KennisWoningtypen
Wat staat hier?Wat er speelt bij dít soort huis. Hoe het gebouwd is, welke gebreken erbij horen, en wat er meestal als eerste aan de beurt is.
Sorteren:Oudste eerst
in zeven groepen — wat de kleuren betekenen
8 van 26 woningtypen
- dak
Stadsvilla en vrijstaand herenhuis
1900 tot 1940, met uitlopers naar 1950. Gebouwd aan lanen, in villaparken en aan de rand van uitbreidingswijken, in opdracht van een particulier en vaak door een architect ontworpen.
1× bekeken
- gemeenschappelijk eigendom
Het gesplitste herenhuis met een kleine VvE
Het pand zelf dateert van 1870 tot 1940, met de meeste exemplaren tussen 1890 en 1935. De splitsing in appartementsrechten is jonger: die golf begon in de jaren zestig, versnelde in de jaren tachtig en negentig toen huurpanden per verdieping werden uitgepond, en loopt door tot vandaag. Nederland telt ruim 145.000 verenigingen van eigenaars, en meer dan de helft daarvan heeft minder dan tien appartementen. Een flink deel van die kleine verenigingen zit in een gesplitst vooroorlogs pand. Je vindt ze in de negentiende-eeuwse ring en de vooroorlogse stadswijken van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Haarlem, Groningen, Arnhem en Nijmegen, vaak in een gesloten bouwblok en regelmatig binnen een beschermd stadsgezicht.
1× bekeken
- fundering
Grachtenpand en historisch stadspand
Voor 1900, met een zwaartepunt in de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw. Veel panden zijn in de negentiende eeuw ingrijpend verbouwd achter een oudere gevel, waardoor het bouwjaar van de gevel en dat van de constructie tientallen jaren uiteen kunnen liggen.
1× bekeken
- gemeenschappelijk eigendom
De portiekflat, 1955 tot 1970
1955 tot 1970, met het zwaartepunt tussen 1958 en 1968. Nederland moest in die jaren grote aantallen woningen bouwen en de portiekflat was daarvoor het goedkoopste gestapelde antwoord: geen lift nodig tot vier lagen, een korte ontsluiting per portiek, en een plattegrond die zich eindeloos liet herhalen. Er staan er enkele honderdduizenden, in de naoorlogse uitbreidingswijken van vrijwel elke stad en aan de randen van middelgrote gemeenten, meestal in blokken van twee tot zes portieken. Een deel is nog van een woningcorporatie; een groot deel is in de jaren tachtig en negentig uitgepond en heeft nu een vereniging van eigenaars met acht tot enkele tientallen leden.
1× bekeken
- comfort
De nieuwbouwwoning van na 2010
2010 tot heden, met 2012 als het jaar waarin het pakket van hoge isolatie, luchtdichtheid en balansventilatie de standaard werd. Vanaf 1 juli 2018 mogen nieuwbouwwoningen geen gasaansluiting meer krijgen, vanaf 1 januari 2021 gelden de BENG-eisen voor de energieprestatie, en vanaf 1 januari 2024 valt nieuwbouw in gevolgklasse 1 onder de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. Nederland heeft er ruwweg een miljoen van, ongeveer een op de acht woningen in de voorraad. Ze staan in de uitleggebieden aan de rand van steden en dorpen, in binnenstedelijke transformatiegebieden op voormalige haven- en bedrijventerreinen, en als verdichting tussen bestaande bebouwing. Zowel koop als huur.
2× bekeken
- wonen
De jaren-dertig woning
1920 tot 1940, met de meeste woningen tussen 1925 en 1939. Nederland heeft er ruwweg 800.000 van, ongeveer een op de tien woningen in de voorraad, en het is daarmee het meest gewilde en meest besproken woningtype van het land. Je vindt ze in de uitbreidingswijken die tussen de vooroorlogse stad en de naoorlogse wijken in liggen: de zuidelijke en oostelijke schil van de grote steden, de tuindorpen van de woningbouwverenigingen, en de complete straatwanden in plaatsen als Hilversum, Amersfoort, Zwolle, Eindhoven, Breda en Apeldoorn. Een aanzienlijk deel is nog in bezit van corporaties, vooral in de vroege tuindorpen.
1× bekeken
- gemeenschappelijk eigendom
De boven- en benedenwoning
1900 tot 1960, met de meeste panden tussen 1905 en 1955. Ze staan in de vooroorlogse stadsuitbreidingen en de vroege naoorlogse straten van vrijwel elke Nederlandse stad, dicht op elkaar in gesloten bouwblokken; Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Haarlem, Groningen en Nijmegen hebben er hele wijken van. Het splitsen zelf begon in de jaren zestig en versnelde in de jaren negentig, toen boven en onder los verkocht meer opbrachten dan het hele pand. Het bouwjaar van het pand is daardoor bijna nooit gelijk aan het jaar van de splitsing, en dat verschil verklaart veel van wat je aantreft. In aantal is dit de meest voorkomende kleine vereniging van eigenaars in Nederland.
1× bekeken
- wonen
De bloemkoolwoning, 1975 tot 1990
1975 tot 1990, met het zwaartepunt tussen 1977 en 1988. De aanleiding was het woonerf uit de jaren zeventig en de eerste isolatie-eisen die na de oliecrisis in de bouwverordeningen terechtkwamen. Rond 1990 verdwijnt het type: de Vinexwijken die daarna komen, zijn weer strakker verkaveld en beter geïsoleerd. Nederland heeft honderdduizenden woningen uit deze periode, verspreid over vrijwel elke gemeente die in die jaren is uitgebreid. Ze staan aan de rand van middelgrote steden en in de groeikernen van toen: Purmerend, Almere, Zoetermeer, Spijkenisse, Nieuwegein, Capelle aan den IJssel, Hoorn en Helmond. Het zijn zowel koop- als huurwoningen, met in de latere jaren van de periode een groot aandeel koop.
2× bekeken
Wat staat hier?
- Hoe weet ik welk type ik heb?
- Aan de bouwperiode en de vorm: rij of vrijstaand, wel of geen kruipruimte, spouw of massief. De bouwperiode staat bij elk type erbij.
- Waarom is dat nuttig?
- Omdat de gebreken per bouwperiode voorspelbaar zijn. Een huis uit 1930 heeft andere problemen dan een huis uit 1975, en dat scheelt in wat je eerst laat kijken.
- Mijn huis is verbouwd — geldt het dan nog?
- Voor de schil vaak wel en voor de installatie vaak niet. Bij elk type staat wat er doorgaans is vervangen en waaraan je dat ziet.
Verder kijken
Stijlgidsen
Waaraan je een bouwstijl herkent
17 stijlgidsen
Gebreken
Zoek op wat je ziet
226 gebreken
Verbeterchecks
Vragen langs, en dan de maatregelen
22 verbeterchecks