Mag ik vezelcementplaten star vastschroeven?
Gesteld in september 2026 · beantwoord door de redactie · gecontroleerd op 4 september 2026
De vraag
Ik ga de gevel van onze dakkapel bekleden met vezelcementplaten. In de handleiding staat iets over voorboren met een groter gat en schroeven niet te vast aandraaien. Waarom mag ik ze niet gewoon strak vastschroeven? En wat is het verschil tussen doorgekleurd en gecoat, en is vezelcement eigenlijk brandveilig?
Gesteld in september 2026.
Het korte antwoord
Omdat de plaat werkt. Vezelcement neemt vocht op en geeft het af, en het zet daarbij uit en krimpt, een millimeter of meer per meter tussen nat en droog. Een plaat die met strak aangedraaide schroeven in te kleine gaten vastzit, kan die beweging niet maken en scheurt bij de schroeven of bolt op. Daarom worden de gaten in de plaat ruimer geboord dan de schroef, met een afstandsring of een schroef met een niet-snijdend deel, zodat de plaat op de schroeven kan glijden, en worden de schroeven aangedraaid tot ze net aanliggen.
Doorgekleurd betekent dat de kleur door de hele plaat zit, zodat een zaagkant of een kras dezelfde kleur heeft; gecoat betekent een kleurlaag op een grijze basisplaat, met meer kleuren en een gladder oppervlak, maar met zaagkanten die grijs blijven en moeten worden afgewerkt.
Brandveilig is het: vezelcement is onbrandbaar, klasse A2, en daarmee geschikt voor elke gevel, ook hoog.
Waarom dat zo is
Vezelcementplaten bestaan uit cement met cellulose- en kunstvezels als versterking, geperst en verhard tot een dunne, stijve plaat van acht tot twaalf millimeter. Cement is poreus en neemt water op uit regen en uit de lucht; de vezels ook. Een plaat die nat wordt, zwelt licht, en een plaat die droogt, krimpt. Bij een plaat van drie meter lang is dat verschil tussen zomer en winter, tussen regen en zon, enkele millimeters. Dat lijkt weinig, maar het is genoeg om een plaat te breken die niet kan bewegen: de spanning concentreert zich bij de schroeven, waar het materiaal het zwakst is, en daar ontstaat een scheur die van het gat naar de rand loopt. Bij een strak vastgeschroefde plaat gebeurt dat in de eerste winter.
Vandaar het voorschrift. De gaten in de plaat worden geboord met een diameter die één tot twee millimeter groter is dan de schroef, of er worden speciale gevelschroeven gebruikt met een glad deel onder de kop dat in de plaat zit en een draad die alleen in het regelwerk grijpt, met een afdichtring onder de kop. De plaat kan dan op de schroef schuiven zonder te klemmen. De schroeven worden aangedraaid tot de kop de plaat raakt, niet verder; een te vast aangedraaide kop drukt de plaat samen en houdt haar op die plek vast. Per plaat wordt één punt als vast punt aangewezen, in het midden, en de andere punten laten beweging toe, zodat de plaat in alle richtingen even ver kan werken. De afstanden van de schroeven tot de randen en de onderlinge afstand staan in de verwerkingsvoorschriften en zijn er om de plaat te dragen zonder te klemmen. Tussen de platen komt een open voeg van vijf tot tien millimeter, met een strook achter de voeg om het regelwerk droog te houden; die voeg is ook de ruimte om te bewegen.
Het zagen is een risico om een andere reden: vezelcementstof bevat fijn kwarts, en dat is schadelijk voor de longen bij herhaald inademen. Zagen gebeurt daarom met een blad voor vezelcement, met een afzuiging op de zaag en een stofmasker van klasse P3, buiten of in een geventileerde ruimte, en niet met een haakse slijper zonder afzuiging. De zaagkanten worden schoongemaakt en bij een gecoate plaat behandeld met een kantensealer, die het vocht uit de kopse kant houdt.
Doorgekleurd tegenover gecoat gaat over die kanten en over de veroudering. Bij een doorgekleurde plaat zit het pigment in het cement: de zaagkant, een kras en een boorgat hebben dezelfde kleur als het vlak, en de plaat verweert gelijkmatig; het kleurenpalet is beperkter en de tint kan iets variëren per productie. Bij een gecoate plaat zit een acrylaat- of andere coating op een grijze plaat: meer kleuren, een egaal en vaak glad oppervlak, beter bestand tegen vuil en algen, maar een kras of een zaagkant laat grijs zien, de zaagkanten moeten worden gesealed, en de coating kan na decennia verkrijten. Beide gaan tientallen jaren mee.
Brandveiligheid is het sterke punt van vezelcement: cement brandt niet en de vezels zijn te weinig om bij te dragen. De platen halen brandklasse A2, onbrandbaar met een verwaarloosbare bijdrage, en dat is de klasse die voor gevels boven dertien meter en langs vluchtroutes wordt gevraagd. Voor een dakkapel doet dat er weinig toe, maar het is de reden dat vezelcement bij appartementengebouwen zo vaak wordt gekozen.
Wat je nu kunt doen
Lees de verwerkingsvoorschriften van de fabrikant en houd je aan de boordiameter, de randafstanden, de schroefafstanden en het vaste punt per plaat; gebruik de gevelschroeven of afstandsringen van het systeem. Reken op € 40 tot 80 per vierkante meter voor doorgekleurde plaat en € 50 tot 100 voor gecoate, exclusief regelwerk en montage.
Maak een geventileerde spouw achter de platen met een open onderkant en bovenkant, en een strook of profiel achter de open voegen; het regelwerk hoort verduurzaamd of van aluminium te zijn.
Zaag met een blad voor vezelcement, met afzuiging en een P3-masker, en behandel de zaagkanten van gecoate platen met de kantensealer van het systeem.
Draai de schroeven aan tot de kop net aanligt, met een schroevendraaier met koppelbegrenzing, en controleer na de eerste winter of geen enkele plaat is gescheurd of gaat bollen.
Kies doorgekleurd als je zaagkanten en krassen niet wilt zien en een natuurlijke veroudering accepteert; gecoat als je een specifieke kleur en een glad, vuilafstotend oppervlak wilt.
Wanneer dit antwoord niet opgaat
Bij vezelcement golfplaten op een dak. Die worden met haakbouten of schroeven door de top bevestigd volgens eigen voorschriften, en de beweging is daar op een andere manier opgevangen.
Bij kleine stroken, zoals boeiboorden of rabatdelen van vezelcement. Daar is de beweging kleiner en zijn de voorschriften eenvoudiger, maar voorboren blijft.
Bij bevestiging met lijm op een aluminium regelwerk. Dat is een eigen systeem met een elastische lijm die de beweging opneemt; niet combineren met schroeven.
Bij een gevel hoger dan dertien meter of langs een vluchtroute. Daar telt de brandklasse van het hele systeem inclusief spouw en regelwerk, en is een gecertificeerde opbouw vereist.
Bij oude gevelplaten van vóór 1994 die vervangen worden. Die kunnen asbestcement zijn; laat dat eerst vaststellen.
Zie voor meer informatie
- VezelcementplaatBegrip
- Gevelbekleding: hout, vezelcement en steenstripsKennisbank
- BrandklasseBegrip
- Gevelbekleding vervangenStappenplan
- Werken van materialen: krimp, uitzetting en de naden die dat opvangenKennisbank
- Mag kunststof gevelbekleding op een appartementengebouw?Vraag en antwoord
We slaan alleen je antwoord op, en je toelichting als je die geeft. Geen naam, geen e-mailadres.