Bij een warmtenet koop je warmte in plaats van een toestel. Je investeert weinig en je betaalt langer; bij een warmtepomp is het omgekeerd. De rekensom draait om drie posten: de eenmalige aansluitbijdrage, het vaste tarief per jaar, en het variabele tarief per gigajoule. Restwarmte uit industrie of een datacentrum is niet vanzelf goedkoper. Wat telt is het tarief dat je betaalt, en dat is gereguleerd en niet gekoppeld aan de kostprijs van de bron. Een warmtenet is aantrekkelijk bij een slecht te isoleren woning en bij gestapelde bouw; het is minder aantrekkelijk bij een goed geïsoleerde grondgebonden woning. De keuze is bijna nooit vrij. Ligt er geen net, dan is er niets te kiezen; ligt er wel een net, dan is aansluiting vaak de enige route die de gemeente aanbiedt.

Waar gaat het over?
Steeds meer wijken komen in beeld voor een warmtenet: een leiding met warm water die van een centrale bron naar de woningen loopt. Die bron kan een biomassacentrale zijn, een geothermiebron, een afvalverbrandingsinstallatie of restwarmte uit industrie.
Voor een bewoner verandert er in huis weinig. De cv-ketel verdwijnt en er komt een afleverset voor in de plaats, ongeveer zo groot als een keukenkastje. Wat verandert is de rekening: geen gas meer, wel een aansluitbijdrage, een vastrecht en een tarief per geleverde warmte.
Deze pagina zet de rekensom en de afwegingen. Hoe een warmtenet technisch werkt, staat op een aparte pagina.
Hoe ontstaat het?
De kosten vallen in drie posten en die gedragen zich verschillend.
De eenmalige aansluitbijdrage betaal je bij de aansluiting. Bij nieuwbouw zit die vaak in de koopsom; bij een bestaande woning is het een apart bedrag, en er zijn gemeenten en netbeheerders die het geheel of gedeeltelijk vergoeden bij een collectieve aanpak.
Het vastrecht betaal je per jaar, ongeacht je verbruik. Dat is de post die een goed geïsoleerde woning benadeelt: hoe minder je afneemt, hoe zwaarder het vaste deel per afgenomen eenheid weegt.
Het variabele tarief betaal je per gigajoule geleverde warmte. Dat tarief is gereguleerd en het is gekoppeld aan een maximumtarief dat jaarlijks wordt vastgesteld. Dat is de kern van het misverstand rond restwarmte: dat een bron goedkoop is, betekent niet dat jouw tarief laag is.
Daar staat tegenover dat je niets hoeft te investeren in een toestel, geen onderhoud aan een ketel of warmtepomp hebt, en geen ruimte kwijt bent aan een buitenunit of een buffervat.
Het patroon dat daaruit volgt: hoe hoger je warmtevraag, hoe gunstiger een warmtenet uitpakt ten opzichte van een warmtepomp, omdat de investering wegvalt en het vaste deel over meer eenheden wordt uitgesmeerd. Bij een lage warmtevraag draait dat om.
Hoe herken je het?
Je herkent een woning waar een warmtenet gunstig uitpakt aan een hoge warmtevraag die niet eenvoudig omlaag kan: een appartement in een complex uit de jaren zestig, een monument, een woning waar de gevel niet mag of niet kan worden geïsoleerd.
Je herkent het omgekeerde aan een goed geïsoleerde grondgebonden woning met een lage warmtevraag, waar het vastrecht een groot deel van de rekening wordt.
Je herkent een aanbod dat je moet narekenen aan de presentatie: als er alleen een maandbedrag wordt genoemd zonder de drie posten apart, is de vergelijking met je huidige situatie niet te maken.
En je herkent de mate van keuzevrijheid aan wat de gemeente over je wijk zegt. Staat er een warmtenet gepland met een uitvoeringsjaar, dan is de vraag niet of maar wanneer, en is een individuele warmtepomp een investering die je mogelijk vroegtijdig afschrijft.
Wat kun je zelf doen, en wat niet?
Zelf kun je: opzoeken wat de gemeente over jouw wijk zegt en of er een uitvoeringsplan is. Je huidige gasverbruik omrekenen naar gigajoule om de vergelijking te kunnen maken. Het aanbod uitsplitsen in aansluitbijdrage, vastrecht en variabel tarief. En navragen wie de afleverset vervangt aan het eind van de levensduur.
Verder kun je zelf de jaarlijkse tariefbeschikking opzoeken en controleren of je afrekening daarbinnen blijft.
Wat je beter niet zelf doet: de aansluiting binnenshuis wijzigen, en de gasaansluiting afsluiten voordat de warmte er is.
Laat over aan een deskundige: de doorrekening over vijftien jaar met een bandbreedte voor de tarieven, en bij een VvE de vergelijking tussen collectief aansluiten en een collectieve warmtepomp.
Regels en regelgeving
Warmtelevering is gereguleerd: er geldt een maximumtarief dat jaarlijks wordt vastgesteld, en de leverancier moet zich daaraan houden. Dat maximum is gekoppeld aan een referentie en niet aan de kostprijs van de bron, en dat is precies waarom goedkope restwarmte niet automatisch een lage rekening geeft.
Met de Wet collectieve warmte verschuift de regie naar publieke partijen en veranderen de regels over tariefstelling, over de rol van de gemeente en over de aanwijzing van warmtekavels. Dit onderdeel is in beweging; controleer de actuele stand voordat je er een beslissing op baseert.
Er bestaat geen aansluitplicht voor een bestaande woning. Wel kan een gemeente een wijk aanwijzen en de gasaansluiting op termijn beëindigen; dat verloopt via een besluit op wijkniveau met een procedure waarin bewoners worden betrokken.
Bij een appartementencomplex loopt de aansluiting via de vereniging, en is het een besluit van de vergadering met de bijbehorende meerderheid.
Je hebt recht op een gespecificeerde afrekening waarin vastrecht en variabel tarief apart staan.
Wat betekent dit voor jou?
- Zoek eerst op wat de gemeente over jouw wijk zegt. Staat er een warmtenet gepland met een uitvoeringsjaar binnen enkele jaren, dan is een individuele warmtepomp een investering die je mogelijk niet uitzit.
- Reken het aanbod na op de drie posten apart. Een maandbedrag zonder splitsing is niet te vergelijken met je huidige gasrekening.
- Woon je in een goed geïsoleerde grondgebonden woning, dan is een warmtenet zelden de gunstigste som — het vastrecht weegt dan zwaar.
- Woon je in een appartement of in een woning die je niet goed kunt isoleren, dan is het vaak wél de gunstigste, en bovendien de eenvoudigste: geen buitenunit, geen geluid, geen ruimte kwijt.
- En laat je niet leiden door de bron. Restwarmte, geothermie of biomassa: voor jouw rekening telt het tarief, en dat is gereguleerd.
Checklist
- Zoek op wat de gemeente over jouw wijk zegt en of er een uitvoeringsjaar staat.
- Reken je gasverbruik om naar gigajoule.
- Vraag het aanbod uitgesplitst op: aansluitbijdrage, vastrecht, variabel tarief.
- Vraag of de aansluitbijdrage geheel of deels wordt vergoed.
- Vraag wie de afleverset vervangt en wanneer.
- Vraag of de gasaansluiting wordt verwijderd en wat dat kost.
- Zoek de jaarlijkse tariefbeschikking op en noteer het maximumtarief.
- Reken door over vijftien jaar, met een bandbreedte in plaats van een tarief.
- Vergelijk met een individuele warmtepomp op dezelfde termijn.
- Breng bij een appartement het besluit in de vergadering en niet per woning.
Veelgestelde vragen
Is restwarmte goedkoper?
Uit welke posten bestaat de rekening?
Voor welke woning is het gunstig?
Loont isoleren dan nog?
Moet ik aansluiten?
Wat gebeurt er in huis?
Wat als ik al een warmtepomp heb?
Verandert dit nog?
Zie voor meer informatie
Reacties
De Builddocs-redactie
Redactie ·
Builddocs verdient aan affiliate-doorklikken en aan abonnementen. Dat staat hier omdat het uitmaakt bij het lezen van een vergelijking.
Meer over de auteurMinder
Onder een redactiestuk staat geen naam omdat er geen persoon achter zit, maar omdat de verantwoordelijkheid bij Builddocs als geheel ligt. Elk document heeft een datum waarop het is gecontroleerd; ontbreekt die, dan staat dat er ook.