Naar de inhoud

Dit is een bètaversie van Builddocs. Je kunt alles bekijken, maar aanmelden en een abonnement afsluiten kan nog niet.

Vraag

Wat is AKW in een offerte van een aannemer, en hoeveel mag het zijn?

Gesteld in september 2026 · beantwoord door de redactie · gecontroleerd op 5 september 2026

De vraag

In de offerte voor onze aanbouw staat onderaan een post AKW van 17 procent over het hele bedrag, ruim € 12.000. De aannemer zegt dat dat gebruikelijk is. Wat is het, waarom staat het apart, en is 17 procent normaal? Kunnen we erover onderhandelen?

Gesteld in september 2026.

Het korte antwoord

AKW staat voor algemene kosten, winst en risico, soms geschreven als AK, W en R apart. Het is de opslag die de aannemer bovenop de directe kosten van het werk rekent voor alles wat niet aan een specifieke post is toe te rekenen: zijn kantoor, de administratie, de calculator, de verzekeringen, de auto's en het gereedschap, plus de winst die het bedrijf moet maken en een buffer voor het risico dat het werk tegenvalt. Het staat apart omdat de bouw in Nederland traditioneel zo rekent: eerst de directe kosten per onderdeel, dan de bouwplaatskosten, dan de opslagen als percentage daarover. Het is geen extra, het is de manier waarop de aanneemsom is opgebouwd.

Gebruikelijk is 8 tot 12 procent algemene kosten en 3 tot 8 procent winst en risico, samen 12 tot 20 procent over de directe kosten. Bij een kleine aannemer die zelf meewerkt en weinig overhead heeft, ligt het lager; bij een bedrijf met een kantoor en uitvoerders hoger. Zeventien procent is dus aan de bovenkant van normaal, niet buitensporig. Onderhandelen over het percentage heeft weinig zin; de aannemer schuift het dan naar de posten. Vergelijken doe je op de totaalprijs voor dezelfde omschrijving, en de post AKW zegt vooral iets over hoe transparant de offerte is opgebouwd.

Waarom dat zo is

Een bouwbegroting is van onder naar boven opgebouwd. Onderaan staan de directe kosten: het materiaal en de arbeidsuren per onderdeel, van de fundering tot het schilderwerk, plus de onderaannemers voor bijvoorbeeld de installaties. Daarboven komen de bouwplaatskosten, ook wel algemene bouwplaatskosten of uitvoeringskosten: de steiger, de bouwkeet, het toilet, de afvalcontainer, de bouwstroom, de uitvoerder die het werk leidt, de verzekering van het werk zelf. Die horen bij dit project maar niet bij een enkel onderdeel. En daarboven komen de opslagen die bij het bedrijf horen en niet bij het project: de algemene kosten, de winst en het risico. Bij elkaar is dat de aanneemsom exclusief btw; de btw komt er als laatste over.

De algemene kosten zijn de vaste lasten van het bedrijf, verdeeld over alle projecten van een jaar. Het kantoor, de administratie, de calculator die jouw offerte maakte en de drie die niet doorgingen, de bedrijfswagens, het gereedschap, de opleidingen, de verzekeringen van het bedrijf, de accountant. Een bouwbedrijf berekent aan het begin van het jaar welk percentage over de directe kosten nodig is om die lasten te dekken; bij een klein bedrijf zonder kantoor is dat 6 tot 8 procent, bij een middelgroot bedrijf 10 tot 12. De winst is wat er overblijft voor de eigenaar en voor investeringen; in de bouw is 3 tot 5 procent gewoon, want de marges zijn dun. Het risico is de buffer voor wat er tegenvalt: een leverancier die duurder wordt, een week regen, een detail dat twee keer gemaakt moet worden. Dat is 1 tot 3 procent, en sommige aannemers rekenen het bij de winst.

Of de opslag apart zichtbaar is of in de posten is verwerkt, is een keuze van de aannemer. Een offerte met alle opslagen in de eenheidsprijzen lijkt goedkoper per post en is niet te ontleden; een offerte met een aparte regel AKW laat zien waar het geld heen gaat en is te vergelijken. Voor jou als opdrachtgever is de tweede prettiger: bij meerwerk kun je afspreken dat dezelfde opslag geldt, en je ziet direct of een aannemer een groot bedrijf is dat je overhead laat betalen of een kleine die zelf op de steiger staat. Beide kunnen goed zijn; het verklaart alleen de prijs.

Het percentage staat niet los van de rest. Een aannemer die 17 procent rekent maar scherpe eenheidsprijzen heeft, kan goedkoper zijn dan een die 10 procent rekent over dikke posten. Daarom vergelijk je nooit de opslag maar de totaalprijs voor exact dezelfde omschrijving, en let je op wat er wel en niet in zit: is de bouwplaats erin, de stelposten, het uitzoeken van de kozijnen, het afvoeren van het puin? Een offerte die 5 procent lager uitkomt maar het steigerwerk als stelpost heeft, is niet goedkoper.

Onderhandelen kan, maar niet over het percentage. Wie zegt dat 17 procent te veel is, krijgt een offerte met 12 procent en hogere posten. Wat wel werkt: minder werk in de aanneming en meer zelf regelen, zoals het schilderwerk of de vloer; een korting vragen bij opdracht binnen een termijn omdat de aannemer dan zijn planning kan vullen; of een vaste prijs afspreken voor een duidelijke omschrijving, zodat het risico kleiner wordt en de aannemer die buffer kan verlagen. En bij meerwerk vooraf vastleggen dat de opslag hetzelfde percentage is als in de offerte, want daar wordt in de praktijk het meest aan verdiend.

Wat je nu kunt doen

Vraag de aannemer om de opbouw: directe kosten per onderdeel, bouwplaatskosten en de opslagen apart. Een aannemer die dat kan laten zien, heeft zijn begroting op orde.

Reken het percentage na: € 12.000 op een aanneemsom van € 70.000 exclusief btw is 17 procent over de directe kosten en bouwplaatskosten samen. Kijk of de bouwplaatskosten apart staan of in de posten zitten.

Leg de offertes van twee of drie aannemers naast elkaar op dezelfde omschrijving en vergelijk de totaalprijs exclusief btw, niet het percentage; vul stelposten en ontbrekende onderdelen aan zodat de omvang gelijk is.

Spreek af dat meerwerk tegen dezelfde opslag wordt gerekend als de offerte en dat het vooraf schriftelijk wordt aangeboden; dat voorkomt de meerwerkverrassing achteraf.

Bespreek wat je zelf kunt doen of laten doen buiten de aanneming, zoals schilderwerk, vloeren of de tuin; dat verlaagt de grondslag waar de opslag over wordt gerekend.

Kijk naar de verzekering en de garantie die in de opslag zitten: een CAR-verzekering voor het werk en een garantieregeling zijn de tegenprestatie voor een deel van de algemene kosten.

Laat de omschrijving van het werk vastleggen in een werkomschrijving en tekeningen, zodat het risico voor de aannemer klein is en de vaste prijs een vaste prijs blijft.

Wanneer dit antwoord niet opgaat

Als je op regiebasis laat werken, tegen uurtarief en materiaal. Dan zit de opslag in het uurtarief en de materiaaltoeslag en staat er geen aparte post; vraag dan wat het uurtarief dekt.

Als het om een klusbedrijf of een zzp'er gaat die een totaalprijs noemt. Die rekent zijn overhead in het uurtarief en heeft geen aparte AKW; vergelijk dan alleen totaalprijzen.

Als het een offerte van een installateur of een schilder is. Die branches rekenen vaak met eigen opbouw, bijvoorbeeld normtijden en een uurtarief, en kennen de post AKW niet in deze vorm.

Als je als VvE of verhuurder aanbesteedt met een bestek. Dan staan de staartkosten in het bestek voorgeschreven en vul je ze in op de inschrijfstaat; de vergelijking loopt dan via de inschrijfsom.

Zie voor meer informatie

Hielp dit?

We slaan alleen je antwoord op, en je toelichting als je die geeft. Geen naam, geen e-mailadres.

Alle vragen