Naar de inhoud

Dit is een bètaversie van Builddocs. Je kunt alles bekijken, maar aanmelden en een abonnement afsluiten kan nog niet.

Vraag

Waarom pendelt mijn warmtepomp, en helpt een buffervat?

Gesteld in september 2026 · beantwoord door de redactie · gecontroleerd op 6 september 2026

De vraag

Onze lucht-waterwarmtepomp van een jaar oud start en stopt in de winter om de tien tot vijftien minuten, de buitenunit maakt daarbij elke keer een aanloopgeluid en het verbruik is hoger dan de installateur had voorgerekend. De installateur zegt dat een buffervat het oplost. Wat is er aan de hand, en is dat vat de oplossing of een lapmiddel?

Het korte antwoord

Pendelen betekent dat de warmtepomp meer warmte maakt dan de woning op dat moment kan afnemen: hij bereikt zijn aanvoertemperatuur, schakelt uit, wacht, schakelt in, en dat kost rendement, stroom en levensduur. De oorzaak is meestal een van drie: een warmtepomp die te groot is gekozen voor het warmteverlies, te weinig radiatoren of vloerverwarming die open staan zodat het water nergens zijn warmte kwijt kan, of een regeling die op een kamerthermostaat werkt in plaats van op de buitentemperatuur. Een buffervat helpt als het watervolume in de installatie te klein is, bijvoorbeeld bij veel dichte thermostaatkranen, maar het lost een te grote warmtepomp niet op en verbergt een verkeerde inregeling. Laat eerst de inregeling en de stooklijn nakijken; dat is gratis of goedkoop, en pas daarna is het vat een optie.

Waarom dat zo is

Een warmtepomp werkt het zuinigst als zijn compressor uren achtereen op een laag toerental draait en het water net warm genoeg maakt voor wat de woning op dat moment verliest. Moderne warmtepompen moduleren, ze kunnen terug tot ongeveer een derde of een kwart van hun maximale vermogen, maar niet lager. Vraagt de woning minder dan dat minimum, dan bereikt het water snel de ingestelde temperatuur en schakelt de compressor uit; het water koelt af, de compressor start opnieuw. Elke start kost energie, geeft slijtage en geluid, en in die minuten haalt de warmtepomp zijn rendement niet. Een woning met een warmteverlies van vier kilowatt en een warmtepomp van twaalf kilowatt met een minimum van vier zit het grootste deel van het stookseizoen onder dat minimum, want de gemiddelde winterdag vraagt maar de helft van het ontwerpvermogen.

De tweede oorzaak zit in de afgifte. Het water moet zijn warmte kwijt kunnen aan radiatoren of vloerverwarming. Zijn veel thermostaatkranen dicht, zijn de radiatoren klein of staan groepen van de vloerverwarming uit, dan stroomt er weinig water rond en wordt dat water snel warm; de warmtepomp ziet zijn aanvoertemperatuur bereikt en stopt. Een cv-ketel had daar minder last van omdat hij met kleine hoeveelheden hoge temperatuur werkt; een warmtepomp heeft een groot, open afgiftesysteem nodig waarin veel water langzaam warm wordt.

De derde oorzaak is de regeling. Een warmtepomp die aan gaat als de kamerthermostaat om warmte vraagt en uit als de kamer op temperatuur is, werkt als een ketel en pendelt; een warmtepomp die op een stooklijn werkt, met een aanvoertemperatuur die alleen afhangt van de buitentemperatuur, blijft draaien op het vermogen dat bij het weer past. De kamerthermostaat is dan hooguit een begrenzer. Een stooklijn die te hoog is ingesteld, laat het water onnodig warm worden en de compressor eerder stoppen.

Een buffervat is een geïsoleerd watervat tussen de warmtepomp en de afgifte dat het watervolume vergroot. Het helpt als het systeem te weinig water bevat om de minimale warmte van de warmtepomp op te nemen, bijvoorbeeld in een woning met kleine radiatoren en veel dichte kranen: de warmtepomp draait dan langer omdat er meer water op te warmen is. Het helpt niet tegen een warmtepomp die drie keer te groot is, want ook een vat is een keer warm, en het kost ruimte, geld en een klein warmteverlies. Bij een te grote warmtepomp zijn de opties het minimumvermogen verlagen als de regeling dat toestaat, alle groepen en kranen openen en de installatie waterzijdig inregelen zodat het water overal doorheen kan, en in het uiterste geval de warmtepomp vervangen door een passende maat.

Wat je nu kunt doen

Kijk op de regeling hoeveel starts de warmtepomp per dag maakt en hoe lang hij gemiddeld draait; meer dan tien tot vijftien starts per dag in de winter is pendelen.

Vraag de installateur naar het ontwerpvermogen en de warmteverliesberekening en vergelijk die met het vermogen van de warmtepomp en met zijn minimale vermogen; ligt het minimum boven de gemiddelde vraag van de woning, dan is de maat het probleem.

Laat de regeling op een stooklijn zetten met de kamerthermostaat als begrenzer, en de stooklijn zo laag als de woning toestaat; dat is vaak een instelling van een half uur.

Open alle thermostaatkranen en groepen van de vloerverwarming, ook in kamers die je koel wilt houden, en laat de installatie waterzijdig inregelen zodat elke radiator zijn deel van het water krijgt; regel de temperatuur per kamer daarna met de kranen op een stand die niet helemaal dicht is.

Kijk of de warmtepomp een instelling heeft voor een langere minimale draaitijd of een grotere schakelband; die vergroot het temperatuurverschil tussen in- en uitschakelen en beperkt het aantal starts.

Overweeg een buffervat pas als de inregeling en de stooklijn zijn gedaan en het pendelen blijft, en laat de installateur dan berekenen welk volume nodig is; een vat van vijftig tot tweehonderd liter kost € 600 tot € 1.500 geplaatst.

Wanneer dit antwoord niet opgaat

Bij een hybride warmtepomp die naast een cv-ketel hangt, hoort de warmtepomp op koude dagen te stoppen en de ketel over te nemen; dat is geen pendelen maar de omschakeling, en die kan worden ingesteld op een buitentemperatuur.

Als de warmtepomp pendelt tijdens het maken van warm tapwater en niet tijdens het verwarmen, ligt de oorzaak bij de boiler of de omschakelklep en niet bij de afgifte.

Bij vloerverwarming met een eigen pomp en een mengklep die de warmtepomp buitensluit, of bij een oud systeem met een driewegklep die niet goed werkt, kan het water niet doorstromen; dat is een hydraulisch probleem dat de installateur aan de hand van het schema oplost.

Als de warmtepomp een foutcode geeft, ijs op de buitenunit blijft staan of veel langer ontdooit dan normaal, is het geen inregeling maar een storing; dan is het onderhoud aan de beurt.

Zie voor meer informatie

Hielp dit?

We slaan alleen je antwoord op, en je toelichting als je die geeft. Geen naam, geen e-mailadres.

Alle vragen