KennisGebreken
Wat staat hier?Zoek op wat je ziet, niet op wat het is. Per verschijnsel: waar het vandaan kan komen, hoe ernstig het is, en wat de eerstvolgende stap is.
Sorteren:Titel Z–A
in zeven groepen — wat de kleuren betekenen
Uitgelicht
- vloeren
Zachte of stoffende gietvloer
Een oppervlak dat stof afgeeft als u er met de hand overheen gaat, dat krast onder een stoelpoot of een sleutel, of dat verzandt bij schuren. Bij een anhydrietvloer: een lichte, poederige of glanzende huid die loskomt in schilfers of vellen, met een gezondere laag eronder. Bij een cementgebonden vloer: een zanderige toplaag, soms met kleurverschil en met plekken die hol klinken. Vloerafwerking die loslaat: pvc dat opbolt, lijm die niet hecht, tegels die los komen met een laagje vloer aan de lijm, een gietvloer of coating die afbladdert met stof eronder. Bij een vloer die nat is geweest: donkere plekken, een zachte zone rond de natte plek en een geur. Bij vloerverwarming: een huid die boven de leidingen het eerst loslaat.
- Bouwdeel
- Vloer
1× bekeken
36 van 226 gebreken
- gevel
Zacht of hol voegwerk
Voegen die terugliggen ten opzichte van de stenen, die afbrokkelen als je er met een sleutel overheen krast, of waar mos in groeit. Op sommige plekken is de voeg helemaal weg en zie je de kier tussen de stenen. Tik met een muntstuk over de gevel: waar het hol klinkt, zit de voeg los van de steen. Dat gebied is meestal groter dan wat je ziet.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- gevel
Witte uitslag op het metselwerk
Een witte, poederige of kristallijne aanslag op de gevel. Soms als een sluier over een heel muurvlak, soms als strepen die van de voegen naar beneden lopen. Bij nieuwbouw verschijnt het vaak in het eerste jaar; bij oude gevels na een natte winter. Er is een variant die niet wegveegt en die hard aanvoelt. Die is lastiger en heeft een andere oorzaak dan de poederige soort.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- tuin
Vorstschade aan een natuurstenen terras, stoep of trap
Op het oppervlak: dunne schubben en schilfers die loskomen, vooral bij leisteen, zandsteen en gelaagde kalksteen; een ruw geworden oppervlak waar de toplaag weg is; witte uitbloei aan de randen van de platen en in de voegen. Aan de randen en hoeken: afgebrokkelde randen, afgesprongen hoeken en scheuren die van de voeg het midden in lopen; bij traptreden een afgebrokkelde neus. Aan de platen: platen die hol klinken bij tikken, wippen bij belopen of bol staan; platen die in de winter zijn omhooggekomen en niet terugzakken; bij een trap treden die loskomen van de onderbouw. Aan de voegen: uitgesleten, gescheurde of ontbrekende voegen; mos en onkruid in de voegen; bij een cementvoeg een voeg die als geheel los ligt. Aan de opbouw: water dat na regen lang op of tussen de platen blijft staan; een terras dat vlak of naar het huis afwatert; een ondergrond van zand of cement die het water niet afvoert.
- Bouwdeel
- Terrein en tuin
- Ruimte
- Tuin
1× bekeken
- onderhoud
Vochtschade en rot aan de onderkant van een buitendeur
Aan de buitenkant: verf die aan de onderrand opbolt, barst en loslaat, met daaronder grijs of donker hout; een onderregel die dikker is geworden en de deur laat slepen over de dorpel; scheuren in de lengte van de onderregel; bij een plaatdeur een onderkant waarvan de lagen loskomen en de kern zichtbaar wordt. Aan de onderkant zelf, met de deur open: kaal, grijs of zwart hout, zacht bij drukken met een schroevendraaier, een kopse kant zonder verf, en een tochtstrip of weldorpel die los zit of ontbreekt. Aan de binnenkant: een donkere, vochtige onderrand, schimmel in de hoek bij de dorpel, verf die ook binnen loslaat, en soms een natte vloer achter de deur na regen. Bij de dorpel: water dat op de dorpel blijft staan, een dorpel zonder afschot of zonder waterhol, en een kier tussen deur en dorpel waar water onderdoor komt.
- Bouwdeel
- Deur
1× bekeken
- vocht
Vochtplekken in pleisterwerk door hygroscopische zouten
Aan de plek: een donkere, vlekkerige zone die vochtig aanvoelt en die van dag tot dag verandert met het weer, zonder dat er een lek of een regenbui aan vooraf gaat; een scherpe rand met witte kristallen, pluizige naaldjes of een harde korst; pleisterwerk dat binnen de plek poederig, zacht of bol is en dat in schubben loslaat. Aan de plaats: onderaan een muur tot een halve of een hele meter boven de vloer, rond een oude schoorsteen of rookkanaal, in de hoek van een oude toiletruimte of stal, in een kelder, bij een oude fabrieks- of pakhuismuur, en op gevels waar strooizout tegen de plint is gestrooid. Aan de verf en het behang: verf die opbolt en afbladdert met kristallen erachter, behang dat loskomt met een zoutlaag, en schimmelwerende of vochtwerende verf die na maanden weer loslaat. Na herstel: een plek die terugkomt nadat er een waterkering is aangebracht of een lek is verholpen, en een nieuwe pleisterlaag die binnen een jaar dezelfde plek toont. Aan de meting: een vochtmeter die hoog uitslaat terwijl het metselwerk erachter droog is, en een zoutmeting die chloriden, nitraten of sulfaten aantoont.
- Bouwdeel
- Binnenwand
- Ruimte
- Kelder
1× bekeken
- afwerking
Vlekken in een natuursteen- of tegelvloer
Donkere kringen, doffe plekken of verkleuringen in een vloer van natuursteen, gres of beton. Soms een vlek die na een gemorste vloeistof niet meer weggaat, soms een dof spoor op de looproute, soms groene of grijze plekken die van onderaf lijken te komen. Bij natuursteen is de vlek vaak dieper dan het oppervlak. Dat onderscheidt dit van gewoon vuil.
- Bouwdeel
- Vloer
1× bekeken
- gevel
Vlekken en etsing op glas
Een witte, grijze of melkachtige waas in vlakken of banen, die bij tegenlicht het duidelijkst is en na wassen terugkomt of blijft. Druppelvormige vlekken en kringen van opgedroogd water op ruiten onder een betonnen of gepleisterde gevel, onder een dakrand, onder een zinken of aluminium afdekking of naast een natuurstenen band. Strepen die van boven naar beneden lopen op ruiten onder metalen onderdelen, grijs bij zink en aluminium, groen bij koper. Een regenboogglans of een matte plek in het midden van de ruit bij glas dat nat is opgeslagen of dat lange tijd tegen een andere ruit heeft gelegen. Fijne krassen in cirkels of banen na een schoonmaak met schuurmiddel, een schuurspons of een verkeerd gebruikte schraper; bij gecoat glas een plek waar de coating is weggeschuurd. Het glas voelt op de vlek ruw of stroef aan, en een nagel of een munt "hapt" erop.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
1× bekeken
- materiaal
Vervormde spiegeling en kleurverschil in isolatieglas
Aan de spiegeling: de weerspiegeling van huizen, bomen of lucht golft, buigt of vervormt, het meest bij grote ruiten, in de ochtend en avond, bij koud of juist heet weer, en anders op een andere dag; de ruit staat merkbaar bol of hol als je erlangs kijkt. Aan de kleur: een ruit die naast de andere groener, grijzer, blauwer of bruiner is, vooral bij bewolkt licht en van buiten gezien; een kleurzweem in de weerspiegeling die per ruit verschilt; bij een vervangen ruit een duidelijk andere tint dan de rest. Aan het oppervlak: vlekken of banen die bij een bepaalde hoek zichtbaar zijn en verdwijnen als je beweegt, een olieachtige glans op de coating, kleine puntjes of strepen in de coating aan de binnenzijde van de spouw. Aan de ruit zelf: een ruit die blijvend hol staat en de spiegeling naar binnen trekt, een ruit met condens of een waas tussen de bladen, en een afstandhouder waarvan de code een ander glastype toont dan de buren. Aan het licht binnen: een kamer die door een groenere ruit een andere kleur daglicht krijgt dan de kamer ernaast.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
1× bekeken
- gevel
Verkleurde en gevlekte glazen borstweringpanelen aan de gevel
Aan de panelen: verschillen in tint tussen panelen die gelijk zouden moeten zijn, panelen die doffer of lichter zijn op de zonzijde, zwarte, grijze of bruine vlekken en wolken die van achter het glas komen, een reflecterende laag die plaatselijk is verdwenen zodat de isolatie erachter zichtbaar wordt, en randen waar de laag is losgekomen. Aan de voegen en randen: kit die is gescheurd, losgekomen of verhard tussen de panelen en rond de kozijnen, vochtsporen onder de voegen, en randen van panelen die zijn aangetast of afgebrokkeld. Aan de bevestiging: klemprofielen of glaslatten die roesten of los zitten, panelen die bol staan of trillen bij wind, en een paneel dat is verschoven. Achter de panelen: bij het uitnemen van een paneel natte of ingezakte isolatie, roest aan de achterconstructie en schimmel. Binnen: koude plekken en condens op de binnenzijde van de borstwering, en vochtplekken bij de vloer onder het raam.
- Bouwdeel
- Gevel
- afwerking
Verfgebreken kort na het schilderen: waas, rimpels, blaasjes en krijten
Waas: een melkachtige, doffe sluier of matte vlekken op een lak die glanzend hoorde te zijn, vaak op plekken die 's avonds of in de ochtend zijn geschilderd of die nat zijn geworden voordat de verf droog was. Rimpels: een gekreukt, gerimpeld oppervlak als een sinaasappelschil of als ingedroogde huid, vooral op horizontale delen en in dikke lagen. Blaasjes en gaatjes: kleine bolletjes in de verf die openbreken tot kratertjes, of speldenprikgaatjes in de laag; bij grofporig hout zoals meranti in een patroon dat de nerf volgt. Doorschijnen: de vorige kleur, het hout of de plamuur zijn zichtbaar door de nieuwe laag, vooral op randen en kopse kanten. Krijten en afpoederen: de verf laat een wit poeder achter op uw vinger, de kleur verbleekt en het oppervlak wordt mat en ruw, al na één seizoen. Regenschade: druppelsporen, vlekken, een doffe kring of een verlopen oppervlak op verf die nog niet droog was toen het ging regenen. Loslaten van de nieuwe laag met de oude eraan: de verf komt in vellen los tot op het hout, vaak op oud werk met veel lagen.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
1× bekeken
- materiaal
Spontane glasbreuk zonder aanwijsbare oorzaak
Bij een enkele ruit of het buitenblad van isolatieglas: een scheur die bij de rand begint, loodrecht op de rand vertrekt en dan met een bocht over de ruit loopt, vaak als één lange golvende lijn. Geen inslagpunt, geen ster, geen stukje glas eruit. Bij gehard glas, zoals een deurruit, een balustrade of een douchewand: de hele ruit valt in één keer uiteen in kleine korrels, soms met een knal, en in het glas is achteraf een vlindervormig patroon te herkennen op de plek waar het begon. Bij isolatieglas met zonwerende coating: barsten in het binnenblad na een koude nacht met zon in de ochtend, of barsten achter een deel dat in de schaduw van een kozijn, een luifel of een sticker lag. Vaak breken meerdere ruiten in dezelfde gevel in dezelfde periode, of steeds dezelfde ruit na vervanging.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
1× bekeken
- materiaal
Scheuren in de hoekverbindingen van een kunststof kozijn
In een hoek van het vaste kozijn of van het draaiende raam: een fijne scheur die de diagonaal van de las volgt, soms alleen zichtbaar als een witte lijn, soms als een open naad waar u een nagel in kunt steken. Rond de las kan het kunststof wit of krijtachtig zijn verkleurd. Bij een raam dat draait of kiept: het raam klemt of sluit niet meer goed, er is speling in de hoek, en bij het openen hoort u het kraken. De hoek staat soms iets scheef ten opzichte van de rest. Bij een deurkozijn: de scheur zit onderaan bij de dorpel, vaak aan de slotzijde, en de deur sleept of sluit slecht. Bij een donker of gefolied kozijn op het zuiden: scheuren in meerdere hoeken, het meest aan de bezonde zijde, en profielen die iets zijn kromgetrokken.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
2× bekeken
- gevel
Schade aan gevelbekleding
Bij houten delen: verf die loslaat, hout dat grijs en vezelig wordt, of een plank die aan de onderrand zacht is. Bij multiplex boeidelen of zijwangen van een dakkapel: hout dat in laagjes uiteenvalt. Bij kunststof: platen die zijn gaan bollen of golven, kleurverschil tussen de zonzijde en de rest, of een plaat die aan één kant is losgekomen. Bij metaal: roeststrepen, doffe of vlekkerige plekken op geanodiseerd aluminium, of fijne kronkelende lijntjes onder de laklaag.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- tuin
Schade aan een houten vlonder of terras
Vlonderdelen die kromtrekken, splinteren of grijs zijn geworden. Een terras dat wiebelt of dat op één plek meegeeft als je erop stapt. Groene aanslag die het geheel glad maakt bij regen. Onder de vlonder: onderregels die zacht zijn geworden, of dragers die in de grond zijn weggerot. Prik met een schroevendraaier in de onderregels op de punten waar ze op de grond of op een tegel rusten. Dat is waar het begint, en het is de plek waar niemand kijkt.
- Bouwdeel
- Terrein en tuin
- Ruimte
- Tuin
1× bekeken
- gevel
Roestende stalen kozijnen
Op de profielen: verf die opbolt, barst en in schilfers loslaat, met bruine roest en roestwater dat over het glas en de gevel loopt; putten in het staal na het verwijderen van de verf; op de onderdorpel en in de onderhoeken het meest. Aan de vorm: profielen die dikker zijn geworden en zijn uitgezet, met scheuren in de lengterichting; hoekverbindingen waar de lasnaad of de klinknagel is losgekomen en het profiel open staat; een raam dat schuin in het kozijn hangt. Aan het glas: ruiten met een scheur die bij de sponning begint en zonder klap is ontstaan; losse of gescheurde stopverf of kit rond de ruit; bij enkel glas condens aan de binnenkant die over het staal loopt. Aan het gebruik: ramen die klemmen, niet meer sluiten of niet meer opengaan; sluitwerk dat vastzit; tocht langs de aanslag. Binnen: condens op de profielen in de winter, verf die ook binnen loslaat, en roestplekken op de vensterbank onder de onderdorpel.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
2× bekeken
- onderhoud
Openstaande verbindingen en kieren in geveltimmerwerk
Bij kozijnen: een open naad in de hoek waar stijl en onderdorpel samenkomen, van een haarlijn tot enkele millimeters, vaak met gebarsten verf en een donkere verkleuring; bij drukken met een schroevendraaier is het hout rond de naad soms zacht. Bij boeiboorden en gootbodems: een open naad tussen de planken of tussen boeiboord en gootbodem, verf die langs de naad loslaat, en aan de onderzijde een donkere, natte streep. Bij dakkapellen: een open voeg tussen de wang en het dakvlak, tussen de wangplaten onderling of tussen kozijn en wang; multiplex dat aan de randen opbolt of delamineert. Bij houten gevelbekleding: open hoeken, open stuiknaden, planken die krommen en aan de einden loskomen. Tussen kozijn en metselwerk: een kitvoeg die is losgelaten of ontbreekt, met een spleet waar de wind doorheen komt.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
1× bekeken
- materiaal
Onveilig glasvlak en doorvalrisico
Een groot glasvlak op een plek waar iemand ertegenaan kan lopen of erdoor kan vallen, en dat niet van veiligheidsglas is. Concreet: een ruit naast een deur die tot op de vloer doorloopt, een glazen balustrade langs een trap of een vide, een raam in een slaapkamer op de eerste verdieping dat tot vlak boven de vloer komt, of een glazen deur zonder markering. Aan het glas zelf is meestal niets te zien — en dat is precies het probleem. Wat je wel kunt zien: een merkteken in een hoek van de ruit dat aangeeft dat het gelaagd of gehard is, of het ontbreken daarvan. Bij oud enkel glas zie je soms een lichte vervorming in de spiegeling. Het onderscheidende kenmerk: dit is een gebrek dat je niet merkt totdat er iets gebeurt. Er is geen lekkage, geen scheur en geen geluid. Het is het enige gebrek op dit platform dat je alleen vindt door er gericht naar te kijken.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
1× bekeken
- gevel
Losse of gevlekte natuurstenen gevelplaten en plinten
Bij loskomen: een plaat die hol klinkt bij tikken, iets naar buiten staat of verschoven is ten opzichte van de buren, open of gescheurde voegen rondom, roestwater uit een voeg, en in het ergste geval een plaat die is gevallen en een kale plek met roestige ankers. Bij vlekken: donkere vochtvlekken die na regen blijven, gele of roestbruine verkleuring vanuit de voegen of vanuit het midden van de plaat, witte uitbloei aan de randen, groene alg op de noordzijde, en bij plinten een donkere zone onderaan die omhoog trekt. Bij afschilfering: een plaat waarvan de toplaag in schubben loskomt, vooral bij leisteen, zandsteen en sommige kalkstenen, of een plaat met scheuren door vorst. Bij bijzondere steensoorten zoals wit marmer of blauwe hardsteen: een plaat die opbolt of kromtrekt, of een plaat met zwarte aders en vlekken die uit de steen zelf komen.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- onderhoud
Loslatende of ingesnoerde beglazingskit
Aan de buitenzijde, onderaan de ruit: een kitvoeg die van het glas of van het hout is losgelaten, met een donkere spleet erachter; een voeg die is ingezakt en hol staat; een gebarsten, harde voeg met scheurtjes; of een kitlint dat los uit de sponning hangt. Vaak groen van alg of zwart van schimmel. Bij isolatieglas: een randverbinding die zichtbaar is geworden doordat de kit weg is, soms met een zwarte of grijze massa die zacht is en uitpuilt. Beslaan tussen de bladen volgt vaak binnen enkele jaren. Bij houten kozijnen: verf die rond de kitvoeg opbolt of loslaat, en een onderdorpel die bij drukken zacht is. Bij kunststof en aluminium: kit die van het profiel is losgelaten, glaslatten die niet meer aansluiten. Aan de binnenzijde: soms een vochtplek of schimmel in de hoek van de vensterbank onder de ruit.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
1× bekeken
- verbouwen
Lekkende of beslagen serre of tuinkamer
Water dat na een bui langs de binnenkant van de serre naar beneden loopt, meestal op de plek waar het glazen dak op de gevel van de woning aansluit. Of condens: 's ochtends staat alles nat, er lopen druppels van het dak op de vloer, en op de kozijnen ligt een plas. In de winter is de ruimte niet te verwarmen en in de zomer niet te gebruiken. Er hoort een derde beeld bij dat vaak wordt gemist: een vochtplek op de woningmuur die de serre raakt, aan de binnenkant van de woning. Dan lekt de aansluiting en loopt het water in het metselwerk van de woning zelf. Het onderscheidende kenmerk: een serre is aangebouwd en de aansluiting op de bestaande gevel is bijna altijd de zwakke plek. Het glas en de profielen zijn zelden de oorzaak; de overgang naar wat er al stond, is dat wel.
- Bouwdeel
- Bijgebouw
- Ruimte
- Tuin
1× bekeken
- onderhoud
Kromgetrokken of vervormde houten ramen en kozijnen
Aan het raam: klemt bovenaan en laat onderaan een kier, of omgekeerd; sluit alleen met kracht; een kier langs de aanslag die per seizoen wisselt; een stolpraam waarvan de twee helften in het midden niet meer aansluiten of over elkaar schuiven; een tuindeur die schuin hangt en aan de onderkant sleept. Aan het hout: een stijl of dorpel die zichtbaar bol staat of uit het vlak draait als je er langs kijkt; verstekken en glaslatten die open staan; verf die op de zonzijde barst en op de schaduwzijde gaaf is; kit langs het glas die scheurt. Aan het kozijn: een stijl die niet meer in het lood staat, een bovendorpel die doorhangt, een kozijn dat los zit in de muur en beweegt bij het sluiten, en een kier tussen kozijn en muur die groter is geworden. Aan de tijd: in de zomer sluit het raam, in de winter niet, of andersom; na een natte periode klemt het, na een droge periode kiert het. Binnen: tocht, condens bij de kier, en een kruk of espagnolet die niet meer in de sluitkom valt.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
1× bekeken
- dak
Krimpende en kromtrekkende isolatieplaten onder de dakbedekking
Op de bedekking: een raster van rechte lijnen op afstanden van ongeveer zestig bij honderdtwintig centimeter, de maat van de platen; richels waar de bedekking over opgekrulde plaatranden ligt, geulen waar de naden open zijn gegaan, en kommen in het midden van platen waar water blijft staan na regen. Aan de bedekking op de lijnen: rimpels, plooien, een dunne of glimmende plek door slijtage, scheuren in de lengte van de richel, en bij bitumen een ingedrukte of gebarsten toplaag. Bij mechanische bevestiging: bevestigers die als knoppen tekenen of door de bedekking komen, en platen die tussen de bevestigers omhoog komen. Aan de randen en opstanden: bedekking die van de opstand trekt omdat de isolatie eronder is gekrompen, en een kim die open staat. Binnen: vochtplekken onder de scheuren op de richels, en een dak dat na regen langer nat blijft op de kommen. Bij een dak zonder ballast: het raster is duidelijk; bij een dak met grind is het pas zichtbaar als het grind is weggeschoven.
- Bouwdeel
- Dak
2× bekeken
- gevel
Klemmende of lekkende schuifpui
Een schuifpui die zwaar loopt, halverwege blijft haken of alleen nog met twee handen dichtgaat. Vaak hoor je het eerst: een schurend of knarsend geluid over de onderrail. Bij de lekkende variant staat er na een bui water op de vloer vlak binnen de pui, of zie je een natte streep langs de onderdorpel die van buiten naar binnen loopt. Er hoort een derde beeld bij dat het vaakst als "hij zit gewoon vast" wordt afgedaan: een pui die in de zomer klemt en in de winter niet, of omgekeerd. Dat is geen versleten rol maar beweging in de constructie of in het profiel. Het onderscheidende kenmerk: het probleem zit vrijwel altijd in de onderrail. Daar rijden de rollen, daar staat het water dat naar buiten moet, en daar komt het vuil terecht. Boven gaat er zelden iets stuk.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
2× bekeken
- constructie
Houtworm of boktor in het houtwerk
Kleine ronde gaatjes in hout: in een balk, een vloerdeel, een trap, een kozijn of een oud meubel. Onder de gaatjes ligt fijn poeder, zo fijn als bloem of iets grover als zand. Soms hoor je in een stille kamer een zacht knagend of tikkend geluid in de zomermaanden. De maat van de gaatjes en de aard van het poeder zeggen welk insect het is, en dat bepaalt of het een kleine of een grote zaak is.
- Bouwdeel
- Draagconstructie
1× bekeken
- gevel
Houtrot in kozijnen
De verf bladdert of barst open, meestal onderaan het kozijn of in een hoek. Daaronder zit hout dat donker verkleurd is en dat zacht aanvoelt. Duw je er met een schroevendraaier in, dan zakt hij weg zonder weerstand. Het begint vrijwel altijd op dezelfde plekken: de onderdorpel, de onderste hoekverbindingen, en het punt waar het kozijn in het metselwerk staat. Dat zijn de plaatsen waar water blijft staan.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
2× bekeken
- gevel
Gebarsten of lekkende glazen bouwstenen
Aan de stenen: barsten die dwars door een steen lopen, vaak van hoek naar hoek of in een ster; stenen met condens of water erin door een lek in de las tussen de twee helften; stenen die dof of melkachtig zijn geworden. Aan de voegen: scheuren langs de voegen, voegen die poederig worden of losvallen, roestsporen uit de voegen waar de wapening roest, en water dat bij regen langs de voegen naar binnen loopt. Aan de wand: een wand die in het midden bol staat of scheef is gaan hangen, een randvoeg tussen de wand en de constructie die is gescheurd of dichtgezet met mortel, en een wand die bij aanraken beweegt. Binnen: condens op de stenen in de winter, schimmel in de voegen en op de aansluitende wand, en een koude straling bij de wand. Bij een gevel: witte uitbloei, algen en een randaansluiting waar het water in loopt.
- Bouwdeel
- Gevel
- Ruimte
- Trappenhuis
- veiligheid
Gebarsten of gesprongen ruit
Een barst in het glas die er gisteren nog niet was. Soms één rechte lijn van rand tot rand, soms een barst die vanuit de sponning schuin het glasvlak in loopt. Bij gehard glas geen barst maar een ruit die in duizenden stompe korrels uiteenvalt en als een gordijn blijft hangen of naar beneden komt. Vaak is er geen aanleiding: niemand heeft er iets tegenaan gegooid. Dat is verwarrend en het is bij glas normaler dan mensen denken.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
1× bekeken
- dak
Craquelé, krimp en plooien in bitumen dakbedekking
Craquelé: een fijn netwerk van scheurtjes in de toplaag, als gebarsten klei, vooral op plekken waar de zon het hardst op staat en waar geen ballast of leislag meer ligt. De bedekking voelt hard en bros aan en kruimelt bij buigen. Krimp: de banen zijn korter en smaller geworden; de overlap tussen twee banen staat open of is in spanning, de bedekking trekt van de opstand of de dakrand weg en er ontstaat een spleet bij de kim, de hoek tussen dak en opstand. Bij de dakrand ziet u dat de bedekking omhoog wordt getrokken. Plooien: regelmatige, evenwijdige ribbels in de baanrichting of dwars erop, soms alleen zichtbaar in de ochtend als het dak koud is, soms blijvend. Plooien op de naden van de onderliggende isolatieplaten tekenen de plaatverdeling af; plooien in een baan wijzen op een bedekking die is verschoven of niet gehecht.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- gevel
Craquelé en afschilfering van geglazuurde baksteen en tegels
Craquelé: een fijn netwerk van haarscheurtjes in het glazuur, als gebarsten ijs, over de hele steen of tegel of in zones; vaak met vuil in de scheurtjes waardoor het netwerk donker aftekent. Afschilfering: glazuur dat in schubben of vlokken loslaat, met een dofrode, gele of witte kern eronder die water opneemt en verkleurt; randen van stenen en tegels die het eerst kaal worden. Uitzetting: stenen of tegels die bol staan, voegen die zijn kapotgedrukt of open staan, een rij die uit het vlak komt; witte uitbloei in de voegen en op de kale kern. Vlekken en verkleuring: doffe plekken, kleurverschil tussen stenen, bruine of groene aanslag in het craquelé, en roestpuntjes uit de kern. Plaats: het meest bij plinten, onder dorpels en raambanken, bij de goot, in een portiek waar het water blijft staan en op de noord- en westzijde; binnen bij tegels achter een gootsteen of in een badkamer waar water achter de tegel komt.
- Bouwdeel
- Gevel
2× bekeken
- dak
Bruine en witte uitslag op bitumen dakbedekking en onder lood
Op de bitumen: bruine, gele of roestkleurige vlekken en strepen die vanaf de overlappen naar de afvoer lopen of in vlakken liggen waar het water blijft staan; een bedekking die op die plekken dof en ruw is geworden of gebleekt; bij een dak met leislag een verkleuring van het grind. Onder lood en zink: een witte, poederige of kristallijne laag op het lood zelf, witte strepen die vanaf de loodslabbe over de opstand, de gevel of de bedekking lopen, en witte vlekken op het metselwerk onder een loodstrook of een zinken afdekking; bij nieuw lood het duidelijkst in het eerste jaar. Op de gevel: witte strepen onder loodslabben boven ramen en bij de aansluiting van een aanbouw, en een witte waas op het metselwerk onder een zinken muurafdekking. Aan de afvoer: bruin of wit gekleurd water in de vergaarbak en op de bestrating onder de afvoer. Wat je niet ziet: geen blazen, geen scheuren, geen open naden en geen lekkage binnen; zit dat er wel, dan is de uitslag niet het onderwerp.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- dak
Barsten, roestvlekken en schade aan een leien dak
Aan de leien: barsten in de lengte of dwars, hoeken die zijn afgebroken, leien die uit het vlak steken of zijn afgeschoven en de lei erboven ontbloten, roestbruine vlekken, druppels en strepen die van een lei naar beneden lopen, een oppervlak dat schilfert of poederig aanvoelt, en bij kunstleien een vervaagd, ruw en soms groen oppervlak met afgebrokkelde randen. Aan de bevestiging: roestige nagels of haken die zichtbaar zijn bij afgeschoven leien, haken die zijn gebroken, en leien die klepperen bij wind. In de goot en op de grond: stukken lei, roestige haken en leigruis na een storm. Binnen: vochtplekken op de zolder of in de dakkapel onder de kapotte leien, en bij een dak zonder folie druppels bij stuifsneeuw. Aan het dak als geheel: golvingen waar de panlatten of het beschot zijn gaan werken, en een dak dat ouder is dan vijftig jaar met de oorspronkelijke bevestiging.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- gevel
Afschilferende of verweerde baksteen
Bakstenen waarvan de buitenlaag afbladdert: schilfers die eraf komen, een korrelig oppervlak dat afgeeft als je erover wrijft, of stenen waarvan de voorkant is weggevallen en waar je de ruwe binnenkant ziet. Onder de gevel ligt gruis. Het zit vaak niet overal. Kijk waar het het ergst is: onderaan de gevel, onder een raamdorpel, naast een regenpijp, of aan de noordzijde die het langst nat blijft.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- dak
Afschilferende of kapotgevroren dakpannen
Aan de pannen: een oppervlak dat in dunne schubben loslaat en een ruwe, lichtere kern toont; afgesprongen glazuur in vlekken; afgebroken hoeken, randen en neuzen; pannen die in de lengte gebarsten zijn en pannen die dof, poederig of groen zijn. Op de grond en in de goot: scherven en schubben, zand van de pannen en een goot die sneller vol zit. Aan het dak: schilfering vooral aan de noordzijde, onder bomen, bij de goot en op flauwe dakdelen waar het water langzaam wegloopt; mos in de sluitingen en op de pannen; plekken waar meerdere pannen tegelijk zijn aangetast. Binnen: bij een dak zonder folie vochtplekken op de zolder onder de kapotte pannen, en bij een dak met folie water op de folie dat bij de goot uitkomt. Bij een geglazuurd dak: vlekken waar het glazuur weg is en de klei eronder water opneemt en verkleurt.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- onderhoud
Afbladderend buitenschilderwerk
Verf die loskomt van het houtwerk: als blaren, als schollen, of als een fijn poeder dat op je hand blijft zitten als je erover wrijft. Meestal begint het op de zuidwestzijde, op de onderdorpels en op de kopse kanten van het houtwerk. Kijk wat eronder zit. Kaal maar hard hout is één situatie; donker, zacht hout is een andere en veel duurdere.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
3× bekeken
- dak
Aangetaste, opbollende of verzakte zinken goot
Opbollen: de gootbodem staat op een of meer plekken omhoog als een golf, meestal midden in een lange goot, en de soldeernaden ernaast zijn gescheurd of gebarsten. In de zomer is het erger dan in de winter. Aantasting: witte tot grijze, poederige aanslag op de bodem met daaronder putjes, en uiteindelijk gaatjes; vaak in een baan waar water van het dak op de goot valt of waar bitumen, een koperen leiding of een bepaald type dakpan het zink raakt. Bij daken met leipannen en bij dakbedekking van gemodificeerd bitumen komt dit veel voor. Verzakking: de goot hangt op één plek lager, water blijft staan na regen, er ligt bezinksel en mos, en bij vorst tilt het ijs de naden op. Aan de gevelkant lekt het langs de muur, zonder zichtbare scheur, omdat het water over de achterrand loopt.
- Bouwdeel
- Dak
2× bekeken
Wat staat hier?
- Hoe zoek ik hier iets op?
- Op het verschijnsel. «Bruine vlek op het plafond» en niet «lekkage» — want welke van de vier oorzaken het is, is precies wat je nog niet weet.
- Wat betekent de ernst?
- De graad die geldt als je de vragen niet invult. Staat er niets, dan hangt het werkelijk van jouw situatie af, en dan is een graad noemen een bewering die we niet kunnen waarmaken.
- Is dit een diagnose?
- Nee. Het is een richting plus de vraag die een deskundige zou stellen. Bij constructie, gas en asbest staat er expliciet bij dat je iemand moet laten kijken.
Verder kijken
Checklists
Lijsten om ter plekke af te vinken
98 checklists
Kennisbank
Naslag met hoofdstukken, om in te zoeken
477 artikelen
Werkomschrijvingen
De basis onder een offerteaanvraag
87 omschrijvingen