Waarom staan er plassen op mijn waterpasserende oprit?
Gesteld in september 2026 · beantwoord door de redactie · gecontroleerd op 4 september 2026
De vraag
Vorig jaar hebben we de oprit laten bestraten met waterpasserende klinkers, met bredere voegen zodat het regenwater in de grond kan zakken. Na een flinke bui staan er nu toch plassen, vooral bij de garage. De stratenmaker zegt dat het aan onze kleigrond ligt. Klopt dat, wat is het verschil met waterdoorlatende bestrating, en mag er gewoon straatzand in de voegen?
Gesteld in september 2026.
Het korte antwoord
Het klopt deels. Waterpasserende bestrating laat het water tussen de stenen door, via verbrede voegen met een grof, open voegmateriaal, naar de fundering eronder; waterdoorlatende bestrating laat het water door de steen zelf, die poreus is. In beide gevallen moet het water daarna verder naar beneden, en op klei gaat dat traag: de grond neemt per uur maar een paar millimeter op. Als de fundering onder de stenen niet genoeg water kan bergen totdat de klei het heeft opgenomen, staat de fundering vol en komt het water terug omhoog. Dan heb je plassen op een bestrating die ze juist moest voorkomen.
Op klei werkt het dus alleen met een dikke, open funderingslaag van grof steenslag als buffer, en met een overloop naar een sloot, een infiltratiekrat of het riool voor de buien die de buffer te veel worden. Straatzand in de voegen mag niet: het is fijn, slibt dicht en maakt van de waterpasserende voeg een gewone voeg.
Waarom dat zo is
Gewone bestrating is dicht: de stenen liggen strak tegen elkaar op een bed van straatzand, en het water loopt over het oppervlak naar een kolk of de tuin. Bij hevige buien kan het riool dat niet aan, en gemeenten stimuleren daarom bestrating die het water ter plaatse in de grond laat zakken. Dat kan op twee manieren. Waterpasserend: gewone dichte stenen met nokken of afstandhouders die een voeg van vijf tot tien millimeter openhouden, gevuld met een grof, open materiaal zoals steenslag van twee tot vijf millimeter, waardoor het water tussen de stenen door naar beneden gaat. Waterdoorlatend: stenen van een open beton dat zelf water doorlaat, zodat het water door het hele oppervlak zakt. Waterpasserend is robuuster en makkelijker schoon te houden; waterdoorlatend heeft een grotere capaciteit maar slibt eerder dicht en is gevoeliger voor vorst en vervuiling.
Beide brengen het water alleen tot onder de stenen. Daar ligt de fundering: bij een waterpasserende oprit een laag van grof, gebroken steenslag zonder fijne delen, met holle ruimte tussen de stenen waar het water in kan. Die laag doet twee dingen: hij draagt de bestrating en hij bergt het water totdat de grond eronder het heeft opgenomen. Hoeveel de grond opneemt, hangt van de grondsoort af. Zand neemt honderden millimeters per uur op; het water is weg voordat de bui voorbij is. Klei neemt een paar millimeter per uur op, en na een bui van twintig millimeter in een uur zit de fundering dus vol als hij niet dik genoeg is. Vol is vol: het water dat er niet meer in kan, blijft in de voegen staan en op het oppervlak. Bij de garage, waar de oprit het laagst ligt en het water van het hele vlak samenkomt, is dat het eerst zichtbaar.
Op klei is de oplossing daarom de fundering als buffer: dertig tot vijftig centimeter grof steenslag met dertig tot veertig procent holle ruimte bergt tien tot twintig centimeter water per vierkante meter, genoeg voor een zware bui, en de klei krijgt daarna dagen om het op te nemen. Daaronder een geotextiel dat de klei uit het steenslag houdt zonder het water te stoppen. En omdat een buffer een keer vol raakt, een overloop: een drain aan de onderkant van de fundering naar een sloot, een greppel, een infiltratiekrat elders in de tuin, of als het niet anders kan het regenwaterriool. Zonder overloop is het een kwestie van tijd tot de plassen terugkomen.
Straatzand in de voegen maakt het systeem ongedaan. Waterpasserende bestrating werkt omdat de voeg open is; straatzand is fijn, vult de holtes tussen de korrels en laat water nauwelijks door, en het slibt in de eerste winter dicht met vuil en bladresten. De voeg hoort gevuld met hetzelfde grove, gewassen steenslag als de fundering of een speciaal voegsplit, en die voeg vraagt onderhoud: een keer per jaar losbladeren en aanslag verwijderen, en bij dichtslibben de bovenste centimeter uitzuigen en vervangen. Ook het straatzand van de legbedding hoort niet in de voeg te kunnen zakken; daarom ligt de bestrating op een bedding van fijn split in plaats van zand.
Als de oprit al ligt met te weinig fundering, is de vraag wat er nog kan. De bestrating opnemen en de fundering verdiepen is het volledige antwoord. Een drain langs de laagste kant met een afvoer naar een infiltratiekrat of een sloot is een kleiner ingreep die de ergste plassen wegneemt. En de voegen nakijken: zit er zand in, dan is dat het eerste om te vervangen.
Wat je nu kunt doen
Graaf op een onopvallende plek een steen uit en kijk wat eronder zit: de dikte en het soort fundering, de bedding en het voegmateriaal. Een fundering van minder dan twintig centimeter of een fundering met fijn materiaal is op klei te weinig.
Controleer de voegen: fijn zand of aangeslibd vuil vervangen door gewassen split van twee tot vijf millimeter. Reken op € 5 tot 10 per vierkante meter voor het uitzuigen en opnieuw invoegen.
Laat bij een te dunne fundering een drain aanleggen aan de lage zijde van de oprit met een afvoer naar een infiltratiekrat, een sloot of het regenwaterriool; dat vangt de plassen bij de garage op. Reken op € 600 tot 1.500 inclusief een krat.
Overweeg bij hardnekkige plassen de oprit op te nemen en de fundering te verdiepen tot minstens dertig centimeter grof steenslag met geotextiel en een overloop. Reken op € 60 tot 100 per vierkante meter voor het opnieuw aanleggen met hergebruik van de stenen.
Vraag bij de gemeente naar de subsidie voor afkoppelen en infiltreren; veel gemeenten dragen bij aan een infiltratiekrat of een waterpasserende verharding.
Wanneer dit antwoord niet opgaat
Bij een oprit op zandgrond. Daar zakt het water direct weg en zijn plassen een teken van een dichtgeslibde voeg of een verdichte laag onder de bestrating.
Bij plassen die ook bij lichte regen blijven staan. Dan is het een afschotprobleem: de oprit ligt hol en het water komt niet bij een voeg die het opneemt.
Bij een waterdoorlatende steen die niet meer doorlaat. Die is dichtgeslibd en moet worden gereinigd met een hogedrukreiniger met afzuiging, of vervangen.
Bij een hoge grondwaterstand die tot vlak onder de fundering komt. Dan kan de grond niets opnemen en is alleen afvoeren een oplossing.
Bij een oprit die ook als parkeerplaats voor zware voertuigen dient. Daar is de fundering vooral op draagkracht ontworpen en is de bergingsruimte klein; een aparte infiltratievoorziening is dan de weg.
Zie voor meer informatie
- Waterpasserende bestratingBegrip
- Waterdoorlatende verharding aanleggenStappenplan
- RegenwaterinfiltratieBegrip
- Infiltratiekrat aanleggenStappenplan
- Wat je zelf kunt doen met regenwater op je perceelArtikel
- Bestrating aanleggen: tuinpad, terras of opritStappenplan
We slaan alleen je antwoord op, en je toelichting als je die geeft. Geen naam, geen e-mailadres.