Wateraccumulatie is het mechanisme waarbij regenwater op een plat dak blijft staan, de constructie doorbuigt, in de ontstane kuil nog meer water past en de doorbuiging daardoor verder toeneemt. Het proces versterkt zichzelf. Houdt de constructie de laatste stap niet, dan bezwijkt het dak. Dit is de klassieke oorzaak van daginstortingen bij wooncomplexen. Niet bij het betonnen hoofddak, maar bij de lichte daken eromheen: bergingsblokken, fietsenstallingen, garageboxen, aanbouwen en luifels. De aanleiding is bijna altijd goedkoop te verhelpen: een verstopte dakafvoer, een dichtgeslibde bladvang, een noodoverlaat die ontbreekt of te hoog zit. Het onderliggende probleem is duurder, namelijk een constructie die nooit op een waterlaag is gerekend. Scheid daarom twee dingen. Afvoeren schoonhouden en noodoverlaten controleren is beheer. De vraag of het dak een waterlaag draagt, beantwoordt een constructeur. Zet de uitkomst in het meerjarenonderhoudsplan, met bedrag en jaartal.

Waar gaat het over?
Deze pagina is voor de vereniging van eigenaars, de VvE-beheerder en de technisch beheerder van een wooncomplex met platte daken. Ze legt uit waarom een dak kan bezwijken door water dat er blijft liggen, hoe u ziet of uw complex daar gevoelig voor is, en wat onderzoek en versterking kosten.
Het gaat over alle platte daken van het complex, ook de daken die niemand bezoekt. Juist die worden vergeten: een bergingsblok zonder dakopgang staat in geen inspectieschema en wordt pas bekeken als er een plafondplaat naar beneden komt. Waterdichtheid valt hierbuiten; wateraccumulatie gaat over draagvermogen, en een dak kan van binnen kurkdroog zijn en toch te zwaar belast worden.
Hoe ontstaat het?
Een plat dak heeft afschot en het water zoekt de dakafvoeren op. Zolang de afvoer meer aankan dan er valt, staat er nauwelijks water. Zodra dat omdraait, stijgt het water en gaat de constructie meedoen. Een waterlaag van tien millimeter weegt tien kilo per vierkante meter en laat de overspanning doorzakken. Midden in de overspanning ontstaat een kuil, en daarin past meer water dan de tien millimeter waarmee het begon. Dat extra water vergroot de doorbuiging en verdiept de kuil. Bij een stijve constructie dooft dit uit op een nieuw evenwicht; bij een slappe constructie is er geen evenwicht en loopt de doorbuiging door tot bezwijken.
Niet de sterkte maar de stijfheid is dus bepalend. Een licht dak met een slanke overspanning is het gevoeligst: stalen dakplaten op gordingen, houten balklagen met een dunne dakplaat, geprefabriceerde elementen boven een bergingsgang. Een betonnen dakvloer op een korte overspanning komt vrijwel nooit in de problemen. Zo is het hoofddak van de flat veilig terwijl het lage bijgebouw dat niet is.
De aanleiding is meestal de afvoer. Blad, mos, grind en zand van de dakbedekking verzamelen zich rond de put. Ontbreekt de bladvang, dan loopt het vuil de standleiding in; wordt hij nooit geleegd, dan sluit hij de put af. Een dakvlak met maar één afvoer heeft geen reserve. Daar komt de bui bij: een korte hevige bui levert meer water dan de leiding verwerkt, ook als alles schoon is. De afvoer is gedimensioneerd op een bui met een bepaalde herhalingstijd, niet op de zwaarste bui die kan vallen.
Voor de rest is er de noodoverlaat, een opening in de dakrand die het water naar buiten laat lopen zodra het boven een bepaalde hoogte komt. Hij moet laag genoeg zitten om in te grijpen voordat de waterlaag te zwaar wordt, en hoog genoeg om niet bij elke gewone bui te druppelen. Hij moet lozen op een plek waar het opvalt, want een straal water uit de gevel is het signaal dat de gewone afvoer niet werkt. Een overlaat die op het naastgelegen dak of in een schacht loost, is geen noodoverlaat.
Of een dak op waterbezwaar is berekend, blijkt uit het rekenwerk bij de bouw. Bij nieuwbouw wordt getoetst op de waterlaag die ontstaat als de gewone afvoer uitvalt en alleen de noodoverlaten werken. Bij complexen uit de jaren zestig tot tachtig is dat vaak niet gedaan; die daken zijn gerekend op sneeuw en eigen gewicht, en soms is er geen noodoverlaat.
Hoe herken je het?
Plassen die na een bui dagenlang blijven staan, met een rand vuil of algen die de hoogste waterstand markeert. Een plas die binnen twee dagen weg is hoort erbij; een plas die er altijd staat niet.
Een dakvlak dat midden in de overspanning lager ligt dan bij de opleggingen. Kijk langs de dakrand of leg er een rechte lat op; een doorhangende lijn is het duidelijkste signaal dat u zonder gereedschap ziet.
Doorhangende plafonds onder het dak, scheuren tussen plafond en wand, en deuren die klemmen in een natte periode en daarna weer normaal werken. Dat wisselende gedrag betekent dat de constructie meebeweegt. Scheuren of afgedrukte specie bij de opleggingen horen in hetzelfde rijtje.
Een volle bladvang, water dat rond de put staat in plaats van erin loopt, of een spuwer waar bij een bui niets uitkomt terwijl er wel water op het dak staat. Een dakrand zonder enige opening is het laatste signaal: kunt u nergens een noodoverlaat aanwijzen, dan hangt alles aan die ene put.
Wat kun je zelf doen, en wat niet?
Zelf te doen zijn de waarnemingen en het schoonhouden: afvoeren en bladvangen legen, het dakvlak vrijmaken, na een bui kijken waar het water blijft staan, en de dakrand nalopen op noodoverlaten. Twee rondes per jaar plus een ronde na elke zware bui is een goed ritme. Fotografeer wat u ziet.
Zelf te doen is ook het inventariseren. Maak een lijst van alle platte dakvlakken, met per vlak het aantal afvoeren, het aantal noodoverlaten en de manier waarop u er komt. Die lijst is het startpunt van elk gesprek met een adviseur.
Niet zelf te doen is het oordeel of het dak de waterlaag draagt. Dat vraagt kennis van overspanning, profiel, opleggingen en stijfheid. Een dakdekker kan zeggen dat de bedekking heel is; hij kan niet zeggen of het dak vijf centimeter water overleeft. Niet zelf te doen is ook werken op een dak zonder randbeveiliging: regel een veilige opgang, of laat de ronde doen door een partij die zijn eigen voorzieningen meebrengt.
Regels en regelgeving
De Omgevingswet en het Besluit bouwwerken leefomgeving vormen het kader. Voor bestaande bouwwerken geldt dat de constructie bestand moet zijn tegen de belastingen die erop werken en dat een bouwwerk geen gevaar mag opleveren voor de gezondheid of de veiligheid. Water op een dak is zo'n belasting. Het Bouwbesluit 2012 kende vergelijkbare eisen en is de voorganger.
Voor de toetsing wordt gewerkt met de Eurocodes en de Nederlandse toepassingsdocumenten daarbij. Voor de afvoer van hemelwater bestaat een eigen norm die de dimensionering van dakafvoeren en noodvoorzieningen regelt en die eist dat een noodvoorziening zichtbaar loost. Vraag uw constructeur welke afvoersituatie hij heeft aangenomen.
De vereniging is als eigenaar van de gemeenschappelijke delen verantwoordelijk voor de staat van de daken. Publiekrechtelijk is er de zorgplicht uit het Besluit bouwwerken leefomgeving, privaatrechtelijk de aansprakelijkheid voor schade door een gebrekkige opstal. Een vastgelegde inspectieronde en een onderhoudsplan waarin dit staat, vormen uw dossier. Ook de opstalverzekeraar kijkt daarnaar: achterstallig onderhoud of een eerder rapport waarmee niets is gedaan, geeft discussie over de uitkering.
Een noodoverlaat aanbrengen in een bestaande dakrand is meestal vergunningvrij onderhoud. Een constructieve versterking raakt de draagconstructie en vraagt een vergunning voor de technische bouwactiviteit. Bij een monument gelden aanvullende regels voor zichtbare aanpassingen aan de dakrand.
Wat betekent dit voor jou?
- vve
- u bent eigenaar van de daken en draagt de zorgplicht. Zorg voor een besluit over constructief onderzoek aan de lichte daken, en geef de uitkomst een plaats in het meerjarenonderhoudsplan met bedrag en jaartal.
- beheerder
- VvE-beheerderu agendeert het onderwerp en vertaalt het rapport naar een voorstel dat de vergadering kan begrijpen en betalen. Leg de rondes vast in het beheerdossier, met datum, foto's en bevindingen.
- beheerder
- u loopt de rondes en houdt putten, bladvangen en noodoverlaten vrij. U ziet doorbuiging, blijvende plassen en klemmende deuren als eerste. Meld die signalen schriftelijk, ook als ze klein lijken.
- vakman
- controleer bij een dakvernieuwing of verduurzaming of de afvoersituatie en de noodoverlaten zijn nagerekend, en of het extra gewicht van isolatie, ballast, groendak of zonnepanelen in de constructieve toets zit.
Checklist
- Is er een lijst van alle platte dakvlakken, inclusief bergingen, garageboxen en luifels, met per vlak het aantal afvoeren en noodoverlaten?
- Is van elk dakvlak bekend of het op waterbezwaar is berekend, en zit die berekening in het dossier?
- Zit er een bladvang op elke put, en is vastgelegd wanneer die voor het laatst is geleegd?
- Heeft elk dakvlak een tweede weg voor het water, zit de noodoverlaat op de hoogte die de constructeur heeft aangegeven, en loost hij zichtbaar naar buiten?
- Staat er na twee droge dagen nog water op het dak, hangt een plafond door of klemmen er deuren?
- Staat wateraccumulatie in het meerjarenonderhoudsplan, met bedrag en jaartal?
Veelgestelde vragen
Ons hoofddak is van beton, lopen wij dan risico?
Hoeveel water is te veel?
Wij hebben spuwers, is dat hetzelfde als een noodoverlaat?
Mogen wij zonnepanelen op zo'n dak leggen?
Zie voor meer informatie
- Noodoverlaten en dakafvoeren van een wooncomplex nalopenChecklist
- Hemelwaterafvoer en noodoverstorten op een plat dakKennisbank
- Plasvorming op het platte dakGebrek
- Doorbuigende dakplaten en open naden tussen dakelementenGebrek
- Wanneer je een constructeur nodig hebt, en wat hij precies levertKennisbank
- Het meerjarenonderhoudsplan: van inspectie naar maandbedragKennisbank
Reacties
De Builddocs-redactie
Redactie ·
Builddocs verdient aan affiliate-doorklikken en aan abonnementen. Dat staat hier omdat het uitmaakt bij het lezen van een vergelijking.
Meer over de auteurMinder
Onder een redactiestuk staat geen naam omdat er geen persoon achter zit, maar omdat de verantwoordelijkheid bij Builddocs als geheel ligt. Elk document heeft een datum waarop het is gecontroleerd; ontbreekt die, dan staat dat er ook.