KennisGebreken
Wat staat hier?Zoek op wat je ziet, niet op wat het is. Per verschijnsel: waar het vandaan kan komen, hoe ernstig het is, en wat de eerstvolgende stap is.
Sorteren:Oudste eerst
in zeven groepen — wat de kleuren betekenen
226 gebreken
- afwerking
Klemmende of beschadigde binnendeur
Een binnendeur die niet meer goed sluit, die openzwaait als je hem loslaat, of die met een klap dichtvalt. Een kruk die doorslaat, een slot dat niet meer grijpt, of een deurblad met een gat, een deuk of een losgelaten rand. Kijk naar de naad en naar de vloer eronder. Een deur die over een nieuwe vloer schuurt, is iets anders dan een deur die scheef hangt.
- Bouwdeel
- Deur
1× bekeken
- afwerking
Klemmende deur of raam
Een deur die niet meer soepel sluit, aanloopt tegen de dorpel of tegen de bovenkant van het kozijn. Een raam dat je met kracht moet dichtduwen, of dat aan één kant wel sluit en aan de andere niet. Kijk naar de naad rondom. Een deur hoort overal ongeveer evenveel speling te hebben. Loopt de naad taps toe — bovenaan breed, onderaan smal, of andersom — dan staat er iets scheef, en dan is de deur het gevolg en niet de oorzaak.
- Bouwdeel
- Deur
1× bekeken
- comfort
Klemmend of lekkend kunststof raam
Een kunststof raam of deur die zwaar loopt, niet meer over de hele lengte aandrukt, of waar tocht en water langskomen. Soms een scheur in een hoekverbinding — de las waar twee profielen samenkomen — of een vervormde vleugel die aan één kant klemt en aan de andere kier laat. Bij een schuifpui: een schuifdeur die stroef loopt of die aan de onderzijde water doorlaat.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
1× bekeken
- vocht
Klachten na spouwmuurisolatie
Vochtplekken op de binnenmuur die er vóór het isoleren niet waren. Een gevel die na regen langer nat blijft. Schimmel in een hoek of achter een kast. Een muur die op de ene plek warm aanvoelt en op de andere koud. Soms een geur die niet weggaat, of isolatiekorrels die uit een open stootvoeg of een ventilatierooster komen. De klacht begint zelden meteen. Het gebruikelijke beeld is dat het eerste natte seizoen na het isoleren goed gaat en het tweede niet. Dat verband wordt daardoor vaak niet gelegd.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- isolatie
Kierend of tochtend dakluik en vlieringvloer
Een luik naar de vliering of de zolder dat niet strak sluit, met een zichtbare kier rondom. Een koude luchtstroom die je voelt als je eronder staat. Stof en isolatievlokken die langs de rand naar beneden komen. Een vlek of een druppel condens op de bovenzijde van het luik in de winter. Isolatie op de vlieringvloer die is samengeklit, weggeschoven of waar looppaden doorheen zijn gelopen. En het beeld dat het meeste zegt over hoeveel het kost: een vliering die in de winter niet ijskoud is. Dat is warmte uit je woning die daar niet hoort te zijn.
- Bouwdeel
- Dak
- Ruimte
- Zolder
2× bekeken
- sanitair
Kalkaanslag en hard water
Witte korst op de douchekop, op de kraanuitloop en op de glazen douchewand. Een waterkoker die van binnen wit is. Doffe plekken op tegels en op roestvrij staal die je er niet af krijgt. Wasgoed dat stug aanvoelt. Wat je niet ziet, is de kalk in de leidingen, in de boiler en op de warmtewisselaar van de ketel — en dat is waar het geld zit.
- Bouwdeel
- Water en riolering
- Ruimte
- Badkamer
1× bekeken
- geluid
Installatiegeluid in de woning
Niet zozeer zien als horen. Een brommend of zoemend geluid dat er 's nachts is en overdag niet opvalt. Een tik of klap wanneer de lift start of stopt. Het aanslaan van een pomp dat je door de muur voelt. Een ventilatie-unit die ratelt. Een hydrofoorinstallatie die om vier uur 's nachts aanslaat omdat iemand in het gebouw de wc doortrekt. Het kenmerk dat dit onderscheidt van burengeluid: het geluid is regelmatig, mechanisch en niet gebonden aan menselijk gedrag. Het komt terug op vaste momenten of bij vaste handelingen, en het verandert niet als de buren op vakantie gaan.
- Bouwdeel
- Installaties
2× bekeken
- constructie
Houtworm of boktor in het houtwerk
Kleine ronde gaatjes in hout: in een balk, een vloerdeel, een trap, een kozijn of een oud meubel. Onder de gaatjes ligt fijn poeder, zo fijn als bloem of iets grover als zand. Soms hoor je in een stille kamer een zacht knagend of tikkend geluid in de zomermaanden. De maat van de gaatjes en de aard van het poeder zeggen welk insect het is, en dat bepaalt of het een kleine of een grote zaak is.
- Bouwdeel
- Draagconstructie
1× bekeken
- gevel
Houtrot in kozijnen
De verf bladdert of barst open, meestal onderaan het kozijn of in een hoek. Daaronder zit hout dat donker verkleurd is en dat zacht aanvoelt. Duw je er met een schroevendraaier in, dan zakt hij weg zonder weerstand. Het begint vrijwel altijd op dezelfde plekken: de onderdorpel, de onderste hoekverbindingen, en het punt waar het kozijn in het metselwerk staat. Dat zijn de plaatsen waar water blijft staan.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
2× bekeken
- constructie
Houtrot in de vloerbalken
Meestal zie je eerst niets. Je merkt het: een vloer die veert waar hij vroeger vast lag, een plank die meegeeft bij de muur, een deur die opeens langs de vloer schuurt. Soms een muffe, aardachtige lucht in de kamer die na ventileren terugkomt. Wie in de kruipruimte kijkt, ziet het wel: donkere, zachte plekken op de balken, meestal daar waar ze in de buitenmuur liggen. Dat uiteinde heet de balkkop, en dat is bij dit gebrek vrijwel altijd de plek waar het begint.
- Bouwdeel
- Vloer
- Ruimte
- Kelder
1× bekeken
- dak
Houtrot in de dakkapel
Afbladderende verf op de zijwangen van de dakkapel, meestal het eerst onderaan waar de wang op het dakvlak staat. Zachte plekken in het houtwerk van de boeiboord of de onderdorpel van het raam. Zwarte verkleuring rond de aansluiting met de dakbedekking. Een kozijn dat is gaan werken en waarvan het raam klemt. Aan de binnenkant: een vochtplek in de hoek van het schuine plafond, of schimmel achter een kast op zolder. De plek waar het begint is bijna altijd dezelfde: de onderste tien centimeter van de wangen en de aansluiting op het dak. Daar staat water, daar spat regen op, en daar wordt bij het schilderen het minst goed bijgekomen.
- Bouwdeel
- Dak
- Ruimte
- Zolder
2× bekeken
- veiligheid
Houtrook van een haard of kachel
Je ruikt rook in huis terwijl je zelf niet stookt. Meestal aan het begin van de avond, in het stookseizoen, en het sterkst bij windstil en mistig weer. De lucht komt binnen via een ventilatierooster, via een kier bij het kozijn, of via de mechanische toevoer; soms hangt hij in het beddengoed en in gordijnen zonder dat je hem in de tuin ruikt. Er is een tweede vorm die anders is en die veel ernstiger kan zijn: rook of verbrandingslucht uit je eigen toestel. Een haard die terugslaat, een kachel die bij het openen rook de kamer in laat, of een geur die met de wind wisselt. Bij een eigen toestel gaat het niet alleen over hinder maar over verbrandingsgassen in de woning. Het onderscheidende kenmerk: de geur is die van verbrand hout of van roet, en hij komt op vaste tijden terug. Dat patroon is bijna altijd naar één schoorsteen te herleiden, en dat is wat de aanpak bepaalt.
- Bouwdeel
- Schoorsteen
- Ruimte
- Woonkamer
1× bekeken
- vloeren
Holklinkende of losse dekvloer
Een vloer die op sommige plekken hol klinkt als je eroverheen loopt of erop tikt, terwijl hij elders massief aanvoelt. Vaak merk je het aan de tegels: een tegel die tikt of wipt, een voeg die openscheurt, of een rij tegels die over een strook los is gekomen. Bij een gietvloer of een tapijt hoor je het eerder dan dat je het ziet — een dof, hol geluid onder je hakken. Er hoort een tweede beeld bij: een scheur in de dekvloer die dwars over de ruimte loopt, vaak van een hoek of van een deuropening af. En bij vloerverwarming een vloer die op plaatsen niet warm wordt, terwijl de leiding er wel onder ligt. Het onderscheidende kenmerk: de vloerafwerking is niet het probleem — de laag eronder is losgekomen van de constructievloer. Dat is de reden dat opnieuw tegelen op dezelfde plek binnen twee jaar terugkomt.
- Bouwdeel
- Vloer
1× bekeken
- gevel
Groene aanslag en mos op gevel en dak
Een groene of zwarte waas op de gevel, meestal op de noord- of oostzijde. Mos tussen de dakpannen of op het platte dak. Groene aanslag op de bestrating en op houtwerk, glad bij regen. Kijk waar het niet zit. Het patroon — wél op de ene zijde, niet op de andere — vertel je waar het huis lang nat blijft, en dat is de eigenlijke informatie.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- geluid
Geluidsoverlast van de buren
Je hoort de buren: voetstappen boven je, een televisie door de muur, een deur die dichtvalt, een wasmachine die je door de vloer voelt. Soms verstaa je gesprekken; soms is het vooral een dreun die je meer voelt dan hoort. Dit is het enige gebrek in dit dossier dat niet zichtbaar is. Dat maakt het lastig, want een klacht zonder meting is een mening tegenover een mening.
- Bouwdeel
- Binnenwand
2× bekeken
- installaties
Gebroken of verzakte riolering in de tuin
Een put in de tuin die vol blijft staan. Bestrating die op één plek wegzakt, precies boven de lijn waar de rioolleiding loopt. Een lucht die bij warm weer uit de grond komt. Ratten in de tuin of in de kruipruimte. Toiletten die traag doorspoelen zonder dat er binnen iets verstopt zit. Bij een flinke bui: water dat uit een put omhoog komt in plaats van erin te verdwijnen. Het teken dat de meeste zekerheid geeft: een verzakking die een lijn volgt. Grond die op één punt wegzakt kan van alles zijn; grond die over drie meter in een rechte lijn wegzakt, volgt een leiding.
- Bouwdeel
- Terrein en tuin
- Ruimte
- Tuin
1× bekeken
- gevel
Gebarsten of lekkende glazen bouwstenen
Aan de stenen: barsten die dwars door een steen lopen, vaak van hoek naar hoek of in een ster; stenen met condens of water erin door een lek in de las tussen de twee helften; stenen die dof of melkachtig zijn geworden. Aan de voegen: scheuren langs de voegen, voegen die poederig worden of losvallen, roestsporen uit de voegen waar de wapening roest, en water dat bij regen langs de voegen naar binnen loopt. Aan de wand: een wand die in het midden bol staat of scheef is gaan hangen, een randvoeg tussen de wand en de constructie die is gescheurd of dichtgezet met mortel, en een wand die bij aanraken beweegt. Binnen: condens op de stenen in de winter, schimmel in de voegen en op de aansluitende wand, en een koude straling bij de wand. Bij een gevel: witte uitbloei, algen en een randaansluiting waar het water in loopt.
- Bouwdeel
- Gevel
- Ruimte
- Trappenhuis
- veiligheid
Gebarsten of gesprongen ruit
Een barst in het glas die er gisteren nog niet was. Soms één rechte lijn van rand tot rand, soms een barst die vanuit de sponning schuin het glasvlak in loopt. Bij gehard glas geen barst maar een ruit die in duizenden stompe korrels uiteenvalt en als een gordijn blijft hangen of naar beneden komt. Vaak is er geen aanleiding: niemand heeft er iets tegenaan gegooid. Dat is verwarrend en het is bij glas normaler dan mensen denken.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
1× bekeken
- vocht
Doorslaand vocht door de gevel
Een vochtplek op de binnenmuur die verschijnt na een periode met regen en wind uit dezelfde hoek, en die daarna weer wegtrekt. De plek zit vaak hoger op de muur dan bij optrekkend vocht en hij zit aan de kant waar de regen op staat — in Nederland meestal het zuidwesten. Buiten zie je een gevel die na regen lang donker blijft, soms met groene aanslag op de natte vlakken. Het onderscheidende kenmerk: de plek komt en gaat met het weer. Dat is het bewijs dat de bron buiten zit en niet in de grond of in de lucht binnen.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- constructie
Doorgezakt dakoverstek en doorbuigend dakterras
Aan het overstek: een boeiboord dat aan de buitenrand lager ligt dan bij de gevel, een golvende onderkant, een goot die naar het midden of naar één kant afloopt en overloopt bij regen, open naden tussen het overstek en de gevel, scheuren in het plafond van het overstek, en bij een houten overstek verkleurd, gescheurd of zacht hout aan de onderzijde. Aan het dakterras: een vloer die in het midden lager ligt, plassen die na regen blijven staan, tegels die wippen of bol staan, vlonderdelen die niet meer vlak liggen, een hekwerk dat uit het lood staat, en een aansluiting op de gevel of de deur die open staat of lekt. Onder het dakterras: een plafond dat doorhangt, scheuren op de naden van dakplaten of langs de wanden, vochtplekken, en een deur of raam eronder die klemt. In de tijd: een overstek dat na een dakrenovatie met isolatie of een nieuwe goot is gaan zakken; een terras dat na het leggen van tegels, plantenbakken of een jacuzzi doorhangt. Aan de belasting: een dakterras met zware tegels op tegeldragers, grote plantenbakken, een buitenkeuken of een hottub op een dak van een aanbouw uit de jaren zeventig.
- Bouwdeel
- Dak
- Ruimte
- Dakterras
1× bekeken
- gevel
Doorgeroeste latei boven het raam
Een horizontale scheur in het metselwerk vlak boven een raam of een deur, vaak in de eerste of tweede voeg. Soms roestbruine sporen die uit die voeg komen. Bij een zichtbare stalen latei: bladderende verf en een profiel dat dikker lijkt dan het was. Het metselwerk erboven kan iets naar voren komen te staan. Dat is het signaal dat het ernstig wordt.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- constructie
Doorbuigende of verende vloer
De vloer geeft mee als je loopt. Glazen in de kast tikken als iemand doorloopt, een lamp beweegt, en midden in de kamer voelt het duidelijk zachter dan bij de muur. Bij een houten vloer hoor je vaak kraken op dezelfde plekken. Leg een lange rechte lat of een strakke draad van muur tot muur en meet het verschil in het midden. Dat getal is het begin van elk gesprek hierover, want veert is een gevoel en doorbuiging in millimeters is een gegeven.
- Bouwdeel
- Vloer
1× bekeken
- constructie
Doorbuigende dakplaten en open naden tussen dakelementen
Aan het plafond: een doorhangend plafond tussen de wanden of de balken, het meest in het midden van de overspanning; rechte scheuren of open naden in de lengterichting op de plek van de elementnaden, die in de zomer en de winter verschillen; een aftimmering of stuclaag die op die naden scheurt of loskomt. Aan de elementen: bij een houten dakplaat een onderzijde die golft of waarvan de beplating loslaat, vochtplekken en verkleuring op de naden, en een plaat die bij drukken veert; bij cellenbeton een plaat die in het midden hangt, scheuren dwars op de overspanning en afbrokkelend materiaal bij de naden. Op het dak: een dakvlak dat tussen de opleggingen golft, plassen die na regen blijven staan in de laagste punten, en dakbedekking die op de naden van de elementen rimpelt of scheurt. Aan de belasting: grind, een tweede laag dakbedekking, extra isolatie, een groen dak of zonnepanelen die er later op zijn gelegd. Aan de aansluitingen: elementen die bij de oplegging op de muur of de ligger zijn verschoven of waarvan de bevestiging los zit; een dakrand die mee naar beneden is gekomen.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- dak
Dieren op zolder of in de spouw
Geluid boven het plafond: geritsel, gekrabbel, gepiep of gestommel, meestal in de avond of de vroege ochtend. Soms zie je het aan de buitenkant: een opgelichte dakpan, een gat bij de dakvoet, een ontbrekend rooster, of uitwerpselen op de dakgoot of het terras onder een gevelopening. Op zolder zie je het aan de isolatie: weggetrokken, samengedrukt of doorgraven, en soms met nestmateriaal.
- Bouwdeel
- Dak
- Ruimte
- Zolder
2× bekeken
- gevel
Defect rolluik of zonwering
Een rolluik dat halverwege blijft steken, scheef in de geleiders hangt of niet meer omhoog wil. Een screen of markies die niet meer strak trekt, waarvan het doek rafelt of die bij de minste wind klappert. Een schuine lamellenzonwering waarvan een deel niet meer meedraait. Vaak hoor je het eerst: een motor die zoemt zonder dat er iets beweegt, of een schurend geluid in de kast. Er hoort een tweede beeld bij dat vaker over het hoofd wordt gezien: een vochtplek of een scheur in het metselwerk onder de bevestiging van de kast. Dan is niet de zonwering het probleem maar wat hem vasthoudt. Het onderscheidende kenmerk: de storing zit bijna altijd in de ophanging, de geleiding of het ophangmateriaal, en zelden in de motor. Dat is bij dit gebrek de belangrijkste vaststelling, want het bepaalt of je een monteur of een nieuw product nodig hebt.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
1× bekeken
- verwarming
Cv-ketel geeft storing
Een foutcode op het display, of gewoon: geen warm water en geen verwarming. Soms slaat de ketel af en start hij na een reset weer op; soms blijft hij uit. Vaak gebeurt het op de eerste koude dag van het seizoen, wanneer de installatie na maanden weer wordt aangesproken. Noteer de foutcode voordat je reset. Dat is het enige gegeven dat er werkelijk toe doet en het is na een reset weg.
- Bouwdeel
- Verwarmingsinstallatie
2× bekeken
- installaties
Cv-installatie verliest druk
De waterdruk op het display of de manometer van de cv-ketel zakt. Bij een koude installatie hoort die tussen ongeveer 1,5 en 2 bar te staan; zakt hij onder de 1 bar, dan slaat de ketel af of gaat hij in storing. Je vult bij, en na een week of een maand staat hij er weer. Vaak in combinatie met radiatoren die aan de bovenkant koud blijven en een borrelend geluid in de leidingen. Het onderscheid dat de zoektocht stuurt: verliest hij druk alleen tijdens het stoken, of ook als de installatie uitstaat? Zakken bij stilstand wijst op een lek. Alleen zakken tijdens stoken wijst op het expansievat.
- Bouwdeel
- Installaties
2× bekeken
- dak
Craquelé, krimp en plooien in bitumen dakbedekking
Craquelé: een fijn netwerk van scheurtjes in de toplaag, als gebarsten klei, vooral op plekken waar de zon het hardst op staat en waar geen ballast of leislag meer ligt. De bedekking voelt hard en bros aan en kruimelt bij buigen. Krimp: de banen zijn korter en smaller geworden; de overlap tussen twee banen staat open of is in spanning, de bedekking trekt van de opstand of de dakrand weg en er ontstaat een spleet bij de kim, de hoek tussen dak en opstand. Bij de dakrand ziet u dat de bedekking omhoog wordt getrokken. Plooien: regelmatige, evenwijdige ribbels in de baanrichting of dwars erop, soms alleen zichtbaar in de ochtend als het dak koud is, soms blijvend. Plooien op de naden van de onderliggende isolatieplaten tekenen de plaatverdeling af; plooien in een baan wijzen op een bedekking die is verschoven of niet gehecht.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- gevel
Craquelé en afschilfering van geglazuurde baksteen en tegels
Craquelé: een fijn netwerk van haarscheurtjes in het glazuur, als gebarsten ijs, over de hele steen of tegel of in zones; vaak met vuil in de scheurtjes waardoor het netwerk donker aftekent. Afschilfering: glazuur dat in schubben of vlokken loslaat, met een dofrode, gele of witte kern eronder die water opneemt en verkleurt; randen van stenen en tegels die het eerst kaal worden. Uitzetting: stenen of tegels die bol staan, voegen die zijn kapotgedrukt of open staan, een rij die uit het vlak komt; witte uitbloei in de voegen en op de kale kern. Vlekken en verkleuring: doffe plekken, kleurverschil tussen stenen, bruine of groene aanslag in het craquelé, en roestpuntjes uit de kern. Plaats: het meest bij plinten, onder dorpels en raambanken, bij de goot, in een portiek waar het water blijft staan en op de noord- en westzijde; binnen bij tegels achter een gootsteen of in een badkamer waar water achter de tegel komt.
- Bouwdeel
- Gevel
2× bekeken
- comfort
Condens tussen dubbel glas
Beslagen glas dat je niet kunt schoonvegen, omdat het vocht tussen de twee ruiten zit. Bij zonnig weer verdwijnt het soms en 's ochtends is het er weer. Na verloop van tijd blijft er een grijzige of regenboogachtige waas achter die niet meer weggaat. Dit is iets anders dan condens óp de ruit. Dat laatste zit aan de kamerzijde, is met een doek weg te vegen en gaat over ventilatie.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
1× bekeken
- vocht
Condens op koudwaterleidingen
Druppels aan de onderzijde van een koudwaterleiding over de hele lengte, een natte plek op de vloer of in de kast eronder, roestige beugels en een verkleurde leiding. In de meterkast: een natte bodem en een vochtige geur; in een keukenkastje: een kast die van binnen nat is en een bodem die opzwelt; in de kruipruimte: druppels van de leidingen op de bodem en schimmel op de onderkant van de vloer. Het ergst in de zomer bij warm, vochtig weer en in de badkamer of keuken na gebruik van warm water; in de winter bij een verwarmde ruimte met een koude leiding. Bij een leiding die door een plafond of een koof loopt: een vochtplek op het plafond eronder die na warme dagen groter wordt en niet samenhangt met regen.
- Bouwdeel
- Water en riolering
- Ruimte
- Keuken
1× bekeken
- vocht
Condens op de binnenkant van de ruit
Beslagen ramen 's ochtends, water op de vensterbank, en na verloop van tijd zwarte stippen in de kitnaad of op het hout onder het raam. Meestal in de slaapkamer, en het ergst na een koude nacht. Dit is condens op het glas, aan de kamerzijde, en dat is iets anders dan condens tussen twee ruiten. Dit kun je wegvegen; dat andere niet.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
2× bekeken
- vocht
Condens op aluminium kozijnprofielen
In de winter: druppels op het aluminium aan de binnenzijde, het meest op de onderdorpel en in de onderhoeken, terwijl het glas in het midden droog is; bij vorst rijp op het profiel binnen. Op de vensterbank: natte plekken, kringen, zwarte schimmel in de kitvoeg tussen kozijn en vensterbank en tussen kozijn en muur, en soms een houten vensterbank die opzwelt of verkleurt. Aan de afwerking: behang en verf die bij de kozijnaansluiting loslaten, schimmel op het stucwerk naast het kozijn, en muffe lucht in de slaapkamer. Aan het profiel: een enkelvoudig aluminium profiel, vaak geanodiseerd brons of naturel, zonder zichtbare kunststof scheiding tussen binnen en buiten; bij een modern profiel een zichtbare kunststof strip in de doorsnede.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
- Ruimte
- Slaapkamer
1× bekeken
- dak
Condens onder een metalen dak
Aan de onderkant van het metaal: druppels of een film van water, rijp in de winter, witte of grijze corrosie bij zink en aluminium, roest bij staal; druppels die op de isolatie, het beschot of de vloer eronder vallen. In de ruimte eronder: vochtplekken op het plafond die in de ochtend nat zijn en overdag drogen, een muffe lucht, schimmel op het beschot of de gordingen, en isolatie die nat en samengezakt is. Bij een garage, berging, schuur of aanbouw met een metalen dak zonder isolatie: het hele dak druppelt bij een koude ochtend en de vloer is nat. Bij een woning met een zinken of stalen dak op isolatie: natte plekken bij de aansluitingen en de doorvoeren, en een dak dat van buiten in orde lijkt.
- Bouwdeel
- Dak
- Ruimte
- Berging
1× bekeken
- vocht
Condens en vocht in de dakconstructie
Op zolder of in het dakbeschot: donkere vochtplekken, druppels aan de onderzijde van folie of beschot, witte of zwarte schimmel op het hout, roestige spijkerkoppen en beugels, en bij vorst rijp of ijs aan de binnenkant van het dak. Isolatiemateriaal dat nat of samengezakt is. Een muffe, kelderachtige lucht op zolder. Het beeld is verspreid over het hele dakvlak of het is het ergst waar het dak het koudst is: aan de noordkant, bij de nok en op plekken zonder ventilatie. Bij een dakkapel: condens op het plafond en in de hoeken, en nat multiplex. Bij regen verandert er niets; bij een koude, windstille nacht na een dag douchen en koken wordt het erger. Dat is het teken dat u met condens te maken heeft en niet met een lek.
- Bouwdeel
- Dak
- Ruimte
- Zolder
2× bekeken
- schade
Coatingschade op aluminium kozijnen en gevelplaten
Haarfijne, kronkelende lijntjes onder de laklaag van een aluminium kozijn, gevelpaneel, dakrand of balkonhek. Ze lopen als draadjes weg van een kras, een boorgat of een snijkant, en ze zijn ongeveer een halve millimeter breed. Langs die draden staat de coating bol of komt hij in schilfertjes los; eronder zit wit poederig materiaal. Daarnaast komen andere beelden voor: doffe, krijtende lak, putjes in het oppervlak, of aantasting precies op de plek waar aluminium een ander metaal raakt. Let op de onderdorpels en de zuid- en westzijde. Daar is het oppervlak het vaakst nat en daar begint het.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- dak
Bruine en witte uitslag op bitumen dakbedekking en onder lood
Op de bitumen: bruine, gele of roestkleurige vlekken en strepen die vanaf de overlappen naar de afvoer lopen of in vlakken liggen waar het water blijft staan; een bedekking die op die plekken dof en ruw is geworden of gebleekt; bij een dak met leislag een verkleuring van het grind. Onder lood en zink: een witte, poederige of kristallijne laag op het lood zelf, witte strepen die vanaf de loodslabbe over de opstand, de gevel of de bedekking lopen, en witte vlekken op het metselwerk onder een loodstrook of een zinken afdekking; bij nieuw lood het duidelijkst in het eerste jaar. Op de gevel: witte strepen onder loodslabben boven ramen en bij de aansluiting van een aanbouw, en een witte waas op het metselwerk onder een zinken muurafdekking. Aan de afvoer: bruin of wit gekleurd water in de vergaarbak en op de bestrating onder de afvoer. Wat je niet ziet: geen blazen, geen scheuren, geen open naden en geen lekkage binnen; zit dat er wel, dan is de uitslag niet het onderwerp.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- sanitair
Bruin of troebel kraanwater
Water dat bruin, roestkleurig of melkachtig uit de kraan komt. Soms alleen bij het eerste tappen 's ochtends, soms na werkzaamheden in de straat, soms alleen uit de warmwaterkraan. Vang een glas op en laat het staan. Wit water dat van onderaf opklaart, is lucht. Bruin water dat een bezinksel achterlaat, is iets anders.
- Bouwdeel
- Water en riolering
2× bekeken
- algemene ruimten
Breuk in een glazen vloerafdekking of glazen vloerdeel
Een ster of een spinnenwebpatroon in het glasoppervlak, vaak met een klein indrukpunt in het midden. Een enkele rechte barst die van rand tot rand loopt. Dat wijst eerder op een spanningsbreuk dan op een klap. Melkwitte of grijzige verkleuring tussen de glaslagen, meestal beginnend bij een hoek of langs de rand. Dat is de tussenlaag die vocht heeft opgenomen. Een paneel dat veert onder uw voet of dat klappert als iemand er overheen loopt. Dat hoort u vaak eerder dan u het ziet. Een antislipopdruk die op de looplijn is weggesleten, zodat er een glad spoor midden over het paneel loopt.
- Bouwdeel
- Vloer
- Ruimte
- Balkon
1× bekeken
- dak
Blazen en bobbels in de dakbedekking
Bobbels in het dakvlak van een plat dak: ronde blazen van een handpalm groot, of langgerekte plooien langs een naad. Bij warm weer staan ze bol en veerkrachtig; in de winter zakken ze in. Soms zitten er scheurtjes bovenop een blaas, en dan is er een weg naar binnen. Onderscheid blazen van plooien. Een blaas is rond en zit midden op het vlak: daar zit lucht of vocht onder de bedekking. Een plooi is langgerekt en volgt een naad of een rand: daar heeft de bedekking gewerkt of is hij verschoven.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- sanitair
Bevroren of lekkende buitenkraan
Een buitenkraan die na de winter niet meer dicht gaat, of die druppelt zodra je hem opendraait. Soms een natte plek op de muur onder de kraan, of water dat binnen langs de leiding naar beneden loopt — in de kruipruimte, in de garage of in een kast. Vaak merk je het pas in het voorjaar, bij de eerste keer dat je de tuin sproeit. De schade is dan al in februari ontstaan.
- Bouwdeel
- Water en riolering
1× bekeken
- constructie
Betonschade aan balkon of galerij
Een bruine roestvlek op de onderkant of de rand van een betonnen balkon of galerijvloer. Vaak staat het beton daar bol, of er is een schilfer afgevallen waaronder je een roestige staaf ziet liggen. Onder de plek liggen soms betonbrokjes op de grond. De vakterm is betonrot: de wapening in het beton roest, zet daarbij uit tot een veelvoud van zijn eigen volume, en drukt het beton eromheen weg. Wat je ziet is dus niet de schade zelf maar het gevolg ervan.
- Bouwdeel
- Balkon en galerij
- Ruimte
- Galerij
4× bekeken
- dak
Barsten, roestvlekken en schade aan een leien dak
Aan de leien: barsten in de lengte of dwars, hoeken die zijn afgebroken, leien die uit het vlak steken of zijn afgeschoven en de lei erboven ontbloten, roestbruine vlekken, druppels en strepen die van een lei naar beneden lopen, een oppervlak dat schilfert of poederig aanvoelt, en bij kunstleien een vervaagd, ruw en soms groen oppervlak met afgebrokkelde randen. Aan de bevestiging: roestige nagels of haken die zichtbaar zijn bij afgeschoven leien, haken die zijn gebroken, en leien die klepperen bij wind. In de goot en op de grond: stukken lei, roestige haken en leigruis na een storm. Binnen: vochtplekken op de zolder of in de dakkapel onder de kapotte leien, en bij een dak zonder folie druppels bij stuifsneeuw. Aan het dak als geheel: golvingen waar de panlatten of het beschot zijn gaan werken, en een dak dat ouder is dan vijftig jaar met de oorspronkelijke bevestiging.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- veiligheid
Asbestverdacht materiaal in de woning
Golfplaten op een schuurdak of een garage, grijs en verweerd, vaak met mos. Vlakke, harde platen achter de cv-ketel, in een meterkast, als schuurwand of als plafondplaat. Een oude vinylvloer met een zwarte, viltachtige laag eronder. Een oud rioolstuk of ventilatiekanaal van hard grijs materiaal. Bloembakken en gevelbeplating van dezelfde grijze plaat. Er is geen kenmerk waarmee je asbest met het blote oog vaststelt. De vuistregel is de bouwperiode: materiaal dat vóór 1994 is aangebracht, kan asbest bevatten; daarna niet. Alles daarbinnen heet asbestverdacht, en verdacht betekent: behandelen alsof het zo is, totdat een laboratorium iets anders zegt.
- Bouwdeel
- Installaties
1× bekeken
- gevel
Afschilferende of verweerde baksteen
Bakstenen waarvan de buitenlaag afbladdert: schilfers die eraf komen, een korrelig oppervlak dat afgeeft als je erover wrijft, of stenen waarvan de voorkant is weggevallen en waar je de ruwe binnenkant ziet. Onder de gevel ligt gruis. Het zit vaak niet overal. Kijk waar het het ergst is: onderaan de gevel, onder een raamdorpel, naast een regenpijp, of aan de noordzijde die het langst nat blijft.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- dak
Afschilferende of kapotgevroren dakpannen
Aan de pannen: een oppervlak dat in dunne schubben loslaat en een ruwe, lichtere kern toont; afgesprongen glazuur in vlekken; afgebroken hoeken, randen en neuzen; pannen die in de lengte gebarsten zijn en pannen die dof, poederig of groen zijn. Op de grond en in de goot: scherven en schubben, zand van de pannen en een goot die sneller vol zit. Aan het dak: schilfering vooral aan de noordzijde, onder bomen, bij de goot en op flauwe dakdelen waar het water langzaam wegloopt; mos in de sluitingen en op de pannen; plekken waar meerdere pannen tegelijk zijn aangetast. Binnen: bij een dak zonder folie vochtplekken op de zolder onder de kapotte pannen, en bij een dak met folie water op de folie dat bij de goot uitkomt. Bij een geglazuurd dak: vlekken waar het glazuur weg is en de klei eronder water opneemt en verkleurt.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- gevel
Afbladderende verf op een geschilderde gevel
Blazen in de verf die bij drukken openbreken en vocht of poeder tonen, schilfers en vellen die loslaten met de toplaag van het pleisterwerk of een dun laagje steen eraan, kale plekken met een grijze of witte, poederige ondergrond, en op de kale plekken vaak witte uitbloei of alg. Het patroon: onderaan de gevel tot een halve meter of een meter boven het maaiveld, in banen onder een lekkende goot of naast een regenpijp, onder raamdorpels, rond een aanbouw waar een dak op de gevel aansluit, en aan de noord- en westzijde meer dan aan de zuidzijde. Bij een gevel die kort geleden is geschilderd: blazen binnen enkele maanden, vaak na de eerste warme dagen, verspreid over vlakken die niet droog waren.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- onderhoud
Afbladderend buitenschilderwerk
Verf die loskomt van het houtwerk: als blaren, als schollen, of als een fijn poeder dat op je hand blijft zitten als je erover wrijft. Meestal begint het op de zuidwestzijde, op de onderdorpels en op de kopse kanten van het houtwerk. Kijk wat eronder zit. Kaal maar hard hout is één situatie; donker, zacht hout is een andere en veel duurdere.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
3× bekeken
- verwarming
Achterstallig onderhoud aan blokverwarming
Een collectieve verwarmingsinstallatie die niet meer doet wat hij hoort te doen. In de woningen merk je het aan het comfort: de bovenste verdiepingen zijn te warm en de onderste te koud, of het is precies omgekeerd; er is 's ochtends geen warm water; radiatoren worden lauw in plaats van heet. In de ketelruimte zie je het aan de installatie zelf: roest onder een ketel, kalkspoor op een pomp, isolatie die van de leidingen hangt, en een vulmeter die veel te vaak is bijgevuld. Er hoort een tweede beeld bij dat in de vergadering opvalt en niet in de ketelruimte: een stookkostenafrekening die per jaar hard oploopt zonder dat de bewoners meer stoken, en een onderhoudscontract waarin al tien jaar dezelfde regel staat. Het onderscheidende kenmerk: de installatie werkt nog, en dat is precies waarom er niets gebeurt. Blokverwarming faalt zelden in één keer; hij verliest jaar na jaar rendement en comfort tot iemand het uitrekent.
- Bouwdeel
- Installaties
- Ruimte
- Algemene ruimte
1× bekeken
- dak
Aangetaste, opbollende of verzakte zinken goot
Opbollen: de gootbodem staat op een of meer plekken omhoog als een golf, meestal midden in een lange goot, en de soldeernaden ernaast zijn gescheurd of gebarsten. In de zomer is het erger dan in de winter. Aantasting: witte tot grijze, poederige aanslag op de bodem met daaronder putjes, en uiteindelijk gaatjes; vaak in een baan waar water van het dak op de goot valt of waar bitumen, een koperen leiding of een bepaald type dakpan het zink raakt. Bij daken met leipannen en bij dakbedekking van gemodificeerd bitumen komt dit veel voor. Verzakking: de goot hangt op één plek lager, water blijft staan na regen, er ligt bezinksel en mos, en bij vorst tilt het ijs de naden op. Aan de gevelkant lekt het langs de muur, zonder zichtbare scheur, omdat het water over de achterrand loopt.
- Bouwdeel
- Dak
2× bekeken
- dak
Natte of verzakte dakisolatie
Bij een plat dak: het dakvlak voelt op sommige plekken zachter aan dan op andere, of er staan blijvende plassen die er eerder niet waren. Binnen: een plafond dat op één plek koud aanvoelt, of een stookrekening die stijgt zonder dat er iets is veranderd. Bij een hellend dak: isolatie tussen de sporen die is weggezakt, waardoor er bovenaan een kier zit. Op zolder zie je dat als een donkere streep tussen de isolatieplaat en de nok, en je voelt er koude lucht langs komen.
- Bouwdeel
- Dak
2× bekeken
- gezondheid
Muizen of ratten in de woning
Keutels achter in een keukenkastje, in een lade of langs een plint. Knaagsporen aan een verpakking, aan een plint of aan een leiding. Geritsel achter de plint, boven het plafond of onder de vloer, vooral 's avonds en 's nachts. Een muffe, scherpe ammoniakgeur in een kast die niet weggaat. Bij ratten zijn de sporen groter en zie je vaker een looppad: een vettige veegstreep langs een muur, gaten in de tuin bij de riolering of langs de gevel, en soms een graafgang onder een terras. Ratten in een woning komen bijna altijd van beneden en muizen van opzij. Het onderscheidende kenmerk: er is een spoor, en dat spoor wijst naar een opening. Bij dit gebrek is het bestrijden nooit de oplossing en het dichten wel; wat je ziet is niet het dier maar de weg die het heeft gevonden.
- Bouwdeel
- Gevel
- Ruimte
- Keuken
2× bekeken
- gevel
Metselwerk bol of uitgeweken
Een gevel die niet vlak is. Van dichtbij zie je het niet, maar als je langs de gevel kijkt — met je oog bijna tegen het metselwerk, in de lengte — zie je een bult of een golf. Vaak zit die bult op de bovenste verdieping, onder de dakrand, of boven een raam. Soms hangt de hele gevel voorover. Er horen andere verschijnselen bij: verticale scheuren op de plaats waar de gevel het verst uitwijkt, voegwerk dat daar breder is dan elders, en een dakrand of een goot die niet meer aansluit. Binnen kan het onopvallend zijn — de binnenmuur staat er los van — maar je ziet soms een spleet tussen de binnenmuur en de vloer of het plafond. Het onderscheidende kenmerk: de gevel is uit het lood of uit het vlak, en dat is met een schietlood of een lange rei te meten. Scheuren in de gevel zijn een veelvoorkomend en meestal onschuldig verschijnsel; een gevel die bol staat, is dat niet.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- dak
Losse of verschoven nokvorsten
De rij vorsten op de nok van het dak ligt niet meer recht. Een of meer vorsten staan schuin, er zit een spleet tussen twee vorsten, of er ligt een stuk specie op het dakvlak of in de goot. Vanaf de straat zie je een golvende noklijn in plaats van een rechte. Soms is een vorst helemaal verdwenen en kijk je in het gat. Binnen op zolder merk je het aan tocht langs de nok, aan een streep licht die je eerder niet zag, en na een bui aan natte plekken op het dakbeschot of op de isolatie precies onder de nok. Het onderscheidende kenmerk: de schade zit op de hoogste lijn van het dak en is van de straat te zien. Dat is ook de reden dat dit gebrek zo vaak jaren blijft liggen — niemand komt er, en er is meestal geen lekkage die dwingt.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- algemene ruimten
Losse of onveilige trapleuning
Een leuning die meegeeft als je eraan trekt, die bij een van de bevestigingen los van de wand staat, of die halverwege de trap ophoudt. Bij een houten leuning zie je vaak een scheur bij de schroefgaten of een plug die uit het pleisterwerk is gekomen; bij een spijlenhek zit er een spijl los of ontbreekt er een. Er hoort een tweede beeld bij dat minder als gebrek wordt gezien en dat het grootste risico vormt: een balustrade langs een trapgat of een overloop met openingen waar een kind tussendoor kan, of met horizontale regels waar het op kan klimmen. En bij een oude woning: een trap zonder leuning, of een leuning op een hoogte die niet past bij wie er woont. Het onderscheidende kenmerk: de leuning is er om iemand te dragen die valt, en dat is precies de belasting die zelden is getest. Een leuning die de dagelijkse hand aankan, houdt niet automatisch een vallend mens.
- Bouwdeel
- Trap
1× bekeken
- gevel
Losse of gevlekte natuurstenen gevelplaten en plinten
Bij loskomen: een plaat die hol klinkt bij tikken, iets naar buiten staat of verschoven is ten opzichte van de buren, open of gescheurde voegen rondom, roestwater uit een voeg, en in het ergste geval een plaat die is gevallen en een kale plek met roestige ankers. Bij vlekken: donkere vochtvlekken die na regen blijven, gele of roestbruine verkleuring vanuit de voegen of vanuit het midden van de plaat, witte uitbloei aan de randen, groene alg op de noordzijde, en bij plinten een donkere zone onderaan die omhoog trekt. Bij afschilfering: een plaat waarvan de toplaag in schubben loskomt, vooral bij leisteen, zandsteen en sommige kalkstenen, of een plaat met scheuren door vorst. Bij bijzondere steensoorten zoals wit marmer of blauwe hardsteen: een plaat die opbolt of kromtrekt, of een plaat met zwarte aders en vlekken die uit de steen zelf komen.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- afwerking
Loslatende verf en plamuur op gipsblokken, beton en metalen leidingen
Op gipsblokken en cellenbeton: verf en plamuur die in vellen loskomen met een witte, poederige laag eraan, zichtbaar bij de kopse kanten van blokken en op de lijmvoegen; blazen die openbreken en een kale, krijtende ondergrond tonen; de nieuwe laag die er zonder moeite met een krabber af gaat. Op beton: blazen en schilfers op een gladde betonnen wand, een plafond of een trap, vaak in vlakken waar de bekisting glad was; een glimmende of vettige ondergrond onder de losse verf; roestpuntjes waar de wapening dicht onder het oppervlak zit. Op metalen leidingen en radiatoren: verf die in ringen of vellen bladdert, roest onder de verf, verf die zacht en kleverig wordt als de verwarming aan staat, en op verzinkte buizen verf die als een film loskomt. Op luchtkanalen en stalen kozijnen: verf die in grote vellen loslaat met een glad, glimmend metaaloppervlak eronder. In de tijd: loslaten binnen weken na het schilderen is de voorbehandeling; loslaten na jaren op één plek is vocht of warmte.
- Bouwdeel
- Binnenwand
2× bekeken
- onderhoud
Loslatende of ingesnoerde beglazingskit
Aan de buitenzijde, onderaan de ruit: een kitvoeg die van het glas of van het hout is losgelaten, met een donkere spleet erachter; een voeg die is ingezakt en hol staat; een gebarsten, harde voeg met scheurtjes; of een kitlint dat los uit de sponning hangt. Vaak groen van alg of zwart van schimmel. Bij isolatieglas: een randverbinding die zichtbaar is geworden doordat de kit weg is, soms met een zwarte of grijze massa die zacht is en uitpuilt. Beslaan tussen de bladen volgt vaak binnen enkele jaren. Bij houten kozijnen: verf die rond de kitvoeg opbolt of loslaat, en een onderdorpel die bij drukken zacht is. Bij kunststof en aluminium: kit die van het profiel is losgelaten, glaslatten die niet meer aansluiten. Aan de binnenzijde: soms een vochtplek of schimmel in de hoek van de vensterbank onder de ruit.
- Bouwdeel
- Kozijn en raam
1× bekeken
- badkamer
Loslatend tegelwerk
Een tegel die hol klinkt als je erop tikt, of die zichtbaar loszit. Soms komt er een hele baan tegels omhoog, soms barst er één. In de badkamer of de keuken gaat het vaak samen met voegen die verkleuren en kit die loslaat. Klop met je knokkel of met de steel van een schroevendraaier over het tegelwerk. Een goed vastzittende tegel klinkt dof en vol; een losse tegel klinkt hol. Dat verschil hoor je meteen, ook zonder ervaring.
- Ruimte
- Badkamer
1× bekeken
- afwerking
Loslatend stucwerk binnen
Stucwerk dat bol staat, barst of in schollen loskomt. Soms komt er een plaat van een halve vierkante meter in één keer af; soms zit het alleen los en klinkt het hol als je erop tikt. Tik met een muntstuk over de wand en markeer waar het hol klinkt. Dat gebied is altijd groter dan de plek waar het al zichtbaar is.
- Bouwdeel
- Binnenwand
1× bekeken
- gevel
Loslatend buitenpleisterwerk
Pleisterwerk op de gevel dat bol staat, scheurt of in schilfers loskomt. Vaak op de uitwendige hoeken, onder de raamdorpels, of onderaan de gevel bij het maaiveld. Tik erop: waar het hol klinkt, zit het los van de ondergrond. Soms komt er een hele plaat af en zie je het metselwerk eronder. Soms zijn het alleen haarscheurtjes in een verder gaaf vlak, en dat is een ander probleem met een andere urgentie.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- veiligheid
Losgeraakte panelen in een glazen overkapping of lichtstraat
Van onderaf: een paneel dat scheef in het profiel ligt, een naad die aan de ene kant breed is en aan de andere kant dicht, een streep daglicht waar die eerder niet zat, en glas dat rammelt of tikt bij wind. Bij de randen en de hoeken: een opstaande paneelrand die met de vingers licht beweegt, een klemprofiel dat aan het uiteinde omhoog staat, een schroef die is uitgetrokken of ontbreekt, en een afdekkap die is weggewaaid zodat de bevestiging bloot ligt. In de kitnaad: kit die hard is geworden, gescheurd, of die van het glas is losgelaten. Kit die de enige verbinding vormt, is altijd een bevinding. Aan het metaal: verbogen klemprofielen, roestsporen rond de schroefkoppen, gescheurde aluminium klemmen bij het boorgat en rubbers die zijn uitgehard of uit de sponning gekropen. Op de grond eronder: glassplinters, stukjes rubber, afgevallen afdekkapjes en losse schroefjes. Dat is vaak het eerste wat een bewoner meldt.
- Bouwdeel
- Dak
- Ruimte
- Balkon
1× bekeken
- dak
Losgekomen dakbedekking bij dakrand of opstand
Bij de dakrand: de bedekking is van de daktrim of de dakrandafwerking losgekomen, staat omhoog, klappert, of hangt over de rand naar buiten. De trim zelf zit los, is verbogen of ontbreekt over een stuk; de schroeven zijn uitgetrokken. Bij een opstand tegen een muur of een dakkapel: de bedekking is van de opstand gezakt of gescheurd bij de bovenrand, de kimstrook staat los, en er is een spleet tussen bedekking en muur. Vaak ziet u een oude kitrand die het niet meer houdt. In de kim, de hoek tussen dak en opstand: de bedekking is losgetrokken uit de hoek en staat als een brug los van de ondergrond; erachter zit lucht. Na een storm: stukken bedekking in de tuin of bij de buren, en een dakvlak dat aan één kant vrij ligt.
- Bouwdeel
- Dak
2× bekeken
- sanitair
Loden waterleiding
Een matgrijze, zachte leiding met een bolle, gesoldeerde verbinding. Loden leidingen zijn dikker en ronder dan koperen, en je kunt er met een nagel een streep in krassen. Ze lopen meestal van de watermeter naar de keuken en zijn vaak deels vervangen — één stuk lood tussen twee stukken koper is een gewoon beeld. Kijk in de meterkast, in de kruipruimte en onder de keuken. Bij woningen van vóór 1960 is lood de standaard geweest.
- Bouwdeel
- Water en riolering
1× bekeken
- installaties
Liftstoring en achterstallig liftonderhoud
Een lift die stilstaat, die tussen twee verdiepingen blijft hangen, of die niet gelijk stopt met de vloer — een drempel van enkele centimeters bij het uitstappen. Soms schokkend optrekken, een piepend geluid, of deuren die te snel sluiten of niet meer goed openen. In de liftkooi hoort een keuringssticker of -certificaat te hangen met een geldigheidsdatum. Kijk daar als eerste.
- Bouwdeel
- Installaties
- Ruimte
- Algemene ruimte
1× bekeken
- veiligheid
Lichthinder van buitenverlichting of reflectie
Er schijnt licht je woning in dat er niet hoort. Een buitenlamp van de buren die de slaapkamer verlicht, een bewegingsmelder die de hele nacht aan- en uitgaat, een lichtreclame of een lantaarnpaal die na een vervanging feller is geworden, of een felle weerkaatsing overdag van glas, zonnepanelen of een lichtgekleurde gevel. Vaak merk je het aan iets anders dan aan het licht zelf: je slaapt slechter, je hebt de gordijnen dichter moeten maken, of je ziet in de tuin schaduwen alsof het schemert terwijl het nacht is. Bij reflectie overdag is het omgekeerd en heel direct: een verblindende vlek op een vast moment van de dag, die met het seizoen opschuift. Het onderscheidende kenmerk: het licht heeft een aanwijsbare bron buiten je eigen woning en het komt op vaste momenten of continu. Dat maakt het meetbaar en bespreekbaar, en dat is meer dan bij de meeste vormen van hinder.
- Bouwdeel
- Elektrische installatie
- Ruimte
- Slaapkamer
2× bekeken
- gemeenschappelijk eigendom
Lekkende voegen tussen galerij- en balkonplaten
Aan de onderzijde van de galerij of het balkon: natte plekken en strepen langs een rechte lijn, witte kalkaanslag, druipsporen en bij vorst ijspegels. Bij de woning eronder soms vochtplekken op de wand achter de galerij of op het plafond van een uitkragend balkon. Bovenop: de voeg tussen twee platen is gescheurd in de lengte, ligt hol of is opgebold, laat los van de plaatrand of ontbreekt over een stuk. Vaak ziet u ook een afgebrokkelde plaatrand, een hoogteverschil tussen twee platen of een tegelvloer waarvan de voeg over de plaatnaad is doorgetrokken. De lekkage volgt de naad. Waar de natte streep onder zit, zit boven de voeg die open staat, al kan het water eerst een halve meter langs de plaatrand lopen.
- Bouwdeel
- Balkon en galerij
- Ruimte
- Galerij
2× bekeken
- installaties
Lekkende standleiding of binnenriolering
Een vochtplek of een bruine kring op een plafond of een wand, meestal in een schacht, achter een toilet, naast een badkamer of in een berging onder de woning. Vaak ruikt het erbij: een zoete, zware rioollucht die sterker wordt als er boven je wordt doorgespoeld. In een appartementengebouw is het typische beeld anders en herkenbaar: een natte plek op het plafond die terugkomt op vaste momenten, en die niets te maken heeft met wat je zelf doet. Bij een oude gietijzeren standleiding zie je soms roestbruine strepen langs de buis in de schacht, of een gat met een korstige rand. Het onderscheidende kenmerk: de lekkage volgt het gebruik en niet het weer. Nat na doorspoelen, na een bad of na de wasmachine: binnenriolering. Nat na regen: iets anders.
- Bouwdeel
- Water en riolering
1× bekeken
- dak
Lekkende stadsuitloop en spuwer bij een plat dak
Op de gevel onder de uitloop: een donkere natte baan die na regen lang blijft, witte uitbloei, groene alg en mos, kapotgevroren stenen en uitgesleten voegen, en bij een spuwer een waaier van vocht onder de uitloop. Aan de uitloop: een plakplaat die los is van de dakbedekking, een uitloop waar water omheen blijft staan, een pijp door de dakrand met een kier in het metselwerk eromheen, roest bij een stalen of gietijzeren uitloop, en een spuwer die te kort is en het water op de gevel of de stoep laat vallen. Aan de vergaarbak en de pijp: een bak die overloopt bij een bui, een pijp die bij de bovenste aansluiting lekt of los zit, een bak vol blad, en een pijp die onderaan naast de gevel uitmondt. Op het dak: water dat bij de uitloop blijft staan, blad en grind in de uitloop, een bladvanger die ontbreekt, en een noodoverloop die sporen van gebruik toont. Binnen: een vochtplek in de hoek van het plafond bij de dakrand aan de kant van de uitloop, en vocht op de binnenzijde van de buitenmuur onder de uitloop.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
- gevel
Lekkende of wijkende dilatatievoeg
Een verticale voeg in de gevel die opzettelijk is opengelaten en die met een elastische kit of een profiel is afgedicht — en die nu openstaat, scheef loopt of waar de kit uit hangt. Vaak op de scheiding tussen twee woningen, bij een verspringend gevelvlak, of in een lange gevel om de zoveel meter. Binnen merk je het aan een vochtstreep of een scheur op precies dezelfde plaats. Bij een appartement loopt die streep soms over meerdere verdiepingen door.
- Bouwdeel
- Gevel
1× bekeken
- verbouwen
Lekkende of beslagen serre of tuinkamer
Water dat na een bui langs de binnenkant van de serre naar beneden loopt, meestal op de plek waar het glazen dak op de gevel van de woning aansluit. Of condens: 's ochtends staat alles nat, er lopen druppels van het dak op de vloer, en op de kozijnen ligt een plas. In de winter is de ruimte niet te verwarmen en in de zomer niet te gebruiken. Er hoort een derde beeld bij dat vaak wordt gemist: een vochtplek op de woningmuur die de serre raakt, aan de binnenkant van de woning. Dan lekt de aansluiting en loopt het water in het metselwerk van de woning zelf. Het onderscheidende kenmerk: een serre is aangebouwd en de aansluiting op de bestaande gevel is bijna altijd de zwakke plek. Het glas en de profielen zijn zelden de oorzaak; de overgang naar wat er al stond, is dat wel.
- Bouwdeel
- Bijgebouw
- Ruimte
- Tuin
1× bekeken
- dak
Lekkende naad in zink- of koperwerk
Een druppel of een vochtspoor onder een zinken goot, een zinken dakbedekking of een koperen kilgoot, en bij nader kijken een naad die niet meer dicht is. Je ziet een felsnaad die openstaat, een soldeernaad met een haarscheur erin, of een stuk zink dat is gescheurd op de plek waar het over een rand ligt. Vaak zit er een witte of grijze uitslag rond de naad; bij koper een groene. Kenmerkend is waar het lekt: niet in het midden van een vlak, maar altijd op een verbinding of op een hoek. Zink en koper zelf gaan zestig tot honderd jaar mee. Wat het opgeeft, is de plek waar twee stukken bij elkaar komen of waar het materiaal niet mocht bewegen. Een tweede beeld hoort erbij: een goot of een dakvlak dat er onderaan gaaf uitziet maar aan de bovenzijde vol putjes zit. Dat is niet de naad maar het materiaal, en dat is een ander gebrek met een andere afloop.
- Bouwdeel
- Dak
1× bekeken
Toon 12 gebreken meer73 van 226 getoond · pagina 6 van 19
Wat staat hier?
- Hoe zoek ik hier iets op?
- Op het verschijnsel. «Bruine vlek op het plafond» en niet «lekkage» — want welke van de vier oorzaken het is, is precies wat je nog niet weet.
- Wat betekent de ernst?
- De graad die geldt als je de vragen niet invult. Staat er niets, dan hangt het werkelijk van jouw situatie af, en dan is een graad noemen een bewering die we niet kunnen waarmaken.
- Is dit een diagnose?
- Nee. Het is een richting plus de vraag die een deskundige zou stellen. Bij constructie, gas en asbest staat er expliciet bij dat je iemand moet laten kijken.
Verder kijken
Checklists
Lijsten om ter plekke af te vinken
98 checklists
Kennisbank
Naslag met hoofdstukken, om in te zoeken
477 artikelen
Werkomschrijvingen
De basis onder een offerteaanvraag
87 omschrijvingen