Veel gestapelde woningbouw van voor 1970 heeft vloeren die zijn opgebouwd uit holle keramische elementen tussen betonnen of stalen liggers. Zo'n vloer is dun en licht, en dat was destijds de reden om hem te kiezen. Bij brand gedraagt dit vloertype zich anders dan een massieve betonvloer. Ingesloten vocht in het keramische materiaal zet uit en laat delen afspatten, waarna de wapening bloot komt te liggen en de samenwerking tussen element en drukzone verloren gaat. De vloer is in een appartementengebouw de scheiding tussen twee brandcompartimenten. Verzwakt hij, dan verzwakt de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen twee woningen, en dat is de kern van de brandveiligheid van een complex. Bij dit vloertype telt de plafondafwerking vaak mee in de brandwerendheid. Een bewoner die het plafond doorboort, verlaagt of vervangt, tast een gemeenschappelijke brandscheiding aan zonder dat hij het weet. Reken op € 2.500 - € 8.000 voor een beoordeling door een brandveiligheidsadviseur en op € 60 - € 180 per vierkante meter voor een brandwerend plafond.

Waar gaat het over?
Deze pagina gaat over vloeren van holle keramische elementen in gestapelde woningbouw en over wat die betekenen voor de brandveiligheid van het complex. Ze is bedoeld voor de VvE, de VvE-beheerder en de adviseur die een gebouw uit de periode 1920 tot 1970 beoordeelt.
De vraag is niet of de vloer sterk genoeg is voor normaal gebruik, want dat is hij meestal. De vraag is hoe lang hij een brand in de ene woning uit de andere houdt, en wat het beheer van het gebouw daarvoor moet doen. Voor de algemene regels rond compartimentering en doorvoeren is er een aparte pagina; hier staat wat aan dit vloertype specifiek is.
Hoe ontstaat het?
De opbouw is eenvoudig. Tussen liggers, meestal betonnen balkjes of stalen profielen op een afstand van vijftig tot zeventig centimeter, liggen holle elementen van gebakken klei. Daarboven ligt een drukzone: een dunne laag beton of een zwaardere dekvloer die de elementen en de liggers laat samenwerken tot één plaat. Eronder zit een plafond, vaak stucwerk op riet of op gaas, later gipsplaat.
De reden om dit te bouwen was het gewicht. Zo'n vloer weegt aanzienlijk minder dan een massieve betonvloer van gelijke overspanning en is bovendien dunner. Bij beperkte verdiepingshoogte en een fundering die niet meer aankon, was dat aantrekkelijk.
Bij brand ontstaan er vier problemen tegelijk.
Het eerste is spatten. Gebakken klei is poreus en houdt vocht vast. Bij snelle opwarming zet dat vocht uit tot stoom, en omdat de stoom niet weg kan door de dichte buitenhuid, drukt hij stukken van het oppervlak af. Dat gebeurt met kracht en binnen enkele minuten. Bij massief beton bestaat dit ook, maar bij dunwandige holle elementen is een spatschade meteen een gat.
Het tweede is het afvallen van hele delen. Een element dat aan de onderzijde openspringt, verliest zijn opleg en kan als geheel uit de vloer vallen. Wat overblijft is een gat tussen twee liggers, en daarmee een directe verbinding tussen de brandende ruimte en de ruimte erboven.
Het derde is blootgelegde wapening. Zodra de dekking is weggespat, staat het staal direct in het vuur. Staal verliest bij vijfhonderd graden ongeveer de helft van zijn sterkte en bij zevenhonderd graden het meeste ervan. De vloer verliest dan zijn draagvermogen, niet doordat hij smelt maar doordat de wapening slap wordt.
Het vierde is het wegvallen van de samenwerking. De vloer werkt als plaat doordat de drukzone en de elementen samen één doorsnede vormen. Valt een deel van de elementen weg, dan blijft alleen een dunne drukzone over die daar niet op is berekend. De vloer bezwijkt dan plaatselijk, en dat is genoeg om een brand door te laten.
Hoe herken je het?
Het bouwjaar is de eerste aanwijzing. Gestapelde bouw uit ruwweg 1920 tot 1970, en vooral portiek- en etagewoningen uit de wederopbouw, hebben dit vloertype geregeld. Na 1970 verdringt de kanaalplaat het.
Aan de bovenzijde ziet u niets, want daar ligt een dekvloer; aan de onderzijde verbergt het plafond de opbouw. Kloppen geeft een eerste indruk: boven een ligger klinkt het plafond dof en vast, tussen de liggers hol, en de regelmaat van vijftig tot zeventig centimeter is met wat oefening hoorbaar.
Zekerheid zonder slopen geeft endoscopisch onderzoek. Er wordt een gat van tien tot vijftien millimeter geboord, waarna een camera de opbouw laat zien: de dikte van het plafond, de holte, de vorm van het element en de afstand tot de ligger. Het gat wordt daarna brandwerend gedicht.
De bouwtekeningen zijn de meest onderschatte bron. Bij veel complexen uit deze periode zit de vloerdoorsnede met naam en al in het gemeentearchief. Dat is sneller en goedkoper dan meten.
Let daarnaast op de plafonds in de woningen zelf. Inbouwspots, opgehangen keukenkasten, doorgevoerde afzuigkanalen, verlaagde plafonds en verwijderd stucwerk raken alle de brandwerendheid.
Wat kun je zelf doen, en wat niet?
Zelf: het bouwjaar en de bouwtekeningen opzoeken in het gemeentearchief en in het beheerdossier. Bij veel complexen ligt het antwoord op de vloervraag daar al klaar.
Zelf: een ronde langs de woningen maken en per woning noteren wat er met het plafond is gedaan: inbouwspots, verlaagd plafond, verwijderd stucwerk, doorgevoerde afzuiging, opgehangen kasten. Foto's met woningnummer erbij zijn genoeg. Informeer de bewoners meteen, want de meeste ingrepen gebeuren zonder besef dat het om een brandscheiding gaat.
Zelf: de gemeenschappelijke ruimten nalopen op doorvoeringen die niet zijn afgedicht. Een gat met purschuim erin is geen goedgekeurde afdichting.
Niet zelf: de brandwerendheid bepalen of berekenen. Dat vraagt kennis van de vloeropbouw, het materiaalgedrag en de rekenregels, en het is de basis onder ieder besluit dat volgt.
Niet zelf: een gat in het plafond dichten met wat er voorhanden is. Een brandwerende afdichting is een systeem met een aangetoonde prestatie, en de toepassing luistert nauw.
Niet zelf: proefsleuven maken in een vloer. Bij dit vloertype is de drukzone dun en de kans op schade groot.
Regels en regelgeving
Het Besluit bouwwerken leefomgeving stelt de eisen. Voor bestaande bouw geldt een lager niveau dan voor nieuwbouw, en dat verschil is hier aanzienlijk. Voor de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen twee woningen vraagt het nieuwbouwniveau in de regel zestig minuten, en het niveau voor bestaande bouw twintig. Een vloer die het nieuwbouwniveau niet haalt, is daarmee niet zonder meer in strijd met de regels. Het Bouwbesluit 2012 was de voorganger.
Dat verschil verdwijnt zodra u gaat verbouwen. Dan geldt het verbouwniveau, dat ertussenin ligt, en bij functiewijziging of ingrijpende renovatie schuift de eis verder op. Een vereniging die een grootschalige renovatie voorbereidt, laat dit vroeg uitzoeken, want het bepaalt de omvang van de opgave. De Omgevingswet regelt wanneer een vergunning nodig is: voor een brandwerend plafond meestal niet, voor een wijziging in de compartimentering wel.
De zorgplicht uit het Besluit bouwwerken leefomgeving loopt naast de prestatie-eisen door. Ook als de vloer aan het bestaande-bouwniveau voldoet, mag er geen gevaar ontstaan door de staat van het gebouw of door ingrepen die eraan zijn gedaan. Een vereniging die weet dat bewoners plafonds hebben doorboord en daar niets mee doet, verzuimt die plicht.
Wat gemeenschappelijk is, staat in de splitsingsakte. De vloer als constructie is dat vrijwel altijd. Over de plafondafwerking lopen de akten uiteen: sommige rekenen de afwerklaag tot het privégedeelte, andere niet. Zodra die afwerking meetelt in de brandwerendheid, is de uitleg niet vrijblijvend meer, want dan is een privé-ingreep een aantasting van een gemeenschappelijke voorziening. Leg dit vast in het huishoudelijk reglement, met een meldplicht voor werk aan plafonds.
Wat betekent dit voor jou?
- vve
- laat het vloertype vaststellen voordat u een brandveiligheidsplan maakt, en leg in het huishoudelijk reglement vast dat werk aan plafonds vooraf wordt gemeld.
- beheerder
- VvE-beheerderneem de vloeropbouw en de rapporten op in het beheerdossier, agendeer een inspectieronde van plafonds en doorvoeringen, en vraag bij elke verbouwingsmelding naar het plafond.
- woningeigenaar
- hangt u iets zwaars op, plaatst u inbouwspots of verlaagt u het plafond, meld dat bij de vereniging; het plafond is hier onderdeel van de brandscheiding tussen u en uw bovenbuur.
- vakman
- bepaal de opbouw met archiefonderzoek en endoscopie voordat u rekent, want dit vloertype laat zich niet uit een standaardtabel aflezen.
Checklist
- Weet u welk vloertype dit complex heeft, en waarop baseert u dat?
- Zijn de bouwtekeningen met de vloerdoorsnede in het beheerdossier aanwezig?
- Is er een beoordeling van de brandwerendheid van de scheiding tussen twee woningen?
- Is bekend of de plafondafwerking meetelt in die brandwerendheid?
- Is er een inspectieronde gedaan langs de plafonds in de woningen?
- Zijn de doorvoeringen in de gemeenschappelijke ruimten nagelopen en afgedicht?
- Staat er in het huishoudelijk reglement een meldplicht voor werk aan plafonds?
- Weten de bewoners waarom het plafond hier geen gewoon plafond is?
- Staat een eventuele maatregel in het meerjarenonderhoudsplan?
Veelgestelde vragen
Is dit vloertype gevaarlijk?
Moeten wij naar nieuwbouwniveau?
Een bewoner heeft inbouwspots in het plafond gezet. Is dat erg?
Wie betaalt herstel van een plafond dat een bewoner heeft doorboord?
Hoe weten wij of de vloer nog voldoet?
Helpt een goede rookmelder?
Kunnen wij dit gefaseerd aanpakken?
Zie voor meer informatie
- Brandveiligheid in gestapelde bouw: compartimenten en doorvoerenKennisbank
- Brandcompartimentering in een bestaand gebouwKennisbank
- Brandwerende doorvoeren: waarom elk gat in een brandscheiding dichtgezet moet wordenKennisbank
- Brandveilig beheren van een woongebouw - wat een VvE werkelijk moet regelenKennisbank
- Betonnen verdiepingsvloeren: kanaalplaat, breedplaat en systeemvloerenKennisbank
- De splitsingsakte lezen: wat van jou is en wat van de verenigingKennisbank
Reacties
De Builddocs-redactie
Redactie ·
Builddocs verdient aan affiliate-doorklikken en aan abonnementen. Dat staat hier omdat het uitmaakt bij het lezen van een vergelijking.
Meer over de auteurMinder
Onder een redactiestuk staat geen naam omdat er geen persoon achter zit, maar omdat de verantwoordelijkheid bij Builddocs als geheel ligt. Elk document heeft een datum waarop het is gecontroleerd; ontbreekt die, dan staat dat er ook.