KennisGebreken
Wat staat hier?Zoek op wat je ziet, niet op wat het is. Per verschijnsel: waar het vandaan kan komen, hoe ernstig het is, en wat de eerstvolgende stap is.
Sorteren:Standaard
in zeven groepen — wat de kleuren betekenen
Uitgelicht
- dak
Aangetaste, opbollende of verzakte zinken goot
Opbollen: de gootbodem staat op een of meer plekken omhoog als een golf, meestal midden in een lange goot, en de soldeernaden ernaast zijn gescheurd of gebarsten. In de zomer is het erger dan in de winter. Aantasting: witte tot grijze, poederige aanslag op de bodem met daaronder putjes, en uiteindelijk gaatjes; vaak in een baan waar water van het dak op de goot valt of waar bitumen, een koperen leiding of een bepaald type dakpan het zink raakt. Bij daken met leipannen en bij dakbedekking van gemodificeerd bitumen komt dit veel voor. Verzakking: de goot hangt op één plek lager, water blijft staan na regen, er ligt bezinksel en mos, en bij vorst tilt het ijs de naden op. Aan de gevelkant lekt het langs de muur, zonder zichtbare scheur, omdat het water over de achterrand loopt.
- Bouwdeel
- Dak
2× bekeken
36 van 226 gebreken
- onderhoud
Afbladderend buitenschilderwerk
Verf die loskomt van het houtwerk: als blaren, als schollen, of als een fijn poeder dat op je hand blijft zitten als je erover wrijft. Meestal begint het op de zuidwestzijde, op de onderdorpels en op de kopse kanten van het houtwerk. Kijk wat eronder zit. Kaal maar hard hout is één situatie; donker, zacht hout is een andere en veel duurdere.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
3× bekeken
- dak
Afschilferende of kapotgevroren dakpannen
Aan de pannen: een oppervlak dat in dunne schubben loslaat en een ruwe, lichtere kern toont; afgesprongen glazuur in vlekken; afgebroken hoeken, randen en neuzen; pannen die in de lengte gebarsten zijn en pannen die dof, poederig of groen zijn. Op de grond en in de goot: scherven en schubben, zand van de pannen en een goot die sneller vol zit. Aan het dak: schilfering vooral aan de noordzijde, onder bomen, bij de goot en op flauwe dakdelen waar het water langzaam wegloopt; mos in de sluitingen en op de pannen; plekken waar meerdere pannen tegelijk zijn aangetast. Binnen: bij een dak zonder folie vochtplekken op de zolder onder de kapotte pannen, en bij een dak met folie water op de folie dat bij de goot uitkomt. Bij een geglazuurd dak: vlekken waar het glazuur weg is en de klei eronder water opneemt en verkleurt.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- gevel
Afschilferende of verweerde baksteen
Bakstenen waarvan de buitenlaag afbladdert: schilfers die eraf komen, een korrelig oppervlak dat afgeeft als je erover wrijft, of stenen waarvan de voorkant is weggevallen en waar je de ruwe binnenkant ziet. Onder de gevel ligt gruis. Het zit vaak niet overal. Kijk waar het het ergst is: onderaan de gevel, onder een raamdorpel, naast een regenpijp, of aan de noordzijde die het langst nat blijft.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- dak
Barsten, roestvlekken en schade aan een leien dak
Aan de leien: barsten in de lengte of dwars, hoeken die zijn afgebroken, leien die uit het vlak steken of zijn afgeschoven en de lei erboven ontbloten, roestbruine vlekken, druppels en strepen die van een lei naar beneden lopen, een oppervlak dat schilfert of poederig aanvoelt, en bij kunstleien een vervaagd, ruw en soms groen oppervlak met afgebrokkelde randen. Aan de bevestiging: roestige nagels of haken die zichtbaar zijn bij afgeschoven leien, haken die zijn gebroken, en leien die klepperen bij wind. In de goot en op de grond: stukken lei, roestige haken en leigruis na een storm. Binnen: vochtplekken op de zolder of in de dakkapel onder de kapotte leien, en bij een dak zonder folie druppels bij stuifsneeuw. Aan het dak als geheel: golvingen waar de panlatten of het beschot zijn gaan werken, en een dak dat ouder is dan vijftig jaar met de oorspronkelijke bevestiging.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- dak
Bruine en witte uitslag op bitumen dakbedekking en onder lood
Op de bitumen: bruine, gele of roestkleurige vlekken en strepen die vanaf de overlappen naar de afvoer lopen of in vlakken liggen waar het water blijft staan; een bedekking die op die plekken dof en ruw is geworden of gebleekt; bij een dak met leislag een verkleuring van het grind. Onder lood en zink: een witte, poederige of kristallijne laag op het lood zelf, witte strepen die vanaf de loodslabbe over de opstand, de gevel of de bedekking lopen, en witte vlekken op het metselwerk onder een loodstrook of een zinken afdekking; bij nieuw lood het duidelijkst in het eerste jaar. Op de gevel: witte strepen onder loodslabben boven ramen en bij de aansluiting van een aanbouw, en een witte waas op het metselwerk onder een zinken muurafdekking. Aan de afvoer: bruin of wit gekleurd water in de vergaarbak en op de bestrating onder de afvoer. Wat je niet ziet: geen blazen, geen scheuren, geen open naden en geen lekkage binnen; zit dat er wel, dan is de uitslag niet het onderwerp.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- gevel
Craquelé en afschilfering van geglazuurde baksteen en tegels
Craquelé: een fijn netwerk van haarscheurtjes in het glazuur, als gebarsten ijs, over de hele steen of tegel of in zones; vaak met vuil in de scheurtjes waardoor het netwerk donker aftekent. Afschilfering: glazuur dat in schubben of vlokken loslaat, met een dofrode, gele of witte kern eronder die water opneemt en verkleurt; randen van stenen en tegels die het eerst kaal worden. Uitzetting: stenen of tegels die bol staan, voegen die zijn kapotgedrukt of open staan, een rij die uit het vlak komt; witte uitbloei in de voegen en op de kale kern. Vlekken en verkleuring: doffe plekken, kleurverschil tussen stenen, bruine of groene aanslag in het craquelé, en roestpuntjes uit de kern. Plaats: het meest bij plinten, onder dorpels en raambanken, bij de goot, in een portiek waar het water blijft staan en op de noord- en westzijde; binnen bij tegels achter een gootsteen of in een badkamer waar water achter de tegel komt.
- Bouwdeel
- Gevel
2× bekeken
- dak
Craquelé, krimp en plooien in bitumen dakbedekking
Craquelé: een fijn netwerk van scheurtjes in de toplaag, als gebarsten klei, vooral op plekken waar de zon het hardst op staat en waar geen ballast of leislag meer ligt. De bedekking voelt hard en bros aan en kruimelt bij buigen. Krimp: de banen zijn korter en smaller geworden; de overlap tussen twee banen staat open of is in spanning, de bedekking trekt van de opstand of de dakrand weg en er ontstaat een spleet bij de kim, de hoek tussen dak en opstand. Bij de dakrand ziet u dat de bedekking omhoog wordt getrokken. Plooien: regelmatige, evenwijdige ribbels in de baanrichting of dwars erop, soms alleen zichtbaar in de ochtend als het dak koud is, soms blijvend. Plooien op de naden van de onderliggende isolatieplaten tekenen de plaatverdeling af; plooien in een baan wijzen op een bedekking die is verschoven of niet gehecht.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- veiligheid
Gebarsten of gesprongen ruit
Een barst in het glas die er gisteren nog niet was. Soms één rechte lijn van rand tot rand, soms een barst die vanuit de sponning schuin het glasvlak in loopt. Bij gehard glas geen barst maar een ruit die in duizenden stompe korrels uiteenvalt en als een gordijn blijft hangen of naar beneden komt. Vaak is er geen aanleiding: niemand heeft er iets tegenaan gegooid. Dat is verwarrend en het is bij glas normaler dan mensen denken.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
1× bekeken
- gevel
Gebarsten of lekkende glazen bouwstenen
Aan de stenen: barsten die dwars door een steen lopen, vaak van hoek naar hoek of in een ster; stenen met condens of water erin door een lek in de las tussen de twee helften; stenen die dof of melkachtig zijn geworden. Aan de voegen: scheuren langs de voegen, voegen die poederig worden of losvallen, roestsporen uit de voegen waar de wapening roest, en water dat bij regen langs de voegen naar binnen loopt. Aan de wand: een wand die in het midden bol staat of scheef is gaan hangen, een randvoeg tussen de wand en de constructie die is gescheurd of dichtgezet met mortel, en een wand die bij aanraken beweegt. Binnen: condens op de stenen in de winter, schimmel in de voegen en op de aansluitende wand, en een koude straling bij de wand. Bij een gevel: witte uitbloei, algen en een randaansluiting waar het water in loopt.
- Bouwdeel
- Gevel
- Ruimte
- Trappenhuis
- gevel
Houtrot in kozijnen
De verf bladdert of barst open, meestal onderaan het kozijn of in een hoek. Daaronder zit hout dat donker verkleurd is en dat zacht aanvoelt. Duw je er met een schroevendraaier in, dan zakt hij weg zonder weerstand. Het begint vrijwel altijd op dezelfde plekken: de onderdorpel, de onderste hoekverbindingen, en het punt waar het kozijn in het metselwerk staat. Dat zijn de plaatsen waar water blijft staan.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
2× bekeken
- constructie
Houtworm of boktor in het houtwerk
Kleine ronde gaatjes in hout: in een balk, een vloerdeel, een trap, een kozijn of een oud meubel. Onder de gaatjes ligt fijn poeder, zo fijn als bloem of iets grover als zand. Soms hoor je in een stille kamer een zacht knagend of tikkend geluid in de zomermaanden. De maat van de gaatjes en de aard van het poeder zeggen welk insect het is, en dat bepaalt of het een kleine of een grote zaak is.
- Bouwdeel
- Draagconstructie
1× bekeken
- gevel
Klemmende of lekkende schuifpui
Een schuifpui die zwaar loopt, halverwege blijft haken of alleen nog met twee handen dichtgaat. Vaak hoor je het eerst: een schurend of knarsend geluid over de onderrail. Bij de lekkende variant staat er na een bui water op de vloer vlak binnen de pui, of zie je een natte streep langs de onderdorpel die van buiten naar binnen loopt. Er hoort een derde beeld bij dat het vaakst als "hij zit gewoon vast" wordt afgedaan: een pui die in de zomer klemt en in de winter niet, of omgekeerd. Dat is geen versleten rol maar beweging in de constructie of in het profiel. Het onderscheidende kenmerk: het probleem zit vrijwel altijd in de onderrail. Daar rijden de rollen, daar staat het water dat naar buiten moet, en daar komt het vuil terecht. Boven gaat er zelden iets stuk.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
2× bekeken
Toon 12 gebreken meer13 van 36 getoond · pagina 1 van 3
Wat staat hier?
- Hoe zoek ik hier iets op?
- Op het verschijnsel. «Bruine vlek op het plafond» en niet «lekkage» — want welke van de vier oorzaken het is, is precies wat je nog niet weet.
- Wat betekent de ernst?
- De graad die geldt als je de vragen niet invult. Staat er niets, dan hangt het werkelijk van jouw situatie af, en dan is een graad noemen een bewering die we niet kunnen waarmaken.
- Is dit een diagnose?
- Nee. Het is een richting plus de vraag die een deskundige zou stellen. Bij constructie, gas en asbest staat er expliciet bij dat je iemand moet laten kijken.
Verder kijken
Checklists
Lijsten om ter plekke af te vinken
98 checklists
Kennisbank
Naslag met hoofdstukken, om in te zoeken
477 artikelen
Werkomschrijvingen
De basis onder een offerteaanvraag
87 omschrijvingen