Naar de inhoud

Dit is een bètaversie van Builddocs. Je kunt alles bekijken, maar aanmelden en een abonnement afsluiten kan nog niet.

Kennisbank

Het vermogen van een warmtepomp bepalen: warmteverliesberekening in plaats van vuistregels

Onderwerp Energie

Bijgewerkt 9 september 2026 · 10 minuten lezen · gecontroleerd door de redactie op 6 september 2026
Reageren

Een warmtepomp wordt gekozen op vermogen in kilowatt, en dat vermogen hoort te volgen uit het warmteverlies van de woning bij de koudste ontwerpdag, niet uit het vermogen van de oude cv-ketel en niet uit een vuistregel per vierkante meter. Een cv-ketel van vierentwintig kilowatt in een rijtjeswoning levert die kracht voor het warme tapwater; de woning zelf vraagt op de koudste dag vaak vier tot acht kilowatt, en een warmtepomp die op ketelvermogen wordt gekozen, is drie keer te groot, pendelt en slijt. Het warmteverlies volgt uit de oppervlakten en isolatiewaarden van gevel, dak, vloer en glas, de ventilatie en de kierdichting, bij een buitentemperatuur van rond de min tien graden en een binnentemperatuur van twintig; een installateur rekent dat per vertrek uit en de som is het ontwerpvermogen. Een tweede controle is het gasverbruik: het jaarverbruik in kubieke meters, gecorrigeerd voor tapwater en koken, geeft een schatting van het vermogen die de berekening bevestigt of tegenspreekt. Een warmteverliesberekening door een installateur of adviseur kost € 150 tot € 500 en hoort bij elke offerte; een warmtepomp die een maat te groot is, kost € 1.000 tot € 3.000 extra en werkt slechter.

Iemand stelt het bedieningspaneel van een cv-ketel in
Beeld: Envato Elements

Waar gaat het over?

Deze pagina is voor de woningeigenaar die offertes voor een warmtepomp vergelijkt en wil begrijpen waar het aangeboden vermogen vandaan komt, voor de zelfbouwer die de installatie van een nieuwe woning laat ontwerpen en voor de VvE die een collectieve of individuele warmtepomp overweegt. Ze legt uit wat het vermogen van een warmtepomp betekent, waarom het anders wordt bepaald dan bij een cv-ketel, hoe een warmteverliesberekening werkt, hoe je de uitkomst controleert met het gasverbruik en de afgiftetemperatuur, wat een te grote of te kleine warmtepomp doet en wat er aan de berekening verandert door isolatie, ventilatie en tapwater. Ze gaat niet over de keuze tussen lucht en bodem als bron en niet over de subsidie; daarvoor bestaan eigen pagina's.

Hoe ontstaat het?

Een woning verliest warmte door de schil, gevel, dak, vloer, ramen en deuren, en door de lucht die wordt afgevoerd en door kieren naar buiten gaat. Hoeveel, hangt af van de oppervlakte van elk deel, de isolatiewaarde ervan, uitgedrukt als warmtedoorgang per vierkante meter per graad temperatuurverschil, het ventilatievoud en het temperatuurverschil tussen binnen en buiten. De warmteverliesberekening telt dat op voor de ontwerpsituatie: buiten rond de min tien graden, binnen twintig, met de ventilatie die de woning nodig heeft. De uitkomst, in watt of kilowatt, is het vermogen dat de verwarming op die koudste dag moet leveren om de woning op temperatuur te houden. Voor een rijtjeswoning uit de jaren zeventig met spouwmuurisolatie, dubbel glas en dakisolatie komt daar vaak vier tot zeven kilowatt uit; voor een vrijstaande woning uit dezelfde tijd acht tot veertien; voor een nieuwbouwwoning twee tot vier.

Een cv-ketel is op dat vermogen nooit gekozen. Ketels van vierentwintig tot dertig kilowatt zijn de standaard omdat het tapwater die kracht vraagt: een douche wil binnen seconden warm water en dat vergt een grote brander die kort aan is. Voor de verwarming moduleert de ketel terug naar een fractie en dat gaat hem goed. Een warmtepomp werkt anders: hij levert zijn warmte langzaam, met een compressor die het liefst uren achtereen op een laag toerental draait, en het tapwater komt uit een voorraadvat dat hij in een uur of twee vult. Een warmtepomp die op ketelvermogen wordt gekozen, is drie tot vijf keer te groot voor de verwarming: hij haalt de woning in een kwartier op temperatuur, schakelt uit, wacht, schakelt in, en dat pendelen kost rendement, geeft geluid en slijt de compressor. Een warmtepomp die te klein is, haalt de woning op een paar zeer koude dagen niet en schakelt dan het elektrische element bij, dat drie keer zo veel stroom kost per kilowattuur warmte.

Daarom hoort een warmtepomp te worden gekozen op een vermogen dat rond of iets boven het berekende warmteverlies ligt, meestal met een marge van tien tot twintig procent voor het opwarmen na een nachtverlaging en voor het tapwater, en met een elektrisch element dat de laatste paar procent van de koudste uren dekt; dat is goedkoper en beter dan een maat groter kiezen. Fabrikanten geven het vermogen bij verschillende buiten- en aanvoertemperaturen; het vermogen van een luchtwarmtepomp daalt als het kouder wordt, dus de maat wordt gekozen op het vermogen bij min tien of min zeven en niet op het vermogen bij plus zeven dat op de doos staat.

De afgiftetemperatuur maakt deel uit van de berekening. Een warmtepomp werkt zuinig bij een aanvoertemperatuur van dertig tot vijfenveertig graden; de radiatoren of de vloerverwarming moeten bij die temperatuur het berekende vermogen per vertrek kunnen afgeven. Een warmteverliesberekening per vertrek laat zien waar de radiatoren te klein zijn voor een lage temperatuur, en daar komt een grotere radiator, een lagetemperatuurradiator of vloerverwarming; zonder die stap kiest de installateur een hogere aanvoertemperatuur en verliest de warmtepomp een derde van zijn rendement.

Het gasverbruik is de controle uit de praktijk. Van het jaarverbruik in kubieke meters gaat het deel voor tapwater en koken af, voor een gezin driehonderd tot vijfhonderd kubieke meter; wat overblijft is de verwarming. Met het rendement van de ketel en de graaddagen van het jaar volgt daaruit een schatting van het vermogen bij de ontwerptemperatuur, en die hoort in de buurt van de berekening te liggen. Wijkt ze sterk af, dan is de isolatie anders dan aangenomen of het stookgedrag afwijkend, en dat is een gesprek waard voordat er een warmtepomp wordt besteld.

Hoe herken je het?

Een offerte met een vermogen van twaalf kilowatt of meer voor een rijtjeswoning, zonder berekening: gekozen op ketelvermogen of op de veilige kant.

Een offerte zonder warmteverliesberekening per vertrek of met alleen een vuistregel per vierkante meter: de radiatoren zijn niet getoetst op de lage temperatuur.

Een warmtepomp die in de winter om de tien minuten start en stopt: te groot, of de installatie is niet ingeregeld.

Een elektrisch element dat vaak of lang draait en een stroomrekening die tegenvalt: te klein, te hoge aanvoertemperatuur of te weinig afgifte.

Een aanvoertemperatuur van vijfenvijftig graden of meer in het ontwerp: de radiatoren zijn niet aangepast en het rendement is laag.

Een vermogen dat op de doos bij plus zeven graden is opgegeven en zo in de offerte staat: bij min zeven levert de warmtepomp een derde minder.

Wat kun je zelf doen, en wat niet?

Zelf: het gasverbruik van de laatste drie jaar opzoeken, het tapwaterdeel eraf halen en een schatting van het vermogen maken; de oppervlakten en isolatiewaarden van de schil verzamelen; de radiatoren opmeten en hun vermogen bij vijfenveertig graden opzoeken; offertes vergelijken op vermogen, aanvoertemperatuur en berekening.

Zelf: na de installatie het gedrag volgen: hoe vaak start de warmtepomp, hoe lang draait hij, hoe vaak springt het element bij; dat zegt of de maat en de inregeling kloppen.

Niet zelf: de warmteverliesberekening per vertrek als ontwerp, de keuze van de warmtepomp op het vermogen bij lage buitentemperatuur, het waterzijdig inregelen en de instelling van de stooklijn; dat is werk voor de installateur, en de berekening hoort op papier bij de offerte.

Regels en regelgeving

Voor het plaatsen van een warmtepomp in een bestaande woning is meestal geen omgevingsvergunning nodig, behalve bij een monument, een beschermd gezicht of als de buitenunit op een plaats komt die het omgevingsplan niet toestaat. De buitenunit moet voldoen aan de geluidseis uit het Besluit bouwwerken leefomgeving: op de erfgrens mag het geluid overdag en 's nachts vastgestelde waarden niet overschrijden, en een te grote of pendelende warmtepomp maakt meer geluid dan een die rustig doordraait.

Bij nieuwbouw en bij vervanging van de opwekker kan de installateur de eisen aan de energieprestatie en de installatie toepassen; een warmteverliesberekening volgens de daarvoor bestemde norm is de gebruikelijke basis en subsidieregelingen stellen soms eisen aan het vermogen in verhouding tot de woning. Installateurs die aan koelmiddelen werken, moeten daarvoor gecertificeerd zijn. In een appartementengebouw is een buitenunit op het dak of aan de gevel een wijziging van gemeenschappelijke delen en beslist de vereniging. Regels en subsidies veranderen; controleer bij twijfel de actuele tekst.

Wat betekent dit voor jou?

Als woningeigenaar vraag je bij elke offerte de warmteverliesberekening per vertrek en de aanvoertemperatuur waarop is gerekend; een offerte zonder die twee is een schatting en geen ontwerp.
Als woningeigenaar controleer je de berekening zelf met het gasverbruik: klopt het vermogen met wat de ketel de afgelopen winters heeft geleverd, dan klopt de berekening waarschijnlijk ook.
Als zelfbouwer laat je de installateur rekenen op de werkelijke isolatiewaarden van het ontwerp en niet op de minimumeisen; een goed geïsoleerde woning heeft een warmtepomp van twee tot vier kilowatt en een grotere levert alleen geluid en verbruik.
Voor een VvE met een collectieve warmtepomp geldt hetzelfde op gebouwniveau: het warmteverlies van het hele gebouw wordt berekend en de afgifte per woning getoetst; de kleinste radiator bepaalt de aanvoertemperatuur voor allen.

Checklist

  • Is er een warmteverliesberekening per vertrek bij de offerte, met de gebruikte isolatiewaarden en de ontwerptemperaturen?
  • Ligt het gekozen vermogen rond of iets boven het berekende warmteverlies bij de ontwerpbuitentemperatuur, en niet rond het ketelvermogen?
  • Is het vermogen van een luchtwarmtepomp gekozen op de waarde bij min zeven of min tien graden?
  • Klopt het vermogen met de schatting uit het gasverbruik?
  • Is de aanvoertemperatuur in het ontwerp vijfenveertig graden of lager, en zijn de radiatoren daarop getoetst?
  • Is het elektrische element bedoeld voor de koudste uren en niet voor dagelijks gebruik?
  • Zijn isolatiemaatregelen die je nog wilt nemen in de berekening meegenomen, zodat de warmtepomp niet te groot wordt?
  • Is de geluidseis op de erfgrens getoetst voor de gekozen buitenunit?

Veelgestelde vragen

Hoeveel kilowatt heb ik nodig?

Wat de warmteverliesberekening zegt; als richting: een geïsoleerde rijtjeswoning vier tot zeven kilowatt, een vrijstaande woning acht tot veertien, nieuwbouw twee tot vier. Het ketelvermogen zegt niets.

Kan ik het vermogen afleiden uit mijn gasverbruik?

Als controle wel: het jaarverbruik minus tapwater en koken, omgerekend met het ketelrendement en de graaddagen, geeft een schatting die de berekening moet bevestigen; als ontwerp is de berekening per vertrek nodig.

Is een maat groter niet veiliger?

Nee. Een te grote warmtepomp pendelt, maakt meer geluid, verbruikt meer en slijt sneller; een elektrisch element voor de koudste uren is goedkoper en beter dan een maat groter.

Waarom telt de aanvoertemperatuur mee?

Omdat de warmtepomp zuinig is bij dertig tot vijfenveertig graden en de radiatoren bij die temperatuur het vermogen moeten afgeven; te kleine radiatoren dwingen tot een hogere temperatuur en een lager rendement.

Wat als ik later isoleer?

Dan wordt het warmteverlies kleiner en de warmtepomp te groot; neem de geplande isolatie in de berekening mee of isoleer eerst.

Wat kost een berekening?

€ 150 tot € 500 los, € 400 tot € 900 als onderdeel van een maatwerkadvies; veel installateurs nemen hem op in de offerte.

Zie voor meer informatie

De Builddocs-redactie

Redactie ·

Builddocs verdient aan affiliate-doorklikken en aan abonnementen. Dat staat hier omdat het uitmaakt bij het lezen van een vergelijking.

Meer over de auteur

Onder een redactiestuk staat geen naam omdat er geen persoon achter zit, maar omdat de verantwoordelijkheid bij Builddocs als geheel ligt. Elk document heeft een datum waarop het is gecontroleerd; ontbreekt die, dan staat dat er ook.