Bij bijna elk verduurzamingsplan komt dezelfde vraag boven: waar komt de techniek te staan? Een warmtepomp met binnenunit, een voorraadvat, soms een buffervat, een ventilatie-unit met warmteterugwinning en de leidingen daartussen vragen samen 1,5 tot 2,5 vierkante meter vloer. In een woning die daar nooit voor is ontworpen, is dat de lastigste stap van het plan. De vier plekken die in de praktijk overblijven zijn de meterkast, een bijkeuken of technische ruimte, de zolder en de berging. Elk heeft zijn beperking. De meterkast is te ondiep en is geen plek voor waterleiding en elektra door elkaar. De zoldervloer is nooit gerekend op een gevuld vat van driehonderd kilo op een halve vierkante meter. De berging ligt vaak buiten de isolatieschil, waardoor leidingen bevriezen en rendement wegloopt. De opstelplaats zelf stelt zes eisen tegelijk: vrije ruimte rondom het toestel voor onderhoud, geluid naar de aangrenzende ruimte, lucht voor toestellen die lucht nodig hebben, een afvoer voor condens en overstort, draagkracht van de vloer, en een veilige aansluiting op een eigen groep. Wie er één overslaat, komt daar achter bij de montage of bij de eerste onderhoudsbeurt. De zevende eis staat in geen enkele brochure en veroorzaakt toch de meeste teleurstellingen: de route naar binnen. Een vat van tweehonderd liter is zestig centimeter breed en 1,80 meter hoog, en gaat niet om de bocht van een steile trap. Wat je als eerste doet: meet de beoogde plek op inclusief de vrije ruimte eromheen, loop de route van de voordeur tot de opstelplaats na, en vraag de opstelvoorschriften van de fabrikant op voordat je tekent.

Waar gaat het over?
Dit artikel gaat over de plek in of aan de woning waar installaties komen te staan, en over de eisen die zo'n opstelplaats stelt: de binnenunit van een warmtepomp, het vat voor warm tapwater, een buffervat, de ventilatie-unit, de omvormer van zonnepanelen, een thuisbatterij, de cv-ketel als die blijft, en de leidingen die dat verbinden.
Het is geschreven voor de woningeigenaar die een plan maakt, voor de koper die beoordeelt of verduurzaming er technisch in past, en voor de zelfbouwer die het ontwerp nog kan bijsturen.
Wat er niet in staat is de keuze tussen systemen. Welke warmtepomp bij je woning past en hoe je het vermogen bepaalt, hebben hun eigen pagina. Hier gaat het over de ruimte: hoeveel, waar, en waaraan die moet voldoen. De technische ruimte van een wooncomplex valt erbuiten.
Hoe ontstaat het?
De ruimtevraag ontstaat doordat een warmtepomp warmte verplaatst in plaats van maakt. Hij werkt met een lage temperatuur en een klein vermogen, en dat betekent dat het systeem warm water moet opslaan om pieken op te vangen. Opslag is volume, en volume is vloeroppervlak.
Voor warm tapwater komt de tapwaterpiek erbij. Een douche vraagt kortstondig veel meer vermogen dan een warmtepomp levert. Het antwoord is een vat van 150 tot 300 liter dat 's nachts of overdag wordt opgewarmd. Een compact toestel met vat erin meet ongeveer 60 bij 70 centimeter in het grondvlak en 1,80 tot 2,00 meter hoog; een los vat naast een binnenunit vraagt eerder het dubbele.
Aan de verwarmingskant staat soms een buffervat van 30 tot 200 liter, dat het ontdooien van de buitenunit opvangt en voorkomt dat de warmtepomp elke paar minuten schakelt. Gevuld weegt zo'n vat ongeveer het aantal liters plus het vat zelf.
Ventilatie voegt geen gewicht toe maar wel volume. Een wtw-unit is ongeveer 60 bij 60 bij 70 centimeter, vraagt vier kanalen van 125 tot 160 millimeter plus een condensafvoer, en een halve meter vrije ruimte om de filters en de wisselaar eruit te halen. Die kanalen bepalen de plek vaak meer dan de unit zelf, want ze moeten met flauwe bochten naar gevel of dak en naar alle natte ruimten.
Hoe herken je het?
Een woning die ruimte heeft, herken je aan een bijkeuken of inpandige berging met een buitenmuur, een afvoerputje en een betonvloer: water, riool, elektra en gevel op één plek. Waar het knelt, zie je een volle meterkast, een keuken zonder bijkeuken en een zolder die alleen via een trap met een kwartslag bereikbaar is.
Kijk naar de vloer. Een houten balklaag draagt genoeg voor normaal woongebruik, maar niet vanzelf een vat van driehonderd kilo op een halve vierkante meter. Zo'n puntlast wil verdeeld worden over meerdere balken. Op beton speelt dat niet.
Let op de buren. Een opstelplaats tegen een woningscheidende wand of boven een slaapkamer geeft brom en tikken op de vervelendste plek. Een wand die bij een klop meeresoneert, is een wand waarachter je een pomp gaat horen.
Meet tot slot de route: het smalste punt tussen voordeur en opstelplaats, de vrije hoogte onder de trap, de diagonaal van het trapgat en de breedte van elke deur.
Wat kun je zelf doen, en wat niet?
Zelf doen: opmeten. De vrije vloermaat, de hoogte tot plafond of dakschuinte, de breedte van elke deur op de route, de diagonaal van het trapgat en de afstand tot de dichtstbijzijnde standleiding en groepenkast. Zet het op een schets met maten; je krijgt er betere offertes op terug.
Ook zelf: de opstelvoorschriften van de fabrikant opzoeken. Die staan in de installatiehandleiding en noemen de vrije ruimte voor, boven en naast het toestel; vijftig centimeter aan de voorzijde is gangbaar. Reken die mee, en maak de ruimte en de route alvast vrij.
Niet zelf: het aansluiten van de warmtepomp, het koudemiddelcircuit, de gasleiding bij een hybride opstelling en het aanpassen van de groepenkast. Werk aan een koudemiddelcircuit is voorbehouden aan een gecertificeerd bedrijf.
Niet zelf: de vloer beoordelen op draagkracht. Laat dat de installateur meenemen en bij een houten vloer met een zwaar vat door een constructeur bevestigen.
Twijfelgeval: de technische kast bouwen. Metalstud met plaatwerk is te doen, maar de ventilatie van de kast, de doorvoeren en de bereikbaarheid van de meters schieten vaak tekort. Overleg de maten voordat je bouwt.
Regels en regelgeving
De eisen aan een opstelplaats staan in het Besluit bouwwerken leefomgeving onder de Omgevingswet, de opvolger van het Bouwbesluit 2012: geluid van installaties, constructieve veiligheid van de vloer, ventilatie van een ruimte met een verbrandingstoestel en brandveiligheid van de opstelling.
Voor geluid gelden twee sporen. Een buiten opgestelde installatie voor warmte of koude mag bij een woning niet meer dan 40 dB veroorzaken op de perceelgrens in de nachtperiode, met een hogere waarde overdag. Binnen geldt dat een installatie het geluidniveau in een verblijfsruimte van een andere woning niet boven de grens mag brengen. In een appartement is dat de bepalende eis.
Constructief moet de vloer de belasting dragen. Een gevuld vat is een puntlast die bovenop de gewone veranderlijke belasting komt en apart beoordeeld moet worden. Bij een houten vloer is dat geen formaliteit maar een berekening, of in de praktijk een verdeling van de last over meerdere balken.
Voor de elektrische aansluiting geldt NEN 1010: een eigen groep met de juiste beveiliging en bij een driefasetoestel een driefasenaansluiting. Voor een toestel dat gas verbrandt is plaatsing voorbehouden aan een gecertificeerd bedrijf en moet de ruimte genoeg verbrandingslucht krijgen.
Bij een appartement komt het splitsingsreglement erbij. Doorvoeren door gevel of dak, een buitenunit aan de gevel en soms de opstelling zelf raken gemeenschappelijke delen en vragen toestemming van de vergadering van eigenaars.
Wat betekent dit voor jou?
- woningeigenaar
- begin je plan bij de plek en niet bij het toestel. Weet je welke ruimte je hebt en wat de route toelaat, dan vergelijk je vergelijkbare offertes.
- koper
- kijk bij de bezichtiging of er een bijkeuken, inpandige berging of ruime meterkastwand is en of de zolder bereikbaar is. Een woning zonder opstelruimte kost bij verduurzaming duizenden euro's extra.
- zelfbouwer
- reserveer in het ontwerp een technische ruimte van minstens twee vierkante meter met een buitenmuur en een afvoer. Dat is de goedkoopste vierkante meter van het huis.
- vve
- leg vast waar eigenaren doorvoeren mogen maken en welke geluidgrens geldt bij een opstelling tegen een woningscheidende wand. Zonder afspraak wordt elke aanvraag een aparte discussie.
Checklist
- Is de vrije vloermaat gemeten inclusief de onderhoudsruimte die de fabrikant vraagt?
- Is de vrije hoogte voldoende, ook onder een dakschuinte of verlaagd plafond?
- Is de route van de voordeur tot de opstelplaats opgemeten op het smalste punt?
- Kan de vloer een gevuld vat dragen, en is dat bij een houten vloer bevestigd?
- Is er een condensafvoer met sifon binnen bereik, en een overstort of lekbak bij een vat?
- Grenst de opstelplaats aan een slaapkamer of woningscheidende wand, en zijn trillingsdempers voorzien?
- Heeft een toestel dat lucht nodig heeft genoeg ruimte-inhoud of kanalen naar buiten?
- Is de benodigde aansluitwaarde bekend, en moet de aansluiting verzwaard worden?
- Blijven meters, afsluiters en filters na plaatsing bereikbaar zonder demontage?
Veelgestelde vragen
Hoeveel ruimte heb ik nodig voor een volledige warmtepompinstallatie?
Mag de warmtepomp in de meterkast?
Kan een vat op een houten zoldervloer?
Heeft een warmtepompboiler een rooster of raam nodig?
Wat als het toestel niet naar binnen kan?
Kan de installatie in een onverwarmde garage?
Zie voor meer informatie
- Warmtepomp in een bestaande woning: wat er moet kloppenKennisbank
- De technische ruimte van een wooncomplex: wat erin staat, toegang, veiligheid en onderhoudKennisbank
- Meterkast en groepenkastKennisbank
- Brommen, ruisen en tikken: geluid van installaties in huisKennisbank
- Installatiezone: waar leidingen in een muur horen te lopenKennisbank
- Een programma van eisen voor je installatie: wat je opschrijft voordat je offertes vraagtKennisbank
Reacties
De Builddocs-redactie
Redactie ·
Builddocs verdient aan affiliate-doorklikken en aan abonnementen. Dat staat hier omdat het uitmaakt bij het lezen van een vergelijking.
Meer over de auteurMinder
Onder een redactiestuk staat geen naam omdat er geen persoon achter zit, maar omdat de verantwoordelijkheid bij Builddocs als geheel ligt. Elk document heeft een datum waarop het is gecontroleerd; ontbreekt die, dan staat dat er ook.