KennisGebreken
Wat staat hier?Zoek op wat je ziet, niet op wat het is. Per verschijnsel: waar het vandaan kan komen, hoe ernstig het is, en wat de eerstvolgende stap is.
Sorteren:Nieuwste eerst
in zeven groepen — wat de kleuren betekenen
Uitgelicht
- vocht
Vochtplekken in pleisterwerk door hygroscopische zouten
Aan de plek: een donkere, vlekkerige zone die vochtig aanvoelt en die van dag tot dag verandert met het weer, zonder dat er een lek of een regenbui aan vooraf gaat; een scherpe rand met witte kristallen, pluizige naaldjes of een harde korst; pleisterwerk dat binnen de plek poederig, zacht of bol is en dat in schubben loslaat. Aan de plaats: onderaan een muur tot een halve of een hele meter boven de vloer, rond een oude schoorsteen of rookkanaal, in de hoek van een oude toiletruimte of stal, in een kelder, bij een oude fabrieks- of pakhuismuur, en op gevels waar strooizout tegen de plint is gestrooid. Aan de verf en het behang: verf die opbolt en afbladdert met kristallen erachter, behang dat loskomt met een zoutlaag, en schimmelwerende of vochtwerende verf die na maanden weer loslaat. Na herstel: een plek die terugkomt nadat er een waterkering is aangebracht of een lek is verholpen, en een nieuwe pleisterlaag die binnen een jaar dezelfde plek toont. Aan de meting: een vochtmeter die hoog uitslaat terwijl het metselwerk erachter droog is, en een zoutmeting die chloriden, nitraten of sulfaten aantoont.
- Bouwdeel
- Binnenwand
- Ruimte
- Kelder
1× bekeken
36 van 226 gebreken
- onderhoud
Vochtschade en rot aan de onderkant van een buitendeur
Aan de buitenkant: verf die aan de onderrand opbolt, barst en loslaat, met daaronder grijs of donker hout; een onderregel die dikker is geworden en de deur laat slepen over de dorpel; scheuren in de lengte van de onderregel; bij een plaatdeur een onderkant waarvan de lagen loskomen en de kern zichtbaar wordt. Aan de onderkant zelf, met de deur open: kaal, grijs of zwart hout, zacht bij drukken met een schroevendraaier, een kopse kant zonder verf, en een tochtstrip of weldorpel die los zit of ontbreekt. Aan de binnenkant: een donkere, vochtige onderrand, schimmel in de hoek bij de dorpel, verf die ook binnen loslaat, en soms een natte vloer achter de deur na regen. Bij de dorpel: water dat op de dorpel blijft staan, een dorpel zonder afschot of zonder waterhol, en een kier tussen deur en dorpel waar water onderdoor komt.
- Bouwdeel
- Deur
1× bekeken
- tuin
Vorstschade aan een natuurstenen terras, stoep of trap
Op het oppervlak: dunne schubben en schilfers die loskomen, vooral bij leisteen, zandsteen en gelaagde kalksteen; een ruw geworden oppervlak waar de toplaag weg is; witte uitbloei aan de randen van de platen en in de voegen. Aan de randen en hoeken: afgebrokkelde randen, afgesprongen hoeken en scheuren die van de voeg het midden in lopen; bij traptreden een afgebrokkelde neus. Aan de platen: platen die hol klinken bij tikken, wippen bij belopen of bol staan; platen die in de winter zijn omhooggekomen en niet terugzakken; bij een trap treden die loskomen van de onderbouw. Aan de voegen: uitgesleten, gescheurde of ontbrekende voegen; mos en onkruid in de voegen; bij een cementvoeg een voeg die als geheel los ligt. Aan de opbouw: water dat na regen lang op of tussen de platen blijft staan; een terras dat vlak of naar het huis afwatert; een ondergrond van zand of cement die het water niet afvoert.
- Bouwdeel
- Terrein en tuin
- Ruimte
- Tuin
1× bekeken
- gevel
Witte uitslag op het metselwerk
Een witte, poederige of kristallijne aanslag op de gevel. Soms als een sluier over een heel muurvlak, soms als strepen die van de voegen naar beneden lopen. Bij nieuwbouw verschijnt het vaak in het eerste jaar; bij oude gevels na een natte winter. Er is een variant die niet wegveegt en die hard aanvoelt. Die is lastiger en heeft een andere oorzaak dan de poederige soort.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- gevel
Zacht of hol voegwerk
Voegen die terugliggen ten opzichte van de stenen, die afbrokkelen als je er met een sleutel overheen krast, of waar mos in groeit. Op sommige plekken is de voeg helemaal weg en zie je de kier tussen de stenen. Tik met een muntstuk over de gevel: waar het hol klinkt, zit de voeg los van de steen. Dat gebied is meestal groter dan wat je ziet.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- vloeren
Zachte of stoffende gietvloer
Een oppervlak dat stof afgeeft als u er met de hand overheen gaat, dat krast onder een stoelpoot of een sleutel, of dat verzandt bij schuren. Bij een anhydrietvloer: een lichte, poederige of glanzende huid die loskomt in schilfers of vellen, met een gezondere laag eronder. Bij een cementgebonden vloer: een zanderige toplaag, soms met kleurverschil en met plekken die hol klinken. Vloerafwerking die loslaat: pvc dat opbolt, lijm die niet hecht, tegels die los komen met een laagje vloer aan de lijm, een gietvloer of coating die afbladdert met stof eronder. Bij een vloer die nat is geweest: donkere plekken, een zachte zone rond de natte plek en een geur. Bij vloerverwarming: een huid die boven de leidingen het eerst loslaat.
- Bouwdeel
- Vloer
1× bekeken
- materiaal
Scheuren in de hoekverbindingen van een kunststof kozijn
In een hoek van het vaste kozijn of van het draaiende raam: een fijne scheur die de diagonaal van de las volgt, soms alleen zichtbaar als een witte lijn, soms als een open naad waar u een nagel in kunt steken. Rond de las kan het kunststof wit of krijtachtig zijn verkleurd. Bij een raam dat draait of kiept: het raam klemt of sluit niet meer goed, er is speling in de hoek, en bij het openen hoort u het kraken. De hoek staat soms iets scheef ten opzichte van de rest. Bij een deurkozijn: de scheur zit onderaan bij de dorpel, vaak aan de slotzijde, en de deur sleept of sluit slecht. Bij een donker of gefolied kozijn op het zuiden: scheuren in meerdere hoeken, het meest aan de bezonde zijde, en profielen die iets zijn kromgetrokken.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
2× bekeken
- materiaal
Spontane glasbreuk zonder aanwijsbare oorzaak
Bij een enkele ruit of het buitenblad van isolatieglas: een scheur die bij de rand begint, loodrecht op de rand vertrekt en dan met een bocht over de ruit loopt, vaak als één lange golvende lijn. Geen inslagpunt, geen ster, geen stukje glas eruit. Bij gehard glas, zoals een deurruit, een balustrade of een douchewand: de hele ruit valt in één keer uiteen in kleine korrels, soms met een knal, en in het glas is achteraf een vlindervormig patroon te herkennen op de plek waar het begon. Bij isolatieglas met zonwerende coating: barsten in het binnenblad na een koude nacht met zon in de ochtend, of barsten achter een deel dat in de schaduw van een kozijn, een luifel of een sticker lag. Vaak breken meerdere ruiten in dezelfde gevel in dezelfde periode, of steeds dezelfde ruit na vervanging.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
1× bekeken
- afwerking
Verfgebreken kort na het schilderen: waas, rimpels, blaasjes en krijten
Waas: een melkachtige, doffe sluier of matte vlekken op een lak die glanzend hoorde te zijn, vaak op plekken die 's avonds of in de ochtend zijn geschilderd of die nat zijn geworden voordat de verf droog was. Rimpels: een gekreukt, gerimpeld oppervlak als een sinaasappelschil of als ingedroogde huid, vooral op horizontale delen en in dikke lagen. Blaasjes en gaatjes: kleine bolletjes in de verf die openbreken tot kratertjes, of speldenprikgaatjes in de laag; bij grofporig hout zoals meranti in een patroon dat de nerf volgt. Doorschijnen: de vorige kleur, het hout of de plamuur zijn zichtbaar door de nieuwe laag, vooral op randen en kopse kanten. Krijten en afpoederen: de verf laat een wit poeder achter op uw vinger, de kleur verbleekt en het oppervlak wordt mat en ruw, al na één seizoen. Regenschade: druppelsporen, vlekken, een doffe kring of een verlopen oppervlak op verf die nog niet droog was toen het ging regenen. Loslaten van de nieuwe laag met de oude eraan: de verf komt in vellen los tot op het hout, vaak op oud werk met veel lagen.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
1× bekeken
- gevel
Verkleurde en gevlekte glazen borstweringpanelen aan de gevel
Aan de panelen: verschillen in tint tussen panelen die gelijk zouden moeten zijn, panelen die doffer of lichter zijn op de zonzijde, zwarte, grijze of bruine vlekken en wolken die van achter het glas komen, een reflecterende laag die plaatselijk is verdwenen zodat de isolatie erachter zichtbaar wordt, en randen waar de laag is losgekomen. Aan de voegen en randen: kit die is gescheurd, losgekomen of verhard tussen de panelen en rond de kozijnen, vochtsporen onder de voegen, en randen van panelen die zijn aangetast of afgebrokkeld. Aan de bevestiging: klemprofielen of glaslatten die roesten of los zitten, panelen die bol staan of trillen bij wind, en een paneel dat is verschoven. Achter de panelen: bij het uitnemen van een paneel natte of ingezakte isolatie, roest aan de achterconstructie en schimmel. Binnen: koude plekken en condens op de binnenzijde van de borstwering, en vochtplekken bij de vloer onder het raam.
- Bouwdeel
- Gevel
- materiaal
Vervormde spiegeling en kleurverschil in isolatieglas
Aan de spiegeling: de weerspiegeling van huizen, bomen of lucht golft, buigt of vervormt, het meest bij grote ruiten, in de ochtend en avond, bij koud of juist heet weer, en anders op een andere dag; de ruit staat merkbaar bol of hol als je erlangs kijkt. Aan de kleur: een ruit die naast de andere groener, grijzer, blauwer of bruiner is, vooral bij bewolkt licht en van buiten gezien; een kleurzweem in de weerspiegeling die per ruit verschilt; bij een vervangen ruit een duidelijk andere tint dan de rest. Aan het oppervlak: vlekken of banen die bij een bepaalde hoek zichtbaar zijn en verdwijnen als je beweegt, een olieachtige glans op de coating, kleine puntjes of strepen in de coating aan de binnenzijde van de spouw. Aan de ruit zelf: een ruit die blijvend hol staat en de spiegeling naar binnen trekt, een ruit met condens of een waas tussen de bladen, en een afstandhouder waarvan de code een ander glastype toont dan de buren. Aan het licht binnen: een kamer die door een groenere ruit een andere kleur daglicht krijgt dan de kamer ernaast.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
1× bekeken
- gevel
Vlekken en etsing op glas
Een witte, grijze of melkachtige waas in vlakken of banen, die bij tegenlicht het duidelijkst is en na wassen terugkomt of blijft. Druppelvormige vlekken en kringen van opgedroogd water op ruiten onder een betonnen of gepleisterde gevel, onder een dakrand, onder een zinken of aluminium afdekking of naast een natuurstenen band. Strepen die van boven naar beneden lopen op ruiten onder metalen onderdelen, grijs bij zink en aluminium, groen bij koper. Een regenboogglans of een matte plek in het midden van de ruit bij glas dat nat is opgeslagen of dat lange tijd tegen een andere ruit heeft gelegen. Fijne krassen in cirkels of banen na een schoonmaak met schuurmiddel, een schuurspons of een verkeerd gebruikte schraper; bij gecoat glas een plek waar de coating is weggeschuurd. Het glas voelt op de vlek ruw of stroef aan, en een nagel of een munt "hapt" erop.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
1× bekeken
- afwerking
Vlekken in een natuursteen- of tegelvloer
Donkere kringen, doffe plekken of verkleuringen in een vloer van natuursteen, gres of beton. Soms een vlek die na een gemorste vloeistof niet meer weggaat, soms een dof spoor op de looproute, soms groene of grijze plekken die van onderaf lijken te komen. Bij natuursteen is de vlek vaak dieper dan het oppervlak. Dat onderscheidt dit van gewoon vuil.
- Bouwdeel
- Vloer
1× bekeken
- materiaal
Onveilig glasvlak en doorvalrisico
Een groot glasvlak op een plek waar iemand ertegenaan kan lopen of erdoor kan vallen, en dat niet van veiligheidsglas is. Concreet: een ruit naast een deur die tot op de vloer doorloopt, een glazen balustrade langs een trap of een vide, een raam in een slaapkamer op de eerste verdieping dat tot vlak boven de vloer komt, of een glazen deur zonder markering. Aan het glas zelf is meestal niets te zien — en dat is precies het probleem. Wat je wel kunt zien: een merkteken in een hoek van de ruit dat aangeeft dat het gelaagd of gehard is, of het ontbreken daarvan. Bij oud enkel glas zie je soms een lichte vervorming in de spiegeling. Het onderscheidende kenmerk: dit is een gebrek dat je niet merkt totdat er iets gebeurt. Er is geen lekkage, geen scheur en geen geluid. Het is het enige gebrek op dit platform dat je alleen vindt door er gericht naar te kijken.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
1× bekeken
- onderhoud
Openstaande verbindingen en kieren in geveltimmerwerk
Bij kozijnen: een open naad in de hoek waar stijl en onderdorpel samenkomen, van een haarlijn tot enkele millimeters, vaak met gebarsten verf en een donkere verkleuring; bij drukken met een schroevendraaier is het hout rond de naad soms zacht. Bij boeiboorden en gootbodems: een open naad tussen de planken of tussen boeiboord en gootbodem, verf die langs de naad loslaat, en aan de onderzijde een donkere, natte streep. Bij dakkapellen: een open voeg tussen de wang en het dakvlak, tussen de wangplaten onderling of tussen kozijn en wang; multiplex dat aan de randen opbolt of delamineert. Bij houten gevelbekleding: open hoeken, open stuiknaden, planken die krommen en aan de einden loskomen. Tussen kozijn en metselwerk: een kitvoeg die is losgelaten of ontbreekt, met een spleet waar de wind doorheen komt.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
1× bekeken
- gevel
Roestende stalen kozijnen
Op de profielen: verf die opbolt, barst en in schilfers loslaat, met bruine roest en roestwater dat over het glas en de gevel loopt; putten in het staal na het verwijderen van de verf; op de onderdorpel en in de onderhoeken het meest. Aan de vorm: profielen die dikker zijn geworden en zijn uitgezet, met scheuren in de lengterichting; hoekverbindingen waar de lasnaad of de klinknagel is losgekomen en het profiel open staat; een raam dat schuin in het kozijn hangt. Aan het glas: ruiten met een scheur die bij de sponning begint en zonder klap is ontstaan; losse of gescheurde stopverf of kit rond de ruit; bij enkel glas condens aan de binnenkant die over het staal loopt. Aan het gebruik: ramen die klemmen, niet meer sluiten of niet meer opengaan; sluitwerk dat vastzit; tocht langs de aanslag. Binnen: condens op de profielen in de winter, verf die ook binnen loslaat, en roestplekken op de vensterbank onder de onderdorpel.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
2× bekeken
- tuin
Schade aan een houten vlonder of terras
Vlonderdelen die kromtrekken, splinteren of grijs zijn geworden. Een terras dat wiebelt of dat op één plek meegeeft als je erop stapt. Groene aanslag die het geheel glad maakt bij regen. Onder de vlonder: onderregels die zacht zijn geworden, of dragers die in de grond zijn weggerot. Prik met een schroevendraaier in de onderregels op de punten waar ze op de grond of op een tegel rusten. Dat is waar het begint, en het is de plek waar niemand kijkt.
- Bouwdeel
- Terrein en tuin
- Ruimte
- Tuin
1× bekeken
- gevel
Schade aan gevelbekleding
Bij houten delen: verf die loslaat, hout dat grijs en vezelig wordt, of een plank die aan de onderrand zacht is. Bij multiplex boeidelen of zijwangen van een dakkapel: hout dat in laagjes uiteenvalt. Bij kunststof: platen die zijn gaan bollen of golven, kleurverschil tussen de zonzijde en de rest, of een plaat die aan één kant is losgekomen. Bij metaal: roeststrepen, doffe of vlekkerige plekken op geanodiseerd aluminium, of fijne kronkelende lijntjes onder de laklaag.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- gevel
Klemmende of lekkende schuifpui
Een schuifpui die zwaar loopt, halverwege blijft haken of alleen nog met twee handen dichtgaat. Vaak hoor je het eerst: een schurend of knarsend geluid over de onderrail. Bij de lekkende variant staat er na een bui water op de vloer vlak binnen de pui, of zie je een natte streep langs de onderdorpel die van buiten naar binnen loopt. Er hoort een derde beeld bij dat het vaakst als "hij zit gewoon vast" wordt afgedaan: een pui die in de zomer klemt en in de winter niet, of omgekeerd. Dat is geen versleten rol maar beweging in de constructie of in het profiel. Het onderscheidende kenmerk: het probleem zit vrijwel altijd in de onderrail. Daar rijden de rollen, daar staat het water dat naar buiten moet, en daar komt het vuil terecht. Boven gaat er zelden iets stuk.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
2× bekeken
- dak
Krimpende en kromtrekkende isolatieplaten onder de dakbedekking
Op de bedekking: een raster van rechte lijnen op afstanden van ongeveer zestig bij honderdtwintig centimeter, de maat van de platen; richels waar de bedekking over opgekrulde plaatranden ligt, geulen waar de naden open zijn gegaan, en kommen in het midden van platen waar water blijft staan na regen. Aan de bedekking op de lijnen: rimpels, plooien, een dunne of glimmende plek door slijtage, scheuren in de lengte van de richel, en bij bitumen een ingedrukte of gebarsten toplaag. Bij mechanische bevestiging: bevestigers die als knoppen tekenen of door de bedekking komen, en platen die tussen de bevestigers omhoog komen. Aan de randen en opstanden: bedekking die van de opstand trekt omdat de isolatie eronder is gekrompen, en een kim die open staat. Binnen: vochtplekken onder de scheuren op de richels, en een dak dat na regen langer nat blijft op de kommen. Bij een dak zonder ballast: het raster is duidelijk; bij een dak met grind is het pas zichtbaar als het grind is weggeschoven.
- Bouwdeel
- Dak
2× bekeken
- onderhoud
Kromgetrokken of vervormde houten ramen en kozijnen
Aan het raam: klemt bovenaan en laat onderaan een kier, of omgekeerd; sluit alleen met kracht; een kier langs de aanslag die per seizoen wisselt; een stolpraam waarvan de twee helften in het midden niet meer aansluiten of over elkaar schuiven; een tuindeur die schuin hangt en aan de onderkant sleept. Aan het hout: een stijl of dorpel die zichtbaar bol staat of uit het vlak draait als je er langs kijkt; verstekken en glaslatten die open staan; verf die op de zonzijde barst en op de schaduwzijde gaaf is; kit langs het glas die scheurt. Aan het kozijn: een stijl die niet meer in het lood staat, een bovendorpel die doorhangt, een kozijn dat los zit in de muur en beweegt bij het sluiten, en een kier tussen kozijn en muur die groter is geworden. Aan de tijd: in de zomer sluit het raam, in de winter niet, of andersom; na een natte periode klemt het, na een droge periode kiert het. Binnen: tocht, condens bij de kier, en een kruk of espagnolet die niet meer in de sluitkom valt.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
1× bekeken
- verbouwen
Lekkende of beslagen serre of tuinkamer
Water dat na een bui langs de binnenkant van de serre naar beneden loopt, meestal op de plek waar het glazen dak op de gevel van de woning aansluit. Of condens: 's ochtends staat alles nat, er lopen druppels van het dak op de vloer, en op de kozijnen ligt een plas. In de winter is de ruimte niet te verwarmen en in de zomer niet te gebruiken. Er hoort een derde beeld bij dat vaak wordt gemist: een vochtplek op de woningmuur die de serre raakt, aan de binnenkant van de woning. Dan lekt de aansluiting en loopt het water in het metselwerk van de woning zelf. Het onderscheidende kenmerk: een serre is aangebouwd en de aansluiting op de bestaande gevel is bijna altijd de zwakke plek. Het glas en de profielen zijn zelden de oorzaak; de overgang naar wat er al stond, is dat wel.
- Bouwdeel
- Bijgebouw
- Ruimte
- Tuin
1× bekeken
- onderhoud
Loslatende of ingesnoerde beglazingskit
Aan de buitenzijde, onderaan de ruit: een kitvoeg die van het glas of van het hout is losgelaten, met een donkere spleet erachter; een voeg die is ingezakt en hol staat; een gebarsten, harde voeg met scheurtjes; of een kitlint dat los uit de sponning hangt. Vaak groen van alg of zwart van schimmel. Bij isolatieglas: een randverbinding die zichtbaar is geworden doordat de kit weg is, soms met een zwarte of grijze massa die zacht is en uitpuilt. Beslaan tussen de bladen volgt vaak binnen enkele jaren. Bij houten kozijnen: verf die rond de kitvoeg opbolt of loslaat, en een onderdorpel die bij drukken zacht is. Bij kunststof en aluminium: kit die van het profiel is losgelaten, glaslatten die niet meer aansluiten. Aan de binnenzijde: soms een vochtplek of schimmel in de hoek van de vensterbank onder de ruit.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
1× bekeken
- gevel
Losse of gevlekte natuurstenen gevelplaten en plinten
Bij loskomen: een plaat die hol klinkt bij tikken, iets naar buiten staat of verschoven is ten opzichte van de buren, open of gescheurde voegen rondom, roestwater uit een voeg, en in het ergste geval een plaat die is gevallen en een kale plek met roestige ankers. Bij vlekken: donkere vochtvlekken die na regen blijven, gele of roestbruine verkleuring vanuit de voegen of vanuit het midden van de plaat, witte uitbloei aan de randen, groene alg op de noordzijde, en bij plinten een donkere zone onderaan die omhoog trekt. Bij afschilfering: een plaat waarvan de toplaag in schubben loskomt, vooral bij leisteen, zandsteen en sommige kalkstenen, of een plaat met scheuren door vorst. Bij bijzondere steensoorten zoals wit marmer of blauwe hardsteen: een plaat die opbolt of kromtrekt, of een plaat met zwarte aders en vlekken die uit de steen zelf komen.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- dak
Aangetaste, opbollende of verzakte zinken goot
Opbollen: de gootbodem staat op een of meer plekken omhoog als een golf, meestal midden in een lange goot, en de soldeernaden ernaast zijn gescheurd of gebarsten. In de zomer is het erger dan in de winter. Aantasting: witte tot grijze, poederige aanslag op de bodem met daaronder putjes, en uiteindelijk gaatjes; vaak in een baan waar water van het dak op de goot valt of waar bitumen, een koperen leiding of een bepaald type dakpan het zink raakt. Bij daken met leipannen en bij dakbedekking van gemodificeerd bitumen komt dit veel voor. Verzakking: de goot hangt op één plek lager, water blijft staan na regen, er ligt bezinksel en mos, en bij vorst tilt het ijs de naden op. Aan de gevelkant lekt het langs de muur, zonder zichtbare scheur, omdat het water over de achterrand loopt.
- Bouwdeel
- Dak
2× bekeken
Toon 11 gebreken meer25 van 36 getoond · pagina 2 van 3
Wat staat hier?
- Hoe zoek ik hier iets op?
- Op het verschijnsel. «Bruine vlek op het plafond» en niet «lekkage» — want welke van de vier oorzaken het is, is precies wat je nog niet weet.
- Wat betekent de ernst?
- De graad die geldt als je de vragen niet invult. Staat er niets, dan hangt het werkelijk van jouw situatie af, en dan is een graad noemen een bewering die we niet kunnen waarmaken.
- Is dit een diagnose?
- Nee. Het is een richting plus de vraag die een deskundige zou stellen. Bij constructie, gas en asbest staat er expliciet bij dat je iemand moet laten kijken.
Verder kijken
Checklists
Lijsten om ter plekke af te vinken
98 checklists
Kennisbank
Naslag met hoofdstukken, om in te zoeken
477 artikelen
Werkomschrijvingen
De basis onder een offerteaanvraag
87 omschrijvingen