Naar de inhoud

Dit is een bètaversie van Builddocs. Je kunt alles bekijken, maar aanmelden en een abonnement afsluiten kan nog niet.

Bouwkundige termen in gewone taal. Wat het is staat er altijd — de uitleg erachter hoort bij een abonnement.

in Begrippen
Sorteren:Titel A–Z

Wis alle filters (3)

73 van 2.115 begrippen

B

  • BalkPremium · ook: Ligger, moerbalk voor de zware hoofdbalk, kinderbalk voor de lichtere balken daartussen.

    Een balk is een langwerpig dragend element dat belasting overbrengt naar muren of kolommen. In woningen zijn balken van hout, staal of beton. Zij bepalen hoe ver een vloer of dak kan overspannen zonder tussensteun.

  • BalkonPremium

    Een balkon is een uitkragend of ingebouwd buitenvlak aan een woning boven het maaiveld. Het is bouwtechnisch een van de meest belaste onderdelen van een gebouw: het steekt uit, het staat vol in het weer en het draagt mensen.

  • BalkonhekPremium · ook: Balkonbalustrade, galerijhek

    Het balkonhek is de afscheiding rond een balkon of galerij. Anders dan een binnenbalustrade staat het permanent buiten, en juist daarom is de bevestiging het onderdeel dat aandacht vraagt.

  • BalkschoenPremium · ook: Balkschoen, balkdrager, balkhanger, joist hanger

    Een balkschoen is een stalen beugel waarin het uiteinde van een houten balk wordt geplaatst en waarmee die balk aan een andere balk, een muurplaat of een wand wordt opgehangen. Het is een klein en goedkoop onderdeel dat een constructieve verbinding maakt, en dat is precies waarom het zo vaak misgaat. Een balkschoen zonder de voorgeschreven nagels is geen constructieve verbinding maar een stalen sierrand: het aantal en het type bevestigers bepaalt de draagkracht volledig.

  • BalusterPremium · ook: Baluster, spijl, spijltje, trapspijl, stijl, balustervorm

    Een baluster is een verticaal element in een balustrade of trapleuning. Het is een onderdeel waar mensen naar het uiterlijk kijken en waar het om de maten gaat. Een vloerafscheiding moet een kind tegenhouden, en dat vertaalt zich in twee harde eisen: de openingen mogen niet groter zijn dan waar een kind doorheen kan, en er mag niets horizontaals zijn waar een kind op kan klimmen. Die tweede eis is de reden dat de populaire horizontale kabels en latten in een balustrade een probleem zijn.

  • BalustradePremium · ook: Vloerafscheiding is de term in de bouwregelgeving

    Een balustrade is de afscheiding langs een hoogteverschil: bij een trap, een vide, een galerij of een balkon. Zij moet voorkomen dat iemand valt, en dat is een kwestie van hoogte, en van wat een kind erin kan doen.

  • Bankschroef · ook: Bankschroef, bankklem, kortweg schroef in de werkplaats

    Een bankschroef is een klem die vast op een werkbank staat en een werkstuk tussen twee bekken vastzet. Je draait de bekken met een spindel naar elkaar toe. Daardoor blijven allebei je handen vrij om te zagen, vijlen, boren, buigen of schuren.

  • BeglazingPremium · ook: Beglazingssysteem, glaswerk

    Beglazing is het glas in een kozijn samen met alles wat het op zijn plaats en waterdicht houdt: de sponning, de beglazingskit of het rubber, de glaslatten en de blokjes waarop het glas rust. De prestatie van een raam wordt bepaald door dat geheel en niet door het glas alleen.

  • BeitelPremium · ook: Steekbeitel voor hout, koudbeitel voor metaal, bikbeitel voor steen

    Een beitel is een gereedschap met een geslepen snede waarmee je materiaal wegsteekt of weghakt. Er zijn aparte uitvoeringen voor hout, metselwerk en beton, en die zijn niet uitwisselbaar.

  • BekistingPremium · ook: Mal, kist, schaling

    Bekisting is de tijdelijke mal waarin vers beton wordt gestort en die het beton in vorm houdt tot het voldoende is verhard. Zij bepaalt de maatvoering, de vlakheid en het uiterlijk van de betonconstructie.

  • BelastingPremium · ook: Belasting in constructieve zin, niet in fiscale zin

    Belasting is alles wat een constructie moet dragen: het eigen gewicht van het bouwwerk, de mensen en spullen erin, sneeuw, wind en soms de druk van grond of water. Elke constructie is berekend op een bepaalde belasting, en die bepaalt wat je er wel en niet op mag zetten.

  • BeschermbuisPremium · ook: Beschermbuis, installatiebuis, mantelbuis, elektrabuis, flexbuis

    Een beschermbuis is een holle buis waar een kabel of een leiding doorheen loopt, zodat die niet in aanraking komt met het omringende materiaal en later kan worden vervangen zonder te breken. Dat tweede is de reden van bestaan. Een kabel die los in beton of in een dekvloer ligt, ligt daar voorgoed. Een kabel in een buis is trekbaar: je maakt hem aan een nieuwe vast en trekt hem eruit. Wie bij een verbouwing buizen legt in plaats van kabels, koopt daarmee de mogelijkheid om over vijftien jaar iets anders te willen.

  • BeschoeiingPremium · ook: Het woord dekt twee verschillende dingen

    Een beschoeiing is een grondkerende wand die voorkomt dat grond wegzakt of afkalft. Langs water houdt zij de oever op zijn plaats; in een bouwput of sleuf houdt zij de wand overeind zolang er wordt gewerkt.

  • Besloten ruimtePremium · ook: Beperkte ruimte, gesloten ruimte

    Een besloten ruimte is een afgesloten of nauwelijks geventileerde ruimte die niet bedoeld is om in te verblijven en die maar één of enkele nauwe toegangen heeft. Denk aan een kruipruimte, een kelder, een schacht, een put of een tank. Het risico is dat de lucht er niet deugt en dat je er niet snel uit komt.

  • Besluit bouwwerken leefomgevingPremium · ook: Bbl

    Het Bbl bevat de technische eisen waaraan bouwwerken in Nederland moeten voldoen: constructie, brandveiligheid, gezondheid, energiezuinigheid en toegankelijkheid. Het geldt sinds 1 januari 2024 en verving het Bouwbesluit 2012.

  • BetondekkingPremium · ook: Dekking, wapeningsdekking

    De betondekking is de laag beton tussen het wapeningsstaal en het buitenoppervlak. Zij beschermt het staal tegen roest en tegen brand. Enkele millimeters te weinig kost tientallen jaren levensduur.

  • BetonpaalPremium · ook: Betonpaal, heipaal, funderingspaal, geprefabriceerde paal

    Een betonpaal is een prefab of ter plaatse gemaakte paal van gewapend beton die de belasting van een gebouw door slappe grondlagen heen naar een draagkrachtige zandlaag brengt. In grote delen van Nederland is dat de enige manier om te bouwen. Boven op het zand ligt vaak tien tot twintig meter veen en klei, en dat draagt niets. De paal overbrugt die afstand, en de kwaliteit van die overbrugging bepaalt of een woning over honderd jaar nog recht staat.

  • BetonreparatiemortelPremium · ook: Betonreparatiemortel, reparatiemortel, betonherstelmortel

    Betonreparatiemortel is een mortel waarmee aangetast beton wordt hersteld nadat het losse materiaal is weggehakt en de wapening is behandeld. De mortel is de laatste stap, niet de eerste. Wie alleen de afgesprongen schol dichtsmeert zonder het roestende staal aan te pakken, verbergt het probleem; de corrosie gaat eronder gewoon door en na een paar jaar springt de reparatie er in één stuk af.

  • BetonschroefPremium · ook: Betonschroef, schroefanker, betonanker, snelbouwanker

    Een betonschroef is een geharde schroef met een grove, hoge draad die zichzelf een schroefdraad in beton of steen snijdt — zonder plug. Dat is het hele voordeel: één gat boren, schroef erin, klaar. Geen plug die verkeerd om zit, geen chemisch anker dat moet uitharden. Het nadeel volgt er direct uit: hij is volledig afhankelijk van de boordiameter, want de draad moet grip vinden in een gat dat exact klopt.

  • BetonskeletPremium · ook: Betonskelet, betonnen draagconstructie, skeletconstructie in beton.

    Een betonskelet is een draagconstructie van betonnen kolommen, balken en vloeren, waarbij de gevels en de binnenwanden niets dragen. Dat betekent dat je binnen vrijwel elke wand kunt verwijderen zonder constructief risico, mits je zeker weet dat het inderdaad een skelet is. Bij appartementengebouwen uit de jaren zestig en later is dit een veelvoorkomende constructie.

  • BetonvlechterPremium · ook: Betonvlechter, betonstaalvlechter, ijzervlechter, wapeningsvlechter.

    Een betonvlechter brengt de wapening aan in beton: hij plaatst en bindt de staven en netten volgens de constructietekening voordat er wordt gestort. Het is werk dat na het storten voorgoed onzichtbaar is, en dat is precies waarom het zo nauw luistert. De dekking, de plaats en de overlappingen bepalen of de constructie doet wat de berekening zegt.

  • BeveiligingsrichtlijnPremium · ook: Beveiligingsrichtlijn woningen, PKVW-richtlijn, keurmerkrichtlijn.

    Een beveiligingsrichtlijn is het document waarin staat waaraan een woning moet voldoen om een keurmerk voor inbraakwerendheid te krijgen. Zij beschrijft per bouwdeel de eis, de toegestane producten en de wijze van bevestiging, en zij is de maat waarop een keuring plaatsvindt.

  • Bevestigen in verschillende ondergrondenPremium · ook: Bevestigen in verschillende ondergronden, boren en pluggen, iets ophangen aan de muur, de juiste plug kiezen

    Bevestigen in verschillende ondergronden is het kiezen van het juiste bevestigingsmiddel op basis van waar je in boort en wat eraan komt te hangen. De volgorde is bepalend en wordt vrijwel altijd omgedraaid. Mensen kiezen een plug op basis van het gewicht van wat ze ophangen. Dat is de verkeerde vraag. De ondergrond bepaalt welke soort bevestiging werkt; het gewicht bepaalt daarna alleen nog de maat en het aantal.

  • BevestigingsmiddelPremium · ook: Bevestigingsmiddel, bevestiger, verbindingsmiddel

    Een bevestigingsmiddel is een schroef, spijker, plug, bout of anker waarmee iets aan een ondergrond wordt vastgemaakt. De keuze wordt gemaakt op wat je ophangt, en dat is de verkeerde kant. De ondergrond bepaalt het bevestigingsmiddel, niet het voorwerp. Een boekenkast van vijftig kilo aan een massieve muur vraagt een gewone plug; dezelfde kast aan een gipsplaatwand vraagt een hollewandplug of, beter, een schroef in de achterliggende regel. En de ondergrond in een woning is zelden wat hij lijkt: achter het stucwerk zit gipsplaat, cellenbeton, holle baksteen of een kanaalplaat, en elk van die vier vraagt iets anders. Boor een proefgat in een onopvallende hoek en kijk naar het boorsel — de kleur en de structuur vertellen direct waar je mee te maken hebt.

  • BijzetslotPremium · ook: Bijzetslot, oplegslot, extra slot, nachtslot

    Een bijzetslot is een extra slot op de binnenzijde van een deur, naast het bestaande insteekslot. Het voegt een tweede sluitpunt toe en het is alleen zinvol wanneer het kozijn en de deur die kracht kunnen opnemen.

  • BiofilmPremium · ook: Biofilm, slijmlaag, aanslag, bacteriefilm

    Biofilm is de dunne slijmlaag van micro-organismen die zich op de binnenwand van leidingen en in kranen vormt. Zij is de reden dat legionella hardnekkig is: binnen de film overleeft de bacterie temperaturen en desinfectie die haar in het vrije water zouden doden.

  • BladloodPremium · ook: Loodslabbe voor het toegepaste stuk, loodwerk voor het geheel

    Bladlood is dun uitgewalst lood dat wordt gebruikt om aansluitingen waterdicht te maken: bij een schoorsteen, een dakkapel, een dakraam of onderin een spouwmuur. Het is buigzaam, het volgt elke vorm en het gaat bij goede verwerking vele decennia mee.

  • BliksembeveiligingPremium · ook: Bliksemafleider, bliksembeveiligingsinstallatie

    Bliksembeveiliging leidt de stroom van een blikseminslag via een geleider naar de aarde, zodat het gebouw niet wordt beschadigd. Daarnaast is er overspanningsbeveiliging, die de elektrische installatie en apparatuur beschermt tegen de spanningspiek die een inslag in de omgeving veroorzaakt.

  • BlusdekenPremium · ook: Blusdeken, branddeken, vuurdeken, blusdoek

    Een blusdeken is een doek van glasvezel of vergelijkbaar materiaal waarmee een klein vuur wordt afgedekt en zo van zuurstof wordt afgesneden. Het is de goedkoopste levensreddende aanschaf die er voor een keuken bestaat: tien tot dertig euro. Bij een brandende pan is hij bovendien beter dan welke blusser dan ook, omdat er geen middel bij komt dat de olie kan verspreiden — en water of schuim op brandende olie geeft een steekvlam die de keuken in gaat.

  • BlusmiddelenPremium · ook: Blusmiddelen, brandblusmiddelen, blusapparatuur, kleine blusmiddelen

    Blusmiddelen zijn de voorzieningen waarmee een beginnende brand kan worden gedoofd: een blusdeken, een blustoestel of een slanghaspel. De eerste vraag is niet welke je koopt, maar wanneer je hem gebruikt. Een blusmiddel is er voor de eerste dertig seconden, en daarna niet meer. Een woningbrand ontwikkelt zich zo snel dat blussen na een minuut geen optie meer is; dan is vluchten de enige juiste beslissing. Wie dat weet, kiest ook anders: een blusdeken bij het fornuis doet meer dan de duurste blusser in de meterkast.

  • BokkepootPremium · ook: Bokkepoot, bokkenpoot, muurbeugel

    Een bokkepoot is een steunconstructie met een schuine of geknikte poot die een last van een muur afdraagt naar een lager punt, of die een uitkragend deel ondersteunt. Je komt de term tegen bij steigerwerk, bij goot- en leidingondersteuning en bij tijdelijke stutconstructies. De naam verwijst naar de knik in de poot.

  • BoorPremium · ook: Boor, boortje, boorbit

    Een boor is het snijgereedschap waarmee een gat wordt gemaakt. Het type boor moet passen bij het materiaal, en dat is de fout die het vaakst wordt gemaakt. Een steenboor in hout scheurt, een houtboor in steen is direct stuk en een gewone boor in tegels breekt de tegel. Het juiste type kost een paar euro en het scheelt schade.

  • BoordieptePremium · ook: Boordiepte, gatdiepte, indringdiepte

    De boordiepte is hoe diep een boorgat in het materiaal gaat. Twee dingen gaan hier stelselmatig mis, en het tweede kost het meeste. Het gat moet dieper zijn dan de plug, want het boorstof valt naar beneden en gaat onderin liggen — boor je precies op pluglengte, dan komt de plug niet tot de bodem en zit hij half in het gat. En andersom: te diep boren is de fout die je niet terugdraait, want achter de wand of de vloer zit leidingwerk, kabelwerk of, bij een kanaalplaatvloer, een holle ruimte. De dieptestop op de machine kost tien seconden instellen.

  • BoorhamerPremium · ook: Boorhamer, hamerboor, combihamer, perforator

    Een boorhamer is een machine waarbij een pneumatisch slagwerk een zuiger op de boor laat beuken terwijl die ronddraait. Daardoor boort hij in beton waar een klopboormachine op stukloopt. Het gereedschap wordt niet met een spanklauw vastgezet maar met een insteeksysteem, en dat systeem — SDS — is de reden dat je zijn boren nergens anders in kwijt kunt.

  • BoorkroonPremium · ook: Boorkroon, kernboor, dooskroon, klokboor voor steen

    Een boorkroon is een holle cilinder met hardmetalen of diamanten segmenten aan de rand, die alleen de omtrek wegneemt en de kern laat staan. Dat is de reden dat je met een gewone machine een gat van 68 of 82 millimeter kunt maken: je verwijdert een ring van enkele millimeters in plaats van het hele volume. De kern breekt daarna uit — en dat uitbreken is precies waar het bij dit gereedschap misgaat.

  • BoormachinePremium · ook: Boormachine, boor, accuboor, klopboormachine, boorhamer

    Een boormachine draait een boor rond om een gat te maken in hout, metaal, steen of beton, en drijft in veel uitvoeringen ook schroeven aan. De keuze draait om één vraag: waar boor je in. Hout en metaal vragen alleen draaien, steen vraagt draaien met kloppen, en beton vraagt slaan met een pneumatisch mechanisme. Met de verkeerde machine kom je er niet doorheen, hoe hard je ook duwt.

  • BoorstandaardPremium · ook: Boorstandaard, boorstatief, boorkolom, boorgeleider

    Een boorstandaard is een houder waarin je een handboormachine klemt, zodat hij loodrecht en op een vaste diepte boort. Hij is de goedkope tussenoplossing tussen uit de hand boren en een kolomboormachine. Voor wie een keer haakse gaten nodig heeft, is dat genoeg — met de aantekening dat er altijd meer speling in zit dan in een vaste machine, en dat je die speling terugziet in het gat.

  • BordesPremium · ook: Bordes, tussenbordes, podest, rustbordes

    Een bordes is een vlak tussenniveau in een trap of het vlakke platform voor een deur op hoogte. In een trap dient het als rustpunt en als plek om van richting te veranderen. Bij een voordeur op hoogte is het bordes het vlak waarop je staat terwijl je de deur opent, en dat vlak moet groot genoeg zijn.

  • BordestrapPremium · ook: Bordestrap, trap met bordes, kwartslagtrap met bordes, halfslagtrap, podesttrap

    Een bordestrap is een trap met een vlak tussenstuk waar de trap van richting verandert of onderbroken wordt. Het bordes wordt gekozen om de trap in een krappe hal te laten passen, en het doet daarnaast iets dat zwaarder weegt. Een bordes onderbreekt de valhoogte: wie op een bordestrap valt, valt tot het bordes en niet tot beneden. Bij een steektrap over een volle verdieping is dat verschil groot, en het is precies waarom een bordes bij ouderen en bij jonge kinderen als veiliger geldt — ook al kost het meer vloeroppervlak.

  • BorstweringPremium · ook: Borstweringsmuur, allege

    Een borstwering is het lage muurdeel onder een raam of langs een dak, terras of galerij. Het beschermt tegen doorvallen en het draagt in veel gevallen het kozijn erboven. In oude woningen is het vaak het dunste en slechtst geïsoleerde deel van de gevel.

  • BouwbeslagPremium · ook: Bouwbeslag, hang- en sluitwerk, deurbeslag, raambeslag

    Bouwbeslag is het verzamelbegrip voor alle metalen onderdelen waarmee deuren, ramen en kozijnen worden opgehangen, bediend en gesloten: scharnieren, sloten, krukken, sluitkommen, espagnoletten en bijbehorende delen. Het is het onderdeel dat het vaakst wordt bezuinigd en dat het vaakst als eerste stukgaat.

  • BouwheerPremium · ook: Bouwheer, opdrachtgever, principaal, aanbesteder

    De bouwheer is de partij in wiens opdracht en voor wiens rekening een bouwwerk tot stand komt. De rol wordt gezien als de kant die betaalt en beslist, en er hangt meer aan. Een opdrachtgever draagt eigen verplichtingen: informatie verstrekken, tijdig beslissen, en bij grotere werken zorgen voor coördinatie van veiligheid en gezondheid. Wie informatie achterhoudt die de aannemer nodig had — een oude tekening, een bekende lekkage, asbest in een plafond — verschuift daarmee ook de aansprakelijkheid. En wie te laat beslist, betaalt stilstand. De aannemer heeft een waarschuwingsplicht; de opdrachtgever heeft de plicht om daarop te reageren.

  • Bouwkeet · ook: Bouwkeet, in het meervoud bouwketen

    Een bouwkeet is de tijdelijke ruimte op of bij een bouwplaats waar gewerkt, geschaft en overlegd wordt en waar spullen droog staan. Bij een verbouwing aan huis is het vaak een enkele unit op straat of in de tuin.

  • BouwplaatsPremium · ook: Bouwplaats, bouwterrein en werk

    De bouwplaats is het terrein waar een bouwwerk tot stand komt, samen met alles wat er tijdelijk voor nodig is: hekken, opslag, keet, container, aansluitingen en werkruimte. Bij een verbouwing aan huis is de bouwplaats meestal je eigen erf en soms een stuk van de stoep.

  • BouwplaatsvoorzieningPremium · ook: Bouwplaatsvoorziening, bouwplaatsinrichting, terreininrichting, bouwplaatskosten, algemene bouwplaatskosten

    Bouwplaatsvoorzieningen zijn de tijdelijke voorzieningen die nodig zijn om een bouwwerk te kunnen uitvoeren. Ze staan zelden in het gesprek over het ontwerp en ze bepalen wel of het werk soepel loopt. Wat er aan voorzieningen ontbreekt, kost geen materiaal maar uren, en uren zijn in een verbouwing de grootste post. Geen stroom op de derde verdieping, geen plek voor de container, geen ruimte om platen op maat te leggen, geen toilet: elk van die dingen levert loopwerk op dat niemand heeft begroot. En bij een verbouwing thuis komt daar de vraag bovenop wie ze levert, dat staat lang niet altijd in de offerte.

  • BouwsteigerPremium · ook: Bouwsteiger, steiger, gevelsteiger, stalen steiger

    Een bouwsteiger is een tijdelijke constructie van staal of aluminium waarmee je veilig op hoogte kunt werken. Hij bestaat uit staanders, liggers en vloerdelen, staat op een vaste ondergrond en is aan de gevel verankerd. Bij schilder-, gevel- en dakwerk is hij vaak een aparte kostenpost.

  • BouwstopPremium · ook: Stillegging, stilleggingsbevel

    Een bouwstop is een bevel van de gemeente of van de Arbeidsinspectie om het werk onmiddellijk te staken. Het volgt op bouwen zonder vergunning, op bouwen in strijd met de vergunning, of op een onveilige situatie op de bouwplaats.

  • BouwstroomPremium · ook: Bouwaansluiting, tijdelijke aansluiting, werkkast

    Bouwstroom is de tijdelijke elektriciteitsaansluiting op een bouwplaats, met een eigen meter en een verdeelkast. Zij levert de stroom voor gereedschap, verlichting, drogers en materieel tot de definitieve aansluiting er is.

  • BouwtoezichtPremium · ook: Bouwtoezicht, bouw- en woningtoezicht, BWT, gemeentelijk toezicht

    Bouwtoezicht is het toezicht op de naleving van de bouwregels tijdens het bouwen. Er is de afgelopen jaren iets veranderd dat structureel verkeerd wordt begrepen. Bij eenvoudige bouwwerken toetst de gemeente niet meer vooraf op de bouwtechnische regels: dat doet een private kwaliteitsborger, en de aannemer draagt zwaardere aansprakelijkheid voor gebreken. De zin "de gemeente heeft het goedgekeurd" bestaat op dat punt niet meer. De gemeente toetst nog wel het ruimtelijke deel — past het in het omgevingsplan, mag het hier staan, hoe ziet het eruit — en zij houdt handhavingsbevoegdheid, maar het bouwtechnische oordeel is verplaatst.

  • BouwvalligPremium · ook: Bouwvallig, vervallen, in verval, bouwval, onveilig bouwwerk

    Bouwvallig is de toestand waarin een bouwwerk zijn constructieve veiligheid niet meer waarborgt. Voor een eigenaar is dit geen bouwkundige maar een juridische kwestie, en dat besef ontbreekt vaak. Een bouwvallig pand is geen bezit dat stilstaat maar een aansprakelijkheid die doorloopt. Er rust een zorgplicht op de eigenaar, de gemeente kan handhavend optreden en werk op zijn kosten laten uitvoeren, en bij schade aan derden — een vallende dakpan, een instortende muur — geldt de aansprakelijkheid voor opstallen ongeacht of de eigenaar iets wist.

  • BouwvergaderingPremium · ook: Bouwvergadering, werkvergadering, bouwoverleg, werkbespreking, coördinatievergadering

    Een bouwvergadering is het periodieke overleg tussen opdrachtgever, aannemer en betrokken partijen over voortgang, knelpunten en besluiten tijdens de uitvoering. De waarde zit niet in het gesprek maar in het verslag. Wat in het bouwverslag staat en niet binnen de reactietermijn is weersproken, geldt als vastgesteld — inclusief de meerwerkposten en de planningsverschuivingen die erin zijn opgenomen. Wie het verslag niet leest, tekent daarmee stilzwijgend voor wat erin staat.

  • BouwwerkPremium · ook: Bouwwerk, bouwsel, constructie, opstal

    Een bouwwerk is een constructie van enige omvang die op zijn plaats met de grond is verbonden of daarop steun vindt, en die bedoeld is om daar te blijven staan en te functioneren. Zodra iets een bouwwerk is, gelden er regels: over de plek, de maten, de veiligheid en soms een vergunning.

  • BovenlichtPremium · ook: Bovenlicht, bovenraam, imposte, klepraam, waaiervenster

    Een bovenlicht is het raam boven een deur of raam, gescheiden door een kalf. Het is bedacht in een tijd zonder elektrisch licht, om daglicht in een gang te krijgen — en het doet er nog steeds toe om twee redenen die niets met het verleden te maken hebben: het is bij oude woningen vaak het laatste enkele glas in huis, en bij binnendeuren telt het mee voor daglicht en ventilatie in ruimten die anders niet aan de eisen voldoen.

  • BrandblusserPremium · ook: Brandblusser, blusapparaat, blustoestel, poederblusser, schuimblusser, koolzuurblusser

    Een brandblusser is een draagbaar toestel waarmee een beginnende brand kan worden geblust. De keuze draait om één ding: de brandklasse. Vet, elektra, hout en gas vragen elk een ander blusmiddel, en het verkeerde middel maakt het erger — water of schuim op een pan brandende olie geeft een steekvlam die de keuken in gaat. De blusser die voor een woning het meest bruikbaar is, is daarom niet de goedkoopste poederblusser maar een schuimblusser plus een blusdeken, en bij de frituurpan een blusser met de vetklasse.

  • BrandcompartimentPremium · ook: Brandvak, compartiment

    Een brandcompartiment is een deel van een gebouw dat zo is afgescheiden dat brand er gedurende een bepaalde tijd in blijft. Het geeft mensen tijd om te vluchten en de brandweer tijd om te blussen. In woningbouw is elke woning in beginsel een eigen compartiment.

  • BranddeurPremium · ook: Branddeur, brandwerende deur, brandvertragende deur, zelfsluitende deur, rookwerende deur

    Een branddeur is een deur die het vuur en de rook een bepaalde tijd tegenhoudt, zodat mensen kunnen vluchten. Het bepalende punt: een branddeur is geen deur maar een samenstelling. Deurblad, kozijn, scharnieren, slot, dranger, kierdichting en brandwerende strip zijn samen beproefd en samen goedgekeurd. Verander je één onderdeel — een ander scharnier, een kattenluik, een nieuw slot — dan vervalt de goedkeuring van het geheel. En: een branddeur die openstaat, is geen deur.

  • BranddoorslagPremium

    Branddoorslag is het doorbreken van brand door een scheidingsconstructie heen: een wand, een vloer of een plafond. De weerstand daartegen wordt uitgedrukt in minuten en is de basis van de brandcompartimentering in een gebouw.

  • BranderPremium · ook: Brander, gasbrander, olievuurbrander, branderunit

    Een brander is het onderdeel van een verwarmingstoestel waar de brandstof met lucht wordt gemengd en verbrand. De kwaliteit van de verbranding bepaalt het rendement en de veiligheid. Een vervuilde of verkeerd afgestelde brander produceert koolmonoxide, en dat is de reden dat onderhoud aan gastoestellen geen formaliteit is.

  • BrandklassePremium · ook: Materiaalklasse, klasse voor het brandgedrag

    De brandklasse geeft aan hoeveel een materiaal zelf bijdraagt aan een brand: hoe snel het vlam vat, hoeveel warmte het afgeeft en hoeveel rook en brandende druppels het produceert. Zij is iets anders dan brandwerendheid, die zegt hoe lang een constructie standhoudt.

  • BrandklepPremium · ook: Brandklep, brandwerende klep, brandschuif

    Een brandklep sluit een luchtkanaal af zodra er brand is, zodat vuur en rook zich niet via het kanaal naar een ander compartiment verspreiden. Het is een voorziening die alleen bestaat voor het moment waarop hij niet gecontroleerd is. Een brandklep zit weggewerkt in een kanaal boven een plafond en wordt daardoor structureel vergeten — bij oplevering vaak nog wel getest, daarna jarenlang niet meer. En dat is precies verkeerd om: het smeltlood of de thermische activering veroudert, de klep kan vastzitten in zijn behuizing, en de inspectieluik ontbreekt of is dichtgestuukt. Een compartimentering is niet beter dan de zwakste doorvoer erin, en een brandklep die niet dichtvalt, maakt de hele scheiding waardeloos.

  • BrandkraanPremium · ook: Brandkraan, hydrant, ondergrondse brandkraan, bluswatervoorziening

    Een brandkraan is een aansluitpunt op de waterleiding waaruit de brandweer bluswater betrekt. In Nederland liggen ze doorgaans ondergronds, herkenbaar aan een klein deksel in de stoep. Bij gebouwen gelden aanvullende voorzieningen zoals brandslanghaspels en droge blusleidingen, en die zijn wel de verantwoordelijkheid van de eigenaar of de VvE.

  • BrandmeldinstallatiePremium · ook: Brandmeldinstallatie, afgekort BMI

    Een brandmeldinstallatie is een vast ingebouwd systeem dat brand automatisch of met de hand meldt. Melders in ruimten en handbrandmelders langs vluchtroutes geven een signaal aan een centrale. Die zet het alarm in werking, stuurt deuren en installaties aan en meldt in sommige gebouwen rechtstreeks door naar de meldkamer.

  • BrandpreventiePremium · ook: Brandveiligheid, brandbeveiliging

    Brandpreventie is het geheel van maatregelen dat brand voorkomt, de verspreiding ervan beperkt en zorgt dat mensen op tijd buiten zijn. Het bestaat uit bouwkundige, installatietechnische en organisatorische maatregelen die alleen samen werken.

  • BrandscheidingPremium · ook: Brandscheiding, brandwerende scheiding, compartimenteringswand, brandmuur

    Een brandscheiding is een constructie die een brand gedurende een bepaalde tijd tegenhoudt, zodat mensen kunnen vluchten en de brandweer kan optreden. Het gaat om tijd en niet om onbrandbaarheid. Een scheiding van dertig of zestig minuten betekent dat de brand die periode aan één zijde blijft. Wat die tijd ondermijnt, is nooit de wand zelf: het is de deur die openstaat, het gat waar een kabel doorheen is getrokken en de doorvoer die met purschuim is dichtgezet.

  • BrandslanghaspelPremium · ook: Brandslanghaspel, slanghaspel, haspel, wandhydrant

    Een brandslanghaspel is een op de waterleiding aangesloten haspel met een vaste slang en een straalpijp, bedoeld om een beginnende brand te blussen. Het onderscheidende woord is beginnend. De haspel is geen brandweervoorziening maar een middel voor de eerste minuten, bediend door wie er toevallig is. Wie er langer dan een paar minuten mee bezig is, doet iets wat niet meer verstandig is: dan is vluchten en alarmeren het enige juiste.

  • BrandtrapPremium · ook: Brandtrap, vluchttrap, noodtrap, escape

    Een brandtrap is een trap die bedoeld is om bij brand het gebouw te verlaten, doorgaans als tweede vluchtweg naast de hoofdtrap. In woongebouwen is een aparte brandtrap minder gebruikelijk dan een brandveilig uitgevoerd trappenhuis. Waar hij wel is, is hij onderdeel van de brandveiligheidsvoorziening en dat betekent onderhoud, bereikbaarheid en vrije doorgang.

  • BrandveiligheidPremium · ook: Brandveiligheid, brandpreventie, brandbeveiliging

    Brandveiligheid is het geheel van maatregelen dat voorkomt dat brand ontstaat en dat mensen op tijd wegkomen als hij toch ontstaat. De meeste maatregelen richten zich op vuur, terwijl het gevaar iets anders is. Bij een woningbrand overlijden mensen vrijwel altijd aan rook en niet aan vlammen, en rook verspreidt zich door de woning terwijl het vuur nog in één kamer zit. Daaruit volgt de goedkoopste en meest onderschatte maatregel die er is: slaap met de slaapkamerdeur dicht. Een dichte binnendeur houdt rook en hitte minutenlang tegen — precies de minuten waarin een rookmelder je wakker maakt en je nog een route naar buiten hebt.

  • Brandwerende doorvoerPremium · ook: Brandwerende doorvoer, brandwerende doorvoering, brandwerende afdichting

    Een brandwerende doorvoer is de afdichting rond een leiding, kabel of kanaal dat door een brandwerende wand of vloer gaat. Zonder die afdichting is het gat een gratis doorgang voor vuur en rook. De afdichting moet net zo lang standhouden als de wand of vloer waarin hij zit.

  • BrandwerendheidPremium · ook: Brandweerstand, brandwering

    Brandwerendheid is de tijd die een bouwdeel een brand kan weerstaan zonder zijn functie te verliezen. Bij een wand gaat het om vlamdichtheid en warmte-isolatie, bij een constructie om het behoud van draagvermogen. De prestatie geldt altijd voor het geheel, inclusief deuren en doorvoeren.

  • BreedplaatvloerPremium · ook: Bekistingsplaatvloer, plaatvloer, predal

    Een breedplaatvloer bestaat uit dunne prefab betonplaten met stalen tralieliggers, die op de bouwplaats als bekisting dienen. Daarop wordt beton gestort dat samen met de plaat één constructie vormt. Sinds 2017 staat dit vloertype in Nederland extra in de belangstelling vanwege een instortingsincident.

  • BreekijzerPremium · ook: Breekijzer, sloopijzer, wrikijzer, breekstaaf, koebreekijzer

    Een breekijzer is een zware, rechte stalen staaf met een beitel-, punt- of platte kop, bedoeld om met hefboomkracht materiaal los te breken en te verplaatsen. Het is sloopgereedschap. Waar een koevoet demonteert, breekt een breekijzer: hij is dikker, zwaarder en minder gevoelig, en hij is gemaakt om kracht over te brengen op een plek waar geen mens bij kan.

  • BreuksteenPremium · ook: Breuksteen, breukstenen, veldsteen, ruwe bouwsteen, moellon

    Breuksteen is natuursteen die in onregelmatige brokken is gewonnen of gebroken en zonder te worden gezaagd wordt verwerkt. Je komt het in Nederland tegen in tuinmuren, keermuren, oeverbescherming en historisch metselwerk — en bij dat laatste met een belangrijke voorwaarde: breuksteenmetselwerk in een oud gebouw is vrijwel altijd met kalkmortel gemetseld, en herstel met cementmortel richt daar aantoonbare schade aan.

  • BuitentrapPremium · ook: Buitentrap, stoeptrap, keldertrap, souterraintrap, bordestrap buiten

    Een buitentrap is een trap in de buitenlucht, naar een entree, een kelder, een tuin of een terras. Buiten verandert er één ding fundamenteel aan een trap, en daar hangt de rest van af. De trede is nat, en periodiek bevroren. Dat maakt afwatering, antislip en vorstbestandheid tot de bepalende ontwerpkeuzes — niet de maatvoering. Een buitentrap met vlakke treden zonder afschot houdt water vast, wordt glad, en splijt bij vorst van binnenuit doordat het opgenomen water uitzet.

Wat staat hier?

Wat staat er in een begrip?
Wat het is, waar je het tegenkomt en hoe je het herkent — altijd vrij te lezen. De hoofdstukken daarachter, over kosten, regelgeving, onderhoud en veelgemaakte fouten, horen bij een abonnement.
Wat betekent het label Premium?
Dat er achter de korte omschrijving meer staat. De term zelf en wat hij betekent zijn nooit afgeschermd; een woordenboek dat je de betekenis onthoudt is geen woordenboek.
Waarom staan er synoniemen bij?
Omdat het vak twee of drie woorden voor hetzelfde heeft en een offerte zelden het woord gebruikt dat jij kent. De zoekbalk hierboven zoekt ook in die synoniemen.

Verder kijken