Naar de inhoud

Dit is een bètaversie van Builddocs. Je kunt alles bekijken, maar aanmelden en een abonnement afsluiten kan nog niet.

Rekenhulp

Welk vermogen heeft je verwarming nodig

Gecontroleerd op 4 september 2026

Het korte antwoord

Voor een woning met een gemiddelde isolatiegraad geldt een vuistregel van 40 tot 70 watt per vierkante meter vloeroppervlak. Een goed geïsoleerde woning van na 2010 zit rond de 30 tot 45 watt; een ongeïsoleerde woning van voor 1975 rond de 80 tot 120 watt.

Voor een woning van 120 vierkante meter met matige isolatie kom je daarmee op ongeveer 7 kilowatt aan verwarmingsvermogen.

Dat getal is niet het vermogen van je cv-ketel. Een cv-ketel wordt gekozen op de warmwatervraag en niet op de warmtevraag, en daarom staat er in vrijwel elke Nederlandse woning een ketel die voor verwarming twee tot drie keer te zwaar is. Bij een warmtepomp gaat dat niet op: daar is dit getal wél maatgevend, en te zwaar kiezen is daar even schadelijk als te licht.

Wat je nodig hebt om te rekenen

Het te verwarmen vloeroppervlak in vierkante meters, en de plafondhoogte als die afwijkt van 2,60 meter.

Het bouwjaar en wat er sindsdien is geïsoleerd: gevel, dak, vloer, glas. Dit bepaalt de watt per vierkante meter meer dan wat ook.

Het aantal buitenmuren en de oriëntatie per ruimte. Een hoekkamer op het noorden vraagt aanzienlijk meer dan een kamer tussen twee woningen in.

De gewenste binnentemperatuur, en het ontwerppunt buiten. In Nederland wordt gerekend met een buitentemperatuur van min tien graden.

De aanvoertemperatuur van het systeem: 70 graden bij een klassieke cv, 35 tot 45 bij vloerverwarming of een warmtepomp. Dit bepaalt het benodigde afgifteoppervlak.

Zo reken je het uit

Isolatiegraad

Warmtevraag per m²

Voorbeeld

Ongeïsoleerd, voor 1975, enkel glas

80 – 120 W/m²

Vooroorlogse woning

Matig geïsoleerd, 1975 – 1995

55 – 80 W/m²

Spouw en dubbel glas

Redelijk geïsoleerd, 1996 – 2010

40 – 60 W/m²

Alles matig geïsoleerd

Goed geïsoleerd, na 2010

30 – 45 W/m²

Volgens toenmalige eis

Zeer goed geïsoleerd, na renovatie

20 – 35 W/m²

Label A of hoger

Toeslag hoekwoning

+10 %

Twee extra buitengevels

Toeslag vrijstaand

+20 %

Vier buitengevels

Aftrek tussenwoning

−10 %

Twee buren die meestoken

En voor de afgifte, bij een radiator van 60 centimeter hoog:

Aanvoertemperatuur

Afgifte per strekkende meter radiator

70/50 graden, klassieke cv

900 – 1.400 W/m

55/45 graden, lagetemperatuur

550 – 800 W/m

45/35 graden, warmtepomp

350 – 500 W/m

Vloerverwarming, 35 graden

50 – 80 W/m² vloer

De rekenregel. Vloeroppervlak maal de watt per vierkante meter, maal de toeslag voor het woningtype, geeft de warmtevraag in watt. Deel door duizend voor kilowatt.

Voor de afgifte per ruimte: de warmtevraag van die ruimte gedeeld door de afgifte per meter radiator geeft de benodigde radiatorlengte.

Rekenvoorbeeld. Een tussenwoning uit 1985 van 110 m², spouw en dubbel glas, matig geïsoleerd.

  • warmtevraag: 110 × 65 = 7.150 W
  • correctie tussenwoning, −10 %: 6.435 W → ongeveer 6,5 kW
  • woonkamer van 35 m² met twee buitenmuren: 35 × 65 × 1,1 = 2.500 W
  • bij 70/50 graden: 2.500 ÷ 1.100 = 2,3 meter radiator
  • bij 45/35 graden, dus na overstap op een warmtepomp: 2.500 ÷ 425 = 5,9 meter radiator

Die laatste twee regels zijn de kern van deze pagina. Dezelfde kamer vraagt bij een warmtepomp ruim twee keer zoveel radiator, en dat is de reden dat een warmtepomp in een woning met bestaande radiatoren vaak niet warm genoeg wordt. Het ligt dan niet aan de pomp.

IsolatiegraadWarmtevraag per m²Voorbeeld
Ongeïsoleerd, voor 1975, enkel glas80 – 120 W/m²Vooroorlogse woning
Matig geïsoleerd, 1975 – 199555 – 80 W/m²Spouw en dubbel glas
Redelijk geïsoleerd, 1996 – 201040 – 60 W/m²Alles matig geïsoleerd
Goed geïsoleerd, na 201030 – 45 W/m²Volgens toenmalige eis
Zeer goed geïsoleerd, na renovatie20 – 35 W/m²Label A of hoger
Toeslag hoekwoning+10 %Twee extra buitengevels
Toeslag vrijstaand+20 %Vier buitengevels
Aftrek tussenwoning−10 %Twee buren die meestoken
AanvoertemperatuurAfgifte per strekkende meter radiator
70/50 graden, klassieke cv900 – 1.400 W/m
55/45 graden, lagetemperatuur550 – 800 W/m
45/35 graden, warmtepomp350 – 500 W/m
Vloerverwarming, 35 graden50 – 80 W/m² vloer

Waar het misgaat

De cv-ketel wordt als maat genomen. Een ketel van 24 kilowatt in een woning met een warmtevraag van 6,5 kilowatt is normaal: die 24 kilowatt is er voor de douche, niet voor de kamer. Wie bij het vervangen door een warmtepomp diezelfde 24 kilowatt aanhoudt, koopt een toestel dat drie keer te groot is, kort inschakelt en snel slijt.

Het afgifteoppervlak wordt vergeten. De warmtevraag is één helft van de som; of je radiatoren die warmte bij een lagere temperatuur kwijt kunnen, is de andere. Dat wordt bij vrijwel elke overstap op lagetemperatuurverwarming te laat uitgezocht.

Er wordt op de hele woning gerekend en niet per ruimte. De totale warmtevraag zegt niets over de vraag of de hoekslaapkamer warm wordt. Reken per ruimte, en dan vooral de ruimten met twee of drie buitenmuren.

Er wordt gerekend voor de isolatie in plaats van erna. Wie eerst isoleert en dan pas het toestel kiest, koopt een kleiner en goedkoper toestel. Andersom betaal je twee keer.

De vuistregel wordt gebruikt waar een berekening hoort. Voor een globale afweging is 40 tot 70 watt per vierkante meter genoeg. Voor de aanschaf van een warmtepomp is dat te grof: daar hoort een warmteverliesberekening per ruimte bij, en die hoort in de offerte te zitten.

Wat dit voor jou betekent

Woningeigenaar. Het besluit dat de meeste teleurstelling voorkomt: laat een warmteverliesberekening per ruimte maken vóór je een warmtepomp koopt, en laat de uitkomst per ruimte zien met de bijbehorende radiatorlengte. Een installateur die dat niet levert, verkoopt een toestel en geen oplossing.

Volgorde: eerst isoleren, dan het afgiftesysteem, dan het toestel. Elke omgekeerde volgorde kost geld.

VvE. Bij blokverwarming is de collectieve ketel en het leidingnet gemeenschappelijk en de radiatoren in de woning meestal niet. Bij een overstap naar een collectieve warmtepomp of een warmtenet is de vraag naar het afgiftesysteem per woning het grootste struikelblok, en het is een vraag die vóór het besluit beantwoord moet zijn — niet erna, als blijkt dat de helft van de bewoners nieuwe radiatoren nodig heeft.

Huurder. De installatie is van de verhuurder. Wordt je woning niet warm genoeg, meld dat dan schriftelijk met de gemeten temperatuur en de buitentemperatuur erbij. Onvoldoende verwarming is een gebrek in de zin van het huurrecht.

Zelfbouwer. Bepaal het vermogen na de isolatie en niet ervoor. Een woning die goed is geïsoleerd, vraagt een toestel van de helft, en een te groot toestel gaat pendelen.

Vakman. Maak een warmteverliesberekening per ruimte en niet één voor de hele woning. Bij lage temperatuur is de afgifte per ruimte de beperkende factor en niet het toestel.

VvE-beheerder. Bij blokverwarming bepaalt het vermogen van de centrale installatie wat er per woning beschikbaar is. Laat dat doorrekenen voordat u besluit tot lagetemperatuurafgifte.

Zie voor meer informatie

Hielp dit?

We slaan alleen je antwoord op, en je toelichting als je die geeft. Geen naam, geen e-mailadres.

Alle rekenhulpen