Lood of loodvervanger: wat er op het dak en bij de schoorsteen hoort
Lood is eeuwenlang het materiaal voor aansluitingen op het dak geweest omdat het zich naar elke vorm laat drukken en niet corrodeert. Het probleem is uitloging: regenwater spoelt lood mee naar het riool, de bodem en het oppervlaktewater. Er zijn alternatieven die dezelfde vorm aannemen zonder lood. Ze verschillen in levensduur, prijs en uiterlijk. Voor een monument of in een beschermd gezicht is lood vaak het voorgeschreven materiaal en zijn de alternatieven geen optie. Werk je zelf met lood, dan is de bescherming eenvoudig maar niet optioneel: geen open vuur, handschoenen, en niet eten of roken met loodhanden.

Waar gaat het over?
Op elk dak zitten plekken waar twee vlakken samenkomen en waar de dakbedekking zelf niet doorloopt: rond een schoorsteen, bij een dakkapel, langs een muuraansluiting, in een kilgoot. Daar hoort een strook die zich naar beide vormen voegt en het water afvoert.
Dat is van oudsher bladlood, in de volksmond de loodslabbe. Het laat zich met een hamer in elke onregelmatigheid drukken en gaat decennia mee.
Deze pagina gaat over de keuze tussen lood en de vervangers, over wat elk van beide kost en over wat je moet weten als je er zelf mee werkt. Het vervangen zelf staat in een apart stappenplan.
Hoe ontstaat het?
Lood dankt zijn plaats aan drie eigenschappen. Het is zacht genoeg om koud in vorm te brengen zonder te scheuren. Het vormt aan de lucht een beschermlaag die verdere aantasting stopt. En het zet uit en krimpt zonder te vermoeien, wat op een dak dat in de zomer veertig graden warmer wordt dan in de winter een reële eis is.
Het probleem is dat de beschermlaag oplosbaar is in regenwater dat licht zuur is. Elk jaar spoelt er een dunne laag af. Op een enkel dak is dat weinig; opgeteld over een straat en een stad is het een van de bronnen van lood in het riool en in het oppervlaktewater. Daarom is er brancheafspraak op gericht om vrij afwaterend lood te beperken, en zijn er producten ontwikkeld die het vervangen.
De vervangers werken op twee manieren. De eerste groep is een rekbaar bitumineus of kunststof product met een aluminium- of loodvrije wapening, dat je op dezelfde manier in vorm drukt. De tweede groep is een geplooide strook die zich uitrekt in plaats van vervormt. Beide voegen zich naar een dakpanprofiel; het verschil zit in hoe lang ze dat blijven doen en hoe ze verouderen onder uv-licht.
De derde route is lood toepassen maar niet vrij laten afwateren: het lood aan de bovenzijde afdekken of coaten zodat de afspoeling stopt. Dat is de route die bij monumenten wordt gevolgd waar het materiaal zelf niet ter discussie staat.
Hoe herken je het?
Bladlood herken je aan de doffe grijze kleur, aan het gewicht, en aan het feit dat je het met een duimnagel kunt indrukken. Vers lood is glanzend en wordt binnen enkele maanden mat.
Een vervanger herken je aan een egaler oppervlak, vaak met een fijne plooi of een geweven structuur, en aan het lage gewicht. Bij twijfel: lood is opvallend zwaar voor zijn afmeting.
Een aansluiting die aan vervanging toe is, herken je aan een paar dingen. Een strook die van de muur is gekomen omdat de voegaansluiting is uitgespoeld. Scheuren op de plooien, wat bij lood wijst op vermoeiing door te lange stroken zonder overlap. Witte uitslag op de gevel onder het lood, wat op afspoeling wijst. En een vochtplek op zolder precies onder de schoorsteen, wat de meest voorkomende dakmelding is die er bestaat.
Wat kun je zelf doen, en wat niet?
Zelf kun je: de aansluiting beoordelen vanaf een veilige plek, foto's maken van de plek waar de strook loslaat, en op zolder de vochtplek terugvoeren naar de doorvoer erboven. Je kunt ook nagaan of de stroken kort genoeg zijn; lange, ononderbroken loodstroken scheuren door uitzetting en dat is de meest voorkomende uitvoeringsfout.
Verder kun je zelf een korte muuraansluiting vervangen als je veilig bij kunt en het werk op een plat vlak ligt.
Wat je beter niet zelf doet: een schoorsteenaansluiting op een schuin dak, want dat combineert werken op hoogte met uithakken in metselwerk en met een detail dat moet blijven werken als het waait.
Laat over aan een dakdekker: de aansluiting bij een schoorsteen, elke kilgoot, en elk werk waarvoor een steiger nodig is.
Regels en regelgeving
Er is geen wettelijk verbod op bladlood in de woningbouw. Wat er wel is, is een breed gedragen afspraak in de bouw om vrij afwaterend lood terug te dringen, en veel gemeenten en woningcorporaties nemen die afspraak over in hun eigen uitvraag. Bij een opdracht aan een aannemer is het daarom een vraag die je expliciet stelt.
Voor een rijksmonument of gemeentelijk monument geldt dat vervanging van materiaal vergunningplichtig is. Lood is daar vaak het voorgeschreven materiaal en een vervanger is niet zonder meer toegestaan; het gesprek loopt via de monumentenambtenaar.
Loodafval is gevaarlijk afval en hoort niet bij het bouwpuin. Het levert bij een metaalinzamelaar geld op en dat is het eenvoudigste argument om het goed af te voeren.
Bij verwerking geldt arbeidshygiëne: lood mag niet worden gesoldeerd of gebrand zonder afzuiging, en de damp die daarbij vrijkomt is het werkelijke risico. Koud verwerken van bladlood geeft die damp niet.
Voor werk op een dak gelden de regels voor werken op hoogte, ook bij een klus van een uur.
Wat betekent dit voor jou?
- Heb je een lekkage bij de schoorsteen, dan is dit in veruit de meeste gevallen de oorzaak en niet het dak zelf. Laat eerst de aansluiting beoordelen voordat er over dakbedekking wordt gesproken.
- Laat je een dak vernieuwen, dan is dit het moment om de vraag te stellen. Een aannemer die er niets over zegt, gebruikt standaard lood; dat is niet fout en het is wel een keuze die jij mag maken.
- Woon je in een monument of een beschermd gezicht, dan is de keuze grotendeels voor je gemaakt en gaat het gesprek over afdekken in plaats van vervangen.
- Klus je zelf, dan is bladlood goed zelf te verwerken; het is een van de weinige dakmaterialen waarvoor dat geldt. De voorwaarden zijn eenvoudig: handschoenen, niet eten of roken met loodhanden, geen open vuur, en resten inleveren.
Checklist
- Ga na waar op je dak aansluitingen zitten: schoorsteen, dakkapel, muuraansluiting, kilgoot.
- Kijk of de strook nog in de sponning zit of eruit is gekomen.
- Kijk of er scheuren in de plooien zitten.
- Kijk of er witte uitslag op de gevel eronder zit.
- Meet op zolder of de vochtplek recht onder een doorvoer ligt.
- Bepaal of het pand een monumentenstatus heeft.
- Vraag bij een offerte expliciet welk materiaal wordt toegepast.
- Vraag of het lood vrij afwatert of wordt afgedekt.
- Vraag hoe lang de aaneengesloten stroken worden en of er overlap komt.
- Spreek af dat loodafval apart wordt afgevoerd.
Veelgestelde vragen
Is lood verboden?
Waarom is afspoelend lood een probleem?
Gaat een loodvervanger even lang mee?
Mag ik lood zelf verwerken?
Waarom scheurt mijn loodslabbe?
Mag ik lood bij het bouwpuin doen?
Wat mag bij een monument?
Waar komt een daklek bij de schoorsteen meestal vandaan?
Zie voor meer informatie
- Loodslabbe vervangenStappenplan
- Dakinspectie en loodwerk beoordelenChecklist
- Werken op hoogte: ladders, trappen en rolsteigersChecklist
- Schoorsteen en houtkachel nalopenChecklist
Reacties
De Builddocs-redactie
Redactie ·
Builddocs verdient aan affiliate-doorklikken en aan abonnementen. Dat staat hier omdat het uitmaakt bij het lezen van een vergelijking.
Meer over de auteurMinder
Onder een redactiestuk staat geen naam omdat er geen persoon achter zit, maar omdat de verantwoordelijkheid bij Builddocs als geheel ligt. Elk document heeft een datum waarop het is gecontroleerd; ontbreekt die, dan staat dat er ook.