Naar de inhoud

Dit is een bètaversie van Builddocs. Je kunt alles bekijken, maar aanmelden en een abonnement afsluiten kan nog niet.

Vraag

Waarom is de netaansluiting bepalend bij een all-electric woning?

Gesteld in september 2026 · beantwoord door de redactie · gecontroleerd op 4 september 2026

De vraag

We willen van het gas af: warmtepomp, inductie koken, elektrische boiler, en later een laadpaal. De installateur zegt dat we eerst naar de netaansluiting moeten kijken. Waarom is dat het eerste, en niet de warmtepomp?

Gesteld in september 2026.

Het korte antwoord

Omdat alles wat je van het gas afhaalt, op de stroomaansluiting terechtkomt, en die aansluiting een grens heeft. Een gewone woning heeft één fase van 25 of 35 ampère; dat is genoeg voor een warmtepomp óf voor inductie óf voor een laadpaal, maar zelden voor alles tegelijk op een winteravond.

Een verzwaring naar drie fasen vraagt een aanvraag bij de netbeheerder, en die duurt maanden; in gebieden met netcongestie soms langer. Wie de warmtepomp bestelt voordat de aansluiting rond is, heeft een toestel dat niet mag worden aangesloten.

Daarom: eerst de aansluiting, dan de volgorde van de rest.

Waarom dat zo is

All-electric betekent dat de woning geen gas meer gebruikt: verwarming, warm water en koken gaan op elektriciteit. Elk van die functies vraagt vermogen, en dat vermogen komt door één kabel de meterkast binnen. De aansluiting heeft een maximale stroomsterkte, en de hoofdzekering bewaakt die. Een enkelfasige aansluiting van 25 ampère levert ruim vijf kilowatt; een van 35 ampère ongeveer acht. Een warmtepomp vraagt in de winter twee tot vier kilowatt, een inductiekookplaat bij vol gebruik zeven, een boiler twee, een laadpaal drie tot elf. Op een koude avond met koken, douchen en laden gaat dat niet samen op één fase.

Vandaar dat all-electric bijna altijd een driefasenaansluiting vraagt: drie kabels van elk 25 ampère, samen ruim zeventien kilowatt, waarover de apparaten worden verdeeld. Die verzwaring is werk van de netbeheerder: een nieuwe kabel of een nieuwe aansluitkast, een nieuwe meter, en een groepenkast die op drie fasen is ingericht. De aanvraag, de planning en het werk kosten samen doorgaans drie tot zes maanden, en in gebieden waar het net vol is, kan de netbeheerder een verzwaring weigeren of uitstellen.

Dat is de reden dat de aansluiting bepalend is. Niet omdat hij technisch het moeilijkst is, maar omdat hij het langst duurt en omdat de uitkomst bepaalt wat er kan. Krijg je geen drie fasen, dan moet je kiezen: een warmtepomp met een lager vermogen, koken op een kookplaat met vermogensbegrenzing, laden met een lager vermogen of een slim laadpunt dat rekening houdt met wat de rest verbruikt. Dat is te doen, maar het is een ander ontwerp dan een woning met drie fasen.

De volgorde volgt daaruit. Eerst de aansluiting aanvragen, dan isoleren zodat de warmtepomp klein kan blijven, dan de warmtepomp en het warm water, dan koken, dan laden. Wie andersom begint, ontdekt bij de laatste stap dat de eerste niet past.

En het warmtenet: als de gemeente in de wijk een warmtenet plant, is verwarming op stroom misschien niet de route, of pas later. De gemeentelijke warmtevisie zegt per wijk wat de verwachte oplossing is; dat is de eerste plek om te kijken vóór er een warmtepomp wordt besteld.

Wat je nu kunt doen

Kijk op de meter en de hoofdzekering welke aansluiting je hebt: één of drie fasen, en hoeveel ampère.

Kijk in de warmtevisie van de gemeente wat er voor jouw wijk is voorzien: all-electric, warmtenet of nog open. Dat bepaalt of je nu moet investeren.

Vraag de verzwaring aan bij de netbeheerder zodra je weet dat je all-electric gaat, en vraag naar de doorlooptijd en de kosten in jouw gebied. Reken op € 600 tot 1.500 voor een verzwaring naar drie fasen exclusief aanpassing van de groepenkast, en op € 800 tot 1.800 voor een nieuwe groepenkast (zelfde peildatum).

Laat een installateur een vermogensbalans maken: wat vraagt elk apparaat, wat kan tegelijk, wat kan worden gestuurd. Daar volgt de aansluiting uit die je nodig hebt.

Isoleer vóór de warmtepomp komt. Een kleinere warmtepomp vraagt minder vermogen en maakt de rest van de balans makkelijker.

Wanneer dit antwoord niet opgaat

Bij een woning die al drie fasen heeft. Dan is de aansluiting niet de bottleneck, maar de verdeling over de fasen wel.

Bij een hybride warmtepomp die de gasketel laat bijspringen. Dan blijft het gas en is het vermogen kleiner.

Bij een appartement met een collectieve installatie. Daar is de aansluiting van het gebouw de vraag en beslist de vereniging.

Bij een wijk waar een warmtenet komt. Dan is all-electric misschien niet de route en is wachten of aansluiten de afweging.

Bij een gebied met netcongestie waar de netbeheerder geen verzwaring levert. Dan is het ontwerp gericht op wat de bestaande aansluiting aankan, met sturing en begrenzing.

Zie voor meer informatie

Hielp dit?

We slaan alleen je antwoord op, en je toelichting als je die geeft. Geen naam, geen e-mailadres.

Alle vragen