Het eerlijke startpunt: in Nederlandse woningen ligt de gemiddelde radonconcentratie rond 20 becquerel per kubieke meter, het nationale referentieniveau is 100, en waarden boven 200 komen hier nauwelijks voor. Toch is het geen non-onderwerp, want radon is na roken de belangrijkste oorzaak van longkanker en het gas komt binnen via kieren in de begane grondvloer, leidingdoorvoeren en het kruipluik. De concentratie is het resultaat van hoeveel er binnenkomt en hoe snel het wordt afgevoerd — dat tweede is de knop waar je aan draait. Verminder daarom nooit de ventilatie om energie te besparen: dat is de enige ingreep die de concentratie zeker verhoogt.

Waar gaat het over?
Over twee radioactieve edelgassen die van nature uit de bodem en uit bouwmaterialen komen, en over de vraag of je je er in een Nederlandse woning zorgen over moet maken.
Het korte antwoord is: meestal niet, en dat is een eerlijker startpunt dan de alarmerende toon die je op sommige sites tegenkomt. De gemiddelde radonconcentratie in Nederlandse woningen en openbare gebouwen ligt rond 20 becquerel per kubieke meter. Het nationale referentieniveau is 100 becquerel per kubieke meter, en naar schatting 24.000 woningen zitten daarboven. Waarden boven 200 komen in Nederland nauwelijks voor.
Maar er is wel een reden om het te behandelen. Radon is na roken de belangrijkste oorzaak van longkanker, en het risico loopt op naarmate een woning luchtdichter wordt gemaakt zonder dat de ventilatie meegroeit. Dat is precies wat er bij veel verduurzamingsprojecten gebeurt.
Hoe ontstaat het?
Radon ontstaat door het radioactieve verval van uranium dat van nature in de bodem zit. Het is een gas, dus het beweegt: het sijpelt door de bodem omhoog en komt de woning binnen via kieren in de begane grondvloer, langs leidingdoorvoeren, via het kruipluik en door een kruipruimte die in open verbinding staat met de woonruimte.
Daarnaast komt radon vrij uit bouwmaterialen die van bodemmateriaal zijn gemaakt: beton, baksteen, gipsblokken. Thoron werkt hetzelfde maar heeft een veel kortere halveringstijd, waardoor het vooral dicht bij het oppervlak van een wand een rol speelt en niet door de hele ruimte.
De concentratie binnen is het resultaat van twee dingen: hoeveel er binnenkomt, en hoe snel het weer wordt afgevoerd. Dat tweede is de knop waar je aan kunt draaien.
Hoe herken je het?
Je herkent het niet. Radon is kleurloos, reukloos en smaakloos, en er is geen enkel zintuiglijk signaal. Dat maakt het anders dan vrijwel alles wat er verder in dit kennisbankdeel staat.
Wat je wel kunt herkennen zijn de omstandigheden waarin een verhoogde waarde waarschijnlijker is:
Een eengezinswoning met natuurlijke ventilatie, gelegen in Zuid-Limburg of het Rivierengebied. Daar zit ongeveer tachtig procent van de woningen die boven de honderd becquerel uitkomen.
Een woning die luchtdicht is gemaakt met kierdichting, nieuwe kozijnen en isolatie, zonder dat er mechanische ventilatie is bijgeplaatst.
Een kruipruimte die in open verbinding staat met de woning: een kruipluik dat niet sluit, open leidingdoorvoeren, een niet-afgewerkte vloer in een oude woning.
Een souterrain of kelder die als woon- of slaapruimte wordt gebruikt.
Zekerheid geeft alleen een meting. Een meetdoosje dat je twee tot drie maanden laat liggen en daarna opstuurt, kost weinig en geeft een jaargemiddelde dat betekenis heeft. Een kortdurende meting van een paar dagen zegt te weinig, want de concentratie schommelt sterk met het weer en het ventilatiegedrag.
Wat kun je zelf doen, en wat niet?
Zelf. Meten met een langetermijnmeetdoosje, op de begane grond en in een slaapkamer, en het doosje minstens twee maanden laten liggen. Het kruipluik voorzien van een rubber afdichting. Kieren rond leidingdoorvoeren in de begane grondvloer dichten. Ventilatieroosters openzetten en schoonmaken. Meer ventileren in de ruimtes waar je het langst verblijft.
Niet zelf. Het plaatsen of aanpassen van een mechanisch ventilatiesysteem, en het beoordelen van een meting die ver boven het referentieniveau uitkomt. Bij een waarde boven 100 becquerel is het verstandig een adviseur te laten kijken naar de route waarlangs het gas binnenkomt, in plaats van maatregelen te stapelen.
En wat je vooral niet doet: de ventilatie verminderen om energie te besparen. Dat is de enige ingreep die de concentratie zeker verhoogt, en hij komt bij verduurzaming standaard in beeld.
Regels en regelgeving
Nederland hanteert sinds februari 2018 een nationaal referentieniveau van 100 becquerel per kubieke meter voor woningen. Dat is strenger dan de Europese bovengrens: de richtlijn 2013/59/Euratom staat een referentiewaarde toe van maximaal 300 becquerel per kubieke meter. De richtlijn is in Nederland uitgewerkt in het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming.
Een referentieniveau is geen grenswaarde en geen norm waaraan een woning moet voldoen. Het is een waarde waarboven het verstandig is maatregelen te overwegen. Er is geen meetplicht bij verkoop, geen verplichting tot sanering en geen label.
Voor werkplekken ligt dat anders: daar gelden aparte verplichtingen, en op specifieke werkplekken onder de grond of in bepaalde sectoren moet worden gemeten.
Voor bouwmaterialen geldt binnen de Europese regelgeving een index voor de stralingsbijdrage; in Nederland gebruikte materialen blijven daar ruim onder.
Wat betekent dit voor jou?
- woningeigenaar
- Alleen relevant als je in Zuid-Limburg of het Rivierengebied woont, of als je gaat verduurzamen. Neem in dat laatste geval de ventilatie mee in het plan; dat is toch al nodig voor vocht.
- huurder
- Je kunt zelf meten en het resultaat delen met je verhuurder. Zie je verhoogde waarden, vraag dan naar de ventilatievoorzieningen; een niet-werkende mechanische afzuiging is een onderhoudspunt.
- koper
- Geen standaardonderzoek waard, tenzij het om een woning in de genoemde gebieden gaat met natuurlijke ventilatie en een open kruipruimte. Dan is een meting van vijftig euro goedkope zekerheid.
- vve
- VvE-lidBij gestapelde bouw speelt bodemgas vrijwel niet, behalve op de begane grond en in souterrains. Bouwmaterialen leveren wel een bijdrage, maar in Nederland een kleine.
- zelfbouwer
- Neem het mee in het ventilatieontwerp en zorg voor een luchtdichte scheiding tussen kruipruimte en woning. Achteraf regelen is duurder dan meteen goed doen.
- klusser
- Het meeste dat helpt, kun je zelf: kruipluik luchtdicht maken, doorvoeren afdichten, roosters vrijhouden.
Checklist
- Woon ik in Zuid-Limburg of het Rivierengebied?
- Heeft mijn woning natuurlijke ventilatie zonder mechanische afzuiging?
- Sluit het kruipluik luchtdicht af?
- Zitten er open leidingdoorvoeren in de begane grondvloer?
- Gebruik ik een kelder of souterrain als woon- of slaapruimte?
- Is er recent kierdichting of isolatie aangebracht zonder dat de ventilatie is aangepast?
- Heb ik een langetermijnmeting gedaan van minimaal twee maanden?
- Zit de gemeten waarde onder de 100 becquerel per kubieke meter?
- Worden de ventilatieroosters open gehouden en schoongemaakt?
Veelgestelde vragen
Moet ik me zorgen maken?
Waar komt radon vandaan?
Kan ik het ruiken of zien?
Wanneer is meten zinvol?
Wat betekent 100 becquerel per kubieke meter?
Wat is de goedkoopste maatregel?
Speelt dit in een appartement?
Zie voor meer informatie
- Veiligheid, gezondheid en schadeDossier
- Installaties en comfortDossier
- Vocht in huis: oorzaken herkennen en gericht aanpakkenKennisbank
- RIVMHandige link
Reacties
De Builddocs-redactie
Redactie ·
Builddocs verdient aan affiliate-doorklikken en aan abonnementen. Dat staat hier omdat het uitmaakt bij het lezen van een vergelijking.
Meer over de auteurMinder
Onder een redactiestuk staat geen naam omdat er geen persoon achter zit, maar omdat de verantwoordelijkheid bij Builddocs als geheel ligt. Elk document heeft een datum waarop het is gecontroleerd; ontbreekt die, dan staat dat er ook.