Waarom mag oud voegwerk niet met de slijptol worden verwijderd?
Gesteld in september 2026 · beantwoord door de redactie · gecontroleerd op 5 september 2026
De vraag
Onze voeger wil het voegwerk van onze gevel uit 1910 vervangen en zegt dat hij de oude voegen met een slijptol uithaalt, omdat dat sneller gaat. Een buurman met een monument zegt dat dat bij hem niet mocht. Wat is er mis met een slijptol, en hoe moet het dan wel?
Gesteld in september 2026.
Het korte antwoord
Een slijptol snijdt niet alleen de voeg weg, hij snijdt ook in de steen. De schijf is breder dan de meeste oude voegen en volgt geen krom of smal voegje, dus hij raakt de randen van de baksteen en verbreedt de voeg. Het resultaat is een gevel met stenen die aan de randen zijn aangesneden, voegen die breder zijn dan ze waren en een verband dat er anders uitziet. Dat is blijvend; er groeit geen baksteen terug.
Bij een monument staan gemeenten het daarom niet toe, en bij een oude gevel zonder status is het om dezelfde reden onverstandig. Oud voegwerk haal je uit met hamer en beitel, eventueel pneumatisch, en voegen die smaller zijn dan anderhalve millimeter laat je zitten. Het duurt langer en het kost meer, en het is de enige manier om de gevel te houden die je hebt.
Waarom dat zo is
Voegwerk vervangen begint met het uithalen van de oude voeg, tot een diepte van ongeveer twee keer de voegbreedte, zodat de nieuwe voeg voldoende houvast heeft. Bij een gevel van na 1950, met stenen van gelijke maat en voegen van tien tot twaalf millimeter, kan dat met een slijptol met een smalle schijf, mits de voeger precies werkt. Bij een oude gevel liggen de zaken anders. De stenen zijn met de hand gevormd en verschillen in maat, de voegen lopen niet strak, ze zijn vaak smal, soms maar een paar millimeter, en het verband is onregelmatiger. Een schijf die recht snijdt, volgt dat niet. Waar de voeg smaller is dan de schijf, snijdt de schijf in de steen. Waar de voeg iets verspringt, snijdt hij een steen aan.
Het gevolg zie je pas als het nieuwe voegwerk erin zit: de voegen zijn breder geworden, de stenen hebben rechte snijranden waar ze afgerond waren, en het patroon van de gevel is veranderd. Bij monumenten heet dat verminking van het metselwerk, en het is een van de meest voorkomende onherstelbare schades aan historische gevels. De baksteen zelf is bovendien beschadigd: de gebakken buitenhuid, die de steen beschermt tegen water en vorst, is aan de randen weggesneden, en daar begint de steen te verweren.
Met hamer en beitel volgt de voeger de voeg zelf. Het gaat langzamer, ongeveer een derde tot de helft van het tempo van een slijptol, en het vraagt een voeger die het gewend is. Een pneumatische beitel is toegestaan en helpt bij hardere voegen. Voegen die smaller zijn dan anderhalve millimeter, worden niet uitgehaald; die zijn te smal om zonder schade te bewerken en te smal om opnieuw te vullen.
De tweede vraag is of het voegwerk überhaupt vervangen moet. Een voeg die iets terugligt, verzand is of er oud uitziet, maar nog water keert, is een goede voeg. Hardheid en uiterlijk zijn geen reden. Pas als een voeg zijn waterwerende functie kwijt is, is hij slecht, en dan alleen dat deel. Als vuistregel geldt dat een hele gevel pas integraal wordt hervoegd als meer dan zeventig procent slecht is; bij een klein geveloppervlak tot vijfendertig vierkante meter ligt die grens rond de helft. Daaronder vervang je plaatselijk, met een mortel die in samenstelling en hardheid past bij het bestaande werk, bij een oude gevel dus kalkmortel en geen cement.
Wat je nu kunt doen
Laat de voeger aanwijzen welke delen van het voegwerk werkelijk slecht zijn: waar de voeg loszit, uitvalt of geen water meer keert. Dat bepaalt of het plaatselijk herstel wordt of integraal.
Vraag in de offerte vast te leggen dat het uithalen gebeurt met hamer en beitel of pneumatisch, zonder slijptol, en dat voegen smaller dan anderhalve millimeter blijven zitten.
Laat de mortel benoemen: bij een gevel van vóór ongeveer 1920 een kalkmortel, afgestemd op de hardheid van de steen en het bestaande werk. Vraag om een proefvlak van een vierkante meter en beoordeel dat bij droog en bij nat weer voordat de rest begint.
Vraag drie offertes op basis van dezelfde omschrijving en verwacht dat de prijs voor handwerk hoger ligt: reken op € 60 tot € 120 per vierkante meter voor uithalen en hervoegen met kalkmortel, tegenover € 40 tot € 75 met een slijptol en cementmortel.
Is de gevel een monument, ga dan eerst na of het hervoegen onderhoud is of een wijziging. Plaatselijk herstel in dezelfde mortel en afwerking is doorgaans vergunningvrij; integraal hervoegen kan een vergunning vragen, en de gemeente wil dan het proefvlak zien.
Wanneer dit antwoord niet opgaat
Bij een gevel van na ongeveer 1950 met machinale stenen en brede, rechte voegen in cementmortel. Daar is een smalle slijptol in geoefende handen gangbaar en is de schade beperkt, al blijft handwerk het beste voor de steenranden.
Bij voegwerk dat al eerder met cement is vervangen en nu zelf de steen beschadigt. Dan is uithalen ook met de hand riskant, omdat de cementvoeg harder is dan de steen; laat een proefvlak maken voordat je beslist.
Bij een gevel die opnieuw wordt gemetseld of waar stenen worden ingeboet. Dan gaat het om metselwerkherstel, met eigen regels voor steen en mortel.
Bij een gepleisterde of geschilderde gevel. Het voegwerk zit onder de afwerking en de vraag is dan of de afwerking eraf mag.
Zie voor meer informatie
We slaan alleen je antwoord op, en je toelichting als je die geeft. Geen naam, geen e-mailadres.