Naar de inhoud

Dit is een bètaversie van Builddocs. Je kunt alles bekijken, maar aanmelden en een abonnement afsluiten kan nog niet.

Artikel

De rekensom achter de thuisbatterij

Waarom bijna alle terugverdientijden die je leest van verkopers komen, en hoe je zelf rekent

Bijgewerkt 9 september 2026

Reageren

Nu de salderingsregeling per 1 januari 2027 verdwijnt, is de thuisbatterij het meest besproken product in de woningverduurzaming. De terugverdientijden die daarbij circuleren lopen uiteen van vijf tot vijftien jaar, en dat verschil is geen meetfout. Het komt doordat vrijwel alle cijfers afkomstig zijn van partijen die batterijen verkopen, en doordat de uitkomst sterker afhangt van jouw verbruikspatroon dan van de batterij zelf.

Begin met wat er feitelijk verandert. Tot en met 2026 mag je de stroom die je teruglevert wegstrepen tegen de stroom die je afneemt. Vanaf 1 januari 2027 kan dat niet meer. Je krijgt dan een terugleververgoeding die de leverancier bepaalt en die aanzienlijk lager ligt dan het tarief dat je betaalt. Daarnaast rekenen veel leveranciers nu al terugleverkosten, ook in 2026.

Daaruit volgt het werkelijke voordeel van een batterij, en dat is nuttig om precies te benoemen. Een batterij verdient niets aan de stroom die je opwekt. Hij verdient aan het verschil tussen wat je voor een kilowattuur betaalt en wat je ervoor terugkrijgt. Elk kilowattuur dat je opslaat en 's avonds zelf gebruikt in plaats van het te verkopen en later terug te kopen, levert dat verschil op. Meer niet, en dat is minder dan de meeste verkooppraatjes suggereren.

Daarom is de eerste vraag niet welke batterij, maar hoeveel stroom je nu daadwerkelijk teruglevert. Die staat op je jaarafrekening. Wie 3.000 kilowattuur per jaar teruglevert en daarvan met een batterij pakweg de helft zelf gaat gebruiken, verdient het prijsverschil over 1.500 kilowattuur. Zet daar de aanschafprijs tegenover en je hebt binnen tien minuten een eerlijker getal dan elke rekentool op een verkoopsite.

Er zit één belangrijke aanvulling op. Met een dynamisch energiecontract kun je ook laden op momenten dat stroom goedkoop is en gebruiken wanneer die duur is. Dat is een tweede verdienroute, los van je zonnepanelen, en zij is in de praktijk vaak de grotere van de twee. Ze vraagt wel om een contract met uurtarieven en om een systeem dat daarop stuurt, en ze brengt prijsrisico met zich mee dat een vast contract niet heeft. Wie een dynamisch contract niet wil, moet de opbrengst daarvan uit de som halen.

Dan de dingen die zelden in de berekening staan. Een batterij heeft een beperkt aantal laadcycli en verliest capaciteit; de garantie zegt daar iets over en is het lezen waard. Een omvormer gaat doorgaans korter mee dan de batterij zelf en is een vervangingspost binnen de terugverdienperiode. De opstelplaats moet voldoen aan eisen voor brandveiligheid en ventilatie, en dat is bij een inpandige berging of een meterkast geen formaliteit. En in een appartementengebouw komt daar de vraag bij of de plaatsing raakt aan gemeenschappelijke ruimte, want dan is het een besluit van de vergadering en niet van jou.

Er is tot slot een reden waarom een batterij aantrekkelijker kan zijn dan de rekensom laat zien, en die staat los van geld. Een batterij die zonnestroom vasthoudt, levert minder terug op het moment dat het net het het minst kwijt kan. Dat helpt tegen netcongestie, en het maakt je minder afhankelijk van wat de leverancier volgend jaar met de terugleververgoeding doet. Dat is een reëel argument, maar het is een ander argument dan rendement, en het is eerlijker om die twee uit elkaar te houden.

Ons advies is daarom onspectaculair. Reken eerst met je eigen jaarafrekening. Vraag offertes op waarin de omvormer, de installatie en de eventuele meterkastaanpassing apart staan. En wacht met beslissen tot je weet wat jouw leverancier na 1 januari 2027 gaat vergoeden, want dat getal bepaalt de helft van de uitkomst.

Beeld en bijschriften

Aanbevolen: een jaarafrekening met de teruggeleverde kilowatturen gemarkeerd, met de rekensom ernaast.

Aanvullend beeld: het verschil tussen afnametarief en terugleververgoeding, als de marge waar de batterij aan verdient.

De posten die zelden in een berekening staan: laadcycli, capaciteitsverlies, omvormer, opstelplaats.

Een opstelplaats met de eisen aan brandveiligheid en ventilatie.

Veelgestelde vragen

Wat verandert er per 1 januari 2027? Salderen kan dan niet meer; je krijgt een terugleververgoeding die lager ligt dan het afnametarief.

Waaraan verdient een batterij? Aan het verschil tussen wat je betaalt en wat je terugkrijgt, over de kilowatturen die je zelf gebruikt.

Waar begin ik met rekenen? Bij je jaarafrekening: hoeveel lever je nu daadwerkelijk terug.

Wat doet een dynamisch contract erbij? Laden als stroom goedkoop is en gebruiken als die duur is - vaak de grotere verdienroute, met prijsrisico.

Welke posten worden vergeten? Laadcycli en capaciteitsverlies, de omvormer als vervangingspost, en de eisen aan de opstelplaats.

Wat geldt in een appartement? Raakt de plaatsing gemeenschappelijke ruimte, dan is het een besluit van de vergadering.

Waarop wacht ik met beslissen? Op wat jouw leverancier na 1 januari 2027 gaat vergoeden; dat bepaalt de helft van de uitkomst.

Waar dit op leunt

milieucentraal.nl

Zie voor meer informatie

Onderwerpen in dit artikel

Meer artikelen hierover

Hielp dit?

We slaan alleen je antwoord op, en je toelichting als je die geeft. Geen naam, geen e-mailadres.

Alle artikelen