KennisGebreken
Wat staat hier?Zoek op wat je ziet, niet op wat het is. Per verschijnsel: waar het vandaan kan komen, hoe ernstig het is, en wat de eerstvolgende stap is.
Sorteren:Titel A–Z
in zeven groepen — wat de kleuren betekenen
Uitgelicht
- dak
Aangetaste, opbollende of verzakte zinken goot
Opbollen: de gootbodem staat op een of meer plekken omhoog als een golf, meestal midden in een lange goot, en de soldeernaden ernaast zijn gescheurd of gebarsten. In de zomer is het erger dan in de winter. Aantasting: witte tot grijze, poederige aanslag op de bodem met daaronder putjes, en uiteindelijk gaatjes; vaak in een baan waar water van het dak op de goot valt of waar bitumen, een koperen leiding of een bepaald type dakpan het zink raakt. Bij daken met leipannen en bij dakbedekking van gemodificeerd bitumen komt dit veel voor. Verzakking: de goot hangt op één plek lager, water blijft staan na regen, er ligt bezinksel en mos, en bij vorst tilt het ijs de naden op. Aan de gevelkant lekt het langs de muur, zonder zichtbare scheur, omdat het water over de achterrand loopt.
- Bouwdeel
- Dak
2× bekeken
41 van 226 gebreken
- dak
Afschilferende of kapotgevroren dakpannen
Aan de pannen: een oppervlak dat in dunne schubben loslaat en een ruwe, lichtere kern toont; afgesprongen glazuur in vlekken; afgebroken hoeken, randen en neuzen; pannen die in de lengte gebarsten zijn en pannen die dof, poederig of groen zijn. Op de grond en in de goot: scherven en schubben, zand van de pannen en een goot die sneller vol zit. Aan het dak: schilfering vooral aan de noordzijde, onder bomen, bij de goot en op flauwe dakdelen waar het water langzaam wegloopt; mos in de sluitingen en op de pannen; plekken waar meerdere pannen tegelijk zijn aangetast. Binnen: bij een dak zonder folie vochtplekken op de zolder onder de kapotte pannen, en bij een dak met folie water op de folie dat bij de goot uitkomt. Bij een geglazuurd dak: vlekken waar het glazuur weg is en de klei eronder water opneemt en verkleurt.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- dak
Barsten, roestvlekken en schade aan een leien dak
Aan de leien: barsten in de lengte of dwars, hoeken die zijn afgebroken, leien die uit het vlak steken of zijn afgeschoven en de lei erboven ontbloten, roestbruine vlekken, druppels en strepen die van een lei naar beneden lopen, een oppervlak dat schilfert of poederig aanvoelt, en bij kunstleien een vervaagd, ruw en soms groen oppervlak met afgebrokkelde randen. Aan de bevestiging: roestige nagels of haken die zichtbaar zijn bij afgeschoven leien, haken die zijn gebroken, en leien die klepperen bij wind. In de goot en op de grond: stukken lei, roestige haken en leigruis na een storm. Binnen: vochtplekken op de zolder of in de dakkapel onder de kapotte leien, en bij een dak zonder folie druppels bij stuifsneeuw. Aan het dak als geheel: golvingen waar de panlatten of het beschot zijn gaan werken, en een dak dat ouder is dan vijftig jaar met de oorspronkelijke bevestiging.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- dak
Blazen en bobbels in de dakbedekking
Bobbels in het dakvlak van een plat dak: ronde blazen van een handpalm groot, of langgerekte plooien langs een naad. Bij warm weer staan ze bol en veerkrachtig; in de winter zakken ze in. Soms zitten er scheurtjes bovenop een blaas, en dan is er een weg naar binnen. Onderscheid blazen van plooien. Een blaas is rond en zit midden op het vlak: daar zit lucht of vocht onder de bedekking. Een plooi is langgerekt en volgt een naad of een rand: daar heeft de bedekking gewerkt of is hij verschoven.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- dak
Bruine en witte uitslag op bitumen dakbedekking en onder lood
Op de bitumen: bruine, gele of roestkleurige vlekken en strepen die vanaf de overlappen naar de afvoer lopen of in vlakken liggen waar het water blijft staan; een bedekking die op die plekken dof en ruw is geworden of gebleekt; bij een dak met leislag een verkleuring van het grind. Onder lood en zink: een witte, poederige of kristallijne laag op het lood zelf, witte strepen die vanaf de loodslabbe over de opstand, de gevel of de bedekking lopen, en witte vlekken op het metselwerk onder een loodstrook of een zinken afdekking; bij nieuw lood het duidelijkst in het eerste jaar. Op de gevel: witte strepen onder loodslabben boven ramen en bij de aansluiting van een aanbouw, en een witte waas op het metselwerk onder een zinken muurafdekking. Aan de afvoer: bruin of wit gekleurd water in de vergaarbak en op de bestrating onder de afvoer. Wat je niet ziet: geen blazen, geen scheuren, geen open naden en geen lekkage binnen; zit dat er wel, dan is de uitslag niet het onderwerp.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- vocht
Condens en vocht in de dakconstructie
Op zolder of in het dakbeschot: donkere vochtplekken, druppels aan de onderzijde van folie of beschot, witte of zwarte schimmel op het hout, roestige spijkerkoppen en beugels, en bij vorst rijp of ijs aan de binnenkant van het dak. Isolatiemateriaal dat nat of samengezakt is. Een muffe, kelderachtige lucht op zolder. Het beeld is verspreid over het hele dakvlak of het is het ergst waar het dak het koudst is: aan de noordkant, bij de nok en op plekken zonder ventilatie. Bij een dakkapel: condens op het plafond en in de hoeken, en nat multiplex. Bij regen verandert er niets; bij een koude, windstille nacht na een dag douchen en koken wordt het erger. Dat is het teken dat u met condens te maken heeft en niet met een lek.
- Bouwdeel
- Dak
- Ruimte
- Zolder
2× bekeken
- dak
Condens onder een metalen dak
Aan de onderkant van het metaal: druppels of een film van water, rijp in de winter, witte of grijze corrosie bij zink en aluminium, roest bij staal; druppels die op de isolatie, het beschot of de vloer eronder vallen. In de ruimte eronder: vochtplekken op het plafond die in de ochtend nat zijn en overdag drogen, een muffe lucht, schimmel op het beschot of de gordingen, en isolatie die nat en samengezakt is. Bij een garage, berging, schuur of aanbouw met een metalen dak zonder isolatie: het hele dak druppelt bij een koude ochtend en de vloer is nat. Bij een woning met een zinken of stalen dak op isolatie: natte plekken bij de aansluitingen en de doorvoeren, en een dak dat van buiten in orde lijkt.
- Bouwdeel
- Dak
- Ruimte
- Berging
1× bekeken
- dak
Craquelé, krimp en plooien in bitumen dakbedekking
Craquelé: een fijn netwerk van scheurtjes in de toplaag, als gebarsten klei, vooral op plekken waar de zon het hardst op staat en waar geen ballast of leislag meer ligt. De bedekking voelt hard en bros aan en kruimelt bij buigen. Krimp: de banen zijn korter en smaller geworden; de overlap tussen twee banen staat open of is in spanning, de bedekking trekt van de opstand of de dakrand weg en er ontstaat een spleet bij de kim, de hoek tussen dak en opstand. Bij de dakrand ziet u dat de bedekking omhoog wordt getrokken. Plooien: regelmatige, evenwijdige ribbels in de baanrichting of dwars erop, soms alleen zichtbaar in de ochtend als het dak koud is, soms blijvend. Plooien op de naden van de onderliggende isolatieplaten tekenen de plaatverdeling af; plooien in een baan wijzen op een bedekking die is verschoven of niet gehecht.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- dak
Dieren op zolder of in de spouw
Geluid boven het plafond: geritsel, gekrabbel, gepiep of gestommel, meestal in de avond of de vroege ochtend. Soms zie je het aan de buitenkant: een opgelichte dakpan, een gat bij de dakvoet, een ontbrekend rooster, of uitwerpselen op de dakgoot of het terras onder een gevelopening. Op zolder zie je het aan de isolatie: weggetrokken, samengedrukt of doorgraven, en soms met nestmateriaal.
- Bouwdeel
- Dak
- Ruimte
- Zolder
2× bekeken
- constructie
Doorbuigende dakplaten en open naden tussen dakelementen
Aan het plafond: een doorhangend plafond tussen de wanden of de balken, het meest in het midden van de overspanning; rechte scheuren of open naden in de lengterichting op de plek van de elementnaden, die in de zomer en de winter verschillen; een aftimmering of stuclaag die op die naden scheurt of loskomt. Aan de elementen: bij een houten dakplaat een onderzijde die golft of waarvan de beplating loslaat, vochtplekken en verkleuring op de naden, en een plaat die bij drukken veert; bij cellenbeton een plaat die in het midden hangt, scheuren dwars op de overspanning en afbrokkelend materiaal bij de naden. Op het dak: een dakvlak dat tussen de opleggingen golft, plassen die na regen blijven staan in de laagste punten, en dakbedekking die op de naden van de elementen rimpelt of scheurt. Aan de belasting: grind, een tweede laag dakbedekking, extra isolatie, een groen dak of zonnepanelen die er later op zijn gelegd. Aan de aansluitingen: elementen die bij de oplegging op de muur of de ligger zijn verschoven of waarvan de bevestiging los zit; een dakrand die mee naar beneden is gekomen.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- constructie
Doorgezakt dakoverstek en doorbuigend dakterras
Aan het overstek: een boeiboord dat aan de buitenrand lager ligt dan bij de gevel, een golvende onderkant, een goot die naar het midden of naar één kant afloopt en overloopt bij regen, open naden tussen het overstek en de gevel, scheuren in het plafond van het overstek, en bij een houten overstek verkleurd, gescheurd of zacht hout aan de onderzijde. Aan het dakterras: een vloer die in het midden lager ligt, plassen die na regen blijven staan, tegels die wippen of bol staan, vlonderdelen die niet meer vlak liggen, een hekwerk dat uit het lood staat, en een aansluiting op de gevel of de deur die open staat of lekt. Onder het dakterras: een plafond dat doorhangt, scheuren op de naden van dakplaten of langs de wanden, vochtplekken, en een deur of raam eronder die klemt. In de tijd: een overstek dat na een dakrenovatie met isolatie of een nieuwe goot is gaan zakken; een terras dat na het leggen van tegels, plantenbakken of een jacuzzi doorhangt. Aan de belasting: een dakterras met zware tegels op tegeldragers, grote plantenbakken, een buitenkeuken of een hottub op een dak van een aanbouw uit de jaren zeventig.
- Bouwdeel
- Dak
- Ruimte
- Dakterras
1× bekeken
- gevel
Groene aanslag en mos op gevel en dak
Een groene of zwarte waas op de gevel, meestal op de noord- of oostzijde. Mos tussen de dakpannen of op het platte dak. Groene aanslag op de bestrating en op houtwerk, glad bij regen. Kijk waar het niet zit. Het patroon — wél op de ene zijde, niet op de andere — vertel je waar het huis lang nat blijft, en dat is de eigenlijke informatie.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- dak
Houtrot in de dakkapel
Afbladderende verf op de zijwangen van de dakkapel, meestal het eerst onderaan waar de wang op het dakvlak staat. Zachte plekken in het houtwerk van de boeiboord of de onderdorpel van het raam. Zwarte verkleuring rond de aansluiting met de dakbedekking. Een kozijn dat is gaan werken en waarvan het raam klemt. Aan de binnenkant: een vochtplek in de hoek van het schuine plafond, of schimmel achter een kast op zolder. De plek waar het begint is bijna altijd dezelfde: de onderste tien centimeter van de wangen en de aansluiting op het dak. Daar staat water, daar spat regen op, en daar wordt bij het schilderen het minst goed bijgekomen.
- Bouwdeel
- Dak
- Ruimte
- Zolder
2× bekeken
- isolatie
Kierend of tochtend dakluik en vlieringvloer
Een luik naar de vliering of de zolder dat niet strak sluit, met een zichtbare kier rondom. Een koude luchtstroom die je voelt als je eronder staat. Stof en isolatievlokken die langs de rand naar beneden komen. Een vlek of een druppel condens op de bovenzijde van het luik in de winter. Isolatie op de vlieringvloer die is samengeklit, weggeschoven of waar looppaden doorheen zijn gelopen. En het beeld dat het meeste zegt over hoeveel het kost: een vliering die in de winter niet ijskoud is. Dat is warmte uit je woning die daar niet hoort te zijn.
- Bouwdeel
- Dak
- Ruimte
- Zolder
2× bekeken
- constructie
Krakende of doorbuigende kapconstructie
Op zolder: een dakvlak dat niet meer recht is, een spant of een gording die zichtbaar doorbuigt, of een dakvlak dat golft als je er langs kijkt. Van buiten valt het op aan de nok of aan de dakvoet: een lijn die niet strak loopt. En je hoort het. Kraken bij temperatuurwisseling of bij wind is bij een houten kap normaal; kraken dat nieuw is of dat toeneemt, is dat niet.
- Bouwdeel
- Dak
- Ruimte
- Zolder
1× bekeken
- dak
Krimpende en kromtrekkende isolatieplaten onder de dakbedekking
Op de bedekking: een raster van rechte lijnen op afstanden van ongeveer zestig bij honderdtwintig centimeter, de maat van de platen; richels waar de bedekking over opgekrulde plaatranden ligt, geulen waar de naden open zijn gegaan, en kommen in het midden van platen waar water blijft staan na regen. Aan de bedekking op de lijnen: rimpels, plooien, een dunne of glimmende plek door slijtage, scheuren in de lengte van de richel, en bij bitumen een ingedrukte of gebarsten toplaag. Bij mechanische bevestiging: bevestigers die als knoppen tekenen of door de bedekking komen, en platen die tussen de bevestigers omhoog komen. Aan de randen en opstanden: bedekking die van de opstand trekt omdat de isolatie eronder is gekrompen, en een kim die open staat. Binnen: vochtplekken onder de scheuren op de richels, en een dak dat na regen langer nat blijft op de kommen. Bij een dak zonder ballast: het raster is duidelijk; bij een dak met grind is het pas zichtbaar als het grind is weggeschoven.
- Bouwdeel
- Dak
2× bekeken
- dak
Lekkage bij de aansluiting van een plat dak op opgaand metselwerk
Binnen: een vochtplek op het plafond langs de muur waar het dak aansluit, een natte hoek tussen plafond en gevel, een vochtbaan op de binnenzijde van de gevel boven de aanbouw, loslatend behang en schimmel in die hoek, en een plek die na regen met wind op de gevel het ergst is. Buiten aan de opstand: dakbedekking die tegen de muur omhoog loopt maar korter is dan vijftien centimeter, een opstand die van de muur is losgekomen of aan de bovenrand open staat, scheuren of plooien in de opstand in de hoeken, en een kimfixatie die ontbreekt zodat de bedekking in de hoek trekt. Buiten boven de opstand: een loodslabbe die is uitgezakt, gescheurd of ontbreekt, een afdekprofiel dat los zit, voegen die open staan vlak boven de dakbedekking, en witte uitbloei, alg en mos op de gevel in de strook boven het dak. Bij een borstwering of dakopbouw: een afdekking die het water naar de verkeerde kant leidt, of een muur die aan beide zijden nat wordt. Op het dak: water dat in de hoek tegen de muur blijft staan omdat het afschot daar ontbreekt, en blad en vuil in de kim.
- Bouwdeel
- Dak
2× bekeken
- dak
Lekkage bij de schoorsteen
Een vochtplek op het plafond of tegen de muur op zolder, vlak bij de schoorsteen. Vaak bruin omrand, en hij komt terug na elke flinke regenbui — soms pas een dag later. Op het dak zelf zie je misschien loodwerk dat omhoog is gekomen, of voegen in het gemetselde deel die zijn uitgesleten. De schoorsteen is een van de meest lekkende punten van een dak, en dat komt doordat er een gemetselde constructie dwars door een waterdichte laag steekt.
- Bouwdeel
- Dak
2× bekeken
- dak
Lekkage bij een dakdoorvoer
Een natte plek op zolder of op het plafond van de bovenste verdieping, rond een pijp die door het dak gaat: een ontluchting van de riolering, een afvoerkanaal van de badkamer of de afzuigkap, een rookgasafvoer, of de doorvoer van een zonnepaneelkabel. Kijk of de plek precies onder de doorvoer zit of iets ernaast. Bij een plat dak loopt water onder de bedekking door en komt het meters verderop naar binnen; bij een hellend dak volgt het de sporen naar beneden.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- dak
Lekkage bij een flauw hellend pannendak
Vochtplekken of druipsporen op het plafond of de zoldervloer die na een storm met regen verschijnen en bij gewone regen wegblijven. Op zolder: natte plekken op het dakbeschot of de isolatie, vooral aan de kant waar de wind op staat, en vaak zonder aanwijsbare kapotte pan erboven. Van buiten: een dak dat vrij vlak ligt, pannen die schoon en heel zijn, en soms mos of vuil in de sluitingen van de pannen. Bij dichte bekijking: een pan die iets omhoog is gedrukt, een korte overlap of stuiknaden waar water tussen kan blijven staan. De lekkage zit zelden waar de plek zit. Water dat onder de pannen komt, loopt over het dakbeschot of de folie naar beneden en komt pas bij een naad, een spijker of een lat naar binnen.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- dak
Lekkage bij zonnepanelen of dakhaken
Een vochtplek op het dakbeschot of op de zolderwand die pas is ontstaan nadat de zonnepanelen zijn geplaatst. Op zolder zie je een donkere baan onder de rij panelen, soms met een druppelspoor langs een sporen of een panlat. Buiten zie je pannen die niet meer vlak liggen: onder elke dakhaak staat de pan een paar millimeter hoger, en soms is een pan gebarsten precies op de plek waar de haak eronder doorkomt. Bij een plat dak zie je iets anders: een blaas of een barst in de dakbedekking rond een ballastblok of een voet, of een plas die precies bij een steunpunt blijft staan. Het onderscheidende kenmerk: de lekkage begint na de installatie en zit onder de panelen. Dat maakt de oorzaak vrijwel altijd de bevestiging en niet het dak.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- dak
Lekkage rond een dakraam of dakkapel
Een natte plek op de zolder, in de schuine wand of op het plafond, vlak bij een dakraam of langs de zijkant van een dakkapel. Vaak een dag na de bui, en vaker bij wind uit één bepaalde hoek dan bij verticale regen. Soms is het geen plek maar een spoor: een streep op het gipsplaat onder het raam, of een verkleuring in de hoek waar de dakkapel op het dakvlak staat.
- Bouwdeel
- Dak
- Ruimte
- Zolder
1× bekeken
- dak
Lekkend groen dak of daktuin
Binnen: een vochtplek of druppels op het plafond onder het groene dak, vaak na langdurige regen en niet direct na een bui, omdat het substraat het water eerst vasthoudt. De plek verschijnt zelden recht onder het lek. Op het dak: substraat dat na regen dagen nat blijft of onder water staat, planten die afsterven in een zone, onkruid met diepe wortels zoals berk, wilg of braam, een afvoer waarvan de controleschacht vol substraat en wortels zit, een noodoverloop die niet meer zichtbaar is, en een opstand of dakrand waar het substraat tot aan of over de rand ligt. Bij de aansluitingen: begroeiing die tegen de gevel of tegen een dakkapel groeit, een grindstrook langs de rand die vol substraat is gelopen, en loodslabben of opstanden die onder het pakket zijn verdwenen.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- dak
Lekkende lichtkoepel of lichtstraat
Water dat langs de rand van een lichtkoepel naar binnen druppelt, een natte plek op het plafond eromheen, of druppels aan de onderkant van het kunststof. Bij een lichtstraat: water dat langs een profiel loopt of dat bij een van de sponningen naar binnen komt. Een lichtkoepel is oud kunststof: matgeel, craquelé, en het geeft minder licht dan vroeger. Dat is meestal het teken dat het geheel op is.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- dak
Lekkende naad in zink- of koperwerk
Een druppel of een vochtspoor onder een zinken goot, een zinken dakbedekking of een koperen kilgoot, en bij nader kijken een naad die niet meer dicht is. Je ziet een felsnaad die openstaat, een soldeernaad met een haarscheur erin, of een stuk zink dat is gescheurd op de plek waar het over een rand ligt. Vaak zit er een witte of grijze uitslag rond de naad; bij koper een groene. Kenmerkend is waar het lekt: niet in het midden van een vlak, maar altijd op een verbinding of op een hoek. Zink en koper zelf gaan zestig tot honderd jaar mee. Wat het opgeeft, is de plek waar twee stukken bij elkaar komen of waar het materiaal niet mocht bewegen. Een tweede beeld hoort erbij: een goot of een dakvlak dat er onderaan gaaf uitziet maar aan de bovenzijde vol putjes zit. Dat is niet de naad maar het materiaal, en dat is een ander gebrek met een andere afloop.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- dak
Lekkende stadsuitloop en spuwer bij een plat dak
Op de gevel onder de uitloop: een donkere natte baan die na regen lang blijft, witte uitbloei, groene alg en mos, kapotgevroren stenen en uitgesleten voegen, en bij een spuwer een waaier van vocht onder de uitloop. Aan de uitloop: een plakplaat die los is van de dakbedekking, een uitloop waar water omheen blijft staan, een pijp door de dakrand met een kier in het metselwerk eromheen, roest bij een stalen of gietijzeren uitloop, en een spuwer die te kort is en het water op de gevel of de stoep laat vallen. Aan de vergaarbak en de pijp: een bak die overloopt bij een bui, een pijp die bij de bovenste aansluiting lekt of los zit, een bak vol blad, en een pijp die onderaan naast de gevel uitmondt. Op het dak: water dat bij de uitloop blijft staan, blad en grind in de uitloop, een bladvanger die ontbreekt, en een noodoverloop die sporen van gebruik toont. Binnen: een vochtplek in de hoek van het plafond bij de dakrand aan de kant van de uitloop, en vocht op de binnenzijde van de buitenmuur onder de uitloop.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- dak
Losgekomen dakbedekking bij dakrand of opstand
Bij de dakrand: de bedekking is van de daktrim of de dakrandafwerking losgekomen, staat omhoog, klappert, of hangt over de rand naar buiten. De trim zelf zit los, is verbogen of ontbreekt over een stuk; de schroeven zijn uitgetrokken. Bij een opstand tegen een muur of een dakkapel: de bedekking is van de opstand gezakt of gescheurd bij de bovenrand, de kimstrook staat los, en er is een spleet tussen bedekking en muur. Vaak ziet u een oude kitrand die het niet meer houdt. In de kim, de hoek tussen dak en opstand: de bedekking is losgetrokken uit de hoek en staat als een brug los van de ondergrond; erachter zit lucht. Na een storm: stukken bedekking in de tuin of bij de buren, en een dakvlak dat aan één kant vrij ligt.
- Bouwdeel
- Dak
2× bekeken
- veiligheid
Losgeraakte panelen in een glazen overkapping of lichtstraat
Van onderaf: een paneel dat scheef in het profiel ligt, een naad die aan de ene kant breed is en aan de andere kant dicht, een streep daglicht waar die eerder niet zat, en glas dat rammelt of tikt bij wind. Bij de randen en de hoeken: een opstaande paneelrand die met de vingers licht beweegt, een klemprofiel dat aan het uiteinde omhoog staat, een schroef die is uitgetrokken of ontbreekt, en een afdekkap die is weggewaaid zodat de bevestiging bloot ligt. In de kitnaad: kit die hard is geworden, gescheurd, of die van het glas is losgelaten. Kit die de enige verbinding vormt, is altijd een bevinding. Aan het metaal: verbogen klemprofielen, roestsporen rond de schroefkoppen, gescheurde aluminium klemmen bij het boorgat en rubbers die zijn uitgehard of uit de sponning gekropen. Op de grond eronder: glassplinters, stukjes rubber, afgevallen afdekkapjes en losse schroefjes. Dat is vaak het eerste wat een bewoner meldt.
- Bouwdeel
- Dak
- Ruimte
- Balkon
1× bekeken
- dak
Losse of verschoven nokvorsten
De rij vorsten op de nok van het dak ligt niet meer recht. Een of meer vorsten staan schuin, er zit een spleet tussen twee vorsten, of er ligt een stuk specie op het dakvlak of in de goot. Vanaf de straat zie je een golvende noklijn in plaats van een rechte. Soms is een vorst helemaal verdwenen en kijk je in het gat. Binnen op zolder merk je het aan tocht langs de nok, aan een streep licht die je eerder niet zag, en na een bui aan natte plekken op het dakbeschot of op de isolatie precies onder de nok. Het onderscheidende kenmerk: de schade zit op de hoogste lijn van het dak en is van de straat te zien. Dat is ook de reden dat dit gebrek zo vaak jaren blijft liggen — niemand komt er, en er is meestal geen lekkage die dwingt.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- dak
Natte of verzakte dakisolatie
Bij een plat dak: het dakvlak voelt op sommige plekken zachter aan dan op andere, of er staan blijvende plassen die er eerder niet waren. Binnen: een plafond dat op één plek koud aanvoelt, of een stookrekening die stijgt zonder dat er iets is veranderd. Bij een hellend dak: isolatie tussen de sporen die is weggezakt, waardoor er bovenaan een kier zit. Op zolder zie je dat als een donkere streep tussen de isolatieplaat en de nok, en je voelt er koude lucht langs komen.
- Bouwdeel
- Dak
2× bekeken
- dak
Overlopende of lekkende dakgoot
Bij regen loopt het water over de rand van de goot in plaats van naar de regenpijp. Of het druppelt uit een naad, uit een hoek, of langs de gootbeugel. Onder de plek zie je een streep op de gevel: donker, groen van de algen, of met witte uitslag. Kijk ook in de zomer. Een goot vol bladeren, mos of zand is bij droog weer even goed te zien en dan kun je er nog iets aan doen voordat het regenseizoen begint.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- dak
Plasvorming op het platte dak
Na een bui blijft er water staan op je platte dak, en het is er twee dagen later nog. Vaak in dezelfde hoeken of midden op het vlak. Op de plek waar het water staat, ziet de dakbedekking er anders uit: vuiler, doffer, soms met een groene of zwarte aanslag en een duidelijke rand. Dat de plas er staat, is het signaal. Dat hij er láng staat, is het probleem.
- Bouwdeel
- Dak
2× bekeken
- dak
Schade aan de dakrand of het boeiboord
Een boeiboord dat is gaan bollen of waarvan de verf loslaat, een aluminium daktrim die openstaat of golft, of een hoek waar de afwerking is losgekomen. Soms een streep op de gevel eronder, soms bladeren en vuil die zich achter een openstaande rand ophopen. Bij een plat dak: de dakbedekking die langs de rand omhoog krult of waar de trim in het membraan snijdt.
- Bouwdeel
- Dak
2× bekeken
- dak
Schade aan een dakterras of balkonvloerafwerking
Tegels op een dakterras die los liggen, wiebelen of omhoog zijn gekomen. Voegen die uitspoelen, tegeldragers die zijn verzakt, of een houten vlonder waarvan de delen kromtrekken. Onder het terras: een vochtplek op het plafond van de woning eronder. Kijk waar het water heen gaat. Een dakterras is een dak met een vloer erop, en de vloer is niet waterdicht — de laag eronder is dat.
- Bouwdeel
- Dak
- Ruimte
- Balkon
1× bekeken
- dak
Schade aan een rieten dak
Riet dat dun wordt: de dekdikte neemt af en op sommige plekken steken de bindingen of het dakbeschot door. Groene of zwarte plekken op het noorden. Riethalmen die aan het oppervlak grijs en vezelig zijn en die je met de hand kunt uittrekken. Bij de nok soms een verzakking of een losgeraakte vorst. Meet de dikte waar je erbij kunt. Een gezond rieten dak is ongeveer dertig centimeter dik; onder de twintig is het einde in zicht.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- energie
Teruglopende opbrengst van zonnepanelen
De opbrengst van dit jaar ligt merkbaar lager dan die van vorig jaar, bij vergelijkbaar weer. In de app of op de omvormer zie je dat één string of één paneel achterblijft. Soms staat de omvormer op storing, soms schakelt hij midden op de dag uit. Vergelijk altijd hetzelfde: dezelfde maand van twee jaren. Zonlicht verschilt per jaar en een enkele sombere maand zegt niets.
- Bouwdeel
- Duurzame installatie
1× bekeken
- dak
Uitgezakt of losgekomen loodwerk
Lood dat niet meer plat ligt: het staat bol, hangt af, of is uit de voeg gekomen waarin het was vastgezet. Je ziet het bij een schoorsteen, langs een dakkapel, bij de aansluiting van een aanbouw op de gevel, of in een goot. Soms is het lood zelf gescheurd — dunne, rafelige scheuren, meestal in de plooi waar het is omgezet. Vaak gaat het samen met een vochtplek binnen, en dan is het lood de oorzaak.
- Bouwdeel
- Dak
2× bekeken
Toon 4 gebreken meer37 van 41 getoond · pagina 3 van 4
Wat staat hier?
- Hoe zoek ik hier iets op?
- Op het verschijnsel. «Bruine vlek op het plafond» en niet «lekkage» — want welke van de vier oorzaken het is, is precies wat je nog niet weet.
- Wat betekent de ernst?
- De graad die geldt als je de vragen niet invult. Staat er niets, dan hangt het werkelijk van jouw situatie af, en dan is een graad noemen een bewering die we niet kunnen waarmaken.
- Is dit een diagnose?
- Nee. Het is een richting plus de vraag die een deskundige zou stellen. Bij constructie, gas en asbest staat er expliciet bij dat je iemand moet laten kijken.
Verder kijken
Checklists
Lijsten om ter plekke af te vinken
98 checklists
Kennisbank
Naslag met hoofdstukken, om in te zoeken
477 artikelen
Werkomschrijvingen
De basis onder een offerteaanvraag
87 omschrijvingen