Naar de inhoud

Dit is een bètaversie van Builddocs. Je kunt alles bekijken, maar aanmelden en een abonnement afsluiten kan nog niet.

Vraag

Waarom moet ik de zeeg meten voordat de dekvloer erop gaat?

Gesteld in september 2026 · beantwoord door de redactie · gecontroleerd op 4 september 2026

De vraag

Onze verdiepingsvloer is van kanaalplaten. De aannemer wil vóór het storten van de dekvloer de "zeeg" opmeten. Wat is dat, en waarom kan dat niet gewoon met een laser als de dekvloer erop ligt?

Gesteld in september 2026.

Het korte antwoord

Zeeg is de bolling die een prefab betonnen plaat van fabriek uit heeft: hij ligt in het midden hoger dan aan de uiteinden. Dat is bewust, omdat de plaat onder belasting doorbuigt en dan pas vlak komt te liggen.

De dekvloer moet die bolling opvangen: in het midden dunner, aan de randen dikker. Meet je niet, dan wordt de dekvloer overal even dik en houd je een bolle vloer, of te dun in het midden waar hij dan scheurt.

Achteraf meten kan wel, maar dan is het te laat om de dekvloerdikte aan te passen.

Een vloer met 15 mm zeeg vraagt op het diepste punt evenveel extra dekvloer, en dat is ongeveer 25 kg per m2 extra gewicht.

Waarom dat zo is

Kanaalplaten en andere prefab betonvloeren worden in de fabriek voorgespannen: staaldraden in de plaat staan onder trek en drukken het beton samen. Daardoor kan de plaat grote overspanningen halen met weinig beton. Een bijwerking is dat de voorspanning de plaat iets omhoog trekt: hij komt uit de fabriek met een bolling naar boven, de zeeg. Hoe langer de plaat, hoe groter de zeeg; bij een overspanning van zeven meter kan het om een tot twee centimeter gaan.

Dat is geen fout. Zodra de plaat wordt belast — door de dekvloer, de wanden, de vloerbedekking en de bewoners — buigt hij door en verdwijnt een deel van de zeeg. De plaat is zo ontworpen dat hij in de eindtoestand ongeveer vlak ligt.

Het probleem zit in het moment. De dekvloer gaat erop als de plaat nog bol staat, en de dekvloer is later een deel van de belasting die de plaat vlak drukt. Wie de dekvloer overal even dik maakt, krijgt een vloer die de bolling volgt en die na het doorbuigen niet vlak wordt maar deels bol blijft, omdat de dekvloer zelf ook meebuigt. En omdat de zeeg per plaat verschilt — twee naast elkaar liggende platen kunnen een verschil van enkele millimeters hebben — ontstaan er richels bij de naden die door de dekvloer heen tekenen als scheuren.

Daarom meet de aannemer vooraf de hoogte van elke plaat op meerdere punten en bepaalt hij de dekvloerdikte per plek: het dunst op het hoogste punt, met een minimum dat de dekvloer nodig heeft om niet te scheuren, en dikker naar de randen toe. Soms leidt dat tot een dikkere dekvloer dan gepland, en dat is beter dan een vloer die niet vlak is of scheurt.

Achteraf meten met een laser zegt hoe vlak de vloer is geworden. Het zegt niet meer hoe dik de dekvloer op elk punt is, en het biedt geen mogelijkheid meer om dat te veranderen zonder de dekvloer te slopen of op te hogen.

Wat je nu kunt doen

Laat de aannemer de zeeg per plaat opmeten en vastleggen, met de dekvloerdikte die daaruit volgt. Vraag om dat verslag; het hoort in je woningdossier.

Vraag wat de minimale dekvloerdikte is voor het gekozen type dekvloer en of die overal wordt gehaald, ook op het hoogste punt.

Laat bij vloerverwarming in de dekvloer controleren of de leidingen op het hoogste punt nog voldoende dekking hebben. Daar zit het knelpunt.

Laat de naden tussen de platen behandelen zoals de leverancier voorschrijft, met wapening of een strook in de dekvloer, om scheuren boven de naden te beperken.

Wacht met een harde vloerafwerking tot de dekvloer is uitgehard en de vloer zijn eindtoestand heeft bereikt; bij een grote overspanning kan het doorbuigen maanden duren.

Wanneer dit antwoord niet opgaat

Bij een in het werk gestorte betonvloer. Die heeft geen zeeg; de bekisting bepaalt de vorm.

Bij een houten balklaag. Daar is doorbuiging het vraagstuk, geen bolling.

Bij een breedplaatvloer met een druklaag. Die wordt in het werk afgestort en vlak afgewerkt; de zeeg van de breedplaat zit onder de druklaag.

Bij een prefab vloer met een fabrieksmatige toplaag die als afwerkvloer dient. Dan is de zeeg in de fabriek al verwerkt.

Bij een zeeg die na jaren niet verdwijnt en de vloer bol blijft. Dat is een ontwerpkwestie van de plaat of een te lichte belasting, en geen dekvloervraag meer.

Zie voor meer informatie

Hielp dit?

We slaan alleen je antwoord op, en je toelichting als je die geeft. Geen naam, geen e-mailadres.

Alle vragen