Welke warmtebron past bij je woning: aardgas, warmtepomp, warmtenet of hybride
De vraag welke warmtebron bij je woning past, wordt bijna nooit beantwoord door de bron zelf. Hij wordt beantwoord door je schil, je afgifte en je aansluiting: hoe goed het huis is geisoleerd, op welke temperatuur je radiatoren of vloerverwarming het huis warm krijgen, en wat er aan gas, stroom of warmte je woning binnenkomt. Vier routes zijn in Nederland gangbaar. Een HR-ketel op aardgas is de bekende en de goedkoopste in aanschaf, maar hij is een eindige keuze in een land dat van het gas af gaat. Een volledig elektrische warmtepomp is de zuinigste in gebruik en vraagt het meest van de woning. Een warmtenet neemt de installatie grotendeels uit handen en geeft die tegelijk uit handen. Een hybride opstelling combineert een warmtepomp voor het grootste deel van het jaar met een ketel voor de koudste dagen en het tapwater. Het bepalende getal is de temperatuur waarop je woning het op de koudste dag redt. Haal je dat op 70 graden aanvoer, dan is volledig elektrisch nog niet aan de orde zonder isolatie of grotere radiatoren. Red je het op 50 graden of lager, dan is een warmtepomp een reele keuze en levert hij ook het rendement dat de folder belooft. De aanschaf loopt uiteen van € 2.200 - € 3.800 voor een nieuwe ketel tot € 20.000 - € 35.000 voor een bodemwarmtepomp met bronboring. De verstandige volgorde is bijna altijd dezelfde: eerst de schil, dan de afgifte, dan de bron. Wie een ketel heeft die het gaat begeven, kiest beter nu bewust dan straks op een koude zaterdag.

Waar gaat het over?
Deze pagina zet de vier warmtebronnen voor een bestaande woning naast elkaar: aardgas, de volledig elektrische warmtepomp, het warmtenet en de hybride opstelling. Ze is bedoeld voor de woningeigenaar die voor een vervanging staat, voor de koper die wil weten wat een woning nog nodig heeft, voor de huurder die met de verhuurder in gesprek gaat en voor de vereniging van eigenaren die een collectieve installatie moet vervangen.
Je leest waar de keuze van afhangt, hoe je aan je eigen woning ziet welke bron kan, wat de vier routes kosten en wat je in welke volgorde doet. Wat er in de warmtepomp of in de afleverset zelf gebeurt, staat op de pagina's over die techniek.
Hoe ontstaat het?
Elke warmtebron levert water van een bepaalde temperatuur aan je afgiftesysteem. Een HR-ketel verbrandt gas en kan moeiteloos 80 graden leveren; zijn rendement is juist hoger als het retourwater koud terugkomt. Een warmtepomp haalt warmte uit buitenlucht, bodem of oppervlaktewater en tilt die met elektriciteit naar een hoger niveau. Hoe kleiner die sprong, hoe minder stroom hij verbruikt: bij 35 graden aanvoer levert een goede lucht-waterwarmtepomp vier keer zoveel warmte als de stroom die hij opneemt, bij 55 graden nog ongeveer twee en een half keer, bij 70 graden verdwijnt het voordeel. Daar zit de hele discussie in.
Een warmtenet levert warm water dat elders is opgewekt, uit afvalverbranding, geothermie, restwarmte van industrie of een collectieve warmtepomp. In je woning komt geen ketel maar een afleverset, een warmtewisselaar met een meter. De temperatuur van het net bepaalt wat je binnen kunt: een hoogtemperatuurnet werkt met je bestaande radiatoren, een lagetemperatuurnet vraagt dezelfde aanpassingen als een warmtepomp.
Een hybride opstelling zet een kleine warmtepomp voor de ketel. De warmtepomp doet het grootste deel van het stookseizoen, de ketel neemt de koudste dagen en meestal het tapwater over. Zo haal je een flink deel van de gasbesparing zonder nieuwe radiatoren en zonder verzwaring. Het blijft een tussenstap: je houdt twee installaties, twee onderhoudsposten en een gasaansluiting.
Wat een woning aankan, ontstaat in de schil. Een woning met dubbel glas van 1985, ongeisoleerde vloer en spouwmuur verliest zoveel dat de radiatoren op de koudste dag 70 graden nodig hebben. Dezelfde woning met een geisoleerde vloer, een gevulde spouw, HR++-glas en dakisolatie redt het op 45 tot 50 graden met dezelfde radiatoren. Isolatie verandert dus niet alleen je rekening, ze verandert welke bron mogelijk is.
De afgifte is de tweede knop. Een radiator geeft bij lager water minder warmte af, tenzij hij groter is of een ventilator heeft. Vloerverwarming werkt van nature op 30 tot 40 graden. Vier of vijf radiatoren vervangen door lagetemperatuurmodellen is vaak goedkoper dan het opwaarderen van de bron.
De aansluiting is de derde. Een volledig elektrische warmtepomp met een elektrische boiler kan op een piekmoment 6 tot 9 kilowatt vragen; bij een aansluiting van 1 x 25 ampere is verzwaring nodig, en in delen van het land wacht je daarop. Bij een warmtenet vervalt de gasaansluiting, en die opzeggen draai je niet gratis terug.
Hoe herken je het?
Je stookt op de koudste dagen met de thermostaat op 20 graden en de radiatoren worden niet echt heet: je afgifte heeft ruimte, een lagere aanvoertemperatuur is haalbaar.
Je moet in januari de aanvoertemperatuur op 75 of 80 graden zetten om het warm te krijgen: eerst isoleren en radiatoren aanpakken, dan pas de bron.
Er ligt vloerverwarming op de begane grond en boven hangen radiatoren die maar half warm worden: je woning is al deels op lage temperatuur ingericht.
De ketel is ouder dan vijftien jaar of het plaatje vermeldt VR in plaats van HR: vervanging komt eraan, plan de keuze nu.
In je wijk ligt een warmtenet of staat er een aanleg gepland: informeer voor je iets anders koopt.
Je meterkast heeft een aansluiting van 1 x 25 ampere: reken op verzwaring bij een volledig elektrische stap.
Je woont in een appartement zonder eigen buitengevel of dakruimte: een individuele buitenunit is dan een VvE-vraag, geen eigen keuze.
Wat kun je zelf doen, en wat niet?
Zelf: je gasverbruik van drie jaar opzoeken, de aanvoertemperatuur een winter lang stapsgewijs verlagen en kijken waar het misgaat, je radiatoren waterzijdig laten inregelen, het warmteprogramma van je gemeente lezen en je elektrische aansluiting nakijken. Offertes vergelijk je op het geleverde vermogen bij de ontwerptemperatuur, niet op het merk; vraag om de berekening waarop dat vermogen berust.
Niet zelf: het plaatsen, aansluiten of afkoppelen van een gastoestel, het aanpassen van de gasleiding, het vullen en in bedrijf stellen van een warmtepompcircuit met koudemiddel en het verzwaren van de elektrische aansluiting. Dat is werk voor een gecertificeerde installateur en de netbeheerder.
Regels en regelgeving
Voor het aanpassen van een warmte-installatie in een bestaande woning geldt het Besluit bouwwerken leefomgeving onder de Omgevingswet. Dat stelt eisen aan de veiligheid van de installatie, aan de afvoer van rookgassen en de toevoer van verbrandingslucht bij een gastoestel, aan geluid van een buitenopgestelde warmtepomp op de perceelgrens en aan de bescherming tegen legionella in een tapwatervoorziening. Het Bouwbesluit 2012 was de voorganger van deze regels en wordt in oudere offertes en rapporten nog genoemd.
Werk aan gasinstallaties valt onder het stelsel van gecertificeerde installateurs: wie een gastoestel plaatst, aansluit of in bedrijf stelt, moet daarvoor gecertificeerd zijn. Voor de aansluiting op een warmtenet geldt de Wet collectieve warmte, die de tarieven, de leveringszekerheid en het publieke eigendom van netten regelt.
Nieuwbouw wordt niet meer op aardgas aangesloten. Voor bestaande bouw bestaat geen algemene overstapverplichting, wel een gemeentelijk warmteprogramma dat per wijk de route aangeeft. Een vereniging van eigenaren besluit over de collectieve installatie in de vergadering; quorum en meerderheid staan in de splitsingsakte en het reglement. Bij een huurwoning is verduurzaming van de installatie een voorstel van de verhuurder waarvoor meestal instemming van de bewoners nodig is. Regels veranderen; controleer bij twijfel de actuele tekst en het warmteprogramma van je gemeente.
Wat betekent dit voor jou?
- woningeigenaar
- laat een warmteverliesberekening per ruimte maken voor je een bron kiest. Op welke aanvoertemperatuur je woning het op de koudste dag redt, bepaalt je keuze, niet de folder.
- vve
- kijk of de vervanging van de collectieve installatie samenvalt met het meerjarenonderhoudsplan en of het warmteprogramma een warmtenet in jullie wijk voorziet. Een collectieve keuze is bijna altijd goedkoper per woning, maar vraagt een besluit in de vergadering.
- huurder
- je kiest de bron niet zelf, maar je kunt de verhuurder om isolatie en een warmteverliesberekening vragen. Klachten over een installatie die het niet warm krijgt, horen bij de verhuurder.
- koper
- vraag naar het bouwjaar van de ketel, het gasverbruik van de laatste drie jaar en de aanvoertemperatuur waarop de woning wordt gestookt. Dat zegt meer over de toekomstige kosten dan het energielabel.
Checklist
- Is er een warmteverliesberekening per ruimte gemaakt, of berust het geadviseerde vermogen op een vuistregel per vierkante meter?
- Weet je op welke aanvoertemperatuur je woning het op de koudste dag redt?
- Is de schil aan de beurt geweest: vloer, spouw, dak, glas en kierdichting?
- Geven de bestaande radiatoren genoeg af bij 50 graden, of moeten er een paar groter?
- Ligt er een warmtenet in de wijk of staat er een aanleg gepland in het gemeentelijk warmteprogramma?
- Is de elektrische aansluiting toereikend, en zo niet, wat is de wachttijd bij de netbeheerder?
- Is er een plek voor een buitenunit die aan de geluidseis op de perceelgrens voldoet?
- Hoe wordt het warme tapwater geleverd, en haalt die voorziening de gewenste comfortklasse?
- Staat in de offerte wat er met de gasaansluiting gebeurt?
- Is bij een appartement duidelijk of de installatie privé of gemeenschappelijk is volgens de splitsingsakte?
- Zijn de subsidievoorwaarden nagelopen voordat de opdracht is getekend, en niet erna?
Veelgestelde vragen
Moet ik van het gas af?
Kan een warmtepomp op mijn bestaande radiatoren?
Wat is beter, hybride of volledig elektrisch?
Is een warmtenet goedkoper?
Zie voor meer informatie
- Warmtepompen: lucht, bodem, hybride en wat het verschil betekentKennisbank
- Wanneer een warmtepomp rendabel isKennisbank
- Stadswarmte: hoe een warmtenet werkt en wat je zelf nog kunt regelenKennisbank
- Van gasketel naar collectieve warmte of warmtepompKennisbank
- Het vermogen van een warmtepomp bepalen: warmteverliesberekening in plaats van vuistregelsKennisbank
- Radiatoren en vloerverwarming: hoe warmte in de kamer komtKennisbank
Reacties
De Builddocs-redactie
Redactie ·
Builddocs verdient aan affiliate-doorklikken en aan abonnementen. Dat staat hier omdat het uitmaakt bij het lezen van een vergelijking.
Meer over de auteurMinder
Onder een redactiestuk staat geen naam omdat er geen persoon achter zit, maar omdat de verantwoordelijkheid bij Builddocs als geheel ligt. Elk document heeft een datum waarop het is gecontroleerd; ontbreekt die, dan staat dat er ook.