Naar de inhoud

Dit is een bètaversie van Builddocs. Je kunt alles bekijken, maar aanmelden en een abonnement afsluiten kan nog niet.

Wat er speelt bij dít soort huis. Hoe het gebouwd is, welke gebreken erbij horen, en wat er meestal als eerste aan de beurt is.

in Woningtypen
Sorteren:Nieuwste eerst

Uitgelicht

  • gemeenschappelijk eigendom

    De boven- en benedenwoning

    1900 tot 1960, met de meeste panden tussen 1905 en 1955. Ze staan in de vooroorlogse stadsuitbreidingen en de vroege naoorlogse straten van vrijwel elke Nederlandse stad, dicht op elkaar in gesloten bouwblokken; Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Haarlem, Groningen en Nijmegen hebben er hele wijken van. Het splitsen zelf begon in de jaren zestig en versnelde in de jaren negentig, toen boven en onder los verkocht meer opbrachten dan het hele pand. Het bouwjaar van het pand is daardoor bijna nooit gelijk aan het jaar van de splitsing, en dat verschil verklaart veel van wat je aantreft. In aantal is dit de meest voorkomende kleine vereniging van eigenaars in Nederland.

    1× bekeken

7 van 26 woningtypen

Wat staat hier?

Hoe weet ik welk type ik heb?
Aan de bouwperiode en de vorm: rij of vrijstaand, wel of geen kruipruimte, spouw of massief. De bouwperiode staat bij elk type erbij.
Waarom is dat nuttig?
Omdat de gebreken per bouwperiode voorspelbaar zijn. Een huis uit 1930 heeft andere problemen dan een huis uit 1975, en dat scheelt in wat je eerst laat kijken.
Mijn huis is verbouwd — geldt het dan nog?
Voor de schil vaak wel en voor de installatie vaak niet. Bij elk type staat wat er doorgaans is vervangen en waaraan je dat ziet.

Verder kijken