KennisGebreken
Wat staat hier?Zoek op wat je ziet, niet op wat het is. Per verschijnsel: waar het vandaan kan komen, hoe ernstig het is, en wat de eerstvolgende stap is.
Sorteren:Standaard
in zeven groepen — wat de kleuren betekenen
Uitgelicht
- gevel
Afbladderende verf op een geschilderde gevel
Blazen in de verf die bij drukken openbreken en vocht of poeder tonen, schilfers en vellen die loslaten met de toplaag van het pleisterwerk of een dun laagje steen eraan, kale plekken met een grijze of witte, poederige ondergrond, en op de kale plekken vaak witte uitbloei of alg. Het patroon: onderaan de gevel tot een halve meter of een meter boven het maaiveld, in banen onder een lekkende goot of naast een regenpijp, onder raamdorpels, rond een aanbouw waar een dak op de gevel aansluit, en aan de noord- en westzijde meer dan aan de zuidzijde. Bij een gevel die kort geleden is geschilderd: blazen binnen enkele maanden, vaak na de eerste warme dagen, verspreid over vlakken die niet droog waren.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
36 van 226 gebreken
- gevel
Afschilferende of verweerde baksteen
Bakstenen waarvan de buitenlaag afbladdert: schilfers die eraf komen, een korrelig oppervlak dat afgeeft als je erover wrijft, of stenen waarvan de voorkant is weggevallen en waar je de ruwe binnenkant ziet. Onder de gevel ligt gruis. Het zit vaak niet overal. Kijk waar het het ergst is: onderaan de gevel, onder een raamdorpel, naast een regenpijp, of aan de noordzijde die het langst nat blijft.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- schade
Coatingschade op aluminium kozijnen en gevelplaten
Haarfijne, kronkelende lijntjes onder de laklaag van een aluminium kozijn, gevelpaneel, dakrand of balkonhek. Ze lopen als draadjes weg van een kras, een boorgat of een snijkant, en ze zijn ongeveer een halve millimeter breed. Langs die draden staat de coating bol of komt hij in schilfertjes los; eronder zit wit poederig materiaal. Daarnaast komen andere beelden voor: doffe, krijtende lak, putjes in het oppervlak, of aantasting precies op de plek waar aluminium een ander metaal raakt. Let op de onderdorpels en de zuid- en westzijde. Daar is het oppervlak het vaakst nat en daar begint het.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- gevel
Craquelé en afschilfering van geglazuurde baksteen en tegels
Craquelé: een fijn netwerk van haarscheurtjes in het glazuur, als gebarsten ijs, over de hele steen of tegel of in zones; vaak met vuil in de scheurtjes waardoor het netwerk donker aftekent. Afschilfering: glazuur dat in schubben of vlokken loslaat, met een dofrode, gele of witte kern eronder die water opneemt en verkleurt; randen van stenen en tegels die het eerst kaal worden. Uitzetting: stenen of tegels die bol staan, voegen die zijn kapotgedrukt of open staan, een rij die uit het vlak komt; witte uitbloei in de voegen en op de kale kern. Vlekken en verkleuring: doffe plekken, kleurverschil tussen stenen, bruine of groene aanslag in het craquelé, en roestpuntjes uit de kern. Plaats: het meest bij plinten, onder dorpels en raambanken, bij de goot, in een portiek waar het water blijft staan en op de noord- en westzijde; binnen bij tegels achter een gootsteen of in een badkamer waar water achter de tegel komt.
- Bouwdeel
- Gevel
2× bekeken
- gevel
Doorgeroeste latei boven het raam
Een horizontale scheur in het metselwerk vlak boven een raam of een deur, vaak in de eerste of tweede voeg. Soms roestbruine sporen die uit die voeg komen. Bij een zichtbare stalen latei: bladderende verf en een profiel dat dikker lijkt dan het was. Het metselwerk erboven kan iets naar voren komen te staan. Dat is het signaal dat het ernstig wordt.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- vocht
Doorslaand vocht door de gevel
Een vochtplek op de binnenmuur die verschijnt na een periode met regen en wind uit dezelfde hoek, en die daarna weer wegtrekt. De plek zit vaak hoger op de muur dan bij optrekkend vocht en hij zit aan de kant waar de regen op staat — in Nederland meestal het zuidwesten. Buiten zie je een gevel die na regen lang donker blijft, soms met groene aanslag op de natte vlakken. Het onderscheidende kenmerk: de plek komt en gaat met het weer. Dat is het bewijs dat de bron buiten zit en niet in de grond of in de lucht binnen.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- gevel
Gebarsten of lekkende glazen bouwstenen
Aan de stenen: barsten die dwars door een steen lopen, vaak van hoek naar hoek of in een ster; stenen met condens of water erin door een lek in de las tussen de twee helften; stenen die dof of melkachtig zijn geworden. Aan de voegen: scheuren langs de voegen, voegen die poederig worden of losvallen, roestsporen uit de voegen waar de wapening roest, en water dat bij regen langs de voegen naar binnen loopt. Aan de wand: een wand die in het midden bol staat of scheef is gaan hangen, een randvoeg tussen de wand en de constructie die is gescheurd of dichtgezet met mortel, en een wand die bij aanraken beweegt. Binnen: condens op de stenen in de winter, schimmel in de voegen en op de aansluitende wand, en een koude straling bij de wand. Bij een gevel: witte uitbloei, algen en een randaansluiting waar het water in loopt.
- Bouwdeel
- Gevel
- Ruimte
- Trappenhuis
- gevel
Groene aanslag en mos op gevel en dak
Een groene of zwarte waas op de gevel, meestal op de noord- of oostzijde. Mos tussen de dakpannen of op het platte dak. Groene aanslag op de bestrating en op houtwerk, glad bij regen. Kijk waar het niet zit. Het patroon — wél op de ene zijde, niet op de andere — vertel je waar het huis lang nat blijft, en dat is de eigenlijke informatie.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- vocht
Klachten na spouwmuurisolatie
Vochtplekken op de binnenmuur die er vóór het isoleren niet waren. Een gevel die na regen langer nat blijft. Schimmel in een hoek of achter een kast. Een muur die op de ene plek warm aanvoelt en op de andere koud. Soms een geur die niet weggaat, of isolatiekorrels die uit een open stootvoeg of een ventilatierooster komen. De klacht begint zelden meteen. Het gebruikelijke beeld is dat het eerste natte seizoen na het isoleren goed gaat en het tweede niet. Dat verband wordt daardoor vaak niet gelegd.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- gevel
Kleurverschillen en vlekken in nieuw metselwerk en voegwerk
In de steen: horizontale banen of blokken van stenen die lichter, donkerder, roder of geler zijn dan de rest, met scherpe grenzen die samenvallen met de steigerslagen of de dagproductie; stenen met een andere structuur of glans tussen de rest; roestpuntjes of donkere stipjes in de steen. In de voeg: voegen die per gevelvlak, per verdieping of per steigerslag van grijs naar lichtgrijs of van beige naar wit wisselen; voegen die vlekkerig zijn met donkere en lichte plekken naast elkaar; voegen die na regen anders kleuren dan de rest. Op de gevel: een witte of grijze sluier over stenen en voegen, wit poeder of kristallen in de voegen, witte kalkstrepen uit voegen en onder dorpels, donkere vlekken die na regen langer nat blijven, en spatten van mortel, beton of pleister. In de tijd: sluiers en uitbloei die in het eerste jaar minder worden; banen in de steen die niet veranderen; donkere natte vlekken die elk najaar terugkomen.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- gevel
Klimplanten tegen de gevel: schade aan voegen, metselwerk en goten
Aan de voegen: voegen die onder het groen zijn uitgehold, zanderig zijn geworden of zijn losgedrukt door takken en wortels; stenen die los liggen bij een scheur waar een tak in is gegroeid. Aan de steen: op de plaats van verwijderde hechtwortels een patroon van bruine puntjes en draden die niet weggaan, afgeschilferde steenhuid waar de wortels zijn losgetrokken, en groene aanslag en vochtplekken waar het groen de gevel nat hield. Aan het dak en de goot: takken die in de goot en onder de dakpannen groeien, een goot die dichtzit en overloopt, een boeiboord dat onder het groen nat en zacht is, en klimop die op het dak en in de schoorsteen groeit. Aan kozijnen, roosters en leidingen: kozijnen en deuren die onder de bladeren nat blijven en rot worden, ventilatieroosters en de rooster van de kruipruimte die zijn dichtgegroeid, regenpijpen en goten die door een windende plant zijn losgetrokken of vervormd, en een gevelbekleding of een hekwerk dat is opgetild. Binnen: vochtplekken op de binnenzijde van een gevel die achter het groen niet meer droogt, ongedierte zoals mieren, spinnen en muizen die via de plant binnenkomen, en een kamer die donkerder is doordat de ramen zijn overgroeid.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- gevel
Lekkende muurafdekking op borstwering of tuinmuur
Op de muur onder de afdekking: donkere natte banen die vanaf de naden tussen de afdekelementen naar beneden lopen, witte uitbloei, afgeschilferde of gebarsten stenen in de bovenste lagen, uitgesleten voegen en mos of alg op de bovenste meter. Bij een borstwering rond een plat dak of een dakterras: dezelfde plekken aan de binnenzijde, een natte dakaansluiting eronder en vochtplekken in de woning onder de borstwering. Aan de afdekking zelf: open of gescheurde voegen tussen betonnen of natuurstenen elementen, een afdekking die vlak ligt of naar de verkeerde kant afloopt, geen overstek of geen druiprand aan de onderzijde, gescheurde kit, een metalen afdekkap waarvan de naden of de hoeken open staan, of een afdekking van mortel die is gescheurd en losgekomen. Bij een stalen of aluminium afdekkap: roest of witte corrosie bij de bevestigingen, kap die is losgekomen bij wind, en vochtplekken onder de naden van de kap.
- Bouwdeel
- Gevel
- Ruimte
- Tuin
1× bekeken
- gevel
Lekkende of wijkende dilatatievoeg
Een verticale voeg in de gevel die opzettelijk is opengelaten en die met een elastische kit of een profiel is afgedicht — en die nu openstaat, scheef loopt of waar de kit uit hangt. Vaak op de scheiding tussen twee woningen, bij een verspringend gevelvlak, of in een lange gevel om de zoveel meter. Binnen merk je het aan een vochtstreep of een scheur op precies dezelfde plaats. Bij een appartement loopt die streep soms over meerdere verdiepingen door.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- gevel
Loslatend buitenpleisterwerk
Pleisterwerk op de gevel dat bol staat, scheurt of in schilfers loskomt. Vaak op de uitwendige hoeken, onder de raamdorpels, of onderaan de gevel bij het maaiveld. Tik erop: waar het hol klinkt, zit het los van de ondergrond. Soms komt er een hele plaat af en zie je het metselwerk eronder. Soms zijn het alleen haarscheurtjes in een verder gaaf vlak, en dat is een ander probleem met een andere urgentie.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- gevel
Losse of gevlekte natuurstenen gevelplaten en plinten
Bij loskomen: een plaat die hol klinkt bij tikken, iets naar buiten staat of verschoven is ten opzichte van de buren, open of gescheurde voegen rondom, roestwater uit een voeg, en in het ergste geval een plaat die is gevallen en een kale plek met roestige ankers. Bij vlekken: donkere vochtvlekken die na regen blijven, gele of roestbruine verkleuring vanuit de voegen of vanuit het midden van de plaat, witte uitbloei aan de randen, groene alg op de noordzijde, en bij plinten een donkere zone onderaan die omhoog trekt. Bij afschilfering: een plaat waarvan de toplaag in schubben loskomt, vooral bij leisteen, zandsteen en sommige kalkstenen, of een plaat met scheuren door vorst. Bij bijzondere steensoorten zoals wit marmer of blauwe hardsteen: een plaat die opbolt of kromtrekt, of een plaat met zwarte aders en vlekken die uit de steen zelf komen.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- gevel
Metselwerk bol of uitgeweken
Een gevel die niet vlak is. Van dichtbij zie je het niet, maar als je langs de gevel kijkt — met je oog bijna tegen het metselwerk, in de lengte — zie je een bult of een golf. Vaak zit die bult op de bovenste verdieping, onder de dakrand, of boven een raam. Soms hangt de hele gevel voorover. Er horen andere verschijnselen bij: verticale scheuren op de plaats waar de gevel het verst uitwijkt, voegwerk dat daar breder is dan elders, en een dakrand of een goot die niet meer aansluit. Binnen kan het onopvallend zijn — de binnenmuur staat er los van — maar je ziet soms een spleet tussen de binnenmuur en de vloer of het plafond. Het onderscheidende kenmerk: de gevel is uit het lood of uit het vlak, en dat is met een schietlood of een lange rei te meten. Scheuren in de gevel zijn een veelvoorkomend en meestal onschuldig verschijnsel; een gevel die bol staat, is dat niet.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- vocht
Optrekkend vocht in de muur
Een vochtige band onderaan de binnenmuur, meestal tot een halve meter of een meter boven de vloer, met een golvende bovenrand. Het behang laat daar los, de plint is zacht geworden en er zit vaak een witte poederachtige uitslag op het pleisterwerk. De muur voelt koud en klam. Buiten zie je dezelfde band boven het maaiveld, soms met groene aanslag en afbladderende verf. Het kenmerk waaraan je optrekkend vocht herkent en waardoor je het van andere vochtproblemen onderscheidt: de bovenrand is grillig en de plek droogt in de zomer niet op. Een lekkage droogt op zodra de bron weg is; optrekkend vocht blijft het hele jaar staan omdat de bron de grond zelf is.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- constructie
Roestvlekken en aftekeningen in zichtbeton
Kleine bruine puntjes met een roeststreep eronder, verspreid over het beton of in een regelmatig raster van twintig tot veertig centimeter: dat zijn afstandhouders of bindstaal onder het oppervlak. Bruine kegeltjes rond een korrel in het grind: een ijzerhoudende insluiting. Verkleuringen in banen of vlekken bij de naden van de bekisting, bruin of blauwgrijs: de bekisting en het ontkistingsmiddel, geen roest. Ernstiger: een bruine vlek die groeit met een scheur erin, een bolling in het oppervlak, en uiteindelijk een afgesprongen stuk beton met een roestige staaf erachter. Aan randen en hoeken van balkons, galerijplaten en borstweringen komt dat het eerst voor, omdat de wapening daar het dichtst op het oppervlak ligt en het beton er het natst is. Bij oudere complexen ziet u alle vormen naast elkaar; bij nieuw zichtbeton alleen de afstandhouders en de bekistingsnaden.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- gevel
Roestvlekken en roestschade in het metselwerk
Roestbruine strepen die vanaf één punt in de gevel naar beneden lopen, vooral na regen, en die niet weg te borstelen zijn. Een steen die bol staat, een hoek eraf heeft of gescheurd is, met roest in de scheur. Een voeg die over een lengte open staat, vaak een lintvoeg ter hoogte van de verdiepingsvloer of boven een raam, met roestkleurig water eruit. Boven ramen en deuren: een latei die roestbruin is, opbolt of de stenen erboven omhoog drukt, met een horizontale scheur in het metselwerk erboven. Bij een band of een rollaag: de hele laag ligt iets hoger of staat naar buiten. Aan de binnenzijde soms een scheur op dezelfde hoogte, of vochtplekken op de plek waar de gevel open staat.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- gevel
Schade aan een betonnen gevelelement
Een betonnen band, borstwering, kolom of gevelplaat waarin een scheur zit, waaruit een stuk is afgevallen, of waar een bruine roestvlek doorheen komt. Op de plek waar het beton is afgevallen, zie je wapeningsstaal liggen: een of meer roestige staven, soms nog met de vorm van het beton eromheen. De rand van het gat is scherp en de kleur van het beton is daar lichter. Vaak begint het onopvallend: een haarscheur die precies de lijn van een wapeningsstaaf volgt, met een roestspoor eruit. Dat is hetzelfde gebrek in een eerder stadium. Dit komt vooral voor bij portiek- en galerijflats uit 1950 tot 1975 en bij woningen met betonnen banden onder de ramen. Het onderscheidende kenmerk: de schade volgt de wapening en niet de vorm van het element. Een scheur die recht en op vaste afstand van de rand loopt, is betonrot; een willekeurige scheur is dat meestal niet.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- gemeenschappelijk eigendom
Schade aan een gemeenschappelijke antenne, schotel of zonwering
Een schotel of antenne op het dak of aan de gevel die scheef hangt, roest, of waarvan de bevestiging losraakt. Kabels die los langs de gevel hangen. Bij zonwering: een screen of scherm dat niet meer oprolt, een gescheurd doek, of een geleider die uit de gevel komt. Bij een complex vaak: een dak vol individueel geplaatste schotels en airco-units, elk met een eigen doorvoer.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- gevel
Schade aan gevelbekleding
Bij houten delen: verf die loslaat, hout dat grijs en vezelig wordt, of een plank die aan de onderrand zacht is. Bij multiplex boeidelen of zijwangen van een dakkapel: hout dat in laagjes uiteenvalt. Bij kunststof: platen die zijn gaan bollen of golven, kleurverschil tussen de zonzijde en de rest, of een plaat die aan één kant is losgekomen. Bij metaal: roeststrepen, doffe of vlekkerige plekken op geanodiseerd aluminium, of fijne kronkelende lijntjes onder de laklaag.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- regelgeving
Schade aan glas-in-lood
Een glas-in-loodpaneel dat bol staat of doorhangt, meestal in het midden en meestal naar buiten. Loodstrips die dof grijs en poederig zijn geworden. Gebroken of gescheurde glasstukjes. Een paneel dat rammelt in de sponning of dat tocht. Zwarte, kruimelige resten van het stopverf of de kit langs de randen. Soms een winddruk die je hoort: het paneel beweegt hoorbaar bij een windvlaag. Het beeld dat de urgentie bepaalt: een paneel dat meer dan ongeveer een centimeter uit het vlak staat. Dat is het punt waarop het lood zijn stijfheid verliest en het paneel zichzelf verder uit vorm trekt.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- gevel
Scheuren in buitenstucwerk en gevelisolatie
Haarscheuren: een netwerk van fijne scheurtjes als gebarsten glazuur, verspreid over het vlak of in zones, zonder verband met de ondergrond. Plaatnaadscheuren: rechte horizontale en verticale scheuren in een raster van ongeveer een meter bij een halve meter, die de naden van de isolatieplaten tekenen; bij een oud gevelisolatiesysteem zichtbaar bij regen als donkere lijnen voordat de scheur zelf zichtbaar is. Hoekscheuren: schuine scheuren die uit de hoeken van kozijnen en deuren lopen, meestal onder vijfenveertig graden. Aansluitscheuren: een scheur langs de dakrand, de plint, een balkon, een dilatatie of de overgang naar een ander materiaal. Holle plekken: pleisterwerk dat hol klinkt bij tikken, met een scheur eromheen, en soms een stuk dat loskomt met de wapening eraan. Constructieve scheuren: een enkele, grillige of trapsgewijze scheur die door het pleisterwerk en de ondergrond loopt, breder wordt naar boven of onder en die je aan de binnenkant terugvindt.
- Bouwdeel
- Gevel
2× bekeken
- gevel
Scheuren in de gevel
Een scheur in het metselwerk van de buitenmuur. Soms haarfijn en recht door de stenen, soms een trapsgewijze lijn die de voegen volgt. Vaak boven of naast een raam, bij een hoek, of op de overgang naar een aanbouw. De vorm, de plaats en de richting zeggen samen bijna alles. Een trapsgewijze scheur die naar boven breder wordt, betekent iets anders dan een rechte verticale scheur midden in een lange gevel — en dat verschil scheidt een onderhoudspost van een funderingsvraag.
- Bouwdeel
- Gevel
2× bekeken
- vocht
Schimmel en stank uit een vervuilde spouwmuur
Aan de geur: muf, aards, schimmelachtig of rottend, sterker na regen en bij warm vochtig weer, het sterkst bij stopcontacten en schakelaars in de buitenmuur, bij ventilatieroosters, bij de plint en bij de aansluiting van kozijnen; een geur die niet weggaat met ventileren en die niet in één kamer zit. Aan de muur: vochtplekken op de binnenzijde van de buitenmuur op wisselende hoogte, vaak ter hoogte van de fundering, onder kozijnen en op de plek van spouwankers; schimmel op behang en verf; zoutuitbloei. Aan de gevel: open stootvoegen die dicht zitten, ventilatieroosters in de spouw die ontbreken of zijn dichtgezet, en bij een geïsoleerde spouw boorgaten van de isolatie. Bij onderzoek: een spouw vol mortelbaarden, valspecie op de ankers, puin op de funderingsbalk, oude kranten en bouwafval, natte of ingezakte isolatie, nesten van vogels of wespen, en dode dieren. In de tijd: klachten die zijn begonnen na spouwmuurisolatie, na een verbouwing of na het dichtzetten van de stootvoegen.
- Bouwdeel
- Gevel
2× bekeken
- gevel
Verkleurde en gevlekte glazen borstweringpanelen aan de gevel
Aan de panelen: verschillen in tint tussen panelen die gelijk zouden moeten zijn, panelen die doffer of lichter zijn op de zonzijde, zwarte, grijze of bruine vlekken en wolken die van achter het glas komen, een reflecterende laag die plaatselijk is verdwenen zodat de isolatie erachter zichtbaar wordt, en randen waar de laag is losgekomen. Aan de voegen en randen: kit die is gescheurd, losgekomen of verhard tussen de panelen en rond de kozijnen, vochtsporen onder de voegen, en randen van panelen die zijn aangetast of afgebrokkeld. Aan de bevestiging: klemprofielen of glaslatten die roesten of los zitten, panelen die bol staan of trillen bij wind, en een paneel dat is verschoven. Achter de panelen: bij het uitnemen van een paneel natte of ingezakte isolatie, roest aan de achterconstructie en schimmel. Binnen: koude plekken en condens op de binnenzijde van de borstwering, en vochtplekken bij de vloer onder het raam.
- Bouwdeel
- Gevel
- constructie
Verroeste of ontbrekende spouwankers
Horizontale scheurtjes in de gevel die op regelmatige afstand van elkaar liggen, meestal om de vier tot zes lagen, en die door de voeg lopen in plaats van door de steen. Roestbruine vlekjes in of net onder die voegen. Bij vergevorderde gevallen: een buitenblad dat aan de bovenzijde naar buiten helt, of dat bij een klap met de vlakke hand hol en los aanvoelt. Het patroon is het kenmerk. Scheuren die op vaste afstanden terugkomen, horizontaal en in de voeg, zijn een ankerprobleem en niet een zettingsprobleem. Zetting geeft scheuren die diagonaal lopen en die door de stenen heen gaan.
- Bouwdeel
- Gevel
3× bekeken
- gevel
Verzakte of lekkende dorpel
Een raamdorpel of deurdorpel die scheef ligt, waar water op blijft staan, of waaronder een donkere streep op de gevel loopt. Soms een dorpel die is gescheurd, of waarvan een hoek is afgebroken. Bij een deurdorpel: water dat bij een flinke bui over de drempel naar binnen loopt. Leg een muntstuk op de dorpel. Rolt het naar buiten, dan is er afschot. Blijft het liggen of rolt het naar het kozijn, dan is dat de oorzaak van alles wat eronder gebeurt.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- gevel
Vocht en schade achter kunststof gevelbeplating
Aan het paneel: verkleuring van wit naar geel of grijs, een krijtachtige laag die op je hand afgeeft, een dof oppervlak waar het ooit glad was, en haarscheurtjes in de hoeken van een profilering. Aan de vorm: panelen die bol staan of golven, een naad die aan de ene kant openstaat en aan de andere klemt, en een boeiboord dat een boog maakt. Bij de bevestiging: een scheur vanaf een schroefgat, een stuk paneel dat rond de schroef is uitgebroken, roestsporen onder de schroefkop, en schroeven die zijn nagedraaid tot ze door het materiaal zaten. Aan de naden: open naden waar de kit uit is, een verweerde afdeklat, een kozijnaansluiting die niet meer sluit en een onderdorpel waaronder je met een pen achter de beplating komt. Aan de binnenzijde: vochtplekken op de binnenmuur onder het raam, schimmel in de hoek achter een kast, muffe lucht in de slaapkamer en een koude plek die je met de hand voelt. Onder de beplating, als er een paneel af gaat: nat of vergaan regelwerk, roest op stalen beugels, natte isolatie, vuil en soms een spouw die met schuim is dichtgezet.
- Bouwdeel
- Gevel
2× bekeken
- gevel
Vochtplek bij een aanbouw of uitbouw
Een natte plek of een scheur precies op de plek waar de aanbouw tegen het oorspronkelijke huis komt. Binnen: een streep in de hoek of langs het plafond op de overgang. Buiten: een naad tussen oud en nieuw metselwerk die openstaat, of een strook waar de kleur van het metselwerk verandert. De aansluiting tussen oud en nieuw is bij vrijwel elke aanbouw de zwakke plek, en dat komt doordat daar twee bouwwerken met een verschillende ondergrond en een verschillende geschiedenis samenkomen.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- vocht
Vochtplek op de binnenkant van de buitenmuur
Een donkere, vochtige plek op de binnenkant van een buitenmuur. Vaak op de zuidwestzijde, de kant waar de slagregen op staat. Het behang laat los, de verf bladdert, of er tekent zich een vlek af die na een droge week vervaagt en na de volgende storm terugkomt. De plek zit meestal niet willekeurig. Kijk of hij samenvalt met iets aan de buitenkant: een raamdorpel, een dilatatievoeg, een doorvoer, of het punt waar de spouw is dichtgezet.
- Bouwdeel
- Gevel
2× bekeken
- gevel
Vuile strepen en algen onder raamdorpels en gevelbanden
Onder de hoeken van een raamdorpel: twee donkere, verticale strepen, vaak met een groene of zwarte aanslag, die naar beneden uitwaaieren. Onder een gevelband, een muurafdekking of een daktrim: een doorlopende donkere zone of een reeks strepen op regelmatige afstand, bij elke naad in de band. De dorpel zelf: een vlakke of naar binnen aflopende bovenkant, een voorkant zonder groef aan de onderzijde, een dorpel die gelijk ligt met de gevel of er maar een paar millimeter voor uitsteekt, of een kopse kant die niet is afgedicht tegen het kozijn. Bij zichtbeton en lichte gevelsteen is het beeld het sterkst; bij donkere steen ziet u het pas als u erop let. Aan de noord- en westzijde is het het ergst; op het zuiden droogt de gevel en blijft hij schoon.
- Bouwdeel
- Gevel
2× bekeken
- gevel
Welvende en lekkende prefab betonnen gevelelementen
Aan de elementen: platen die bol of hol staan ten opzichte van de buren, zichtbaar in schuin licht of langs de gevel kijkend; voegen die aan de ene zijde breder zijn dan aan de andere; elementen die uit het vlak zijn gedraaid. Aan de voegen: kit die is gescheurd, losgekomen of verhard, voegen die open staan, voegen die zijn dichtgesmeerd met mortel, en donkere vochtsporen onder de voegen op het element eronder. Aan het oppervlak: scheuren, een craquelé netwerk, afschilfering van de toplaag of het sierbeton, afgesprongen randen en hoeken met zichtbare roestige wapening, roestsporen die uit een scheur of een ankerpunt lopen, en witte uitbloei bij de voegen. Aan de aansluitingen: kozijnen die los zitten in het element, dorpels waar het water achter de gevel loopt, en dilataties tussen gevelvlakken die dicht zitten. Binnen: vochtplekken op de binnenzijde van de gevel op de plaats van de voegen en bij de kozijnaansluitingen, koude plekken en schimmel bij de randen van de elementen, en bij elementen met een isolatiekern een gevel die kouder aanvoelt dan hij zou moeten.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- gevel
Witte uitslag op het metselwerk
Een witte, poederige of kristallijne aanslag op de gevel. Soms als een sluier over een heel muurvlak, soms als strepen die van de voegen naar beneden lopen. Bij nieuwbouw verschijnt het vaak in het eerste jaar; bij oude gevels na een natte winter. Er is een variant die niet wegveegt en die hard aanvoelt. Die is lastiger en heeft een andere oorzaak dan de poederige soort.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- gevel
Zacht of hol voegwerk
Voegen die terugliggen ten opzichte van de stenen, die afbrokkelen als je er met een sleutel overheen krast, of waar mos in groeit. Op sommige plekken is de voeg helemaal weg en zie je de kier tussen de stenen. Tik met een muntstuk over de gevel: waar het hol klinkt, zit de voeg los van de steen. Dat gebied is meestal groter dan wat je ziet.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
Wat staat hier?
- Hoe zoek ik hier iets op?
- Op het verschijnsel. «Bruine vlek op het plafond» en niet «lekkage» — want welke van de vier oorzaken het is, is precies wat je nog niet weet.
- Wat betekent de ernst?
- De graad die geldt als je de vragen niet invult. Staat er niets, dan hangt het werkelijk van jouw situatie af, en dan is een graad noemen een bewering die we niet kunnen waarmaken.
- Is dit een diagnose?
- Nee. Het is een richting plus de vraag die een deskundige zou stellen. Bij constructie, gas en asbest staat er expliciet bij dat je iemand moet laten kijken.
Verder kijken
Checklists
Lijsten om ter plekke af te vinken
98 checklists
Kennisbank
Naslag met hoofdstukken, om in te zoeken
477 artikelen
Werkomschrijvingen
De basis onder een offerteaanvraag
87 omschrijvingen