Houtvezel, hennep, vlas, stro, schapenwol en cellulose isoleren vergelijkbaar met minerale wol — lambda 0,036 tot 0,045 — en vragen dus iets meer dikte dan hard schuim. Twee dingen onderscheiden ze. Ze nemen vocht op en geven het weer af zonder hun eigenschappen te verliezen, waardoor een kleine fout in de dampremmende laag minder snel fataal is. En hun hogere warmtecapaciteit houdt de zomerwarmte langer tegen, wat bij een licht dak merkbaar is. De beperkingen: niet toepassen waar het langdurig nat kan worden, let op de brandklasse in scheidingsconstructies, en de prijs per vierkante meter ligt hoger.

Waar gaat het over?
Naast minerale wol en kunststofschuimen bestaat er een groep isolatiematerialen van plantaardige of dierlijke oorsprong: houtvezel, hennep, vlas, stro, schapenwol en cellulose uit oud papier. Ze worden toegepast op dezelfde plekken en ze gedragen zich anders.
Dat verschil is de reden voor deze pagina. Biobased isolatie wordt vaak aangeprezen op één eigenschap — de vastgelegde koolstof — terwijl de bouwkundige verschillen die er in de praktijk toe doen ergens anders zitten: in het vochtgedrag, in de warmteopslag en in de brandklasse.
Deze pagina gaat over die verschillen en over de situaties waarin biobased isolatie een goede keuze is. Zij gaat niet over de milieuafweging zelf; die hangt af van uitgangspunten waarover geen eenstemmigheid bestaat.
Hoe ontstaat het?
Alle isolatie werkt op hetzelfde beginsel: stilstaande lucht in kleine holtes geleidt slecht. De lambda van biobased materialen ligt doorgaans tussen 0,036 en 0,045 W/mK. Dat is vergelijkbaar met minerale wol en aanzienlijk ongunstiger dan hard kunststofschuim; voor dezelfde Rc-waarde is dus meer dikte nodig.
Twee eigenschappen wijken wel wezenlijk af.
Vochtbuffering. Plantaardige vezels nemen waterdamp op en geven die weer af, zonder dat de isolatiewaarde meteen instort. Dat maakt een constructie vergevingsgezinder voor kleine onvolkomenheden in de dampremmende laag. Het is niet hetzelfde als vochtbestendig: staand water of een lek beschadigt het materiaal wel degelijk.
Warmteopslag. De soortelijke warmte van houtvezel en hennep is twee tot drie keer hoger dan die van minerale wol. In een dak onder pannen betekent dat een merkbaar tragere opwarming in de zomer, en die faseverschuiving is de eigenschap waarvoor het in Nederland het vaakst wordt gekozen.
De milieuprestatie is gunstig omdat het materiaal koolstof vastlegt tijdens de groei van de plant. Bij nieuwbouw telt dat mee in de MPG-berekening.
Er zijn beperkingen. Biobased isolatie is niet geschikt op plekken die langdurig nat kunnen worden. De brandklasse ligt doorgaans ongunstiger dan die van minerale wol. En de prijs per vierkante meter is hoger, terwijl je er meer van nodig hebt.
Hoe herken je het?
Kijk eerst naar de vorm waarin het wordt geleverd, want die bepaalt de toepassing. Houtvezelplaten zijn stijf en zwaar en zijn ook als isolerende beplating te gebruiken. Hennep- en vlasdekens zijn flexibel en klemmen tussen stijlen. Cellulose wordt vrijwel altijd ingeblazen, in een gesloten constructie of achter een doek, en is daarmee geschikt voor plekken die lastig bereikbaar zijn.
Kijk op het etiket naar de lambda, de dikte, de brandklasse en de prestatieverklaring.
Kijk naar de behandeling. Veel biobased materialen zijn behandeld tegen schimmel, ongedierte en brand; welke middelen dat zijn, staat in het productblad.
Kijk naar de toepassing die de fabrikant voorschrijft. Biobased isolatie in een spouwmuur is iets anders dan in een houtskeletbouwwand of onder een dak.
Drie situaties waarin het praktisch voordeel oplevert: een dak dat in de zomer te warm wordt, een constructie waarin de dampremmende laag lastig sluitend te krijgen is, en een gebouw dat je later wilt kunnen demonteren en hergebruiken.
Drie situaties waarin je het niet kiest: in een spouw of kruipruimte waar vocht kan staan, bij een constructie waar de dikte niet beschikbaar is, en waar een hoge brandklasse wordt geëist zonder beschermende afwerking.
Wat kun je zelf doen, en wat niet?
Zelf doen: dekens van hennep of vlas aanbrengen tussen een houten regelwerk, klemmend en zonder gaten. Houtvezelplaten aanbrengen als isolerende beplating. De prestatieverklaring opvragen en de lambda en de brandklasse controleren. De dikte omrekenen naar de gewenste isolatiewaarde.
Niet zelf doen: cellulose inblazen — dat vraagt apparatuur en de dichtheid luistert nauw. Een dakconstructie beoordelen op extra gewicht. En bepalen of een biobased materiaal in een scheidingsconstructie is toegestaan.
Wat je nooit moet doen: biobased isolatie toepassen op een plek die nat kan worden of blijven, zoals een spouw met doorslaand vocht of een kruipruimte met staand water.
Het punt waarop het misgaat is bijna altijd de dampremmende laag en niet het isolatiemateriaal. Vochtbuffering geeft speling, geen vrijstelling. Plak de naden af, dicht de doorvoeren en fotografeer het geheel voordat het dichtgaat.
Regels en regelgeving
De isolatiewaarde wordt getoetst aan het Besluit bouwwerken leefomgeving. Bij nieuwbouw geldt de BENG-systematiek, bij verbouwing gelden de verbouwvoorschriften met een minimumwaarde per bouwdeel. Het materiaal maakt daarbij niet uit, alleen de gehaalde Rc-waarde.
De brandklasse is het punt waarop biobased materiaal zich moet verantwoorden. Onbehandelde plantaardige vezel valt doorgaans in een ongunstiger Euroklasse dan minerale wol. Waar een brandklasse wordt geëist — vluchtroutes, gevels boven een bepaalde hoogte, scheidende constructies — moet dat worden opgelost met de afwerking of met een behandeld product. Vraag om de prestatieverklaring van het specifieke product en ga niet af op de materiaalsoort.
Bouwproducten vallen onder de bouwproductenverordening en dragen een CE-markering met een prestatieverklaring. Daarin staan de gedeclareerde lambda, de brandklasse en de dampdiffusieweerstand. Dat document is bij de vergelijking meer waard dan welke brochure ook.
Voor het inblazen van cellulose gelden verwerkingsvoorschriften over de dichtheid. Te losjes ingeblazen materiaal zakt in, en dat is achteraf niet te herstellen.
Bij nieuwbouw telt de materiaalkeuze mee in de MPG-berekening; biobased materialen scoren daar doorgaans gunstig.
Voor subsidie op isolatie gelden minimumwaarden en soms een eis aan het materiaal of aan de uitvoerder. Voor biobased materialen bestaan aanvullende regelingen; voorwaarden en bedragen wijzigen per jaar. Controleer de actuele regeling voordat je opdracht geeft.
Wat betekent dit voor jou?
- woningeigenaar
- bij een dak van binnenuit is het vochtbufferende gedrag een reëel voordeel, want daar gaat het bij minerale wol het vaakst mis. Bij een dakvervanging is dit bovendien de plek waar biobased isolatie het meeste oplevert, vanwege de zomerse warmtewering.
- woningeigenaar
- Woningeigenaar met een licht dakde faseverschuiving van houtvezel is merkbaar in de zomer. Dat is een comfortargument dat in geen enkele isolatiewaarde staat.
- koper
- biobased isolatie in een woning is geen aandachtspunt op zichzelf; de vraag is of de constructie kan drogen, en die vraag stel je bij elk materiaal.
- zelfbouwer
- reken op meer dikte voor dezelfde waarde en neem dat op in het ontwerp. Betrek de constructeur bij het gewicht en de architect bij de dikte, vroeg in het traject.
- vve
- VvE-lidbij een gemeenschappelijk dak of een gevel wegen de brandklasse-eisen zwaarder dan bij een grondgebonden woning. Laat dat toetsen voordat het in het meerjarenonderhoudsplan komt.
- vakman
- neem de prestatieverklaring op in het bestek en niet de merknaam alleen. De spreiding tussen producten binnen dezelfde materiaalsoort is aanzienlijk.
Checklist
- Wat is de lambda van het materiaal en welke dikte heb je nodig voor de gewenste Rc?
- Past die dikte in de constructie?
- Is er een prestatieverklaring met lambda, brandklasse en dampdiffusieweerstand?
- Voldoet de brandklasse aan de eis op deze plek, met de afwerking meegerekend?
- Is het extra gewicht getoetst bij een bestaande dakconstructie?
- Is er een sluitende dampremmende laag voorzien, met een plan voor de doorvoeren?
- Kan de constructie drogen, ook bij een klein lek?
- Is het materiaal behandeld tegen schimmel en ongedierte, en waarmee?
- Bij inblazen: welke dichtheid schrijft de fabrikant voor, en wordt die aangetoond?
- Is de constructie zo opgebouwd dat hij later te demonteren is?
- Hoe verhoudt de prijs zich tot minerale wol bij gelijke isolatiewaarde?
- Speelt zomercomfort een rol in de keuze?
Veelgestelde vragen
Isoleert biobased net zo goed?
Waarom heb ik meer dikte nodig?
Wat is vochtbuffering?
Wat merk ik van de warmteopslag?
Hoe zit het met brand?
Kan ik het zelf aanbrengen?
Waar gaat het mis bij cellulose?
Waar mag het niet?
Zie voor meer informatie
- Biobased isoleren: hout, hennep, vlas en celluloseArtikel
- Isolatie kiezen per bouwdeelKennisbank
- Damp in de constructie: waarom die folie er zitKennisbank
- Verbetercheck isolatieVerbetercheck
Reacties
De Builddocs-redactie
Redactie ·
Builddocs verdient aan affiliate-doorklikken en aan abonnementen. Dat staat hier omdat het uitmaakt bij het lezen van een vergelijking.
Meer over de auteurMinder
Onder een redactiestuk staat geen naam omdat er geen persoon achter zit, maar omdat de verantwoordelijkheid bij Builddocs als geheel ligt. Elk document heeft een datum waarop het is gecontroleerd; ontbreekt die, dan staat dat er ook.