Wat vraag ik over storingen voor ik teken voor stadsverwarming of geothermie?
Gesteld in september 2026 · beantwoord door de redactie · gecontroleerd op 4 september 2026
De vraag
Onze wijk wordt aangesloten op een warmtenet dat wordt gevoed met geothermie. We krijgen binnenkort een aanbod om te tekenen. Iemand in de straat zei: vraag eerst hoe het zit met storingen. Wat moet ik dan precies vragen, en waarom is dat bij een warmtenet anders dan bij een eigen ketel?
Gesteld in september 2026.
Het korte antwoord
Drie dingen, en laat ze op papier zetten voordat je tekent. Wat is de piek- en back-upvoorziening: welke bron neemt het over als de geothermiebron uitvalt of op een koude dag niet genoeg levert, en hoeveel van de vraag kan die dekken. Hoe snel wordt er hersteld: welke hersteltijd garandeert het warmtebedrijf bij een storing, overdag en 's nachts, in de winter, en wat gebeurt er als het langer duurt. En welke compensatie geldt er: wat krijg je vergoed per dag zonder warmte, vanaf welk moment, en hoe wordt dat uitbetaald.
Bij een eigen ketel bel je een installateur en heb je binnen een dag warmte, of je koopt een nieuwe ketel. Bij een warmtenet ben je afhankelijk van één leverancier zonder alternatief, voor tientallen jaren, en de warmte komt van één bron met een leidingnet ertussen. Dat is prima zolang de leverancier zijn zaken regelt, en het is de reden dat de wet hem verplichtingen oplegt over leveringszekerheid en compensatie. De antwoorden op de drie vragen laten zien of hij ze serieus neemt.
Waarom dat zo is
Een warmtenet levert warm water van een centrale bron via een leidingnet naar de woningen, waar een afleverset de warmte overdraagt aan de eigen installatie. De bron kan een gasketel op wijkniveau zijn, restwarmte van een fabriek of een afvalverbranding, een biomassacentrale, een grote warmtepomp, of geothermie: water van zestig tot negentig graden dat uit een watervoerende laag op twee tot drie kilometer diepte wordt opgepompt, zijn warmte afgeeft en wordt teruggevoerd. Geothermie is een stabiele en schone bron, maar het is één bron met bewegende delen op grote diepte, en een boring die uitvalt door een pomp, een verstopping of onderhoud, valt voor weken uit. Ook levert een geothermiebron een vrijwel constant vermogen, terwijl de vraag op een koude januaridag drie keer zo hoog is als het jaargemiddelde.
Daarom heeft elk warmtenet een piek- en back-upvoorziening: meestal een of meer gasgestookte of elektrische ketels die bijspringen op de koudste dagen en het overnemen als de hoofdbron uitvalt. De vraag is hoe groot die is. Een back-up die honderd procent van de piekvraag kan leveren, betekent dat een uitval van de geothermiebron voor bewoners onzichtbaar blijft; een back-up van vijftig procent betekent dat op een koude dag de aanvoertemperatuur zakt en de woningen niet warm worden. Het antwoord staat in het ontwerp van het net, en het warmtebedrijf hoort het te kunnen geven, met de bron van de back-up en de capaciteit als percentage van de piekvraag.
Storingen in het net zelf zijn het andere risico: een lekkende leiding, een defecte pomp in een onderstation, een afleverset die uitvalt. Bij een eigen ketel is een storing jouw probleem, maar ook jouw oplossing: een installateur, dezelfde dag, of een nieuwe ketel binnen een week. Bij een warmtenet kun je niets zelf en is er geen tweede leverancier. De warmtewet regelt daarom dat de leverancier moet zorgen voor een betrouwbare levering, dat hij storingen binnen een redelijke termijn moet herstellen, en dat hij bij een onderbreking van meer dan een bepaald aantal uren een compensatie moet betalen per dag, ongeacht de schuld. De bedragen en termijnen zijn wettelijk vastgelegd en worden geïndexeerd; de leverancier mag gunstiger regelen, niet ongunstiger. Wat de leverancier daarnaast in zijn eigen voorwaarden zet over hersteltijden, storingsdienst en bereikbaarheid, is het verschil tussen een leverancier die zijn zaken op orde heeft en een die het bij het wettelijk minimum houdt.
Ook de kosten en de voorwaarden zijn anders dan bij gas. De tarieven voor warmte zijn gereguleerd, met een maximum dat jaarlijks wordt vastgesteld, en er is een vastrecht dat je betaalt ongeacht het verbruik. Wie eenmaal is aangesloten, kan niet zomaar terug; de gasaansluiting wordt meestal verwijderd, en een eigen warmtepomp naast het net is vaak niet toegestaan of niet rendabel door het vastrecht. Vandaar dat de vragen vóór het tekenen komen: daarna is er weinig te kiezen. Sinds de nieuwe wet voor collectieve warmte gaan de netten geleidelijk onder publieke regie, wat de positie van bewoners versterkt, maar de vragen blijven dezelfde.
Voor een woning is de aansluiting ook een bouwkundige ingreep: de afleverset vraagt een plek, meestal waar de ketel stond, met een aan- en afvoerleiding vanaf de straat door de gevel of de kruipruimte, en de eigen installatie moet passen bij de aanvoertemperatuur van het net; bij een lagetemperatuurnet zijn grotere radiatoren of vloerverwarming nodig, en isolatie vooraf.
Wat je nu kunt doen
Vraag het warmtebedrijf schriftelijk: welke back-upvoorziening er is en hoeveel procent van de piekvraag zij dekt, welke aanvoertemperatuur het net levert en garandeert bij vorst, en of die past bij jouw radiatoren.
Vraag de hersteltijden bij storing: bereikbaarheid van de storingsdienst, de tijd tot iemand ter plaatse is, de maximale hersteltijd waar het bedrijf voor staat, en wat er gebeurt bij een langdurige uitval, zoals noodketels of vergoeding van elektrische kachels.
Vraag de compensatieregeling: het bedrag per dag, vanaf hoeveel uur onderbreking, hoe het wordt uitbetaald, en of die regeling gunstiger is dan het wettelijk minimum.
Vraag de tarieven en het vastrecht voor de komende jaren, wat er gebeurt met de gasaansluiting, of een eigen bron naast het net is toegestaan, en hoe lang de leveringsovereenkomst loopt. Vraag ook wie de afleverset onderhoudt en vervangt.
Laat een installateur beoordelen of jouw installatie past bij het net en wat er aan isolatie en radiatoren nodig is; reken op € 500 tot 2.500 voor aanpassingen als de aanvoertemperatuur lager is dan je ketel leverde. Leg alle antwoorden bij de overeenkomst.
Wanneer dit antwoord niet opgaat
Bij een bestaand net waar je al op zit. Dan gelden de vragen bij de jaarlijkse afrekening en bij storingen, en is de compensatieregeling de weg.
Bij een individuele warmtepomp of een eigen bodembron. Daar is de leveringszekerheid jouw eigen zaak en die van de installateur.
Bij een blokverwarming van de vereniging. Daar is de vereniging de leverancier en gelden de regels voor blokverwarming, met de vergadering als plek voor de vragen.
Bij een huurwoning. De verhuurder sluit aan en beslist; jij hebt instemmingsrecht bij een collectieve aanpak en de compensatie geldt ook voor jou.
Bij een net dat wordt gevoed met een andere bron dan geothermie. Dezelfde vragen, met een ander antwoord over de back-up: restwarmte van een fabriek valt uit als de fabriek stilstaat, biomassa als de aanvoer stokt.
Zie voor meer informatie
- StadsverwarmingBegrip
- GeothermieBegrip
- Stadswarmte: hoe een warmtenet werkt en wat je zelf nog kunt regelenKennisbank
- Warmtenetten gaan onder publieke regie: wat de Wcw voor bewoners betekentNieuwsbericht
- Wanneer een warmtenet of restwarmte rendabel isKennisbank
- Een besluit over de warmtevoorziening voorbereidenChecklist
We slaan alleen je antwoord op, en je toelichting als je die geeft. Geen naam, geen e-mailadres.