KennisRekenhulpen
Wat staat hier?Hoeveel tegels, hoeveel liter verf, hoe hoog een trede. Elke rekenhulp geeft de rekenregel, een uitgewerkt voorbeeld en een hoofdstuk over waar het misgaat — want de fout zit zelden in de som en meestal in de maat die je erin stopt.
Sorteren:Titel Z–A
in zeven groepen — wat de kleuren betekenen
31 rekenhulpen
- verwarming
Welk vermogen heeft je verwarming nodig
Voor een woning met een gemiddelde isolatiegraad geldt een vuistregel van 40 tot 70 watt per vierkante meter vloeroppervlak. Een goed geïsoleerde woning van na 2010 zit rond de 30 tot 45 watt; een ongeïsoleerde woning van voor 1975 rond de 80 tot 120 watt. Voor een woning van 120 vierkante meter met matige isolatie kom je daarmee op ongeveer 7 kilowatt aan verwarmingsvermogen. Dat getal is niet het vermogen van je cv-ketel. Een cv-ketel wordt gekozen op de warmwatervraag en niet op de warmtevraag, en daarom staat er in vrijwel elke Nederlandse woning een ketel die voor verwarming twee tot drie keer te zwaar is. Bij een warmtepomp gaat dat niet op: daar is dit getal wél maatgevend, en te zwaar kiezen is daar even schadelijk als te licht.
2× bekeken
- constructie
Wat mag je vloer dragen
Voor een verblijfsruimte in een woning rekent het Besluit bouwwerken leefomgeving met een veranderlijke belasting van 1,75 kilonewton per vierkante meter, oftewel ongeveer 175 kilo per vierkante meter. Dat is de belasting waarop de vloer is berekend bovenop zijn eigen gewicht. Een vlieringvloer die alleen voor opslag is bedoeld, is op minder berekend — vaak op de helft of minder. Wordt zo'n zolder woonruimte, dan moet de vloer op 1,75 kN/m² worden getoetst, en dat is de vraag die bij een zolderverbouwing als eerste beantwoord moet worden en die als laatste wordt gesteld. Let op wat dat getal betekent: het is een verdeelde belasting over de hele vloer, niet het gewicht dat je op één punt mag zetten.
2× bekeken
- onderhoud
Wat kost het onderhoud van je woning per jaar
Reken voor een eengezinswoning op één tot anderhalf procent van de herbouwwaarde per jaar aan bouwkundig onderhoud, uitgesmeerd over tien jaar. Bij een herbouwwaarde van € 300.000 is dat € 3.000 tot € 4.500 per jaar. Dat bedrag valt in de praktijk niet gelijkmatig. Zeven van de tien jaar kost je een paar honderd euro; in het jaar van het buitenschilderwerk en in het jaar van de ketel gaat het over duizenden. Het gemiddelde is de reserve die je aanhoudt, niet de rekening die je krijgt. Voor een appartement met een VvE betaal je dit grotendeels via de servicekosten, en dan is de vraag een andere: is de reservering toereikend.
2× bekeken
- verbouwen
Wat kost een verbouwing per vierkante meter
Voor een aanbouw of uitbouw reken je op € 1.800 tot € 3.000 per vierkante meter, inclusief fundering, ruwbouw, afbouw en installaties. Voor een dakopbouw op € 1.600 tot € 2.800. Voor het verbouwen van een bestaande ruimte — zolder tot slaapkamer, garage tot woonkamer — op € 700 tot € 1.500. Deze bedragen zijn inclusief btw en exclusief keuken, sanitair en losse inrichting. De bandbreedte is breed en dat is geen slordigheid: de afwerking bepaalt de helft van het bedrag. Dezelfde uitbouw met een standaardafwerking of met een stalen pui, een gietvloer en vloerverwarming scheelt eenvoudig een factor anderhalf.
2× bekeken
- kosten
Wat kost een uur van een vakman
Reken in 2026 op een uurtarief van € 55 tot € 95 exclusief btw voor de meeste bouwvakken, en op € 75 tot € 130 voor gespecialiseerd werk zoals installaties, dakwerk op hoogte en restauratie. Daar komt btw bij, en dat tarief verschilt: 9 procent voor arbeid aan een woning ouder dan twee jaar bij schilderen, stukadoren en enkele andere werkzaamheden, en 21 procent voor de rest en voor alle materialen. Een timmerman van € 65 per uur kost je dus € 78,65 per uur inclusief btw. Tel daar voorrijkosten, gereedschapskosten en de tijd voor voorbereiding en afvoer bij op, en je begrijpt waarom een klus van twee uur zelden twee uur wordt gerekend.
1× bekeken
- kosten
Wat is de herbouwwaarde van je woning
De herbouwwaarde is wat het kost om je woning na een totale verwoesting opnieuw te bouwen op dezelfde plek — exclusief de grond, exclusief de fundering die blijft liggen, en inclusief sloop en puinruiming. Als vuistregel reken je op € 1.400 tot € 2.200 per vierkante meter bruto vloeroppervlak voor een gewone woning, en meer bij een monument, een rieten dak of een bijzondere bouwwijze. Voor een tussenwoning van 120 vierkante meter kom je daarmee op € 170.000 tot € 265.000. Dat getal staat los van de marktwaarde: in een dure stad is de herbouwwaarde vaak een fractie van de verkoopprijs, en in een krimpgebied soms hoger.
1× bekeken
- verduurzaming
Hoeveel zonnepanelen passen op je dak, en wat leveren ze op
Een gangbaar paneel meet ongeveer 1,75 bij 1,13 meter, dus bijna twee vierkante meter, en levert 400 tot 450 wattpiek. Op een schuin dakvlak passen de panelen dicht op elkaar; op een plat dak in oost-westopstelling reken je op ongeveer drie vierkante meter dakvlak per paneel vanwege de onderlinge afstand. Voor de opbrengst geldt in Nederland een vuistregel: 850 tot 950 kilowattuur per kilowattpiek per jaar bij een zuidgerichte opstelling onder een hellingshoek van dertig tot vijfendertig graden. Tien panelen van 430 wattpiek is 4,3 kilowattpiek, en dat levert dus ongeveer 3.700 tot 4.100 kilowattuur per jaar. Dat is meer dan het verbruik van een gemiddeld huishouden — en juist daarom is de vraag niet hoeveel er passen maar hoeveel er nuttig zijn.
2× bekeken
- vloeren
Hoeveel vloer en ondervloer heb je nodig
Neem het vloeroppervlak en tel er snijverlies bij op: vijf procent bij recht leggen, zeven procent bij halfsteens verband en twaalf procent bij diagonaal of visgraat. Bij een kleine of onregelmatig gevormde ruimte komt daar nog drie procent bij. Ondervloer reken je op het kale vloeroppervlak plus vijf procent. Plinten reken je op de omtrek min de deurbreedtes, plus vijf procent. Voor een kamer van vier bij vijf meter die recht wordt gelegd, koop je dus 21 vierkante meter vloer — en dat rond je naar boven af op hele pakken.
1× bekeken
- elektra
Hoeveel vermogen heeft je meterkast nog over
De standaardaansluiting van een Nederlandse woning is 1 fase van 35 ampère, en dat komt neer op ongeveer 8 kilowatt. Een aansluiting van 3 × 25 ampère levert ongeveer 17 kilowatt, en 3 × 35 ampère ongeveer 24. Tel op wat er tegelijk aan kan staan. Een inductiekookplaat vraagt 3 tot 7 kilowatt, een warmtepomp 2 tot 6, een laadpaal 3,7 tot 11, een droger 2 tot 3, en een vaatwasser 2. Bij een aansluiting van 1 × 35 is de rek er al uit met inductie plus een laadpaal. De rekenregel voor het omrekenen: vermogen in watt is spanning maal stroom, dus 230 volt maal 35 ampère is ongeveer 8.000 watt bij één fase.
1× bekeken
- afwerking
Hoeveel verf heb je nodig
Reken voor muurverf op 10 tot 12 vierkante meter per liter per laag op een ondergrond die al geschilderd is, en op 6 tot 8 vierkante meter per liter op nieuw of poreus stucwerk. Voor lakverf op houtwerk: 12 tot 14 vierkante meter per liter per laag. Twee lagen is de norm, geen uitzondering. Tel daar tien procent bij op voor wat er in de bak achterblijft, op de roller zit en bij het bijwerken opgaat. Voor een gemiddelde woonkamer van vier bij vijf meter met een plafondhoogte van 2,60 meter kom je daarmee uit op negen tot dertien liter muurverf voor de wanden in twee lagen.
1× bekeken
- ventilatie
Hoeveel ventilatie heeft je woning nodig
Voor nieuwbouw geldt in het Besluit bouwwerken leefomgeving een eis van 0,7 dm³ per seconde per vierkante meter vloeroppervlak voor een verblijfsruimte, met een ondergrens van 7 dm³ per seconde per ruimte. Een kamer tot tien vierkante meter komt daardoor altijd op die ondergrens uit. Daarnaast gelden vaste waarden: 7 dm³/s voor een toiletruimte, 14 dm³/s voor een badruimte en 21 dm³/s voor de ruimte waar het kooktoestel staat. Reken om naar de eenheid op je ventilatiebox door te vermenigvuldigen met 3,6. Een badkamer van 14 dm³/s vraagt dus ongeveer 50 kubieke meter per uur.
1× bekeken
- energie
Hoeveel van je zonnestroom gebruik je zelf
Een huishouden zonder thuisbatterij en zonder sturing gebruikt in de praktijk 25 tot 35 procent van de opgewekte stroom op het moment dat hij wordt opgewekt. De rest gaat het net op. Dat aandeel heet zelfverbruik en het is met het verdwijnen van de salderingsregeling per 1 januari 2027 het getal dat de opbrengst bepaalt. Een kilowattuur die je zelf gebruikt, bespaart je het volle leveringstarief; een kilowattuur die je teruglevert, levert de terugleververgoeding op, en dat verschil is een veelvoud. Reken het als volgt: neem je jaarlijkse opwek in kilowattuur, trek daar de teruglevering van af die op je jaarafrekening staat, en deel de uitkomst door de opwek. Dat is je zelfverbruikspercentage. Wie zijn wasmachine, vaatwasser, boiler en laadpaal naar de middaguren verschuift, tilt dat aandeel naar 40 tot 55 procent zonder één euro te investeren. Dat is de goedkoopste maatregel die er in dit hele onderwerp bestaat.
1× bekeken
Toon 12 rekenhulpen meer13 van 31 getoond · pagina 1 van 3
Wat staat hier?
- Rekent de site het voor mij uit?
- Bij een deel wel; bij de rest staat de rekenregel met een uitgewerkt voorbeeld. Waar een uitkomst afhangt van iets wat wij niet kunnen weten, geven we geen getal.
- Hoeveel snijverlies moet ik rekenen?
- Dat verschilt per materiaal en per legpatroon, en het staat bij elke hulp apart genoemd. Het is de post die het vaakst wordt vergeten.
- Kan ik hierop een bestelling baseren?
- Als richtgetal ja, als laatste controle nee. Meet de ruimte zelf op en tel de restanten mee; een rekenhulp kent jouw hoeken niet.
Verder kijken
Prijsgidsen
Wat het ongeveer kost, met peildatum
100 prijsgidsen
Stappenplannen
Wat je doet, en in welke volgorde
186 stappenplannen
Koopgidsen
Welke moet je hebben, en waarom
48 koopgidsen