De prestatiekloof is het verschil tussen wat een woning op papier zou moeten verbruiken en wat er werkelijk doorheen gaat. Bij goed geisoleerde woningen ligt het werkelijke verbruik vaak hoger dan berekend. Bij slecht geisoleerde woningen ligt het juist vaak lager. Dat verschil is geen rekenfout. De berekening achter een energielabel of een nieuwbouwprestatie gaat uit van vaste aannames over temperatuur, bezetting en gebruik. Jouw huishouden houdt zich daar niet aan, en de uitvoering van het werk wijkt af van de tekening. Wie dat weet, gaat anders om met beloftes over besparing. Je vergelijkt dan niet je rekening met een label, maar je eigen verbruik voor en na een maatregel, gecorrigeerd voor het weer. En je zoekt de oorzaak van een tegenvaller op de plek waar hij meestal zit: in de afstelling van de installatie en in de uitvoering van het isolatiewerk.

Waar gaat het over?
Een energielabel is de uitkomst van de rekenmethode NTA 8800. Die methode rekent met een genormeerd huishouden: een vaste binnentemperatuur, een vast aantal bewoners, een vaste hoeveelheid warm water, een gemiddeld klimaatjaar en standaard gebruikstijden. De uitkomst zegt iets over het gebouw, niet over de mensen erin. Het label is bedoeld om woningen onderling te kunnen vergelijken, zoals het verbruikscijfer van een auto.
Bij nieuwbouw geldt hetzelfde voor de BENG-waarden. Ook die zijn genormeerd berekend. Een aannemer die de beloofde BENG-waarde haalt, heeft geen belofte gedaan over jouw energierekening.
De prestatiekloof heeft twee richtingen. Het prebound-effect treedt op in slechte woningen: bewoners stoken niet alle kamers, dragen een trui en zetten de thermostaat laag omdat de rekening anders te hoog wordt. Zij verbruiken minder dan het label voorspelt. Het rebound-effect treedt op na verduurzaming: het huis is nu overal warm te krijgen, dus de deuren gaan open, de slaapkamer wordt meeverwarmd en de thermostaat gaat een graad omhoog. De besparing valt dan lager uit dan berekend, terwijl het comfort wel degelijk beter is geworden.
Hoe ontstaat het?
De grootste enkele factor is de binnentemperatuur. Een graad hoger stoken kost grofweg 5 tot 8 procent meer warmte. Een huishouden dat op 21 graden zit en een huishouden dat op 19 graden zit, verschillen daarmee al gauw 10 tot 16 procent, in dezelfde woning met dezelfde isolatie.
De tweede factor is de bewoning. Warm water is in een goed geisoleerde woning al snel een derde tot de helft van de energievraag. Een gezin dat vier keer per dag doucht, verbruikt daaraan meer dan een alleenstaande aan de hele ruimteverwarming. Het aantal bewoners staat in geen enkele labelberekening.
De derde factor is de uitvoering. Isolatie die op papier doorloopt, houdt in werkelijkheid op bij een balkopleg, een dakrand of een aansluiting op een kozijn. Zo'n onderbreking heet een koudebrug en die kan een flinke hap uit het rekenresultaat nemen. Een spouw die maar voor tachtig procent gevuld is, isoleert ook maar voor tachtig procent. Luchtdichtheid is het geval apart: kieren in de aansluitingen zorgen ervoor dat verwarmde lucht wegloopt, en die verliezen zitten in de berekening met een aanname en in het echte huis met een getal.
De vierde factor is de installatie. Een cv-installatie die op 80 graden aanvoertemperatuur draait terwijl 50 graden zou volstaan, laat het hoge rendement van de ketel onbenut. Een warmtepomp die te groot is bemeten, pendelt aan en uit en haalt de rendementen uit de brochure niet. Een weersafhankelijke regeling die nooit is ingesteld, doet niets. Een ventilatiesysteem dat op de hoogste stand blijft staan, blaast de gewonnen warmte naar buiten. Deze vier oorzaken samen verklaren het meeste van wat mensen ervaren als een tegenvallende verduurzaming.
Hoe herken je het?
Je herkent de prestatiekloof pas als je hem meet. Neem het jaarverbruik in kubieke meters gas of in kilowattuur, niet de rekening in euro's, want de tarieven veranderen elk jaar. Vergelijk twee volledige jaren met elkaar en corrigeer voor het weer met graaddagen; een zachte winter kan 15 procent schelen zonder dat er in huis iets is veranderd.
Reken je verbruik daarna om naar warmtevraag per vierkante meter gebruiksoppervlak. Dat maakt vergelijking met andere woningen zinnig. Een woning die na een volledige isolatieronde nog steeds boven de 80 kilowattuur per vierkante meter per jaar aan verwarming zit, heeft ergens een lek dat de moeite van het zoeken waard is.
Zoek daarna naar aanwijzingen in huis. Kamers die niet warm worden terwijl de ketel wel draait, wijzen op een niet ingeregelde installatie. Radiatoren die aan de bovenkant koud blijven, wijzen op lucht of slib. Een aanvoertemperatuur die na een isolatieronde nooit is verlaagd, kost rendement. Tocht langs plinten, stopcontacten en dakramen wijst op luchtlekken. Vochtplekken of schimmel op een koude hoek wijzen op een koudebrug die ook energetisch meetelt.
Kijk ten slotte naar het gebruik zelf, zonder verwijt. Als de thermostaat na de isolatie een graad omhoog ging en de slaapkamerdeur nu openstaat, is een deel van de winst omgezet in comfort. Dat is een keuze, geen fout.
Wat kun je zelf doen, en wat niet?
Zelf doen kun je: meterstanden wekelijks noteren, de binnentemperatuur op een paar plekken meten, de aanvoertemperatuur van de ketel aflezen en verlagen zolang het huis warm blijft, de nachtverlaging beperken, radiatoren ontluchten, en de instellingen van je thermostaat een keer echt doornemen in plaats van er alleen aan te draaien.
Ook zelf doen: de eenvoudige lekken opsporen. Loop op een winderige dag met de rug van je hand langs plinten, kozijnaansluitingen, de zoldervloer, de meterkast en de doorvoer van leidingen. Dat vindt je niet alles, maar wel het meeste van wat je zonder gereedschap kunt verhelpen.
Niet zelf doen: waterzijdig inregelen van een installatie met meer dan een handvol radiatoren, het aanpassen van de stooklijn van een warmtepomp, thermografie interpreteren en een blowerdoortest uitvoeren. Laat ook het label niet door een adviseur op afstand vaststellen als er twijfel is over wat er werkelijk in de spouw of het dak zit; een opname ter plaatse met bewijsstukken geeft een ander en vaak beter resultaat.
Regels en regelgeving
Bij verkoop en verhuur is een geldig energielabel verplicht. Dat label wordt bepaald volgens de NTA 8800 en geregistreerd in EP-Online. Het label mag niet worden voorgesteld als een voorspelling van de energierekening; het is een genormeerde gebouwmaat. Voor huurwoningen telt het label mee in het woningwaarderingsstelsel en daarmee in de maximale huur.
Voor nieuwbouw geldt de energieprestatie-eis uit het Besluit bouwwerken leefomgeving, onder de Omgevingswet, uitgedrukt in de BENG-indicatoren. Het Bouwbesluit 2012 was hiervan de voorganger. De aannemer is gehouden aan de berekende waarde en aan wat er in de koop- of aannemingsovereenkomst staat, niet aan het verbruik van de bewoner.
Sinds de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen geldt voor nieuwbouw in gevolgklasse 1 dat een onafhankelijke kwaliteitsborger toetst of het gerealiseerde werk aan de regels voldoet, en dat de aannemer een consumentendossier oplevert. Dat dossier is de plek waar je terugvindt welke isolatiewaarden en welke luchtdichtheid zijn toegepast. Wijkt de uitvoering aantoonbaar af van wat is overeengekomen, dan is dat een gebrek en geen prestatiekloof.
Bij een gecontracteerde prestatiegarantie ligt het anders. Daar is een verbruikswaarde afgesproken en gelden de voorwaarden van dat contract, inclusief de aannames over bewonersgedrag. Lees welke temperatuur en welke bezetting het contract veronderstelt.
Wat betekent dit voor jou?
- woningeigenaar
- vergelijk je eigen verbruik van voor en na een maatregel in kubieke meters of kilowattuur, en verwacht van een label geen voorspelling van je rekening.
- koper
- gebruik het label om woningen te vergelijken en vraag de verkoper naar de werkelijke jaarverbruiken van de laatste twee jaar.
- huurder
- een verbruik dat na een renovatie niet daalt, is reden om de verhuurder te vragen om het inregelrapport en de opnamegegevens van het label.
- vve
- laat na een collectieve maatregel het werkelijke verbruik van het complex een jaar volgen, want alleen dan blijkt of het geld heeft gedaan wat het moest doen.
- vakman
- leg de aannames van de berekening vooraf uit aan de bewoner en beloof geen bedrag, maar een bandbreedte.
Checklist
- Noteer het jaarverbruik in kubieke meters gas en in kilowattuur.
- Corrigeer het verbruik voor graaddagen voordat je twee jaren vergelijkt.
- Reken het verbruik om naar kilowattuur per vierkante meter per jaar.
- Lees de aanvoertemperatuur van de ketel af.
- Ga na of de weersafhankelijke regeling is aangesloten en ingesteld.
- Meet de binnentemperatuur in woonkamer en slaapkamer.
- Tel het aantal bewoners en het aantal douchebeurten per dag.
- Controleer of de installatie ooit waterzijdig is ingeregeld.
- Loop de kozijnaansluitingen, plinten en zoldervloer na op luchtlekken.
- Kijk in het label of de opname op bewijs of op aanname berust.
- Vraag bij nieuwbouw het consumentendossier op.
- Ga na of de ventilatie na de renovatie op een hogere stand is gezet.
- Controleer of er koude hoeken of vochtplekken zijn ontstaan.
- Leg vast wat je verandert en meet daarna opnieuw.
Veelgestelde vragen
Klopt mijn energielabel dan niet?
Hoeveel scheelt een graad op de thermostaat?
Waarom bespaar ik minder dan de adviseur berekende?
Is de prestatiekloof altijd in je nadeel?
Kan ik de aannemer aanspreken op een tegenvallend verbruik?
Wat meet ik het eerst?
Zie voor meer informatie
- Het energielabel: hoe de NTA 8800 rekent en wat je eraan kunt doenKennisbank
- Energierekening verlagen: de volgorde die het meeste oplevertKennisbank
- Verwarmingsinstallatie waterzijdig inregelenKennisbank
- De slimme meter en inzicht in je energieverbruikKennisbank
- Mijn nieuwbouwwoning haalt de beloofde energieprestatie niet: wie is aansprakelijk?Vraag en antwoord
Reacties
De Builddocs-redactie
Redactie ·
Builddocs verdient aan affiliate-doorklikken en aan abonnementen. Dat staat hier omdat het uitmaakt bij het lezen van een vergelijking.
Meer over de auteurMinder
Onder een redactiestuk staat geen naam omdat er geen persoon achter zit, maar omdat de verantwoordelijkheid bij Builddocs als geheel ligt. Elk document heeft een datum waarop het is gecontroleerd; ontbreekt die, dan staat dat er ook.