam wegloopt; mos in de sluitingen en op de pannen; plekken waar meerdere pannen tegelijk zijn aangetast. Binnen: bij een dak zonder folie vochtplekken op de zolder onder de kapotte pannen, en bij een dak met folie water op de folie dat bij de goot uitkomt. Bij een geglazuurd dak: vlekken waar het glazuur weg is en de klei eronder water opneemt en verkleurt.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- gevel
Afbladderende verf op een geschilderde gevel
Blazen in de verf die bij drukken openbreken en vocht of poeder tonen, schilfers en vellen die loslaten met de toplaag van het pleisterwerk of een dun laagje steen eraan, kale plekken met een grijze of witte, poederige ondergrond, en op de kale plekken vaak witte uitbloei of alg. Het patroon: onderaan de gevel tot een halve meter of een meter boven het maaiveld, in banen onder een lekkende goot of naast een regenpijp, onder raamdorpels, rond een aanbouw waar een dak op de gevel aansluit, en aan de noord- en westzijde meer dan aan de zuidzijde. Bij een gevel die kort geleden is geschilderd: blazen binnen enkele maanden, vaak na de eerste warme dagen, verspreid over vlakken die niet droog waren.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- onderhoud
Afbladderend buitenschilderwerk
Verf die loskomt van het houtwerk: als blaren, als schollen, of als een fijn poeder dat op je hand blijft zitten als je erover wrijft. Meestal begint het op de zuidwestzijde, op de onderdorpels en op de kopse kanten van het houtwerk. Kijk wat eronder zit. Kaal maar hard hout is één situatie; donker, zacht hout is een andere en veel duurdere.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
3× bekeken
- dak
Aangetaste, opbollende of verzakte zinken goot
Opbollen: de gootbodem staat op een of meer plekken omhoog als een golf, meestal midden in een lange goot, en de soldeernaden ernaast zijn gescheurd of gebarsten. In de zomer is het erger dan in de winter. Aantasting: witte tot grijze, poederige aanslag op de bodem met daaronder putjes, en uiteindelijk gaatjes; vaak in een baan waar water van het dak op de goot valt of waar bitumen, een koperen leiding of een bepaald type dakpan het zink raakt. Bij daken met leipannen en bij dakbedekking van gemodificeerd bitumen komt dit veel voor. Verzakking: de goot hangt op één plek lager, water blijft staan na regen, er ligt bezinksel en mos, en bij vorst tilt het ijs de naden op. Aan de gevelkant lekt het langs de muur, zonder zichtbare scheur, omdat het water over de achterrand loopt.
- Bouwdeel
- Dak
2× bekeken
- gezondheid
Muizen of ratten in de woning
Keutels achter in een keukenkastje, in een lade of langs een plint. Knaagsporen aan een verpakking, aan een plint of aan een leiding. Geritsel achter de plint, boven het plafond of onder de vloer, vooral 's avonds en 's nachts. Een muffe, scherpe ammoniakgeur in een kast die niet weggaat. Bij ratten zijn de sporen groter en zie je vaker een looppad: een vettige veegstreep langs een muur, gaten in de tuin bij de riolering of langs de gevel, en soms een graafgang onder een terras. Ratten in een woning komen bijna altijd van beneden en muizen van opzij. Het onderscheidende kenmerk: er is een spoor, en dat spoor wijst naar een opening. Bij dit gebrek is het bestrijden nooit de oplossing en het dichten wel; wat je ziet is niet het dier maar de weg die het heeft gevonden.
- Bouwdeel
- Gevel
- Ruimte
- Keuken
2× bekeken
- dak
Losse of verschoven nokvorsten
De rij vorsten op de nok van het dak ligt niet meer recht. Een of meer vorsten staan schuin, er zit een spleet tussen twee vorsten, of er ligt een stuk specie op het dakvlak of in de goot. Vanaf de straat zie je een golvende noklijn in plaats van een rechte. Soms is een vorst helemaal verdwenen en kijk je in het gat. Binnen op zolder merk je het aan tocht langs de nok, aan een streep licht die je eerder niet zag, en na een bui aan natte plekken op het dakbeschot of op de isolatie precies onder de nok. Het onderscheidende kenmerk: de schade zit op de hoogste lijn van het dak en is van de straat te zien. Dat is ook de reden dat dit gebrek zo vaak jaren blijft liggen — niemand komt er, en er is meestal geen lekkage die dwingt.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- gevel
Losse of gevlekte natuurstenen gevelplaten en plinten
Bij loskomen: een plaat die hol klinkt bij tikken, iets naar buiten staat of verschoven is ten opzichte van de buren, open of gescheurde voegen rondom, roestwater uit een voeg, en in het ergste geval een plaat die is gevallen en een kale plek met roestige ankers. Bij vlekken: donkere vochtvlekken die na regen blijven, gele of roestbruine verkleuring vanuit de voegen of vanuit het midden van de plaat, witte uitbloei aan de randen, groene alg op de noordzijde, en bij plinten een donkere zone onderaan die omhoog trekt. Bij afschilfering: een plaat waarvan de toplaag in schubben loskomt, vooral bij leisteen, zandsteen en sommige kalkstenen, of een plaat met scheuren door vorst. Bij bijzondere steensoorten zoals wit marmer of blauwe hardsteen: een plaat die opbolt of kromtrekt, of een plaat met zwarte aders en vlekken die uit de steen zelf komen.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- afwerking
Loslatende verf en plamuur op gipsblokken, beton en metalen leidingen
Op gipsblokken en cellenbeton: verf en plamuur die in vellen loskomen met een witte, poederige laag eraan, zichtbaar bij de kopse kanten van blokken en op de lijmvoegen; blazen die openbreken en een kale, krijtende ondergrond tonen; de nieuwe laag die er zonder moeite met een krabber af gaat. Op beton: blazen en schilfers op een gladde betonnen wand, een plafond of een trap, vaak in vlakken waar de bekisting glad was; een glimmende of vettige ondergrond onder de losse verf; roestpuntjes waar de wapening dicht onder het oppervlak zit. Op metalen leidingen en radiatoren: verf die in ringen of vellen bladdert, roest onder de verf, verf die zacht en kleverig wordt als de verwarming aan staat, en op verzinkte buizen verf die als een film loskomt. Op luchtkanalen en stalen kozijnen: verf die in grote vellen loslaat met een glad, glimmend metaaloppervlak eronder. In de tijd: loslaten binnen weken na het schilderen is de voorbehandeling; loslaten na jaren op één plek is vocht of warmte.
- Bouwdeel
- Binnenwand
2× bekeken
- onderhoud
Loslatende of ingesnoerde beglazingskit
Aan de buitenzijde, onderaan de ruit: een kitvoeg die van het glas of van het hout is losgelaten, met een donkere spleet erachter; een voeg die is ingezakt en hol staat; een gebarsten, harde voeg met scheurtjes; of een kitlint dat los uit de sponning hangt. Vaak groen van alg of zwart van schimmel. Bij isolatieglas: een randverbinding die zichtbaar is geworden doordat de kit weg is, soms met een zwarte of grijze massa die zacht is en uitpuilt. Beslaan tussen de bladen volgt vaak binnen enkele jaren. Bij houten kozijnen: verf die rond de kitvoeg opbolt of loslaat, en een onderdorpel die bij drukken zacht is. Bij kunststof en aluminium: kit die van het profiel is losgelaten, glaslatten die niet meer aansluiten. Aan de binnenzijde: soms een vochtplek of schimmel in de hoek van de vensterbank onder de ruit.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
1× bekeken
- veiligheid
Losgeraakte panelen in een glazen overkapping of lichtstraat
Van onderaf: een paneel dat scheef in het profiel ligt, een naad die aan de ene kant breed is en aan de andere kant dicht, een streep daglicht waar die eerder niet zat, en glas dat rammelt of tikt bij wind. Bij de randen en de hoeken: een opstaande paneelrand die met de vingers licht beweegt, een klemprofiel dat aan het uiteinde omhoog staat, een schroef die is uitgetrokken of ontbreekt, en een afdekkap die is weggewaaid zodat de bevestiging bloot ligt. In de kitnaad: kit die hard is geworden, gescheurd, of die van het glas is losgelaten. Kit die de enige verbinding vormt, is altijd een bevinding. Aan het metaal: verbogen klemprofielen, roestsporen rond de schroefkoppen, gescheurde aluminium klemmen bij het boorgat en rubbers die zijn uitgehard of uit de sponning gekropen. Op de grond eronder: glassplinters, stukjes rubber, afgevallen afdekkapjes en losse schroefjes. Dat is vaak het eerste wat een bewoner meldt.
- Bouwdeel
- Dak
- Ruimte
- Balkon
1× bekeken
- dak
Losgekomen dakbedekking bij dakrand of opstand
Bij de dakrand: de bedekking is van de daktrim of de dakrandafwerking losgekomen, staat omhoog, klappert, of hangt over de rand naar buiten. De trim zelf zit los, is verbogen of ontbreekt over een stuk; de schroeven zijn uitgetrokken. Bij een opstand tegen een muur of een dakkapel: de bedekking is van de opstand gezakt of gescheurd bij de bovenrand, de kimstrook staat los, en er is een spleet tussen bedekking en muur. Vaak ziet u een oude kitrand die het niet meer houdt. In de kim, de hoek tussen dak en opstand: de bedekking is losgetrokken uit de hoek en staat als een brug los van de ondergrond; erachter zit lucht. Na een storm: stukken bedekking in de tuin of bij de buren, en een dakvlak dat aan één kant vrij ligt.
- Bouwdeel
- Dak
2× bekeken
- gemeenschappelijk eigendom
Lekkende voegen tussen galerij- en balkonplaten
Aan de onderzijde van de galerij of het balkon: natte plekken en strepen langs een rechte lijn, witte kalkaanslag, druipsporen en bij vorst ijspegels. Bij de woning eronder soms vochtplekken op de wand achter de galerij of op het plafond van een uitkragend balkon. Bovenop: de voeg tussen twee platen is gescheurd in de lengte, ligt hol of is opgebold, laat los van de plaatrand of ontbreekt over een stuk. Vaak ziet u ook een afgebrokkelde plaatrand, een hoogteverschil tussen twee platen of een tegelvloer waarvan de voeg over de plaatnaad is doorgetrokken. De lekkage volgt de naad. Waar de natte streep onder zit, zit boven de voeg die open staat, al kan het water eerst een halve meter langs de plaatrand lopen.
- Bouwdeel
- Balkon en galerij
- Ruimte
- Galerij
2× bekeken
- dak
Lekkende stadsuitloop en spuwer bij een plat dak
Op de gevel onder de uitloop: een donkere natte baan die na regen lang blijft, witte uitbloei, groene alg en mos, kapotgevroren stenen en uitgesleten voegen, en bij een spuwer een waaier van vocht onder de uitloop. Aan de uitloop: een plakplaat die los is van de dakbedekking, een uitloop waar water omheen blijft staan, een pijp door de dakrand met een kier in het metselwerk eromheen, roest bij een stalen of gietijzeren uitloop, en een spuwer die te kort is en het water op de gevel of de stoep laat vallen. Aan de vergaarbak en de pijp: een bak die overloopt bij een bui, een pijp die bij de bovenste aansluiting lekt of los zit, een bak vol blad, en een pijp die onderaan naast de gevel uitmondt. Op het dak: water dat bij de uitloop blijft staan, blad en grind in de uitloop, een bladvanger die ontbreekt, en een noodoverloop die sporen van gebruik toont. Binnen: een vochtplek in de hoek van het plafond bij de dakrand aan de kant van de uitloop, en vocht op de binnenzijde van de buitenmuur onder de uitloop.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- gevel
Lekkende of wijkende dilatatievoeg
Een verticale voeg in de gevel die opzettelijk is opengelaten en die met een elastische kit of een profiel is afgedicht — en die nu openstaat, scheef loopt of waar de kit uit hangt. Vaak op de scheiding tussen twee woningen, bij een verspringend gevelvlak, of in een lange gevel om de zoveel meter. Binnen merk je het aan een vochtstreep of een scheur op precies dezelfde plaats. Bij een appartement loopt die streep soms over meerdere verdiepingen door.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- dak
Lekkende naad in zink- of koperwerk
Een druppel of een vochtspoor onder een zinken goot, een zinken dakbedekking of een koperen kilgoot, en bij nader kijken een naad die niet meer dicht is. Je ziet een felsnaad die openstaat, een soldeernaad met een haarscheur erin, of een stuk zink dat is gescheurd op de plek waar het over een rand ligt. Vaak zit er een witte of grijze uitslag rond de naad; bij koper een groene. Kenmerkend is waar het lekt: niet in het midden van een vlak, maar altijd op een verbinding of op een hoek. Zink en koper zelf gaan zestig tot honderd jaar mee. Wat het opgeeft, is de plek waar twee stukken bij elkaar komen of waar het materiaal niet mocht bewegen. Een tweede beeld hoort erbij: een goot of een dakvlak dat er onderaan gaaf uitziet maar aan de bovenzijde vol putjes zit. Dat is niet de naad maar het materiaal, en dat is een ander gebrek met een andere afloop.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- gevel
Lekkende muurafdekking op borstwering of tuinmuur
Op de muur onder de afdekking: donkere natte banen die vanaf de naden tussen de afdekelementen naar beneden lopen, witte uitbloei, afgeschilferde of gebarsten stenen in de bovenste lagen, uitgesleten voegen en mos of alg op de bovenste meter. Bij een borstwering rond een plat dak of een dakterras: dezelfde plekken aan de binnenzijde, een natte dakaansluiting eronder en vochtplekken in de woning onder de borstwering. Aan de afdekking zelf: open of gescheurde voegen tussen betonnen of natuurstenen elementen, een afdekking die vlak ligt of naar de verkeerde kant afloopt, geen overstek of geen druiprand aan de onderzijde, gescheurde kit, een metalen afdekkap waarvan de naden of de hoeken open staan, of een afdekking van mortel die is gescheurd en losgekomen. Bij een stalen of aluminium afdekkap: roest of witte corrosie bij de bevestigingen, kap die is losgekomen bij wind, en vochtplekken onder de naden van de kap.
- Bouwdeel
- Gevel
- Ruimte
- Tuin
1× bekeken
- dak
Lekkend groen dak of daktuin
Binnen: een vochtplek of druppels op het plafond onder het groene dak, vaak na langdurige regen en niet direct na een bui, omdat het substraat het water eerst vasthoudt. De plek verschijnt zelden recht onder het lek. Op het dak: substraat dat na regen dagen nat blijft of onder water staat, planten die afsterven in een zone, onkruid met diepe wortels zoals berk, wilg of braam, een afvoer waarvan de controleschacht vol substraat en wortels zit, een noodoverloop die niet meer zichtbaar is, en een opstand of dakrand waar het substraat tot aan of over de rand ligt. Bij de aansluitingen: begroeiing die tegen de gevel of tegen een dakkapel groeit, een grindstrook langs de rand die vol substraat is gelopen, en loodslabben of opstanden die onder het pakket zijn verdwenen.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- vocht
Lekkage via stortnaden en centerpengaten in een betonnen kelderwand
Een horizontale natte streep op één hoogte rondom de kelder, vaak dertig tot zestig centimeter boven de vloer of halverwege de wand, met kalkuitbloei, roestsporen of druppels die na regen of bij hoog water toenemen. Ronde natte plekken of kegels van kalk op regelmatige afstand van elkaar, in rijen, ter grootte van een munt; soms met een verroeste pen of een prop van mortel zichtbaar. Een natte hoek waar de wand op de vloer staat, over een lengte. Bij een kelder onder een woning: een muffe lucht, plassen na hevige regen, roest aan alles wat van staal is. Bij een parkeerkelder of een berging in een complex: dezelfde patronen over grote lengtes, met kalkgordijnen op de wand. Het water komt niet op willekeurige plekken; het volgt de bouw. Dat is het onderscheid met een scheur door zetting, die schuin of grillig loopt.
- Bouwdeel
- Kelder en kruipruimte
- Ruimte
- Kelder
1× bekeken
- dak
Lekkage rond een dakraam of dakkapel
Een natte plek op de zolder, in de schuine wand of op het plafond, vlak bij een dakraam of langs de zijkant van een dakkapel. Vaak een dag na de bui, en vaker bij wind uit één bepaalde hoek dan bij verticale regen. Soms is het geen plek maar een spoor: een streep op het gipsplaat onder het raam, of een verkleuring in de hoek waar de dakkapel op het dakvlak staat.
- Bouwdeel
- Dak
- Ruimte
- Zolder
1× bekeken
- gevel
Lekkage langs het kozijn
Een natte plek of een streep naast of onder een raamkozijn, aan de binnenkant. Vaak op de vensterbank, soms in de hoek onder het raam, soms een verkleuring die langs de zijkant naar beneden loopt. Het kozijn zelf hoeft er niets aan te mankeren. Bij dit gebrek komt het water er meestal niet doorheen maar eromheen.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
1× bekeken
- dak
Lekkage bij een flauw hellend pannendak
Vochtplekken of druipsporen op het plafond of de zoldervloer die na een storm met regen verschijnen en bij gewone regen wegblijven. Op zolder: natte plekken op het dakbeschot of de isolatie, vooral aan de kant waar de wind op staat, en vaak zonder aanwijsbare kapotte pan erboven. Van buiten: een dak dat vrij vlak ligt, pannen die schoon en heel zijn, en soms mos of vuil in de sluitingen van de pannen. Bij dichte bekijking: een pan die iets omhoog is gedrukt, een korte overlap of stuiknaden waar water tussen kan blijven staan. De lekkage zit zelden waar de plek zit. Water dat onder de pannen komt, loopt over het dakbeschot of de folie naar beneden en komt pas bij een naad, een spijker of een lat naar binnen.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- dak
Lekkage bij de schoorsteen
Een vochtplek op het plafond of tegen de muur op zolder, vlak bij de schoorsteen. Vaak bruin omrand, en hij komt terug na elke flinke regenbui — soms pas een dag later. Op het dak zelf zie je misschien loodwerk dat omhoog is gekomen, of voegen in het gemetselde deel die zijn uitgesleten. De schoorsteen is een van de meest lekkende punten van een dak, en dat komt doordat er een gemetselde constructie dwars door een waterdichte laag steekt.
- Bouwdeel
- Dak
2× bekeken
- dak
Lekkage bij de aansluiting van een plat dak op opgaand metselwerk
Binnen: een vochtplek op het plafond langs de muur waar het dak aansluit, een natte hoek tussen plafond en gevel, een vochtbaan op de binnenzijde van de gevel boven de aanbouw, loslatend behang en schimmel in die hoek, en een plek die na regen met wind op de gevel het ergst is. Buiten aan de opstand: dakbedekking die tegen de muur omhoog loopt maar korter is dan vijftien centimeter, een opstand die van de muur is losgekomen of aan de bovenrand open staat, scheuren of plooien in de opstand in de hoeken, en een kimfixatie die ontbreekt zodat de bedekking in de hoek trekt. Buiten boven de opstand: een loodslabbe die is uitgezakt, gescheurd of ontbreekt, een afdekprofiel dat los zit, voegen die open staan vlak boven de dakbedekking, en witte uitbloei, alg en mos op de gevel in de strook boven het dak. Bij een borstwering of dakopbouw: een afdekking die het water naar de verkeerde kant leidt, of een muur die aan beide zijden nat wordt. Op het dak: water dat in de hoek tegen de muur blijft staan omdat het afschot daar ontbreekt, en blad en vuil in de kim.
- Bouwdeel
- Dak
2× bekeken
- onderhoud
Kromgetrokken of vervormde houten ramen en kozijnen
Aan het raam: klemt bovenaan en laat onderaan een kier, of omgekeerd; sluit alleen met kracht; een kier langs de aanslag die per seizoen wisselt; een stolpraam waarvan de twee helften in het midden niet meer aansluiten of over elkaar schuiven; een tuindeur die schuin hangt en aan de onderkant sleept. Aan het hout: een stijl of dorpel die zichtbaar bol staat of uit het vlak draait als je er langs kijkt; verstekken en glaslatten die open staan; verf die op de zonzijde barst en op de schaduwzijde gaaf is; kit langs het glas die scheurt. Aan het kozijn: een stijl die niet meer in het lood staat, een bovendorpel die doorhangt, een kozijn dat los zit in de muur en beweegt bij het sluiten, en een kier tussen kozijn en muur die groter is geworden. Aan de tijd: in de zomer sluit het raam, in de winter niet, of andersom; na een natte periode klemt het, na een droge periode kiert het. Binnen: tocht, condens bij de kier, en een kruk of espagnolet die niet meer in de sluitkom valt.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
1× bekeken
- dak
Krimpende en kromtrekkende isolatieplaten onder de dakbedekking
Op de bedekking: een raster van rechte lijnen op afstanden van ongeveer zestig bij honderdtwintig centimeter, de maat van de platen; richels waar de bedekking over opgekrulde plaatranden ligt, geulen waar de naden open zijn gegaan, en kommen in het midden van platen waar water blijft staan na regen. Aan de bedekking op de lijnen: rimpels, plooien, een dunne of glimmende plek door slijtage, scheuren in de lengte van de richel, en bij bitumen een ingedrukte of gebarsten toplaag. Bij mechanische bevestiging: bevestigers die als knoppen tekenen of door de bedekking komen, en platen die tussen de bevestigers omhoog komen. Aan de randen en opstanden: bedekking die van de opstand trekt omdat de isolatie eronder is gekrompen, en een kim die open staat. Binnen: vochtplekken onder de scheuren op de richels, en een dak dat na regen langer nat blijft op de kommen. Bij een dak zonder ballast: het raster is duidelijk; bij een dak met grind is het pas zichtbaar als het grind is weggeschoven.
- Bouwdeel
- Dak
2× bekeken
- gevel
Klimplanten tegen de gevel: schade aan voegen, metselwerk en goten
Aan de voegen: voegen die onder het groen zijn uitgehold, zanderig zijn geworden of zijn losgedrukt door takken en wortels; stenen die los liggen bij een scheur waar een tak in is gegroeid. Aan de steen: op de plaats van verwijderde hechtwortels een patroon van bruine puntjes en draden die niet weggaan, afgeschilferde steenhuid waar de wortels zijn losgetrokken, en groene aanslag en vochtplekken waar het groen de gevel nat hield. Aan het dak en de goot: takken die in de goot en onder de dakpannen groeien, een goot die dichtzit en overloopt, een boeiboord dat onder het groen nat en zacht is, en klimop die op het dak en in de schoorsteen groeit. Aan kozijnen, roosters en leidingen: kozijnen en deuren die onder de bladeren nat blijven en rot worden, ventilatieroosters en de rooster van de kruipruimte die zijn dichtgegroeid, regenpijpen en goten die door een windende plant zijn losgetrokken of vervormd, en een gevelbekleding of een hekwerk dat is opgetild. Binnen: vochtplekken op de binnenzijde van een gevel die achter het groen niet meer droogt, ongedierte zoals mieren, spinnen en muizen die via de plant binnenkomen, en een kamer die donkerder is doordat de ramen zijn overgroeid.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- veiligheid
Klemmende of lekkende garagedeur
Een kanteldeur of sectionaaldeur die zwaar opengaat, halverwege blijft steken of schuin in de opening hangt. Een deur die aan de onderkant niet meer aansluit, waardoor er bladeren, water en tocht binnenkomen. Roest onderaan de panelen. Een motor die piept, ratelt of terugloopt. Bij een handbediende deur: een veer die is gebroken, waardoor de deur ineens loodzwaar is. Bij lekkage is het beeld anders: water dat over de dorpel naar binnen loopt, meestal omdat de oprit naar de garage afloopt en er geen goot ligt, of omdat de goot er wel ligt maar vol staat.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- afwerking
Schade aan het keukenblok
Een aanrechtblad dat bol staat bij de spoelbak, een deurtje dat scheef hangt, of een kastbodem onder de gootsteen die zacht is geworden. Soms een naad tussen blad en achterwand waar de kit loslaat, of een zwarte rand achter de kraan. Voel onder de spoelbak. Dat is bij vrijwel elke keuken de plek waar het begint, en het is de plek waar niemand kijkt.
- Ruimte
- Keuken
1× bekeken
- veiligheid
Schade aan het hang- en sluitwerk
Een cilinder die stroef draait of waar de sleutel in blijft steken. Een kruk die doorzakt. Een raamboom die niet meer grijpt. Een slot dat alleen sluit als je de deur optilt. Bij oud beslag: verf in het slot, of een cilinder die uitsteekt buiten het beslag. Kijk of de sleutel stroef gaat of dat de deur niet goed aansluit. Dat is de vraag die bepaalt of je smeert of afstelt.
- Bouwdeel
- Deur
1× bekeken
- regelgeving
Schade aan glas-in-lood
Een glas-in-loodpaneel dat bol staat of doorhangt, meestal in het midden en meestal naar buiten. Loodstrips die dof grijs en poederig zijn geworden. Gebroken of gescheurde glasstukjes. Een paneel dat rammelt in de sponning of dat tocht. Zwarte, kruimelige resten van het stopverf of de kit langs de randen. Soms een winddruk die je hoort: het paneel beweegt hoorbaar bij een windvlaag. Het beeld dat de urgentie bepaalt: een paneel dat meer dan ongeveer een centimeter uit het vlak staat. Dat is het punt waarop het lood zijn stijfheid verliest en het paneel zichzelf verder uit vorm trekt.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- gevel
Schade aan gevelbekleding
Bij houten delen: verf die loslaat, hout dat grijs en vezelig wordt, of een plank die aan de onderrand zacht is. Bij multiplex boeidelen of zijwangen van een dakkapel: hout dat in laagjes uiteenvalt. Bij kunststof: platen die zijn gaan bollen of golven, kleurverschil tussen de zonzijde en de rest, of een plaat die aan één kant is losgekomen. Bij metaal: roeststrepen, doffe of vlekkerige plekken op geanodiseerd aluminium, of fijne kronkelende lijntjes onder de laklaag.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- dak
Schade aan een rieten dak
Riet dat dun wordt: de dekdikte neemt af en op sommige plekken steken de bindingen of het dakbeschot door. Groene of zwarte plekken op het noorden. Riethalmen die aan het oppervlak grijs en vezelig zijn en die je met de hand kunt uittrekken. Bij de nok soms een verzakking of een losgeraakte vorst. Meet de dikte waar je erbij kunt. Een gezond rieten dak is ongeveer dertig centimeter dik; onder de twintig is het einde in zicht.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- tuin
Schade aan een houten vlonder of terras
Vlonderdelen die kromtrekken, splinteren of grijs zijn geworden. Een terras dat wiebelt of dat op één plek meegeeft als je erop stapt. Groene aanslag die het geheel glad maakt bij regen. Onder de vlonder: onderregels die zacht zijn geworden, of dragers die in de grond zijn weggerot. Prik met een schroevendraaier in de onderregels op de punten waar ze op de grond of op een tegel rusten. Dat is waar het begint, en het is de plek waar niemand kijkt.
- Bouwdeel
- Terrein en tuin
- Ruimte
- Tuin
1× bekeken
Toon 12 gebreken meer49 van 81 getoond · pagina 4 van 7
Wat staat hier?
- Hoe zoek ik hier iets op?
- Op het verschijnsel. «Bruine vlek op het plafond» en niet «lekkage» — want welke van de vier oorzaken het is, is precies wat je nog niet weet.
- Wat betekent de ernst?
- De graad die geldt als je de vragen niet invult. Staat er niets, dan hangt het werkelijk van jouw situatie af, en dan is een graad noemen een bewering die we niet kunnen waarmaken.
- Is dit een diagnose?
- Nee. Het is een richting plus de vraag die een deskundige zou stellen. Bij constructie, gas en asbest staat er expliciet bij dat je iemand moet laten kijken.
Verder kijken
Checklists
Lijsten om ter plekke af te vinken
98 checklists
Kennisbank
Naslag met hoofdstukken, om in te zoeken
477 artikelen
Werkomschrijvingen
De basis onder een offerteaanvraag
87 omschrijvingen