KennisGebreken
Wat staat hier?Zoek op wat je ziet, niet op wat het is. Per verschijnsel: waar het vandaan kan komen, hoe ernstig het is, en wat de eerstvolgende stap is.
Sorteren:Oudste eerst
in zeven groepen — wat de kleuren betekenen
Uitgelicht
- dak
Houtrot in de dakkapel
Afbladderende verf op de zijwangen van de dakkapel, meestal het eerst onderaan waar de wang op het dakvlak staat. Zachte plekken in het houtwerk van de boeiboord of de onderdorpel van het raam. Zwarte verkleuring rond de aansluiting met de dakbedekking. Een kozijn dat is gaan werken en waarvan het raam klemt. Aan de binnenkant: een vochtplek in de hoek van het schuine plafond, of schimmel achter een kast op zolder. De plek waar het begint is bijna altijd dezelfde: de onderste tien centimeter van de wangen en de aansluiting op het dak. Daar staat water, daar spat regen op, en daar wordt bij het schilderen het minst goed bijgekomen.
- Bouwdeel
- Dak
- Ruimte
- Zolder
2× bekeken
25 van 226 gebreken
- constructie
Doorgezakt dakoverstek en doorbuigend dakterras
Aan het overstek: een boeiboord dat aan de buitenrand lager ligt dan bij de gevel, een golvende onderkant, een goot die naar het midden of naar één kant afloopt en overloopt bij regen, open naden tussen het overstek en de gevel, scheuren in het plafond van het overstek, en bij een houten overstek verkleurd, gescheurd of zacht hout aan de onderzijde. Aan het dakterras: een vloer die in het midden lager ligt, plassen die na regen blijven staan, tegels die wippen of bol staan, vlonderdelen die niet meer vlak liggen, een hekwerk dat uit het lood staat, en een aansluiting op de gevel of de deur die open staat of lekt. Onder het dakterras: een plafond dat doorhangt, scheuren op de naden van dakplaten of langs de wanden, vochtplekken, en een deur of raam eronder die klemt. In de tijd: een overstek dat na een dakrenovatie met isolatie of een nieuwe goot is gaan zakken; een terras dat na het leggen van tegels, plantenbakken of een jacuzzi doorhangt. Aan de belasting: een dakterras met zware tegels op tegeldragers, grote plantenbakken, een buitenkeuken of een hottub op een dak van een aanbouw uit de jaren zeventig.
- Bouwdeel
- Dak
- Ruimte
- Dakterras
1× bekeken
- dak
Craquelé, krimp en plooien in bitumen dakbedekking
Craquelé: een fijn netwerk van scheurtjes in de toplaag, als gebarsten klei, vooral op plekken waar de zon het hardst op staat en waar geen ballast of leislag meer ligt. De bedekking voelt hard en bros aan en kruimelt bij buigen. Krimp: de banen zijn korter en smaller geworden; de overlap tussen twee banen staat open of is in spanning, de bedekking trekt van de opstand of de dakrand weg en er ontstaat een spleet bij de kim, de hoek tussen dak en opstand. Bij de dakrand ziet u dat de bedekking omhoog wordt getrokken. Plooien: regelmatige, evenwijdige ribbels in de baanrichting of dwars erop, soms alleen zichtbaar in de ochtend als het dak koud is, soms blijvend. Plooien op de naden van de onderliggende isolatieplaten tekenen de plaatverdeling af; plooien in een baan wijzen op een bedekking die is verschoven of niet gehecht.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- dak
Bruine en witte uitslag op bitumen dakbedekking en onder lood
Op de bitumen: bruine, gele of roestkleurige vlekken en strepen die vanaf de overlappen naar de afvoer lopen of in vlakken liggen waar het water blijft staan; een bedekking die op die plekken dof en ruw is geworden of gebleekt; bij een dak met leislag een verkleuring van het grind. Onder lood en zink: een witte, poederige of kristallijne laag op het lood zelf, witte strepen die vanaf de loodslabbe over de opstand, de gevel of de bedekking lopen, en witte vlekken op het metselwerk onder een loodstrook of een zinken afdekking; bij nieuw lood het duidelijkst in het eerste jaar. Op de gevel: witte strepen onder loodslabben boven ramen en bij de aansluiting van een aanbouw, en een witte waas op het metselwerk onder een zinken muurafdekking. Aan de afvoer: bruin of wit gekleurd water in de vergaarbak en op de bestrating onder de afvoer. Wat je niet ziet: geen blazen, geen scheuren, geen open naden en geen lekkage binnen; zit dat er wel, dan is de uitslag niet het onderwerp.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- dak
Blazen en bobbels in de dakbedekking
Bobbels in het dakvlak van een plat dak: ronde blazen van een handpalm groot, of langgerekte plooien langs een naad. Bij warm weer staan ze bol en veerkrachtig; in de winter zakken ze in. Soms zitten er scheurtjes bovenop een blaas, en dan is er een weg naar binnen. Onderscheid blazen van plooien. Een blaas is rond en zit midden op het vlak: daar zit lucht of vocht onder de bedekking. Een plooi is langgerekt en volgt een naad of een rand: daar heeft de bedekking gewerkt of is hij verschoven.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- dak
Barsten, roestvlekken en schade aan een leien dak
Aan de leien: barsten in de lengte of dwars, hoeken die zijn afgebroken, leien die uit het vlak steken of zijn afgeschoven en de lei erboven ontbloten, roestbruine vlekken, druppels en strepen die van een lei naar beneden lopen, een oppervlak dat schilfert of poederig aanvoelt, en bij kunstleien een vervaagd, ruw en soms groen oppervlak met afgebrokkelde randen. Aan de bevestiging: roestige nagels of haken die zichtbaar zijn bij afgeschoven leien, haken die zijn gebroken, en leien die klepperen bij wind. In de goot en op de grond: stukken lei, roestige haken en leigruis na een storm. Binnen: vochtplekken op de zolder of in de dakkapel onder de kapotte leien, en bij een dak zonder folie druppels bij stuifsneeuw. Aan het dak als geheel: golvingen waar de panlatten of het beschot zijn gaan werken, en een dak dat ouder is dan vijftig jaar met de oorspronkelijke bevestiging.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- dak
Afschilferende of kapotgevroren dakpannen
Aan de pannen: een oppervlak dat in dunne schubben loslaat en een ruwe, lichtere kern toont; afgesprongen glazuur in vlekken; afgebroken hoeken, randen en neuzen; pannen die in de lengte gebarsten zijn en pannen die dof, poederig of groen zijn. Op de grond en in de goot: scherven en schubben, zand van de pannen en een goot die sneller vol zit. Aan het dak: schilfering vooral aan de noordzijde, onder bomen, bij de goot en op flauwe dakdelen waar het water langzaam wegloopt; mos in de sluitingen en op de pannen; plekken waar meerdere pannen tegelijk zijn aangetast. Binnen: bij een dak zonder folie vochtplekken op de zolder onder de kapotte pannen, en bij een dak met folie water op de folie dat bij de goot uitkomt. Bij een geglazuurd dak: vlekken waar het glazuur weg is en de klei eronder water opneemt en verkleurt.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- dak
Aangetaste, opbollende of verzakte zinken goot
Opbollen: de gootbodem staat op een of meer plekken omhoog als een golf, meestal midden in een lange goot, en de soldeernaden ernaast zijn gescheurd of gebarsten. In de zomer is het erger dan in de winter. Aantasting: witte tot grijze, poederige aanslag op de bodem met daaronder putjes, en uiteindelijk gaatjes; vaak in een baan waar water van het dak op de goot valt of waar bitumen, een koperen leiding of een bepaald type dakpan het zink raakt. Bij daken met leipannen en bij dakbedekking van gemodificeerd bitumen komt dit veel voor. Verzakking: de goot hangt op één plek lager, water blijft staan na regen, er ligt bezinksel en mos, en bij vorst tilt het ijs de naden op. Aan de gevelkant lekt het langs de muur, zonder zichtbare scheur, omdat het water over de achterrand loopt.
- Bouwdeel
- Dak
2× bekeken
- dak
Losse of verschoven nokvorsten
De rij vorsten op de nok van het dak ligt niet meer recht. Een of meer vorsten staan schuin, er zit een spleet tussen twee vorsten, of er ligt een stuk specie op het dakvlak of in de goot. Vanaf de straat zie je een golvende noklijn in plaats van een rechte. Soms is een vorst helemaal verdwenen en kijk je in het gat. Binnen op zolder merk je het aan tocht langs de nok, aan een streep licht die je eerder niet zag, en na een bui aan natte plekken op het dakbeschot of op de isolatie precies onder de nok. Het onderscheidende kenmerk: de schade zit op de hoogste lijn van het dak en is van de straat te zien. Dat is ook de reden dat dit gebrek zo vaak jaren blijft liggen — niemand komt er, en er is meestal geen lekkage die dwingt.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- veiligheid
Losgeraakte panelen in een glazen overkapping of lichtstraat
Van onderaf: een paneel dat scheef in het profiel ligt, een naad die aan de ene kant breed is en aan de andere kant dicht, een streep daglicht waar die eerder niet zat, en glas dat rammelt of tikt bij wind. Bij de randen en de hoeken: een opstaande paneelrand die met de vingers licht beweegt, een klemprofiel dat aan het uiteinde omhoog staat, een schroef die is uitgetrokken of ontbreekt, en een afdekkap die is weggewaaid zodat de bevestiging bloot ligt. In de kitnaad: kit die hard is geworden, gescheurd, of die van het glas is losgelaten. Kit die de enige verbinding vormt, is altijd een bevinding. Aan het metaal: verbogen klemprofielen, roestsporen rond de schroefkoppen, gescheurde aluminium klemmen bij het boorgat en rubbers die zijn uitgehard of uit de sponning gekropen. Op de grond eronder: glassplinters, stukjes rubber, afgevallen afdekkapjes en losse schroefjes. Dat is vaak het eerste wat een bewoner meldt.
- Bouwdeel
- Dak
- Ruimte
- Balkon
1× bekeken
- dak
Losgekomen dakbedekking bij dakrand of opstand
Bij de dakrand: de bedekking is van de daktrim of de dakrandafwerking losgekomen, staat omhoog, klappert, of hangt over de rand naar buiten. De trim zelf zit los, is verbogen of ontbreekt over een stuk; de schroeven zijn uitgetrokken. Bij een opstand tegen een muur of een dakkapel: de bedekking is van de opstand gezakt of gescheurd bij de bovenrand, de kimstrook staat los, en er is een spleet tussen bedekking en muur. Vaak ziet u een oude kitrand die het niet meer houdt. In de kim, de hoek tussen dak en opstand: de bedekking is losgetrokken uit de hoek en staat als een brug los van de ondergrond; erachter zit lucht. Na een storm: stukken bedekking in de tuin of bij de buren, en een dakvlak dat aan één kant vrij ligt.
- Bouwdeel
- Dak
2× bekeken
- dak
Lekkende stadsuitloop en spuwer bij een plat dak
Op de gevel onder de uitloop: een donkere natte baan die na regen lang blijft, witte uitbloei, groene alg en mos, kapotgevroren stenen en uitgesleten voegen, en bij een spuwer een waaier van vocht onder de uitloop. Aan de uitloop: een plakplaat die los is van de dakbedekking, een uitloop waar water omheen blijft staan, een pijp door de dakrand met een kier in het metselwerk eromheen, roest bij een stalen of gietijzeren uitloop, en een spuwer die te kort is en het water op de gevel of de stoep laat vallen. Aan de vergaarbak en de pijp: een bak die overloopt bij een bui, een pijp die bij de bovenste aansluiting lekt of los zit, een bak vol blad, en een pijp die onderaan naast de gevel uitmondt. Op het dak: water dat bij de uitloop blijft staan, blad en grind in de uitloop, een bladvanger die ontbreekt, en een noodoverloop die sporen van gebruik toont. Binnen: een vochtplek in de hoek van het plafond bij de dakrand aan de kant van de uitloop, en vocht op de binnenzijde van de buitenmuur onder de uitloop.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- dak
Lekkende naad in zink- of koperwerk
Een druppel of een vochtspoor onder een zinken goot, een zinken dakbedekking of een koperen kilgoot, en bij nader kijken een naad die niet meer dicht is. Je ziet een felsnaad die openstaat, een soldeernaad met een haarscheur erin, of een stuk zink dat is gescheurd op de plek waar het over een rand ligt. Vaak zit er een witte of grijze uitslag rond de naad; bij koper een groene. Kenmerkend is waar het lekt: niet in het midden van een vlak, maar altijd op een verbinding of op een hoek. Zink en koper zelf gaan zestig tot honderd jaar mee. Wat het opgeeft, is de plek waar twee stukken bij elkaar komen of waar het materiaal niet mocht bewegen. Een tweede beeld hoort erbij: een goot of een dakvlak dat er onderaan gaaf uitziet maar aan de bovenzijde vol putjes zit. Dat is niet de naad maar het materiaal, en dat is een ander gebrek met een andere afloop.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
Toon 12 gebreken meer13 van 25 getoond · pagina 1 van 3
Wat staat hier?
- Hoe zoek ik hier iets op?
- Op het verschijnsel. «Bruine vlek op het plafond» en niet «lekkage» — want welke van de vier oorzaken het is, is precies wat je nog niet weet.
- Wat betekent de ernst?
- De graad die geldt als je de vragen niet invult. Staat er niets, dan hangt het werkelijk van jouw situatie af, en dan is een graad noemen een bewering die we niet kunnen waarmaken.
- Is dit een diagnose?
- Nee. Het is een richting plus de vraag die een deskundige zou stellen. Bij constructie, gas en asbest staat er expliciet bij dat je iemand moet laten kijken.
Verder kijken
Checklists
Lijsten om ter plekke af te vinken
98 checklists
Kennisbank
Naslag met hoofdstukken, om in te zoeken
477 artikelen
Werkomschrijvingen
De basis onder een offerteaanvraag
87 omschrijvingen