Naar de inhoud

Dit is een bètaversie van Builddocs. Je kunt alles bekijken, maar aanmelden en een abonnement afsluiten kan nog niet.

Kennisbank

Een lichtplan maken voor je woning

Onderwerp Wonen

Bijgewerkt 9 september 2026 · 8 minuten lezen · gecontroleerd door de redactie op 6 september 2026
Reageren

Een lichtplan is een tekening en een lijst waarin per ruimte staat welke verlichting waar komt, waarvoor hij dient en hoe hij wordt geschakeld; het is het verschil tussen een kamer met één lamp aan het plafond en een kamer waarin je kunt lezen, koken en ontspannen zonder te verblinden. Werk per ruimte met drie lagen: algemeen licht om te zien waar je loopt, werklicht op de plek waar je iets doet en sfeer- of accentlicht op wat je wilt laten zien; de meeste woningen hebben alleen de eerste. Denk aan de lichtkleur: warm wit, rond 2.700 kelvin, in woon- en slaapkamers, neutraal wit, rond 3.000 tot 4.000 kelvin, in keuken, badkamer en werkplek; en aan dimbaarheid, die meer doet voor sfeer dan een tweede lamp. Het lichtplan komt vóór de elektra: elk lichtpunt, elke schakelaar en elk stopcontact voor een staande lamp moet in de wand of het plafond zitten voordat er wordt gestuct, en achteraf kost het openbreken. Een lichtplan door een lichtadviseur kost € 300 tot € 1.200; zelf maken kost een avond per ruimte en een goed gesprek met de installateur.

Huissleutels op een set elektrotechnische installatietekeningen
Beeld: Envato Elements

Waar gaat het over?

Deze pagina is voor de woningeigenaar en de huurder die verbouwt, een keuken of badkamer vernieuwt of een woning inricht en de verlichting anders wil dan het ene lichtpunt midden in het plafond, en voor de zelfbouwer die de elektra van een nieuwe woning laat aanleggen. Ze legt uit wat een lichtplan is, hoe je het per ruimte opbouwt uit lagen, welke armaturen, lichtkleuren en sterktes waar horen, hoe je schakelt en dimt en hoe je het plan aan de installateur overdraagt. Ze gaat niet over het kiezen van een specifieke lamp of armatuur; daarvoor is er een koopgids.

Hoe ontstaat het?

Licht in een woning heeft drie taken die met één lamp nooit alle drie lukken. Algemeen licht, ook basislicht, verlicht de ruimte gelijkmatig zodat je kunt lopen en zien; het komt van plafondarmaturen, inbouwspots verdeeld over het plafond of wandlampen die naar het plafond schijnen. Werklicht valt op een plek waar je iets doet: het aanrecht, de eettafel, het bureau, de spiegel in de badkamer, de leesstoel; het is sterker en gerichter, en zit lager of dichter bij de taak. Accentlicht laat iets zien: een schilderij, een kast, een muur met structuur, een plant; het is smal gebundeld en geeft de kamer diepte. Een kamer met de drie lagen apart schakelbaar verandert van een werkruimte overdag in een zitkamer 's avonds.

De hoeveelheid licht wordt uitgedrukt in lumen, de lichtstroom van de lamp, en in lux, wat er op een vlak aankomt. Voor algemeen licht in een woonkamer volstaat ongeveer 100 tot 150 lux, voor een keukenblad of een bureau 300 tot 500, voor een badkamerspiegel 300 tot 500 op het gezicht. Een ledlamp van 800 lumen komt overeen met de oude gloeilamp van zestig watt; een woonkamer van twintig vierkante meter heeft voor algemeen licht drie tot vijf van die lampen nodig, verdeeld, en een aanrecht van drie meter een ledstrip of spots van samen 1.500 tot 2.500 lumen.

De lichtkleur bepaalt de sfeer: warm wit rond 2.700 kelvin lijkt op gloeilamplicht en past in woon- en slaapkamers; neutraal wit van 3.000 tot 4.000 kelvin laat kleuren zuiverder zien en past in keuken, badkamer en werkplek; koud wit boven 4.000 kelvin hoort in een garage of werkplaats. Meng geen lichtkleuren in één ruimte. De kleurweergave, de Ra-waarde, moet boven 80 en voor keuken en badkamer liever boven 90 liggen.

Verblinding is de meest gemaakte fout: een kale lamp of een spot die je vanaf de bank in het oog schijnt, maakt een ruimte onaangenaam ook al is er genoeg licht. Daarom zit werklicht boven of naast de taak en niet achter je, staan spots niet in een rij midden in het plafond maar langs de wanden gericht op wat je wilt zien, en hebben armaturen een kap of een diepe reflector.

Dimmen is de goedkoopste manier om een ruimte meerdere gezichten te geven. Niet elke ledlamp is dimbaar en niet elke dimmer past bij elke lamp; het lichtplan noteert per groep of hij dimbaar is en de installateur kiest de dimmer erbij. Slimme schakeling via een app of een sensor komt daarbovenop en vraagt vaak een nulleiding bij de schakelaar.

Hoe herken je het?

Eén lichtpunt midden in het plafond en verder alleen staande lampen op een stekkerdoos: er is geen plan.

Een keuken waarin je met je rug naar het licht op het aanrecht staat: het werklicht ontbreekt of zit verkeerd.

Een badkamerspiegel met een lamp erboven die een schaduw op het gezicht geeft: het licht moet naast of rond de spiegel.

Een rij inbouwspots midden in het plafond van de woonkamer: licht op de vloer, niets op de wanden, en een verblindende hemel.

Verschillende lichtkleuren in één ruimte: de kamer ziet er onrustig uit.

Schakelaars op de verkeerde plek, zodat je in het donker een kamer in loopt: het plan mist de looproute.

Wat kun je zelf doen, en wat niet?

Zelf: per ruimte opschrijven wat je er doet en waar, de drie lagen tekenen op de plattegrond, lumen en lichtkleur kiezen, de schakelaars op de looproute zetten en het plan met de installateur doornemen.

Zelf: lampen en armaturen ophangen aan bestaande punten, slimme lampen en losse dimmers plaatsen, en een ledstrip op een stopcontact aansluiten.

Niet zelf zonder kennis van de norm: nieuwe lichtpunten en schakelaars in de vaste installatie, dimmers in de groepenkast en alles in de badkamerzones; dat is werk voor de installateur, die ook de juiste dimmer bij de gekozen lampen kiest.

Regels en regelgeving

Voor de verlichting in een woning stelt het Besluit bouwwerken leefomgeving geen eisen aan de hoeveelheid licht, wel aan de aanwezigheid van een lichtpunt in verblijfsruimten en verkeersruimten bij nieuwbouw, aan noodverlichting in gemeenschappelijke vluchtroutes van woongebouwen en aan daglicht in verblijfsruimten. De elektrische installatie moet voldoen aan de installatienorm, wat onder meer eisen stelt aan lichtpunten en schakelaars in de badkamer per zone, aan de aarding en aan de plaats van stopcontacten en schakelaars.

Werk aan de vaste installatie, dus nieuwe lichtpunten, schakelaars en groepen, mag een bewoner in Nederland zelf doen, maar de installatie moet aan de norm voldoen en de verzekeraar en de netbeheerder kunnen bij schade om een keuring vragen; laten doen door een erkend installateur is de gangbare weg. In een huurwoning is het aanbrengen van nieuwe lichtpunten een verandering waarvoor je toestemming vraagt; lampen ophangen aan bestaande punten mag altijd. Regels veranderen; controleer bij twijfel de actuele tekst.

Wat betekent dit voor jou?

Als woningeigenaar die verbouwt, maak je het lichtplan voordat de installateur begint: de lichtpunten, de schakelaars, de dimmers en de stopcontacten voor lampen staan dan op de tekening en gaan in één keer in de wanden en plafonds.
huurder
Als huurder werk je met wat er isstaande lampen, slimme lampen en een rail op het bestaande lichtpunt geven de drie lagen zonder een gat te boren.
huurder
Als zelfbouwer laat je het lichtplan meelopen met het installatieontwerp; de installateur rekent groepen, dimmers en de nulleiding bij slimme schakelaars mee.
huurder
Als VvE gaat het lichtplan van de woning over de eigen woning; de verlichting van hal, galerij en trappenhuis is van de vereniging en heeft eigen regels voor noodverlichting en sensoren.

Checklist

  • Heb je per ruimte opgeschreven wat je er doet en op welke plek?
  • Zijn de drie lagen per ruimte apart schakelbaar: algemeen, werk en accent?
  • Staat het werklicht boven of naast de taak, niet achter de gebruiker?
  • Is per ruimte één lichtkleur gekozen en zijn de lampen dimbaar waar sfeer telt?
  • Zitten de schakelaars bij elke ingang van een ruimte en bij het bed?
  • Zijn de stopcontacten voor staande lampen ingetekend, ook schakelbaar vanaf de deur?
  • Is het plan met de installateur besproken voordat de wanden dichtgaan?
  • Zijn de lichtpunten in de badkamer per zone gecontroleerd?

Veelgestelde vragen

Hoeveel licht heb ik nodig in de woonkamer?

Voor algemeen licht ongeveer 100 tot 150 lux, wat neerkomt op drie tot vijf ledlampen van 800 lumen verdeeld over twintig vierkante meter, plus werklicht bij de leesstoel en de eettafel en accentlicht op wanden.

Welke lichtkleur kies ik?

Warm wit rond 2.700 kelvin voor woon- en slaapkamers, neutraal wit van 3.000 tot 4.000 kelvin voor keuken, badkamer en werkplek; en niet mengen in één ruimte.

Zijn inbouwspots een goed idee?

Alleen gericht op wanden en werkplekken en niet in een rij midden in het plafond; spots geven hard licht en verblinden vanaf de bank. Een paar spots langs de wand en een hanglamp boven de tafel werkt beter dan twaalf spots in het midden.

Kan ik alle lampen dimmen?

Alleen dimbare ledlampen met een passende dimmer; de combinatie moet kloppen, anders flikkert of zoemt de lamp. Zet in het plan per groep of hij dimbaar is.

Wat doe ik in een huurwoning?

Werken met de bestaande punten: een rail met spots op het plafondpunt, staande lampen op schakelbare stopcontacten en slimme lampen voor het dimmen; nieuwe punten alleen met toestemming.

Wat kost een lichtplan?

Zelf maken kost tijd; door een adviseur € 300 tot € 1.200. De uitvoering tijdens een verbouwing kost € 80 tot € 200 per lichtpunt en € 60 tot € 180 per schakelaar of dimmer.

Zie voor meer informatie

De Builddocs-redactie

Redactie ·

Builddocs verdient aan affiliate-doorklikken en aan abonnementen. Dat staat hier omdat het uitmaakt bij het lezen van een vergelijking.

Meer over de auteur

Onder een redactiestuk staat geen naam omdat er geen persoon achter zit, maar omdat de verantwoordelijkheid bij Builddocs als geheel ligt. Elk document heeft een datum waarop het is gecontroleerd; ontbreekt die, dan staat dat er ook.