KennisGebreken
Wat staat hier?Zoek op wat je ziet, niet op wat het is. Per verschijnsel: waar het vandaan kan komen, hoe ernstig het is, en wat de eerstvolgende stap is.
Sorteren:Standaard
in zeven groepen — wat de kleuren betekenen
Uitgelicht
- dak
Aangetaste, opbollende of verzakte zinken goot
Opbollen: de gootbodem staat op een of meer plekken omhoog als een golf, meestal midden in een lange goot, en de soldeernaden ernaast zijn gescheurd of gebarsten. In de zomer is het erger dan in de winter. Aantasting: witte tot grijze, poederige aanslag op de bodem met daaronder putjes, en uiteindelijk gaatjes; vaak in een baan waar water van het dak op de goot valt of waar bitumen, een koperen leiding of een bepaald type dakpan het zink raakt. Bij daken met leipannen en bij dakbedekking van gemodificeerd bitumen komt dit veel voor. Verzakking: de goot hangt op één plek lager, water blijft staan na regen, er ligt bezinksel en mos, en bij vorst tilt het ijs de naden op. Aan de gevelkant lekt het langs de muur, zonder zichtbare scheur, omdat het water over de achterrand loopt.
- Bouwdeel
- Dak
2× bekeken
81 van 226 gebreken
- onderhoud
Afbladderend buitenschilderwerk
Verf die loskomt van het houtwerk: als blaren, als schollen, of als een fijn poeder dat op je hand blijft zitten als je erover wrijft. Meestal begint het op de zuidwestzijde, op de onderdorpels en op de kopse kanten van het houtwerk. Kijk wat eronder zit. Kaal maar hard hout is één situatie; donker, zacht hout is een andere en veel duurdere.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
3× bekeken
- gevel
Afbladderende verf op een geschilderde gevel
Blazen in de verf die bij drukken openbreken en vocht of poeder tonen, schilfers en vellen die loslaten met de toplaag van het pleisterwerk of een dun laagje steen eraan, kale plekken met een grijze of witte, poederige ondergrond, en op de kale plekken vaak witte uitbloei of alg. Het patroon: onderaan de gevel tot een halve meter of een meter boven het maaiveld, in banen onder een lekkende goot of naast een regenpijp, onder raamdorpels, rond een aanbouw waar een dak op de gevel aansluit, en aan de noord- en westzijde meer dan aan de zuidzijde. Bij een gevel die kort geleden is geschilderd: blazen binnen enkele maanden, vaak na de eerste warme dagen, verspreid over vlakken die niet droog waren.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- dak
Afschilferende of kapotgevroren dakpannen
Aan de pannen: een oppervlak dat in dunne schubben loslaat en een ruwe, lichtere kern toont; afgesprongen glazuur in vlekken; afgebroken hoeken, randen en neuzen; pannen die in de lengte gebarsten zijn en pannen die dof, poederig of groen zijn. Op de grond en in de goot: scherven en schubben, zand van de pannen en een goot die sneller vol zit. Aan het dak: schilfering vooral aan de noordzijde, onder bomen, bij de goot en op flauwe dakdelen waar het water langzaam wegloopt; mos in de sluitingen en op de pannen; plekken waar meerdere pannen tegelijk zijn aangetast. Binnen: bij een dak zonder folie vochtplekken op de zolder onder de kapotte pannen, en bij een dak met folie water op de folie dat bij de goot uitkomt. Bij een geglazuurd dak: vlekken waar het glazuur weg is en de klei eronder water opneemt en verkleurt.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- veiligheid
Asbestverdacht materiaal in de woning
Golfplaten op een schuurdak of een garage, grijs en verweerd, vaak met mos. Vlakke, harde platen achter de cv-ketel, in een meterkast, als schuurwand of als plafondplaat. Een oude vinylvloer met een zwarte, viltachtige laag eronder. Een oud rioolstuk of ventilatiekanaal van hard grijs materiaal. Bloembakken en gevelbeplating van dezelfde grijze plaat. Er is geen kenmerk waarmee je asbest met het blote oog vaststelt. De vuistregel is de bouwperiode: materiaal dat vóór 1994 is aangebracht, kan asbest bevatten; daarna niet. Alles daarbinnen heet asbestverdacht, en verdacht betekent: behandelen alsof het zo is, totdat een laboratorium iets anders zegt.
- Bouwdeel
- Installaties
1× bekeken
- dak
Barsten, roestvlekken en schade aan een leien dak
Aan de leien: barsten in de lengte of dwars, hoeken die zijn afgebroken, leien die uit het vlak steken of zijn afgeschoven en de lei erboven ontbloten, roestbruine vlekken, druppels en strepen die van een lei naar beneden lopen, een oppervlak dat schilfert of poederig aanvoelt, en bij kunstleien een vervaagd, ruw en soms groen oppervlak met afgebrokkelde randen. Aan de bevestiging: roestige nagels of haken die zichtbaar zijn bij afgeschoven leien, haken die zijn gebroken, en leien die klepperen bij wind. In de goot en op de grond: stukken lei, roestige haken en leigruis na een storm. Binnen: vochtplekken op de zolder of in de dakkapel onder de kapotte leien, en bij een dak zonder folie druppels bij stuifsneeuw. Aan het dak als geheel: golvingen waar de panlatten of het beschot zijn gaan werken, en een dak dat ouder is dan vijftig jaar met de oorspronkelijke bevestiging.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- dak
Blazen en bobbels in de dakbedekking
Bobbels in het dakvlak van een plat dak: ronde blazen van een handpalm groot, of langgerekte plooien langs een naad. Bij warm weer staan ze bol en veerkrachtig; in de winter zakken ze in. Soms zitten er scheurtjes bovenop een blaas, en dan is er een weg naar binnen. Onderscheid blazen van plooien. Een blaas is rond en zit midden op het vlak: daar zit lucht of vocht onder de bedekking. Een plooi is langgerekt en volgt een naad of een rand: daar heeft de bedekking gewerkt of is hij verschoven.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- algemene ruimten
Breuk in een glazen vloerafdekking of glazen vloerdeel
Een ster of een spinnenwebpatroon in het glasoppervlak, vaak met een klein indrukpunt in het midden. Een enkele rechte barst die van rand tot rand loopt. Dat wijst eerder op een spanningsbreuk dan op een klap. Melkwitte of grijzige verkleuring tussen de glaslagen, meestal beginnend bij een hoek of langs de rand. Dat is de tussenlaag die vocht heeft opgenomen. Een paneel dat veert onder uw voet of dat klappert als iemand er overheen loopt. Dat hoort u vaak eerder dan u het ziet. Een antislipopdruk die op de looplijn is weggesleten, zodat er een glad spoor midden over het paneel loopt.
- Bouwdeel
- Vloer
- Ruimte
- Balkon
1× bekeken
- dak
Bruine en witte uitslag op bitumen dakbedekking en onder lood
Op de bitumen: bruine, gele of roestkleurige vlekken en strepen die vanaf de overlappen naar de afvoer lopen of in vlakken liggen waar het water blijft staan; een bedekking die op die plekken dof en ruw is geworden of gebleekt; bij een dak met leislag een verkleuring van het grind. Onder lood en zink: een witte, poederige of kristallijne laag op het lood zelf, witte strepen die vanaf de loodslabbe over de opstand, de gevel of de bedekking lopen, en witte vlekken op het metselwerk onder een loodstrook of een zinken afdekking; bij nieuw lood het duidelijkst in het eerste jaar. Op de gevel: witte strepen onder loodslabben boven ramen en bij de aansluiting van een aanbouw, en een witte waas op het metselwerk onder een zinken muurafdekking. Aan de afvoer: bruin of wit gekleurd water in de vergaarbak en op de bestrating onder de afvoer. Wat je niet ziet: geen blazen, geen scheuren, geen open naden en geen lekkage binnen; zit dat er wel, dan is de uitslag niet het onderwerp.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- schade
Coatingschade op aluminium kozijnen en gevelplaten
Haarfijne, kronkelende lijntjes onder de laklaag van een aluminium kozijn, gevelpaneel, dakrand of balkonhek. Ze lopen als draadjes weg van een kras, een boorgat of een snijkant, en ze zijn ongeveer een halve millimeter breed. Langs die draden staat de coating bol of komt hij in schilfertjes los; eronder zit wit poederig materiaal. Daarnaast komen andere beelden voor: doffe, krijtende lak, putjes in het oppervlak, of aantasting precies op de plek waar aluminium een ander metaal raakt. Let op de onderdorpels en de zuid- en westzijde. Daar is het oppervlak het vaakst nat en daar begint het.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- gevel
Craquelé en afschilfering van geglazuurde baksteen en tegels
Craquelé: een fijn netwerk van haarscheurtjes in het glazuur, als gebarsten ijs, over de hele steen of tegel of in zones; vaak met vuil in de scheurtjes waardoor het netwerk donker aftekent. Afschilfering: glazuur dat in schubben of vlokken loslaat, met een dofrode, gele of witte kern eronder die water opneemt en verkleurt; randen van stenen en tegels die het eerst kaal worden. Uitzetting: stenen of tegels die bol staan, voegen die zijn kapotgedrukt of open staan, een rij die uit het vlak komt; witte uitbloei in de voegen en op de kale kern. Vlekken en verkleuring: doffe plekken, kleurverschil tussen stenen, bruine of groene aanslag in het craquelé, en roestpuntjes uit de kern. Plaats: het meest bij plinten, onder dorpels en raambanken, bij de goot, in een portiek waar het water blijft staan en op de noord- en westzijde; binnen bij tegels achter een gootsteen of in een badkamer waar water achter de tegel komt.
- Bouwdeel
- Gevel
2× bekeken
- dak
Craquelé, krimp en plooien in bitumen dakbedekking
Craquelé: een fijn netwerk van scheurtjes in de toplaag, als gebarsten klei, vooral op plekken waar de zon het hardst op staat en waar geen ballast of leislag meer ligt. De bedekking voelt hard en bros aan en kruimelt bij buigen. Krimp: de banen zijn korter en smaller geworden; de overlap tussen twee banen staat open of is in spanning, de bedekking trekt van de opstand of de dakrand weg en er ontstaat een spleet bij de kim, de hoek tussen dak en opstand. Bij de dakrand ziet u dat de bedekking omhoog wordt getrokken. Plooien: regelmatige, evenwijdige ribbels in de baanrichting of dwars erop, soms alleen zichtbaar in de ochtend als het dak koud is, soms blijvend. Plooien op de naden van de onderliggende isolatieplaten tekenen de plaatverdeling af; plooien in een baan wijzen op een bedekking die is verschoven of niet gehecht.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- installaties
Cv-installatie verliest druk
De waterdruk op het display of de manometer van de cv-ketel zakt. Bij een koude installatie hoort die tussen ongeveer 1,5 en 2 bar te staan; zakt hij onder de 1 bar, dan slaat de ketel af of gaat hij in storing. Je vult bij, en na een week of een maand staat hij er weer. Vaak in combinatie met radiatoren die aan de bovenkant koud blijven en een borrelend geluid in de leidingen. Het onderscheid dat de zoektocht stuurt: verliest hij druk alleen tijdens het stoken, of ook als de installatie uitstaat? Zakken bij stilstand wijst op een lek. Alleen zakken tijdens stoken wijst op het expansievat.
- Bouwdeel
- Installaties
2× bekeken
- constructie
Doorgezakt dakoverstek en doorbuigend dakterras
Aan het overstek: een boeiboord dat aan de buitenrand lager ligt dan bij de gevel, een golvende onderkant, een goot die naar het midden of naar één kant afloopt en overloopt bij regen, open naden tussen het overstek en de gevel, scheuren in het plafond van het overstek, en bij een houten overstek verkleurd, gescheurd of zacht hout aan de onderzijde. Aan het dakterras: een vloer die in het midden lager ligt, plassen die na regen blijven staan, tegels die wippen of bol staan, vlonderdelen die niet meer vlak liggen, een hekwerk dat uit het lood staat, en een aansluiting op de gevel of de deur die open staat of lekt. Onder het dakterras: een plafond dat doorhangt, scheuren op de naden van dakplaten of langs de wanden, vochtplekken, en een deur of raam eronder die klemt. In de tijd: een overstek dat na een dakrenovatie met isolatie of een nieuwe goot is gaan zakken; een terras dat na het leggen van tegels, plantenbakken of een jacuzzi doorhangt. Aan de belasting: een dakterras met zware tegels op tegeldragers, grote plantenbakken, een buitenkeuken of een hottub op een dak van een aanbouw uit de jaren zeventig.
- Bouwdeel
- Dak
- Ruimte
- Dakterras
1× bekeken
- vocht
Doorslaand vocht door de gevel
Een vochtplek op de binnenmuur die verschijnt na een periode met regen en wind uit dezelfde hoek, en die daarna weer wegtrekt. De plek zit vaak hoger op de muur dan bij optrekkend vocht en hij zit aan de kant waar de regen op staat — in Nederland meestal het zuidwesten. Buiten zie je een gevel die na regen lang donker blijft, soms met groene aanslag op de natte vlakken. Het onderscheidende kenmerk: de plek komt en gaat met het weer. Dat is het bewijs dat de bron buiten zit en niet in de grond of in de lucht binnen.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- gevel
Groene aanslag en mos op gevel en dak
Een groene of zwarte waas op de gevel, meestal op de noord- of oostzijde. Mos tussen de dakpannen of op het platte dak. Groene aanslag op de bestrating en op houtwerk, glad bij regen. Kijk waar het niet zit. Het patroon — wél op de ene zijde, niet op de andere — vertel je waar het huis lang nat blijft, en dat is de eigenlijke informatie.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- veiligheid
Houtrook van een haard of kachel
Je ruikt rook in huis terwijl je zelf niet stookt. Meestal aan het begin van de avond, in het stookseizoen, en het sterkst bij windstil en mistig weer. De lucht komt binnen via een ventilatierooster, via een kier bij het kozijn, of via de mechanische toevoer; soms hangt hij in het beddengoed en in gordijnen zonder dat je hem in de tuin ruikt. Er is een tweede vorm die anders is en die veel ernstiger kan zijn: rook of verbrandingslucht uit je eigen toestel. Een haard die terugslaat, een kachel die bij het openen rook de kamer in laat, of een geur die met de wind wisselt. Bij een eigen toestel gaat het niet alleen over hinder maar over verbrandingsgassen in de woning. Het onderscheidende kenmerk: de geur is die van verbrand hout of van roet, en hij komt op vaste tijden terug. Dat patroon is bijna altijd naar één schoorsteen te herleiden, en dat is wat de aanpak bepaalt.
- Bouwdeel
- Schoorsteen
- Ruimte
- Woonkamer
1× bekeken
- dak
Houtrot in de dakkapel
Afbladderende verf op de zijwangen van de dakkapel, meestal het eerst onderaan waar de wang op het dakvlak staat. Zachte plekken in het houtwerk van de boeiboord of de onderdorpel van het raam. Zwarte verkleuring rond de aansluiting met de dakbedekking. Een kozijn dat is gaan werken en waarvan het raam klemt. Aan de binnenkant: een vochtplek in de hoek van het schuine plafond, of schimmel achter een kast op zolder. De plek waar het begint is bijna altijd dezelfde: de onderste tien centimeter van de wangen en de aansluiting op het dak. Daar staat water, daar spat regen op, en daar wordt bij het schilderen het minst goed bijgekomen.
- Bouwdeel
- Dak
- Ruimte
- Zolder
2× bekeken
- gevel
Houtrot in kozijnen
De verf bladdert of barst open, meestal onderaan het kozijn of in een hoek. Daaronder zit hout dat donker verkleurd is en dat zacht aanvoelt. Duw je er met een schroevendraaier in, dan zakt hij weg zonder weerstand. Het begint vrijwel altijd op dezelfde plekken: de onderdorpel, de onderste hoekverbindingen, en het punt waar het kozijn in het metselwerk staat. Dat zijn de plaatsen waar water blijft staan.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
2× bekeken
- sanitair
Kalkaanslag en hard water
Witte korst op de douchekop, op de kraanuitloop en op de glazen douchewand. Een waterkoker die van binnen wit is. Doffe plekken op tegels en op roestvrij staal die je er niet af krijgt. Wasgoed dat stug aanvoelt. Wat je niet ziet, is de kalk in de leidingen, in de boiler en op de warmtewisselaar van de ketel — en dat is waar het geld zit.
- Bouwdeel
- Water en riolering
- Ruimte
- Badkamer
1× bekeken
- veiligheid
Klemmende of lekkende garagedeur
Een kanteldeur of sectionaaldeur die zwaar opengaat, halverwege blijft steken of schuin in de opening hangt. Een deur die aan de onderkant niet meer aansluit, waardoor er bladeren, water en tocht binnenkomen. Roest onderaan de panelen. Een motor die piept, ratelt of terugloopt. Bij een handbediende deur: een veer die is gebroken, waardoor de deur ineens loodzwaar is. Bij lekkage is het beeld anders: water dat over de dorpel naar binnen loopt, meestal omdat de oprit naar de garage afloopt en er geen goot ligt, of omdat de goot er wel ligt maar vol staat.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- gevel
Klimplanten tegen de gevel: schade aan voegen, metselwerk en goten
Aan de voegen: voegen die onder het groen zijn uitgehold, zanderig zijn geworden of zijn losgedrukt door takken en wortels; stenen die los liggen bij een scheur waar een tak in is gegroeid. Aan de steen: op de plaats van verwijderde hechtwortels een patroon van bruine puntjes en draden die niet weggaan, afgeschilferde steenhuid waar de wortels zijn losgetrokken, en groene aanslag en vochtplekken waar het groen de gevel nat hield. Aan het dak en de goot: takken die in de goot en onder de dakpannen groeien, een goot die dichtzit en overloopt, een boeiboord dat onder het groen nat en zacht is, en klimop die op het dak en in de schoorsteen groeit. Aan kozijnen, roosters en leidingen: kozijnen en deuren die onder de bladeren nat blijven en rot worden, ventilatieroosters en de rooster van de kruipruimte die zijn dichtgegroeid, regenpijpen en goten die door een windende plant zijn losgetrokken of vervormd, en een gevelbekleding of een hekwerk dat is opgetild. Binnen: vochtplekken op de binnenzijde van een gevel die achter het groen niet meer droogt, ongedierte zoals mieren, spinnen en muizen die via de plant binnenkomen, en een kamer die donkerder is doordat de ramen zijn overgroeid.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- dak
Krimpende en kromtrekkende isolatieplaten onder de dakbedekking
Op de bedekking: een raster van rechte lijnen op afstanden van ongeveer zestig bij honderdtwintig centimeter, de maat van de platen; richels waar de bedekking over opgekrulde plaatranden ligt, geulen waar de naden open zijn gegaan, en kommen in het midden van platen waar water blijft staan na regen. Aan de bedekking op de lijnen: rimpels, plooien, een dunne of glimmende plek door slijtage, scheuren in de lengte van de richel, en bij bitumen een ingedrukte of gebarsten toplaag. Bij mechanische bevestiging: bevestigers die als knoppen tekenen of door de bedekking komen, en platen die tussen de bevestigers omhoog komen. Aan de randen en opstanden: bedekking die van de opstand trekt omdat de isolatie eronder is gekrompen, en een kim die open staat. Binnen: vochtplekken onder de scheuren op de richels, en een dak dat na regen langer nat blijft op de kommen. Bij een dak zonder ballast: het raster is duidelijk; bij een dak met grind is het pas zichtbaar als het grind is weggeschoven.
- Bouwdeel
- Dak
2× bekeken
- onderhoud
Kromgetrokken of vervormde houten ramen en kozijnen
Aan het raam: klemt bovenaan en laat onderaan een kier, of omgekeerd; sluit alleen met kracht; een kier langs de aanslag die per seizoen wisselt; een stolpraam waarvan de twee helften in het midden niet meer aansluiten of over elkaar schuiven; een tuindeur die schuin hangt en aan de onderkant sleept. Aan het hout: een stijl of dorpel die zichtbaar bol staat of uit het vlak draait als je er langs kijkt; verstekken en glaslatten die open staan; verf die op de zonzijde barst en op de schaduwzijde gaaf is; kit langs het glas die scheurt. Aan het kozijn: een stijl die niet meer in het lood staat, een bovendorpel die doorhangt, een kozijn dat los zit in de muur en beweegt bij het sluiten, en een kier tussen kozijn en muur die groter is geworden. Aan de tijd: in de zomer sluit het raam, in de winter niet, of andersom; na een natte periode klemt het, na een droge periode kiert het. Binnen: tocht, condens bij de kier, en een kruk of espagnolet die niet meer in de sluitkom valt.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
1× bekeken
- dak
Lekkage bij de aansluiting van een plat dak op opgaand metselwerk
Binnen: een vochtplek op het plafond langs de muur waar het dak aansluit, een natte hoek tussen plafond en gevel, een vochtbaan op de binnenzijde van de gevel boven de aanbouw, loslatend behang en schimmel in die hoek, en een plek die na regen met wind op de gevel het ergst is. Buiten aan de opstand: dakbedekking die tegen de muur omhoog loopt maar korter is dan vijftien centimeter, een opstand die van de muur is losgekomen of aan de bovenrand open staat, scheuren of plooien in de opstand in de hoeken, en een kimfixatie die ontbreekt zodat de bedekking in de hoek trekt. Buiten boven de opstand: een loodslabbe die is uitgezakt, gescheurd of ontbreekt, een afdekprofiel dat los zit, voegen die open staan vlak boven de dakbedekking, en witte uitbloei, alg en mos op de gevel in de strook boven het dak. Bij een borstwering of dakopbouw: een afdekking die het water naar de verkeerde kant leidt, of een muur die aan beide zijden nat wordt. Op het dak: water dat in de hoek tegen de muur blijft staan omdat het afschot daar ontbreekt, en blad en vuil in de kim.
- Bouwdeel
- Dak
2× bekeken
Toon 12 gebreken meer25 van 81 getoond · pagina 2 van 7
Wat staat hier?
- Hoe zoek ik hier iets op?
- Op het verschijnsel. «Bruine vlek op het plafond» en niet «lekkage» — want welke van de vier oorzaken het is, is precies wat je nog niet weet.
- Wat betekent de ernst?
- De graad die geldt als je de vragen niet invult. Staat er niets, dan hangt het werkelijk van jouw situatie af, en dan is een graad noemen een bewering die we niet kunnen waarmaken.
- Is dit een diagnose?
- Nee. Het is een richting plus de vraag die een deskundige zou stellen. Bij constructie, gas en asbest staat er expliciet bij dat je iemand moet laten kijken.
Verder kijken
Checklists
Lijsten om ter plekke af te vinken
98 checklists
Kennisbank
Naslag met hoofdstukken, om in te zoeken
477 artikelen
Werkomschrijvingen
De basis onder een offerteaanvraag
87 omschrijvingen