KennisWoningtypen
Wat staat hier?Wat er speelt bij dít soort huis. Hoe het gebouwd is, welke gebreken erbij horen, en wat er meestal als eerste aan de beurt is.
Sorteren:Standaard
in zeven groepen — wat de kleuren betekenen
Uitgelicht
- wonen
De boerderij en het voormalige agrarische gebouw
Van voor 1900 tot ongeveer 1970. Het woongedeelte is meestal tussen 1850 en 1940 gebouwd, vaak op een oudere plattegrond en soms met een kern die nog ouder is. Het bedrijfsgedeelte is daarna herhaaldelijk verbouwd, verhoogd of vervangen, en de losse schuren en ligboxenstallen op het erf zijn bijna altijd jonger dan het huis. Nederland telt enkele tienduizenden boerderijen die geheel of gedeeltelijk als woning in gebruik zijn, en dat aantal groeit doordat agrarische bedrijven stoppen en de gebouwen een woonbestemming krijgen. Ze staan verspreid over het hele buitengebied, met per streek een eigen bouwvorm: de langgevel in Noord-Brabant en Limburg, de kop-hals-romp en de Oldambtster in Friesland en Groningen, de stolp in Noord-Holland en West-Friesland, het hallehuis en het los hoes in Twente, de Achterhoek en de Veluwe. Een aanzienlijk deel is gemeentelijk of rijksmonument, of ligt in een beschermd dorpsgezicht.
1× bekeken
10 van 26 woningtypen
- fundering
Grachtenpand en historisch stadspand
Voor 1900, met een zwaartepunt in de zeventiende, achttiende en negentiende eeuw. Veel panden zijn in de negentiende eeuw ingrijpend verbouwd achter een oudere gevel, waardoor het bouwjaar van de gevel en dat van de constructie tientallen jaren uiteen kunnen liggen.
1× bekeken
- geluid
Herbestemd pand als woning
Het pand zelf dateert doorgaans van voor 1970; de woonfunctie is er tussen 1990 en nu in aangebracht. Denk aan een schoolgebouw, een kerk, een pakhuis, een fabriek, een watertoren, een kantoor of een boerderijschuur.
1× bekeken
- gemeenschappelijk eigendom
Het gesplitste herenhuis met een kleine VvE
Het pand zelf dateert van 1870 tot 1940, met de meeste exemplaren tussen 1890 en 1935. De splitsing in appartementsrechten is jonger: die golf begon in de jaren zestig, versnelde in de jaren tachtig en negentig toen huurpanden per verdieping werden uitgepond, en loopt door tot vandaag. Nederland telt ruim 145.000 verenigingen van eigenaars, en meer dan de helft daarvan heeft minder dan tien appartementen. Een flink deel van die kleine verenigingen zit in een gesplitst vooroorlogs pand. Je vindt ze in de negentiende-eeuwse ring en de vooroorlogse stadswijken van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Haarlem, Groningen, Arnhem en Nijmegen, vaak in een gesloten bouwblok en regelmatig binnen een beschermd stadsgezicht.
1× bekeken
- verbouwen
Kluswoning en cascowoning
Het pand is doorgaans van voor 1970; de kluswoning als aanbodvorm bestaat sinds ongeveer 2005. Gemeenten en corporaties zetten woningen die niet meer rendabel te renoveren waren in de verkoop met een verplichting om ze binnen een termijn op te knappen.
2× bekeken
- regelgeving
Mantelzorgwoning en inwoning
Als bouwvorm van alle tijden; als geregelde categorie sinds 2014, toen de mantelzorgwoning onder voorwaarden vergunningvrij werd. De aandacht groeit sinds 2020 door de vergrijzing en de druk op de woningmarkt.
2× bekeken
- regelgeving
Recreatiewoning en chalet
1960 tot heden, met een grote golf tussen 1970 en 1990 en een tweede vanaf 2010. De bouwwijze verschilt sterk per periode en per park, meer dan bij welk ander woningtype dan ook.
1× bekeken
- wonen
Tiny house
2015 tot heden. De eerste tijdelijke locaties en proeftuinen van gemeenten dateren van 2016 tot 2019; sindsdien groeit het aantal gestaag op tijdelijke kavels, erven en in kleine wijkjes van vijf tot dertig huisjes. Een klein deel is verbouwd uit een stacaravan, een woonwagen of een bouwkeet.
1× bekeken
- isolatie
Tuindorpwoning uit 1915 tot 1935
1915 tot 1935, met de meeste bouw tussen 1918 en 1930. Gebouwd in samenhangende buurten door woningbouwverenigingen, in de geest van de Woningwet van 1901.
1× bekeken
- geluid
Woning boven een winkel of bedrijfsruimte
Alle perioden, met een zwaartepunt in de bebouwing van voor 1940 in winkelstraten en dorpskernen, en een tweede in nieuwbouw met commerciële plint vanaf 1990.
2× bekeken
Wat staat hier?
- Hoe weet ik welk type ik heb?
- Aan de bouwperiode en de vorm: rij of vrijstaand, wel of geen kruipruimte, spouw of massief. De bouwperiode staat bij elk type erbij.
- Waarom is dat nuttig?
- Omdat de gebreken per bouwperiode voorspelbaar zijn. Een huis uit 1930 heeft andere problemen dan een huis uit 1975, en dat scheelt in wat je eerst laat kijken.
- Mijn huis is verbouwd — geldt het dan nog?
- Voor de schil vaak wel en voor de installatie vaak niet. Bij elk type staat wat er doorgaans is vervangen en waaraan je dat ziet.
Verder kijken
Stijlgidsen
Waaraan je een bouwstijl herkent
17 stijlgidsen
Gebreken
Zoek op wat je ziet
226 gebreken
Verbeterchecks
Vragen langs, en dan de maatregelen
22 verbeterchecks